Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

ORGANISATIEWET  SOCIALE  VERZEKERINGEN  1997

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1995-1996, 24 877

Wijziging van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen (Organisatiewet sociale verzekeringen 1997)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Uitgangspunten
3 De uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen
3.1 De Sociale Verzekeringsbank
3.2 Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
3.3 De sectorraden
3.4 De uitvoeringsinstellingen
3.5 De relatie tussen het Lisv, de sectorraden en de uitvoeringsinstellingen
3.6 Bevoegdheden van de minister ten opzichte van de SVB en het Lisv
4 Samenwerking en uitvoering in de regio
4.1 Inleiding
4.2 Wettelijk kader tot nog toe
4.3 Samenwerking in de praktijk: SWI
4.4 Rol voorliggend wetsvoorstel voor samenwerking en uitvoering in de regio
5 Het toezicht op de sociale verzekeringen
5.1 Inleiding
5.2 Aanbevelingen van de commissie-Van Zijl inzake het toezichtsmodel
5.3 Aanbevelingen van het interimbestuur van het Ctsv
5.4 Bestuursstructuur van het Ctsv
5.5 De inhoud van het toezicht door het Ctsv
5.6 Onderwerpen van toezicht
5.7 Besluiten die moeten worden voorgelegd aan het Ctsv of die de goedkeuring behoeven van het Ctsv
5.8 Toets van de mogelijkheden tot het houden van toezicht
5.9 Het toezichtsbeleid
5.10 Het afleggen van verantwoording door het Ctsv
6 De informatiehuishouding van de sector sociale verzekeringen
6.1 Inleiding
6.2 Hoofdlijnen
6.3 Berichtenverkeer tussen werkgevers, werknemers en uitvoeringsinstellingen
6.4 Verzekerdenadministratie
6.5 Gegevensuitwisseling
6.6 Informatievoorziening
6.7 Onderzoek
7 Financieel-technische aspecten
7.1 Budgettering en contractering
7.2 Begrotings- en jaarverantwoordingscyclus
7.3 Het financiële verantwoordingsproces
8 Effecten bedrijfsleven
8.1 Inleiding
8.2 Domeinafbakening
8.3 Directe effecten
8.4 Indirecte effecten
8.5 Kwantitatieve indicaties
8.6 Conclusie
8.7 Effecten voor de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid
9 Financiële aspecten
9.1 Inleiding
9.2 Effecten op de uitvoeringskosten
9.3 Conclusie
10 Toetsing aan de concept-aanwijzingen inzake ZBO’s
xArtikelsgewijs
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en aanwijzingsbevoegdheid van de minister (artt. 1 en 2)
Hoofdstuk 2. Het College van toezicht sociale verzekeringen (artt. 3 - 16)
||§ 1 Samenstelling van het bestuur en werkwijze (artt. 3 - 9)
||§ 2 Taak en bevoegdheden van het College van toezicht sociale verzekeringen (artt. 10 - 16)
Hoofdstuk 3. De Sociale Verzekeringsbank (artt. 17 - 27)
||§ 1 Samenstelling van het bestuur en werkwijze (artt. 17 - 22)
||§ 2 Taken en bevoegdheden van de Sociale Verzekeringsbank (artt. 24 - 27)
Hoofdstuk 4. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (artt. 29 - 64)
||§ 1 Samenstelling van het bestuur en werkwijze (artt. 29 - 32)
||§ 2 Taken en bevoegdheden van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (artt. 36 - 48)
||§ 3 Aansluiting van werkgevers bij sectoren (artt. 49 - 53)
||§ 4 Sectorraden (artt. 54 - 56)
||§ 5 Rechtspersonen met welke het Lisv uitvoeringsovereenkomsten kan sluiten (artt. 57 - 62)
||§ 6 De uitvoering van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet door overheidspensioenlichamen (artt. 63 en 64)
Hoofdstuk 5. Fondsbeheer, uitvoeringskosten en verslaglegging (artt. 65 - 84)
||§ 1 Fondsbeheer (artt. 65 - 72)
||§ 2 De uitvoeringskosten (artt. 73 - 80)
||§ 3 Verslaglegging (artt. 81 - 84)
Hoofdstuk 6. Gegevensverstrekking en geheimhouding (artt. 85 - 100)
||§ 1 Verplichtingen tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen aan Onze Minister, het College van toezicht sociale verzekeringen, de Sociale Verzekeringsbank, het Landelijk instituut sociale verzekeringen, de uitvoeringsinstellingen en werkgevers (artt. 85 - 95)
||§ 2 Geheimhouding (artt. 96 en 97)
||§ 3 Verstrekking van gegevens en inlichtingen door het College van toezicht sociale verzekeringen, de Sociale Verzekeringsbank, het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen (artt. 98 - 100)
Hoofdstuk 7. Goedkeuring, schorsing en vernietiging (artt. 101 - 104)
Hoofdstuk 8. Strafbepalingen en andere bepalingen (artt. 105 - 113)

