St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

BEROEPSWET  (Bw)
x
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

 

 

 
MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Beroepsreglement
-
Bestuursreglement Centrale Raad van Beroep (2013)
- Klachtenregeling Centrale Raad van Beroep 2005
- Procesregeling bestuursrechtelijke colleges 2006
- Wrakingsregeling Centrale Raad van Beroep

Vervallen nadere regelgeving:
- Bestuursreglement Centrale Raad van Beroep (vervallen)
- Bestuursreglement CRvB (vervallen)
- Klachtenregeling Centrale Raad van Beroep 2002 (vervallen)
- Procesregeling Centrale Raad van Beroep (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Algemene wet bestuursrecht
- Besluit proceskosten bestuursrecht
- Wet voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie

 

 

Inhoudsopgave Bw

Titel I De Centrale Raad van Beroep artt. 1 - 16
Titel II Beroep en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (vervallen) artt. 17 - 28
Hoofdstuk Ix Beroep (vervallen) art. 17
Hoofdstuk IIx Hoger beroep (vervallen) artt. 18 - 28
Titel II Slotbepalingen artt. 28a - 29
BIJLAGE|bij de Beroepswet (vervallen)
xxxxxxxxxxxx xxxxxxxxx|||x

Parlementaire behandeling:
Bijlage Handelingen II 1953-1954, 1954-1955, 3349.
Handelingen II 1954-1955, blz. 2005-2029.
Bijlage Handelingen I 1954-1955, 3349.
Handelingen I 1954-1955, blz. 2089-2093.

Geschiedenis:
Staatsblad 1995, 116Staatsblad 1995, 250Staatsblad 1995, 639Staatsblad 1995, 690Staatsblad 1995, 691; Staatsblad 1996, 302Staatsblad 1996, 590Staatsblad 1997, 85Staatsblad 1997, 96Staatsblad 1997, 112Staatsblad 1997, 139Staatsblad 1997, 162Staatsblad 1997, 465Staatsblad 1997, 760Staatsblad 1997, 768Staatsblad 1997, 789Staatsblad 1997, 794Staatsblad 1998, 59Staatsblad 1998, 120Staatsblad 1998, 228Staatsblad 1998, 290Staatsblad 1998, 411Staatsblad 1998, 744Staatsblad 1999, 194Staatsblad 1999, 592Staatsblad 2000, 284Staatsblad 2000, 383Staatsblad 2000, 593Staatsblad 2001, 481Staatsblad 2001, 538Staatsblad 2001, 568Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2001, 582Staatsblad 2001, 583Staatsblad 2001, 584Staatsblad 2001, 664Staatsblad 2002, 53Staatsblad 2002, 288Staatsblad 2002, 541Staatsblad 2003, 20Staatsblad 2003, 376Staatsblad 2003, 500Staatsblad 2004, 37Staatsblad 2004, 50Staatsblad 2004, 215Staatsblad 2004, 220Staatsblad 2004, 325Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2004, 717Staatsblad 2004, 728Staatsblad 2005, 16Staatsblad 2005, 274Staatsblad 2005, 275Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 708Staatsblad 2006, 26Staatsblad 2006, 351Staatsblad 2006, 593Staatsblad 2006, 625Staatsblad 2006, 644Staatsblad 2007, 28Staatsblad 2007, 490Staatsblad 2008, 20Staatsblad 2008, 408Staatsblad 2009, 8Staatsblad 2008, 600Staatsblad 2008, 606Staatsblad 2009, 25Staatsblad 2009, 356Staatsblad 2009, 383Staatsblad 2009, 580Staatsblad 2010, 857Staatsblad 2009, 570Staatsblad 2010, 24Staatsblad 2010, 175Staatsblad 2010, 216Staatsblad 2010, 228Staatsblad 2010, 768Staatsblad 2010, 840Staatsblad 2011, 111Staatsblad 2011, 255Staatsblad 2011, 528Staatsblad 2012, 313Staatsblad 2012, 430Staatsblad 2012, 682.

 

 

WET van 2 februari 1955, Stb. 1955, 47, houdende nieuwe regeling van de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep (Beroepswet). Laatste tekstplaatsing: Stb. 1994, 3. Inwerkingtreding: 1 januari 1957 (Stb. 1956, 591).

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep opnieuw te regelen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

TITEL  I

De Centrale Raad van Beroep

 

Art. 1. [Instelling CRvB]  [GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 2001, 582]
Er is een Centrale Raad van Beroep, gevestigd te Utrecht.

