|
MEMORIE VAN TOELICHTING
Nadere regelgeving:
- Beroepsreglement
- Bestuursreglement Centrale Raad van
Beroep (2013)
- Klachtenregeling Centrale Raad van Beroep 2005
- Procesregeling
bestuursrechtelijke colleges 2006
-
Wrakingsregeling Centrale Raad van Beroep
Vervallen
nadere regelgeving:
- Bestuursreglement Centrale Raad van
Beroep
(vervallen)
- Bestuursreglement CRvB
(vervallen)
- Klachtenregeling Centrale Raad van Beroep 2002
(vervallen)
- Procesregeling
Centrale Raad van Beroep
(vervallen)
Relevante overige
regelgeving:
- Algemene wet bestuursrecht
- Besluit proceskosten bestuursrecht
- Wet
voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie
Inhoudsopgave
Bw
| Titel
I |
De
Centrale Raad van Beroep |
artt.
1 - 16 |
| Titel
II |
Beroep
en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (vervallen) |
artt.
17 - 28 |
| Hoofdstuk
Ix |
Beroep
(vervallen) |
art.
17 |
| Hoofdstuk
IIx |
Hoger
beroep (vervallen) |
artt.
18 - 28 |
| Titel
II |
Slotbepalingen |
artt.
28a - 29 |
| BIJLAGE|bij de Beroepswet
(vervallen) |
| xxxxxxxxxxxx |
|
xxxxxxxxx|||x |
Parlementaire
behandeling:
Bijlage Handelingen II 1953-1954, 1954-1955, 3349.
Handelingen II 1954-1955, blz. 2005-2029.
Bijlage Handelingen I 1954-1955, 3349.
Handelingen I 1954-1955, blz. 2089-2093.
Geschiedenis:
Staatsblad 1995, 116; Staatsblad 1995,
250; Staatsblad 1995, 639;
Staatsblad 1995,
690; Staatsblad 1995,
691; Staatsblad 1996,
302; Staatsblad 1996, 590;
Staatsblad 1997, 85; Staatsblad 1997,
96; Staatsblad 1997, 112;
Staatsblad 1997, 139; Staatsblad 1997, 162;
Staatsblad 1997, 465; Staatsblad 1997, 760;
Staatsblad 1997,
768; Staatsblad
1997, 789; Staatsblad 1997,
794; Staatsblad 1998, 59;
Staatsblad 1998, 120; Staatsblad 1998, 228;
Staatsblad 1998, 290; Staatsblad 1998,
411; Staatsblad 1998, 744;
Staatsblad 1999, 194; Staatsblad
1999, 592; Staatsblad 2000,
284; Staatsblad 2000, 383;
Staatsblad 2000, 593; Staatsblad 2001, 481;
Staatsblad 2001, 538; Staatsblad 2001, 568;
Staatsblad 2001,
625; Staatsblad 2001, 582;
Staatsblad 2001,
583; Staatsblad 2001, 584;
Staatsblad 2001, 664; Staatsblad 2002, 53;
Staatsblad
2002, 288; Staatsblad 2002,
541; Staatsblad 2003, 20;
Staatsblad 2003, 376; Staatsblad 2003, 500;
Staatsblad 2004, 37; Staatsblad 2004, 50;
Staatsblad 2004, 215; Staatsblad 2004, 220;
Staatsblad 2004, 325; Staatsblad
2005, 37; Staatsblad
2004, 717; Staatsblad 2004, 728;
Staatsblad 2005, 16; Staatsblad
2005, 274; Staatsblad 2005, 275;
Staatsblad 2005, 525; Staatsblad
2005, 573; Staatsblad
2005, 708; Staatsblad 2006, 26;
Staatsblad
2006, 351; Staatsblad 2006, 593;
Staatsblad 2006, 625; Staatsblad
2006, 644; Staatsblad 2007, 28;
Staatsblad 2007, 490; Staatsblad
2008, 20; Staatsblad 2008, 408;
Staatsblad 2009, 8;
Staatsblad 2008, 600; Staatsblad
2008, 606; Staatsblad 2009, 25;
Staatsblad 2009, 356; Staatsblad
2009, 383; Staatsblad 2009, 580;
Staatsblad 2010, 857; Staatsblad 2009, 570;
Staatsblad 2010, 24; Staatsblad
2010, 175; Staatsblad
2010, 216; Staatsblad
2010, 228; Staatsblad 2010,
768; Staatsblad 2010, 840;
Staatsblad 2011, 111; Staatsblad
2011, 255; Staatsblad 2011,
528; Staatsblad 2012, 313;
Staatsblad 2012, 430; Staatsblad
2012, 682.
