Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   ZW
x
LJN:
x
AX7637
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 31-05-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering ZW-uitkering. Geschiktheid voor het eigen werk.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/2922 ZW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 16 april 2004, 03/1094 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 31 mei 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. E.J.P. Cats, advocaat te Emmen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2006. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Cats voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Th. Martens.




II. OVERWEGINGEN


Voor een weergave van de voor dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar rubriek II (feiten en omstandigheden) van de aangevallen uitspraak.

In dit geding met de vraag worden beantwoord of het Uwv terecht heeft besloten om aan appellant met ingang van 15 oktober 2003 geen uitkering ingevolge de Ziektewet meer toe te kennen, omdat hij op en na deze datum niet (meer) ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid als operator.

De rechtbank heeft die vraag bij de aangevallen uitspraak bevestigend beantwoord en daarbij met name betekenis toegekend aan de bevindingen en de conclusie van de verzekeringsarts D.H. Franx. De rechtbank is op grond van de beschikbare medische gegevens van oordeel dat niet is gebleken dat de medische beoordeling onzorgvuldig is geweest of anderszins gebreken toont.

De Raad ziet evenals de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de conclusie van de betrokkenen verzekeringsartsen, die in hun rapportage blijk hebben gegeven van een voldoende zorgvuldig onderzoek, waarbij met name ook aandacht is besteed aan de zwaarte van het werk van appellant. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. In hetgeen appellant in hoger beroep en ter zitting naar voren heeft gebracht ziet de Raad geen aanleiding te oordelen dat appellant meer beperkt moet worden geacht dan de verzekeringsartsen hebben aangenomen. De Raad constateert daarbij dat appellant zijn stellingen, noch in beroep noch in hoger beroep heeft onderbouwd met medische bewijsstukken die aanleiding geven te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de onderzoeken en de conclusies van de verzekeringsartsen. De Raad ziet dan ook geen aanleiding te voldoen aan het verzoek van appellant om een deskundige te benoemen.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2006.

(get.) Ch. Van Voorst.

(get.) J. Verrips.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. ZW | ZW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x