Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet arbeid en zorg
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 2 augustus 2006

 

CONTROLEVOORSCHRIFTEN  WET  ARBEID  EN  ZORG  2001

Vervallen
m.i.v. 3 augustus 2006
(art. 9 CW06)

 
 

21 november 2001, Stcrt. 2002, 38
Inwerkingtreding: 1 december 2001
(T.a.v. art. 3:28 Wazo)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 3:28 van de Wet arbeid en zorg;

     Besluit de navolgende controlevoorschriften vast te stellen:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. uitvoeringsinstelling: de uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
b. Landelijk instituut sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
c. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. uitkeringsgerechtigde: de werknemer en gelijkgestelde overeenkomstig artikel 3:6 van de Wet arbeid en zorg, de zelfstandige en beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst overeenkomstig artikel 3:17 van die wet, alsmede degene die, hoewel niet langer werknemer of gelijkgestelde, op grond van artikel 3:10 van die wet een uitkering is toegekend;
e. uitkering: de uitkering in de zin van hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg;
f. verzekeringsarts: een door de uitvoeringsinstelling aangewezen arts;
g. rapporteur: een door de uitvoeringsinstelling aangewezen medewerker;
h. aanvrager: degene die de aanvraag doet als bedoeld in de artikelen 3:11, 3:12 en 3:22 van de Wet arbeid en zorg.

 

Art. 2. De aanvraag van uitkering
De aanvrager maakt met betrekking tot zijn aanvraag voor toekenning van de uitkering gebruik van een daartoe door de uitvoeringsinstelling beschikbaar gesteld formulier, waarop de gegevens zijn vermeld die voor de beoordeling van de aanvraag door de uitvoeringsinstelling noodzakelijk zijn en dat door de aanvrager is ondertekend.

 

Art. 3. Bij de aanvraag te overleggen stukken
-1. Bij de aanvraag van de uitkering in verband met adoptie of pleegzorg worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat een kind ter adoptie of pleegzorg is of zal worden opgenomen en wanneer die opneming ter adoptie of pleegzorg heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden. Bij die aanvraag wordt de datum waarop het verlof in verband met adoptie of pleegzorg ingaat gemeld dan wel de datum waarop het recht op uitkering moet ingaan.
-2. Degene als bedoeld in de artikelen 3:18, 3:19 en 3:20 van de Wet arbeid en zorg die in het jaar dat betrokkene aanspraak maakt op uitkering winst of inkomsten als zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst heeft genoten, voegt bij de aanvraag de aangifte en de aanslag voor de Wet inkomstenbelasting 2001, alsmede de jaarstukken over de door de uitvoeringsinstelling opgegeven kalenderjaren of boekjaren.
-3. Bij de aanvraag van vervangingsuitkering ex artikelen 3:22 en 3:23 Wet arbeid en zorg worden begin- en einddatum van de periode van de vervanging vermeld.

 

Art. 4. De aanvrager stelt de uitvoeringsinstelling in staat controle uit te oefenen
De aanvrager zorgt ervoor - voor zover dat in zijn/haar vermogen ligt - dat de uitvoeringsinstelling in staat is om een onderzoek uit te voeren naar de juistheid en volledigheid van de gegevens die bij de aanvraag zijn verstrekt.

 

Art. 5. De verplichting om op het spreekuur te verschijnen
-1. De aanvrager of de uitkeringsgerechtigde geeft gevolg aan een oproep om te verschijnen op het spreekuur van de rapporteur.
-2. Indien de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde verhinderd is te voldoen aan een oproep als bedoeld in het eerste lid, deelt betrokkene dat binnen 24 uur van tevoren mee aan de uitvoeringsinstelling onder opgave van de reden van verhindering.

 