WET van 2 februari 1955, Stb.
1955, 47, houdende nieuwe regeling van de organisatie en
procedure van de Centrale Raad van Beroep en de
raden van beroep (Beroepswet). Laatste tekstplaatsing: Stb.
1994, 3. Inwerkingtreding: 1 januari 1957 (Stb. 1956, 591).
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods,
Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben,
dat het wenselijk is de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep
en de raden van beroep opnieuw te regelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
TITEL
I
De
Centrale Raad van Beroep
Art. 1.
[Instelling CRvB] [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb. 2001, 582]
Er is een Centrale Raad van Beroep, gevestigd te Utrecht.
Art.
2. [Personeel CRvB] [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2001, 582; Stb.
2004, 215; Stb. 2010, 857]
-1. Bij de Centrale Raad van Beroep
zijn
werkzaam:
a. leden met rechtspraak belast; en
b. gerechtsambtenaren.
-2. De leden met rechtspraak belast,
werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep zijn:
a. senior raadsheren;
b. raadsheren;
c. raadsheren-plaatsvervangers.
Art.
3. [Schakelbepaling Wet RO, bijzondere
bepalingen omtrent bestuur CRvB] [BC]
[BC07] [BC13]
[KC02] [KC05]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 116; Stb.
1995, 250; Stb. 1996, 590;
Stb. 2001, 582; Stb.
2001, 583; Stb. 2001, 584;
Stb. 2004, 215; Stb.
2009, 8; Stb. 2010, 857; Stb. 2010, 175;
Stb. 2011, 255; Stb.
2012, 313 + bis]
Het bepaalde bij en krachtens de
afdelingen 1, 1a, 2 en 6 van hoofdstuk 2 van de Wet
op de rechterlijke organisatie is, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 9, 11, 20,
tweede lid, 21, 21b en 23a, van overeenkomstige toepassing op de
Centrale Raad van Beroep, met dien verstande dat:
a. het bestuur bestaat uit drie leden,
waaronder de voorzitter, waarbij geldt dat twee leden, waaronder de
voorzitter, leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep
als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel
a of b, zijn;
b. de voorzitter onderscheidenlijk het
andere rechterlijk lid gedurende zijn benoemingsduur als voorzitter
onderscheidenlijk ander rechterlijk lid in plaats van zijn salaris
overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 7 van de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een bij algemene maatregel van
bestuur vast te stellen salaris behorende bij de vervulling van de
functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid ontvangt
en dat daarop de artikelen 6, 13 tot en met 15, 17, eerste tot en met
vijfde lid, en 18 tot en met 19 van de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing zijn;
c. de voorzitter onderscheidenlijk het
andere rechterlijk lid na het verstrijken van een benoemingsduur van ten
minste zes aaneengesloten jaren, met ingang van de datum waarop hij zijn
werkzaamheden als zodanig beëindigt, gedurende drie jaren een toelage
ontvangt op het salaris dat hij overeenkomstig het bepaalde bij en
krachtens artikel 7 van de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren geniet, waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen dat salaris
en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter
onderscheidenlijk ander rechterlijk lid vast te stellen salarishoogte;
d. bij algemene maatregel van bestuur
nadere regels worden gesteld over het salaris van de leden van het
bestuur en de onkostenvergoeding van de voorzitter en het andere
rechterlijk lid;
e. de griffie alle werkdagen gedurende
ten minste zes uren per dag is geopend;
f. de voorzitter en het andere
rechterlijk lid tevens staatsraad of staatsraad in buitengewone dienst
kunnen zijn;
g. de voorzitter en het andere
rechterlijk lid van het bestuur niet tevens lid kunnen zijn van het
bestuur van een rechtbank, het bestuur van een
gerechtshof of het
bestuur van het College van Beroep voor het
bedrijfsleven, behoudens in
het geval van tijdelijke waarneming, en het niet-rechterlijk lid van het
bestuur, naast het geval van tijdelijke waarneming, slechts in
bijzondere gevallen tevens lid kan zijn van het bestuur van één
rechtbank, het bestuur van één gerechtshof of het bestuur van het
College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Art.
