|
MEMORIE VAN TOELICHTING
Enkele nadere regelgeving:
- Besluit
maatschappelijke ondersteuning
- Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
- Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden
volksverzekeringen 1999
- Besluit
wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering
- Besluit Wfsv
- Besluit
zorgaanspraken AWBZ
- Bijdragebesluit zorg
- SZW-intrekkingsregeling
2004
- Regeling
aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in Nederland 2010
- Regeling
gebruik burgerservicenummer in de zorg
- Regeling
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten'
- Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
- Zorgindicatiebesluit
Vervallen nadere
regelgeving:
- Besluit
financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering
AWBZ (vervallen)
- Besluit regeling vergoeding Bijzondere
Ziektekostenverzekering (vervallen)
- Besluit vrijwillige verzekering AWBZ
(vervallen)
- Besluit zorgaanspraken bijzondere
ziektekostenverzekering (vervallen)
- Regeling
aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in Nederland (vervallen)
Relevante
overige regelgeving:
- Invoerings-
en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
- Wet
maatschappelijke ondersteuning
- Zorgverzekeringswet
Inhoudsopgave
AWBZ
Parlementaire
behandeling:
Bijlage Handelingen II 1965-1966, 1966-1967, 1967-1968, 8457.
Handelingen II 1967-1968, blz. 258-342.
Bijlage Handelingen I 1967-1968, 8457.
Handelingen I 1967-1968, blz. ....-....
Geschiedenis:
Staatsblad
1995, 355; Staatsblad 1995, 681;
Staatsblad 1995, 684; Staatsblad
1995, 695; Staatsblad 1995, 691;
Staatsblad 1995, 696; Staatsblad
1996, 80; Staatsblad 1996, 478;
Staatsblad 1997, 63; Staatsblad 1997,
96; Staatsblad 1997, 488;
Staatsblad 1997, 510; Staatsblad 1997,
660; Staatsblad 1998, 203;
Staatsblad 1998, 267; Staatsblad 1999,
30; Staatsblad 1999, 185;
Staatsblad 1999, 239; Staatsblad 2000,
40; Staatsblad 2000, 42;
Staatsblad 2000, 338; Staatsblad 2000,
496; Staatsblad 2001, 23;
Staatsblad 2000, 605; Staatsblad 2001,
50; Staatsblad 2001, 386;
Staatsblad 2001, 625; Staatsblad 2002,
241; Staatsblad 2004, 32;
Staatsblad 2004, 50; Staatsblad 2004,
306; Staatsblad 2005, 37; Staatsblad 2005, 27;
Staatsblad 2005, 282; Staatsblad
2005, 347; Staatsblad 2005, 525; Staatsblad 2005, 530;
Staatsblad 2005, 571; Staatsblad
2005, 573; Staatsblad
2005, 710; Staatsblad 2005, 708;
Staatsblad 2006, 415; Staatsblad
2006, 605; Staatsblad 2006, 644;
Staatsblad 2007, 540; Staatsblad
2008, 63; Staatsblad 2008, 164;
Staatsblad 2008, 271; Staatsblad
2008, 526; Staatsblad 2009, 108;
Staatsblad 2009, 384;
Staatsblad 2009, 265; Staatsblad
2010, 350; Staatsblad 2011, 9;
Staatsblad 2011, 111; Staatsblad
2011, 204; Staatsblad 2011,
561; Staatsblad 2012, 77;
Staatsblad 2012, 381; Staatsblad
2012, 547; Staatsblad 2012,
679; Staatsblad 2012, 682.
WET van 14 december 1967, Stb.
1967, 617, houdende algemene verzekering bijzondere
ziektekosten (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Laatste
tekstplaatsing: Stb.
1992, 392. Inwerkingtreding: 1 januari 1968 (Stb. 1967, 654).
WIJ
JULIANA, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.
enz. enz.
Allen, die deze zullen
zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is regelen vast te stellen
inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende verplichte
verzekering bijzondere ziektekosten;
Zo is het, dat Wij, de
Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
HOOFDSTUK
1
Algemene
bepalingen
Art. 1.
[Begripsbepalingen] [Geschiedenis:
OvW; MvT
+ bis; Stb. 1995, 696; Stb.
1996, 80; Stb. 1997, 660
+ bis + bis;
Stb. 1998, 203; Stb.
1999, 185; Stb. 1999, 239;
Stb. 2000, 496; Stb.
2001, 23; Stb.
2005, 37; Stb. 2005, 27 + bis;
Stb. 2005, 525; Stb
2005, 571; Stb. 2006, 415;
Stb. 2008, 164; Stb.
2009, 108; Stb. 2011, 9;
Stb. 2011, 111 + bis
+ bis; Stb.
2011, 561; Stb. 2012, 77;
Stb. 2012, 679]
-1. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Sociale verzekeringsbank: de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in
artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
b. verzekeraar: een
verzekeringsonderneming als bedoeld in Richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van
de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van
de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot
het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringbranche en de uitoefening daarvan
(PbEG L 228);
c. zorgverzekeraar: een
zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de
Zorgverzekeringswet die deze wet ten aanzien
van de verzekerden wenst uit te voeren en zich overeenkomstig artikel
33 heeft aangemeld;
d. sociaal-fiscaal nummer:
het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel k, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen;
e. instelling:
1º. een instelling in de
zin van de Wet
toelating zorginstellingen;
2º. een organisatorisch verband dat gevestigd is buiten het
grondgebied van het Europese deel van Nederland en overeenkomstig de
daar geldende wetgeving rechtmatig gezondheidszorg verstrekt als bedoeld
bij en krachtens artikel
6;
f. Onze Minister: Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
g. College zorgverzekeringen: het College voor
zorgverzekeringen, genoemd in artikel
58,
eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
h. zorgautoriteit: de
zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening
gezondheidszorg;
i. Algemeen Fonds
Bijzondere Ziektekosten: het fonds, genoemd in artikel 89 van de
Wet
financiering sociale verzekeringen;
j. zorgaanbieder: een
instelling of persoon die zorg als bedoeld in artikel 6 verleent;
k. lichamen:
rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen
maatschappelijk gelijk
kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke
rechtspersonen en doelvermogens;
l. vreemdeling: een
vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet
2000;
m. burgerservicenummer: het
burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet
algemene bepalingen burgerservicenummer;
n. continentaal plat: de exclusieve
economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet
instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan
de territoriale zee van Nederland;
o. het CAK, genoemd in artikel 48, eerste
lid.
-2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen
wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. echtgenoten: geregistreerde partners;
c. gehuwd: als partner geregistreerd;
d. gehuwde: als partner geregistreerde.
-3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde
meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een
gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in
de eerste graad;
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden
leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun
hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te
dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de
kosten van de huishouding dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht
indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de
huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een
gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de
gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke
registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen
voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten
aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen
voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid.
Art.
2. [Begrip ingezetene] [Geschiedenis:
OvW; MvT]
Ingezetene in de zin van deze wet is degene die in Nederland woont.
Art.
3. [Woonplaats, vestigingsplaats]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2005, 710; Stb.
2010, 350]
-1. Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen welke in Nederland hun thuishaven hebben, ten opzichte
van de bemanning als deel van Nederland beschouwd.
-3. Hij die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen één jaar
nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in Sint Maarten, Curaçao,
de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba ¹ of op het grondgebied van een andere mogendheid te
hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in
Nederland te hebben gewoond.
1. Volgens de redactie dient
"Sint Maarten, Curaçao, de openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius, Saba, Aruba" te worden vervangen door: Aruba, Curaçao,
Sint Maarten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Art.
4.
[Uitvoeringsinstellingen]
[Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 1999, 185; Stb.
2001, 23; Stb. 2001, 386;
Stb. 2005, 525]
In de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering wordt, voor
zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, voorzien door de
zorgverzekeraars
en het College
zorgverzekeringen.
HOOFDSTUK
II
Kring
der verzekerden
Art.
5.
[Kring verzekerden]
[Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 1998, 203; Stb.
1999, 30; Stb. 2000, 338;
Stb. 2000, 496; Stb.
2001, 23; Stb.
2008, 526; Stb. 2011, 9;
Stb. 2011, 111]
-1. Verzekerd overeenkomstig de
bepalingen van deze wet is degene die:
a. ingezetene is;
b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of
op het continentaal plat in
dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
-2. In afwijking van het eerste lid zijn vreemdelingen die niet
rechtmatig in Nederland verblijf genieten als bedoeld in artikel 8,
onderdeel a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet
2000, niet verzekerd.
-3. In afwijking van het tweede lid zijn
verzekerd:
a. kinderen in Nederland geboren uit
een in Nederland wonende vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet als
bedoeld in artikel 8, onderdeel a tot en met e of l,
van de Vreemdelingenwet
2000, dan wel in het buitenland geboren uit in Nederland wonende
ouders die rechtmatig verblijf genieten als bedoeld in artikel 8,
onderdeel a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet
2000;
b. kinderen die door in Nederland
wonende personen met de Nederlandse nationaliteit dan wel met rechtmatig
verblijf als bedoeld in artikel 8, onderdeel a tot en met e
of l, van de Vreemdelingenwet
2000, worden geadopteerd en voor wie met het oog op adoptie
beginseltoestemming is verleend op grond van artikel 2 van de Wet
opneming buitenlandse kinderen ter adoptie. De verzekering gaat in
vanaf het moment van adoptie naar het recht van het land waar het kind
zijn gewone verblijf heeft of vanaf het moment van de gezagsoverdracht
van het kind met het oog op adoptie aan een echtpaar of een persoon die
zijn gewone verblijf in Nederland heeft en die de procedure van opneming
ter adoptie van een kind ingevolge de Wet
opneming buitenlandse kinderen ter adoptie heeft gevolgd.
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in afwijking
van het eerste lid, uitbreiding dan wel beperking worden gegeven aan de
kring der verzekerden. [Bubkvv99]
[BzA]
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in afwijking
van het eerste en tweede lid, uitbreiding worden gegeven aan de kring
der verzekerden, voor zover het betreft:
[Bubkvv99] [BzA]
a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten
dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na in Nederland rechtmatig verblijf te
hebben genoten als bedoeld in artikel 8, onderdeel a tot en met e
en l, van
de Vreemdelingenwet
2000, tijdig toelating in aansluiting op dat verblijf
hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben gemaakt of beroep hebben
ingesteld tegen de intrekking van het besluit tot toelating, totdat op
die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is beslist.
