Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene Kinderbijslagwet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 30 april 2008

 

MAATREGELBESLUIT  AKW

Vervallen
m.i.v. 1 mei 2008
(art. 2 MS08)

 
 

26 januari 1996, Stcrt. 1996, 141
Inwerkingtreding: 1 augustus 1996
(T.a.v. art. 17:6 AKW)

 

 

 

 
     Het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank;
     Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;

     Besluit:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de AKW: de Algemene Kinderbijslagwet;
b. de Bank: de Sociale Verzekeringsbank;
c. kinderbijslag: kinderbijslag in de zin van hoofdstuk III en hoofdstuk IV van de AKW;
d. een kind: een eigen kind, een aangehuwd kind of een pleegkind als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of artikel 26, eerste lid, AKW waarvoor kinderbijslag is aangevraagd of dat van invloed is op de hoogte van de kinderbijslag, en ten opzichte waarvan men niet van de verplichting tot het opgeven van wijzigingen is ontslagen;
e. de partner: de man of vrouw met wie de aanvrager een huishouden vormt.

 

Art. 2.
-1. Dit besluit is van toepassing op:
a. de persoon die kinderbijslag ontvangt of hiervoor in aanmerking wenst te komen;
b. de partner van degene die kinderbijslag ontvangt of hiervoor in aanmerking wenst te komen, mits de partner zelf recht heeft op kinderbijslag;
c. de persoon aan wie op grond van artikel 21 AKW kinderbijslag wordt uitbetaald.
-2. Dit besluit is ook van toepassing als de in het eerste lid bedoelde personen of het kind waarvoor kinderbijslag is aangevraagd buiten Nederland wonen.

 

 

HOOFDSTUK  2

Maatregelen

 

Art. 3.
-1. Indien degene op wie dit besluit van toepassing is de verplichting om op verzoek informatie te verstrekken als bedoeld in artikel 15 AKW niet binnen de door de Bank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen of een verplichting, genoemd in de artikelen 3 tot en met 16 van de Controlevoorschriften AKW, niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt de kinderbijslag tijdelijk gedeeltelijk geweigerd.
-2. De weigering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door een bedrag dat met inachtneming van artikel 4 dan wel artikel 6 is vastgesteld, in mindering te brengen op de eerstvolgende termijn of termijnen van de kinderbijslag.
-3. Indien gedurende vijf jaren niet geëffectueerd kan worden, omdat er geen recht bestaat op kinderbijslag of de uitbetaling daarvan, vervalt het in mindering te brengen bedrag.
-4. In afwijking van het eerste lid vindt geen weigering plaats maar wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven indien het niet tijdig nakomen van de verplichting om op verzoek informatie te verstrekken als bedoeld in artikel 15 AKW niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van kinderbijslag, tenzij:
a. door de Bank ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting reeds een schorsingsbeslissing is genomen; of
b. het niet nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum waarop aan de mededelingsplichtige reeds eerder een zodanige waarschuwing is gegeven.

 

Art. 4.
-1. Bij het na een schriftelijk rappel of een schriftelijke waarschuwing niet binnen twee weken, dan wel op een door de Bank nader vast te stellen tijdstip, nakomen van een verplichting als bedoeld in de artikelen 3 en 5 tot en met 16 van de Controlevoorschriften AKW wordt een bedrag van €|22,00 in mindering gebracht op de kinderbijslag.
-2. Bij het niet nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 4 van de Controlevoorschriften AKW wordt een bedrag van €|22,00 in mindering gebracht op de kinderbijslag.
-3. Indien binnen één kalenderkwartaal twee of meer verplichtingen, genoemd in de artikelen 3 tot en met 16 van de Controlevoorschriften AKW, niet worden nagekomen, wordt eenmaal het in het eerste lid genoemde bedrag op de kinderbijslag in mindering gebracht.
-4. Indien binnen twee jaren na de dag waarop een weigering als gevolg van het niet nakomen van één of meer verplichtingen aan de belanghebbende is bekendgemaakt, opnieuw een verplichting niet wordt nagekomen, wordt een bedrag van €|34,00 in mindering gebracht op de kinderbijslag.

 

Art. 5.
Indien ten genoegen van de Bank aannemelijk wordt gemaakt dat het niet nakomen van een verplichting zoals opgelegd in de Controlevoorschriften AKW niet kan worden verweten aan degene aan wie de verplichting is opgelegd, worden de artikelen 3 en 4 niet toegepast.