 

Art. 2. [Personeel CRvB]  [GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2001, 582Stb. 2004, 215Stb. 2010, 857]
-1. Bij de Centrale Raad van Beroep zijn werkzaam:
a. leden met rechtspraak belast; en
b. gerechtsambtenaren.
-2. De leden met rechtspraak belast, werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep zijn:
a. senior raadsheren;
b. raadsheren;
c. raadsheren-plaatsvervangers.

 

Art. 3. [Schakelbepaling Wet RO, bijzondere bepalingen omtrent bestuur CRvB] [BC] [BC07] [BC13] [KC02] [KC05]  [GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1995, 116Stb. 1995, 250Stb. 1996, 590Stb. 2001, 582Stb. 2001, 583Stb. 2001, 584Stb. 2004, 215Stb. 2009, 8Stb. 2010, 857Stb. 2010, 175Stb. 2011, 255Stb. 2012, 313 + bis]
Het bepaalde bij en krachtens de afdelingen 1, 1a, 2 en 6 van hoofdstuk 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie is, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 9, 11, 20, tweede lid, 21, 21b en 23a, van overeenkomstige toepassing op de Centrale Raad van Beroep, met dien verstande dat:
a. het bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter, waarbij geldt dat twee leden, waaronder de voorzitter, leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a of b, zijn;
b. de voorzitter onderscheidenlijk het andere rechterlijk lid gedurende zijn benoemingsduur als voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid in plaats van zijn salaris overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen salaris behorende bij de vervulling van de functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid ontvangt en dat daarop de artikelen 6, 13 tot en met 15, 17, eerste tot en met vijfde lid, en 18 tot en met 19 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing zijn;
c. de voorzitter onderscheidenlijk het andere rechterlijk lid na het verstrijken van een benoemingsduur van ten minste zes aaneengesloten jaren, met ingang van de datum waarop hij zijn werkzaamheden als zodanig beëindigt, gedurende drie jaren een toelage ontvangt op het salaris dat hij overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren geniet, waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid vast te stellen salarishoogte;
d. bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld over het salaris van de leden van het bestuur en de onkostenvergoeding van de voorzitter en het andere rechterlijk lid;
e. de griffie alle werkdagen gedurende ten minste zes uren per dag is geopend;
f. de voorzitter en het andere rechterlijk lid tevens staatsraad of staatsraad in buitengewone dienst kunnen zijn;
g. de voorzitter en het andere rechterlijk lid van het bestuur niet tevens lid kunnen zijn van het bestuur van een rechtbank, het bestuur van een gerechtshof of het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, behoudens in het geval van tijdelijke waarneming, en het niet-rechterlijk lid van het bestuur, naast het geval van tijdelijke waarneming, slechts in bijzondere gevallen tevens lid kan zijn van het bestuur van één rechtbank, het bestuur van één gerechtshof of het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

 

Art. 3a. [Instelling grote kamers]  [GeschiedenisStb. 2012, 682]
De Centrale Raad van Beroep vormt en bezet op voorstel van de president grote kamers. Deze bestaan uit vijf leden, van wie een als voorzitter optreedt.

 

Art. 4. [Schakelbepalingen Wrra, bijzondere bepalingen omtrent leden met rechtspraak belast en gerechtsauditeurs]  [GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1996, 590Stb. 1998, 120 + bisStb. 2001, 582Stb. 2001, 584Stb. 2004, 215 + bisStb. 2009, 8 + bisStb. 2010, 857Stb. 2012, 313]
-1. Op de leden met rechtspraak belast is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, voor zover betrekking hebbend op rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, met uitzondering van de artikelen 5a, 5b, 5c, vierde tot en met zesde lid, en 5g, tweede lid, onderdeel a, en vierde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. het bestuur wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit;
b. zij met betrekking tot hun benoeming en salaris worden gelijkgesteld met degenen die hetzelfde ambt vervullen bij een gerechtshof;
c. het bestuur de lijst van aanbeveling opmaakt bij het openvallen van een plaats van senior raadsheer, raadsheer of raadsheer-plaatsvervanger en de Raad voor de rechtspraak deze lijst telkens, onder medezending van een advies hierover, aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie doorzendt met het oog op een voordracht voor benoeming overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
d. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 6, 45 en 46 worden gelijkgesteld met bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren;
e. zij voor de overeenkomstige toepassing van artikel 13 worden gelijkgesteld met rechterlijke ambtenaren van wie de eerste benoeming een ambt bij een gerechtshof of rechtbank betreft;
f. het bestuur de werkzaamheden van de leden met rechtspraak belast verdeelt; en
g. het lid met rechtspraak belast, dat tevens president is van de Centrale Raad van Beroep, ten aanzien van hen bevoegd is tot het opleggen van de disciplinaire maatregel van schriftelijke waarschuwing,
het verrichten van de beoordeling, bedoeld in artikel 44, zesde lid, en het doen van een verzoek aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad, bedoeld in artikel 46o, tweede lid.
-2. Op de senior gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, voor zover betrekking hebbend op senior gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs, met uitzondering van artikel 5b, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. het bestuur wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit;
b. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 6, 45 en 46 worden gelijkgesteld met rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een gerechtshof of rechtbank;
c. het bestuur de werkzaamheden van de senior gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs verdeelt; en
d. zij voor de overeenkomstige toepassing van artikel 13 worden gelijkgesteld met rechterlijke ambtenaren van wie de eerste benoeming een ambt bij een gerechtshof of rechtbank betreft.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de overeenkomstige toepassing van het krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde ten aanzien van de in het eerste en tweede lid genoemde leden met rechtspraak belast, senior gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs.

