Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Arbeidsgehandicaptebesluit (vervallen)
- Beleidsregels beoordeling participatieverzoek
- Beleidsregels financiering kinderopvang (vervallen)
- Beleidsregels UWV normbedragen Rea-voorzieningen 2003 (vervallen)
- Beleidsregels UWV normbedragen Rea-voorzieningen 2004 (vervallen)
- Beleidsregels UWV normbedragen Rea-voorzieningen 2005 (vervallen)
- Beleidsregels van UWV omtrent normbedragen Rea-voorzieningen tweede halfjaar 2002 (vervallen)
- Beleidsregels vaststelling arbeidsgehandicapte (vervallen)
- Besluit afstemming boete werknemers (vervallen)
- Besluit loondispensatie Wet Rea (vervallen)
- Besluit minimumeisen reïntegratieplan 1997 (vervallen)
- Besluit reïntegratie-uitkering (vervallen)
- Besluit starterskrediet arbeidsgehandicapten (vervallen)
- Besluit SUWI
- Besluit uitvoeringsregels financiering kinderopvang (vervallen)
- Besluit waarschuwing (vervallen)
- Boetebesluit socialezekerheidswetten
- Experimentele regeling burnouttraining Wet Rea (vervallen)
- Experimentele regeling subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten (vervallen)
- Regeling aanvraagtermijnen Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten 2001 (vervallen)
- Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling Rea (vervallen)
- Regeling computervoorzieningen in het onderwijs 1999 (vervallen)
- Regeling erkenningscriteria voor jobcoachorganisaties (vervallen)
- Regeling fondsbelasting Wet Rea (vervallen)
- Regeling inkomenstoets vervoersvoorzieningen Rea (vervallen)
- Regeling loon- en inkomenssuppletie arbeidsgehandicapten (vervallen)
- Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen (vervallen)
- Regeling starterskrediet arbeidsgehandicapten (vervallen)
- Regeling subsidiëring scholingsinstituten 2002 (vervallen)
- Regeling subsidiëring scholingsinstituten 2003 (vervallen)
- Regeling subsidiëring scholingsinstituten 2004 (vervallen)
- Regeling subsidiëring scholingsinstituten 2005 (vervallen)
- Regeling terugvordering geringe bedragen
- Regeling voortzetting leefvervoersvoorzieningen buitenland AAW (vervallen)
- Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet Rea (vervallen)
- Tijdelijke regeling medisch geïndiceerde reïntegratietrainingen Wet Rea (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Besluit schadebeleid
- Besluit verrekeningen Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen en Arbeidsongeschiktheidskas met de uitvoeringsinstellingen
- Overgangsregeling Rea-scholingsinstituten (vervallen)
- Regeling frictiekosten arbeidsintegratie (vervallen)
- Regeling SUWI
- Reglement behandeling bezwaarschriften Lisv 2001 (vervallen)
- Wet beslistermijnen sociale verzekeringen
- Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

 

 

Inhoudsopgave Wet Rea

Hoofdstuk 1 Algemeen artt. 1 - 7
Hoofdstuk 2 Verantwoordelijkheidsverdeling werkgever, Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gemeenten artt. 8 - 14
§ 1x Werkgever artt. 8 - 9
§ 2x Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gemeenten artt. 10 - 14
Hoofdstuk 3 Reïntegratie-instrumentarium werkgevers artt. 15 - 21a
§ 1x Subsidie voor extra reïntegratiekosten werkgevers artt. 15 - 19
§ 2x Intrekking, herziening en terugvordering artt. 20 - 21a
Hoofdstuk 4 Reïntegratie-instrumentarium arbeidsgehandicapten artt. 22 - 37
§ 1x Voorzieningen voor arbeidsgehandicapte niet-werknemers art. 22
§ 1ax Kinderopvang (vervallen) art. 22a
§ 2x Reïntegratie-uitkering WW- en WBIA-gerechtigden artt. 23 - 27
§ 3x Specifieke instrumenten voor arbeidsgehandicapte zelfstandigen artt. 28 - 30
§ 4x Instrumenten voor arbeidsgehandicapte werknemers artt. 31 - 32
§ 5x Persoonsgebonden reïntegratiebudget artt. 33 - 33a
§ 6x Intrekking, herziening en terugvordering artt. 34 - 35a
§ 7x Verstrekkingen die onvervreemdbaar en niet voor beslag vatbaar zijn artt. 36 - 37
Hoofdstuk 5 Financiering artt. 38 - 44
Hoofdstuk 6 Het verstrekken van inlichtingen en administratieve boete artt. 44a - 47
Hoofdstuk 7 Bepalingen in verband met het burgerlijk recht artt. 48 - 49b
Hoofdstuk 8 Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht artt. 50 - 53
Hoofdstuk 9 Strafbepalingen artt. 54 - 59
Hoofdstuk 10 Wijziging van andere wetten artt. 60 - 74
Hoofdstuk 11 Overgangsbepalingen artt. 75 - 87d
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen artt. 88 - 93
xxxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxxx

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 25 478.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2074-2086, 2161-2162.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 478 (141, 141a, 141b, 141c, 141d, 141e, 141f, 141g, 141h).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1410-1425, 1433-1451.

Geschiedenis:
Staatsblad 1997, 789Staatsblad 1998, 278Staatsblad 1998, 290Staatsblad 1998, 742Staatsblad 1999, 184Staatsblad 1999, 564Staatsblad 2000, 561Staatsblad 2000, 595Staatsblad 2000, 627Staatsblad 2001, 259Staatsblad 2001, 481Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2001, 628Staatsblad 2001, 644Staatsblad 2001, 690Staatsblad 2001, 692Staatsblad 2002, 69Staatsblad 2002, 584Staatsblad 2003, 376Staatsblad 2003, 544Staatsblad 2003, 555Staatsblad 2004, 311Staatsblad 2004, 324Staatsblad 2004, 455Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2004, 717Staatsblad 2004, 728Staatsblad 2005, 65Staatsblad 2005, 202Staatsblad 2005, 382Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 530Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 659Staatsblad 2005, 708.

 

 

WET van 23 april 1998, Stb. 1998, 290, houdende vaststelling van nieuwe regels met betrekking tot de (re)integratie van arbeidsgehandicapten (Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten). Inwerkingtreding: 1 juli 1998 (Stb. 1998, 369, Stb. 1998, 526 en Stb. 2000, 462).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de integratie en reïntegratie van arbeidsgehandicapten een krachtige impuls te geven, daartoe bestaande wettelijke instrumenten uit te breiden en institutionele belemmeringen die aan de integratie en reïntegratie van arbeidsgehandicapten in de weg staan weg te nemen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemeen

 

Art. 1. Algemene begrippen  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 1999, 564Stb. 2000, 595Stb. 2001, 625Stb. 2001, 644Stb. 2003, 376Stb. 2004, 728Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
e. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
f. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
g. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
h. WW: Werkloosheidswet;
i. WBIA: Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
j. ZW: Ziektewet;
k. AAW: Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
l. Wsw: Wet sociale werkvoorziening;
m. dienstbetrekking: een dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de WAO of een op grond van artikel 4 of 5 van de WAO daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding;
n. werknemer: de persoon die in dienstbetrekking werkzaam is en verzekerd is voor de WAO; 
o. werkgever: de persoon tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat;
p. zelfstandige: de zelfstandige, bedoeld in artikel 4, aanhef en onder a, van de WAZ;
q. minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
r. loon: het loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.

 

Art. 2. Arbeidsgehandicapte  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 628Stb. 2003, 376Stb. 2003, 544 + bisStb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder arbeidsgehandicapte verstaan:
a. de persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, de WAZ of de Wajong;
b. de persoon aan wie op grond van een wettelijk voorschrift in verband met ziekte of gebrek een voorziening is toegekend die strekt tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid of ten behoeve van wie een subsidie voor met een voorziening verband houdende kosten is verstrekt;
c. de persoon die bij indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking op grond van de Wsw behoort tot de doelgroep voor de Wsw, doch niet werkzaam is als werknemer in de zin van de Wsw of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wsw;
d. voor de duur van vijf jaar na de datum van beëindiging van een dienstbetrekking op grond van de Wsw, de persoon die arbeid heeft verricht op grond van de Wsw;
e. voor de duur van vijf jaar na de datum van een herindicatiebeschikking op grond van de Wsw, de persoon die na herindicatie niet meer behoort tot de doelgroep van de Wsw.
-2. De persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, blijft arbeidsgehandicapte in de zin van deze wet voor de periode van vijf jaar na de datum waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in onderdeel a, in verband met vermindering van de arbeidsongeschiktheid of de voorziening, bedoeld in onderdeel b, is geëindigd.
-3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt tevens onder arbeidsgehandicapte verstaan de persoon die niet behoort tot een categorie van personen als bedoeld in het eerste en tweede lid, doch ten aanzien van wie op grond van een medisch-arbeidskundige beoordeling is vastgesteld dat hij in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid.
-4. De persoon, bedoeld in het derde lid, blijft gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van het intreden van de arbeidshandicap, arbeidsgehandicapte in de zin van deze wet. Onmiddellijk na afloop van deze periode wordt opnieuw vastgesteld of hij in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid.
-5. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt niet als arbeidsgehandicapte aangemerkt:
a. de persoon, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, vanaf de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt;
b. de persoon die werkzaam is als werknemer in de zin van de Wsw of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wsw.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het derde lid. [Ab]

 

Art. 3. Vaststelling arbeidsgehandicapte  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625 + bisStb. 2001, 644Stb. 2003, 376Stb. 2004, 717Stb. 2005, 202Stb. 2005, 530Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, geschiedt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten aanzien van de persoon die:
a. recht heeft op doorbetaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, na daarover geadviseerd te zijn door de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet, die door de werkgever is ingeschakeld of de arbodienst van de werkgever die het loon bij ziekte van de werknemer doorbetaalt, in welk advies wordt aangegeven of de werknemer, naar het oordeel van de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, voor zover die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet, of de arbodienst, arbeidsgehandicapt is, met toepassing van een voorziening de eigen arbeid kan blijven verrichten of bij dezelfde werkgever, al dan niet met toepassing van een voorziening, in een andere functie arbeid kan verrichten; [Bva]
b. recht heeft op een uitkering op grond van de ZW, de WW of de WBIA;
c. verzekerd is op grond van de WAZ;
d. ingezetene is als bedoeld in artikel 3 van de Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
e. als overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel I, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen recht heeft op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van die wet, na daarover op overeenkomstige wijze als bedoeld in onderdeel a geadviseerd te zijn door de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet, die door de werkgever is ingeschakeld of de arbodienst van de werkgever die de bezoldiging of de uitkering bij ziekte van de werknemer betaalt; [Bva]
f. als gewezen overheidswerknemer recht heeft op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen of recht heeft op een wachtgeld als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van die wet.
-2. De vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, ten aanzien van de persoon die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars geschiedt door het gemeentebestuur van de gemeente waarin die persoon woonachtig is.
-3. De vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, ten aanzien van de persoon die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en ten aanzien van de persoon voor wie de vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, niet is opgedragen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de gemeenten, geschiedt door het gemeentebestuur van de gemeente waarin hij woonachtig is indien hij als werkloos werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen is geregistreerd.

