Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 oktober 2004

 

REGELING  AFWIKKELING  ARBEIDSVOORZIENINGSORGANISATIE  NA  SUWI

Vervallen
m.i.v. 1 november 2004
(art. 14 RoA)

 
 

21 december 2001, Stcrt. 2002, 2
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. artt. 27:3 en 127:4 ISUWI, 2:2 WvrA en 2:2 BoA)

 

 

 

 
21 december 2001/nr. AM/RAW/2001/88196
Directie Arbeidsmarkt

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 27, derde lid, en artikel 127, vierde lid, van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, artikel 2, tweede lid, van de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie en artikel 2, tweede lid, van het Besluit overgang Arbeidsvoorziening;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Invoeringswet SUWI: Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. de wet: de Arbeidsvoorzieningswet 1996;
e. bestuurder CBA: het op grond van artikel 2 van het Besluit van 27 maart 2001, houdende tijdelijke bestuurlijke voorziening Arbeidsvoorzieningsorganisatie (Stb. 2001, 162) door de minister benoemde lid van het Centraal Bestuur, bedoeld in de wet;
f. Stichting CV: de Stichting Centrum Vakopleiding, die is opgericht met het doel het aanbod van praktijkscholing en bedrijfsscholing te verzorgen;
g. NV KLIQ: de naamloze vennootschap die namens de Staat is opgericht en die in ieder geval dienstverlening gericht op het geschikt maken van moeilijk plaatsbare werkzoekenden en arbeidsgehandicapten voor inschakeling in de arbeid en dienstverlening ten behoeve van werkgevers ter vervulling van vacatures verricht en waarnaar vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie overgaan met toepassing van de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie;
h. CWI: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet SUWI;
i. organisatieonderdeel: een organisatieonderdeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie als bedoeld in het Organisatiebesluit Arbeidsvoorzieningsorganisatie 2001 van 13 juli 2001, gepubliceerd in de Staatscourant van 26 november 2001, nr. 229.

 

Art. 2. Jaarrekening/jaarverslag Arbeidsvoorzieningsorganisatie over jaren vˇˇr 2002
-1. In afwijking van artikel 29 van de Invoeringswet SUWI stelt de bestuurder CBA overeenkomstig de artikelen 60, 61 en 64 van de wet de landelijke jaarrekening vast van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie over de kalenderjaren voorafgaande aan het jaar 2002.
-2. De bestuurder CBA draagt zorg voor het landelijk jaarverslag, bedoeld in artikel 62 van de wet, en verstrekt daarbij aan de minister de inlichtingen, bedoeld in artikel 91 van de wet, voor zover dit verslag en die gegevens betrekking hebben op kalenderjaren voorafgaande aan het jaar 2002.
-3. De jaarrekening en het jaarverslag bestaan uit een bundeling van de jaarrekeningen en jaarverslagen van de organisatieonderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van het Organisatiebesluit Arbeidsvoorzieningsorganisatie 2001.

 

Art. 3. Medewerking afwikkeling
-1. De CWI, de NV KLIQ en de Stichting CV en de rechtspersonen die onderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie hebben verkregen, verstrekken de bestuurder CBA en elkaar kosteloos alle gegevens, inlichtingen en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bij of krachtens de wet, de Wet SUWI, de Invoeringswet SUWI en de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie bepaalde.
-2. De in het eerste lid genoemde rechtspersonen verlenen de bestuurder CBA kosteloos alle medewerking die hij redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden op grond van deze regeling.

 

Art. 4. Vaststellen rijksbijdrage over jaren vˇˇr 2002
De minister stelt aan de hand van de documenten, bedoeld in artikel 2, met toepassing van artikel 65, eerste en tweede lid, van de wet, zoals dat artikel luidde vˇˇr 1 januari 2002, de rijksbijdrage over de kalenderjaren voorafgaande aan het jaar 2002 vast.

 

Art. 5. Uitzondering overgang personeel
In afwijking van artikel 34 van de Invoeringswet SUWI blijven werknemers van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die vˇˇr 1 januari 2002 in dienst zijn van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, maar op of na die datum niet overgaan naar de Stichting CV, de NV KLIQ of de CWI, omdat die overgang niet voortvloeit uit het bij of krachtens de Invoeringswet SUWI of de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie bepaalde, dan wel op die datum niet zijn overgegaan naar een andere onderneming tengevolge van een overeenkomst, na die datum op arbeidsovereenkomst in dienst van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

 

