Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
- Bekendmaking op grond van de Wet beperking export uitkeringen 2003
- Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998
- Besluit beleidsregels SVB afwijking ingangsdatum uitkering
- Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
- Besluit gelijkstelling niet-Nederlanders met Nederlanders (Algemene Ouderdomswet)
- Besluit gelijkstelling van wonen buiten het Rijk met wonen binnen het Rijk (Algemene Ouderdomswet)
- Besluit regels export uitkeringen
- Besluit tegemoetkoming Anw-ers
- Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999
- Boetebesluit socialezekerheidswetten
- Controlevoorschriften AOW
- Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten
- Regeling aanwijzing ontwikkelingsorganisaties 2011
- Regeling aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in Nederland 2010
- Regeling herleiding gedeelten van kalenderjaren en van jaarpremies
- Regeling nadere regels inzake intrekking en herziening van het ouderdomspensioen
- Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen
- Regeling terugvordering geringe bedragen
- Regeling uitbetaling vakantie-uitkering
- Regeling uitbreiding werkingssfeer Regeling aanwijzing ontwikkelingsorganisaties BEU 2002
- Regeling uitkering aan gemoedsbezwaarden ex artikel 48 AOW
- Regeling vaststelling gemiddeld premiepercentage voor de Werkloosheidswet dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds
- Spaarregeling gemoedsbezwaarden ex artikel 48 AOW
- SZW-intrekkingsregeling 2004
- Uitvoeringsbesluit koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen

Vervallen nadere regelgeving:
- Bekendmaking op grond van de Wet beperking export uitkeringen 2001 (vervallen)
- Besluit invordering boeten en onverschuldigd betaalde bedragen AOW, Anw en AKW (vervallen)
- Besluit tegemoetkoming AOW-ers (vervallen)
- Besluit vaststelling rekenpremie wachtgeldfondsen (vervallen)
- Besluit vrijwillige verzekering AOW en Anw 2001 (vervallen)
- Besluit vrijwillige verzekering AOW en Anw voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden (vervallen)
- Inkomensbesluit AOW 1996 (vervallen)
- Regeling aanwijzing ontwikkelingsorganisaties 2005 (vervallen)
- Regeling aanwijzing ontwikkelingsorganisaties BEU 2002 (vervallen)
- Regeling aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in Nederland (vervallen)
- Maatregelbesluit AOW (vervallen)
- Regeling vaststelling rekenpremies Ziektewet en wachtgeldfondsen (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Besluit beleidsregels SVB 2013
- Besluit internationale taken Sociale Verzekeringsbank
- Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-Wmkob-gerechtigden met een AOW-pensioen
- Tijdelijke regeling inkomensondersteuning AOW-pensioengerechtigden
- Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW
- Wet beperking export uitkeringen
- Wet beslistermijnen sociale verzekeringen
- Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen

 

 

Inhoudsopgave AOW

Hoofdstuk I Algemene bepalingen artt. 1 - 5
Hoofdstuk II Kring der verzekerden artt. 6 - 6a
Hoofdstuk III Het ouderdomspensioen en de toeslag artt. 7 - 33a
§ 1x Het recht op ouderdomspensioen en toeslag artt. 7 - 13
§ 2x Toekenning, ingang, intrekking, herziening en betaling van het ouderdomspensioen artt. 14 - 27
§ 3x Vakantie-uitkering artt. 28 - 33a
§ 4x Tegemoetkoming in aanvulling op het ouderdomspensioen (vervallen) art. 33b
Hoofdstuk IV De vrijwillige verzekering artt. 34 - 40
Hoofdstuk IVa Vrijwillige verzekering voor in de Europese Unie wonende postactieven (vervallen) artt. 40 - 46
Hoofdstuk V Gemoedsbezwaren artt. 47 - 48
Hoofdstuk VI Informatieverplichtingen artt. 49 - 50
Hoofdstuk VII Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie artt. 51 - 54
Hoofdstuk VIII Overgangsbepalingen artt. 55 - 64d
§ 1x Het ouderdomspensioen van personen die vóór het in werking treden van artikel 6 de leeftijd van 15, doch nog niet die van 65 jaar hebben bereikt artt. 55 - 57
§ 2x Het ouderdomspensioen van personen die vóór of op de dag het in werking treden van artikel 7 de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt (door vernummering vervallen) artt. 58 - 61
§ 2x Overige overgangsbepalingen art. 62 - 64d
Hoofdstuk IX Strafbepalingen artt. 65 - 69
Hoofdstuk X Slotbepalingen artt. 70 - 75
xxxxxxxxxxxxr   xxxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Bijlage Handelingen II 1954-1955, 1955-1956, 4009.
Handelingen I 1955-1956, blz. 3821-3939, 3944-3973.
Bijlage Handelingen I 1955-1956, 4009.
Handelingen I 1955-1956, blz. 3427-3450, 3455-3474.