 

Art. 4. Bevordering gelijke kansen  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 628Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Werkgevers, organisaties van werkgevers en organisaties van werknemers hebben tot taak, voor zover dat redelijkerwijs in hun vermogen ligt, gelijke kansen van arbeidsgehandicapte en niet-arbeidsgehandicapte werknemers voor deelname aan het arbeidsproces te bevorderen en de nodige voorzieningen te treffen gericht op behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van werknemers.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder werknemers mede begrepen diegenen die beschikbaar zijn of door het treffen van voorzieningen beschikbaar kunnen komen voor het als werknemer verrichten van arbeid.

 

Art. 5. Quotumverplichting  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2003, 555Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een werkgever die behoort tot een in die maatregel aangewezen tak van bedrijf of beroep of gedeelte daarvan, dan wel onderdeel van de openbare dienst, verplicht is ervoor zorg te dragen dat het aantal bij hem in dienst zijnde arbeidsgehandicapte werknemers ten minste een bij die maatregel te bepalen deel uitmaakt van het totaal van de bij hem in dienst zijnde werknemers. In deze maatregel kan het in de eerste zin bedoelde deel niet lager worden gesteld dan 3 per 100 en niet hoger dan 7 per 100.
-2. Bij de berekening of op een bepaalde datum door een werkgever wordt voldaan aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting blijven buiten beschouwing die werknemers die op die datum en in de 104 aan die datum voorafgaande weken wegens ziekte of gebreken geen arbeid hebben verricht bij die werkgever. Voor het bepalen van de periode van 104 weken, bedoeld in de eerste zin, worden perioden gedurende welke wegens ziekte of gebreken geen arbeid werd verricht, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-3. Voor zover een werkgever niet voldoet aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting, is hij periodiek een geldelijke bijdrage verschuldigd, afgestemd op het aantal arbeidsgehandicapte werknemers dat een werkgever in dienst zou moeten nemen om aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting te voldoen.
-4. In de maatregel, bedoeld in het eerste lid:
a. kunnen werkgevers waarbij in de regel minder dan een bij de maatregel aangewezen aantal personen werkzaam zijn, van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, worden uitgezonderd;
b. kan worden geregeld in hoeverre arbeidsgehandicapte werknemers met wie een arbeidsduur is overeengekomen die korter is dan de normale arbeidsduur worden meegeteld bij de berekening of wordt voldaan aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting;
c. kan de hoogte van de in het derde lid bedoelde geldelijke bijdrage worden vastgesteld;
d. kunnen regels worden gesteld omtrent de vaststelling, invordering en afdracht van de in het derde lid bedoelde geldelijke bijdrage;
e. kunnen regels worden gesteld omtrent een door de werkgever te voeren administratie waaruit kan worden afgeleid welke dienstbetrekkingen met arbeidsgehandicapte werknemers bestaan.

 

Art. 6. Ontheffing quotumverplichting  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Onze Minister kan een werkgever ontheffing verlenen van een op grond van artikel 5, eerste lid, opgelegde verplichting indien te verwachten valt dat de werkgever gedurende langere tijd in redelijkheid niet aan die verplichting zal kunnen voldoen.
-2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Aan een ontheffing kan terugwerkende kracht worden verleend tot aan het tijdstip van de aanvraag. Indien de werkgever de aan een ontheffing verbonden voorschriften niet naleeft, kan de ontheffing, zo nodig met terugwerkende kracht, worden ingetrokken.
-3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indien het de burgerlijke openbare dienst of een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, c, d of e, van de Wet privatisering ABP betreft, en in overeenstemming met Onze Minister van Defensie indien het de militaire dienst betreft.

 

Art. 7. Beloning arbeidsgehandicapte werknemer [BlR]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 19982001, 625Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Iedere arbeidsgehandicapte werknemer heeft jegens zijn werkgever aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid die gelijk is aan de geldelijke beloning die een niet-arbeidsgehandicapte werknemer in een gelijkwaardige functie bij dezelfde arbeidsduur pleegt te ontvangen.
-2. Indien de arbeidsprestatie van een arbeidsgehandicapte werknemer in een bepaalde functie tengevolge van ziekte of gebreken duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die in de desbetreffende functie als normaal wordt beschouwd, vermindert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, zo nodig in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald.
-3. Het tweede lid is niet van toepassing op de arbeidsgehandicapte werknemer werkzaam in openbare dienst. Onder openbare dienst worden mede begrepen de instellingen, diensten en bedrijven door de Staat en de openbare lichamen beheerd. De geldelijke beloning voor de verrichte arbeid van een arbeidsgehandicapte werknemer werkzaam in openbare dienst kan in het in het tweede lid bedoelde geval worden verminderd in overeenstemming met de voor de werknemer geldende bezoldigingsvoorschriften.
-4. Elk beding waarbij een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid wordt overeengekomen die lager is dan de beloning die voortvloeit uit het eerste lid, dan wel lager is dan de beloning vastgesteld op grond van het tweede of derde lid, is nietig.

 

 

HOOFDSTUK  2

Verantwoordelijkheidsverdeling werkgever, Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gemeenten

 

§ 1.  Werkgever

 

Art. 8. Reïntegratietaak werkgever  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2001, 628Stb. 2002, 584Stb. 2005, 37Stb. 2005, 202Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De werkgever bevordert ten aanzien van zijn werknemer die wegens ziekte of gebrek niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, de inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf en indien vaststaat dat in zijn bedrijf voor deze werknemer geen passende arbeid voorhanden is, bevordert de werkgever de inschakeling van deze werknemer in de arbeid in het bedrijf van een andere werkgever.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, treft de werkgever maatregelen gericht op behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van zijn in het eerste lid bedoelde werknemer.
-3. De verplichting van de werkgever, bedoeld in het eerste lid, geldt in ieder geval voor de duur van de dienstbetrekking met de in het eerste lid bedoelde werknemer.
-4. Indien de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schriftelijk heeft gemeld dat hij zijn in het eerste lid bedoelde taak na het einde van de dienstbetrekking van zijn werknemers blijft verrichten gedurende een door hem bij die melding aangegeven periode, geldt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, na het einde van elke dienstbetrekking van zijn vroegere werknemer gedurende die periode. De duur van deze periode is ten hoogste zes jaar na de datum waarop de in het eerste lid bedoelde werknemer ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebrek.
-5. De werkgever laat de werkzaamheden, bedoeld in dit artikel, verrichten door één of meer personen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 of één of meer arbodiensten of een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
-6. De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, die door de werkgever is ingeschakeld of de arbodienst van de werkgever verstrekken aan de in het vijfde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaal nummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking. Onder sociaal-fiscaal nummer wordt in deze wet verstaan het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent: [BS]
a. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak van de werkgever op grond van het vierde lid;
b. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak van de werkgever na het einde van de dienstbetrekking in een individueel geval;
c. de mogelijkheid van beëindiging van de in het vierde lid bedoelde verplichting;
d. het vijfde en zesde lid;
e. de verplichtingen van de werkgever in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking van de in het eerste lid bedoelde werknemer.
-8. Nadat de werkgever op grond van artikel 71a van de WAO een reïntegratieverslag heeft opgesteld of aangevuld, houdt de werkgever aantekening bij van het verloop en de reïntegratie van de in het eerste lid bedoelde werknemer en de in het vierde lid bedoelde vroegere werknemer gedurende de in het derde, vierde en zevende lid bedoelde periode en stelt hij in die periode jaarlijks uiterlijk twaalf maanden na deze opstelling of aanvulling van het reïntegratieverslag opnieuw met de werknemer of vroegere werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt hij hiervan afschrift aan de werknemer of vroegere werknemer.
-9. Bij de uitvoering van het achtste lid laat de werkgever zich bijstaan door de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, of de arbodienst. De werknemer of vroegere werknemer verleent zijn medewerking bij het opstellen van het reïntegratieverslag.
-10. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het achtste en negende lid.
-11. Dit artikel is niet van toepassing op de werkgever, bedoeld in artikel 9 van de WAO.
-12. Zo nodig in afwijking van het elfde lid zijn het eerste, tweede, vijfde, zesde, achtste en negende lid, alsmede de regels op grond van het zevende lid, onderdeel d en e, en op grond van het tiende lid, van overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de ZW en de persoon, bedoeld in artikel 63, eerste lid, van de ZW, gedurende de periode dat de eigenrisicodrager aan die persoon ziekengeld moet betalen.

 

Art. 9. Inrichting arbeid passend bij handicap  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1999, 184Stb. 2000, 595Stb. 2001, 625Stb. 2002, 584Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De werkgever past uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in artikel 8, de samenstelling en toewijzing van de arbeid, de inrichting van de arbeidsplaatsen, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen aan de in artikel 8, eerste lid, bedoelde werknemer aan en past de inrichting van het bedrijf aan, voor zover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van die werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf in het bedrijf.
-2. Onze Minister kan aan een werkgever een eis stellen betreffende de wijze waarop de verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt nageleefd. Artikel 27, tweede, derde en zesde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 is van overeenkomstige toepassing.
-3. Met het toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichting en van een aan een werkgever gestelde eis als bedoeld in het tweede lid, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. [AtaasuS]
-4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder werkgever mede verstaan de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 8, twaalfde lid, en wordt onder werknemer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, mede verstaan de persoon, bedoeld in artikel 8, twaalfde lid, aan wie de eigenrisicodrager ziekengeld moet betalen.

 

 

§ 2.  Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gemeenten

 

Art. 10. Taak Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen [Bbp]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625 + bisStb. 2001, 644Stb. 2003, 544Stb. 2005, 382Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces van de arbeidsgehandicapte ten aanzien van wie de werkgever geen verplichting heeft als bedoeld in artikel 8, die:
a. recht heeft op een uitkering op grond van de ZW, de WAO, de Wajong, de WW, tenzij artikel 72a van de WW van toepassing is, of de WBIA;
b. verzekerd is op grond van de WAZ of recht heeft op een uitkering op grond van de WAZ;
c. ingezetene is als bedoeld in artikel 3 van de Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
d. als gewezen overheidswerknemer recht heeft op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen of recht heeft op een wachtgeld als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van die wet.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan arbeidsgehandicapten instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 4 van deze wet en verstrekt het aan werkgevers instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze wet om indiensttreding van deze personen te bevorderen.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat de werkzaamheden waarmee de in het eerste lid bedoelde taak wordt uitgevoerd, verrichten door een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
-4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan de in het derde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaal nummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het derde en vierde lid, waarbij in ieder geval regels kunnen worden gesteld voor de inhoud van de overeenkomst met de in het derde lid bedoelde natuurlijke of rechtspersoon, het verstrekken en verwerken van gegevens en de soort werkzaamheden. [BS]
-6. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

 

Art. 10a. Vervallen[GeschiedenisStb. 2001, 625Stb. 2003, 376]

 

Art. 11. Aanvullende taak Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen [Rco99]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft mede tot taak te bevorderen dat belemmeringen worden weggenomen die de ingezetene, bedoeld in artikel 3 van de Wajong, vanwege ziekte of gebrek ondervindt bij het volgen van onderwijs indien het een persoon betreft die:
a. jonger is dan 17 jaar;
b. studerende is als bedoeld in artikel 5 van de Wajong;
c. jonger is dan 30 jaar en uitsluitend vanwege zijn ziekte of gebrek niet kan worden aangemerkt als studerende als bedoeld in artikel 5 van de Wajong.