Art. 6. Uitzonderingen overgang vermogensbestanddelen
-1. In afwijking van artikel 2 van de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie gaan in ieder geval niet over naar de NV KLIQ:
a. de vermogensbestanddelen die op grond van artikel 2 van het Besluit overgang Arbeidsvoorziening overgaan naar de Stichting CV;
b. de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de rekening-courantverhouding tussen de organisatieonderdelen Concern en KLIQ en Concern en Centrum Vakopleiding per 31 december 2001.
-2. In afwijking van artikel 28 van de Invoeringswet SUWI gaan de vermogensbestanddelen die betrekking hebben op het organisatieonderdeel Facent niet over naar de CWI en blijven de verplichtingen die voortvloeien uit civielrechtelijke rechtshandelingen verband houdend met de externe verzelfstandiging van onderdelen van het organisatieonderdeel Facent op de Arbeidsvoorzieningsorganisatie rusten.
-3. In afwijking van artikel 28 van de Invoeringswet SUWI gaan de verplichtingen tot het betalen van uitkeringen en loon aan personen die vˇˇr 1 januari 2002 hun arbeidsovereenkomst met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie hebben beŰindigd niet over naar de CWI.
-4. In afwijking van artikel 28 van de Invoeringswet SUWI, artikel 2 van de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie en artikel 2 van het Besluit overgang Arbeidsvoorziening gaan de onroerende zaken die eigendom zijn van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en de huurovereenkomsten niet over naar de CWI, de NV KLIQ en de Stichting CV, tenzij die onroerende zaken en die overeenkomsten in de documenten betreffende de overdracht van vermogensbestanddelen zijn aangewezen en omtrent de overgang van die onroerende zaken en overeenkomsten bepalingen zijn opgenomen.
-5. In afwijking van artikel 30 van de Invoeringswet SUWI treedt de CWI niet in de plaats van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke gedingen die vˇˇr 1 januari 2002 bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie zijn aangevangen, tenzij die betrekking hebben op de uitvoering van taken die bij of krachtens de Wet SUWI of andere wetten na 1 januari 2002 aan de CWI zijn opgedragen.
-6. Zo nodig in afwijking van de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie en het Besluit overgang Arbeidsvoorziening blijft de Arbeidsvoorzieningsorganisatie optreden in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke gedingen over de soort dienstverlening die na 1 januari 2002 door de NV KLIQ onderscheidenlijk de Stichting CV wordt uitgevoerd, tenzij die dienstverlening na 1 januari 2002 door de NV KLIQ onderscheidenlijk de Stichting CV is voortgezet.
-7. Het onderdeel Simnet van het organisatieonderdeel Facent gaat over naar de NV KLIQ.
-8. Deelnemingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie als bedoeld in artikel 10 van de wet gaan niet over naar de CWI, de NV KLIQ of de Stichting CV, tenzij dit in de documenten betreffende de overdracht van vermogensbestanddelen anders is bepaald.

 

Art. 7. Liquidatie en afwikkeling
-1. De bestuurder CBA heeft na 1 januari 2002 in verband met de intrekking van de wet in ieder geval tot taak:
a. het uitvoeren van de verplichtingen van een werkgever ten opzichte van de personen die bij of krachtens de Invoeringswet SUWI in dienst blijven op arbeidsovereenkomst met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, waartoe behoort het toeleiden van werknemers naar passende arbeid bij een andere werkgever en de verplichtingen tot het betalen van loon of uitkeringen die samenhangen met de opzegging van de arbeidsovereenkomst;
b. het verstrekken van uitkeringen aan personen die op arbeidsovereenkomst werkzaam zijn geweest vˇˇr 1 januari 2002, voor zover de Arbeidsvoorzieningsorganisatie met het verstrekken van die uitkeringen is belast;
c. het verrichten van rechtshandelingen die noodzakelijk zijn in verband met de verlening van subsidies uit het Europees Sociaal Fonds, op grond van de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1988, nr. 2052/88 (PbEG L 185), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2081/93, aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of aan derden, waarbij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie met de uitvoering is belast van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en het voeren van de rechterlijke procedures waarbij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie partij is, die hiermee samenhangen;
d. het verrichten van privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtshandelingen, voor zover die niet zijn overgegaan op de CWI, de NV KLIQ of de Stichting CV op grond van de Invoeringswet SUWI en de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie of op basis van overeenkomsten betrekking hebbend op overgang van onderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar andere rechtspersonen en het voeren van rechterlijke procedures die hiermee samenhangen;
e. het beheer van zaken die bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie blijven berusten en het verrichten van rechtshandelingen waardoor die zaken worden vervreemd;
f. de zorg voor de archiefbescheiden met toepassing van artikel 9;
g. het afwikkelen van de liquidatie van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en het vereffenen van de Arbeidsvoorzieningorganisatie met toepassing van de bepalingen in Boek 2, titel 1, van het Burgerlijk Wetboek die betrekking hebben op de vereffenaar.
-2. De bestuurder CBA kan werkzaamheden in verband met de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, laten uitvoeren door andere rechtspersonen, waaronder de CWI, in ieder geval voor zover hij in verband met de toepassing van artikel 42 van de wet de toestemming van de ontslagcommissie behoeft, in welk geval de ontslagcommissie, bedoeld in artikel 42 van Invoeringswet SUWI, de taak van toetsing van de voornemens tot beŰindiging van de arbeidsovereenkomsten heeft.
-3. De uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, draagt de bestuurder CBA over aan de minister indien de minister dit in het belang van een vlotte afhandeling van de vaststelling van de subsidies uit het Europees Sociaal Fond noodzakelijk acht.
-4. De bestuurder CBA kan bepaalde werkzaamheden ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, laten uitvoeren door de Staat.