Art. 6. Controle in verband met de toekenning of continuering van uitkering
-1. De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde voldoen aan een verzoek van de uitvoeringsinstelling of een daartoe schriftelijk door of vanwege de uitvoeringsinstelling gemachtigd persoon om ten behoeve van de uitvoering van de Wet arbeid en zorg:
a. mondeling of schriftelijk binnen twee weken inlichtingen te geven, tenzij de uitvoeringsinstelling een andere redelijke termijn bepaalt. In het geval dat schriftelijk wordt gereageerd, moet dit binnen twee weken na datum dagtekening van het schriftelijke verzoek van de uitvoeringsinstelling of binnen de andere redelijke termijn gedaan worden;
b. inzage te verlenen in en desgevraagd afschrift te verstrekken van boeken, bescheiden, stukken en andere gegevensdragers, voor zover deze betekenis hebben of kunnen hebben voor het vaststellen van het recht op, de hoogte en/of de duur van de uitkering of het bedrag dat daarvan wordt uitbetaald;
c. controle door personen die daarmee door of namens de uitvoeringsinstelling zijn belast en die zich met een daartoe strekkende machtiging kunnen legitimeren, mogelijk te maken; daartoe dient betrokkene op zijn/haar woon- of verblijfsadres bereikbaar te zijn of er zorg voor te dragen dat de met controle belaste personen kunnen vernemen waar betrokkene bereikbaar is;
d. op door of namens de uitvoeringsinstelling aan te wijzen dagen c.q. uren thuis te zijn en de door of namens de uitvoeringsinstelling aangewezen personen gelegenheid te geven tot controle.
-2. De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde die in Nederland wonen, zijn verplicht een vragenformulier van de uitvoeringsinstelling volledig ingevuld en ondertekend binnen een door de uitvoeringsinstelling vastgestelde termijn, met een maximum van n maand, na datum dagtekening van het schriftelijke verzoek daartoe terug te sturen, tenzij de uitvoeringsinstelling een andere redelijke termijn bepaalt.
-3. De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde die buiten Nederland wonen, zijn verplicht een vragenformulier van de uitvoeringsinstelling volledig ingevuld en ondertekend terug te sturen binnen een door de uitvoeringsinstelling vastgestelde termijn, met een maximum van twee maanden, tenzij de uitvoeringsinstelling een andere redelijke termijn bepaalt.

 

Art. 7. Wijziging van woon- of verblijfplaats
De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde zijn verplicht onverwijld mededeling te doen van een wijziging van hun woon- of verblijfplaats.

 

Art. 8. Inwerkingtreding
Bij inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Osv 1997) ingetrokken en gaan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en de uitvoeringsinstellingen (uvis) over naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Dit heeft tot gevolg dat in dit besluit het UWV in de plaats van het Lisv of de uitvoeringsinstelling(en) treedt.

 

Art. 9. Overgangsbepaling
Deze controlevoorschriften treden in werking met ingang van 1 december 2001, dan wel per (latere) datum inwerkingtreding van de Wet arbeid en zorg.

 

Art. 10. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Controlevoorschriften Wet arbeid en zorg 2001.

 

 

Amsterdam, 21 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[21 november 2001]

 

Algemeen

 

     In gevolge artikel 3:28 Wet arbeid en zorg kunnen er controlevoorschriften worden vastgesteld door het Lisv. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van de wet.
     De volgende uitgangspunten zijn bij het opstellen gehanteerd:
1. Lisv (per 1 januari 2002 het UWV) is formeel uitvoerder. In de materile wetten en lagere regelgeving wordt vrijwel steeds het Lisv genoemd als formele partij. Ook in dit besluit is het Lisv degene die de controlevoorschriften vaststelt.
2. Concretisering van de wettelijke bepalingen. Wat in de wet voldoende duidelijk is geregeld, wordt in principe niet in de controlevoorschriften herhaald. De controlevoorschriften geven als het ware een concretisering van hetgeen wettelijk geregeld is. Een voorbeeld betreft de aanvraagprocedure voor een uitkering.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Dit artikel bevat enkele definitiebepalingen. Het begrip "uitvoeringsinstelling" is ingevoerd om aan te geven dat de formele taak van het Lisv materieel wordt uitgevoerd door de uitvoeringsinstelling. Bij de invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen gaan de publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen over op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, voor zover niet anders is bepaald in de wet.

 

Artikel 2

     Ingevolge de artikelen 3:11, 3:12 en 3:22 van de Wet arbeid en zorg dient de aanvrager die in aanmerking wenst te komen voor toekenning van de uitkering zijn aanvraag te doen uiterlijk twee respectievelijk drie weken (al naargelang de tekst van het toepasselijke artikel) vr de dag van ingang van het verlof. Voor het doen van de aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van een bij de uitvoeringsinstelling (het UWV) op te vragen uitvoerig vragenformulier teneinde de behandelende uitvoeringsinstelling (het UWV) in de gelegenheid te stellen het recht op uitkering te kunnen bepalen.