Art. 5a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2005, 525]
Art.
5b. [Uitbreiding en beperking kring
verzekerden i.v.m. internationaal recht] [Geschiedenis:
Stb. 1998, 267]
Zo nodig in afwijking van artikel 5 en de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de
verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van
bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie;
b. wordt niet als verzekerde aangemerkt de persoon op wie op
grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke
organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.
Art.
5c. [Geschiedenis:
Stb.
2011, 111]
De Sociale verzekeringsbank stelt ambtshalve en,
desgevraagd, op aanvraag vast of een natuurlijk persoon voldoet aan de
bij of krachtens de artikelen 5 of 5b
vastgestelde voorwaarden voor het verzekerd zijn ingevolge deze wet.
HOOFDSTUK
III
De
aanspraken
Art.
6. [Zorgaanspraak] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1995, 681; Stb.
1996, 478 + bis; Stb.
1999, 239; Stb. 2001, 23;
Stb. 2004, 32; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 525; Stb.
2012, 547]
-1. De verzekerden hebben
aanspraak op zorg ter voorkoming van ziekten en ter voorziening
in hun geneeskundige behandeling, verpleging en verzorging. Tot deze zorg
behoren voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de
arbeidsgeschiktheid of strekkende tot verbetering van levensomstandigheden,
alsmede maatschappelijke dienstverlening.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden aard, inhoud en omvang van de zorg
waarop aanspraak bestaat, geregeld en kunnen voor het tot gelding
brengen van de aanspraken voorwaarden worden gesteld. [Bwbz]
[BzA]
-3. De zorgverzekeraars
dragen er zorg voor dat de bij hen ingeschreven verzekerden hun
aanspraken op zorg tot gelding kunnen brengen.
-4. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de aanspraak op
zorg slechts tot gelding kan worden gebracht indien de verzekerde
bijdraagt in de kosten daarvan. De bijdrage kan verschillen naargelang de
groep waartoe de verzekerde behoort en de zorg die verstrekt wordt en
kan mede afhankelijk gesteld worden van het inkomen en
vermogen van de verzekerde en
diens echtgenoot. [Btczg]
[Bz]
-5. Het derde lid is niet van
toepassing met betrekking tot het verlenen van zorg onder
verantwoordelijkheid, waaronder begrepen de financiële verantwoordelijkheid, van
Onze Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een
rechterlijke uitspraak.
-6. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in
het vierde lid die betrekking heeft op het in dat lid bedoelde vermogen
wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide
kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien één der kamers der
Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er
geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit
van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der
Staten-Generaal worden overgelegd.
Art.
7. [Zorgaanspraak militairen] [Geschiedenis:
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 27]
-1. Voor militairen in werkelijke dienst treden de aanspraken inzake
geneeskundige verzorging door of vanwege de Militair Geneeskundige
Dienst in de plaats van de aanspraken krachtens deze wet.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt een regeling
getroffen voor de verzekerden die, onder voorwaarden en regelen te
stellen door Onze Minister van Defensie, als gezinslid van een militair
aanspraak hebben op geneeskundige behandeling, verpleging en verzorging
of een tegemoetkoming in de kosten daarvan jegens Onze Minister van
Defensie. Bij deze algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald
dat voor de betrokken verzekerden de aanspraken voortvloeiende uit de
desbetreffende van Onze Minister van Defensie uitgaande regeling in de
plaats treden van de aanspraken krachtens deze wet. [BzA]
[Bzbz]
-3. Bij of krachtens de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel
van bestuur worden regelen gesteld inzake een uitkering door het College
zorgverzekeringen aan Onze Minister van Defensie ten laste van het Algemeen Fonds
Bijzondere Ziektekosten in verband met het vervallen van de aanspraken
ingevolge deze wet. [BzA] [Bzbz]
-4. Al hetgeen de verdere uitvoering van dit artikel betreft, wordt bij
of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld. Daarbij kan tevens
de controle worden geregeld op het verlenen van zorg ingevolge
de aanspraken, bedoeld in het tweede lid. [BzA]
[Bzbz]
Art. 8.
Vervallen. [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1996, 80; Stb.
1999, 30; Stb. 1999, 185;
Stb. 2001, 23; Stb. 2005, 27;
Stb 2005, 571]
Art. 8a. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 80; Stb
2005, 571]
Art. 8b.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1996, 80; Stb. 1999, 185;
Stb 2005, 571]
Art. 8c. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 80; Stb
2005, 571]
Art. 8d.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1996, 80; Stb. 1999, 185;
Stb 2005, 571]
Art. 8e.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1996, 80; Stb. 1999, 185;
Stb. 2005, 27; Stb
2005, 571]
Art. 8f.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1996, 80; Stb
2005, 571]
Art. 8g.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1996, 80; Stb. 1999, 185;
Stb. 2001, 23; Stb
2005, 571]
Art. 8h.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1996, 80; Stb.
1996, 478 + bis; Stb. 1999, 185;
Stb 2005, 571]
Art.
9. [Inschrijving als verzekerde bij
zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2000, 605; Stb.
2001, 386; Stb. 2001,
625; Stb. 2005, 525;
Stb. 2006, 644]
-1. De verzekerde, bedoeld
in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet,
is met
ingang van het tijdstip waarop de zorgverzekering ingevolge
die wet ingaat, voor de toepassing van deze wet als verzekerde
ingeschreven bij zijn zorgverzekeraar in de zin van artikel
1, onderdeel b, van
de Zorgverzekeringswet, mits deze zich overeenkomstig
artikel 33
heeft aangemeld voor de uitvoering van deze wet. Indien de
zorgverzekering is ingegaan binnen vier maanden nadat de verzekeringsplicht, bedoeld
in de Zorgverzekeringswet, is ontstaan, werkt de inschrijving terug tot
en met de dag waarop die verzekeringsplicht ontstond.
-2. De verzekerde die voor
de uitvoering van deze wet niet bij een zorgverzekeraar is
ingeschreven, meldt zich voor de toepassing van deze wet met inachtneming van
bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels ter inschrijving aan
bij een zorgverzekeraar die werkzaam is in de gemeente waar hij woont.
Een in het buitenland woonachtige verzekerde meldt zich aan bij een zorgverzekeraar naar eigen keuze. De zorgverzekeraar
is verplicht hem tot dat
doel in te schrijven.
-3. Het is een
zorgverzekeraar verboden anderen dan personen met wie hij een zorgverzekering als
bedoeld in de Zorgverzekeringswet is aangegaan, als verzekerde
in te schrijven indien deze woonachtig zijn buiten het werkgebied van
de zorgverzekeraar, tenzij het betreft een in het buitenland woonachtige
verzekerde.
Art.
9bis.
[Identificatie verzekerde]
[Geschiedenis:
Stb. 2005, 525; Stb.
2008, 164]
-1. De verzekerde die zich
ingevolge artikel 9, tweede lid, bij een zorgverzekeraar aanmeldt
ter inschrijving vermeldt daarbij zijn burgerservicenummer of, bij het
ontbreken daarvan, zijn sociaal-fiscaal nummer.
-2. De zorgverzekeraar
stelt, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet,
de identiteit van de te verzekeren persoon vast.
-3. De in het tweede lid
bedoelde vaststelling geschiedt aan de hand van documenten als bedoeld in artikel 1 van de
Wet op de
identificatieplicht,
die de verzekerde hem
desgevraagd ter inzage geeft.
-4. De zorgverzekeraar neemt
aard en nummer van de in het derde lid bedoelde documenten in zijn administratie op.
-5. De zorgverzekeraar
verlangt van de vreemdeling die zich ter inschrijving aanmeldt een
kopie van het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in
artikel 9, tweede lid, van de Vreemdelingenwet
2000, dat wordt aangemerkt
als een bescheid als bedoeld in artikel 4:3, tweede lid, van de
Algemene wet bestuursrecht.
Art.
9a. [Onafhankelijk indicatieorgaan]
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478; Stb.
1998, 203; Stb. 2002, 241
+ bis]
-1. Burgemeester en wethouders voorzien
erin dat in hun gemeente ten behoeve van de
inwoners een onafhankelijk indicatieorgaan werkzaam is dat kosteloos
besluit of een inwoner is aangewezen op één van de bij algemene
maatregel van bestuur aangewezen vormen van zorg. [BzA] [Zib]
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld over de samenstelling en de
werkwijze van het indicatieorgaan, alsmede over de geldigheidsduur van
besluiten als bedoeld in het eerste lid. [BzA] [Zib]
-3. Een indicatieorgaan verricht geen
andere dan bij of krachtens de wet opgedragen
taken.
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen aan indicatieorganen werkzaamheden worden opgedragen die
verband houden met de taken die bij de wet zijn opgedragen. Burgemeester
en wethouders kunnen het indicatieorgaan advies vragen omtrent
toekenning van voorzieningen waarbij de gezondheid of het
maatschappelijk functioneren van een persoon van belang is.
Art.
9b.
[Zorgaanspraak indien positief besluit
indicatieorgaan]
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478; Stb.
2002, 241 + bis; Stb.
2004, 306; Stb.
2008, 164]
-1. Aanspraak op zorg,
aangewezen ingevolge artikel 9a, eerste lid, bestaat slechts
indien en gedurende de periode waarvoor het bevoegde indicatieorgaan op
een door de verzekerde ingediende aanvraag heeft besloten dat deze naar
aard, inhoud en omvang op die zorg is aangewezen. De verzekerde vermeldt
bij de aanvraag zijn burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan,
zijn sociaal-fiscaal nummer.
-2. In afwijking van het eerste lid worden er bij algemene maatregel
van bestuur regels gesteld voor gevallen waarin het besluit niet
afgewacht kan worden. [UW]
-3. De aanspraak op
andere vormen van zorg dan die zijn aangewezen ingevolge artikel 9a,
eerste lid, kan slechts tot gelding worden gebracht voor zover de
verzekerde, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige
zorgverlening, daarop naar aard, inhoud en omvang redelijkerwijs is
aangewezen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden
geregeld door wie en op welke wijze wordt beoordeeld of de verzekerde
aangewezen is op een bepaalde vorm van zorg. Deze regels zijn zodanig
dat wordt gewaarborgd dat de beoordeling onafhankelijk geschiedt.