 

Art. 6.
Indien ten genoegen van de Bank aannemelijk wordt gemaakt dat het niet nakomen van een verplichting zoals opgelegd in de Controlevoorschriften AKW aan degene aan wie de verplichting is opgelegd in verminderde mate kan worden verweten, wordt het bedrag dat is vastgesteld met toepassing van artikel 4 gehalveerd.

 

 

HOOFDSTUK  3

Slotbepalingen

 

Art. 7.
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid in werking treedt, doch niet eerder dan met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

 

Art. 8.
Dit besluit wordt aangehaald als: Maatregelbesluit AKW.

 

 

     Deze regeling wordt in de Staatscourant geplaatst.

 

Amstelveen, 26 januari 1996.
B. de Vries,
P. A. Schaafsma.

 

 

 

TOELICHTING
[26 januari 1996]

 

Algemene  toelichting

 

1. Inleiding


     Met ingang van 1 april 1996 [1 augustus 1996, red.] is de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid in werking getreden. Deze wet verplicht de Bank ertoe bij overtreding van de Controlevoorschriften AKW of bij het niet nakomen van een mededelingsverplichting binnen de door de Bank gestelde termijn, de kinderbijslag geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend te weigeren.
     In artikel 17, vijfde lid [zesde lid, red.], van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) is bepaald dat de Bank regels stelt omtrent de wijze waarop zij deze verplichting nakomt. Deze regels zijn in dit besluit vastgelegd.
     De verplichting om de kinderbijslag geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend te weigeren is opgenomen in artikel 17, eerste lid, AKW. Zij geldt bij overtreding van de Controlevoorschriften AKW, bij het niet binnen de door de Bank gestelde termijn verstrekken van inlichtingen op verzoek van de Bank en wanneer de verplichting tot overlegging van een geldig identificatiebewijs niet wordt nagekomen. Deze laatste verplichting is behalve in de Controlevoorschriften AKW neergelegd in artikel 91, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen.
     In de citeertitel van het besluit en in deze toelichting gebruikt de Bank de term "een maatregel opleggen" in plaats van "het weigeren van een uitkering". Hiermee wordt aangesloten bij de terminologie in de memorie van toelichting op de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid.

 

2. Verhouding tussen maatregelen en boetes


     De Bank kan slechts correcte kinderbijslag toekennen en uitbetalen als zij beschikt over de juiste en volledige gegevens. Om dit te bereiken, verplicht artikel 15 AKW de verzekerde en de persoon aan wie op grond van artikel 21 AKW kinderbijslag wordt uitbetaald, de Bank onverwijld spontaan op de hoogte te stellen van alle relevante feiten en omstandigheden.
     Daarnaast heeft de Bank in artikel 16, eerste lid, AKW de bevoegdheid gekregen om controlevoorschriften vast te stellen. In deze voorschriften is vastgelegd op welke manieren de belanghebbende moet meewerken aan algemene of op het individuele geval gerichte controles door de Bank. De verzekerde en de persoon aan wie op grond van artikel 21 AKW kinderbijslag wordt uitbetaald, zijn op grond van artikel 16, tweede lid, AKW verplicht de controlevoorschriften op te volgen.
     Als de belanghebbende niet aan de mededelingsplicht van artikel 15 AKW voldoet, legt de Bank hem een boete op. Een boete komt met name aan de orde als de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens aan de Bank verstrekt, van belang zijnde feiten of omstandigheden niet of niet tijdig meldt, vragen van de Bank niet beantwoordt of misleidend bewijsmateriaal verschaft.
     Een maatregel wordt opgelegd wanneer de belanghebbende de Controlevoorschriften AKW heeft overtreden. Dit is onder meer het geval als hij niet binnen de door de Bank gestelde termijn een door de Bank ingevuld formulier invult en terugzendt. Van overtreding is bijvoorbeeld ook sprake als de belanghebbende weigert inzage te verlenen in bescheiden waarom de Bank heeft gevraagd of als hij niet binnen de door de Bank gestelde termijn bewijsstukken inzendt.
     Een maatregel wordt bij overtreding van de Controlevoorschriften AKW slechts opgelegd als geen relevante wijziging van de omstandigheden heeft plaatsgevonden. Is dit wel het geval en heeft betrokkene verzuimd de wijziging te melden, dan wordt een boete opgelegd. Het opleggen van een maatregel blijft dan op grond van artikel 17, vierde lid, AKW achterwege.

