Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 27 oktober 2011

 

BESLUIT  BUITENGEWOON  OPSPORINGSAMBTENAAR  SVB  2007

Vervallen
m.i.v. 28 oktober 2011
(art. 7 Besluit van 20 oktober 2011, Stcrt. 2011, 19280)

 
 

11 oktober 2006, Stcrt. 2007, 23
Inwerkingtreding: 3 februari 2007
(T.a.v. artt. 17:1,2ļ WED, 142:3 Sv en 85 Wet SUWI)

 

 

 

 
BESLUIT van de Minister van Justitie van 11 oktober 2006, nr. 5446312/06/CBK, houdende aanwijzing van ambtenaren bij de Sociale verzekeringsbank tot buitengewoon opsporingsambtenaar (Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar SVB 2007)

     De Minister van Justitie;
     Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 85 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
b. SVB: de Sociale verzekeringsbank.

 

Art. 2.
Maximaal 100 ambtenaren, in dienst van de SVB en belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

 

Art. 3.
-1. De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten, genoemd in domein V Werk, Inkomen en Zorg van bijlage A-I van de Circulaire buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
-2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
-3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.

 

Art. 4.
-1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.
-2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Amsterdam-Amstelland.

 

Art. 5.
Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarden gesteld in het onderdeel semi-permanente ontheffing van bijlage B-IV van de Circulaire buitengewoon opsporingsambtenaar.

 

Art. 6.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beŽdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het Besluit van 11 oktober 2006, nr. 5446312/06/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.

 

Art. 7.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2007 en vervalt met ingang van 1 januari 2012.

 

Art. 8.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar SVB 2007.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 11 oktober 2006.
De Minister van Justitie,
namens deze:
hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken,
R.R. Joesoef Djamil
.

 

 

     Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

 

 

 

TOELICHTING
[11 oktober 2006]

 

     Bij brief van 20 februari 2006 heeft het hoofd afdeling Fraudeonderzoek & Opsporing van de Sociale verzekeringsbank (SVB) verzocht om verlenging van de categoriale beschikking betreffende de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij de SVB.
     Het onderhavige besluit beoogt de opsporingsbevoegdheid van de met opsporingstaken belaste ambtenaren werkzaam bij de SVB met een periode van vijf jaar te verlengen. Het besluit berust op de in artikel 4, derde lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar neergelegde bevoegdheid hiertoe over te gaan indien de noodzaak van de te hanteren opsporingsbevoegdheid aanwezig blijft. Gelezen voornoemd verzoek van de SVB, acht ik de noodzaak voor verlenging van de opsporingsbevoegdheid aanwezig.
     Gezien het feit dat het wegens administratieve procedures praktisch niet uitvoerbaar is om met ingang van 1 januari 2007 aan alle buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de SVB een nieuwe akte van beŽdiging en een nieuw legitimatiebewijs uit te reiken, is in artikel 6 van dit besluit een overgangsregeling opgenomen. Op grond van deze regeling behouden de akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden van de betreffende buitengewoon opsporingsambtenaren nog tot de datum waarop zij vervallen hun geldigheid.

 

Den Haag, 11 oktober 2006.
De Minister van Justitie,
namens deze:
hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken,
R.R. Joesoef Djamil
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x