-4. In afwijking van het eerste tot en met
derde lid hebben cliënten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d,
van de Wet op de jeugdzorg
slechts aanspraak
op zorg aangewezen krachtens artikel 5, tweede lid, onderdeel b
en c, van die wet
indien de stichting die werkzaam is in de
provincie waar de betrokken jeugdige duurzaam verblijft een besluit
heeft genomen waaruit blijkt dat die cliënt op die zorg is aangewezen.
De regels gesteld krachtens artikel 3, vijfde lid, van de Wet
op de jeugdzorg zijn van toepassing.
-5. Het vierde lid is niet van toepassing
ten aanzien van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b,
van de Wet op de jeugdzorg
met betrekking tot
een jeugdige van wie een beroepsbeoefenaar, behorende tot een bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen beroepsgroep of een
daarmee in die maatregel gelijkgestelde behandelaar, een redelijk
vermoeden heeft dat bij de jeugdige sprake is van een bij of krachtens
die maatregel aangewezen psychische stoornis van een bij die maatregel
aan te geven ernst en tevens het vermoeden heeft dat de jeugdige, zijn
ouders, stiefouders of anderen die de jeugdige als behorende tot hun
gezin verzorgen en opvoeden, niet zijn aangewezen op jeugdzorg waarop
aanspraak bestaat op grond van de Wet
op de jeugdzorg of de Beginselenwet
justitiële jeugdinrichtingen. Bij de
maatregel, bedoeld in de eerste volzin, worden tevens regels gesteld
omtrent de informatie die de beroepsbeoefenaar in een geval als bedoeld
in die volzin verstrekt aan de betrokken stichting, bedoeld in artikel
1, onderdeel f, van de Wet
op de jeugdzorg. [UW]
-6.
Op het indicatieorgaan, bedoeld in het eerste lid, en de stichting,
bedoeld in het vierde lid, is, met uitzondering van de bewaartermijn als
omschreven in artikel 52, eerste lid, het bepaalde bij
of krachtens de artikelen 9bis, tweede tot en
met vijfde lid, en 52 van overeenkomstige toepassing
met betrekking tot het nemen van onderscheidenlijk het besluit, bedoeld
in het eerste lid, en het besluit, bedoeld in het vierde lid.
Art. 9c.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2000, 496; Stb.
2001, 23; Stb. 2005,
525]
Art.
10. [(Gecontracteerde) zorgaanbieder naar
eigen keuze] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2001, 23; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 644; Stb. 2012, 77]
-1. De verzekerde die zijn aanspraak op
zorg tot gelding wil brengen, wendt zich daartoe tot een zorgaanbieder
naar eigen keuze, met wie de zorgverzekeraar waarbij hij is ingeschreven
tot dat doel een overeenkomst als bedoeld in artikel 15 heeft gesloten.
Een aanspraak als bedoeld in de vorige volzin kan uitsluitend tot
gelding worden gebracht bij een zorgaanbieder die is gevestigd binnen
het grondgebied van het Europese deel van Nederland, de staten behorende
tot de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland
en die de zorg waarop aanspraak bestaat, levert binnen het desbetreffende
grondgebied.
-2. Een verzekerde heeft buiten het
grondgebied van het Europese deel van Nederland, maar binnen het
grondgebied van de staten behorende tot de Europese Unie, de Europese
Economische Ruimte en Zwitserland, ook aanspraken op zorg als bedoeld
bij en krachtens artikel 6 van deze wet,¹ niet zijnde zorg met verblijf
in een instelling, indien deze wordt verleend door een zorgaanbieder met
wie een zorgverzekeraar geen overeenkomst heeft gesloten.
-3. Bij algemene maatregel van bestuur kan
worden bepaald:
a. in welke gevallen en onder welke
voorwaarden een verzekerde die een aanspraak op zorg als bedoeld bij en
krachtens artikel 6 van deze wet,¹ tot gelding wil
brengen, zich voor
deze zorg kan wenden tot een zorgaanbieder met wie de zorgverzekeraar
geen overeenkomst heeft gesloten;
b. in welke gevallen en onder welke
voorwaarden zorg als bedoeld bij en krachtens artikel 6 van deze
wet,¹
buiten het grondgebied van het Europese deel van Nederland, de staten
behorende tot de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte en
Zwitserland kan worden verleend;
c. in welke gevallen en onder welke
voorwaarden de verzekerde in plaats van aanspraak op zorg als bedoeld
bij en krachtens artikel 6 van deze wet,¹ aanspraak heeft op gehele of
gedeeltelijke vergoeding van de voor deze zorg gemaakte kosten;
d. door wie in welke gevallen en onder
welke voorwaarden werkzaamheden die zijn opgedragen aan het
indicatieorgaan, bedoeld bij en krachtens de artikelen
9a en 9b, in
plaats van door dat orgaan kunnen worden verricht.
De voordracht voor een krachtens de
eerste volzin, aanhef en onder b, vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp
aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
-4. In de overeenkomsten,
bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat verzekerden, om hun
aanspraak op zorg tot gelding te brengen, door de
zorgverzekeraar ingeschreven moeten zijn op naam van een zorgaanbieder als
bedoeld in het eerste lid. Tevens kunnen daarin bepalingen worden opgenomen
ter beperking van het aantal ten name van een
zorgaanbieder in te schrijven verzekerden. De zorgverzekeraar kan
schriftelijk vaststellen dat het aantal overschrijvingen van een verzekerde in een
bepaald tijdvak aan een maximum is gebonden en dat overschrijvingen slechts kunnen plaatsvinden op daarbij
aangegeven tijdstippen.
-5. De in het eerste lid
genoemde verplichting zich te wenden tot een door het uitvoeringsorgaan
² gecontracteerde persoon of instelling geldt niet voor de zorg, bedoeld
in artikel 6, vijfde lid.
-6. Het verlenen van zorg,
bedoeld in artikel 6, vijfde lid, geschiedt overeenkomstig hetgeen
daarover elders is bepaald.
1. Volgens de redactie dient "van deze wet" telkens te
vervallen.
2. Volgens de redactie dient
"het uitvoeringsorgaan" te worden vervangen door: de
zorgverzekeraar.
Art.
10a. [Identificatieplicht jegens
zorgaanbieder] [Geschiedenis:
Stb. 2005, 347]
-1. Degene die als verzekerde
zijn aanspraak op een bij ministeriële regeling aangewezen vorm van
zorg geldend wil maken, verstrekt aan de persoon of instelling tot
wie onderscheidenlijk welke hij zich wendt voor het ontvangen van de
desbetreffende zorg, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, van de Wet
op de identificatieplicht of een ander bij ministeriële
regeling aan te wijzen document ter inzage waarmee zijn identiteit kan
worden vastgesteld. Indien het identiteitsbewijs niet onmiddellijk ter inzage
kan worden verstrekt, kan de persoon of instelling bepalen dat
uiterlijk binnen een termijn van veertien dagen aan deze verplichting wordt
voldaan.
-2. De persoon of instelling
die de in het eerste lid bedoelde zorg verleent, stelt de
identiteit van degene aan wie deze zorg wordt verleend vast aan de hand van het ter
inzage verstrekte document.
Art.
11. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 2005, 27; Stb.
2012, 77]
Art.
12. [Nadere regelgeving zorgaanspraak op
restitutiebasis] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2001, 23; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 525]
-1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg
worden aangewezen waarvoor de zorgverzekeraar schriftelijk kan
vaststellen dat bij hem ingeschreven verzekerden, in afwijking van artikel
6, eerste lid, in plaats van aanspraak op deze zorg, jegens hem
aanspraak op vergoeding van de voor deze zorg gemaakte kosten hebben.
-2. De artikelen 6,
tweede tot en met vijfde lid, 9b en 10
zijn van overeenkomstige toepassing.
-3. Indien voor de betrokken vorm van zorg
krachtens artikel 6, vierde lid, een eigen
bijdrage is vastgesteld, wordt de vergoeding met deze eigen bijdrage
verminderd.
-4. In afwijking van het tweede lid kan bij
algemene maatregel van bestuur voor één of meer van de in het eerste
lid bedoelde vormen van zorg worden bepaald dat de zorgverzekeraar schriftelijk kan vaststellen dat de in artikel
10, eerste lid, neergelegde verplichting zich te wenden tot een door de
zorgverzekeraar gecontracteerde persoon of instelling voor bij hem
ingeschreven verzekerden niet geldt.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen met betrekking tot het eerste tot en met vierde lid
nadere regels worden gesteld.
Art.
12a. [Zorgaanspraak op restitutiebasis als
noodvoorziening] [Geschiedenis:
Stb. 1999, 185;
Stb. 2001, 23; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415]
-1. Indien de zorgverzekeraar in de onmogelijkheid verkeert op voor hem aanvaardbare voorwaarden
met een genoegzaam aantal personen of instellingen ter zake van één of meer vormen van zorg overeenkomsten als bedoeld in
artikel 15
te
sluiten, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat de bij de zorgverzekeraar ingeschreven verzekerden
tijdelijk in plaats van
aanspraak op deze zorg, jegens hun zorgverzekeraar aanspraak hebben op
vergoeding van de voor deze zorg gemaakte kosten.
-2. In de ministeriële
regeling wordt tevens bepaald onder welke voorwaarden en tot welk
bedrag aanspraak op vergoeding bestaat en kunnen nadere regels voor de
aanspraak op een vergoeding worden gesteld.
-3. Het eerste en tweede lid
zijn van overeenkomstige toepassing indien een vorm van zorg is
aangewezen in een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel
12,
eerste lid, zonder dat van de in het vierde lid van dat artikel bedoelde
mogelijkheid gebruik is gemaakt.
-4. Voor zover een
zorgverzekeraar in de onmogelijkheid verkeert op voor hem aanvaardbare voorwaarden met een genoegzaam aantal
zorgaanbieders ter zake van één of meer vormen van zorg overeenkomsten te sluiten als bedoeld in
artikel 15, kan de zorgautoriteit hem ontheffen van de verplichting zodanige overeenkomsten te sluiten.
Art.
13.
[Nadere regelgeving voortzetting zorg na eindiging
verzekering]
[Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 1999, 239; Stb. 2005, 27]
-1. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat zorg wordt
voortgezet na het tijdstip waarop de verzekering is geëindigd of dat een
aanspraak op een vergoeding bestaat voor zorg die wordt verleend na dat
tijdstip. Daarbij kunnen beperkingen en voorwaarden worden gesteld.