 

Art. 12. Taak gemeenten  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625Stb. 2001, 628Stb. 2001, 644Stb. 2003, 376Stb. 2004, 717Stb. 2005, 530Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De gemeenten hebben tot taak de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces van arbeidsgehandicapten die:
a. recht hebben op een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en inkomen kunstenaars of de Algemene nabestaandenwet en niet tevens recht hebben op een uitkering als bedoeld in artikel 10, eerste lid;
b. als werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen zijn geregistreerd en niet worden bedoeld in onderdeel a of artikel 10 en 11.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, verstrekt het gemeentebestuur voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand gericht op behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

 

Art. 13. Trajectplan  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2001, 628Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of artikel 11, voor een arbeidsgehandicapte die recht heeft op uitkering op grond van de WAO, de WAZ of de Wajong, die niet tevens recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb van de WW, een plan heeft opgesteld of laten opstellen gericht op behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, tekent die arbeidsgehandicapte een exemplaar van dat plan voor gezien en verstrekt dit aan het instituut. Het plan wordt tevens getekend door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-2. Indien een plan als bedoeld in het eerste lid is opgesteld en in het besluit tot toekenning of herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de in het eerste lid bedoelde wetten wordt verwezen naar voorschriften in het belang van behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, wordt dit plan in een bijlage bij dat besluit opgenomen.

 

Art. 14. Nadere verantwoordelijkheidsverdeling  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2001, 690 + bisStb. 2003, 376Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Artikel 10 is niet van toepassing op arbeidsgehandicapten die recht hebben op een uitkering op grond van de WAO, de WAZ of de Wajong, die niet tevens recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb van de WW, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met het college van burgemeester en wethouders van een gemeente overeenkomt dat op die arbeidsgehandicapten artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en bijstand van toepassing is.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de overgang van de taak van de werkgever op grond van artikel 8, op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 10 of op de gemeenten op grond van artikel 12, alsmede voor het geval dat voor een arbeidsgehandicapte werknemer meerdere werkgevers verantwoordelijk zijn.

 

 

HOOFDSTUK  3

Reïntegratie-instrumentarium werkgevers

 

§ 1.  Subsidie voor extra reïntegratiekosten werkgevers

 

Art. 15. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625 + bisStb. 2001, 628Stb. 2001, 644Stb. 2003, 555]

 

Art. 16. Subsidie voor extra reïntegratiekosten werkgevers [Bmr97] [BUnR02] [BUnR03] [BUnR04] [BUnR05]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625 + bisStb. 2001, 628Stb. 2001, 644Stb. 2003, 544Stb. 2003, 555Stb. 2005, 37Stb. 2004, 728Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van de werkgever die met een werknemer een dienstbetrekking van ten minste zes maanden is aangegaan of waarmee door elkaar opvolgende dienstbetrekkingen gedurende ten minste zes maanden een dienstbetrekking blijkt te bestaan, subsidie verstrekken voor meerkosten, voor zover:
a. die werkgever aantoont dat het totaal van de kosten die hij maakt of heeft gemaakt ten behoeve van het in dienst houden van een arbeidsgehandicapte werknemer meer bedraagt dan:
1º.|450,00, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar; of
2º.|2000,00, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het bij ten eerste bedoelde minimumloon bedraagt; of
b. die werkgever aantoont dat het totaal van de kosten die hij maakt of heeft gemaakt ten behoeve van het in dienst nemen van een arbeidsgehandicapte werknemer meer bedraagt dan:
1º.|1350,00, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het minimumloon, bedoeld in onderdeel a, bedraagt; of
2º.|6000,00, indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het minimumloon, bedoeld in onderdeel a, bedraagt; of
c. die werkgever, na ommekomst van de periode van drie respectievelijk één jaar, genoemd in artikel 79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 82, 82a of 97c van de Werkloosheidswet, kosten maakt of heeft gemaakt ten behoeve van het in dienst houden van een arbeidsgehandicapte werknemer.
-2. Onder het totaal van de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het totaal van de kosten ten behoeve van een arbeidsgehandicapte werknemer en verband houdende met kosten die voortvloeien uit de noodzakelijke aanpassingen van de samenstelling en toewijzing van arbeid, de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen, alsmede met de kosten die voortvloeien uit de aanpassing van de inrichting van het bedrijf, voor zover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van de arbeidsgehandicapte werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf in het bedrijf.
-3. Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt indien de subsidie wordt aangevraagd voor een werknemer voor wie reeds eerder aan de werkgever subsidie op grond van dit artikel is verstrekt, tenzij de subsidieaanvraag:
a. geen verband houdt met feiten en omstandigheden die aanleiding zijn geweest voor het verstrekken van de subsidie;
b. betrekking heeft op door de werkgever gemaakte kosten ter vervanging van de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen door de werknemer.
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid.

 

Art. 16a. Vervallen[GeschiedenisStb. 2001, 625Stb. 2001, 644]

 

Art. 17. Overgang van onderneming  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625 + bisStb. 2001, 644Stb. 2003, 555Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. In geval van overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij aan de werkgever die de onderneming overdraagt een subsidie is verstrekt als bedoeld in artikel 16, wordt voor de toepassing van deze wet de subsidie aangemerkt als een subsidie verstrekt aan de werkgever die de onderneming overneemt.
-2. Indien slechts een deel van de onderneming overgaat als bedoeld in het eerste lid, vindt het eerste lid uitsluitend toepassing indien de werknemers voor wie subsidies zijn verstrekt als bedoeld in het eerste lid hun werkzaamheden uitoefenen bij het deel van de onderneming dat wordt overgenomen.

 

Art. 18. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625Stb. 2001, 628Stb. 2001, 644]

 

Art. 19. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 644]

 

 

§ 2.  Intrekking, herziening en terugvordering

 

Art. 20. Intrekken of wijzigen van subsidie  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 644Stb. 2003, 544Stb. 2003, 555Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Het besluit tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 16 wordt ingetrokken of gewijzigd indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de Algemene wet bestuursrecht. [Rsohiu]

 

Art. 21. Terugvordering  [GeschiedenisMvTStb. 1998, 278versie 23 april 1998Stb. 2001, 625 + bis + bisStb. 2001, 644Stb. 2003, 555Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Subsidies als bedoeld in artikel 16 die onverschuldigd zijn betaald, worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.
-2. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
-3. Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd en de termijn of de termijnen waarbinnen moet worden betaald.
-4. De persoon van wie wordt teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
-5. Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-6. Artikel 29g, vijfde tot en met tiende lid, van de WAO is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
-7. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot terugvordering als bedoeld in dit artikel.
-8. In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. [Rtgb]

 

Art. 21a.  [GeschiedenisStb. 1998, 278Stb. 2001, 625Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. In afwijking van artikel 21 kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering af te zien, indien de persoon van wie wordt teruggevorderd:
a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid, onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 45.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.

 

 

HOOFDSTUK  4

Reïntegratie-instrumentarium arbeidsgehandicapten

 

§ 1.  Voorzieningen voor arbeidsgehandicapte niet-werknemers

 

Art. 22. Voorzieningen [BUnR02] [BUnR03] [BUnR04] [BUnR05] [ErbrR] [Rco99] [RR]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 259Stb. 2001, 625Stb. 2001, 628Stb. 2004, 728Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, op aanvraag of ambtshalve voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
-2. Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan:
a. scholing of opleiding;
b. voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het kunnen volgen van scholing of opleiding als bedoeld in onderdeel a;
c. voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het kunnen verrichten van onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats bij een werkgever en voor het kunnen deelnemen aan andere activiteiten die bevorderlijk zijn voor de inschakeling in de arbeid.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, andere voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid dan de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid, indien zij noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden op grond waarvan de arbeidsgehandicapte verzekerd is voor de WAZ.
-4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld in artikel 11, voorzieningen toekennen die hem in staat stellen onderwijs te volgen.
-5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, vervoersvoorzieningen toekennen die strekken tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b en c, het derde en het vierde lid.
-6. Onder voorzieningen als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan financiering van, of tegemoetkoming in de kosten van, kinderopvang.
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere regels gesteld.

 

 

§ 1A.  Kinderopvang

Vervallen

 

Art. 22a. Vervallen[GeschiedenisStb. 2001, 259Stb. 2001, 625 + bis + bisStb. 2003, 544Stb. 2004, 455 + bisStb. 2004, 728]

 

 

§ 2.  Reïntegratie-uitkering WW- en WBIA-gerechtigden

 

Art. 23. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2004, 728]

 

Art. 24. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2003, 544Stb. 2004, 728]

 

Art. 25. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2003, 544Stb. 2004, 728]

 

Art. 26. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2004, 728]

 

Art. 27. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2004, 728]

 

 

§ 3.  Specifieke instrumenten voor arbeidsgehandicapte zelfstandigen

 

Art. 28. Toelagen arbeidsgehandicapte WAZ-verzekerden  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625Stb. 2004, 311Stb. 2005, 37Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659Stb. 2005, 708]
Indien het treffen van een voorziening tot gevolg heeft dat de arbeidsgehandicapte die verzekerd is op grond van de WAZ geen of slechts gedeeltelijk arbeid kan verrichten en uit dien hoofde inkomen derft, heeft hij tijdens de duur van die voorziening aanspraak op een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag toe te kennen toelage die overeenkomt met het bedrag van het gederfde inkomen, met dien verstande dat de toelage of, indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ, WAO of Wajong wordt genoten, de toelage vermeerderd met die uitkering, per dag het in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering genoemde bedrag niet te boven gaat.

