Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Relevante overige regelgeving:
- Boetebesluit socialezekerheidswetten

 

 

Inhoudsopgave Wet BMT

Artikel I Werkloosheidswet
Artikel II Ziektewet
Artikel III Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Artikel IV Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
Artikel V Toeslagenwet
Artikel VI Algemene Ouderdomswet
Artikel VII Algemene Kinderbijslagwet
Artikel VIII Wet financiering volksverzekeringen
Artikel IX Algemene bijstandswet
Artikel X Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
Artikel XI Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
Artikel XII Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies
Artikel XIII Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen
Artikel XIV Organisatiewet sociale verzekeringen
Artikel XV
t/m XXII
Overgangs- en slotbepalingen
xxxxxxxxxxx  

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 23 909.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2193-2204, 2275-2285, 2292-2301, 2350-2353, 2363.
Kamerstukken I 1995-1996, 23 909 (114, 114a, 114b, 114c, 114d, 114e, 114f, 114g).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 23 april 1996.

Geschiedenis:
Staatsblad 1996, 248Staatsblad 1997, 789Staatsblad 2006, 223.

 

 

WET van 25 april 1996, Stb. 1996, 248, tot wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en  terug- en invordering sociale zekerheid). Inwerkingtreding: 1 augustus 1996 (Stb. 1996, 295); artikelen IX, X en XI 1 juli 1997 (Stb. 1996, 661).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het omwille van de rechtshandhaving in de sociale zekerheid wenselijk is te komen tot een nadere vaststelling van het stelsel van administratieve sancties, van terugvordering van ten onrechte betaalde uitkering en van de invordering daarvan;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. [Wijziging WW]  [GeschiedenisStb. 1996, 134versie 25 april 1996Stb. 2006, 223]
De Werkloosheidswet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Na artikel 22 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 22a.
-1. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde ter zake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering en ter zake van weigering van uitkering, herziet de bedrijfsvereniging een dergelijk besluit of trekt zij dat in:
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 24, 25 of 26 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering;
b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25, ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat.
-2. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de bedrijfsvereniging besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien.
B. [MvT]
Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. De werknemer is verwijtbaar werkloos geworden, indien:
a. hij zich verwijtbaar zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat dit gedrag de beëindiging van zijn dienstbetrekking tot gevolg zou kunnen hebben;
b. de dienstbetrekking eindigt of is beëindigd zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren zijn verbonden dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.
2. Na het vierde lid worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:
-5. De werknemer is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, dat deel uitmaakt van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, of de bedrijfsvereniging niet benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit artikel is niet begrepen een gedraging als bedoeld in artikel 25.
-6. Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdeel b, onder 1º, 2º en 4º, opgelegd.
C. [MvT]
Artikel 25 komt te luiden:
Art. 25.
De werknemer is verplicht aan de bedrijfsvereniging op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de werknemer wordt betaald.
D. [MvT]
Aan artikel 26 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen hun op grond van het eerste lid, onderdeel d, f of g, opgelegd.
E. [MvT + bis + bis + bis + bis]
Artikel 27 wordt vervangen door:
Art. 27.
-1. Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, onder 3º, opgelegd, niet is nagekomen, weigert de bedrijfsvereniging de uitkering blijvend geheel, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval weigert de bedrijfsvereniging de uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het uitkeringspercentage te verlagen van 70 naar 35.
-2. Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 2º, opgelegd, niet is nagekomen, weigert de bedrijfsvereniging de uitkering blijvend over het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn geëindigd indien de werknemer de betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen.
-3. Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1º of 4º, vijfde lid, of 26 opgelegd, of de verplichting, bedoeld in artikel 91, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 25, niet binnen de door de bedrijfsvereniging daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert de bedrijfsvereniging de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk. [MvT]
-4. Een maatregel als bedoeld in het derde lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden. [MvT]
-5. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de bedrijfsvereniging besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien. [MvT]
-6. Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 27a wordt opgelegd.
-7. Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming stelt nadere regels met betrekking tot het derde en vierde lid. [MvT]
F.
Na artikel 27 worden zeven artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 27a. [MvT]
-1. Indien de werknemer de verplichting, bedoeld in artikel 25, niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt de bedrijfsvereniging hem een boete op van ten hoogste ƒ5000,00.
-2. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert.
-3. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de bedrijfsvereniging besluiten van het opleggen van een boete af te zien.
-4. Degene aan wie een boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan de bedrijfsvereniging de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
-5. Voor zover de boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd.
-6. Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming stelt nadere regels met betrekking tot het eerste en het tweede lid.
Art. 27b. [MvT]
-1. Indien de bedrijfsvereniging jegens de werknemer een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is de werknemer niet langer verplicht ter zake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De werknemer wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
-2. Indien de bedrijfsvereniging voornemens is om aan de werknemer een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de werknemer onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
-3. Op verzoek van de werknemer die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de bedrijfsvereniging er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de werknemer worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
-4. In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de bedrijfsvereniging de werknemer in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
-5. Indien de werknemer zijn zienswijze mondeling

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.