Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene Kinderbijslagwet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 29 april 2010

 

REGELING  RECHT  OP  KINDERBIJSLAG  VOOR  WERKLOZE  KINDEREN  IN  HET  BUITENLAND

Vervallen
m.i.v. 30 april 2010
(art. I Regeling van 19 april 2010, Stcrt. 2010, 6517)

 
 

17 augustus 1990, Stcrt. 1990, 164
Inwerkingtreding: 1 oktober 1990
(T.a.v. art. 7:10 AKW)

 

 

 

 

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 7, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Voor de toepassing van artikel 7, achtste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt met de registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gelijkgesteld de inschrijving bij een dienst voor arbeidsbemiddeling in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen dan wel in een land waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten.
-2. Indien redelijkerwijs niet geŽist kan worden dat een kind ingeschreven staat bij een dienst voor arbeidsbemiddeling wegens het ontbreken van een dergelijke dienst in het land waar het kind woont, wordt het kind geacht aan de inschrijvingsvereiste te hebben voldaan indien aannemelijk kan worden gemaakt dat het werkloos is en beschikbaar is voor de arbeidsmarkt.

 

Art. 2.
Voor de toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel e,Ļ van de Algemene Kinderbijslagwet wordt met een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93) gelijkgesteld een werkloosheidsuitkering op grond van een wettelijke regeling van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen dan wel van een land waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten.
 
1. Volgens de redactie dient "artikel 7, eerste lid, onderdeel e" te worden vervangen door: artikel 7, tweede lid, onderdeel c.

 

Art. 3.
Een kind dat op 1 oktober 1990 niet als werkzoekende is ingeschreven bij een dienst voor arbeidsbemiddeling in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen of een land waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, wordt geacht op die datum aan het inschrijvingsvereiste te hebben voldaan indien aannemelijk kan worden gemaakt dat het werkloos is en beschikbaar is voor de arbeidsmarkt.

 

Art. 4.
Deze regeling, die met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 oktober 1990.

 

 

's-Gravenhage, 17 augustus 1990.
De Staatssecretaris voornoemd,
E. ter Veld
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | AKW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x