De wijze waarop een zodanige aanspraak tot gelding wordt gebracht,
wordt daarbij eveneens geregeld.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan voor gevallen of omstandigheden waarin de
kosten van het verlenen van de desbetreffende zorg in redelijkheid niet of
niet volledig ten laste van de in deze wet geregelde verzekering dienen
te komen, worden bepaald dat:
a. de zorg wordt geweigerd;
b. de zorg op een later
tijdstip ingaat;
c. een hogere bijdrage van
de verzekerde wordt gevorderd dan krachtens artikel
6, vierde
lid, is vastgesteld; of
d. een vergoeding van
gemaakte kosten geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.
Art.
14.
[Reglement zorgverzekeraar inzake zorgaanspraken]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185;
Stb. 2001, 23; Stb. 2005, 27
+ bis; Stb.
2005, 525]
-1. Onverminderd het bij of
krachtens deze wet bepaalde kan de zorgverzekeraar
schriftelijk de voorwaarden vaststellen waaronder de aanspraken, bedoeld in de
artikelen 6 en 10 tot en met 13, tot gelding worden gebracht.
-2. De
zorgverzekeraar zorgt ervoor dat de bij hem ingeschreven verzekerden bij inschrijving
en vervolgens periodiek de door de
zorgverzekeraar vastgestelde regels of een weergave van de inhoud
daarvan ontvangen.
-3. De
zorgverzekeraar verstrekt een ieder op diens verzoek de door de
zorgverzekeraar vastgestelde regels of een weergave
van de inhoud daarvan.
Art.
15. [Overeenkomst
zorgverzekeraars-zorgaanbieders] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb. 1999, 239;
Stb.
2001, 23 + bis; Stb. 2005, 27
+ bis; Stb.
2005, 525; Stb. 2012, 77]
-1.
Zorgverzekeraars sluiten schriftelijke overeenkomsten met zorgaanbieders
die zorg kunnen verlenen waarop ingevolge artikel 6
aanspraak bestaat.
-2. De duur van een overeenkomst bedraagt
maximaal vijf jaar.
-3. Met zorgaanbieders die vormen van zorg
verlenen als bedoeld in artikel 6, vijfde
lid, worden wat deze vormen van zorg betreft geen overeenkomsten
gesloten.
-4. Indien na beëindiging van een
overeenkomst voor een bepaalde vorm van zorg door een zorgverzekeraar
geen aansluitende overeenkomst voor die vorm van zorg met dezelfde
zorgaanbieder tot stand komt, behoudt de verzekerde, zolang die zorg
noodzakelijk is, jegens de zorgverzekeraar aanspraak op ononderbroken
voortzetting van die vorm van zorg, te verlenen door dezelfde
zorgaanbieder, wanneer die zorg is aangevangen vóór de datum waarop de
overeenkomst met die zorgaanbieder voor die desbetreffende vorm van zorg
is beëindigd.
-5. Gedurende de tijdelijke voortzetting
van de zorg, bedoeld in het vierde lid, gelden tussen de zorgverzekeraar
en de zorgaanbieder de voorwaarden van de overeenkomst waaronder de zorg
aan de in het vierde lid bedoelde verzekerde is aangevangen.
-6. De zorgverzekeraar die een
overeenkomst sluit als bedoeld in artikel
10, eerste lid, met een
zorgaanbieder buiten het Europese deel van Nederland stelt de
zorgautoriteit daarvan in kennis. De zorgverzekeraar is gehouden
desgevraagd aan de zorgautoriteit of aan een door deze aangewezen
persoon kosteloos een afschrift van de gesloten overeenkomst te
overleggen.
Art.
16. [Vereisten overeenkomst] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2005, 27; Stb.
2005, 525]
-1. De overeenkomsten
bevatten ten minste bepalingen over:
a. het tijdstip waarop de
overeenkomst aanvangt te werken, de duur van de overeenkomst en tussentijdse beëindiging van de overeenkomst;
b. de aard, de kwaliteit,
de doelmatigheid en de omvang van de te verlenen zorg;
c. de prijs van de te
verlenen zorg;
d. de wijze waarop de
verzekerden van informatie worden voorzien;
e. de controle op de
naleving van de overeenkomst, waaronder begrepen de controle op de
te verlenen dan wel verleende zorg en op de juistheid van de daarvoor
in rekening gebrachte bedragen;
f. de administratieve
voorwaarden die partijen bij de uitvoering van de overeenkomst in acht zullen
nemen, waaronder in elk geval de in artikel 10a, tweede lid, genoemde
verplichting.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels over de inhoud van de
overeenkomsten worden gesteld. [BzA]
[Bzbz]
Art.
16a.
[Nietigheid overeenkomst]
[Geschiedenis:
Stb. 2005, 525]
Overeenkomsten die in
strijd met het bij of krachtens de artikelen 15 of
16 bepaalde zijn
gesloten, zijn nietig.
Art.
16b.
[Contracteerplicht zorgverzekeraar jegens
instellingen] [Geschiedenis:
Stb. 2005, 525; Stb.
2012, 77]
-1. Een zorgverzekeraar is
verplicht met iedere instelling als
bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1º, op haar verzoek een overeenkomst te sluiten
als bedoeld in artikel 15, eerste lid, tenzij hij daartegen ernstige bezwaren
heeft.
-2. Indien een
zorgverzekeraar een werkgebied heeft dat niet alle Nederlandse provincies
omvat, is de in het eerste lid bedoelde verplichting beperkt tot de
instellingen die zijn gelegen binnen dit werkgebied en de
instellingen waarvan de bevolking van dit werkgebied naar verwachting regelmatig
gebruik zal maken.
-3. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg of categorieën
van instellingen worden aangewezen waarvoor het eerste lid niet geldt.
-4. Het College zorgverzekeringen kan bij het verlenen van een ontheffing van artikel
38,
eerste lid, bepalen of en in hoeverre van het gestelde in het eerste en
tweede lid van dit artikel kan worden afgeweken.
Art.
16c.
[Contracteerplicht instelling jegens andere
zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
Stb. 2005, 525; Stb.
2012, 77]
-1. Een instelling als
bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder
1º, die met een zorgverzekeraar een
overeenkomst als bedoeld in artikel 15, eerste lid, heeft gesloten, is gehouden
op daartoe door een andere zorgverzekeraar gedaan verzoek met deze een
gelijke overeenkomst te sluiten, tenzij die instelling daartegen
ernstige bedenkingen heeft.
-2. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg of categorieën
van instellingen worden aangewezen waarvoor het eerste lid niet geldt.
HOOFDSTUK
IV
De op
te brengen middelen; ontheffing wegens gemoedsbezwaren
Art.
17. [Nominale premie] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1995, 355; Stb.
1995, 681 + bis; Stb.
2001, 23; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 525]
-1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de
verzekerde die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, aan de
zorgverzekeraar waarbij hij is ingeschreven, een, voor alle verzekerden gelijke, bij
ministeriële regeling vast te stellen premie is verschuldigd. Bij de algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ten aanzien van
daarbij aangegeven groepen van verzekerden een afwijkende premie kan
worden vastgesteld.
-2. Bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur
kunnen regels worden gesteld omtrent de betaling van de premie en de
gevolgen van niet tijdige betaling.
-3. De premie wordt aangewend ter dekking van de kosten van zorg en
van vergoedingen die aan de uitvoering van deze wet
voor de zorgverzekeraar zijn verbonden.
-4. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen
algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp
in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de
gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de
bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister
te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp
aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
Art. 18.
Vervallen. [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1995, 681]
Art.
19. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
20. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
21. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
22. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
23. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
24. Vervallen.
[Geschiedenis]
Art.
25. Vervallen.
[Geschiedenis]
Art.
26. Vervallen.
[Geschiedenis]
Art.
27. Vervallen.
[Geschiedenis]
Art.
28. Vervallen.
[Geschiedenis]
Art.
29. Vervallen.
[Geschiedenis]
Art.
30. Vervallen.
[Geschiedenis]
Art.
31. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
32. [Ontheffing nominale premie wegens
gemoedsbezwaren] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
2005, 37]
De aan een verzekerde op
grond van hoofdstuk 5 van de Wet financiering sociale verzekeringen
verleende ontheffing geldt tevens als ontheffing van de
verplichtingen opgelegd bij of krachtens artikel
17.
HOOFDSTUK
IVA
Vrijwillige
verzekering
Vervallen
Art. 32a.
Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 2000, 605; Stb.
2005, 525; Stb. 2005,
573]
Art. 32b.
Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 2000, 605 + bis;
Stb. 2001, 386; Stb.
2001, 625; Stb.
2005, 525]
Art. 32c.
Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 2000, 605; Stb.
2001, 386; Stb. 2001,
625; Stb.
2005, 37; Stb.
2005, 525]
HOOFDSTUK V
De
zorgverzekeraars
Art.
33. [Aanmelding bij NZa] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb.
2005, 282; Stb.
2005, 525; Stb. 2006, 415;
Stb.
2011, 111]
-1. Een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel
1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet
die deze wet ten aanzien van de verzekerden wenst uit te voeren, meldt zich daartoe aan bij de
zorgautoriteit, onder vermelding van de dag met ingang waarvan hij zulks gaat
doen.
-2. Na aanmelding is de
zorgverzekeraar verplicht te voldoen aan de voorschriften die bij of
krachtens deze wet aan zorgverzekeraars zijn opgelegd.
-3. Artikel 26 van de Zorgverzekeringswet
is van overeenkomstige
toepassing.
Art.
34. [Doelmatige uitvoering werkzaamheden]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb.
2005, 525]
De zorgverzekeraar is
verplicht zijn werkzaamheden op een doelmatige wijze uit te voeren. Hij
treft de nodige maatregelen ter voorkoming van de verstrekking van onnodige
zorg en van uitgaven die hoger dan noodzakelijk zijn.
Art.
35. [Gescheiden administratie]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 525]
De zorgverzekeraar voert
ter zake van de uitvoering van deze wet een van zijn overige
activiteiten gescheiden administratie.
Art.
36. [Financieel verslag aan NZa]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb.
2005, 525; Stb. 2006, 415
+ bis; Stb.
2006, 644]
-1. Een zorgverzekeraar
zendt vóór 1 juli aan de zorgautoriteit een financieel verslag over het
voorafgaande kalenderjaar. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen
de beheerskosten en de kosten van verstrekking van zorg en
vergoedingen.
-2. Het financieel verslag
gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als
bedoeld in artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verslag van zijn
bevindingen over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde
financiële beheer.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het
financieel verslag.
-4. De zorgautoriteit zendt het College zorgverzekeringen onverwijld een exemplaar van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken.