 

Art. 8. Rijksbijdrage voor liquidatie en afwikkeling
-1. De minister kent jaarlijks aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie een rijksbijdrage toe ten behoeve van de kosten van uitvoering van artikel 7.
-2. De rijksbijdrage wordt vastgesteld aan de hand van de jaarrekening over het betrokken kalenderjaar.
-3. Ten aanzien van de jaarrekening is artikel 61 van de wet van toepassing.

 

Art. 9. Voorziening archiefbescheiden Arbeidsvoorzieningsorganisatie
-1. De archiefbescheiden, bedoeld in de Archiefwet 1995, die berusten bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden ter beschikking gesteld aan:
a. de CWI, voor zover zij betrekking hebben op het vermogen dat op grond van de Invoeringswet SUWI overgaat naar de CWI;
b. de NV KLIQ, voor zover zij betrekking hebben op de uitoefening van taken van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die overgaan naar de NV KLIQ, waarmee vˇˇr 1 januari 2002 een aanvang is gemaakt;
c. de Stichting CV, voor zover zij betrekking hebben op het verzorgen van scholing als bedoeld in artikel 2 van het Besluit overgang Arbeidsvoorziening, waarmee vˇˇr 1 januari 2002 een aanvang is gemaakt;
d. andere rechtspersonen die onderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie verkrijgen, voor zover die bescheiden van belang zijn in verband met de overgang van die onderdelen.
-2. De overbrenging van de archiefbescheiden ingevolge de Archiefwet 1995 naar een in die wet genoemde archiefbewaarplaats geschiedt door de bestuurder CBA als had geen overgang van taken plaatsgevonden. Voor zover de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d, niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, worden zij voor een tijdvak van ten hoogste tien jaar ter beschikking gesteld.
-3. Na de opheffing van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden de archiefbescheiden, voor zover ze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, bewaard door de CWI.
-4. Van de terbeschikkingstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt een verklaring opgemaakt die ten minste een specificatie van de archiefbescheiden inhoudt. De minister, de Stichting CV, de NV KLIQ, de CWI en de bestuurder CBA bewaren ieder een exemplaar van deze verklaring.

 

Art. 10. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

 

Art. 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling afwikkeling Arbeidsvoorzieningsorganisatie na SUWI.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 21 december 2001.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

 

TOELICHTING
[21 december 2001]

 

Intrekking Arbeidsvoorzieningswet 1996

     Tengevolge van de nieuwe uitvoeringsstructuur werk en inkomen (SUWI) wordt de Arbeidsvoorzieningswet 1996 ingetrokken en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie opgesplitst. Dit vindt plaats met ingang van 1 januari 2002. De publieke taken van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gaan over naar de CWI. De re´ntegratie- en scholingstaken worden verzelfstandigd en worden uitgevoerd door de NV KLIQ en de Stichting CV. Bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie bestond ook het organisatieonderdeel Facent (het Facilitaire bedrijf met verschillende onderdelen). Dit organisatieonderdeel wordt opgesplitst doordat onderdelen worden verkocht dan wel meegaan naar de NV KLIQ of worden verzelfstandigd. Dit proces van overdracht en opsplitsing is op 1 januari 2002 nog niet geheel afgerond. Om die reden en omdat het wenselijk is dat de nieuwe bedrijven en de CWI met een "schone lei" kunnen beginnen, is besloten de Arbeidsvoorzieningsorganisatie tijdelijk in stand te houden. Het Centraal Bestuur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA), red.] bestaat sinds 1 april 2001 uit ÚÚn bestuurder, hier aangeduid als de bestuurder CBA. Deze regeling regelt welke uitzonderingen op de overgang van vermogensbestanddelen en personeel worden gemaakt, waarvoor de Arbeidsvoorzieningsorganisatie dus verantwoordelijk blijft. De bestuurder CBA wordt belast met de uitvoering van die taken.
     In het inwerkingstredingsbesluit van de Wet SUWI en de Invoeringswet SUWI zijn hiertoe een aantal artikelen uit de Arbeidsvoorzieningswet 1996 (de wet) niet ingetrokken. Het zijn de artikelen over de organisatie, bevoegdheden en verantwoording en toezicht die voor de uitvoering van afwikkeling noodzakelijk zijn.
     Bij de verschillende artikelen kan nog het volgende worden opgemerkt.