3a. [Instelling grote kamers] [Geschiedenis:
Stb.
2012, 682]
De Centrale Raad van Beroep vormt en bezet
op voorstel van de president grote kamers. Deze bestaan uit vijf leden,
van wie een als voorzitter optreedt.
Art.
4. [Schakelbepalingen Wrra, bijzondere
bepalingen omtrent leden met rechtspraak belast en gerechtsauditeurs]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1996, 590; Stb.
1998, 120 + bis; Stb.
2001, 582; Stb. 2001, 584;
Stb. 2004, 215 + bis;
Stb. 2009, 8 + bis;
Stb. 2010, 857; Stb.
2012, 313]
-1. Op de leden met rechtspraak belast is
de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren, voor zover betrekking hebbend
op rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, met uitzondering van
de artikelen 5a, 5b, 5c, vierde tot en met zesde
lid, en 5g, tweede lid, onderdeel a, en vierde lid, van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. het bestuur wordt aangemerkt als
hun functionele autoriteit;
b. zij met betrekking tot hun
benoeming en salaris worden gelijkgesteld met degenen die hetzelfde ambt
vervullen bij een gerechtshof;
c. het bestuur de lijst van
aanbeveling opmaakt bij het openvallen van een plaats van senior
raadsheer, raadsheer of raadsheer-plaatsvervanger
en de Raad voor de rechtspraak deze lijst telkens, onder medezending van
een advies hierover, aan Onze Minister van
Veiligheid en Justitie doorzendt met het oog op een voordracht voor benoeming
overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
d. zij voor de overeenkomstige
toepassing van de artikelen 6, 45 en 46 worden gelijkgesteld met bij een
gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke
ambtenaren;
e. zij voor de overeenkomstige
toepassing van artikel 13 worden gelijkgesteld met rechterlijke
ambtenaren van wie de eerste benoeming een ambt bij een gerechtshof of
rechtbank betreft;
f. het
bestuur de werkzaamheden van de leden met rechtspraak belast verdeelt;
en
g. het lid met rechtspraak belast,
dat tevens president is van de Centrale Raad van
Beroep, ten aanzien van hen bevoegd is tot het opleggen van de
disciplinaire maatregel van schriftelijke waarschuwing, het verrichten van de beoordeling, bedoeld in artikel 44,
zesde lid, en het doen van
een verzoek aan de procureur-generaal bij de Hoge
Raad, bedoeld in artikel 46o, tweede lid.
-2. Op de senior gerechtsauditeurs en
gerechtsauditeurs is de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren, voor zover betrekking hebbend op
senior gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs, met uitzondering van artikel 5b, van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. het bestuur wordt aangemerkt als
hun functionele autoriteit;
b. zij voor de overeenkomstige
toepassing van de artikelen 6, 45 en 46 worden gelijkgesteld met
rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een gerechtshof of
rechtbank;
c. het bestuur de werkzaamheden van
de senior gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs verdeelt; en
d. zij voor de overeenkomstige
toepassing van artikel 13 worden gelijkgesteld met rechterlijke
ambtenaren van wie de eerste benoeming een ambt bij een gerechtshof of
rechtbank betreft.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de overeenkomstige
toepassing van het krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke
ambtenaren bepaalde ten aanzien van de in het eerste en tweede lid
genoemde leden met rechtspraak belast, senior gerechtsauditeurs en
gerechtsauditeurs.
Art.
5. [Nadere regelgeving werkwijze CRvB]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1996, 590; Stb.
2001, 582]
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de
werkwijze van de Centrale Raad van Beroep. [Br]
Art.
6. [Inlichtingenverplichting rechtbanken]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1996, 590; Stb.
2001, 582]
De rechtbanken en de presidenten geven
inlichtingen wanneer die door de president van de Centrale Raad van Beroep
voor de
behandeling van een zaak noodzakelijk worden geacht.
Art. 7.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2001, 582]
Art.
8.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1996, 590]
Art.
9.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2001, 582]
Art.
10.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2001, 582]
Art.
11.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2001, 582]
Art.
12.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2001, 582]
Art.
13.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1996, 590]
Art.
14.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2001, 582]
Art.
15.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1996, 590; Stb.
1998, 120; Stb. 1999, 194;
Stb. 2001, 582]
Art.
16.
Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1996, 590; Stb.
1998, 120 + bis; Stb.