 

Artikel 3


Eerste lid

     Documenten waaruit de feitelijke opneming ter adoptie kunnen blijken, zijn bijvoorbeeld een verklaring van buitenlandse autoriteiten, voorzien van een Nederlandse tekst die is vertaald door een bedigd tolk-vertaler, een verklaring van een vergunninghoudende bemiddelingsinstantie, een melding bij de vreemdelingenpolitie of een bewijs van inschrijving van het kind bij de Gemeentelijke Basisadministratie, een machtiging tot voorlopig verblijf verstrekt door de Nederlandse ambassade in het land waar de opneming zal plaatsvinden, of indien een dergelijke verklaring niet hoeft te worden verstrekt, andere bescheiden waaruit blijkt dat de adoptie doorgang zal vinden. Niet kan worden volstaan met slechts beginseltoestemming van de Minister van Justitie of een verklaring van de Raad voor de Kinderbescherming waaruit blijkt dat de aanstaande adoptiefouders geschikt zijn om te adopteren. Bij opneming ter pleegzorg worden een pleegcontract waaruit blijkt dat duidelijk is dat het kind vanaf de plaatsing duurzaam in het gezin zal worden verzorgd en opgevoed, zomede een bewijs van inschrijving van het kind bij de Gemeentelijke Basisadministratie, overgelegd.


Tweede lid

     In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens de zelfstandige en de persoon die niet in dienstbetrekking werkzaam is, bij de aanvraag moet verstrekken. Met aanvraag wordt hier bedoeld de aanvraag die wordt gedaan met behulp van het aanvraagformulier.
     Bij een bevallingsuitkering in het kader van WAZ hoeft het maatmaninkomen niet te worden vastgesteld, omdat de hoogte van de bevallingsuitkering niet afhankelijk is van de mate van arbeidsongeschiktheid. De hoogte van de grondslag is wel afhankelijk van de winst of de inkomsten van het kalender- of boekjaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de bevallingsuitkering. De grondslag is maximaal het minimumloon per dag. Aangezien er een zeer korte termijn kan liggen tussen de aanvraag en de ingangsdatum van de bevallingsuitkering is het van belang dat de inkomensgegevens met de aanvraag worden meegezonden. De uitvoeringsinstelling heeft dan de mogelijkheid de hoogte van de uitkering of het voorschot zo spoedig mogelijk vast te stellen. In eerste instantie kan worden volstaan met de inkomsten of winst van het laatste kalender- of boekjaar. Als de inkomsten van het laatste kalender- of boekjaar onder het minimumloon liggen, zijn de gegevens over de laatste vijf kalender- of boekjaren nodig. Zijn de gegevens van het laatste kalender- of boekjaar nog niet bekend, dan kan met behulp van de gegevens van de overige vier jaren van de vijf kalender- of boekjaren de hoogte van het voorschot worden vastgesteld. Vanzelfsprekend geldt dat de gevraagde gegevens alleen kunnen worden verstrekt als in de desbetreffende jaren ook als zelfstandige of beroepsbeoefenaar arbeid is verricht.

 

Artikel 4

     In dit artikel wordt de medewerking gevorderd van de aanvrager van uitkering met betrekking tot de verificatie van de door hem/haar verstrekte gegevens door de uitvoeringsinstelling.
     Bij de toekenning van de uitkering ligt de nadruk in de controle op de vraag of de uitkering rechtmatig wordt verstrekt. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, beschikt de uitvoeringsinstelling enerzijds over informatie uit eigen bronnen dan wel van andere uitvoeringsorganen en anderzijds over informatie van de uitkeringsgerechtigde zelf.
     Daarnaast dient de uitvoeringsinstelling te beschikken over de juiste inhoudingsgegevens en het juiste woon- of verblijfsadres. De plicht om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen, is niet in de controlevoorschriften opgenomen, omdat dit thans in de wetten is geregeld.
     Artikel 37 ZW en artikelen 41, eerste lid, en 42 WAZ ter zake van oproeping en ondervraging zijn ingevolge artikel 3:16 en 3:27 Wazo van overeenkomstige toepassing verklaard.

 

Artikel 5

     Om het recht en de hoogte van de uitkering vast te stellen, kan de uitvoeringsinstelling de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde oproepen om te verschijnen op het spreekuur van de rapporteur. Bij verhindering aan de oproep te voldoen deelt de betrokkene dit binnen 24 uur mee aan de uitvoeringsinstelling, onder opgave van de reden van de verhindering.

