Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   ZW
x
LJN:
x
AU6939
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 25-11-2005
Soort procedure: herziening
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Afwijzing van een verzoek om herziening ingevolge artikel 8:88 van de Awb.
 
 
 

 

 
Uitspraak 05/3878 ZW




U I T S P R A A K




Met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van:

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 juni 2005, nr. 03/3202 ZW.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Verzoeker heeft bij schrijven van 10 juni 2005 om herziening verzocht van bovenvermelde uitspraak, naar welke uitspraak hierbij wordt verwezen.
Bij brief van 15 juli 2005 heeft verzoeker de gronden van het verzoek om herziening aangevuld. Bij brief van 6 september 2005 heeft hij nog enkele stukken ingezonden.

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), in voornoemde uitspraak aangeduid als gedaagde, heeft op 22 september 2005 een reactie gegeven op het verzoek om herziening.

Verzoeker en het Uwv hebben desgevraagd schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.




II. MOTIVERING


Bij schrijven van 4 juni 2003 heeft verzoeker de Raad verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 december 2002, nr. 01/357 ZW. Bij uitspraak van 1 juni 2005 heeft de Raad dit verzoek afgewezen. De Raad heeft daartoe overwogen dat Raad niet kan inzien dat uit het door en namens verzoeker gestelde, enig feit of enige omstandigheid valt af te leiden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

Naar aanleiding van het thans voorliggende verzoek om herziening van de uitspraak van 1 juni 2005 overweegt de Raad het volgende.

Zoals de Raad al eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in zijn uitspraak van 21 februari 2002, gepubliceerd in JB 2002/79, past een verzoek om herziening van een uitspraak ingevolge artikel 8:88 van de Awb op een verzoek om herziening niet in het systeem van de Awb en moet om die reden een zodanig verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Verzoekers verzoek om herziening van ís Raads uitspraak van 1 juni 2005, welke uitspraak een afwijzing inhoudt van het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 december 2002, moet derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. G.J.H. Doornewaard en mr. J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 november 2005.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. ZW | ZW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x