-5. Op aanvraag van een
zorgverzekeraar is de
zorgautoriteit bevoegd voor in
haar besluit aan te
wijzen baten en lasten te besluiten dat het ontbreken van een
overeenkomst als bedoeld in artikel 15 geen gevolgen heeft voor de inhoud van de
verklaring, bedoeld in het tweede lid.
Art.
37. [Uitvoeringsverslag aan NZa]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415]
-1. De zorgverzekeraar zendt vóór 1 juli aan
de zorgautoriteit in tweevoud een
uitvoeringsverslag waarin hij:
a. rapporteert over de
uitvoering van deze wet in het voorafgaande kalenderjaar; en
b. een overzicht geeft van
zijn voornemens met betrekking tot de uitvoering van deze wet in
het lopende kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het
uitvoeringsverslag. De voorschriften kunnen in het bijzonder betrekking
hebben op naleving van een in de regeling aan te wijzen gedragscode.
-3. De zorgverzekeraar voegt
bij het uitvoeringsverslag twee exemplaren van een verslag met bevindingen van een accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek over de vraag of:
a. het uitvoeringsverslag
overeenkomstig de daarvoor geldende regels is opgesteld;
b. de uitvoering is
geschied overeenkomstig de verplichtingen die bij of krachtens deze wet in het
voorafgaande kalenderjaar op de zorgverzekeraar rustten.
-4. Artikel 36, vierde lid,
is van overeenkomstige toepassing.
Art. 38.
Vervallen. [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23 +
bis; Stb.
2005, 525; Stb. 2008, 63]
Art. 38a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2001, 386; Stb.
2005, 525]
Art.
39. [Voldoening vorderingen door CVZ bij
betalingsonmacht zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 605]
-1. Indien krachtens afdeling 3.5.5 van de
Wet op het financieel
toezicht jegens een zorgverzekeraar of een voormalige zorgverzekeraar
de noodregeling is uitgesproken of een voormalige zorgverzekeraar failliet is verklaard,
voldoet het College zorgverzekeringen aan verzekerden en aan zorgaanbieders
jegens die zorgverzekeraar of voormalige zorgverzekeraar bestaande
vorderingen ter zake van op grond van deze wet verstrekte zorg of
vergoeding van daarvoor gemaakte kosten.
-2. De vorderingen, bedoeld
in het eerste lid, gaan bij wijze van subrogatie op het College zorgverzekeringen over voor zover dat college
deze heeft voldaan.
-3. Het Rijk is tegenover
het College zorgverzekeringen aansprakelijk voor de betalingen, bedoeld
in het eerste lid.
Art.
40.
[Administratie en controle door CAK en
verbindingskantoren] [BzA]
[Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb.
2001, 386; Stb.
2005, 525; Stb. 2006, 644]
-1. Ten aanzien van het
verlenen van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zorg
waarop ingevolge artikel 6 aanspraak bestaat, kan bij die maatregel
worden bepaald dat de administratie geheel of ten dele wordt verricht door
één of meer door Onze Minister aan te wijzen rechtspersonen en dat de
controle geheel of ten dele wordt uitgeoefend door één of meer door Onze
Minister aan te wijzen rechtspersonen. Daarbij wordt tevens bepaald volgens welke regels en onder wiens verantwoordelijkheid in
zodanig geval de administratie wordt verricht en de controle wordt uitgeoefend, alsmede op welke wijze de kosten hiervan
worden gedekt uit het
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.
-2. Controle op het verlenen
van zorg als bedoeld in artikel 6, vijfde lid,
kan worden geregeld bij
ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van
Justitie.
-3. Bij de maatregel,
bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt bepaald of en in welke mate wordt afgeweken van het eerste lid.
Art. 40a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2001, 50 + bis;
Stb. 2005, 525]
HOOFDSTUK
VI
Taken van het College zorgverzekeringen
Art.
41. [Bevordering recht- en doelmatige
uitvoering AWBZ] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 525; Stb.
2012, 547]
-1. Het College zorgverzekeringen bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van
deze wet door de zorgverzekeraars, door het CAK en door de rechtspersonen, bedoeld in
artikel 40. [BW]
-2. Het College
zorgverzekeringen kan met het oog op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van
deze wet beleidsregels stellen voor de zorgverzekeraars, voor het CAK en
voor de rechtspersonen, bedoeld in artikel
40.
Art. 41a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2005, 525]
Art. 41b. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1995, 355; Stb.
1995, 681; Stb.
2005, 525]
Art.
42. [Voorlichting over zorgaanspraken]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2001, 386; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 347; Stb.
2005, 525]
Het College zorgverzekeringen geeft aan zorgverzekeraars, aan zorgaanbieders en aan
burgers voorlichting over de aard, inhoud en omvang van de aanspraken op
grond van deze wet.
Art. 42a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 27; Stb.
2005, 525]
Art.
43. [Rapportage en signalering aan
minister] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 347; Stb.
2005, 525]
-1. Het College zorgverzekeringen rapporteert Onze Minister desgevraagd over
voorgenomen beleid inzake aard, inhoud en omvang van de aanspraken, bedoeld
in artikel 6.
-2. Het College
zorgverzekeringen signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister
feitelijke ontwikkelingen die aanleiding kunnen geven tot wijzigingen van de
aard, inhoud en omvang van de aanspraken op grond van deze wet.
Art.
44. [Nadere regelgeving subsidies]
[Rgbz]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 27; Stb.
2005, 525]
-1. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald dat het College
zorgverzekeringen overeenkomstig in die regeling gestelde regels:
a. tijdelijk subsidies
verstrekt voor zorg ten aanzien waarvan het voornemen bestaat deze te
doen opnemen in de aanspraken op grond van deze wet;
b. subsidies verstrekt om
verzekerden de mogelijkheid te geven om in plaats van het tot gelding brengen van een aanspraak op grond van deze
wet zelf te voorzien in de
zorg die zij behoeven;
c. subsidies verstrekt voor
zwangerschapsafbrekingen in de zin van de Wet
afbreking zwangerschap, overtijdbehandelingen en aan beide
behandelingsvormen verbonden nazorg.
-2. In een regeling als
bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij aan te wijzen bevoegdheden met betrekking tot de verstrekking
van de subsidies behorende
tot een in die regeling genoemde categorie worden uitgeoefend door één
of meer door het College zorgverzekeringen aan te wijzen rechtspersonen als bedoeld in artikel 40.
-3. Onze Minister kan
jaarlijks voor een categorie van subsidies het subsidieplafond voor het
komende jaar bekendmaken.
-4. In een regeling als
bedoeld in het eerste lid kan aan het College zorgverzekeringen worden opgedragen nadere regels te stellen.
-5. Nadere regels als
bedoeld in het vierde lid behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
-6. Goedkeuring kan slechts
worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van de volksgezondheid.
Art. 44a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 27; Stb.
2005, 525]
Art.
45. [Jaarrekening AFBZ] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 27; Stb.
2005, 525; Stb 2005, 571;
Stb. 2006, 644]
-1. Het College zorgverzekeringen zendt jaarlijks
vóór 15 maart aan Onze Minister
met
betrekking tot het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten een
jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar, alsmede het verslag van
bevindingen, bedoeld in het vijfde lid.
-2. Het College
zorgverzekeringen legt in de jaarrekening, die zoveel mogelijk met
overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek wordt
ingericht, rekening en verantwoording af over de baten en lasten van het
Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en de toestand van dat fonds per
31 december, alsmede over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer van dat fonds in het afgelopen kalenderjaar.
-3. De jaarrekening gaat
vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door
een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te
geven in zijn controlewerkzaamheden.
-4. De verklaring, bedoeld
in het vierde lid, heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen van het Algemeen
Fonds Bijzondere
Ziektekosten.
-5. De accountant voegt bij
de verklaring, bedoeld in het vierde lid, tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de
organisatie voldoen aan
eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en
doelmatigheid.
Art.
46. [Goedkeuring jaarrekening AFBZ]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2001, 23; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 644; Stb. 2011, 204]
-1. De jaarrekening, bedoeld
in artikel 45, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen regels gesteld worden over de inhoud en de inrichting
van:
a. de jaarrekening, bedoeld
in artikel 45, eerste lid;
b. de verklaringen, bedoeld
in artikel 45, derde lid, de verslagen van bevindingen, bedoeld in
artikel 45, vijfde lid, alsmede het aan die verklaringen en bevindingen
ten grondslag liggende onderzoek.
-3. Na de goedkeuring,
bedoeld in het eerste lid, stelt het College
zorgverzekeringen de
jaarrekening van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten algemeen
verkrijgbaar.
Art.
47. [Rapportage over benodigde middelen en
premie] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1995, 355; Stb.
1999, 185; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 525]
Het College zorgverzekeringen rapporteert Onze Minister gevraagd en ongevraagd omtrent de
benodigde omvang van de ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten beschikbare middelen voor de in deze wet geregelde
verzekering en van de premie, bedoeld in artikel
90, eerste lid, onderdeel
a,
van de Wet financiering sociale verzekeringen.
HOOFDSTUK
VII
Het CAK
Art. 48.
[Instelling, vestigingsplaats, samenstelling en
vertegenwoordiging CAK] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1995, 355; Stb.
1995, 695; Stb. 1997, 63;
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb.
2005, 37; Stb.
2005, 525; Stb. 2006, 415;
Stb. 2011, 561]
-1. Er is een
CAK, dat
rechtspersoonlijkheid bezit.
-2. Het CAK is gevestigd in een door Onze
Minister te bepalen plaats.
-3. Het CAK bestaat uit ten hoogste drie
leden, onder wie de voorzitter.
-4. Het CAK wordt in en buiten rechte
vertegenwoordigd door de voorzitter.
-5. Benoeming vindt plaats op grond van de
deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het CAK
alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
-6. De leden worden benoemd voor ten
hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens voor ten
hoogste vier jaar plaatsvinden.
-7. In afwijking van artikel 15 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen worden de personeelsleden van de
in het eerste lid bedoelde rechtspersoon in dienst genomen op
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De bepalingen van titel 10
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek zijn op deze overeenkomst van
toepassing.
Art. 49.
[Taken CAK] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1997, 510; Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 27; Stb.
2005, 525; Stb. 2006, 415;
Stb. 2011, 561; Stb.
