Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Besluit overgang Arbeidsvoorziening
- Regeling opheffing Arbeidsvoorzieningsorganisatie
- Regeling SUWI

Vervallen nadere regelgeving:
- Regeling afwikkeling Arbeidsvoorzieningsorganisatie na SUWI (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (vervallen)
- Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (vervallen)
- Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

 

 

Inhoudsopgave ISUWI

Hoofdstuk 1 Definities art. 1
Hoofdstuk 2 Overgangsrecht Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 artt. 2 - 26
Hoofdstuk 3 Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet 1996 artt. 27 - 42
Hoofdstuk 4 Wijziging van andere wetten artt. 43 - 125
§ 1x Sociale Zaken en Werkgelegenheid artt. 43 - 91
§ 2x Justitie artt. 92 - 97
§ 3x Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties artt. 98 - 108
§ 4x Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen artt. 109 - 115
§ 5x Financiën artt. 116 - 119
§ 6x Defensie art. 120
§ 7x Verkeer en Waterstaat artt. 121 - 122
§ 8x Economische Zaken art. 123
§ 9x Volksgezondheid, Welzijn en Sport artt. 124 - 125
Hoofdstuk 5 Overige en slotbepalingen artt. 126 - 133
xxxxxxxxxxxr   xxxxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001, 27 665.
Handelingen II 2000-2001, blz. 5537-5616, 5653-5680, 5693-5727, 5786-5798, 5881-5882, 6056.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 665 (340); 2001-2002, 27 665 (38, 38b, 38c, 38d, 38e, 38f, 38g).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 27 november 2001.

Geschiedenis:
Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2001, 584Staatsblad 2001, 644Staatsblad 2001, 692Staatsblad 2003, 544Staatsblad 2006, 703Staatsblad 2007, 305Staatsblad 2007, 551Staatsblad 2009, 318.

 

 

WET van 29 november 2001, Stb. 2001, 625, tot invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen). Inwerkingtreding: 1 januari 2002 (Stb. 2001, 682).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, zulks onder intrekking van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en de wetten ter invoering van die wetten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Definities

 

Art. 1. Algemene begrippen  [Geschiedenisversie 29 november 2001]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Raad voor werk en inkomen: de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. Centrum voor werk en inkomen: een Centrum voor werk en inkomen als bedoeld in artikel 24 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f. Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
g. Raad van bestuur: een Raad van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
h. Raad van advies: een Raad van advies als bedoeld in artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
i. het College van toezicht sociale verzekeringen: het College van toezicht sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 2 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
j. Landelijk instituut sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
k. uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 41 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
l. Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en de daartoe behorende organen, genoemd in hoofdstuk 2 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

 

 

HOOFDSTUK  2

Overgangsrecht Organisatiewet sociale verzekeringen 1997

 

Art. 2. Intrekking wetten  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
-1. De Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 worden ingetrokken.
-2. Voor de verschillende artikelen of onderdelen van de artikelen van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 kan bij koninklijk besluit het tijdstip waarop deze vervallen verschillend worden gesteld.

 

Art. 3. Handhaving Sociale Verzekeringsbank  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
-1. De Sociale Verzekeringsbank, genoemd in artikel 17 van Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt als rechtspersoon gehandhaafd en is de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-2. De artikelen 18, 19, eerste, derde en vierde lid, 20, 22, 23 en 24 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en de op grond daarvan gestelde regels, zoals deze luidden op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven tot 1 januari 2003 van toepassing, met dien verstande dat de periode van benoeming van leden en plaatsvervangende leden van het bestuur zich niet langer dan tot 1 januari 2003 kan uitstrekken.

