Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 27 april 2004

 

FINANCIERINGSREGELING  HOOFDSTUK  7  WET  ARBEID  EN  ZORG ¹

Vervallen
m.i.v. 28 april 2004
(art. 7 Fh7W04)

 
 

1 september 1998, Stcrt. 1998, 166
Inwerkingtreding: 1 oktober 1998
(T.a.v. art. 53 Wet SUWI)

 

 

 

 
REGELING houdende regels inzake afdracht van gelden aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds ten behoeve van de Wet financiering loopbaanonderbreking
¹

1. Ingevolge artikel XXIX, eerste lid, van de Invoeringswet arbeid en zorg is de Wet financiering loopbaanonderbreking met ingang van 1 december 2001 ingetrokken. Bij Aanpassingsregeling arbeid en zorg (Stcrt. 2002, 171) is de onderhavige Financieringsregeling Wet financiering loopbaanonderbreking aangepast en voorzien van een nieuwe citeertitel, red.

1 september 1998/nr. SV/AVF/98/17241

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;
     Gelet op artikel 71 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. de lasten:
1º. de financiële tegemoetkomingen, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg;
2º. de uitvoeringskosten van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg;
3º. de op grond van enige wet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op een uitkering in mindering mogen worden gebracht;
c. een wachtgelduitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling: een wachtgelduitkering uit hoofde van een publiekrechtelijke dienstbetrekking die is geëindigd vóór 1 januari 2001 dan wel op grond van een publiekrechtelijke regeling uit hoofde van een arbeidsverhouding die geen publiekrechtelijke dienstbetrekking is;
d. premiegefinancierde uitkering: een uitkering op grond van de WW, WAO, WAZ of Anw.

 

Art. 2. Financiering van de lasten
-1. De lasten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1º en 3º, voor zover deze samenhangen met tegemoetkomingen met betrekking tot verlofgangers die worden vervangen door een Wwb-gerechtigde, een Ioaw-gerechtigde, een Ioaz-gerechtigde, een Wajong-gerechtigde, een vervanger met een wachtgelduitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling en een vervanger zonder uitkering en de lasten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2º, met betrekking tot alle verlofgangers, worden gefinancierd uit een rijksbijdrage ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de rijksbijdrage ter financiering van de lasten, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de Wet geïntegreerd middelenbeheer gedurende de maand opnemen bij de Minister van Financiën, ten laste van de begroting van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk in rekening-courant verrekenen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-3. De rijksbijdrage, bedoeld in het eerste en zevende lid, die ten laste komt van de begroting van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bedraagt per de ultimo van een maand niet meer dan een twaalfde van de begrote rijksbijdrage respectievelijk de rijksbijdrage, bedoeld in het zevende lid, voor het lopende kalenderjaar, vermenigvuldigd met het aantal in het kalenderjaar aangevangen maanden.
-4. Indien een verlofganger wordt vervangen door een vervanger bij wie sprake is van samenloop van uitkeringen die zowel rijksgefinancierd zijn als premiegefinancierd, wordt de gehele tegemoetkoming gefinancierd ten laste van de rijksbijdrage als bedoeld in het eerste lid.
-5. Indien een verlofganger wordt vervangen door meer dan één vervanger waarbij zowel een vervanger is betrokken zonder uitkering of met een rijksgefinancierde uitkering, alsmede een vervanger met een premiegefinancierde uitkering, wordt de gehele tegemoetkoming gefinancierd ten laste van de rijksbijdrage als bedoeld in het eerste lid.
-6. Onder een rijksgefinancierde uitkering wordt voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan:
- een toeslag op grond van de Toeslagenwet;
- een uitkering op grond van de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.
De hoogte van de rijksbijdrage kan gedurende het kalenderjaar door de minister worden gewijzigd.

 

Art. 3. Kwartaalopgave financiering lasten
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt per kwartaal aan de minister een opgave van de lasten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, uitgezonderd onder 2º:
a. lasten die door middel van een rijksbijdrage worden gefinancierd;
b. lasten die anders dan door middel van een rijksbijdrage worden gefinancierd.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt binnen twee maanden na afloop van ieder kwartaal de opgave, bedoeld in het eerste lid, aan de minister.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt jaarlijks aan de minister, als onderdeel van de definitieve afrekening, een opgave omtrent de gerealiseerde uitvoeringskosten.