 

3. Verhouding tussen het opleggen van een maatregel en schorsing of opschorting van de betaling of beëindiging van de kinderbijslag


     De verplichting om bij niet-naleving van de Controlevoorschriften AKW een maatregel op te leggen, laat onverlet de verplichting van de Bank de uitbetaling van de kinderbijslag te schorsen of op te schorten wanneer de Bank op grond van duidelijke aanwijzingen vermoedt dat er geen recht meer bestaat op kinderbijslag of dat recht op een lagere kinderbijslag bestaat, of dat de Controlevoorschriften AKW of een mededelingsverplichting niet zijn nagekomen. De verplichting tot schorsing of opschorting van de uitbetaling van de kinderbijslag in deze gevallen is neergelegd in artikel 19 AKW.
     De Bank zal de uitbetaling bijvoorbeeld schorsen als de burger zijn officiële levensbewijs niet inzendt of een schoolverklaring niet retourneert. Voldoet de burger op een later moment alsnog aan zijn verplichting, dan herleeft de uitbetaling van de kinderbijslag. Hierop wordt dan de opgelegde maatregel ten uitvoer gelegd.
     Het kan ook voorkomen dat de burger zo lang niet aan bepaalde verplichtingen heeft voldaan dat de Bank, ervan uitgaande dat geen recht op kinderbijslag meer bestond, het recht op kinderbijslag heeft beëindigd. Als de burger alsnog aan zijn verplichtingen voldoet nadat de beëindigingsbeslissing rechtens onaantastbaar is geworden, zal de Bank terugkomen op de beëindigingsbeslissing. In het algemeen zal dit echter niet plaatsvinden met terugwerkende kracht.

 

4. De zwaarte van de maatregel.


     Het besluit kent twee standaardmaatregelen, te weten een maatregel bij een eerste overtreding en een maatregel bij recidive.
     Het feit dat slechts twee standaardmaatregelen worden onderscheiden, is gebaseerd op de volgende overwegingen.
     In de eerste plaats zijn de controlevoorschriften van onderling gelijk gewicht. Dit betekent dat de overtreding van het ene voorschrift tot eenzelfde maatregel dient te leiden als overtreding van het andere voorschrift.
     In de tweede plaats kan de enkele overtreding van de controlevoorschriften nimmer tot ten onrechte betaalde bedragen leiden. Van een teveelbetaling kan slechts sprake zijn als de belanghebbende naast de controlevoorschriften ook zijn mededelingsverplichting van artikel 15 AKW heeft geschonden. In dat geval moet een boete worden opgelegd.
     Eén en ander betekent dat er geen samenhang behoeft te worden gecreëerd tussen de door de Bank geleden of potentieel te lijden schade en de zwaarte van de maatregel.
     Kan de overtreding in het geheel niet aan de betrokkene worden verweten, dan ziet de Bank af van het opleggen van een maatregel. Is de gedraging wel verwijtbaar, maar zijn er zodanige verzachtende omstandigheden dat de overtreding slechts in beperkte mate aan de burger kan worden verweten, dan wordt het op de kinderbijslag in mindering te brengen bedrag gehalveerd.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 2

     Het besluit is van toepassing op alle personen op wie ook de Controlevoorschriften AKW van toepassing zijn. Het gaat dan in de eerste plaats om de verzekerde die kinderbijslag ontvangt of voor kinderbijslag in aanmerking wenst te komen.
     De verzekerde dient zich ook aan de Controlevoorschriften AKW te houden met betrekking tot kinderen voor wie hij recht heeft op kinderbijslag, maar voor wie een ander, die eveneens recht heeft op kinderbijslag, de kinderbijslag ontvangt. Deze verplichting bestaat als:
a. de verzekerde met degene die de kinderbijslag ontvangt een huishouden vormt; of
b. de kinderen voor wie de verzekerde geen kinderbijslag ontvangt, meetellen bij de berekening van de gezinsgrootte bij de vaststelling van de hoogte van de kinderbijslag die hij voor andere kinderen ontvangt.
     Schendt de persoon, bedoeld onder a, een controlevoorschrift, dan wordt de maatregel ten uitvoer gelegd op de kinderbijslag die wordt uitbetaald aan de persoon met wie hij een huishouden vormt.
     Schendt de persoon, bedoeld onder b, een controlevoorschrift, dan wordt de maatregel ten uitvoer gelegd op de kinderbijslag die die persoon zelf ontvangt. Het besluit is verder van toepassing op personen die zelf geen rechthebbende zijn, maar aan wie op grond van artikel 21 AKW kinderbijslag wordt uitbetaald. Schendt die persoon een controlevoorschrift, dan wordt de maatregel ten uitvoer gelegd op de kinderbijslag die aan hem op grond van artikel 21 AKW wordt uitbetaald.