2012, 381]
Het CAK is belast met:
a. de vaststelling en de inning van de
eigen bijdragen, bedoeld in artikel 6, vierde lid;
b. de vaststelling en inning van de eigen
bijdragen, bedoeld in artikel 16 van de Wet maatschappelijke
ondersteuning alsmede de vaststelling en verstrekking van bedragen als
bedoeld in artikel 90, tweede lid, onderdeel
g, van de Wet financiering
sociale verzekeringen;
c. de vaststelling van het recht op en de
verstrekking van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 2, eerste en
tweede lid, van de Wet
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten;
d. de vaststelling van het recht op en de
verstrekking van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel
11a van de
Zorgverzekeringswet;
e. de vaststelling van het recht op en de
verstrekking van de uitkeringen, bedoeld in artikel
118a, eerste lid,
van de Zorgverzekeringswet;
f. het namens zorgverzekeraars of het
College zorgverzekeringen verrichten van betalingen aan
zorgaanbieders
welke de zorgverzekeraars of het College zorgverzekeringen uit hoofde
van de uitvoering van deze wet verschuldigd zijn.
Art. 50.
[Bestuursreglement en vergaderingen CAK]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb.
2005, 525; Stb. 2006, 415;
Stb. 2011, 561]
-1. Het CAK stelt een bestuursreglement
vast.
-2. Vergaderingen van het CAK zijn niet
openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is
bepaald.
Art.
51. [Werkprogramma
en begroting] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1995, 691; Stb.
1999, 185; Stb.
2005, 525; Stb. 2006, 415;
Stb. 2011, 561]
-1. Het CAK zendt Onze
Minister jaarlijks vóór 1 november een werkprogramma en een begroting.
-2. Het werkprogramma bevat een
beschrijving van de activiteiten die het CAK voornemens is in het
volgende kalenderjaar te verrichten. Het werkprogramma behoeft de
goedkeuring van Onze Minister.
-3. Onverminderd artikel 27 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen bevat de begroting een
meerjarenraming van de beheerskosten voor de vier kalenderjaren volgend
op het begrotingsjaar.
-4. De in de artikelen 26 en 34 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen bedoelde begroting en jaarrekening
hebben betrekking op de beheerskosten van het CAK en op de
tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.
-5. Onverminderd artikel 35, vierde lid,
van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen doet de accountant tevens
verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de
organisatie van het CAK voldoen aan eisen van rechtmatigheid,
ordelijkheid en controleerbaarheid.
Art.
51a. [Budget] [Geschiedenis:
Stb. 2011, 561]
-1. Onze
Minister stelt jaarlijks vóór 1
december het budget vast voor de door het CAK ter uitvoering van zijn in
artikel 49 genoemde taken in het volgende kalenderjaar te maken
beheerskosten alsmede voor de kosten van de tegemoetkomingen, bedoeld in
artikel 2 van de Wet
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.
-2. Het door Onze Minister vastgestelde
budget wordt gedekt uit ’s Rijks kas.
-3. Indien het budget niet is vastgesteld vóór 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking
heeft, is het CAK bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden,
te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het in het budget
opgenomen bedrag voor beheerskosten dat laatstelijk voor hem voor een
geheel jaar is vastgesteld.
-4. Het CAK gaat met betrekking tot de met
de uitvoering van zijn taken gepaard gaande beheerskosten geen
verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding
van het in het budget opgenomen bedrag voor de beheerskosten.
-5. Onze Minister kan besluiten het in het
budget opgenomen bedrag voor de beheerskosten te wijzigen.
Art.
51b. [Goedkeuring gewijzigde
begroting]
[Geschiedenis:
Stb. 2011, 561]
In afwijking van artikel 29 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen behoeven wijzigingen in de
bedragen die in de goedgekeurde begroting zijn opgenomen voor de
beheerskosten geen goedkeuring van Onze
Minister, mits:
a. de totale omvang van het in die
begroting opgenomen bedrag voor beheerskosten geen wijziging ondergaat;
en
b. de wijziging per groep van
kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar,
een bedrag van 5% van het in artikel
51a, eerste lid, bedoelde
budget, voor zover dat betrekking heeft op beheerskosten, niet te boven
gaat.
Art.
51c. [Verkrijgbaarstelling werkprogramma en
jaarstukken] [Geschiedenis:
Stb. 2011, 561]
Na de goedkeuring, bedoeld in artikel
51,
tweede lid, alsmede de goedkeuring, bedoeld in de artikelen 29, eerste
lid, en 34, tweede lid, van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen,
stelt het CAK het werkprogramma, de begroting, het jaarverslag en de
jaarrekening algemeen verkrijgbaar.
Art.
51d. [Nadere
regelgeving] [Geschiedenis:
Stb. 2011, 561]
Bij ministeriële regeling kunnen regels
worden gesteld over:
a. de inhoud en inrichting van het
werkprogramma, bedoeld in artikel 51, eerste lid;
b. de inhoud en inrichting van de
begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen;
c. de inhoud en inrichting van het
jaarverslag en de jaarrekening, bedoeld in de artikelen 18 en 34 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen;
d. de accountantscontrole van de
jaarrekening;
e. de omvang van de door het CAK te
vormen egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen;
f. de wijze waarop en de voorwaarden
waaronder het budget, bedoeld in artikel
51a, wordt vastgesteld;
g. de gegevens die worden verstrekt ten
behoeve van de vaststelling van het budget.
HOOFDSTUK
VIII
Gegevensverstrekking
Art.
52.
[Opname BSN in administratie zorgverzekeraar;
gegevensuitwisseling] [Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 2005, 525; Stb.
2008, 164]
-1. De zorgverzekeraar neemt
het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer van zijn verzekerden met het oog op
de uitvoering van deze wet in zijn administratie op en bewaart deze
gedurende zeven jaren na het einde van de inschrijving van de
verzekerde.
-2. De zorgverzekeraar stelt bij de eerste opname in zijn
administratie en vervolgens indien daartoe aanleiding is het
burgerservicenummer van de verzekerde vast met overeenkomstige
toepassing van artikel 7 van de Wet gebruik
burgerservicenummer in de zorg. Bij het ontbreken van het
burgerservicenummer verifieert de zorgverzekeraar het sociaal-fiscaal
nummer van de verzekerde indien daartoe aanleiding is.
-3. De zorgverzekeraar gebruikt het
burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer van de verzekerde met het doel te waarborgen dat de in het kader
van de verzekering van zorg te verwerken persoonsgegevens op die
verzekerde betrekking hebben.
-4. Bij gegevensuitwisseling tussen de
zorgverzekeraars en de in de artikelen 53 tot en met 56
genoemde personen en instanties wordt, voor zover die personen en
instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het
burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer gebruikt.
-5. Het vierde lid is van overeenkomstige
toepassing op de gegevensuitwisseling tussen de zorgverzekeraars en de
zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars in de zin van de Wet gebruik
burgerservicenummer in de zorg die niet in de artikelen
53 tot en met 56 zijn genoemd.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot
het eerste en tweede lid.
-7. Bij ministeriële regeling kan worden
bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in
het eerste, vierde en vijfde lid, voldoet. [Rgbz]
-8. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen regels gesteld worden over de bij de
gegevensuitwisseling, bedoeld in het vierde en vijfde lid, te verwerken
feiten of gegevens met betrekking tot verzekerden van wie het
vaststellen van het burgerservicenummer of het sociaal-fiscaal nummer
onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost. Bij of krachtens
die maatregel kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen de
verwerking van die feiten of gegevens voldoet.
-9. Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen vormen van zorg als bedoeld in artikel 6,
alsmede categorieën van zorgverzekeraars en in de artikelen
53 tot en met 56 genoemde personen en instanties worden uitgezonderd
van de toepassing van het bepaalde bij of krachtens eerste tot en met
het achtste lid.
Art.
53.
[Uitwisseling persoonsgegevens] [Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 2005, 525; Stb.
2007, 540]
-1. Een zorgverzekeraar of
een door een zorgverzekeraar of Onze Minister
aangewezen persoon
en:
a. een zorgaanbieder;
b. een indicatieorgaan als
bedoeld in artikel 9a, eerste lid;
verstrekken elkaar kosteloos de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder
persoonsgegevens
betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet, dan wel
stellen elkaar deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van
afschrift ter beschikking.
-2. Voor zover de verzekerde
daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft verleend, verstrekken een indicatieorgaan als bedoeld in het eerste
lid en
een zorgaanbieder elkaar
kosteloos de persoonsgegevens van de verzekerde, waaronder
persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens.
-3. Indien een zorgaanbieder
anders dan krachtens een door hem met de zorgverzekeraar gesloten overeenkomst aan een verzekerde zorg heeft
verleend als bedoeld in
deze wet, verstrekt hij de verzekerde kosteloos de persoonsgegevens, waaronder
persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid als bedoeld in
de Wet bescherming persoonsgegevens die voor zijn zorgverzekeraar
of voor een door die zorgverzekeraar of door Onze Minister aangewezen
persoon noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
-4. Personen werkzaam ten
behoeve van een zorgaanbieder of een indicatieorgaan als bedoeld
in het eerste lid verstrekken die zorgaanbieder of dat
indicatieorgaan de persoonsgegevens die zij nodig hebben om te kunnen voldoen
aan hun verplichtingen, bedoeld in het eerste, tweede of derde
lid.
-5. Personen werkzaam bij
een door een zorgverzekeraar of Onze Minister aangewezen persoon
als bedoeld in het eerste of derde lid voor wie niet reeds uit hoofde
van ambt of beroep een geheimhoudingsplicht geldt, zijn verplicht tot
geheimhouding van de gegevens als bedoeld in het eerste of derde lid,
behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen mededeling toestaat.
-6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald:
a. tot welke gegevens de
verplichting, bedoeld in het eerste of derde lid, zich in ieder geval
uitstrekt;
b. op welke wijze gegevens, bedoeld
in het eerste, tweede of derde lid, worden verwerkt;
c. volgens welke technische
standaarden gegevensverwerking plaatsvindt;
d. aan welke beveiligingseisen
gegevensverwerking voldoet;
e. in welke gevallen gegevens,
bedoeld in het eerste of derde lid, verder worden verwerkt met het oog
op de uitvoering van deze wet, een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet
of een aanvullende ziektekostenverzekering, voor zover deze gegevens
niet worden gebruikt voor het beoordelen en accepteren van een
aspirant-verzekerde voor een aanvullende verzekering en bovendien
noodzakelijk zijn voor:
1º. de betaling aan een zorgaanbieder of
de vergoeding van zorgkosten aan een verzekerde;
2º. de vaststelling van eigen bijdragen;
3º. het uitoefenen van het verhaalsrecht;
of
4º. het verrichten van controle of
fraudeonderzoek.