1999, 194; Stb. 2001, 582]
TITEL
II
Beroep
en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep
Vervallen
HOOFDSTUK
I
Beroep
Vervallen
Art.
17. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2009, 570; Stb.
2012, 682]
HOOFDSTUK
II
Hoger
beroep
Vervallen
Art.
18. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; Stb.
1997, 139; Stb. 2001, 584;
Stb. 2004, 220; Stb.
2009, 570; Stb.
2012, 682; Stb. 2012, 682]
Art.
19. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2009, 383; Stb.
2012, 682]
Art.
20. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb.
2012, 682]
Art.
21. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; Stb.
2001, 584; Stb. 2009, 570;
Stb.
2012, 682] •
[Jurisprudentie: LJN AE1901]
Art.
21a. Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 1995, 250; Stb.
2002, 53; Stb.
2012, 682]
Art.
22. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; Stb.
1997, 112; Stb. 1997, 139;
Stb. 1998, 744; Stb.
2001, 481; Stb. 2001, 538;
Stb. 2001, 664; Stb.
2003, 20; Stb. 2003, 500;
Stb. 2004, 37; Stb.
2004, 325; Stb. 2005, 16;
Stb. 2005, 26; Stb.
2006, 593; Stb. 2007, 28;
Stb. 2008, 20; Stb.
2008, 600; Stb. 2009, 25;
Stb. 2010, 24; Stb.
2010, 768; Stb. 2011, 528;
Stb.
2012, 682]
Art.
23. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; Stb.
2012, 682]
Art.
24. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb.
2012, 682]
Art.
25. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb.
2012, 682]
Art.
26. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb.
2012, 682] •
[Jurisprudentie: LJN
AD3849; AE7599]
Art.
27. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb.
2012, 682]
Art.
28. Vervallen. [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb.
2012, 682]
TITEL
II
Slotbepalingen
Art.
28a. Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2002, 53; Stb.
2004, 50; Stb.
2012, 682]
Art.
29. [Citeertitel] [Geschiedenis:
VvW;
MvT]
Deze wet wordt aangehaald als:
Beroepswet.
Lasten en
bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen,
Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 2
Februari 1955
JULIANA
De Minister van Justitie,
L.A. Donker
De Staatssecretaris van Sociale
Zaken,
A.A. van Rhijn
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Beel
De Minister van Oorlog en van
Marine,
C. Staf
De Minister van Maatschappelijk
Werk,
F.J. van Thiel
Uitgegeven de achttiende
Februari 1955
De Minister van Justitie,
L.A. Donker
BIJLAGE
bij de Beroepswet
Vervallen
A
Vervallen
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; Stb.
1995, 639; Stb. 1997, 162;
Stb. 1998, 228; Stb.
2002, 53; Stb. 2002, 288;
Stb.
2012, 682]
1. Noodwet
Geneeskundigen.
2. Wet op de noodwachten.
3. Noodwet
Arbeidsvoorziening.
4. Wet
rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders.
5. Wet van 25 mei 1962 (Stb. 1962, 196),
houdende instelling van een Bijstandskorps van burgerlijke rijksambtenaren, dat
bestemd is voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea.
6. De algemene maatregelen van
bestuur, bedoeld in:
- artikel 38a van de Wet
op het voortgezet onderwijs,
- de artikelen 2.45 en 2.46 van de Wet
op het cursorisch beroepsonderwijs,
- de artikelen 4.1.2, 4.1.4 en 4.3.2 van de Wet
educatie en beroepsonderwijs,
- de artikelen 4.5 en 16.23 van de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
- de artikelen 14, eerste lid, en 35
van de Wet
op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek,
- de artikelen 33, tweede lid, en 52
van de Wet op
het primair onderwijs,
- de artikelen 33, tweede lid, en 55
van de Wet op de
expertisecentra,
- artikel 23, tweede en derde lid, van
de Wet op het leerlingwezen,
- de artikelen 55, tweede lid, en 76
van de Wet op het hoger beroepsonderwijs,
- artikel 9 van de Kaderwet
volwasseneneducatie,
- artikel 58, tweede en derde lid, van
de Wet op de onderwijsverzorging, en
- de artikelen 108, 109, 126, derde
lid, 127, tweede lid, 146, derde lid, 159, tweede en vijfde lid, en 163,
tweede lid, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, telkens voor zover
het besluiten van
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen betreft.