 

Art. 4. Halfjaarlijkse opgave volumina verlofgangers en vervangers
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt binnen twee maanden na afloop van ieder halfjaar een opgave aan de minister waarin afzonderlijk worden vermeld de aantallen verlofgangers die worden vervangen door:
- een Wwb-gerechtigde;
- een Ioaw-gerechtigde;
- een Ioaz-gerechtigde;
- een vervanger met een wachtgelduitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling;
- een vervanger zonder uitkering;
- een Wajong-gerechtigde;
- een WW-gerechtigde;
- een WAO-gerechtigde;
- een WAZ-gerechtigde;
- een Anw-gerechtigde;
- een mogelijke samenloop van genoemde uitkeringsgerechtigden.

 

Art. 5. Eindafrekening
-1. De minister stelt jaarlijks vóór 31 oktober de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds ten behoeve van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg over het afgelopen kalenderjaar definitief vast, voor zover deze worden gefinancierd uit de rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
-2. In het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt afzonderlijk vermeld:
a. de omvang van de middelen tot dekking van de aan verlofgangers als bedoeld in artikel 4 betaalde lasten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1º en 3º;
b. de omvang van de middelen tot dekking van de aan verlofgangers betaalde lasten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1º en 3º, voor zover deze samenhangen met tegemoetkomingen met betrekking tot verlofgangers die worden vervangen door een Wwb-gerechtigde, een Ioaw-gerechtigde, een Ioaz-gerechtigde, een Wajong-gerechtigde, een vervanger met een wachtgelduitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling en een vervanger zonder uitkering, alsmede samenloopgevallen als bedoeld in artikel 2, derde lid;
c. de omvang van de middelen tot dekking van de aan de uitvoering van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg verbonden uitvoeringskosten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2º, met betrekking tot alle verlofgangers;
d. de omvang van de middelen die op grond van artikel 30, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen zijn of worden overgeheveld naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
-3. De rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, is de som van de omvang van de middelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b en c.
-4. Indien de op grond van het derde lid vastgestelde rijksbijdrage aan het Algemeen Werkloosheidsfonds ten behoeve van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg afwijkt van de op basis van deze regeling over hetzelfde kalenderjaar betaalde bedragen, vindt een definitieve afrekening met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten gunste of ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds plaats.

 

Art. 6. Vervallen.

 

Art. 7. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de Wet financiering loopbaanonderbreking in werking treedt.

 

Art. 8. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Financieringsregeling hoofdstuk 7 Wet arbeid en zorg.

 

 

     Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 1 september 1998.
De Staatssecretaris voornoemd,
J.F. Hoogervorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[1 september 1998]

 

     De Wet financiering loopbaanonderbreking ¹ schept onder voorwaarden mogelijkheden voor het verstrekken van een tegemoetkoming bij het opnemen van verlof ten behoeve van het verlenen van zorg of ten behoeve van educatie.
     Uitgangspunt bij de financiering is dat de meeste verlofgangers worden vervangen door een uitkeringsgerechtigde. Op basis van een onderzoek in opdracht van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsonderzoek (OSA) en berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) wordt uitgegaan van budgettaire neutraliteit voor de collectieve sector. Dat wil zeggen dat de loopbaanonderbrekingsregeling als geheel (inclusief uitvoeringskosten) volledig kan worden gefinancierd uit het totaal van de bespaarde uitkeringen.
     De loopbaanonderbrekingsregeling wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), zodat alle tegemoetkomingen aan de verlofganger ten laste van dat fonds komen. In de financiering van de uitvoeringskosten van de regeling en de tegemoetkomingen aan verlofgangers die worden vervangen door herintreders, uitkeringsgerechtigden met een Abw-, Ioaw-, Ioaz-, Wajong-uitkering of een wachtgelduitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling wordt voorzien door een rijksbijdrage.
     Financiering van de tegemoetkomingen aan verlofgangers die worden vervangen door uitkeringsgerechtigden met een Anw-uitkering vindt plaats door middel van overheveling van het bedrag van de bespaarde uitkeringen op de Algemene nabestaandenwet ten gunste van het AWf.
     Indien een verlofganger wordt vervangen door een (of meer) vervanger(s) zonder uitkering of met een rijksgefinancierde uitkering (een uitkering op grond van de Toeslagenwet alsmede een uitkering op grond van de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria uitgezonderd), in combinatie met een (vervanger met) een premiegefinancierde (WW-, WAO-, WAZ- of Anw-)uitkering, is er ter voorkoming van hogere administratieve lasten voor de uitvoeringsorganen gekozen voor financiering van deze samenloopgevallen ten laste van de rijksbijdrage.
     In de memorie van toelichting bij de Wet financiering loopbaanonderbreking wordt gesteld dat het rijk op basis van een raming jaarlijks een rijksbijdrage bij wijze van voorschot stort in het AWf.
     In deze regeling wordt aangesloten bij de praktijk, zoals die bijvoorbeeld ook geldt voor de financiering van de Toeslagenwet, waarin in de loop van het jaar maandelijks kan worden beschikt over een deel van de rijksbijdrage.
     Na afloop van het jaar zal verrekening plaatsvinden van het voorschot waarover het AWf heeft beschikt, met de op basis van nacalculatie vastgestelde rijksbijdrage.
 