Art.
54.
[Gegevensverstrekking aan zorgverzekeraars en
publiekrechtelijke uitvoerders] [Geschiedenis:
OvW;
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415; Stb. 2008, 271;
Stb.
2011, 561]
-1. Een ieder verstrekt op
verzoek aan de zorgverzekeraars, het College
zorgverzekeringen, de
zorgautoriteit,
Onze Minister, de rijksbelastingdienst,
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de
Sociale verzekeringsbank, het college van
burgemeester en wethouders, Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, een
indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a, eerste
lid, het CAK,
of aan een daartoe
door of vanwege een van deze zorgverzekeraars of instanties of door Onze
Minister aangewezen persoon kosteloos alle inlichtingen en gegevens,
waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
-2. De in het eerste lid
bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in
schriftelijke vorm of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen
een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij het in het
eerste lid bedoelde verzoek.
-3. Een ieder geeft op
verzoek van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, inzage in alle
bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking
voor het nemen van afschrift en verleent de ter zake verlangde
medewerking, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet
door de desbetreffende zorgverzekeraars of instanties.
-4. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste,
tweede of derde lid.
Art.
55.
[Gegevensuitwisseling tussen zorgverzekeraars en
publiekrechtelijke uitvoerders]
[Geschiedenis:
Stb.
1999, 185; Stb.
2005, 525; Stb. 2006, 415;
Stb.
2011, 561]
-1. De in artikel 54, eerste
lid, bedoelde zorgverzekeraars, instanties en personen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek binnen
een bij dat verzoek
genoemde termijn uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde
administratie aan
elkaar, aan een daartoe door of vanwege hen aangewezen
persoon of aan een door Onze Minister aangewezen persoon,
kosteloos, de gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze wet.
-2. Een zorgverzekeraar
verleent op verzoek van het College
zorgverzekeringen dan wel van de
zorgautoriteit aan door het desbetreffende college aangewezen personen
inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze
op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent
de ter zake verlangde medewerking, voor zover het desbetreffende college
dit nodig acht voor de uitoefening van zijn taak.
-3. Onze Minister is bevoegd
zorgverzekeraars en zorgaanbieders, ter handhaving van het bepaalde bij
of krachtens het eerste lid, een aanwijzing te geven betreffende de
verstrekking van gegevens die het CAK voor de uitvoering van zijn taak,
bedoeld in artikel 49, aanhef en onder
a, nodig heeft.
-4. Indien een zorgverzekeraar of een
zorgaanbieder niet binnen vier weken aan een aanwijzing als bedoeld in
het derde lid voldoet, is Onze Minister bevoegd een last onder dwangsom
op te leggen.
-5. Alle ambtenaren tot
afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd, zijn
verplicht aan een in artikel 54, eerste lid, bedoelde zorgverzekeraar of
instantie de door deze gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos
toe te zenden.
-6. Griffiers van colleges,
geheel of ten dele met rechtspraak belast, verstrekken op verzoek,
kosteloos, aan een zorgverzekeraar, aan het College zorgverzekeringen
of aan de zorgautoriteit alle gegevens, inlichtingen en uittreksels
uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door
de zorgverzekeraar of het
desbetreffende college.
-7. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste
of tweede lid.
Art.
56.
[Nadere regelgeving periodieke
gegevensverstrekking door zorgverzekeraars]
[Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 1995, 684; Stb.
1997, 96; Stb. 1999, 185;
Stb. 2001, 23; Stb.
2001, 625; Stb. 2002, 241;
Stb.
2005, 525; Stb.
2005, 530; Stb.
2006, 415]
-1. De
zorgautoriteit,
onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen, kan na overleg met het College zorgverzekeringen, onderscheidenlijk
de zorgautoriteit, bij
regeling bepalen welke gegevens en inlichtingen regelmatig
door de zorgverzekeraars moeten worden verstrekt.
-2. De regels kunnen mede
omvatten het tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt, alsmede dat een
accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de
verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt.
-3. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald welke statistische gegevens de
zorgverzekeraars verzamelen betreffende vormen van zorg.
Art.
57. [Gegevensverstrekking
CVZ en NZa aan minister, College bouw of College sanering] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1995, 684; Stb.
2000, 42; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415; Stb. 2008, 271]
-1. Het College zorgverzekeringen en
de zorgautoriteit verstrekken desgevraagd aan Onze
Minister of aan het College bouw of het College sanering, genoemd in
artikel 19 respectievelijk 32 van de Wet
toelating zorginstellingen, de voor de uitoefening van hun taak
benodigde inlichtingen en gegevens.
-2. Het College
zorgverzekeringen en de
zorgautoriteit verlenen aan door Onze Minister of door
een bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, aangewezen personen toegang
tot en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat
voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
Art.
57a.
[Elektronische gegevensuitwisseling]
[Geschiedenis:
Stb. 2005, 525]
-1. Een zorgverzekeraar
maakt voor de verstrekking of ontvangst van gegevens aan of van personen, aan te wijzen door het College
zorgverzekeringen, gebruik
van een elektronische infrastructuur.
-2. Het College
zorgverzekeringen kan met betrekking tot het eerste lid regels stellen over:
a. de aard en omvang van de
gegevens en de voorschriften waaraan de verstrekking of ontvangst
ten minste moet voldoen;
b. de wijze waarop de
verstrekking of ontvangst van gegevens plaatsvindt, waaronder
begrepen de aansluiting van zorgverzekeraars op de infrastructuur;
c. de wijze waarop het
gebruik van de infrastructuur wordt georganiseerd en beheerd, waaronder begrepen de inrichting en instandhouding
van een gemeenschappelijke
database;
d. de financiering van het
gebruik van de infrastructuur en de wijze waarop de kosten ervan
worden verdeeld.
Art.
57b.
[Geheimhoudingsplicht]
[Geschiedenis:
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415; Stb. 2006, 605;
Stb.
2009, 265]
-1. Het is een ieder die uit
hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft
vervuld
verboden van vertrouwelijke
gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet dan wel ingevolge titel
5.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn verstrekt of verkregen
of van De Nederlandsche Bank NV of de Stichting Autoriteit
Financiële Markten zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan
verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van zijn
taak of bij of krachtens deze wet wordt geëist.
-2. In afwijking van het
eerste lid kunnen de
zorgautoriteit en het College
zorgverzekeringen met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen
verkregen bij de uitvoering van hun taken op grond van deze wet
mededelingen doen indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke
personen of ondernemingen.
-3. In afwijking van het
eerste lid en in overeenstemming
met artikel 1:89 van de Wet op het financieel
toezicht zijn de zorgautoriteit, het College zorgverzekeringen, De Nederlandsche Bank
NV
en de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover dat
voor hun taakuitoefening noodzakelijk is, bevoegd aan elkaar en aan Onze Minister
vertrouwelijk gegevens of inlichtingen omtrent
afzonderlijke verzekeraars te verschaffen.
-4. Het eerste lid laat, ten
aanzien van degene op wie dat lid van toepassing is, onverlet:
a. de toepasselijkheid van
de bepalingen van het Wetboek
van Strafvordering welke
betrekking hebben op het als getuige of deskundige in strafzaken afleggen van
een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling
van de ingevolge deze wet opgedragen taak;
b. de toepasselijkheid van
de bepalingen van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering en van artikel 66 van de Faillissementswet
welke betrekking hebben op
het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als
deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens
of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet
opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen
omtrent een verzekeraar die in staat van faillissement is verklaard
of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden;
c. de bevoegdheden van de
Algemene Rekenkamer ingevolge artikel 91 van de Comptabiliteitswet
2001.
-5. Het vierde lid,
onderdeel b, geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op
verzekeraars die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de
desbetreffende verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten.
-6. De Algemene Rekenkamer
is bij het doen van mededelingen als bedoeld in artikel
91,
elfde tot en met veertiende lid, van de Comptabiliteitswet
2001, verplicht tot
geheimhouding, voor zover het betreft gegevens en inlichtingen
die haar ingevolge het vierde lid, onderdeel c, bekend zijn geworden.
HOOFDSTUK
VIIIA
Handhaving
Vervallen
Art.
57c. Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415]
Art.
57d. Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415]
HOOFDSTUK
IX
Bezwaar en beroep
Art.
58.
[Verplicht advies CVZ over bezwaar]
[Geschiedenis:
OvW;
MvT;
Stb. 1997, 488; Stb. 1999, 185;
Stb. 2001, 23; Stb.
2002, 241 + bis; Stb. 2005, 27;
Stb.
2005, 525; Stb.
2009, 384]
-1. Een beslissing van
een zorgverzekeraar
of een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a,
eerste lid, op bezwaar inzake een aanspraak op zorg of op een vergoeding ingevolge deze wet wordt niet genomen
dan nadat daaromtrent door het College
zorgverzekeringen op verzoek van het bestuursorgaan
advies is uitgebracht.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het bezwaarschrift
betrekking heeft op een ingevolge het bepaalde krachtens deze wet
verschuldigde bijdrage waarvan de hoogte niet
afhankelijk is van een medisch oordeel.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien:
a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;
b. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen; of
c. het College zorgverzekeringen geen advies heeft uitgebracht binnen de in het
vierde lid genoemde termijn of heeft medegedeeld geen advies te zullen
uitbrengen.
-4. Het College zorgverzekeringen brengt een advies als bedoeld in het eerste lid uit
binnen tien weken na ontvangst van alle gegevens en bescheiden die voor
de beoordeling van het verzoek noodzakelijk zijn en zendt gelijktijdig
afschrift daarvan aan de belanghebbende.
-5. Indien het College zorgverzekeringen is verzocht advies uit te brengen, wordt de
beslissing op bezwaar in afwijking van artikel
7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht genomen binnen 21 weken, gerekend vanaf
de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift
is verstreken.
Art.
59. [Versnelde behandeling (hoger) beroep
bij medisch geschil] [Geschiedenis:
OvW; MvT]
Het beroep en het hoger beroep inzake een geschil van uitsluitend
geneeskundige aard wordt behandeld met toepassing van afdeling 8.2.3 van
de Algemene wet bestuursrecht.
Art. 60. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1997, 488]
Art.