 

Art. 29. Inkomenssuppletie arbeidsgehandicapte zelfstandigen  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toekenning door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van inkomenssuppletie aan een arbeidsgehandicapte die de uitoefening van zijn bedrijf of beroep voortzet of die werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten en wiens inkomen uit dat bedrijf of beroep lager is dan het bij of krachtens artikel 2 van de WAZ, artikel 2 van de Wajong of artikel 18 van de WAO vastgestelde inkomen of loon dat hij nog zou kunnen verdienen. [Rlia] [RR]

 

Art. 30. Starterskrediet  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625 + bisStb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal van een arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, die werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de verstrekking door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van gelden in de vorm van een lening of het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verlenen van borgtocht, alsmede omtrent de aard en de omvang van de activiteiten en de aan de subsidie te verbinden verplichtingen. Bij deze algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, alvorens over te gaan tot toekenning, advies vraagt aan derden over het door een arbeidsgehandicapte over te leggen bedrijfsplan waaruit de levensvatbaarheid van het bedrijf of de voorgenomen zelfstandige uitoefening van een beroep blijkt. [Bsa] [Rsa]

 

 

§ 4.  Instrumenten voor arbeidsgehandicapte werknemers

 

Art. 31. Voorzieningen [BUnR02] [BUnR03] [BUnR04] [BUnR05] [Rej] [RR]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 259Stb. 2001, 625 + bisStb. 2001, 644Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de arbeidsgehandicapte die arbeid in dienstbetrekking verricht op aanvraag voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
-2. Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan:
a. vervoersvoorzieningen die ertoe strekken dat de arbeidsgehandicapte werknemer zijn werkplek kan bereiken;
b. noodzakelijke persoonlijke ondersteuning van de werknemer, bedoeld in het eerste lid, bij het verrichten van de hem opgedragen taken indien die ondersteuning een compensatie vormt voor specifiek met de handicap van de werknemer samenhangende beperkingen;
c. communicatievoorzieningen voor doven;
d. meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen die in overwegende mate op het individu van de werknemer zijn afgestemd.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, op aanvraag vervoersvoorzieningen toekennen die strekken tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
-4. Onder arbeidsgehandicapte als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, die arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere regels gesteld.

 

Art. 32. Loonsuppletie  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2003, 544Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toekenning door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van loonsuppletie aan een arbeidsgehandicapte die werk in dienstbetrekking aanvaardt of verricht tegen een lager loon dan het bij of krachtens artikel 2 van de WAZ, artikel 2 van de Wajong of artikel 18 van de WAO vastgestelde inkomen of loon dat hij nog zou kunnen verdienen. [Rlia] [RR]

 

 

§ 5.  Persoonsgebonden reïntegratiebudget

 

Art. 33. [Ersa]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 259Stb. 2001, 625Stb. 2001, 644Stb. 2004, 455Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan het Landelijk instituut sociale verzekeringen aan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 22, en aan de arbeidsgehandicapte werknemer, bedoeld in artikel 31, op aanvraag in plaats van bij die regeling vast te stellen reïntegratie-instrumenten als bedoeld in dit hoofdstuk een subsidie verstrekt in de vorm van een op de arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget. In deze regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de aard en de omvang van de activiteiten en de aan de subsidie te verbinden verplichtingen.
-2. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat een ontwerp daartoe aan beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd.
-3. Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid aan beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.

 

Art. 33a. Persoonsgebonden reïntegratiebudget voor arbeidsgehandicapte werknemer  [GeschiedenisStb. 2001, 625Stb. 2003, 544Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van een arbeidsgehandicapte werknemer als bedoeld in artikel 31, eerste lid, en van de persoon, bedoeld in artikel 8, twaalfde lid, aan wie de eigenrisicodrager ziekengeld moet betalen, besluiten:
a. aan de aanvrager subsidie te verstrekken in de vorm van een op zijn arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget; of
b. met een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert een overeenkomst te sluiten die is gericht op de arbeidsinschakeling van deze aanvrager.
-2. Een subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag van een arbeidsgehandicapte werknemer uitsluitend verstrekken of sluiten indien dit instituut van oordeel is dat in het bedrijf van zijn werkgever of een ander bedrijf geen passende arbeid aanwezig is die de betrokken werknemer kan verrichten.
-3. De in het eerste lid bedoelde subsidieontvanger laat de werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, verrichten door een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
-4. De in het eerste lid bedoelde aanvrager verstrekt de gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn sociaal-fiscaal nummer aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf zijn inschakeling in de arbeid bevordert.
-5. De in het vierde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dat lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking.
-6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent dit artikel, waarbij kan worden bepaald in welke situaties een deel van de subsidiekosten in rekening kan worden gebracht bij de werkgever. [BS]
-7. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan beide kamers der Staten-Generaal.

 

 

§ 6.  Intrekking, herziening en terugvordering

 

Art. 34. Intrekking, herziening en wijziging [Rsohiu]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 259Stb. 2003, 544Stb. 2004, 455 + bisStb. 2004, 728Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Een besluit tot toekenning van voorzieningen als bedoeld in artikel 22 en 31, van toelagen als bedoeld in artikel 28, van inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 29 en van loonsuppletie als bedoeld in artikel 32 wordt ingetrokken of herzien indien de voorzieningen, de toelagen, de inkomenssuppletie of de loonsuppletie als hiervoor bedoeld ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn verleend.
-2. Het besluit tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 30, 33 of 33a wordt ingetrokken of gewijzigd indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Art. 35. Terugvordering [Rsa]  [GeschiedenisMvTStb. 1998, 278versie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 259Stb. 2001, 625 + bisStb. 2003, 544Stb. 2004, 455 + bisStb. 2004, 728Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De voorziening of de kosten van de voorziening, bedoeld in artikel 22 en 31, de toelage, bedoeld in artikel 28, de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 29, en de loonsuppletie, bedoeld in artikel 32, die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 34 onverschuldigd zijn verstrekt, worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.
-2. Subsidies als bedoeld in artikel 30, 33 of 33a die onverschuldigd zijn betaald, worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.
-3. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
-4. Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd en de termijn of de termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij gebreke van tijdige betaling zal worden ten uitvoer gelegd op de wijze als omschreven in het zesde lid en zevende lid.
-5. De persoon van wie wordt teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
-6. Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-7. Artikel 29g van de WAO is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
-8. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot terugvordering als bedoeld in dit artikel.
-9. In afwijking van het eerste en tweede lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. [Rtgb]

 

Art. 35a. [Rsa]  [GeschiedenisStb. 1998, 278Stb. 2001, 625Stb. 2004, 455Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. In afwijking van artikel 35 kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering af te zien, indien de persoon van wie wordt teruggevorderd:
a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid, onderdeel a en b, genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 45.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.

 

 

§ 7.  Verstrekkingen die onvervreemdbaar en niet voor beslag vatbaar zijn

 

Art. 36. Onvervreemdbare verstrekkingen  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 259Stb. 2004, 455 + bisStb. 2004, 728Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening zijn:
a. de voorzieningen, bedoeld in artikel 22 en 31;
b. vervallen;
c. de toelage, bedoeld in artikel 28;
d. de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 29;
e. de gelden, bedoeld in artikel 30;
f. de loonsuppletie, bedoeld in artikel 32.
-2. Volmacht tot ontvangst van een uitkering onder welke vorm of benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
-3. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.

 

Art. 37. Niet voor beslag vatbare verstrekkingen  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 259Stb. 2004, 455 + bisStb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Niet vatbaar voor beslag zijn:
a. de voorzieningen, bedoeld in artikel 22 en 31;
b. de gelden, bedoeld in artikel 30.

 

 

HOOFDSTUK  5

Financiering

 

Art. 38. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625]

 

Art. 39. Aanvraag reïntegratie-instrumenten  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 259Stb. 2001, 625Stb. 2001, 644Stb. 2003, 544Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag van de instrumenten, bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van deze wet, en de termijn waarbinnen die aanvraag wordt ingediend alsmede omtrent de rechtsgevolgen die aan overschrijding van die termijn zijn verbonden. [RaR01]

 

Art. 40. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625]

 

Art. 41. Het Reïntegratiefonds  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2005, 37Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven in de vorm van een Reïntegratiefonds dat deel uitmaakt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

 

Art. 42. Middelen tot dekking van de uitgaven  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2000, 561Stb. 2001, 625 + bisStb. 2004, 324Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds worden verkregen uit:
a. bijdragen uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds, het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid;
b. de gelden die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door toepassing van artikel 21, 35 en 46.
-2. Bij ministeriële regeling worden de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de onderlinge verhouding tussen de ten laste van de verschillende fondsen komende bijdragen, bedoeld in dat onderdeel, vastgesteld. Bij deze regeling kan worden bepaald dat in de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds mede wordt voorzien door het Rijk en kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de besteding van die rijksbijdrage. [RfR]

 

Art. 43. Uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1999, 564Stb. 2001, 259Stb. 2001, 625Stb. 2001, 644Stb. 2003, 376Stb. 2003, 555Stb. 2004, 455Stb. 2004, 728Stb. 2005, 525Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Ten laste van het Reïntegratiefonds komen de kosten verband houdende met de uitvoering van artikel 10 en 11 en de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekte of toegekende:
a. subsidies, bedoeld in de artikelen 16, 30, 33 en 33a, of overeenkomsten, bedoeld in artikel 33 dan wel 33a, eerste lid, onderdeel b;
b. voorzieningen, bedoeld in artikel 22 en 31, en tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel i, van die wet;
c. vervallen;
d. toelagen, bedoeld in artikel 28, alsmede de op grond van enige wet over deze toelagen verschuldigde premies die niet op deze toelagen in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
e. inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 29, alsmede de op grond van enige wet over deze suppletie verschuldigde premies die niet op deze suppletie in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
f. loonsuppletie, bedoeld in artikel 32, alsmede de op grond van enige wet over deze suppletie verschuldigde premies die niet op deze suppletie in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
g. uitkeringen, bedoeld in artikel 29b van de ZW, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
h. gelden, bedoeld in artikel 40.
-2. Vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 14, eerste lid, komen tevens ten laste van het Reïntegratiefonds.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

 

Art. 44. Bijzondere subsidies ten laste van het Reïntegratiefonds  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625 + bisStb. 2001, 628Stb. 2003, 544Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt ten laste van het Reïntegratiefonds per kalenderjaar aan door Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten die ten doel hebben de arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te bevorderen een subsidie ter hoogte van een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. [Rss02] [Rss03] [Rss04] [Rss05]
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in het belang van deze wet ten laste van het Reïntegratiefonds subsidie verstrekken aan andere instellingen of organisaties dan de scholingsinstituten, bedoeld in het eerste lid, die ten doel hebben het nemen of bevorderen van maatregelen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste of het tweede lid, aan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen omtrent vermogensvorming, het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt en de vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel.

 

 

HOOFDSTUK  6

Het verstrekken van inlichtingen en administratieve boete

 

Art. 44a.  [GeschiedenisStb. 2001, 625Stb. 2001, 628Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt, personen oproepen ten aanzien van wie of ten behoeve van wie instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of 4 zijn toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.