Geschiedenis:
Staatsblad 1995, 200Staatscourant 1995, 248Staatsblad 1995, 691Staatsblad 1995, 696Staatsblad 1996, 134Staatscourant 1996, 43Staatsblad 1996, 248Staatscourant 1996, 120Staatsblad 1996, 478Staatscourant 1996, 250Staatsblad 1996, 654Staatscourant 1997, 119Staatscourant 1997, 249Staatsblad 1997, 96Staatsblad 1997, 660Staatsblad 1997, 773Staatsblad 1997, 789Staatsblad 1997, 794Staatsblad 1998, 203Staatscourant 1998, 61Staatsblad 1998, 278Staatsblad 1998, 267Staatscourant 1998, 118Staatscourant 1998, 245Staatsblad 1998, 742Staatsblad 1999, 185Staatsblad 1999, 250Staatscourant 1999, 119Staatscourant 1999, 230Staatsblad 1999, 564Staatsblad 1999, 594Staatsblad 2000, 40Staatscourant 2000, 119Staatscourant 2000, 235Staatsblad 2000, 496Staatsblad 2000, 593Staatsblad 2001, 67Staatsblad 2000, 571Staatsblad 2000, 627Staatsblad 2001, 212Staatscourant 2001, 114Staatsblad 2001, 481Staatsblad 2001, 568Staatscourant 2001, 228Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2001, 692Staatscourant 2002, 119Staatscourant 2002, 245Staatsblad 2003, 40Staatscourant 2003, 56Staatscourant 2003, 122Staatsblad 2003, 376Staatsblad 2003, 524Staatscourant 2003, 250Staatsblad 2003, 544Staatscourant 2004, 63Staatscourant. 2004, 120Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2004, 717Staatsblad 2004, 728Staatsblad 2005, 192Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 530Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 710Staatsblad 2005, 708Staatsblad 2005, 713Staatsblad 2005, 718Staatsblad 2006, 558Staatsblad 2006, 697Staatsblad 2007, 305Staatsblad 2007, 551Staatsblad 2007, 555Staatsblad 2008, 510Staatsblad 2009, 63Staatsblad 2009, 384Staatsblad 2009, 265Staatsblad 2009, 390Staatsblad 2009, 282Staatsblad 2009, 318Staatsblad 2009, 542Staatsblad 2009, 580Staatsblad 2009, 596Staatsblad 2010, 350Staatsblad 2010, 840Staatsblad 2010, 838Staatsblad 2010, 867Staatsblad 2011, 9Staatsblad 2011, 231Staatsblad 2011, 288Staatsblad 2011, 359Staatsblad 2011, 360Staatsblad 2011, 618Staatsblad 2012, 2Staatsblad 2011, 645Staatsblad 2011, 650Staatsblad 2012, 328Staatsblad 2012, 657Staatsblad 2012, 462Staatsblad 2012, 463Staatsblad 2012, 682Staatsblad 2013, 115Staatsblad 2013, 236Staatsblad 2013, 316Staatsblad 2013, 578Staatsblad 2014, 238Staatsblad 2014, 227Staatsblad 2014, 269Staatsblad 2014, 270Staatsblad 2014, 307.

 

 

WET van 31 mei 1956, Stb. 1956, 281, inzake een algemene ouderdomsverzekering (Algemene Ouderdomswet). Laatste tekstplaatsing: Stb. 1990, 129. Inwerkingtreding: 1 augustus 1956 (Stb. 1956, 408).

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen vast te stellen inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering tegen geldelijke gevolgen van ouderdom;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Algemene bepalingen

 

Art. 1. [Begripsbepalingen]  [GeschiedenisOvWMvTStb. 1995, 696 + bisStb. 1997, 660Stb. 1997, 789Stb. 1998, 203Stb. 2000, 496Stb. 2005, 525Stb. 2009, 63Stb. 2009, 596Stb. 2010, 838Stb. 2011, 9Stb. 2012, 328Stb. 2014, 307 + bis]
-1. Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
c. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
d. brutominimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag;
e. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
f. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting of een inrichting voor verpleging van terbeschikkinggestelden;
g. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
h. continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland;
i. pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat;
j. aanvangsleeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a, met ingang waarvan een niet-verzekerd tijdvak leidt tot een korting op het ouderdomspensioen;
k. CBS: Centraal bureau voor de statistiek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.
-2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. echtgenoten: geregistreerde partners;
c. gehuwd: als partner geregistreerd;
d. gehuwde: als partner geregistreerde.
-3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. [Bargh98]
-7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid.
-8. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
-9. Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

 

Art. 2. [Begrip ingezetene]  [GeschiedenisOvWMvT]
Ingezetene in de zin van deze wet is degene die in Nederland woont.

 

Art. 3. [Woonplaats, vestigingsplaats]  [GeschiedenisOvWMvTStb. 2005, 710Stb. 2010, 350]
-1. Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen welke in Nederland hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van Nederland beschouwd.
-3. Hij die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen één jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of op het grondgebied van een andere mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond.

 

Art. 4. Vervallen[GeschiedenisOvWMvTStb. 2001, 692Stb. 2010, 867]

 

Art. 5. Vervallen[GeschiedenisOvWMvTStb. 1997, 789Stb. 1999, 564Stb. 2000, 627 + bis]

 

 

HOOFDSTUK  II

Kring der verzekerden

 

Art. 6. [Kring verzekerden]  [GeschiedenisOvWMvTStb. 1998, 203Stb. 2000, 496 + bisStb. 2011, 9Stb. 2012, 328]
-1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.