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

     In verband met de nieuwe organisatiestructuur is de Arbeidsvoorzieningsorganisatie opgesplitst in organisatieonderdelen. Het Organisatiebesluit Arbeidsvoorzieningsorganisatie 2001 is in november 2001 gepubliceerd in de Staatscourant, zodat de inhoud van het besluit nog kenbaar is, hoewel het besluit met de intrekking van de grondslag wel is komen te vervallen. De organisatieonderdelen staan in artikel 2 en betreffen:
- Arbeidsbureau Nederland: voorheen Basisdiensten: dit onderdeel is opgegaan in de CWI;
- KLIQ, het onderdeel dat overgaat naar de NV KLIQ;
- Facent: de facilitaire diensten;
- Centrum Vakopleiding Nederland: het organisatieonderdeel dat overgaat naar de Stichting CV;
- Concern: het organisatieonderdeel waar de overige taken worden belegd. Dit onderdeel ondersteunt de bestuurder CBA en zal in feite achterblijven.

 

Artikel 2. Jaarrekening/jaarverslag over jaren vˇˇr 2002

     Dit artikel regelt dat de bestuurder CBA zorg draagt voor de jaarrekeningen en de jaarverslagen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, die moeten zijn ingericht zoals in de wet is voorgeschreven. Vanwege de opsplitsing in 2001 zullen de jaarverslagen in de praktijk een bundeling zijn van de stukken van de onderdelen.
     Voor zover de kwartaalrapportages over het jaar 2001 nog niet zijn ingezonden, blijft de bestuurder CBA ook daar verantwoordelijk voor. Om die reden is artikel 91 van de wet in stand gebleven.

 

Artikel 3. Medewerking afwikkeling

     Om zijn taken naar behoren te kunnen uitvoeren, zal de bestuurder CBA gebruik moeten maken van gegevens en bescheiden die inmiddels bij de NV KLIQ, Stichting CV en CWI berusten. Vandaar dat dit artikel voorschrijft dat die informatie ter beschikking dient te worden gesteld (kosteloos) en dat die rechtspersonen alle medewerking geven aan de bestuurder CBA om zijn taak in verband met de afwikkeling te kunnen uitvoeren.

 

Artikel 4. Vaststellen rijksbijdrage over jaren vˇˇr 2002

     De minister zal aan de hand van de verantwoordingsstukken over de jaren vˇˇr 2002 moeten vaststellen wat de omvang van de rijksbijdrage is waarop de Arbeidsvoorzieningsorganisatie recht had. Daarbij kan hij besluiten deze bijdrage lager vast te stellen dan het bedrag dat hij heeft toegekend op de gronden die in artikel 65 van de wet werden genoemd (dit artikel is overigens ingetrokken).

 

Artikel 5. Uitzondering overgang personeel

     Dit artikel is noodzakelijk om aan te geven welk personeel achterblijft bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Het betreft in hoofdlijnen de personeelsleden die niet overgaan naar de CWI, de NV KLIQ en de Stichting CV (die dus geen functie hebben gekregen bij die organisaties) of niet zijn meegegaan met de onderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die zijn verkocht. Indien de verkoop van onderdelen van Facent nog niet heeft plaatsgevonden op de datum van inwerkingtreding van de Wet SUWI, blijven de desbetreffende personeelsleden ook achter bij Arbeidsvoorziening in Liquidatie. Dit artikel is in deze regeling opgenomen om ervoor te zorgen dat al deze personeelsleden niet overgaan naar de CWI. In het overdrachtsdocument waarin beschreven wordt welke vermogensbestanddelen op grond van de wet en regelgeving overgaan naar de CWI wordt vermeld welke werknemers overgaan naar de CWI.
     De achterblijvende werknemers zullen grotendeels onder verantwoordelijkheid van Arbeidsvoorziening in Liquidatie worden herplaatst op basis van het Sociaal Plan Arbeidsvoorziening of meegaan met nog te verkopen onderdelen van Facent.
     De arbeidsovereenkomst zal in 2003 worden opgezegd indien geen herplaatsing heeft plaatsgevonden. Hierbij geldt de procedure van toetsing door de ontslagcommissie. In artikel 7 wordt geregeld (tweede lid) dat dit de ontslagcommissie is die inmiddels is ondergebracht bij de CWI, maar een voorzetting is van de ontslagcommissie van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

