Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Enkele nadere regelgeving:
- Besluit maatschappelijke ondersteuning
- Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
- Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999
- Besluit wachttijd bijzondere ziektekostenverzekering
- Besluit Wfsv
- Besluit zorgaanspraken AWBZ
- Bijdragebesluit zorg
- SZW-intrekkingsregeling 2004
- Regeling aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in Nederland 2010
- Regeling gebruik burgerservicenummer in de zorg
- Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
- Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
- Zorgindicatiebesluit

Vervallen nadere regelgeving:
- Besluit financiering uitvoeringsorganisatie bijzondere ziektekostenverzekering AWBZ (vervallen)
- Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering (vervallen)
- Besluit vrijwillige verzekering AWBZ (vervallen)
- Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering (vervallen)
- Regeling aanwijzing volkenrechtelijke organisaties in Nederland (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
- Wet maatschappelijke ondersteuning
- Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
- Zorgverzekeringswet

 

 

Inhoudsopgave AWBZ

Hoofdstuk I Algemene bepalingen artt. 1 - 4
Hoofdstuk II Kring der verzekerden artt. 5 - 5c
Hoofdstuk III De aanspraken artt. 6 - 16
Hoofdstuk IV De op te brengen middelen; ontheffing wegens gemoedsbezwaren artt. 17 - 32
Hoofdstuk IVa Vrijwillige verzekering (vervallen) artt. 32a - 32c
Hoofdstuk V De zorgverzekeraars artt. 33 - 40a
Hoofdstuk VI Taken van het Zorginstituut artt. 41 - 47
Hoofdstuk VII Het CAK artt. 48 - 51d
Hoofdstuk VIII Gegevensverstrekking artt. 52 - 57b
Hoofdstuk VIIIa Handhaving (vervallen) artt. 57c - 57d
Hoofdstuk IX Bezwaar en beroep artt. 58 - 64
Hoofdstuk IXa De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht artt. 65 - 65d
Hoofdstuk X Strafbepalingen artt. 66 - 76
Hoofdstuk XI Overgangs- en slotbepalingen artt. 76a - 98
xxxxxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Bijlage Handelingen II 1965-1966, 1966-1967, 1967-1968, 8457.
Handelingen II 1967-1968, blz. 258-342.
Bijlage Handelingen I 1967-1968, 8457.
Handelingen I 1967-1968, blz. ....-....

Geschiedenis:
Staatsblad 1995, 355Staatsblad 1995, 681Staatsblad 1995, 684Staatsblad 1995, 695Staatsblad 1995, 691Staatsblad 1995, 696Staatsblad 1996, 80Staatsblad 1996, 478Staatsblad 1997, 63Staatsblad 1997, 96Staatsblad 1997, 488Staatsblad 1997, 510Staatsblad 1997, 660Staatsblad 1998, 203Staatsblad 1998, 267Staatsblad 1999, 30Staatsblad 1999, 185Staatsblad 1999, 239Staatsblad 2000, 40Staatsblad 2000, 42Staatsblad 2000, 338Staatsblad 2000, 496Staatsblad 2001, 23Staatsblad 2000, 605Staatsblad 2001, 50Staatsblad 2001, 386Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2002, 241Staatsblad 2004, 32Staatsblad 2004, 50Staatsblad 2004, 306Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2005, 27Staatsblad 2005, 282Staatsblad 2005, 347Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 530Staatsblad 2005, 571Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 710Staatsblad 2005, 708Staatsblad 2006, 415Staatsblad 2006, 605Staatsblad 2006, 644Staatsblad 2007, 540Staatsblad 2008, 63Staatsblad 2008, 164Staatsblad 2008, 271Staatsblad 2008, 526Staatsblad 2009, 108Staatsblad 2009, 384Staatsblad 2009, 265Staatsblad 2010, 350Staatsblad 2011, 9Staatsblad 2011, 111Staatsblad 2011, 204Staatsblad 2011, 561Staatsblad 2012, 77Staatsblad 2012, 381Staatsblad 2012, 547Staatsblad 2012, 679Staatsblad 2012, 682Staatsblad 2013, 316Staatsblad 2013, 560Staatsblad 2013, 578Staatsblad 2014, 105Staatsblad 2014, 106Staatsblad 2014, 259Staatsblad 2014, 280.