6a. Artikel B2 van de Wet van 15 mei 1997
tot wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet
op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet
op het voortgezet onderwijs inzake schoolbegeleiding (regeling
schoolbegeleiding) (Stb. 1997, 252) en artikel 13 van de Wet
subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten in
samenhang met de in onderdeel 6 bedoelde algemene maatregelen van
bestuur, voor zover het besluiten van Onze Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen dan wel Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreft.
7. Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP.
8. Wet
privatisering ABP.
B
Vervallen
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 2002, 53; Stb.
2002, 541 + bis; Stb.
2012, 682]
1. Garantiewet
Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië.
2. Wet van 21 december 1951 (Stb.
1951, 592), houdende een
onderstandsregeling ingevolge artikel 2 Garantiewet
Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië.
3. Garantiewet
Militairen KNIL.
4. Wet van 23 april 1952 (Stb. 1952,
219), houdende een
minimumwachtgeldregeling ingevolge artikel 3 van de Garantiewet.
5. Wet
pensioenvoorzieningen KNIL.
6. Toeslagwet-1954 Indonesische uitkeringen.
7. Toeslagwet
Indonesische pensioenen 1956.
8. Beperkingswet Nederlandse toeslagen op Indonesische
pensioenen.
9. Samenloopregeling
Indonesische pensioenen 1960.
10. Wet van 18 januari 1956 (Stb.
1956, 40), houdende goedkeuring
van de
op 11 augustus 1954 te 's-Gravenhage gesloten overeenkomst tussen het
Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake overdracht
door Indonesië aan Nederland van vorderingen op Nederlanders.
11. Uitvoering van artikel 16 van het Vredesverdrag met Japan
(Trb. 1951, 134), voor wat betreft de uitkeringen aan ex-krijgsgevangenen.
12. Uitvoering van het Protocol tussen het Koninkrijk der
Nederlanden en Japan inzake de regeling van het vraagstuk betreffende zekere
soorten particuliere vorderingen van Nederlandse onderdanen, met
notawisseling.
13. De verdeling tussen belanghebbenden van het Nederlandse
aandeel in de opbrengst van de Birma-spoorweg.
14. Ordonnantie houdende voorzieningen met betrekking tot
een
voorlopige uitkering ter rehabilitatie van bepaalde groepen oorlogsslachtoffers.
15. Ordonnantie tot vaststelling van de regelingen met
betrekking
tot definitieve uitkeringen ter rehabilitatie van bepaalde groepen van
oorlogsslachtoffers, en artikel 17 van Regeling C behorende bij die ordonnantie.
16. Uitvoering van de regels neergelegd in de regeringsnota
inzake
het Rapport van de Commissie achterstallige Betalingen (Tweede Kamer, zitting
1952-1953, 3107, nr. 1) en de daarop gevolgde stukken en
handelingen, alsmede uitvoering van de regels neergelegd in de door de
Ministers van Buitenlandse Zaken en van Financiën, op advies van de Commissie
van Bijstand voor de rehabilitatie van Indische oorlogsslachtoffers,
vastgestelde of alsnog vast te stellen richtlijnen.
17. Wet van 2 juli 1980 (Stb. 1980, 385), houdende regelen omtrent
een
eenmalige uitkering aan bepaalde Molukse gewezen KNIL-militairen en hun
weduwen ter zake van over de periode 1 mei 1956 tot 1 januari 1964 gederfd
pensioen.
18. Uitkeringswet
Indische geïnterneerden.
19. Uitkeringswet
KNIL-beroepsmilitairen.
20.
De reglementen van de Stichting Maror-gelden Overheid, de Stichting
Joods Humanitair Fonds, de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de
Stichting Het Gebaar.
C
Vervallen
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 690; Stb.
1995, 691; Stb. 1996, 302;
Stb. 1997, 85; Stb.
1997, 96; Stb. 1997, 465;
Stb. 1997, 760; Stb.
1997, 768; Stb. 1997, 789;
Stb. 1997, 794; Stb.
1998, 59; Stb. 1998, 290;
Stb. 1998, 411; Stb.
1999, 592; Stb. 2000, 284;
Stb. 2000, 383; Stb.
2000, 593; Stb. 2001, 568;
Stb. 2001, 625; Stb.
2002, 53; Stb. 2002, 541,
Stb. 2003, 376; Stb.
2005, 37 + bis;
Stb.
2004, 717; Stb.
2004, 728 + bis
+ bis; Stb.