 

Artikel 6. Uitzondering overgang vermogensbestanddelen

     Dit artikel vormt de basis voor de taken van de bestuurder CBA. Wat op grond van dit artikel achterblijft bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie dient te worden afgerond door die bestuurder. In hoofdlijnen wordt hier nader invulling gegeven aan het beginsel van schoon overdragen.
     In het eerste lid wordt de uitzondering op de overgang van de vermogensbestanddelen die op grond van de Wet verzelfstandiging re´ntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar de NV KLIQ zouden gaan, geregeld: het betreft de Centra Vakopleiding en het saldo per 31 december 2001 van de rekening-courantverhouding tussen de organisatieonderdelen KLIQ en Concern Arbeidsvoorziening.
     Het tweede lid regelt dat de onderdelen van Facent die nog niet zijn verkocht of verzelfstandigd achterblijven bij Arbeidsvoorziening in Liquidatie.
     Het derde lid bepaalt dat de wachtgeldverplichtingen voor ex-werknemers van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie achterblijven.
     Het vierde lid gaat over de overgang van de onroerende zaken en de huurovereenkomsten.
     Het vijfde lid bepaalt dat de Arbeidsvoorzieningsorganisatie de lopende rechtszaken afrondt in plaats van de CWI, tenzij het taken betreft die bij de CWI blijven. Het zesde lid regelt dat dit ook geldt voor zaken die de dienstverlening van de onderdelen KLIQ en CV betrof, tenzij het taken betreft die door de NV KLIQ of de Stichting CV zijn voorgezet. Het achtste lid bepaalt dat deelnemingen van Arbeidsvoorziening niet overgaan.

 

Artikel 7. Liquidatie en afwikkeling

     Dit artikel regelt de taken van de bestuurder CBA en de wijze waarop hij die taken kan uitvoeren. Voor de ESF-taken [ESF: Europees Sociaal Fonds, red.] gaat het om de voortzetting van procedures die betrekking hebben op de uitvoering van activiteiten die gefinancierd worden met ESF-subsidie die door de Arbeidsvoorziening is ontvangen of waarmee de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is belast in opdracht van derden (veelal gemeenten) die de subsidie hebben ontvangen of aangevraagd. Op grond van het derde lid kan deze taak ook aan de minister worden overgedragen, nu de minister ook (via het Agentschap SZW) de ESF-subsidieregelingen uitvoert.
     Het tweede lid maakt het mogelijk dat de bestuurder bij zijn werkgeverstaak de feitelijke uitvoering ook aan derden kan overlaten. Dit kan de CWI zijn of het USZO.
     Het kan zijn dat bij het beheer en de overdracht van gebouwen de Staat (via Domeinen) wordt ingeschakeld. Hierop heeft het vierde lid betrekking.

 

Artikel 8. Rijksbijdrage voor liquidatie en afwikkeling

     Om de taken te kunnen uitvoeren, is een rijksbijdrage noodzakelijk. Voor deze bijdrage bestaat een grondslag in de Invoeringswet SUWI. De artikelen van de wet zijn daarvoor niet van toepassing met uitzondering van artikel 61 dat over de verantwoording gaat.

 

Artikel 9. Voorziening archiefbescheiden Arbeidsvoorzieningsorganisatie

     Artikel 4 van de Archiefwet 1995 schrijft voor dat bij de regeling van opheffing of opsplitsing van een overheidsorgaan een voorziening moet worden getroffen voor de archiefbescheiden. Dit artikel voorziet hierin.
     In hoofdlijn komt de regeling erop neer dat een verklaring wordt opgemaakt naar welke instantie de archiefbescheiden heen gaan of wie zorgt voor bewaren daarvan. De archiefbescheiden die de uitvoering van taken en diensten betreffen die overgaan naar CWI, NV KLIQ of Stichting CV gaan naar de organen en rechtspersonen waar ze betrekking op hebben, in ieder geval voor de recente zaken. Voor het overige is de CWI verantwoordelijk, nadat de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is opgeheven. Tot die tijd is de bestuurder CBA verantwoordelijk voor de zorg van de archieven. Hij kan de archieven alvast feitelijk door de CWI laten verzorgen.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | ISUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x