 
 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Een belangrijk onderdeel van het beleid op het terrein van de sociale verzekeringen is het streven om het beroep op deze sociale verzekeringen terug te dringen. Het streven is daarbij gericht op het ontwikkelen van een stelsel van sociale zekerheid waarbinnen naast bescherming ook activering een belangrijke plaats inneemt. In een dergelijk stelsel moeten de verantwoordelijkheden meer gelegd worden bij de individuele burger en het bedrijf. De mogelijkheden om het risico op het collectief af te wentelen dienen te worden verminderd. Een herijking van verantwoordelijkheden binnen het stelsel van sociale zekerheid is daarom een voorwaarde om tot een meer activerend stelsel van sociale zekerheid te kunnen komen. In dit kader zijn belangrijke wijzigingen aangebracht in de diverse socialeverzekeringswetten. Met name de recente privatisering van de Ziektewet en de onlangs bij u ingediende wijzigingen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen zijn daarbij van belang.
     In dit wetsvoorstel zijn de voornemens uit het regeerakkoord en het kabinetsstandpunt, zoals opgenomen in de brief van 30 mei 1995 (Kamerstukken II 1994-1995, 24 215, nr. 1), nader uitgewerkt. Deze voornemens beogen de uitvoeringsorganisatie zodanig te wijzigen dat deze beter in staat is om een bijdrage te leveren aan de beperking van het beroep op de werknemersverzekeringen.
     Bij brief van 24 juni 1996 (Kamerstukken II 1995-1996, 24 653, nr. 15) heeft de Tijdelijke commissie onderzoek Ctsv [Ctsv: College van toezicht sociale verzekeringen, zie Inspectie Werk en Inkomen (IWI), red.] - ook wel de commissie-Van Zijl genoemd - het verslag aangeboden van het onderzoek dat zij op grond van de haar op 17 april 1996 gegeven opdracht heeft ingesteld. Tegen de achtergrond van de in het rapport vermelde conclusies, alsmede met het oog op de voorbereiding van de nieuwe Osv-wetgeving heeft de Commissie een aantal aanbevelingen gedaan. In deze toelichting gaat het kabinet op de relevante punten nader in.

     Daarnaast zijn in dit wetsvoorstel de gevolgen geregeld van artikel 118, eerste lid, van de huidige Organisatiewet sociale verzekeringen (Osv) ą waarin is opgenomen dat hoofdstuk IV van de Osv "Het Tijdelijk instituut rblz.|2| voor coördinatie en afstemming" (Tica) met ingang van 1 januari 1997 vervalt. In artikel 118, tweede lid, van de Osv is bepaald dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister) bevordert dat uiterlijk een halfjaar vóór 1 januari 1997 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer is ingediend waarin de gevolgen van het vervallen van hoofdstuk IV worden geregeld. Deze gevolgen hebben betrekking op vele onderdelen van de Osv.

1. Met "de huidige/bestaande Osv" wordt telkens bedoeld de Organisatiewet sociale verzekeringen, Stb. 1994, 790, die met ingang van 1 januari 1995 in werking is getreden en waarmee de Organisatiewet Sociale Verzekering, Stb. 1989, 119, kwam te vervallen, red.

     In dit wetsvoorstel wordt de opbouw van de Osv verbeterd en zijn inmiddels noodzakelijk gebleken reparaties in de Osv aangebracht.
     Het voorgaande heeft tot gevolg dat de tekst en de opbouw van de Osv ingrijpend worden gewijzigd. Dit is de reden dat ervoor is gekozen om een integrale nieuwe tekst van de Osv, de Osv 1997, aan u voor te leggen in plaats van een voorstel tot wijziging van de bestaande Osv. In de nieuwe tekst is voor onderdelen die ten opzichte van de Osv niet of nauwelijks gewijzigd behoeven te worden wel zoveel als mogelijk aangesloten bij de tekst van de bestaande Osv.

     De in dit wetsvoorstel opgenomen wijzigingen hebben in hoofdzaak betrekking op de uitvoeringsorganisatie voor de werknemersverzekeringen. Het hoofdstuk in de Osv dat betrekking heeft op de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wordt slechts op onderdelen gewijzigd.

     De opbouw van het algemene deel van deze memorie van toelichting is als volgt. Na de inleiding worden de uitgangspunten geschetst die ten grondslag liggen aan dit wetsvoorstel (hoofdstuk 2). Dan volgt een schets van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen (hoofdstuk 3). Daarna komt de samenwerking en de uitvoering in de regio aan de orde in hoofdstuk 4. Vervolgens wordt ingegaan op het toezicht (hoofdstuk 5). Hoofdstuk 6 gaat over informatievoorziening en onderzoek. Dan volgt een schets van de effecten voor het bedrijfsleven in hoofdstuk 7. Daarna komen de financieel-technische aspecten aan de orde (hoofdstuk 8). Dan volgen de financiële effecten van dit wetsvoorstel (hoofdstuk 9). Tot slot komen de criteria voor zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) aan de orde (hoofdstuk 10).
     Dit wetsvoorstel zal nog worden gevolgd door een invoeringswet waarin de met dit wetsvoorstel verband houdende wijzigingen in andere wetten zullen worden aangebracht.

 

2. Uitgangspunten


     In het voorliggende wetsvoorstel wordt de uitvoeringsorganisatie werknemersverzekeringen ingrijpend gewijzigd met als doel de uitvoeringsorganisatie zodanig in te richten dat deze beter in staat is een bijdrage te leveren aan de beperking van het beroep op de werknemersverzekeringen.

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Osv 1997 | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x