 

Art. 5. [Nadere regelgeving werkwijze CRvB]  [GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1996, 590Stb. 2001, 582]
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkwijze van de Centrale Raad van Beroep. [Br]

 

Art. 6. [Inlichtingenverplichting rechtbanken]  [GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1996, 590Stb. 2001, 582]
De rechtbanken en de presidenten geven inlichtingen wanneer die door de president van de Centrale Raad van Beroep voor de behandeling van een zaak noodzakelijk worden geacht.

 

Art. 7. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2001, 582]

 

Art. 8. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1996, 590]

 

Art. 9. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2001, 582]

 

Art. 10. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2001, 582]

 

Art. 11. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2001, 582]

 

Art. 12. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2001, 582]

 

Art. 13. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1996, 590]

 

Art. 14. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2001, 582]

 

Art. 15. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1996, 590Stb. 1998, 120Stb. 1999, 194Stb. 2001, 582]

 

Art. 16. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1996, 590Stb. 1998, 120 + bisStb. 1999, 194Stb. 2001, 582]

 

 

TITEL  II

Beroep en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep

Vervallen

 

HOOFDSTUK  I

Beroep

Vervallen

 

Art. 17. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2009, 570Stb. 2012, 682]

 

 

HOOFDSTUK  II

Hoger beroep

Vervallen

 

Art. 18. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1995, 250Stb. 1997, 139Stb. 2001, 584Stb. 2004, 220Stb. 2009, 570Stb. 2012, 682Stb. 2012, 682]

 

Art. 19. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2009, 383Stb. 2012, 682]

 

Art. 20. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 2012, 682]

 

Art. 21. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1995, 250Stb. 2001, 584Stb. 2009, 570Stb. 2012, 682]      [JurisprudentieLJN AE1901]

 

Art. 21a. Vervallen[GeschiedenisStb. 1995, 250Stb. 2002, 53Stb. 2012, 682]

 

Art. 22. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1995, 250Stb. 1997, 112Stb. 1997, 139Stb. 1998, 744Stb. 2001, 481Stb. 2001, 538Stb. 2001, 664Stb. 2003, 20Stb. 2003, 500Stb. 2004, 37Stb. 2004, 325Stb. 2005, 16Stb. 2005, 26Stb. 2006, 593Stb. 2007, 28Stb. 2008, 20Stb. 2008, 600Stb. 2009, 25Stb. 2010, 24Stb. 2010, 768Stb. 2011, 528Stb. 2012, 682]

 

Art. 23. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1995, 250Stb. 2012, 682]

 

Art. 24. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 2012, 682]

 

Art. 25. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 2012, 682]

 

Art. 26. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 2012, 682]      [JurisprudentieLJN AD3849AE7599]

 

Art. 27. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 2012, 682]

 

Art. 28. Vervallen[GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 2012, 682]

 

 

TITEL  II

Slotbepalingen

 

Art. 28a. Vervallen[GeschiedenisStb. 2002, 53Stb. 2004, 50Stb. 2012, 682]
 
 
 
Art. 29. [Citeertitel]  [GeschiedenisVvWMvT]
Deze wet wordt aangehaald als: Beroepswet.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 2 Februari 1955

 

JULIANA

 

De Minister van Justitie,
L.A. Donker

De Staatssecretaris van Sociale Zaken,
A.A. van Rhijn

De Minister van Binnenlandse Zaken,
Beel

De Minister van Oorlog en van Marine,
C. Staf

De Minister van Maatschappelijk Werk,
F.J. van Thiel

 

Uitgegeven de achttiende Februari 1955
De Minister van Justitie,
L.A. Donker

 

