Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

REGELING  REKENING-COURANTVERHOUDING  SOCIALE  VERZEKERINGEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 6.1:2 RW)

 
 

10 december 1997, Stcrt. 1997, 242
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
(T.a.v. artt. 50:7, 51:2 en 51:7 Wet SUWI, 119 en 120 Wfsv en 41:4, 41:9 en 41:10 Wfv)

 

 

 

 
10 december 1997/nr. B 97/481 M

     De Minister van FinanciŽn;
     Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op de artikelen 67, vijfde, zesde en zevende lid, 68, tweede lid, en 72, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, artikel 41, vierde, negende en tiende lid van de Wet financiering volksverzekeringen en artikel 72a, derde, vierde, negende en tiende lid, van de Ziekenfondswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van FinanciŽn;
b. het UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
c. een rekening-courant: een rekening in de centrale administratie van ís Rijks schatkist bij het ministerie van FinanciŽn op naam van een rekening-couranthouder, waarop dagelijks worden bijgehouden het geldelijk tegoed (positief of negatief) van de betrokken rekening-couranthouder bij het Rijk en de mutaties in het tegoed;
d. de rekening-couranthouder: de Sociale verzekeringsbank, het UWV of het College zorgverzekeringen, ieder voor zover het hem aangaat;
e. Aibor: het rentetarief dat dagelijks door De Nederlandsche Bank NV wordt berekend op basis van rentetarieven waartegen banken bereid zijn interbancair geld uit te lenen.

 

Art. 2. De rekening-couranthouders
In de centrale administratie van ís Rijks schatkist worden de volgende rekeningen-courant geopend:
a. ťťn rekening-courant op naam van de Sociale verzekeringsbank ten behoeve van de financiŽle middelen van het Algemeen Kinderbijslagfonds, het Algemeen Ļ Ouderdomsfonds en het Algemeen Ļ Nabestaandenfonds;
b. ťťn of meer rekeningen-courant op naam van het UWV ten behoeve van de financiŽle middelen van de fondsen die het UWV beheert;
c. ťťn rekening-courant op naam van College zorgverzekeringen ten behoeve van de financiŽle middelen van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en de Algemene Kas op grond van artikel 1p van de Ziekenfondswet.

1. Volgens de redactie dient "Algemeen" te worden geschrapt. Zie artikel 28 Wfv.

 

Art. 3. Crediteringen
Ten gunste van de in artikel 2 bedoelde rekeningen-courant worden in elk geval geboekt:
a. de bijdragen van het Rijk aan de Algemene Kas en aan de fondsen die door de rekening-couranthouders worden beheerd;
b. de afdrachten van de door de rijksbelastingdienst geÔnde premies aan de fondsen die door de rekening-couranthouders worden beheerd;
c. de bijschrijvingen op het tegoed van ís Rijks schatkist bij de Nederlandsche Bank NV door of ten behoeve van de rekening-couranthouders.

 

Art. 4. Debiteringen
-1. Ten laste van de in artikel 2 bedoelde rekeningen-courant worden in elk geval geboekt:
a. de afdrachten door de rekening-couranthouders ten gunste van het tegoed dat een onderdeel van het Rijk of een derde bij ís Rijks schatkist in rekening-courant aanhoudt;
b. de eventuele terugbetalingen aan de rijksbelastingdienst samenhangende met de afdrachten, bedoeld in artikel 3, onderdeel b;
c. de afschrijvingen van het tegoed van ís Rijks schatkist bij de Nederlandsche Bank NV door de rekening-couranthouders.
-2. Elke boeking ten laste van een rekening-courant vindt plaats nadat de rekening-couranthouder daartoe tijdig schriftelijk of elektronisch een opdracht bij de minister heeft ingediend.
-3. De minister kan voorschrijven dat elke opdracht van een rekening-couranthouder schriftelijk of elektronisch wordt ondertekend door twee daartoe bevoegde functionarissen van wie de handtekeningen vooraf bij hem zijn gedeponeerd.