 

Artikel 3, eerste en tweede lid

     De maatregel wordt nadat hij is opgelegd zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. Het sanctiebedrag kan evenwel in een incidenteel geval hoger zijn dan de eerstvolgende kinderbijslagbetaling. Dit kan voorkomen als Nederlandse kinderbijslag gedeeltelijk wordt uitbetaald in aanvulling op kinderbijslag uit een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. In dat geval wordt de maatregel op volgende termijnen van kinderbijslag toegepast.

 

Artikel 3, derde lid

     Wanneer een sanctie niet kan worden toegepast omdat betrokkene of zijn partner geen recht meer heeft op kinderbijslag, zou de maatregel in theorie levenslang kunnen blijven gelden. De Bank zou niet tot afsluiting van het geval kunnen overgaan, met alle administratieve en automatiseringstechnische complicaties van dien. Teneinde dit te voorkomen, is voor een maximale termijn van vijf jaar gekozen. Indien er gedurende vijf jaar geen recht op (uitbetaling van de) kinderbijslag bestaat, vervalt de sanctie.

 

Artikel 4, eerste lid

     Aan vrijwel alle verplichtingen genoemd in de Controlevoorschriften AKW gaat een verzoek van de Bank vooraf om binnen een bepaalde termijn op een bepaalde manier medewerking te verlenen. Als deze medewerking tegen het einde van de gestelde termijn niet is verleend, verzendt de Bank een rappel waarbij aan de betrokkene nog een korte aanvullende termijn wordt gegund, dan wel een nieuw tijdstip wordt genoemd waarop de betrokkene zijn medewerking moet verlenen. Voldoet de betrokkene daaraan niet, dan wordt een maatregel opgelegd.

 

Artikel 4, tweede lid

     Het gaat hier om het spontaan melden van een wijziging in het sociaal-fiscaal nummer. Omdat het hier om een spontane meldingsplicht gaat, is een voorafgaand rappel of een voorafgaande waarschuwing niet aan de orde.

 

Artikel 4, derde lid

     Als de belanghebbende binnen één uitkeringstijdvak (dat wil zeggen één kalenderkwartaal) twee of meer verplichtingen niet nakomt, wordt slechts één maatregel opgelegd.

 

Artikel 4, vierde lid

     Als de betrokkene binnen twee jaar nadat hem een maatregel is opgelegd op grond van artikel 17, eerste lid, AKW wederom de Controlevoorschriften AKW overtreedt, wordt de hem op te leggen maatregel met 50% verhoogd. Het op de uitkering in mindering te brengen bedrag is dan ƒ75,-.

 

Artikelen 5 en 6

     Als de burger in de feitelijke onmogelijkheid heeft verkeerd om de controlevoorschriften na te leven of als een verzoek om medewerking hem niet heeft bereikt om redenen die hem niet kunnen worden aangerekend, is de overtreding van de Controlevoorschriften AKW niet verwijtbaar. Oplegging van een maatregel blijft dan achterwege.
     Het kan ook voorkomen dat het niet naleven van de Controlevoorschriften AKW wel enigszins, maar niet ten volle aan de betrokkene kan worden verweten. In dat geval wordt de op te leggen maatregel gehalveerd.
     De Bank gaat er bij de oplegging van de maatregel van uit dat er geen sprake is van verzachtende omstandigheden, tenzij de burger zelf - naar aanleiding van het rappel van de Bank - al melding heeft gemaakt van dergelijke omstandigheden.
     De burger die meent dat hem ten onrechte een maatregel is opgelegd zonder toepassing van artikel 5 of artikel 6, kan bezwaar aantekenen tegen het besluit waarbij de maatregel is opgelegd. Blijkt tijdens de bezwaarschriftprocedure van verzachtende omstandigheden, dan wordt hiermee in de beslissing op bezwaar alsnog rekening gehouden.

 

Amstelveen, 26 januari 1996.
B. de Vries,
P.A. Schaafsma.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | AKW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x