Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene Kinderbijslagwet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 4 mei 2010

 

REGELING  KLOKUREN  1998

Vervallen
m.i.v. 5 mei 2010
(art. 3 Rk10)

 
 

28 september 1998, Stcrt. 1998, 185
Inwerkingtreding: 1 oktober 1998
(T.a.v. artt. 7:11 AKW, 26:4 Anw en 1:4:3 Wet Wajong)

 

 

 

 
28 september 1998/nr. SV/VP/98/23800
Directie Sociale Verzekeringen
 
     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 7, twaalfde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, artikel 26, vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 5, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en artikel 26, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet zoals dat artikel luidde op 1 oktober 1995;
 
     Besluit:

 

 

Art. 1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. AKW: Algemene kinderbijslagwet;
b. ANW: Algemene nabestaandenwet;
c. Wet Wajong: Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.

 

Art. 2.
-1. Het kind, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, van de Anw, of de verzekerde ten behoeve van een kind als bedoeld in de artikelen 7, tweede lid, onderdeel a, en 26, eerste lid, onderdeel a, van de AKW, zoals dit artikel luidde op 1 oktober 1995, heeft, indien het kind lessen of stages volgt van gemiddeld minder dan 213 klokuren per kwartaal, toch aanspraak op een wezenuitkering op grond van de Anw of kinderbijslag op grond van de AKW, indien:
a. het kind een opleiding aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de artikelen 1.8 of 6.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dan wel een daarmee gelijkwaardige opleiding in of buiten Nederland volgt met een studiebelasting van ten minste 1680 uur per jaar;
b. het kind een andere studie of opleiding volgt dan genoemd onder a, met een studiebelasting van ten minste 1600 uur per jaar; of
c. het kind in het eindexamenjaar van een meerjarige studie of opleiding ten minste gemiddeld 162 klokuren per kwartaal lessen of stages volgt.
-2. De persoon, bedoeld in artikel 1:4, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Wajong wordt, indien deze persoon lessen of stages volgt van gemiddeld minder dan 213 klokuren per kwartaal, toch aangemerkt als studerende indien onderdeel a, b of c van het eerste lid op hem van overeenkomstige toepassing is.

 

Art. 3. Intrekken regeling uit 1997
De Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 maart 1997, nr. SV/VP/97/0829, wordt ingetrokken.

 

Art. 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 1998.

 

Art. 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling klokuren 1998.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

ís-Gravenhage, 28 september 1998.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

TOELICHTING
[28 september 1998]

 

     In artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) is voor kinderen van 16 en 17 jaar voor wie de verzekerde aanspraak wil maken op kinderbijslag, vastgelegd dat door het kind gedurende 213 klokuren per kwartaal overdag lessen of stages moeten worden gevolgd. Dit onderwijscriterium is eveneens opgenomen in de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). In de op de drie genoemde wetten gebaseerde MinisteriŽle Regeling van 6 maart 1997, nr. SV/VP/97/0829 zijn nadere en afwijkende regels gesteld ten aanzien van dit onderwijscriterium. Bovengenoemd onderwijscriterium is in de AKW, Anw en Wajong opgenomen in navolging van het criterium dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) wordt gehanteerd bij bijvoorbeeld het recht op studiefinanciering. Met ingang van het studiejaar 1998-1999 heeft de Minister van OCW bij Beleidsregel van 25 november 1997, kenmerk SFB-1997/34485 een versoepeling van dit criterium doorgevoerd. De voorwaarde dat de lessen of stages overdag moeten plaatsvinden, is geschrapt. In navolging hiervan zal het kabinet voorstellen deze voorwaarde op korte termijn te schrappen in de AKW, Anw en Wajong. Daar de drie genoemde wetten voorzien in de mogelijkheid tot het treffen van nadere en afwijkende regels, kan in deze ministeriŽle regeling, ook voor het schooljaar 1998-1999 voor het recht op kinderbijslag op grond van de AKW, een wezenuitkering op grond van de Anw en een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wajong, reeds, voorafgaande aan de voorgenomen wetswijziging, met deze beleidswijziging rekening worden gehouden.
     Voorts is voor kinderen die lessen of stages volgen aan andere instellingen dan het hoger of wetenschappelijk onderwijs, eveneens in navolging van het beleid van de Minister van OCW, een studiebelastingsnorm van 1600 uren ingevoerd. Hierbij wordt met name gedacht aan voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Ook in deze vormen van onderwijs is in toenemende mate sprake van onderwijsmethodes die uitgaan van een grote mate van zelfwerkzaamheid van de scholieren, waardoor niet kan worden voldaan aan de klokurennorm van 213 uur, terwijl wel sprake is van een studiebelasting van 40 weken ŗ 40 uur.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | AKW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x