Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  UITBREIDING  EN  BEPERKING  KRING  VERZEKERDEN  VOLKSVERZEKERINGEN  1999
 
 

24 december 1998, Stb. 1998, 746
Inwerkingtreding: 1 januari 1999
(T.a.v. artt. 6:3 AOW, 13:3 Anw, 6:3 AKW en 5:4 en 5:4 AWBZ)

 

 

 

 
BESLUIT van 24 december 1998 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 6, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 13, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 6, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en 5, derde en vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 20 november 1998, nr. SV/GSV/98/35098, mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 6, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet, artikel 13, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 6, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en artikel 5, derde en vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
     De Raad van State gehoord (advies van 17 december 1998, nr. W12.98.0549);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 18 december 1998, nr. SV/GSV/98/42566, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

1.  Algemeen

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de volksverzekeringen: de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
b. kind: het eigen kind, het aangehuwde kind of het pleegkind, bedoeld in artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet, jonger dan 27 jaar, dat in belangrijke mate door de ouders wordt onderhouden;
c. Onze Ministers: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
d. arbeid: arbeid verricht in het economisch verkeer en gericht op het verwerven van inkomen;
e. Nederlandse socialeverzekeringsuitkering: een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet;
f. in Nederland arbeid verrichten: in Nederland of op het continentaal plat arbeid verrichten;
g. buiten Nederland arbeid verrichten: buiten Nederland en het continentaal plat arbeid verrichten.

 

 

2.  Uitbreiding van de kring van verzekerden

 

Art. 2. Nederlandse ambtenaren en hun gezinsleden in het buitenland
-1. Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | AWBZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x