Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Beroepsreglement
- Bestuursreglement Centrale Raad van Beroep (2013)
- Klachtenregeling Centrale Raad van Beroep 2005

Vervallen nadere regelgeving:
- Bestuursreglement Centrale Raad van Beroep (vervallen)
- Bestuursreglement CRvB (vervallen)
- Klachtenregeling Centrale Raad van Beroep 2002 (vervallen)
- Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2006 (vervallen)
- Procesregeling Centrale Raad van Beroep (vervallen)
- Wrakingsregeling Centrale Raad van Beroep (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Algemene wet bestuursrecht
- Besluit proceskosten bestuursrecht
- Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2014
- Wet voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie

 

 

Inhoudsopgave Bw

Titel I De Centrale Raad van Beroep artt. 1 - 16
Titel II Beroep en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (vervallen) artt. 17 - 28
Hoofdstuk Ix Beroep (vervallen) art. 17
Hoofdstuk IIx Hoger beroep (vervallen) artt. 18 - 28
Titel II Slotbepalingen artt. 28a - 29
BIJLAGE bij de Beroepswet (vervallen)
xxxxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Bijlage Handelingen II 1953-1954, 1954-1955, 3349.
Handelingen II 1954-1955, blz. 2005-2029.
Bijlage Handelingen I 1954-1955, 3349.
Handelingen I 1954-1955, blz. 2089-2093.

Geschiedenis:
Staatsblad 1995, 116 Staatsblad 1995, 250Staatsblad 1995, 639Staatsblad 1995, 690Staatsblad 1995, 691; Staatsblad 1996, 302Staatsblad 1996, 590Staatsblad 1997, 85 Staatsblad 1997, 96Staatsblad 1997, 112Staatsblad 1997, 139 Staatsblad 1997, 162Staatsblad 1997, 465 Staatsblad 1997, 760Staatsblad 1997, 768Staatsblad 1997, 789Staatsblad 1997, 794Staatsblad 1998, 59Staatsblad 1998, 120 Staatsblad 1998, 228Staatsblad 1998, 290 Staatsblad 1998, 411Staatsblad 1998, 744Staatsblad 1999, 194 Staatsblad 1999, 592Staatsblad 2000, 284Staatsblad 2000, 383Staatsblad 2000, 593 Staatsblad 2001, 481Staatsblad 2001, 538 Staatsblad 2001, 568Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2001, 582Staatsblad 2001, 583Staatsblad 2001, 584Staatsblad 2001, 664 Staatsblad 2002, 53Staatsblad 2002, 288Staatsblad 2002, 541Staatsblad 2003, 20Staatsblad 2003, 376 Staatsblad 2003, 500Staatsblad 2004, 37 Staatsblad 2004, 50Staatsblad 2004, 215 Staatsblad 2004, 220Staatsblad 2004, 325 Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2004, 717Staatsblad 2004, 728Staatsblad 2005, 16 Staatsblad 2005, 274Staatsblad 2005, 275Staatsblad 2005, 525 Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 708Staatsblad 2006, 26Staatsblad 2006, 351Staatsblad 2006, 593Staatsblad 2006, 625 Staatsblad 2006, 644Staatsblad 2007, 28Staatsblad 2007, 490 Staatsblad 2008, 20Staatsblad 2008, 408Staatsblad 2009, 8Staatsblad 2008, 600 Staatsblad 2008, 606Staatsblad 2009, 25Staatsblad 2009, 356 Staatsblad 2009, 383Staatsblad 2009, 580Staatsblad 2010, 857 Staatsblad 2009, 570Staatsblad 2010, 24 Staatsblad 2010, 175Staatsblad 2010, 216Staatsblad 2010, 228Staatsblad 2010, 768Staatsblad 2010, 840Staatsblad 2011, 111 Staatsblad 2011, 255Staatsblad 2011, 528Staatsblad 2012, 313Staatsblad 2012, 430 Staatsblad 2012, 682.

 

 

WET van 2 februari 1955, Stb. 1955, 47, houdende nieuwe regeling van de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep (Beroepswet). Laatste tekstplaatsing: Stb. 1994, 3. Inwerkingtreding: 1 januari 1957 (Stb. 1956, 591).

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep opnieuw te regelen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

TITEL  I

De Centrale Raad van Beroep

 

Art. 1. [Instelling CRvB]  [GeschiedenisVvWMvT + bis Stb. 2001, 582]
Er is een Centrale Raad van Beroep, gevestigd te Utrecht.

 

Art. 2. [Personeel CRvB]  [GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 2001, 582 Stb. 2004, 215Stb. 2010, 857]
-1. Bij de Centrale Raad van Beroep zijn werkzaam:
a. leden met rechtspraak belast; en
b. gerechtsambtenaren.
-2. De leden met rechtspraak belast, werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep zijn:
a. senior raadsheren;
b. raadsheren;
c. raadsheren-plaatsvervangers.

 

Art. 3. [Schakelbepaling Wet RO, bijzondere bepalingen omtrent bestuur CRvB] [BC] [BC07] [BC13] [KC02] [KC05]  [GeschiedenisVvWMvT + bisStb. 1995, 116 Stb. 1995, 250Stb. 1996, 590Stb. 2001, 582 Stb. 2001, 583Stb. 2001, 584Stb. 2004, 215 Stb. 2009, 8Stb. 2010, 857Stb. 2010, 175Stb. 2011, 255 Stb. 2012, 313 + bis]
Het bepaalde bij en krachtens de afdelingen 1, 1a, 2 en 6 van hoofdstuk 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie is, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 9, 11, 20, tweede lid, 21, 21b en 23a, van overeenkomstige toepassing op de Centrale Raad van Beroep, met dien verstande dat:
a. het bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter, waarbij geldt dat twee leden, waaronder de voorzitter, leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a of b, zijn;
b. de voorzitter onderscheidenlijk het andere rechterlijk lid gedurende zijn benoemingsduur als voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid in plaats van zijn salaris overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen salaris behorende bij de vervulling van de functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid ontvangt en dat daarop de artikelen 6, 13 tot en met 15, 17, eerste tot en met vijfde lid, en 18 tot en met 19 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing zijn;
c. de voorzitter onderscheidenlijk het andere rechterlijk lid na het verstrijken van een benoemingsduur van ten minste zes aaneengesloten jaren, met ingang van de datum waarop hij zijn werkzaamheden als zodanig beëindigt, gedurende drie jaren een toelage ontvangt op het salaris dat hij overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren geniet, waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk ander rechterlijk lid vast te stellen salarishoogte;
d. bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld over het salaris van de leden van het bestuur en de onkostenvergoeding van de voorzitter en het andere rechterlijk lid;
e. de griffie alle werkdagen gedurende ten minste zes uren per dag is geopend;
f. de voorzitter en het andere rechterlijk lid tevens staatsraad of staatsraad in buitengewone dienst kunnen zijn;
g. de voorzitter en het andere rechterlijk lid van het bestuur niet tevens lid kunnen zijn van het bestuur van een rechtbank, het bestuur van een gerechtshof of het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, behoudens in het geval van tijdelijke waarneming, en het niet-rechterlijk lid van het bestuur, naast het geval van tijdelijke waarneming, slechts in bijzondere gevallen tevens lid kan zijn van het bestuur van één rechtbank, het bestuur van één gerechtshof of het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

 

Art. 3a. [Instelling grote kamers]  [GeschiedenisStb. 2012, 682]
De Centrale Raad van Beroep vormt en bezet op

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.