Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  OPHEFFING  ARBEIDSVOORZIENINGSORGANISATIE
 
 

11 oktober 2004, Stcrt. 2004, 202
Inwerkingtreding: 1 november 2004
(T.a.v. artt. 27:3 en 127:4 ISUWI)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 oktober 2004, Directie AAM, nr. AAM/BR/04/68435, houdende voorzieningen in verband met de opheffing  van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie (Regeling opheffing Arbeidsvoorzieningsorganisatie)

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 27, derde lid, en 127, vierde lid, van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

     Besluit:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. wet: de Arbeidsvoorzieningswet 1996, zoals deze vˇˇr 1 november 2004 luidde;
c. bestuurder CBA: de persoon die tot 1 november 2004 de functie van lid van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening vervulde;
d. CWI: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, zoals dit luidde op 31 december 2008;
e. Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, genoemd in artikel 2 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 zoals deze vˇˇr 1 november 2004 luidde;
f. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

 

Art. 2. Aanwijzing persoon belast met afwikkeling
De minister kan een persoon aanwijzen die is belast met de taken die hem in verband met de opheffing van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden opgedragen.

 

 

HOOFDSTUK  2

Overgang vermogen en publiekrechtelijke rechten en verplichtingen

 

Art. 3. Vermogen
-1. Alle vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gaan over op de Staat (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid).
-2. Met betrekking tot de ingevolge dit artikel overgaande vermogensbestanddelen die in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de bewaarders van die registers. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van de minister aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
-3. Ter zake van de in dit artikel bedoelde overgang van vermogensbestanddelen is geen akte of betekening nodig en blijft de heffing van overdrachtsbelasting achterwege.

 

Art. 4. Deelnemingen
Deelnemingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, co÷peraties en onderlinge waarborgmaatschappijen gaan over op de Staat (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

 

Art. 5. Personeel
In afwijking van artikel 3 gaan de rechten en verplichtingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | ISUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x