1. Ingevolge artikel XXIX, eerste lid, van de Invoeringswet arbeid en zorg is de Wet financiering loopbaanonderbreking met ingang van 1 december 2001 ingetrokken. Bij Aanpassingsregeling arbeid en zorg (Stcrt. 2002, 171) is de onderhavige Financieringsregeling Wet financiering loopbaanonderbreking aangepast en voorzien van een nieuwe citeertitel, red.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     In dit artikel worden enige begrippen die in de regeling worden gebruikt nader gedefinieerd.

 

Artikel 2

     De financiering van alle uitvoeringskosten van de regeling en de tegemoetkomingen aan verlofgangers die worden vervangen door herintreders, uitkeringsgerechtigden met een Abw-, Ioaw-, Ioaz-, Wajong-uitkering of een wachtgelduitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling vindt plaats op basis van een rijksbijdrage die ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) dat door het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt beheerd.
     In gevallen waarin een verlofganger wordt vervangen door een Abw-gerechtigde, een Ioaw-gerechtigde, een Ioaz-gerechtigde, een Wajong-gerechtigde, een vervanger met een wachtgelduitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling of een vervanger zonder uitkering, in combinatie met een vervanger met een WW-gerechtigde, een WAO-gerechtigde, een WAZ-gerechtigde of een Anw-gerechtigde, evenals bij vervanging door een vervanger met zowel een rijks- als een premiegefinancierde uitkering, wordt de gehele tegemoetkoming gefinancierd uit de rijksbijdrage.
     In het tweede lid wordt bepaald dat maandelijks het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan beschikken over een gedeelte van de rijksbijdrage. Het derde lid regelt de hoogte van het bedrag dat in de loop van het jaar cumulatief ten laste van het Rijk komt.
     Op grond van het zesde lid blijven bij de bepaling of de vervanger van een verlofganger een rijksgefinancierde of een premiegefinancierde uitkering heeft, een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) en een uitkering op grond van de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (WBIA), buiten beschouwing.
     Op grond van het zevende lid kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tussentijds de hoogte van de jaarlijkse rijksbijdrage zowel opwaarts als neerwaarts bijstellen.

 

Artikelen 3 en 4

     In deze artikelen wordt de aard en de frequentie van de aan te leveren volumina en financiële gegevens geregeld die nodig zijn om het verloop van de uitvoering van de Wet financiering loopbaanonderbreking te volgen. Per kwartaal wordt door het Landelijk instituut sociale verzekeringen een opgave van de lasten aan de minister verstrekt. Deze opgave wordt verbijzonderd naar lasten die door de rijksbijdrage dan wel op andere wijze ten laste van het AWf worden gefinancierd.

 

Artikel 5

     In dit artikel worden voorschriften gegeven voor de definitieve vaststelling en eindafrekening van de rijksbijdrage over het desbetreffende kalenderjaar.

 

Artikel 6

     De in het eerste lid van dit artikel opgenomen overgangsbepaling heeft tot doel dat toepassing van artikel 2, tweede lid, van deze regeling niet tot onbedoelde effecten leidt bij een andere ingangsdatum van de Wet financiering loopbaanonderbreking dan 1 januari.
     Het derde lid regelt de minimale informatieverstrekking over 1998.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x