 

Art. 45. Het verstrekken van inlichtingen bij toekenning of verstrekking reïntegratie-instrumenten  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625Stb. 2004, 455Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De persoon, of diens wettelijk vertegenwoordiger, aan wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 is verstrekt of toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan wordt overwogen, is verplicht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking of toekenning of op de duur of de hoogte van het reïntegratie-instrument.

 

Art. 46. Administratieve boete [Babw] [Rsa]  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 1999, 564Stb. 2001, 481Stb. 2001, 625 + bisStb. 2004, 455Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659Stb. 2005, 708]
-1. Aan de persoon die de verplichting, bedoeld in artikel 45, niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een boete opgelegd van ten hoogste €|2269,00.
-2. De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
-3. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 45, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag toekennen of verstrekken van een reïntegratie-instrument, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzien van het opleggen van een boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. [Bw]
-4. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van het opleggen van een boete af te zien.
-5. De persoon aan wie een boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
-6. Voor zover de boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van de persoon aan wie zij is opgelegd.
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid. [Bszw]

 

Art. 47. Overeenkomstige toepassing WAO-bepalingen  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2004, 455Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De artikelen 29b tot en met 29g van de WAO zijn bij de toepassing van artikel 46 van overeenkomstige toepassing.

 

 

HOOFDSTUK  7

Bepalingen in verband met het burgerlijk recht

 

Art. 48. Samenloop aanspraken  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van zijn arbeidshandicap houdt de rechter rekening met de aanspraken die de arbeidsgehandicapte op grond van deze wet heeft.

 

Art. 49. Regres  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1999, 564Stb. 2001, 625Stb. 2005, 37Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft voor de op grond van deze wet gemaakte kosten verhaal op de persoon die in verband met het veroorzaken van de arbeidshandicap, jegens de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplicht is, doch ten hoogste tot het bedrag waarover deze bij het ontbreken van de aanspraken op grond van deze wet naar burgerlijk recht verplicht zou zijn, verminderd met een bedrag gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de arbeidsgehandicapte naar burgerlijk recht gehouden is.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, indien een aanspraak als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend in de vorm van periodieke verstrekkingen, de contante waarde daarvan vorderen in de vorm van een jaarlijks vast te stellen afkoopsom die aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt vergoed voor de totale schadelast tengevolge van het veroorzaken van de arbeidshandicap.
-3. Het eerste lid geldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van een arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werknemer die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de arbeidsgehandicapte jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien de arbeidshandicap is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk werknemer.
-4. Voor de toepassing van het derde lid wordt mede als werkgever beschouwd de persoon die op grond van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering mede als werkgever wordt beschouwd.

 

Art. 49a. Beslistermijnen  [GeschiedenisStb. 2000, 627Stb. 2004, 728Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
-2. De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
-4. Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.

 

Art. 49b. Vervallen[GeschiedenisStb. 2000, 627 + bisStb. 2001, 625 + bis + bisStb. 2001, 644 + bisStb. 2001, 692 + bisStb. 2003, 544 + bis + bis + bisStb. 2004, 728Stb. 2005, 573]

 

 

HOOFDSTUK  8

Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht

 

Art. 50. Beslistermijnen bij bezwaarschriften  [GeschiedenisMvTStb. 1997, 789versie 23 april 1998Stb. 1999, 564Stb. 2000, 627 + bisStb. 2001, 625Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
-2. Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zeventien weken, of indien het advies vraagt aan een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen eenentwintig weken na ontvangst van het bezwaarschrift.

 

Art. 51. Bezwaarschriftprocedure  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.

 

Art. 52. Medische besluiten  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Ten aanzien van besluiten waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt, zijn de artikelen 88 tot en met 88i van de WAO van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 53. Titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 259Stb. 2004, 455 + bisStb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken op grond van artikel 22 en 31.

 

 

HOOFDSTUK  9

Strafbepalingen

 

Art. 54. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 290]

 

Art. 55. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 290]

 

Art. 56. Vervallen[Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 1998, 290]

 

Art. 57. Strafbepaling inzake overige als strafbaar feit geduide overtredingen  [Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 1998, 290Stb. 1998, 742Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste één maand of een geldboete van de tweede categorie. De in de eerste zin bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

 

Art. 58. Vervallen[Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 1998, 290]

 

Art. 59. Verval van recht tot strafvordering  [Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Het recht tot strafvordering vervalt indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd.

 

 

HOOFDSTUK  10

Wijziging van andere wetten

 

Art. 60. Algemene bijstandswet  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Algemene bijstandswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 114 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens aangemerkt de scholing en opleiding waarvoor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan burgemeester en wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel 115 wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, luidende:
-2. Voor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten die op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in artikel 113, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de werkgever bij wie de proefplaatsing geschiedt een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft afgesloten;
c. werkzaamheden die de belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 137a worden twee leden toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel 111, eerste lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of derden voor de door deze verleende diensten gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare bijstandsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding, bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor de diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

 

Art. 61. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 37 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens aangemerkt de scholing en opleiding waarvoor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan burgemeester en wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel 38 wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, luidende:
-2. Voor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, die op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in artikel 35, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft afgesloten;
c. werkzaamheden die de belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 59a worden twee leden toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel 34, eerste lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of derden voor de door deze verleende diensten gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare uitkeringsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding, bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor de diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

 

Art. 62. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 37 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens aangemerkt de scholing en opleiding waarvoor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan burgemeester en wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel 38 wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd, luidende:
-2. Voor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, die op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in artikel 35, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft afgesloten;
c. werkzaamheden die de belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 59a worden twee leden toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel 34, eerste lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of derden voor de door deze verleende diensten gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare uitkeringsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding, bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor de diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

 

Art. 63. Arbeidsvoorzieningswet 1996  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Arbeidsvoorzieningswet 1996 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 worden nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende:
j. het Landelijk instituut sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
k. dienstbetrekking: een dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een op grond van artikel 4 of 5 van die wet daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding;
l. werknemer: de persoon die in dienstbetrekking werkzaam is.
B. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a van het eerste lid wordt in ten zevende , "en om-, her- of bijscholing" vervangen door: , om-, her- of bijscholing en de instrumenten die de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, de gemeenten en het Landelijk instituut sociale verzekeringen ter beschikking staan ter bevordering van de arbeidsinschakeling van arbeidsgehandicapten als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
2. De aanhef van onderdeel b van het eerste lid wordt vervangen door: ten behoeve van moeilijk plaatsbare werkzoekenden niet tevens zijnde moeilijk plaatsbare arbeidsgehandicapten als bedoeld in de artikelen 10 en 12 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
3. In het artikel wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie kan ter uitvoering van de taak ten behoeve van arbeidsgehandicapte werkzoekenden, bedoeld in artikel 13 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, overeenkomstig daaromtrent bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels:
a. aan die arbeidsgehandicapten voorzieningen als bedoeld in artikel 22 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten op aanvraag of ambtshalve toekennen die strekken tot behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid en die de arbeidsgeschiktheid bevorderen;
b. aan die arbeidsgehandicapten, indien zij werknemer worden anders dan in de zin van de Wet inschakeling werkzoekenden, op aanvraag voorzieningen toekennen als bedoeld in artikel 31 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten gedurende maximaal één jaar na de totstandkoming van de dienstbetrekking.
4. In het tot derde vernummerde lid wordt na "eerste" ingevoegd: en tweede.
C. [MvT]
Aan artikel 47, eerste lid, wordt na "bedoelde taken" een komma geplaatst en de zinsnede ingevoegd: van de uitvoering van artikel 81a.
D. [MvT]
In artikel 48, eerste lid, wordt "artikel 4, eerste lid, onderdeel b en c," vervangen door: artikel 4, eerste lid, onderdeel b en c, en tweede lid.
E. [MvT]
Na artikel 81 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 81a.
-1. Ter uitvoering van de in artikel 13 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten bedoelde taak verstrekt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op aanvraag aan de werkgever die met de in dat artikel bedoelde arbeidsgehandicapte werkzoekende een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking in de zin van de Wet inschakeling werkzoekenden, aangaat voor de duur van ten minste zes maanden, een subsidiebedrag in de vorm van een plaatsingsbudget als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-2. Indien een werkgever aantoont dat het totaal van de kosten in verband met de dienstbetrekking met de arbeidsgehandicapte, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan het bedrag van het plaatsingsbudget, bedoeld in het eerste lid, kan op aanvraag aan hem een subsidie in de vorm van een pakket op maat als bedoeld in artikel 18 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten worden verstrekt.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere regels gesteld.
F. [MvT]
In artikel 93 wordt "artikel 42" vervangen door: artikel 4, tweede lid, 42 en 81a.

 

Art. 64. Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Artikel 18 van de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 vervalt.

 

Art. 65. Wet inschakeling werkzoekenden  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Indien het bij koninklijke boodschap van 28 november 1996 ingediende voorstel van wet regeling voor de totstandkoming van een gemeentelijk werkfonds voor voorzieningen ter bevordering van de toetreding tot het arbeidsproces van langdurig werklozen en jongeren (Wet inschakeling werkzoekenden) (Kamerstukken II 1996-1997, 25 122, nr. 3) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt die wet als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 9, tweede lid, wordt "ter uitvoering van het eerste lid" vervangen door: ter uitvoering van een traject.
B.
Na artikel 13 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd met als opschrift: § 4. Voorzieningen voor arbeidsgehandicapten
C. [MvT]
Na artikel 13 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 13a. Instrumenten voor arbeidsgehandicapten [MvT]
-1. Indien de persoon, bedoeld in artikel 2, arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, kan de gemeente ter uitvoering van artikel 12 van die wet aan of ten behoeve van de arbeidsgehandicapte die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen dan wel die arbeid verricht in een dienstbetrekking, voorzieningen als bedoeld in artikel 3 mede inzetten indien zij strekken tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid.
-2. De voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, omvatten in ieder geval de voorzieningen, genoemd in de artikelen 15, 22, tweede en derde lid, en 31, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-3. Indien de arbeidsgehandicapte, bedoeld in het eerste lid, een arbeidsovereenkomst sluit of wordt aangesteld om arbeid te verrichten, kan de gemeente op aanvraag voorzieningen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten verstrekken gedurende maximaal één jaar na de totstandkoming van de arbeidsverhouding.
-4. Artikel 3, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere regels gesteld.
Art. 13b. Bijzondere subsidie aan een werkgever [MvT]
-1. Indien de persoon, bedoeld in artikel 2, arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, verstrekt de gemeente ter uitvoering van artikel 12 van die wet op aanvraag aan de werkgever die met de arbeidsgehandicapte die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen dan wel die werknemer is, voor de duur van ten minste zes maanden een arbeidsovereenkomst aangaat of hem aanstelt om arbeid te verrichten, een subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-2. Indien de werkgever aantoont dat het totaal van de kosten, verbonden aan het in dienst hebben van de in het eerste lid bedoelde arbeidsgehandicapte, hoger is dan het bedrag van het plaatsingsbudget, bedoeld in het eerste lid, kan aan hem op aanvraag een subsidie in de vorm van een pakket op maat als bedoeld in artikel 18 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten worden verstrekt.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere regels gesteld.
D. [MvT]
Artikel 14, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "de artikelen 4 en 5" vervangen door: de artikelen 4, 5 en 13b.
2. Onderdeel c komt te luiden:
c. een vast bedrag voor de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 3 en 13a, en de uit die artikelen voortvloeiende activiteiten van de gemeenten ten behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces, en de extra kosten voor het pakket op maat, bedoeld in artikel 13b, tweede lid.