 

 

BIJLAGE

bij de Beroepswet

Vervallen

 

A

Vervallen

 

[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1995, 250Stb. 1995, 639Stb. 1997, 162Stb. 1998, 228Stb. 2002, 53Stb. 2002, 288Stb. 2012, 682]
1. Noodwet Geneeskundigen.
2. Wet op de noodwachten.
3. Noodwet Arbeidsvoorziening.
4. Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders.
5. Wet van 25 mei 1962 (Stb. 1962, 196), houdende instelling van een Bijstandskorps van burgerlijke rijksambtenaren, dat bestemd is voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea.
6. De algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in:
- artikel 38a van de Wet op het voortgezet onderwijs,
- de artikelen 2.45 en 2.46 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs,
- de artikelen 4.1.2, 4.1.4 en 4.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
- de artikelen 4.5 en 16.23 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
- de artikelen 14, eerste lid, en 35 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek,
- de artikelen 33, tweede lid, en 52 van de Wet op het primair onderwijs,
- de artikelen 33, tweede lid, en 55 van de Wet op de expertisecentra,
- artikel 23, tweede en derde lid, van de Wet op het leerlingwezen,
- de artikelen 55, tweede lid, en 76 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs,
- artikel 9 van de Kaderwet volwasseneneducatie,
- artikel 58, tweede en derde lid, van de Wet op de onderwijsverzorging, en
- de artikelen 108, 109, 126, derde lid, 127, tweede lid, 146, derde lid, 159, tweede en vijfde lid, en 163, tweede lid, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, telkens voor zover het besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen betreft.
6a. Artikel B2 van de Wet van 15 mei 1997 tot wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake schoolbegeleiding (regeling schoolbegeleiding) (Stb. 1997, 252) en artikel 13 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten in samenhang met de in onderdeel 6 bedoelde algemene maatregelen van bestuur, voor zover het besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan wel Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreft.
7.
Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.
8. Wet privatisering ABP.

 

 

B

Vervallen

 

[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 2002, 53Stb. 2002, 541 + bisStb. 2012, 682]
1. Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië.
2. Wet van 21 december 1951 (Stb. 1951, 592), houdende een onderstandsregeling ingevolge artikel 2 Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië.
3. Garantiewet Militairen KNIL.
4. Wet van 23 april 1952 (Stb. 1952, 219), houdende een minimumwachtgeldregeling ingevolge artikel 3 van de Garantiewet.
5. Wet pensioenvoorzieningen KNIL.
6. Toeslagwet-1954 Indonesische uitkeringen.
7. Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956.
8. Beperkingswet Nederlandse toeslagen op Indonesische pensioenen.
9. Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960.
10. Wet van 18 januari 1956 (Stb. 1956, 40), houdende goedkeuring van de op 11 augustus 1954 te 's-Gravenhage gesloten overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake overdracht door Indonesië aan Nederland van vorderingen op Nederlanders.
11. Uitvoering van artikel 16 van het Vredesverdrag met Japan (Trb. 1951, 134), voor wat betreft de uitkeringen aan ex-krijgsgevangenen.
12. Uitvoering van het Protocol tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan inzake de regeling van het vraagstuk betreffende zekere soorten particuliere vorderingen van Nederlandse onderdanen, met notawisseling.
13. De verdeling tussen belanghebbenden van het Nederlandse aandeel in de opbrengst van de Birma-spoorweg.
14. Ordonnantie houdende voorzieningen met betrekking tot een voorlopige uitkering ter rehabilitatie van bepaalde groepen oorlogsslachtoffers.
15. Ordonnantie tot vaststelling van de regelingen met betrekking tot definitieve uitkeringen ter rehabilitatie van bepaalde groepen van oorlogsslachtoffers, en artikel 17 van Regeling C behorende bij die ordonnantie.
16. Uitvoering van de regels neergelegd in de regeringsnota inzake het Rapport van de Commissie achterstallige Betalingen (Tweede Kamer, zitting 1952-1953, 3107, nr. 1) en de daarop gevolgde stukken en handelingen, alsmede uitvoering van de regels neergelegd in de door de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Financiën, op advies van de Commissie van Bijstand voor de rehabilitatie van Indische oorlogsslachtoffers, vastgestelde of alsnog vast te stellen richtlijnen.
17. Wet van 2 juli 1980 (Stb. 1980, 385), houdende regelen omtrent een eenmalige uitkering aan bepaalde Molukse gewezen KNIL-militairen en hun weduwen ter zake van over de periode 1 mei 1956 tot 1 januari 1964 gederfd pensioen.
18. Uitkeringswet Indische geïnterneerden.
19. Uitkeringswet KNIL-beroepsmilitairen.
20. De reglementen van de Stichting Maror-gelden Overheid, de Stichting Joods Humanitair Fonds, de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de Stichting Het Gebaar.

