Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  PREMIEREGIME  BIJ  MARGINALE  ARBEID

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1994-1995, 24 236

Een regeling voor vrijstelling van en verstrekking bijdrage voor premies werknemersverzekeringen bij arbeid van zeer korte duur van uitkeringsgerechtigden en aangewezen categorieŽn werknemers (Wet premieregime bij marginale arbeid)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Motieven en voorgeschiedenis vrijstellingsregeling voor uitkeringsgerechtigden en premiecompensatieregeling
2.1 De problemen in de agrarische sector
2.2 Het voorstel voor een studenten/scholierenregeling
2.3 Algemene ontheffingsregeling
2.4 Een structurele oplossing voor de agrarische sector
3 Inhoud van de regelingen
3.1 Premievrijstellingsregeling
3.2 Premiecompensatieregeling
3.3 Administratieve procedures en gevolgen voor de werkgever
4 Arbeidsmarktgevolgen
5 FinanciŽle gevolgen
6 Voorlichting
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen 1 t/m 10
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Het voorliggende wetsvoorstel bevat de uitwerking van een structurele regeling voor premieheffing bij zeer kort durende arbeid, welke tevens tegemoet kan komen aan de problemen die in de agrarische sector worden ervaren met betrekking tot de personeelsvoorziening tijdens piekperioden. Voorgesteld wordt om aan uitkeringsgerechtigden in enig kalenderjaar voor een beperkte periode de mogelijkheid te bieden tot vrijstelling van de premieplicht. De werkgever dient hiertoe, vůůr de aanvang van de dienstbetrekking en in ieder geval vůůr de afloop, een aanvraag in te dienen bij de bedrijfsvereniging waarbij hij is aangesloten. De aanvraag dient door de uitkeringsgerechtigde mede te worden ondertekend. Wordt de aanvraag gehonoreerd, dan betekent dit dat gedurende een periode van maximaal vier weken zowel de werkgever als de uitkeringsgerechtigde werknemer zijn vrijgesteld van het betalen van premies voor de werknemersverzekeringen. De verzekeringsplicht blijft op grond van de dienstbetrekking in stand. Indien achteraf blijkt dat langer dan vier weken is gewerkt, dient de premiebetaling alsnog plaats te vinden. Na afloop van de werkzaamheden zal het recht op uitkering herleven.
     Aangezien de verwachting is dat in de aanloopperiode aan de vraag naar arbeid in de agrarische sector met behulp van de regeling voor uitkeringsgerechtigden niet volledig kan worden voldaan, wordt in aanvulling hierop een regeling getroffen die aan de desbetreffende sector de mogelijkheid biedt bepaalde groepen werknemers aan te wijzen voor wie premiecompensatie kan worden verkregen.

     De motieven die aan de invoering van de vrijstellingsregeling en de premiecompensatieregeling ten grondslag liggen en de voorgeschiedenis worden uiteengezet in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de inhoud van de regelingen. De financiŽle gevolgen komen aan de orde in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 ten slotte gaat in op de voorlichtingstechnische aspecten verbonden aan de invoering van de regelingen.

     rblz.|2| De Sociale Verzekeringsraad (SVr) heeft op 6 september 1990 een advies uitgebracht inzake de problematiek rond de gelegenheidsarbeid in de agrarische sector en op 18 augustus 1994 over een algemene ontheffing van de verzekeringsplicht bij kortdurende arbeid. De Ziekenfondsraad [zie College voor zorgverzekeringen, red.] heeft op 22 september 1994 eveneens over deze kwestie geadviseerd. Aangezien er geen gevolgen zijn op emancipatorisch terrein is geen advies gevraagd aan de Emancipatieraad. Wel is het wetsvoorstel voor uitvoeringstechnisch commentaar voorgelegd aan het Tijdelijk instituut voor coŲrdinatie en afstemming (Tica) [zie Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en vervolgens Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

2. Motieven en voorgeschiedenis vrijstellingsregeling voor uitkeringsgerechtigden en premiecompensatieregeling


2.1. De problemen in de agrarische sector


     Om een arbeidsverhouding aan te merken als een dienstbetrekking op grond waarvan verzekeringsplicht ontstaat, moet getoetst worden aan artikel 3 e.v. van de werknemersverzekeringswetten (WW, ZW, en WAO).

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | PMA | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x