 

Art. 66. Organisatiewet sociale verzekeringen 1997  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel h wordt na subonderdeel 11 een nieuw subonderdeel toegevoegd, luidende:
12º. het Reïntegratiefonds: het fonds, bedoeld in artikel 41 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
2. Onderdeel j wordt vervangen door:
j. verzekerde: de werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede de verzekerde op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Kinderbijslagwet of de Algemene nabestaandenwet, voor zover hij geen uitkering of voorziening op grond van deze wetten of de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten ontvangt;.
3. Onderdeel l wordt vervangen door:
l. uitkeringsgerechtigde: de persoon die een uitkering of voorziening ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
B. [MvT]
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt de zinsnede "de Wet arbeid gehandicapte werknemers" vervangen door: de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt de zinsnede "en subonderdeel 9" vervangen door: en subonderdeel 9 tot en met 12.
C. [MvT]
In artikel 74, vijfde lid, wordt de zinsnede "subonderdeel 1 tot en met 4" vervangen door: subonderdeel 1 tot en met 4, 10 en 12.
D. [MvT]
In artikel 84, tweede lid, wordt de zinsnede "en de Algemene Kinderbijslagwet" vervangen door: , Algemene Kinderbijslagwet en de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
E. [MvT]
In artikel 107 wordt de zinsnede "en 24, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet" vervangen door: 24, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en artikel 21, zesde lid, 35, vierde lid, en 46, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

 

Art. 67. Ziektewet  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 21 vervalt de zinsnede ", behalve voor zover hij een reïntegratie-uitkering op grond van artikel 63 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ontvangt".
B. [MvT]
Artikel 29b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. De werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten heeft vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die gelegen zijn in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
2. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een nieuw vierde lid ingevoegd, luidende:
-4. Indien de werknemer, bedoeld in het eerste lid, werkzaam is op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening, wordt het dagloon, bedoeld in het tweede en derde lid, verminderd met het, naar werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag, bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening.
3. Het tot vijfde lid vernummerde vierde lid wordt vervangen door:
-5. Dit artikel is niet van toepassing, wanneer:
a. de werknemer jegens de werkgever bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen aanspraak op betaling van loon kan maken;
b. de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van de Wet sociale werkvoorziening.

 

Art. 68. Werkloosheidswet  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan het einde van onderdeel b van artikel 17a wordt de punt vervangen door een puntkomma en vervalt het woord "of", waarna een onderdeel wordt toegevoegd, luidend als volgt:
c. met toepassing van artikel 23, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een reïntegratie-uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
B. [MvT]
In het eerste lid, onderdeel a, van artikel 17b wordt de zinsnede "of een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: of een reïntegratie-uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
C. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, vervalt de zinsnede "of die een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet die, al dan niet vermeerderd met één van de genoemde uitkeringen, 70% of meer bedraagt van het dagloon of grondslag waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend".
2. In het eerste lid, onderdeel k, vervalt het woord "of".
3. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel l door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidend als volgt:
m. een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in verband met het volgen van scholing of opleiding.
D. [MvT]
In artikel 21, derde lid, onderdeel b, wordt de zinsnede "wegens andere omstandigheden dan ziekte of arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de werknemer een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 19, eerste lid" vervangen door: wegens andere omstandigheden dan ziekte of arbeidsongeschiktheid of het volgen van scholing of opleiding, ter zake waarvan de werknemer een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, b, c, d of m.
E. [MvT]
In artikel 72, derde lid, wordt de zinsnede "inhoudt dat moeilijk plaatsbare werkloze werknemers" vervangen door: inhoudt dat moeilijk plaatsbare werkloze werknemers, niet zijnde arbeidsgehandicapten als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
F.
Aan artikel 73, eerste lid, wordt, onder vervanging van een punt door een komma, een zinsnede toegevoegd, luidende: voor zover het Landelijk instituut sociale verzekeringen aan de werknemers die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten niet al voorzieningen toekent, die overeenkomen met die voorzieningen. De eerste zin is niet van toepassing indien de uitkeringsgerechtigde een jongere is voor wie de periode van één jaar als bedoeld in artikel 9 van de Wet inschakeling werkzoekenden is verstreken.
G. [MvT]
Artikel 93 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b wordt "artikel 29, tweede lid, onderdeel d, e, f en g" vervangen door: artikel 29, tweede lid, onderdeel d, e en f.
2. Onderdeel g wordt vervangen door:
g. het op grond van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;.

 

Art. 69. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt vervangen door:
c. degene ten aanzien van wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
B. [MvT]
Hoofdstuk IIa wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift van hoofdstuk IIa komt te luiden: HOOFDSTUK IIA. Garantieregeling voor oudere arbeidsongeschikten, samenloop, verstrekkingen die onvervreemdbaar zijn en verstrekkingen die niet vatbaar zijn voor beslag
2. De paragrafen 1, 3, 4 en 5 vervallen.
3. Het opschrift boven artikel 61 vervalt.
4. Het opschrift boven artikel 65 vervalt.
5. Het opschrift boven artikel 65a vervalt.
C. [MvT]
Artikel 70 vervalt.
D. [MvT]
Artikel 74 vervalt.
E.
Artikel 75a, derde lid, wordt vervangen door:
-3. Het eerste lid is niet van toepassing indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend aan een werknemer die:
a. bij het aangaan van de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, arbeidsgehandicapte was als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
b. tot de dag waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend arbeidsgehandicapte is gebleven; en
c. een periode van zes jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de dienstbetrekking, bedoeld onder a, is aangegaan, niet is verstreken.
De periode van zes jaar, bedoeld onder c, is niet van toepassing indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende uitkering.
F.
Aan artikel 76c wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
i. bij ministeriële regeling te bepalen baten voor het Landelijk instituut sociale verzekeringen, de uitvoeringsinstellingen of de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in verband met de overgang van personeel en vermogensbestanddelen naar de Arbeidsvoorzieningsorganisatie voor het verrichten van werkzaamheden, gericht op de bevordering van inschakeling in de arbeid van arbeidsgehandicapten in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
G. [MvT]
Artikel 76d, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van artikel 76f:
a. de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het Landelijk instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
b. de kosten die zijn verbonden aan de uitvoering van deze wet;
c. de gelden die door toepassing van artikel 79 worden overgeheveld naar de Arbeidsongeschiktheidskas;
d. de in artikel XIII van de Wet afschaffing malus en bevordering reïntegratie bedoelde bonusuitkeringen;
e. de schade, bedoeld in artikel 75f, tweede lid, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager;
f. het gezamenlijke bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakantie-uitkeringen die niet zijn uitbetaald wegens het genieten van loon als bedoeld in artikel 44, derde lid, en dat op grond van artikel 44, vierde lid, wordt afgedragen aan ’s Rijks kas, vermeerderd met het bedrag aan premies dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen bij wel-uitbetaling daarover op grond van enige wet verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan worden gebracht;
g. het op grond van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;
h. bij ministeriële regeling te bepalen kosten in verband met de overgang van personeel en vermogensbestanddelen naar de Arbeidsvoorzieningsorganisatie voor het verrichten van werkzaamheden gericht op de bevordering van inschakeling in de arbeid van arbeidsgehandicapten in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
H. [MvT]
Artikel 76f, vierde lid, wordt vervangen door:
-4. Het eerste lid is niet van toepassing, indien:
a. het een arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op grond van artikel 71, eerste lid, door het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt betaald en op grond van artikel 71, derde lid, niet op een eigenrisicodrager wordt verhaald;
b. het een arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op grond van artikel 75a, vierde lid, door het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt betaald en niet kan worden verhaald op een kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 75; of
c. het een arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft toegekend aan een werknemer die:
1º. bij het aangaan van de dienstbetrekking waaruit de arbeidsongeschiktheid is ontstaan arbeidsgehandicapte was als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
2º. tot de dag waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend arbeidsgehandicapte is gebleven; en
3º. een periode van zes jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de dienstbetrekking, bedoeld onder a, is aangegaan, niet is verstreken.
De periode van zes jaar, bedoeld onder 3º, is niet van toepassing indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op een voordien op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende uitkering.
I. [MvT]
Artikel 76g vervalt.
J. [MvT]
Artikel 77b wordt vervangen door:
Art. 77b.
-1. De basispremie is niet verschuldigd over het loon van een werknemer die arbeidsgehandicapte is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het totaalbedrag van de premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de som van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten minste gelijk is aan 5 procent van de premieplichtige loonsom van de werkgever in dat kalenderjaar.
-2. De basispremie is voor twee derde deel niet verschuldigd over het loon van de werknemer die arbeidsgehandicapte is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het totaalbedrag van de premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de som van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten minste gelijk is aan 4 procent, doch minder dan 5 procent, van de premieplichtige loonsom van de werkgever in dat kalenderjaar.
-3. De basispremie is voor een derde deel niet verschuldigd over het loon van de werknemer die arbeidsgehandicapte is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het totaalbedrag van de premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de som van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten minste gelijk is aan 3 procent, doch minder dan 4 procent, van de premieplichtige loonsom van de werkgever in dat kalenderjaar.
-4. Indien het eerste, tweede of derde lid toepassing vindt, kent het Landelijk instituut sociale verzekeringen voorts een korting toe op de door de werkgever in het in dat lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie, die gelijk is aan een percentage van het premieplichtige loon van de werkgever in dat kalenderjaar, doch:
a. bij toepassing van het eerste lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een percentage van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
b. bij toepassing van het tweede lid, tot een bedrag dat gelijk is aan twee derde deel van een percentage van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
c. bij toepassing van het derde lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een derde deel van een percentage van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar.
-5. Bij de vaststelling van het in het vierde lid bedoelde premieplichtige loon van de werkgever blijft het bedrag aan loon van de arbeidsgehandicapte werknemers, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, buiten beschouwing.
K. [MvT]
Artikel 77c wordt vervangen door:
Art. 77c.
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kent aan de werkgever die één of meer opdrachten verleent aan een bedrijf waar arbeid wordt verricht onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening, een korting toe op de door hem verschuldigde basispremie indien hij aantoont dat de netto toegevoegde waarde die met de opdrachten is gemoeid ten minste gelijk is aan 3 procent van zijn premieplichtige loonsom in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend. De netto toegevoegde waarde, bedoeld in de eerste zin, wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld op een percentage van de omzet die met de opdrachten is gemoeid, welk percentage verschillend kan worden vastgesteld afhankelijk van de aard van de opdracht en de omstandigheden waaronder die wordt uitgevoerd.
-2. De korting, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde, bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan het premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste gelijk is aan 5 procent van de premieplichtige loonsom van de werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-3. De korting, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde, bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan twee derde van het premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste gelijk is aan 4 procent, doch minder dan 5 procent, van de premieplichtige loonsom van de werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-4. De korting, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde, bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan een derde van het premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste gelijk is aan 3 procent, doch minder dan 4 procent, van de premieplichtige loonsom van de werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-5. Indien het tweede, derde of vierde lid toepassing vindt, kent het Landelijk instituut sociale verzekeringen voorts een korting toe op de door de werkgever in het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie, die gelijk is aan een percentage van het premieplichtige loon van de werkgever in dat kalenderjaar, doch:
a. bij toepassing van het tweede lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een percentage van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
b. bij toepassing van het derde lid, tot een bedrag dat gelijk is aan twee derde deel van een percentage van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
c. bij toepassing van het vierde lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een derde deel van een percentage van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar.
L. [MvT]
Artikel 77d wordt vervangen door:
Art. 77d.
Aan de werkgever die aantoont dat hij in een kalenderjaar werknemers in dienst heeft die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en in dat jaar één of meer opdrachten verleent aan een bedrijf waar arbeid wordt verricht onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening, en die niet in aanmerking komt voor een korting als bedoeld in de artikelen 77b en 77c, wordt:
a. door het Landelijk instituut sociale verzekeringen, overeenkomstig artikel 77b, vierde lid, onderdeel c, en artikel 77c, vierde en vijfde lid, onderdeel c, een korting toegekend op de door hem verschuldigde basispremie en is hij,
b. overeenkomstig artikel 77b, derde lid, de basispremie niet verschuldigd over het loon van de tot hem in dienstbetrekking staande arbeidsgehandicapte werknemers, bedoeld in artikel 77b, indien hij aantoont dat de som van de netto toegevoegde waarde, bedoeld in artikel 77c, eerste lid, en het totaalbedrag, bedoeld in artikel 77b, eerste lid, ten minste gelijk is aan 5 procent van zijn premieplichtige loonsom in het kalenderjaar waarin de opdracht is verleend.
M. [MvT]
Artikel 77e wordt vervangen door:
Art. 77e.
-1. Het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, bedoeld in artikel 77b en artikel 77c, wordt vastgesteld door het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
-2. De in artikel 77b, vierde lid, en artikel 77c, vijfde lid, bedoelde percentages worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
-3. Met betrekking tot de artikelen 77b, 77c en 77d kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.

