Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 

FINANCIERINGSREGELING  TOESLAGENWET

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2004
(art. 8 FTA)

 
 

25 maart 1998, Stcrt. 1998, 61
Inwerkingtreding: 1 april 1998
(T.a.v. art. 53 Wet SUWI)

 

 

 

 
REGELING houdende regels inzake afdracht van gelden aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen ten gunste van het Toeslagenfonds (Financieringsregeling Toeslagenwet)

25 maart 1998/nr. SV/AVF/98/1171
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van FinanciŰn;
     Gelet op artikel 71 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. viermaandsraming: een raming van de benodigde financiŰle middelen in een maand en de drie daaropvolgende maanden;
c. de lasten met betrekking tot het Toeslagenfonds:
1║. de toeslagen;
2║. de vakantie-uitkeringen, bedoeld in artikel 10 van de Toeslagenwet;
3║. de uitkeringen ingevolge de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
4║. de vakantie-uitkeringen, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
5║. de ingevolge enige wet over de in 1║, 2║, 3║ en 4║ bedoelde toeslagen, uitkeringen en vakantie-uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze toeslagen, uitkeringen en vakantie-uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
6║. de kosten verbonden aan de uitvoering van artikel 43, zesde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid;
7║. de uitvoeringskosten van de Toeslagenwet;
8║. de uitvoeringskosten van de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;

 

 

Viermaandsraming

 

Art. 2.
-1. Op de eerste werkdag van elke maand verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de minister een viermaandsraming van de benodigde financiŰle middelen in die maand en de drie daaropvolgende maanden ten behoeve van het Toeslagenfonds.
-2. Gedurende de maand kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het geraamde bedrag aan financiŰle middelen bijstellen en overeenkomstig de Wet ge´ntegreerd middelenbeheer het geraamde bedrag aan financiŰle middelen en de bijstelling opnemen bij de Minister van FinanciŰn ten laste van de begroting van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-3. Ingeval na afloop van een kalenderkwartaal blijkt dat de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen opgenomen financiŰle middelen meer dan 10% afwijken van het totaal van de ramingen van de eerste maand van de in dat kwartaal ingediende viermaandsramingen, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een onderbouwde verklaring van deze afwijking aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Art. 3.
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen houdt bij de raming zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, en het bijgestelde bedrag van de benodigde financiŰle middelen zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, rekening met besluiten van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als bedoeld in artikel 48, eerste en tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-2. De bedragen voortvloeiend uit het eerste lid met betrekking tot het lopende jaar worden maandelijks zodanig berekend dat niet meer dan een twaalfde gedeelte van het totale bedrag per jaar maal het aantal in het kalenderjaar aangevangen maanden ten laste komt van de begroting van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

 

Opgave lasten Toeslagenfonds

 

Art. 4.
Vˇˇr de vijftiende dag van elke maand verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de minister:
a. een opgave van de werkelijke lasten van het Toeslagenfonds over de maand gelegen twee maanden vˇˇr de huidige maand;
b. een opgave van de werkelijke lasten van het Toeslagenfonds over perioden die vooraf gaan aan de onder a genoemde periode, voor zover daarop correcties plaats hebben gevonden, in elk geval uitgesplitst naar het jaar waarop de correcties betrekking hebben.

 

Art. 5.
De in artikel 4 genoemde opgaven worden zodanig gespecificeerd dat daarin afzonderlijk worden vermeld:
a. de uitbetaalde toeslagen per wet waarop de loondervingsuitkering is gebaseerd;
b. de uitbetaalde uitkeringen op grond van de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
c. de uitbetaalde vakantie-uitkeringen per wet waarop de loondervingsuitkering is gebaseerd;
d. de op grond van enige wet over zowel de onder a, b en c bedoelde toeslagen en uitkeringen als de vakantie-uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze toeslagen in mindering worden gebracht, uitgesplitst naar Toeslagenwet en Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
e. de uitvoeringskosten van de Toeslagenwet;
f. de uitvoeringskosten van de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.

 

Art. 6.
Vˇˇr de vijftiende dag van elke maand verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de minister:
a. een opgave van de volumegegevens met betrekking tot de gespecificeerde toeslagen en uitkeringen als bedoeld in artikel 5, onderdeel a en b, over de maand gelegen drie maanden vˇˇr de huidige maand;
b. een opgave van de volumegegevens met betrekking tot de gespecificeerde toeslagen en uitkeringen als bedoeld in artikel 5, onderdeel a en b, over perioden die voorafgaan aan de onder a genoemde periode, voor zover daarop correcties plaats hebben gevonden.