 

Artikel 6


Eerste lid

     Voor de uitkeringsgerechtigde die (nog) werkzaam is als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot dient de uitvoeringsinstelling tijdig te beschikken over de jaarstukken (balans, de winst- en verliesrekening) of de aangifte voor de inkomstenbelasting over het voorafgaande (boek)jaar. In de praktijk blijkt men in vele gevallen niet aan deze verplichting te voldoen, hetgeen tot extra administratieve handelingen en te hoge of te lang doorlopende betalingen kan leiden.


Eerste lid, onderdeel b

     Om het recht en de hoogte van de uitkering vast te stellen, zal de uitvoeringsinstelling onderzoeken moeten instellen door onder meer een verzekeringsarts, een arbeidsdeskundige en een beoordelaar. Deze onderzoeken zullen veelal op het kantoor van de uitvoeringsinstelling plaatsvinden, waarbij gebruik gemaakt wordt van informatie van de aanvrager en de uitkeringsgerechtigde.
     Daarbij is het gewenst dat de uitvoeringsinstelling inzage kan krijgen en beschikken over een uitgebreid scala aan noodzakelijk geachte (merendeels schriftelijke) stukken, zoals bijvoorbeeld loonstroken, balans en winst- en verliesrekening, kasboeken, ziekenfondsinschrijvingspapieren, loonbelastingverklaring, aangifte voor de inkomstenbelasting, etc.


Eerste lid, onderdeel c

     Daarnaast is het gewenst controle op het huisadres mogelijk te maken. Controle thuis heeft een meerwaarde in vergelijking met een controle ten kantore van de uitvoeringsinstelling. Anders dan bij een bezoek aan het kantoor van de uitvoeringsinstelling heeft de betrokkene thuis alle gegevens meestal bij de hand. Dat levert in de afhandeling een aanzienlijk tijdsvoordeel op.
     Met name bij de toekenning van een uitkering aan een zelfstandige is het mogelijk dat de aanvrager bezocht wordt door een buitendienstfunctionaris van de uitvoeringsinstelling. Deze verzamelt alle benodigde aanvullende gegevens (in verband met bijvoorbeeld de ziekenfondsverzekering en inhouding op de uitkering) en verifieert samen met de betrokkene de bij diens werkgever verzamelde loongegevens die nodig zijn voor de vaststelling van het dagloon. Ook andere situaties kunnen evenwel aanleiding geven de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde te vragen op bepaalde dagen c.q. uren thuis te zijn. Om de dagelijkse thuisbezoeken efficint te kunnen plannen, is het noodzakelijk dat de buitendienstmedewerkers ervan op aan kunnen dat zij hem thuis aantreffen.


Eerste lid, onderdeel d

     Om deze reden is de verplichting opgenomen dat een betrokkene - vanzelfsprekend na afspraak - op een afgesproken dag c.q. uren thuis dient te zijn.


Tweede lid

     In dit lid is de verplichting neergelegd om een door de uitvoeringsinstelling toegezonden vragen- of inlichtingenformulier volledig in te vullen en binnen een door de uitvoeringsinstelling vastgestelde termijn, met een maximum van n maand, terug te zenden. Vanwege het belang die deze vorm van controle voor de uitvoeringspraktijk heeft, is deze verplichting afzonderlijk geformuleerd. Om problemen tijdens bijvoorbeeld de vakantieperioden te voorkomen, wordt de termijn in die situatie verlengd of gesteld op een andere redelijke termijn.


Derde lid

     De termijn waarbinnen de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont, verplicht is een formulier terug te zenden, kan langer zijn dan de termijn die geldt voor degene die in Nederland woont. De uitvoeringsinstelling kan in deze situatie een langere termijn vaststellen, afhankelijk van het woonland en andere externe factoren, echter, met een maximum van twee maanden. Ook in deze situatie wordt de periode verlengd of gesteld op een andere redelijke termijn.

 

Artikel 7

     Om controle mogelijk te maken, dient de woon- of verblijfplaats van de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde bekend te zijn. Derhalve is het noodzakelijk dat hij wijzigingen in zijn woon- of verblijfplaats meedeelt aan de uitvoeringsinstelling (het UWV). In dit voorschrift wordt geen onderscheid gemaakt tussen vertrek naar het buitenland bij wijze van vakantie en vertrek om andere redenen, bijvoorbeeld (r)emigratie.

 

Amsterdam, 21 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wazo | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x