 

Art. 70. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 41, eerste lid, onderdeel e, wordt vervangen door:
e. de verzekerde ten aanzien van wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
B. [MvT]
In artikel 70, tweede lid, vervalt de zinsnede "alsmede de verzekerde ten aanzien van wie een voorziening, een toelage of vergoeding, dan wel een inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel e, wordt verleend of overwogen".
C. [MvT]
Artikel 80 wordt vervangen door:
Art. 80. Uitgaven ten laste van Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen
Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen komen:
a. de op grond van deze wet te betalen uitkeringen;
b. de op grond van enige wet over de uitkeringen op grond van deze wet door het Landelijk instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
c. het op grond van artikel 58, vierde lid, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
d. het op grond van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;
e. de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten.
D. [MvT]
Artikel 88 vervalt.

 

Art. 71. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
De onderdelen c en d van artikel 33, eerste lid, worden vervangen door:
c. de jonggehandicapte ten aanzien van wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen;
d. de ingezetene die de leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt en ten aanzien van wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
B. [MvT]
In artikel 62, tweede lid, vervalt de zinsnede "alsmede de jonggehandicapte of de ingezetene die de leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt, ten aanzien van wie een voorziening, een toelage of vergoeding als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel d of e, wordt verleend of overwogen".
C. [MvT]
Artikel 65, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten komen:
a. de op grond van deze wet te betalen uitkeringen;
b. de op grond van enige wet over de uitkeringen op grond van deze wet door het Landelijk instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
c. het op grond van artikel 50, vierde lid, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
d. het op grond van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag;
e. de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten.
D. [MvT]
Artikel 67 vervalt.

 

Art. 72. Beroepswet  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
In onderdeel C van de bijlage bij de Beroepswet worden na onderdeel 11 twee onderdelen ingevoegd, luidende:
11a. Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
11b. Artikel 4, tweede lid, en 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996.

 

Art. 73. Wet op de economische delicten  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
In artikel 1, onder 4º, van de Wet op de economische delicten wordt "de Wet arbeid gehandicapte werknemers, artikel 6, tweede tot en met vierde lid, voor zover daarin van de Arbeidsomstandighedenwet de artikelen 36, derde en zesde lid, derde zin, en 40, vijfde tot en met zevende zin, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard" vervangen door: de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 9, eerste en tweede lid, voor zover daarin artikel 36, tweede en zesde lid, en 40 van de Arbeidsomstandighedenwet van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.

 

Art. 74. Wet privatisering ABP  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Artikel 67 van de Wet privatisering ABP vervalt.

 

 

HOOFDSTUK  11

Overgangsbepalingen

 

Art. 75. Overgangsbepaling artikel 57, 57a, 58 en 59b AAW  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625Stb. 2005, 525Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Artikel 57 van de AAW en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een voorziening tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, zolang die voorziening wordt verstrekt.
-2. Artikel 57a van de AAW en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor vergoeding van kosten als bedoeld in dat artikel, zolang deze vergoeding niet daadwerkelijk geheel is verleend.
-3. Artikel 58 van de AAW, zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een toelage of vergoeding, zolang die toelage of vergoeding wordt verleend.
-4. Artikel 59b van de AAW en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor inkomenssuppletie.
-5. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de toepasselijkheid van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in het eerste lid:
a. met betrekking tot voorzieningen op grond van artikel 57, eerste en tweede lid, onderdeel b, van die wet met ingang van een bij die regeling te bepalen datum eindigt;
b. met betrekking tot voorzieningen op grond van artikel 57, tweede lid, onderdeel c, toegekend aan personen die buiten het Rijk verblijven, wordt voortgezet indien voor de voortzetting van deze voorziening een nieuw besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk is. [RvlbA]
-6. De bruikleenovereenkomst of de overeenkomst met betrekking tot het in gebruik geven van een blindengeleidehond tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en een persoon aan wie een voorziening is toegekend op grond van artikel 57 van de AAW, zoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, betreffende de verstrekking van een blindengeleidehond, wordt met ingang van de datum die is bepaald op grond van het vijfde lid, onderdeel a, of indien de overeenkomst op een latere datum is aangegaan, met ingang van die datum, aangemerkt als een bruikleenovereenkomst of een overeenkomst met betrekking tot het in gebruik geven van een blindengeleidehond tussen het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, en genoemde persoon.
-7. De overeenkomst tot levering of de overeenkomst met betrekking tot het in gebruik geven van een blindengeleidehond tussen een persoon of rechtspersoon die blindengeleidehonden opleidt en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat genoemde overeenkomst aangaat of is aangegaan met als doel deze hond te verstrekken aan een persoon aan wie deze voorziening is toegekend op grond van artikel 57 van de AAW, zoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, wordt met ingang van de datum die is bepaald op grond van het vijfde lid, onderdeel a, of indien de overeenkomst op een latere datum is aangegaan, met ingang van die datum, aangemerkt als een overeenkomst tot levering of een overeenkomst met betrekking tot het in gebruik geven van een blindengeleidehond tussen de persoon of rechtspersoon die blindengeleidehonden opleidt en het College zorgverzekeringen.
-8. De blindengeleidehond die op of na de op grond van het vijfde lid, onderdeel a, vastgestelde datum tot het eigendom van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen behoort, wordt met ingang van de datum waarop het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen eigendom heeft verkregen, doch niet eerder dan met ingang van de op grond van het vijfde lid, onderdeel a, vastgestelde datum, eigendom van het College zorgverzekeringen.

 

Art. 76. Overgangsbepaling artikel 60, 62, 63 en 64 WAO  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Artikel 60 van de WAO en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de persoon aan wie vóór die datum loonsuppletie is toegekend, zolang die suppletie duurt.
-2. Artikel 62 van de WAO en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de werkgever aan wie vóór die datum een loonkostensubsidie is toegekend, zolang die subsidie duurt.
-3. Artikel 63 van de WAO en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de persoon aan wie vóór die datum een reïntegratie-uitkering is toegekend, zolang de in het vijfde lid van dat artikel bedoelde periode van ten hoogste drie maanden niet is verstreken.
-4. Artikel 64 van de WAO, zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op de financiering van de kosten van opleiding of scholing die vóór die datum door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werden gefinancierd, zolang die financiering niet geheel heeft plaatsgevonden.

 

Art. 76a. Overgangsbepaling arbeidsgehandicapte  [GeschiedenisStb. 1998, 742Stb. 2002, 69Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Voor de toepassing van artikel 2, tweede lid, wordt onder de persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dat artikel, tevens verstaan de persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW, op een met overeenkomstige toepassing van de WAO toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, op een pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel E 6, eerste lid, van de Algemene militaire pensioenwet zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de intrekking daarvan, op een pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid op grond van de Kaderwet militaire pensioenen en de daarop berustende bepalingen of op een uitkering die naar aard en strekking met één van de genoemde uitkeringen overeenkomt en wordt onder de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in onderdeel a, tevens verstaan een uitkering als hiervoor bedoeld.

 

Art. 77. Overgangsbepaling Wet einde toegang verzekering WAZ  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 644Stb. 2004, 324Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ verzekerd is op grond van de WAZ en vóór of op die dag een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een voorziening op grond van artikel 22 of een verstrekking op grond van artikel 30, wordt voor de toepassing van die artikelen met betrekking tot en voor de duur van die voorziening of verstrekking geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.
-2. Indien het eerste lid toepassing vindt, wordt in artikel 22, derde lid, voor "werkzaamheden op grond waarvan de arbeidsgehandicapte verzekerd is voor de WAZ" gelezen: werkzaamheden als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot als bedoeld in de WAZ.
-3. De persoon die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Regeling tot intrekking van de Experimentele regeling subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 33 heeft ingediend en op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ verzekerd was op grond van de WAZ, wordt voor de toepassing van artikel 33 met betrekking tot en voor de duur van het tijdvak van de subsidie geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.
-4. De persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ verzekerd is op grond van de WAZ en ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden als bedoeld in artikel 10, derde lid, laat verrichten, wordt voor de toepassing van dat artikel met betrekking tot en voor duur van die werkzaamheden geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.
-5. De persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ verzekerd is op grond van de WAZ en vóór of op die dag een aanvraag om een individuele reïntegratieovereenkomst als bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit SUWI heeft ingediend, wordt voor de toepassing van artikel 10, derde lid, met betrekking tot en voor de duur van het tijdvak van de overeenkomst geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.