 

 

WET van 14 december 1967, Stb. 1967, 617, houdende algemene verzekering bijzondere ziektekosten (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Laatste tekstplaatsing: Stb. 1992, 392. Inwerkingtreding: 1 januari 1968 (Stb. 1967, 654).

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen vast te stellen inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende verplichte verzekering bijzondere ziektekosten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1. [Begripsbepalingen]  [GeschiedenisOvWMvT + bisStb. 1995, 696Stb. 1996, 80Stb. 1997, 660 + bis + bisStb. 1998, 203Stb. 1999, 185Stb. 1999, 239Stb. 2000, 496Stb. 2001, 23Stb. 2005, 37Stb. 2005, 27 + bisStb. 2005, 525Stb 2005, 571Stb. 2006, 415Stb. 2008, 164Stb. 2009, 108Stb. 2011, 9Stb. 2011, 111 + bis + bisStb. 2011, 561Stb. 2012, 77Stb. 2012, 679Stb. 2013, 316Stb. 2013, 560Stb. 2013, 578]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. verzekeraar: een verzekeringsonderneming als bedoeld in Richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringbranche en de uitoefening daarvan (PbEG L 228);
c. zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet die deze wet ten aanzien van de verzekerden wenst uit te voeren en zich overeenkomstig artikel 33 heeft aangemeld;
d. vervallen;
e. instelling:
1º. een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen;
2º. een organisatorisch verband dat gevestigd is buiten het grondgebied van het Europese deel van Nederland en overeenkomstig de daar geldende wetgeving rechtmatig gezondheidszorg verstrekt als bedoeld bij of krachtens artikel 6;
f. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
g. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
h. zorgautoriteit: de zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
i. Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: het fonds, genoemd in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
j. zorgaanbieder: een instelling of persoon die zorg als bedoeld in artikel 6 verleent;
k. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
l. vreemdeling: een vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000;
m. burgerservicenummer: het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
n. continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland;
o. het CAK, genoemd in artikel 48, eerste lid.
-2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. echtgenoten: geregistreerde partners;
c. gehuwd: als partner geregistreerd;
d. gehuwde: als partner geregistreerde.
-3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d.
-7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid.

 

Art. 2. [Begrip ingezetene]  [GeschiedenisOvWMvT]
Ingezetene in de zin van deze wet is degene die in Nederland woont.

 

Art. 3. [Woonplaats, vestigingsplaats]  [GeschiedenisOvWMvTStb. 2005, 710Stb. 2010, 350]
-1. Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen welke in Nederland hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van Nederland beschouwd.
-3. Hij die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen één jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in Sint Maarten, Curaçao, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba ¹ of op het grondgebied van een andere mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond.

1. Volgens de redactie dient "Sint Maarten, Curaçao, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba" te worden vervangen door: Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

 

Art. 4. [Uitvoeringsinstellingen]  [GeschiedenisOvWMvTStb. 1999, 185Stb. 2001, 23Stb. 2001, 386Stb. 2005, 525Stb. 2013, 578]
In de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering wordt, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, voorzien door de zorgverzekeraars en het Zorginstituut.

 

 

HOOFDSTUK  II

Kring der verzekerden

 

Art. 5. [Kring verzekerden]  [GeschiedenisOvWMvTStb. 1998, 203Stb. 1999, 30Stb. 2000, 338Stb. 2000, 496Stb. 2001, 23Stb. 2008, 526Stb. 2011, 9Stb. 2011, 111]
-1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene die:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.