|
Uitspraak
03/6604 CSV, 03/6608 CSV, 03/6610 CSV, 03/6606 CSV en 03/6607 CSV
U I T S P R A A K
in de gedingen tussen:
[appellante 1], gevestigd te [vestigingsplaats],
[appellante 2], gevestigd te [vestigingsplaats],
[appellante 3], gevestigd te [vestigingsplaats],
[appellante 4], gevestigd te [vestigingsplaats] en
[appellante 5], gevestigd te [vestigingsplaats],
appellanten,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN
Bij beroepschriften van 30 december 2003 hebben mr. E.P.J. Dankaart en
mr. D. Sternfeld, werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs
N.V. te Utrecht, als gemachtigden van appellanten op bij aanvullende
beroepschriften aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door
de rechtbank Utrecht op 25 november 2003, nummers 03/362, 03/365, 03/363, 03/366 en 03/364,
tussen partijen gewezen uitspraken.
Gedaagde heeft verweerschriften ingediend.
De gedingen zijn gevoegd behandeld ter zitting van de Raad op 3 maart
2005, waar namens appellanten zijn verschenen W. van Alphen en S.
Jilesen, bijgestaan door mr. D. Sternfeld, en waar namens gedaagde is
verschenen mr. T.K. Dik, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
II. MOTIVERING
Appellanten hebben gedaagde bij brief van 3 januari 2002 verzocht om
restitutie van de over 1999 ingevolge de sociale
werknemersverzekeringswetten betaalde premies ter zake van de voor
appellanten in dat jaar werkzame automatiseringsdeskundigen. Appellanten
zijn van mening deze premies ten onrechte te hebben afgedragen, omdat
volgens appellanten geen sprake is van verzekeringsplichtige
arbeidsverhoudingen. Gedaagde heeft de brief van 3 januari 2002 als
herzieningsverzoek aangemerkt en dat verzoek afgewezen. Daarbij heeft
gedaagde zich op het standpunt gesteld dat voor herziening slechts
ruimte bestaat indien sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde
omstandigheden. Het door appellanten aangevoerde merkt gedaagde niet aan
als een nieuw gebleken feit of een veranderde omstandigheid.
Gedaagde heeft de bezwaren van appellanten ongegrond verklaard bij
besluiten van 13 januari 2003. De rechtbank heeft de beroepen van
appellanten tegen deze besluiten bij de in rubriek I genoemde uitspraken
ongegrond verklaard.
De Raad overweegt naar aanleiding van het namens appellanten in hoger
beroep aangevoerde het volgende.
Appellanten stellen zich op het standpunt dat de herzieningsverzoeken
zijn gebaseerd op artikel 11, vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering (CSV). Op grond van dit artikel stelt gedaagde, indien een
hoger bedrag aan premie of voorschotpremie is vastgesteld dan
verschuldigd is, het verschuldigde op het juiste bedrag vast.
Appellanten wijzen voorts op artikel 13, derde lid, van de CSV, op grond
waarvan de rechtsvordering tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde
premie verjaart door verloop van vijf jaren sedert het einde van het
kalenderjaar waarin de premie is vastgesteld. Volgens appellanten heeft
gedaagde ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 4:6 van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb).
Naar het oordeel van de Raad miskennen appellanten met het voorgaande
dat in het kader van artikel 11, vierde lid, van de CSV - evenals bij
artikel 4:6 van de Awb - nieuw gebleken feiten of veranderde
omstandigheden gesteld dienen te worden. De Raad verwijst in dit verband
naar zijn uitspraak van 31 mei 1985, RSV 1986/28. De door appellanten
verdedigde opvatting verdraagt zich niet met de ook voor premienota’s
geldende bezwaar- en beroepstermijnen van zes weken en kan derhalve niet
voor juist worden gehouden. Gedaagde heeft er in dit verband terecht op
gewezen dat paragraaf 7 van de CSV, waarin bepalingen in verband met de
Awb zijn opgenomen, niet voorziet in een van de Awb afwijkende regeling
als door appellanten bedoeld.
De Raad is met gedaagde en de rechtbank van oordeel dat appellanten ter
ondersteuning van hun herzieningsverzoeken geen nieuw gebleken feiten of
veranderde omstandigheden hebben aangevoerd. Daartoe heeft de Raad laten
wegen dat ingevolge zijn bestendige jurisprudentie totstandkoming of
verandering van rechtspraak - in dit geval de door appellanten
aangehaalde uitspraak van de rechtbank Roermond - niet kan worden
aangemerkt als een zodanig nieuw gebleken feit of een veranderde
omstandigheid.
De Raad kan appellanten voorts niet volgen in de juistheid van de
stelling dat een nieuw feit gelegen is in de brief van gedaagde van 25
maart 2003. De opvatting van appellanten, dat gedaagde in die brief het
zijdens appellanten in een brief van 18 maart 2003 onder punt 9 gestelde
heeft bevestigd, is feitelijk onjuist. Gedaagde heeft in zijn brief
uitsluitend het gestelde onder de punten 1 tot en met 8 onderschreven.
De Raad volgt appellanten evenmin in de juistheid van de stelling dat
gedaagde op grond van een met appellanten over de jaren 1993 tot en met
1998 gesloten compromis gehouden is tot premierestitutie, reeds omdat
het compromis niet ziet op het thans aan de orde zijnde jaar 1999. De
stelling van appellanten dat zij aan het compromis het vertrouwen
mochten ontlenen dat zij vanaf 1 januari 1999 geen premies verschuldigd
waren, kan de Raad niet rijmen met de zich onder de gedingstukken
bevindende brief van de gemachtigde van appellanten van 26 juni 2001,
waarin deze stelt dat gedaagde in de bespreking, waaruit het compromis
is voortgekomen, het standpunt heeft ingenomen dat de
automatiseringsdeskundigen per 1 januari 1999 in een privaatrechtelijke
dienstbetrekking werkzaam zijn.
Uit het voorgaande vloeit voort dat de hoger beroepen van appellanten
niet slagen, zodat de aangevallen uitspraken voor bevestiging in
aanmerking komen.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraken.
Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net als voorzitter en mr. M.C.M. van
Laar en mr. drs. C.M. van Wechem als leden, in tegenwoordigheid van M.
Renden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 april 2005.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) M. Renden.
|
|