 

Art. 5. Rentearrangement
-1. Over de dagelijkse creditsaldi van elk van de rekeningen-courant wordt door de minister een rente vergoed die gelijk is aan het 12-maands Aibor van de desbetreffende dag.
-2. Over de dagelijkse debetsaldi van elk van de rekeningen-courant wordt door de rekening-couranthouders een rente betaald die gelijk is aan het 1-maands Aibor.
-3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt door de minister aan het UWV over het gedurende het gehele jaar aanwezige minimale creditsaldo van de rekening-courant ten behoeve van de financiŽle middelen van de gezamenlijke wachtgeldfondsen een rente vergoed die gelijk is aan het effectief rendement op staatsobligaties met een resterende looptijd van vijf tot zes jaar verhoogd met 10 basispunten. Voor de dagsaldi die boven dit minimale creditsaldo uitkomen, wordt over die meerdere saldi een aanvullende rente berekend. Daarvoor is het bepaalde in het eerste lid van toepassing.
-4. De minister deelt de geldende rentepercentages schriftelijk aan de rekening-couranthouders mee.
-5. De rente wordt jaarlijks achteraf, met valutadatum 31 december van het jaar waarop de renteberekening betrekking heeft, ten gunste respectievelijk ten laste van de rekeningen-courant geboekt. Daartoe stelt de minister een rentenota op.
-6. Het bepaalde in artikel 4, tweede lid, is op een renteboeking niet van toepassing.

 

Art. 6. Informatieverschaffing
-1. De minister doet op werkdagen, niet later dan 15.30 uur, van de saldi en de mutaties in de saldi van de rekeningen-courant schriftelijk of elektronisch mededeling aan de rekening-couranthouders.
-2. De rekening-couranthouders doen op werkdagen aan de minister:
a. vůůr 9.30 uur schriftelijk of elektronisch een opdracht toekomen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, met daarbij een prognose van de kasopnamen en de kasafstortingen met betrekking tot de desbetreffende dag en de eerste drie daaropvolgende werkdagen; ťťn en ander conform het model "Dagprognose", opgenomen in bijlage 1 Ļ bij deze regeling;
b. vůůr 12.30 uur telefonisch of elektronisch een overzicht toekomen van de bijschrijvingen als bedoeld in artikel 3, onderdeel c.
-3. Vůůr aanvang van een kalenderjaar verstrekken de rekening-couranthouders met betrekking tot dat jaar een globale raming van de saldi van de rekeningen-courant en van de mutaties daarin, conform het model "Jaarprognose", opgenomen in bijlage 2 Ļ bij deze regeling.
-4. De in het derde lid bedoelde globale ramingen worden maandelijks geactualiseerd en worden uiterlijk op de eerste werkdag van de maand aan de minister verstrekt. Deze actualisering wordt verwerkt conform het model "Maandprognose", opgenomen in bijlage 3 Ļ bij deze regeling.

1. De redactie heeft niet de beschikking over de bijlagen behorende bij deze regeling.

 

Art. 7. FinanciŽle middelen buiten de rekening-courant
Het College voor zorgverzekeringen is bevoegd een bedrag van ten hoogste Ä|2,5 miljoen buiten de rekening-courant te houden.

 

Art. 8. Slotbepalingen
-1. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rekening-courantverhouding sociale verzekeringen.
-2. Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.
-3. Zij wordt in de Staatscourant geplaatst en wordt tevens opgenomen in het Handboek FinanciŽle Informatie en Administratie Rijksoverheid (HAFIR) van het ministerie van FinanciŽn.

 

 

Den Haag, 10 december 1997.
De Minister van FinanciŽn,
G. Zalm.

 

 

 

TOELICHTING
[10 december 1997]

 

Algemeen

 

     De Wet geÔntegreerd middelenbeheer (Kamerstukken II 1996-1997, 25 342) regelt dat de financiŽle middelen van de socialeverzekeringsfondsen, voor zover die een publiek karakter dragen (premie-inkomsten, rijksbijdragen), worden aangehouden op een rekening-courant bij het Rijk. Het betreft de financiŽle middelen van de Sociale Verzekeringsbank, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] en de Ziekenfondsraad [zie College voor zorgverzekeringen, red.]. Bundeling van de geldstromen van de diverse onderdelen van de collectieve sector maakt efficiŽntiewinsten mogelijk, omdat in de nieuwe situatie niet langer sprake is van uitzettingen met een korte looptijd bij de fondsen en het aantrekken van lange financieringsmiddelen door het Rijk. Door integratie van de financiŽle middelen wordt aldus een verbetering gerealiseerd.
     De aanwezige financiŽle middelen en de tekorten van de fondsen worden naar de kas van het Rijk overgeheveld; de daardoor ontstane schuldverhoudingen worden door middel van rekening-courantverhoudingen tussen het Rijk en de fondsenbeheerders vastgelegd. Het Rijk vervult een bankiersfunctie voor de beheerders van de socialeverzekeringsfondsen. Het Rijk is daardoor in staat de geldstromen binnen de collectieve sector te matchen. De beschikkingsmacht (juridische eigendom) over de gelden op de betrokken rekeningen-courant blijft geheel bij de fondsenbeheerders.
     In de Wet geÔntegreerd middelenbeheer is bepaald dat nadere regels worden gesteld inzake het rentearrangement, de wederzijdse informatievoorziening en de hoogte van de middelen die buiten de rekening-courant kunnen worden aangehouden. Deze ministeriŽle regeling strekt daartoe.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 2

