Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
- Beleidsregel boete werknemer 2010
- Beleidsregel boete werknemer 2013
- Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006
- Beleidsregels UWV opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming
- Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998
- Besluit betaling zonder machtiging aan het College voor zorgverzekeringen
- Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
- Besluit ontheffing verplichtingen socialezekerheidswetten
- Besluit sollicitatieplicht werknemers WW en IOW 2012
- Boetebesluit socialezekerheidswetten
- Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten
- Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen
- Regeling terugvordering geringe bedragen
- Regeling vrijstelling verplichtingen socialezekerheidswetten
- Scholingsregeling WW
- Uitkeringsreglement IOW 2009
- Vakantieregeling WW en IOW

Vervallen nadere regelgeving:
- Inkomensbesluit Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Beleidsregels Protocol Huisbezoeken Handhaving UWV
- Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2014
- Werkloosheidswet
- Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

 

 

Inhoudsopgave IOW

Hoofdstuk I Algemene begrippen en algemene bepalingen artt. 1 - 2
Hoofdstuk II De uitkering artt. 3 - 18
§ 1x De voorwaarden voor het recht op uitkering artt. 3 - 6
§ 2x Eindigen, herleven of wijzigen van het recht op uitkering artt. 7 - 9
§ 3x De hoogte van de uitkering art. 10
Hoofdstuk III Rechten en plichten in verband met het recht op uitkering artt. 11 - 18
Hoofdstuk IV Handhaving artt. 19 - 25
Hoofdstuk V Betaling van de uitkering door het UWV artt. 26 - 39
Hoofdstuk VI Financiering art. 40
Hoofdstuk VII Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en de rechtsgang artt. 41 - 47
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen artt. 48 - 51
xxxxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2006-2007, 2007-2008, 30 819.
Handelingen II 2007-2008, blz. 5080-5089, 5114-5114.
Kamerstukken I 2007-2008, 30 819 (A, B, C, D).
Handelingen I 2007-2008, blz. 1413-1415.

Geschiedenis:
Staatsblad 2008, 340Staatsblad 2008, 510Staatsblad 2009, 390Staatsblad 2009, 580Staatsblad 2009, 596Staatsblad 2010, 840Staatsblad 2010, 838Staatsblad 2010, 867Staatsblad 2011, 288Staatsblad 2011, 618Staatsblad 2012, 2Staatsblad 2011, 645Staatsblad 2012, 224Staatsblad 2012, 361Staatsblad 2012, 462Staatsblad 2012, 682Staatsblad 2013, 236Staatsblad 2013, 405Staatsblad 2013, 578Staatsblad 2014, 216Staatsblad 2014, 269Staatsblad 2014, 270.

 

 

WET van 19 juni 2008, Stb. 2008, 340, houdende regels voor een inkomensvoorziening voor oudere werklozen (Wet inkomensvoorziening oudere werklozen). Inwerkingtreding: 1 december 2009 (Stb. 2008, 341). Vervalt met ingang van 1 december 2016.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een inkomensvoorziening voor oudere werkloze werknemers tot stand te brengen in verband met de wijziging van het WW-stelsel en de bijzondere arbeidsmarktpositie van ouderen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene begrippen en algemene bepalingen

 

Art. 1. Algemene begrippen  [GeschiedenisMvTversie 19 juni 2008Stb. 2009, 390Stb. 2010, 838]
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- aanvrager: de persoon die een aanvraag voor een uitkering op grond van deze wet heeft ingediend dan wel schriftelijke toestemming heeft gegeven om een aanvraag in te dienen;
- eerste dag van werkloosheid: de eerste dag van werkloosheid, bedoeld in artikel 16a van de Werkloosheidswet;
- minimumloon: het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
- Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- re-integratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert;
- uitkeringsgerechtigde: de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet;
- UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht;
- werkgever: de werkgever in de zin van de Werkloosheidswet;
- werknemer: de werknemer in de zin van de Werkloosheidswet;
- WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

 

Art. 2. Gelijkstelling niet-gehuwden met gehuwden  [GeschiedenisMvTversie 19 juni 2008Stb. 2009, 596Stb. 2010, 840]
-1. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. gehuwd: als partner geregistreerd;
c. gehuwde: als partner geregistreerde.
-2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. als ongehuwd mede aangemerkt de persoon die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
-3. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
-4. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag van een uitkering op grond van deze wet voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding op grond van een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het derde lid.
-5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander als bedoeld in het derde lid.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel d. [Bargh98]
-7. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
-8. Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het zevende lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

 

 

HOOFDSTUK  2

De uitkering

 

§ 1.  De voorwaarden voor het recht op uitkering

 

Art. 3. Recht op uitkering  [GeschiedenisMvTversie 19 juni 2008Stb. 2009, 390Stb. 2014, 216]
-1. Recht op uitkering op grond van deze wet heeft de persoon:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.