 

 

Eindafrekening

 

Art. 7.
-1. De minister stelt jaarlijks vˇˇr 31 oktober de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Toeslagenfonds over het afgelopen kalenderjaar vast.
-2. In het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt afzonderlijk vermeld:
a. de omvang van de middelen tot dekking van de betaalde toeslagen en vakantie-uitkeringen;
b. de omvang van de middelen tot dekking van de aan de uitvoering van de Toeslagenwet verbonden kosten;
c. de omvang van de middelen tot dekking van de betaalde uitkeringen en de vakantie-uitkeringen ingevolge de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
d. de omvang van de middelen tot dekking van de aan de uitvoering van de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria verbonden kosten.
-3. Indien de op grond van het eerste lid vastgestelde omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Toeslagenfonds afwijkt van de op basis van deze regeling betaalde bedragen, vindt een definitieve afrekening met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten gunste of ten laste van het Toeslagenfonds plaats.

 

 

Overgangsbepaling

 

Art. 8.
De Financieringsregeling Algemene Kinderbijslagwet en Toeslagenwet wordt ingetrokken, met uitzondering van de artikelen 8, onderdeel c, 10, onderdeel c , 11 en 12, die van toepassing blijven tot 1 juni 1998.

 

 

Slotbepalingen

 

Art. 9.
Artikel 8, onderdeel a en b, van de Financieringsregeling Kinderbijslagwet en Toeslagenwet is in het jaar 1998 niet van toepassing voor zover het de raming betreft met betrekking tot de maand april van dat jaar.

 

Art. 10.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1998.

 

Art. 11.
Deze regeling wordt aangehaald als: Financieringsregeling Toeslagenwet.

 

 

     Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

ĺs-Gravenhage, 25 maart 1998.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

TOELICHTING
[25 maart 1998]

 

     Mede in verband met de inwerkingtreding van de Wet ge´ntegreerd middelenbeheer per 1 januari 1998 heeft het Landelijk instituut sociale verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] voorstellen gedaan om tot een gewijzigde Financieringsregeling Algemene kinderbijslagwet en Toeslagenwet te komen. Ter bevordering van de leesbaarheid van de financieringsregelingen, zeker nu er ook, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1998, een financieringsregeling voor de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [zie Financieringsregeling Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, red.] tot stand komt, is ervoor gekozen voor elke wet afzonderlijk een financieringsregeling tot stand te brengen.
     Aangezien bij inwerkingtreding per 1 april 1998 het Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van de oude financieringsregeling nog vˇˇr 15 maart 1998 een raming voor april 1998 zou moeten indienen, is besloten om in de nieuwe regeling op te nemen dat aan artikel 8, onderdeel a en b, van de Financieringsregeling Algemene Kinderbijslagwet en Toeslagenwet in de maand maart 1998 geen uitvoering behoeft te worden gegeven. Om te bereiken dat de verrekeningen met betrekking tot januari en februari 1998 nog volgens de oude systematiek kunnen worden afgehandeld, blijven de artikelen 8, onderdeel c, 10, onderdeel c, 11 en 12 van de Financieringsregeling Algemene Kinderbijslagwet en Toeslagenwet van toepassing tot 1 juni 1998.
     Op een aantal punten wijkt deze financieringsregeling af van de oude financieringsregeling. In de nieuwe financieringsregeling verstrekt het Landelijk instituut sociale verzekeringen op de eerste van de maand een viermaandsraming voor die maand en de daarop volgende drie maanden. Indien de werkelijk door het Landelijk instituut sociale verzekeringen te verrichten betalingen ten behoeve van de lasten met betrekking tot het Toeslagenfonds afwijken van de raming van de eerste maand van de viermaandsraming, kan het Landelijk instituut sociale verzekeringen het afwijkende bedrag opnemen bij de Minister van FinanciŰn ten laste van de begroting van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De gekozen methodiek sluit nauw aan bij de Wet ge´ntegreerd middelenbeheer. Bedraagt de afwijking in een kalenderkwartaal meer dan 10% van de raming, dan verstrekt het Landelijk instituut sociale verzekeringen van deze afwijking een onderbouwde verklaring aan de minister. Omdat verrekeningen feitelijk plaatsvinden op hetzelfde moment als waarop het Landelijk instituut sociale verzekeringen deze lasten met derden verrekent, is een voorlopige afrekening niet meer nodig.
     De overige bepalingen komen grotendeels overeen met de vorige financieringsregeling.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x