 

 

C

Vervallen

 

[GeschiedenisVvWMvT + bis;  Stb. 1995, 690Stb. 1995, 691Stb. 1996, 302Stb. 1997, 85Stb. 1997, 96Stb. 1997, 465Stb. 1997, 760Stb. 1997, 768Stb. 1997, 789Stb. 1997, 794Stb. 1998, 59Stb. 1998, 290Stb. 1998, 411Stb. 1999, 592Stb. 2000, 284Stb. 2000, 383Stb. 2000, 593Stb. 2001, 568Stb. 2001, 625Stb. 2002, 53Stb. 2002, 541Stb. 2003, 376Stb. 2005, 37 + bisStb. 2004, 717Stb. 2004, 728 + bis + bisStb. 2005, 274Stb. 2005, 275Stb. 2005, 525Stb. 2005, 573Stb. 2005, 708Stb. 2006, 351Stb. 2006, 625Stb. 2006, 644Stb. 2007, 490Stb. 2008, 408Stb. 2008, 606Stb. 2009, 356Stb. 2009, 580Stb. 2010, 216Stb. 2010, 228Stb. 2010, 840 + bisStb. 2011, 111Stb. 2012, 430Stb. 2012, 682]
1. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
1a. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
2. Ziektewet.
2a. Hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg.
2b. Vervallen.
3. Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.
3a. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
3b. Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
3c. Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.
4.
Werkloosheidswet.
4a. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
5. Algemene Kinderbijslagwet.
5a. Een ministeriële regeling op grond van artikel 3, eerste lid, juncto artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies betreffende een tegemoetkoming ten behoeve van thuiswonende gehandicapte kinderen ¹ en betreffende het verlenen van een eenmalige uitkering ter tegemoetkoming in immateriële schade aan werknemers die tengevolge van blootstelling aan asbest ernstig ziek zijn geworden.²
6. Algemene Ouderdomswet.
7. Algemene Weduwen- en Wezenwet.
7a. Wet voorzieningen gehandicapten.
7b. Algemene nabestaandenwet.
8. Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989.
8a. Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, voor zover het besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan wel Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreft.
8b. Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, voor zover het besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan wel Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreft.
8c. Artikel B2 van de Wet van 15 mei 1997 tot wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake schoolbegeleiding (regeling schoolbegeleiding) (Stb. 1997, 252) en artikel 13 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten in samenhang met de onder 8a en 8b bedoelde algemene maatregelen van bestuur, voor zover het besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan wel Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreft.
9.
Toeslagenwet.
10. Wet sociale werkvoorziening.
11. Wet arbeid gehandicapte werknemers.
11a. Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
11b. Vervallen.
12. Wet Werkloosheidsvoorziening.
13. Ongevallenwet.
14. Liquidatiewet ongevallenwetten.
15. Vervallen.
16. Vervallen.
17. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.
18. Wet financiering sociale verzekeringen, voor zover het betreft besluiten van de Sociale verzekeringsbank of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
19. Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid.
20. Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.
20a.
Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen.
20b.
Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.
21. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
22. Ziekenfondswet.
22a.
De artikelen 9b, 9c, 18f, 18g, 69, 70 en 118a van de Zorgverzekeringswet, behalve voor zover op grond van de artikelen 18f, eerste lid, juncto 18d of artikel 18e van die wet een besluit is genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
23. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
24. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
24a. Wet werk en inkomen kunstenaars.
24b. Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz.
24c. Wet studiefinanciering 2000.
24d. Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
24e. Wet maatschappelijke ondersteuning.
24f. Vervallen.
25. Algemene Bijstandswet, Algemene bijstandswet, Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet, Invoeringswet Wet werk en bijstand en Wet werk en bijstand.
25a. Wet investeren in jongeren.
26. Wet op de Pensioenkamer.
27. Wet inschakeling werkzoekenden.
28. Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies.
29. Artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies.
30. Vervallen.
31. Vervallen.
32. Vervallen.
33. Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
33a. De Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met uitzondering van de besluiten die gebaseerd zijn op regelingen op grond van artikel 81 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 zoals dat artikel luidde tot 1 januari 2002.
34. Artikel 9 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
35. Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
36. Artikelen 2 en 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.
37. Tijdelijke wet pilot loondispensatie.

1. Zie Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000, red.
2. Zie Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers, red.

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | jurisprudentie | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x