 

Art. 78. Overgangsbepaling reïntegratie-instrumenten arbeidsgehandicapten  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 259Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Toekenning van voorzieningen als bedoeld in artikel 22 en 31 van financiering van, of tegemoetkoming in de kosten van, kinderopvang als bedoeld in artikel 22a en van toelagen als bedoeld in artikel 28 vindt uitsluitend plaats voor zover ten aanzien van de arbeidsgehandicapte artikel 75, eerste of derde lid, geen toepassing vindt of ten aanzien van de werkgever van de arbeidsgehandicapte werknemer artikel 75, tweede lid, geen toepassing vindt. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van een subsidie in de vorm van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 33.
-2. Toekenning van een reïntegratie-uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, vindt uitsluitend plaats indien de werkzaamheden op een proefplaats of de scholing of opleiding zijn aangevangen op of na de dag waarop deze wet in werking treedt.
-3. Toekenning van inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 29 vindt uitsluitend plaats aan een persoon die op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet arbeidsgehandicapte is geworden in de zin van artikel 2.
-4. Toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel 32 vindt uitsluitend plaats ter zake van een dienstbetrekking die is aangevangen op of na de dag waarop deze wet in werking treedt.

 

Art. 79. Overgangsbepaling Reïntegratiefonds  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 2001, 625Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Na inwerkingtreding van deze wet komen ten laste van het Reïntegratiefonds:
a. de op grond van artikel 57, 57a, 58 en 59b van de AAW toegekende voorzieningen, vergoedingen, toelagen en inkomenssuppleties, bedoeld in artikel 75;
b. de op grond van artikel 60, 62, 63 en 64 van de WAO toegekende loonsuppleties, loonkostensubsidies, reïntegratie-uitkeringen en kosten van scholing of opleiding, bedoeld in artikel 76.
-2. De middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden verkregen uit een bijdrage uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds.
-3. De middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden verkregen uit een bijdrage uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

 

Art. 80. Overgangsbepaling regres  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Artikel 49 is uitsluitend van toepassing indien de arbeidshandicap, bedoeld in artikel 49, eerste lid, veroorzaakt is op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet.

 

Art. 81. Overgangsbepaling artikel 29b Ziektewet  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 1998, 742Stb. 1999, 564Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Artikel 29b van de ZW, zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op de persoon die geen arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2.
-2. In afwijking van het eerste lid blijft artikel 29b van de ZW, zoals dat artikel luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, niet van toepassing op de persoon die werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van de Wsw die is aangevangen voorafgaand aan de dag waarop deze wet in werking treedt.
-3. Artikel 29b van de ZW is niet van toepassing indien de dienstbetrekking met de in het eerste lid van dat artikel bedoelde werknemer is aangevangen voorafgaand aan de dag waarop deze wet in werking treedt en op die werknemer artikel 29b van de ZW, zoals dat artikel luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, niet van toepassing was.

 

Art. 82. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 625]

 

Art. 83. Overgangsbepaling artikel 75a WAO  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Onder arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 75a, derde lid, van de WAO wordt uitsluitend verstaan een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend aan een werknemer ter zake van arbeidsongeschiktheid uit een dienstbetrekking die op of na 1 januari 1998 is aangegaan.

 

Art. 84. Overgangsbepaling artikel 76f WAO  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2001, 628Stb. 2003, 555Stb. 2005, 37Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Onder arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 76f, zesde lid, onderdeel c, van de WAO wordt uitsluitend verstaan een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend aan een werknemer ter zake van arbeidsongeschiktheid uit een dienstbetrekking die op of na 1 januari 1998 is aangegaan.

 

Art. 85. Beschikkingen reïntegratie-instrumenten WAO en AAW  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Beschikkingen op grond van artikel 60, 62, 63 en 64 van de WAO worden na inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als beschikkingen op grond van deze wet.
-2. Beschikkingen op grond van artikel 57, 57a, 58 en 59b van de AAW worden na inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als beschikkingen op grond van deze wet.

 

Art. 86. Beschikkingen Wet arbeid gehandicapte werknemers  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Beschikkingen op grond van artikel 6 en 8 van de Wet arbeid gehandicapte werknemers, zoals deze wet luidde tot de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden na de inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als beschikkingen op grond van deze wet.

 

Art. 87. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht  [GeschiedenisMvTversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken als bedoeld in dit hoofdstuk.

 

Art. 87a. Overgangsbepaling inzake artikel 49b  [GeschiedenisStb. 2001, 692Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. Op aanvragen van subsidie als bedoeld in artikel 44, tweede lid, ontvangen vóór de dag van inwerkingtreding van artikel IV van de Verzamelwet SZW-wetten 2001, blijft artikel 49b, vierde lid, zoals dat luidde op de dag vóór de dag van inwerkingtreding van dat artikel IV, van toepassing.
-2. Op aanvragen van voorzieningen als bedoeld in paragraaf 1 of 3 van hoofdstuk 4, ontvangen vóór 1 januari 2004, blijft artikel 49b, derde lid, zoals dat luidde op 31 december 2003, van toepassing.

 

Art. 87b. Overgangsbepaling artikelen 15 tot en met 21a  [GeschiedenisStb. 2001, 644Stb. 2003, 544Stb. 2005, 382Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De artikelen 15 tot en met 21a en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van artikel 16a, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 57 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 14 december 2001, houdende wijziging van socialezekerheidswetten (Belastingplan 2002 V - Socialezekerheidswetgeving), blijven van toepassing op dienstbetrekkingen die zijn aangegaan tot en met 31 december 2001 en ingeval een werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever heeft hervat vóór 1 januari 2002 dan wel nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid van die werknemer voor de eigen arbeid vóór die datum.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voert de uit het eerste lid voortvloeiende werkzaamheden uit.
-3. Een aanvraag voor een subsidie op grond van het in het eerste lid bedoelde artikel 15 kan tot 1 januari 2004 worden ingediend.
-4. Een aanvraag voor een subsidie op grond van het in het eerste lid bedoelde artikel 16 of 17 of een aanvraag voor een pakket op maat op grond van het in het eerste lid bedoelde artikel 18 kan tot 1 juli 2005 worden ingediend.

 

Art. 87c. Overgangsbepaling in verband met verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte  [GeschiedenisStb. 2003, 555Stb. 2005, 65Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659Stb. 2005, 708]
-1. Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004 blijft artikel 5, tweede lid, van toepassing zoals dat luidde op 31 december 2003.
-2. Voor de bepaling van de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet-onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg,¹ tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.

1. Volgens de redactie dient na "Wet arbeid en zorg" te worden ingevoegd: wordt genoten.

 

Art. 87d. Overgangsbepaling subsidie reïntegratieactiviteiten  [GeschiedenisStb. 2003, 555Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659Stb. 2005, 708]
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de werknemer wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel 15, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, subsidie voor noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden verstrekken indien de aanvraag is ingediend vóór 1 april 2004.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de werknemer wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel 15, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, een aanvullende subsidie voor noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden, in verband met de indiensttreding van zijn arbeidsgehandicapte werknemer bij een andere werkgever, verstrekken indien de aanvraag is ingediend vóór 1 juli 2005 en een subsidie als bedoeld in het eerste lid is verstrekt.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de werknemer wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel 16, zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, subsidie verstrekken voor het totaal van de kosten ten behoeve van die werknemer en verband houdende met kosten die voortvloeien uit scholing, training en begeleiding van die werknemer, indien de aanvraag is ingediend vóór 1 april 2004.
-4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en afwijkende regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder en het tijdvak waarvoor de subsidie op grond van het eerste, tweede en derde lid wordt verstrekt.

 

Art. 87e. Overgangsbepaling vereenvoudigingsvoorstellen  [GeschiedenisStb. 2004, 728Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
-1. De artikelen 22, tweede lid, onderdeel c, 22a, eerste lid, 23 tot en met 27, 34, eerste lid, 35, eerste lid, 36, eerste lid, en 37 en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2004 tot wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen blijven van toepassing op de arbeidsgehandicapte die vóór de datum van inwerkingtreding van die wet:
a. een voor hem, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, noodzakelijke opleiding of scholing volgt; of
b. een reïntegratie-uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten,¹ zoals dat artikel luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van de in de aanhef genoemde wet, ontvangt;
voor de duur van die opleiding of scholing respectievelijk die reïntegratie-uitkering.
-2. Artikel 16, eerste lid, onderdeel a, zoals dat luidde op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2004 tot wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen blijft van toepassing op aanvragen voor subsidie voor extra reïntegratiekosten als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a en b, die vóór de datum van inwerkingtreding van die wet zijn ingediend.

1. Volgens de redactie dient de zinsnede "van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten," te vervallen.

 

 

HOOFDSTUK  12

Slotbepalingen

 

Art. 88. Vervallen artikel 4, 57, 57a, 58 en 59b AAW  [Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Artikel 4, 57, 57a, 58 en 59b van de AAW vervallen.

 

Art. 89. Intrekking Wet arbeid gehandicapte werknemers  [Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
De Wet arbeid gehandicapte werknemers wordt ingetrokken.

 

Art. 90.  [Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Zolang artikel 46, zesde lid, van deze wet niet in werking is getreden, wordt aan het tweede lid van dat artikel een zin toegevoegd, luidende:
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt regels met betrekking tot het eerste en tweede lid.

 

Art. 91.  [Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Indien het bij koninklijke boodschap van 17 november 1994 ingediende voorstel van wet houdende wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht en andere wetten met het oog op de opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige strafbepalingen inzake het verstrekken van onware gegevens en het nalaten te voldoen aan wettelijke verplichtingen om tijdig gegevens te verstrekken (concentratie strafbaarstelling frauduleuze gedragingen; Kamerstukken 23 993) tot wet wordt verheven en in werking is getreden, vervallen de artikelen 54, 55, 56 en 58 en wordt aan artikel 57 een zin toegevoegd, luidende:
De in de eerste zin bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

 

Art. 92. Inwerkingtreding  [Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹

1. Bij Besluit van 19 juni 1998, Stb. 1998, 369, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 juli 1998, met uitzondering van artikel 46, zesde lid, en artikel 88 voor zover dat betrekking heeft op artikel 57, eerste lid (blindengeleidehond) en tweede lid, onderdeel k (doventolk), van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, welke artikelen op een later bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treden (zie daartoe het Besluit van 19 juni 1998), red.

 

Art. 93. Citeertitel  [Geschiedenisversie 23 april 1998Stb. 2005, 573Stb. 2005, 659]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ‘s-Gravenhage, 23 april 1998

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert

 

Uitgegeven de zesentwintigste mei 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING