Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

INVOERINGSWET  ARBEID  EN  ZORG

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1999-2000, 27 208

Vaststelling van regels voor overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Het invoerings- en overgangsrecht
xArtikelsgewijs
Hoofdstuk 1. Overgangs- en invoeringsbepalingen met betrekking tot het zwangerschaps- en bevallingsverlof, de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling en adoptieverlof
x Artikelen I t/m III
Hoofdstuk 2. Wijziging van verschillende wetten
x Artikelen IV t/m XXVI
Hoofdstuk 3. Intrekking wetgeving
x Artikelen XXVII t/m XXIX
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
xx Artikelen XXX t/m XXXVI
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Het voorliggende wetsvoorstel vloeit voort uit het bij de Staten-Generaal ingediende voorstel van Wet arbeid en zorg. In het voorstel van Wet arbeid en zorg zijn de verschillende verlofrechten geregeld. In dat kader zijn het zogenoemde calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, het zogenoemde politiek verlof [is tijdens de parlementaire behandeling van het onderhavige wetsvoorstel geschrapt, red.] en het ouderschapsverlof uit het Burgerlijk Wetboek, overgeheveld en daar waar nodig aangepast. In het voorstel van Wet arbeid en zorg is tevens een regeling voor het recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof opgenomen en zijn de daarmee samenhangende uitkeringsrechten uit de Ziektewet (ZW) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) overgeheveld. Hetzelfde geldt voor de uitkeringsrechten voor zelfstandigen.
     Daarnaast is de Wet financiering loopbaanonderbreking in de voorstel van Wet arbeid en zorg opgenomen.

 

2. Het invoerings- en overgangsrecht


     Met het voorstel van Wet arbeid en zorg zullen geen materile wijzigingen optreden in het recht op zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Ook ten aanzien van het recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof zal er in de praktijk geen sprake zijn van een verandering. In de praktijk is het immers zo dat werknemers in de regel al gedurende zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt verleend. Met het voorstel van Wet arbeid en zorg wordt deze praktijk vastgelegd in een wettelijk verlofrecht.
     Omdat het bij zwangerschap en bevalling om een kortdurende uitkering en een kortdurend verlof gaat, is ervoor gekozen om het geval waarin het recht op bevallingsuitkering op grond van de ZW of de WAZ reeds is ingegaan bij de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg, niet onder de werkingssfeer van het voorstel van Wet arbeid en zorg te brengen, maar daarvoor een overgangsregeling te treffen. Op deze wijze wordt voorkomen dat in de wet een recht op verlof geregeld moet worden met aftrek van de periode waarover reeds een bevallingsuitkering genoten is op grond van de ZW of WAZ. Tevens wordt op deze wijze voorkomen dat uitvoeringsinstellingen voor de resterende duur van het verlof
rblz.|2| opnieuw een bevallingsuitkering moeten gaan toekennen op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg.
     In de situatie dat het zwangerschaps- en bevallingsverlof ingaat na de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg, is deze wet direct van toepassing. In dat kader is een invoeringstermijn overbodig, omdat de regeling in het voorstel van Wet arbeid en zorg in belangrijke mate in overeenstemming is met het uitvoeringspraktijk.

     Met het voorstel van Wet arbeid en zorg wordt tevens het recht op een betaald adoptieverlof ingevoerd. Het betreft hier een nieuw wettelijk recht op verlof voor werknemers en een recht op uitkering voor werknemers, zelfstandigen en overigen groepen.
     In het voorstel van Wet arbeid en zorg is geregeld dat het recht op verlof of uitkering in verband met adoptie bestaat gedurende een tijdvak van zestien weken vanaf de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen. Het recht op verlof of uitkering bedraagt ten hoogste drie aaneengesloten weken. Als gevolg hiervan bestaat ook recht op verlof of uitkering in verband met adoptie indien de feitelijke opneming ter adoptie is gelegen in de periode van zestien weken vr de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Ook in die situatie geldt dat het verlof moet zijn opgenomen binnen zestien weken na de feitelijke opneming ter adoptie. Indien de feitelijke opneming ter adoptie bijvoorbeeld veertien weken vr de inwerkingtreding van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | IWazo | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x