61. [Beroep in cassatie] [Geschiedenis:
OvW; MvT]
-1. Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der
partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of
verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens één der
artikelen 1, tweede lid, 2, 3 en 5.
-2. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in
cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in
belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad
van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
Art. 62.
Vervallen. [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb. 2000, 338;
Stb. 2001, 23; Stb.
2001, 386; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415]
Art.
63. Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2005, 525; Stb.
2006, 415; Stb. 2006, 644;
Stb. 2008, 271 + bis;
Stb.
2011, 111; Stb.
2012, 682]
Art.
64. [Inroepen beslissing CVZ bij
contracteerplichtgeschil] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1999, 185; Stb. 2001, 23;
Stb. 2005, 27; Stb.
2005, 525]
-1. Bij afwijzing van verzoeken als bedoeld in de artikelen
16b en 16c
kan de
beslissing van het College
zorgverzekeringen worden ingeroepen.
-2.
Het eerste lid geldt
niet voor zover er voor zorgverzekeraars of instellingen op grond van
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels
geen verplichting bestaat tot het sluiten van overeenkomsten als bedoeld
in artikel 15.
HOOFDSTUK
IXA
De invloed van de verzekering op het
burgerlijk recht
Art.
65. [Verval aanvullendeverzekeringspolis bij
uitbreiding AWBZ-pakket] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 1997, 510; Stb.
1999, 185; Stb.
2005, 525]
-1. Een overeenkomst met
betrekking tot de verzekering van geneeskundige verzorging of de kosten daarvan vervalt met ingang van de dag
waarop en voor zover voor
een verzekerde uit deze wet aanspraken voortvloeien gelijkwaardig
aan die welke aan genoemde overeenkomst kunnen worden ontleend.
-2. Een verzekeraar verlaagt
voor alle verzekerden in gelijke mate en naar rato van het vervallen gedeelte van de in het eerste lid bedoelde
overeenkomsten de tarieven
van gesloten en nieuw af te sluiten ziektekostenverzekeringsovereenkomsten.
-3. De premie welke degene
wiens verzekering krachtens het bepaalde in het eerste lid geheel of gedeeltelijk is vervallen, heeft vooruitbetaald,
wordt door de verzekeraar al naargelang van het vervallen gedeelte der overeenkomst terugbetaald,
onder aftrek van ten hoogste 25 percent van het terug te betalen bedrag
voor administratiekosten.
Art.
65a. [Samenloop aanspraken bij regres]
[Geschiedenis:
Stb. 1999, 239; Stb.
2005, 525]
Bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de verzekerde naar
burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van een feit dat
aanleiding geeft tot het verlenen van zorg, bedoeld in artikel 6, dan wel zorg die is bekostigd ingevolge
artikel 44, eerste lid, onderdeel a en b, houdt
de rechter rekening met de aanspraken die de verzekerde krachtens deze
wet heeft.
Art.
65b. [Regresrecht zorgverzekeraar]
[Geschiedenis:
Stb. 1999, 239 + bis
+ bis; Stb.
2001, 23; Stb. 2005,
525]
-1. Behoudens toepassing van het derde lid, eerste volzin, heeft
een zorgverzekeraar
voor de
krachtens deze wet gemaakte kosten verhaal op degene die in verband met
het in artikel 65a bedoelde feit jegens de verzekerde naar
burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot
het bedrag waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken
krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn,
verminderd met een bedrag gelijk aan dat van de schadevergoeding tot
betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar
burgerlijk recht is gehouden.
-2. Voor zover de geldswaarde van de in het eerste lid bedoelde verleende
zorg niet kan worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat
bedrag. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen.
-3. Het College
zorgverzekeringen kan met verzekeraars een overeenkomst sluiten inhoudende
een door die verzekeraars aan het College zorgverzekeringen te betalen afkoopsom voor de
voor de komende periode te verwachten schadelast tengevolge van de
schadeplichtigheid van diens verzekerden ingevolge het eerste lid. De
overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een zorgverzekeraar die
vóór de aanvang van
de onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan het College
zorgverzekeringen te
kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid in het eerste lid gebruik te
maken. Het College zorgverzekeringen stelt vóór aanvang van de periode waarvoor een
afkoopsom is overeengekomen, zorgverzekeraars
op de hoogte van de totstandkoming van bedoelde
overeenkomst.
Art.
65c. [Regresrecht binnen arbeidsverhouding]
[Geschiedenis:
Stb. 1999, 239; Stb.
2005, 525; Stb. 2005, 708 +
bis]
-1. Indien de verzekerde in dienstbetrekking werkzaam is, geldt artikel
65b, ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot
schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde,
onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot
schadevergoeding verplichte persoon die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht
verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien het feit als
genoemd in artikel 65a is te wijten aan opzet of bewuste
roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk persoon.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt mede als werkgever
beschouwd de inlener, bedoeld in artikel 34 van de
Invorderingswet
1990.
Art.
65d. [Terugvordering onverschuldigde
betalingen; executoriale titel] [Geschiedenis:
Stb. 1999, 239; Stb.
2001, 23; Stb. 2005, 27;
Stb. 2005, 347; Stb.
2005, 525]
-1. Een zorgverzekeraar
kan
van hem die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken
als verzekerde bij hem doet gelden onderscheidenlijk deed gelden,
alsmede van hem die daaraan opzettelijk zijn medewerking verleent
onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of gedeeltelijk het bedrag
vorderen van de zorg
of van de vergoedingen die hem te veel of
ten onrechte zijn verleend. Voor zover de geldswaarde van de in de
eerste volzin bedoelde zorg niet vaststaat, kan deze worden vastgesteld
op een geschat bedrag.
-2. Het besluit tot
terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde terugvordering.
HOOFDSTUK X
Strafbepalingen
Art. 66.
Vervallen. [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2001, 23; Stb.
2005, 525]
Art. 67. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
68. [Strafbepaling overtreding artikel 54]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb.
1999, 185; Stb. 2000, 40;
Stb. 2001, 23; Stb.
2001, 386; Stb. 2004, 50;
Stb. 2005, 525]
Hij die niet voldoet aan één der verplichtingen, bedoeld in artikel
54, derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden
of geldboete van de derde categorie.
Art.
68a. [Strafbepaling overtreding artikel 9]
[Geschiedenis:
Stb. 2005, 525]
Overtreding van artikel 9, derde
lid, wordt gestraft met hechtenis van ten
hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
Art. 69.
Vervallen. [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2000, 40]
Art.
70. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2000, 40]
Art.
71. [Strafbepaling overtreding AMvB]
[Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2001, 23]
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur,
strekkende tot uitvoering van deze wet, wordt gestraft met hechtenis
van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie
indien en voor zover deze overtreding bij die algemene maatregel als
strafbaar feit is aangeduid.
Art. 72. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
73. [Opsporingsambtenaren] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2000, 40]
-1. Met de opsporing van feiten die zijn strafbaar gesteld bij of krachtens deze wet,
alsmede, voor zover het feit voor de toepassing van deze wet van belang
is, van de feiten omschreven in de artikelen 225 tot en met 227b,
447c en 447d van het Wetboek
van Strafrecht zijn,
onverminderd artikel 141 van het Wetboek
van Strafvordering, belast de
ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister
en Onze
Minister van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de
opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met
182 en 184 van het Wetboek
van Strafrecht, voor zover deze feiten
betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of
ondernomen door henzelf.
-2. Van een besluit als bedoeld in het
eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Art.
74. [Binnentreden door
opsporingsambtenaren] [Geschiedenis:
OvW; MvT]
Bij het opsporen van een bij of krachtens deze wet strafbaar gesteld
feit hebben de in artikel 73 bedoelde personen toegang tot elke plaats,
voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
Art. 75. Vervallen.
[Geschiedenis:
OvW; MvT]
Art.
76. [Overtredingen] [Geschiedenis:
OvW; MvT;
Stb. 2000, 40; Stb.
2005, 525]
De in de artikelen 68, 68a
en 71 bedoelde strafbare feiten
zijn overtredingen.
HOOFDSTUK
XI
Overgangs- en slotbepalingen
Art.
76a. [Voordracht AMvB] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 681; Stb.
1998, 203; Stb.
1999, 185; Stb. 2004, 32
+ bis; Stb.
2005, 37; Stb. 2005, 27
+ bis]
-1. De voordracht tot het vaststellen van een algemene maatregel van
bestuur als bedoeld in de artikelen 5, derde en vierde lid,¹ en
6 wordt gedaan door Onze Minister in overeenstemming met
Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-2. Indien een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel
6, geen zodanige invloed heeft op de geldelijke omvang van de
verstrekkingen dat zulks verhoging of verlaging van de in artikel
11, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen
bedoelde premies
tot gevolg heeft, zal, in afwijking van het eerste lid, een voordracht
tot het vaststellen daarvan worden gedaan door Onze Minister.
1. Volgens de redactie dient
"derde en vierde lid" te worden vervangen door: vierde en
vijfde lid.
Art.
77. [Nadere regelgeving] [Geschiedenis:
OvW; MvT]
Voor zover deze wet niet anders bepaalt, wordt hetgeen tot haar uitvoering
nodig is bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld. [BfubzA]
[BrvBZ] [BW]
[BzA]
[Bzbz]
Art. 78. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb.
1999, 185; Stb. 2001, 23]
Art.
78b. [Evaluatiebepaling] [Geschiedenis:
Stb.
2006, 644]
Onze Minister zendt vóór 1
februari 2008 en vervolgens na vier jaar aan de Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de artikelen 15 tot en
met 16c.
Art.
79. [Citeertitel] [Geschiedenis:
OvW; Stb.
1999, 185]
Deze wet wordt aangehaald als: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Art. 80. Vervallen.
[Geschiedenis]
Art.
81. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
82. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
83. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
84. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
85. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
86. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
87. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
88. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
89. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
90. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
91. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
92. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
93. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
94. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
95. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
96. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb. 1996, 478]
Art.
97. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb.
1999, 185]
Art.
98. Vervallen.
[Geschiedenis:
Stb.
1999, 185; Stb. 1999, 239
+ bis]
Lasten en
bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 14
december 1967
JULIANA
De Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
B. Roolvink
De Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Volksgezondheid,
R.J.H. Kruisinga
De Staatssecretaris van Financiën,
F.H.M. Grapperhaus
Uitgegeven de negentiende
december 1967
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak
MEMORIE
VAN TOELICHTING
|
|