 

Art. 4. Overgang vermogensbestanddelen van Lisv naar UWV  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001Stb. 2003, 544]
-1. Alle vermogensbestanddelen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen gaan over op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is.
-2. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds dat op grond van artikel 103 van de Werkloosheidswet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-3. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds dat op grond van artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-4. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van de Arbeidsongeschiktheidskas en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van de Arbeidsongeschiktheidskas die op grond van artikel 73 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-5. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen dat op grond van artikel 78 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-6. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten dat op grond van artikel 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-7. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Reïntegratiefonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Reïntegratiefonds dat op grond van artikel 41 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-8. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van een wachtgeldfonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het wachtgeldfonds dat voor het desbetreffende onderdeel van het bedrijfs- en beroepsleven op grond van artikel 102 van de Werkloosheidswet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-9. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Uitvoeringsfonds voor de overheid en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Uitvoeringsfonds voor de overheid dat op grond van artikel 104 van de Werkloosheidswet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-10. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Toeslagenfonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Toeslagenfonds dat op grond van artikel 31 van de Toeslagenwet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.

 

Art. 5. Overgang vermogensbestanddelen van uitvoeringsinstellingen naar UWV  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
Alle vermogensbestanddelen van de uitvoeringsinstellingen gaan over op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is.

 

Art. 6. Overgang vermogensbestanddelen van stichting VUWV naar UWV  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
Alle vermogensbestanddelen van de stichting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit voorwaarden erkenning uitvoeringsinstelling, gaan over op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is.

 

Art. 7. Overgang vermogensbestanddelen van Ctsv naar Staat (SZW)  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
Alle vermogensbestanddelen van het College van toezicht sociale verzekeringen gaan over op de Staat (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is.

 

Art. 8. Overdrachtsbelasting inschrijving openbare registers  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
-1. Met betrekking tot de ingevolge de artikelen 4, 5, 6 en 7 overgaande vermogensbestanddelen die in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de bewaarders van die registers. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van Onze Minister aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
-2. Ter zake van de in de artikelen 4, 5, 6 en 7 bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.

 

Art. 9. Overgang publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van Lisv en uvi’s naar UWV  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
-1. De publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen gaan over op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor zover in deze wet of de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet anders is bepaald.
-2. Een besluit dat door het Landelijk instituut sociale verzekeringen of namens dit instituut door een uitvoeringsinstelling is genomen, geldt als een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-3. Een tot het Landelijk instituut sociale verzekeringen of een uitvoeringsinstelling gericht verzoek om een besluit te nemen, wordt beschouwd als te zijn gericht tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

 

Art. 10. Overgang publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van Ctsv naar Minister van SZW  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
-1. De publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van het College van toezicht sociale verzekeringen gaan over op Onze Minister voor zover in deze wet of de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet anders is bepaald.
-2. Een besluit van het College van toezicht sociale verzekeringen geldt als een besluit van Onze Minister.
-3. Een tot het College van toezicht sociale verzekeringen gericht verzoek om een besluit te nemen, wordt beschouwd als te zijn gericht tot Onze Minister.

 

Art. 11. Partijvervanging van Lisv en beroepstermijn  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
-1. In civielrechtelijke en bestuursrechtelijke gedingen waarin het Landelijk instituut sociale verzekeringen partij is, treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in zijn plaats, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een gemachtigde.
-2. Beroep waarvoor de termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen open gedurende het resterende gedeelte van de beroepstermijn.

 

Art. 12. Partijvervanging van uvi’s en beroepstermijn  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
-1. In civielrechtelijke en bestuursrechtelijke gedingen waarin een uitvoeringsinstelling partij is, treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in haar plaats, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een gemachtigde.
-2. Beroep waarvoor de termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen open gedurende het resterende gedeelte van de beroepstermijn.

 

Art. 13. Partijvervanging van Ctsv in civielrechtelijke gedingen  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
In civielrechtelijke gedingen waarin het College van toezicht sociale verzekeringen partij is, treedt de Staat (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) in zijn plaats, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een gemachtigde.

 

Art. 14. Partijvervanging Ctsv in bestuursrechtelijke gedingen en beroepstermijn  [GeschiedenisMvTversie 29 november 2001]
-1. In bestuursrechtelijke gedingen waarin

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.