2005, 274; Stb. 2005, 275;
Stb. 2005, 525; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 708; Stb.
2006, 351; Stb. 2006, 625;
Stb. 2006, 644; Stb.
2007, 490; Stb. 2008, 408;
Stb. 2008, 606; Stb.
2009, 356; Stb.
2009, 580; Stb. 2010, 216;
Stb. 2010, 228; Stb. 2010, 840
+ bis; Stb.
2011, 111; Stb. 2012, 430;
Stb.
2012, 682]
1. Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen.
1a. Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
2. Ziektewet.
2a. Hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg.
2b. Vervallen.
3. Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet.
3a. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
3b. Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
3c. Tijdelijke wet
beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.
4. Werkloosheidswet.
4a. Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen.
5. Algemene
Kinderbijslagwet.
5a. Een ministeriële regeling op grond van
artikel 3, eerste lid, juncto artikel 9 van de Kaderwet
SZW-subsidies betreffende een tegemoetkoming ten behoeve van
thuiswonende gehandicapte kinderen ¹ en betreffende het verlenen van een eenmalige
uitkering ter tegemoetkoming in immateriële schade aan werknemers die
tengevolge van blootstelling aan asbest ernstig ziek zijn geworden.²
6. Algemene
Ouderdomswet.
7. Algemene Weduwen- en Wezenwet.
7a. Wet voorzieningen
gehandicapten.
7b. Algemene nabestaandenwet.
8. Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden
volksverzekeringen 1989.
8a. Besluit werkloosheid onderwijs- en
onderzoekspersoneel, voor zover het besluiten van Onze
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan wel Onze
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreft.
8b. Tijdelijk besluit ziekte en
arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, voor zover het
besluiten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan
wel Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreft.
8c. Artikel B2 van de Wet van 15 mei 1997
tot wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet
op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet
op het voortgezet onderwijs inzake schoolbegeleiding (regeling
schoolbegeleiding) (Stb. 1997, 252) en artikel 13 van de Wet
subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten in
samenhang met de onder 8a en 8b bedoelde algemene maatregelen van
bestuur, voor zover het besluiten van Onze Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen dan wel Onze Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij betreft.
9. Toeslagenwet.
10. Wet sociale
werkvoorziening.
11. Wet arbeid gehandicapte werknemers.
11a. Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
11b. Vervallen.
12. Wet
Werkloosheidsvoorziening.
13. Ongevallenwet.
14. Liquidatiewet
ongevallenwetten.
15. Vervallen.
16. Vervallen.
17. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen.
18.
Wet financiering sociale verzekeringen,
voor zover het betreft besluiten van de Sociale
verzekeringsbank of het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
19. Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid.
20. Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen.
20a. Wet
gevolgen brutering uitkeringsregelingen.
20b. Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen.
21. Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten.
22. Ziekenfondswet.
22a. De artikelen 9b, 9c,
18f, 18g,
69,
70 en 118a van de
Zorgverzekeringswet, behalve voor zover op grond van
de artikelen 18f, eerste lid, juncto
18d of artikel
18e van die wet een
besluit is genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke
premie of de hoogte daarvan.
23. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
24. Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
24a. Wet werk en
inkomen kunstenaars.
24b. Wet financiering
Abw, Ioaw en Ioaz.
24c. Wet
studiefinanciering 2000.
24d. Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage
en schoolkosten.
24e. Wet maatschappelijke ondersteuning.
24f. Vervallen.
25. Algemene Bijstandswet, Algemene bijstandswet, Invoeringswet herinrichting Algemene
Bijstandswet, Invoeringswet Wet werk en bijstand en Wet werk en bijstand.
25a. Wet investeren in
jongeren.
26. Wet op de Pensioenkamer.
27. Wet inschakeling
werkzoekenden.
28. Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling
opslagpremies.
29. Artikel 19a van de Wet
overige OCW-subsidies.
30. Vervallen.
31. Vervallen.
32. Vervallen.
33. Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
33a. De Invoeringswet Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met uitzondering
van de besluiten die gebaseerd zijn op regelingen op grond van
artikel 81 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 zoals dat artikel luidde tot
1 januari 2002.
34. Artikel 9 van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
35. Wet
allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
36. Artikelen 2 en 10 van de Wet
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.
37. Tijdelijke wet
pilot loondispensatie.
1. Zie Regeling
tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000,
red.
2. Zie Regeling
tegemoetkoming asbestslachtoffers,
red.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
|
|