     Voor elke fondsenbeheerder wordt in het kader van het geÔntegreerd middelenbeheer minimaal ťťn rekening-courant in de centrale administratie van ís Rijks schatkist geopend. Hierop komt per fondsenbeheerder het geÔntegreerde middelenbeheer met de schatkist tot uitdrukking. Door het geÔntegreerd middelenbeheer kunnen de socialeverzekeringsfondsen, behoudens een beperkt werkkapitaal, voor hun betalingen alleen een beroep doen op de tegoeden die zij aanhouden bij ís Rijks schatkist en op de door FinanciŽn geboden kredietfaciliteiten.
     Met de Sociale Verzekeringsbank en de Ziekenfondsraad is afgesproken dat voor ieder ťťn rekening-courant in de centrale administratie van ís Rijks schatkist zal worden geopend. De financiŽle middelen van de fondsen waarover zij het beheer voeren, zullen op deze ene rekening worden aangehouden.
     Met het Lisv is afgesproken dat voor de financiŽle middelen van de fondsen die door dit instituut beheerd worden, vooralsnog vijf rekeningen-courant geopend zullen worden, namelijk ťťn voor het Toeslagenfonds, ťťn voor het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds (AAf), ťťn voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), ťťn voor het Algemeen Werkloosheidsfonds [AWf, red.] en ťťn rekening-courant voor de gezamenlijke wachtgeldfondsen. Als op praktische gronden besloten zou worden dit aantal rekeningen-courant terug te brengen, dan staat de formulering van onderdeel b van dit artikel daaraan niet in de weg.

 

Artikelen 3 en 4

     Op de rekeningen-courant worden onder meer bijgeschreven de ontvangen bedragen uit de premieheffing volksverzekeringen, de rijksbijdragen, de afstorting van overtollige saldi op bankrekeningen, alsmede de ontvangen rente. In de oude situatie werden de door het Rijk (Belastingdienst) geÔnde premies en de rijksbijdragen aan de fondsenbeheerders beschikbaar gesteld door overboeking van (voorschotten op) deze bedragen op bankrekeningen.
     Van de rekeningen-courant worden afgeschreven de door de fondsenbeheerder gegeven opdrachten tot bijvoorbeeld aanvulling van de saldi op bankrekeningen - saldi die de fondsenbeheerder nodig heeft voor het doen van betalingen - of de opdrachten tot overmaking aan ministeries en aan andere rekening-couranthouders bij het ministerie van FinanciŽn (intercompanyboekingen). Zie voor de uitvoering van de door de fondsenbeheerders gegeven betaalopdrachten de toelichting bij artikel 6.
     Het ministerie van FinanciŽn is niet bevoegd op eigen initiatief bedragen van een rekening-courant af te boeken. Een uitzondering hierop vormt de rentevergoeding voor de door het Rijk verleende kredietfaciliteiten waarvoor op afgesproken data de rekening-courant door FinanciŽn belast zal worden.

 

Artikel 5

     Bij het maken van afspraken over het te hanteren rentearrangement is marktconformiteit het uitgangspunt geweest. Het arrangement wordt gekenmerkt door uitvoeringstechnische eenvoud. Dit wordt bereikt door onder meer de berekening achteraf van de te betalen/ontvangen rente over het saldo dat bij het Rijk is aangehouden. De fondsen lijden geen renteverlies, omdat op de gerealiseerde standen wordt afgerekend. Dat houdt in dat de datum waarop bedragen in de rekening-courant worden verwerkt, en daarmee rentedragend worden, gelijk zal zijn aan de datum waarop de bedragen door de Nederlandsche Bank NV ten gunste of ten laste van het tegoed van ís Rijks schatkist bij deze bank worden geboekt.
     Voor de berekening van de door de fondsen te ontvangen rente wordt uitgegaan van het door de Nederlandsche Bank NV vastgestelde tarief voor 12-maands Aibor. Voor de berekening van de door de fondsen te betalen rente wordt uitgegaan van het tarief voor 1-maands Aibor. Bij beide renteberekeningen wordt het jaar op 360 dagen en de maand op het juiste aantal dagen gesteld, omdat dat bij toepassing van het Aibortarief gebruikelijk is.
     Het in het derde lid bedoelde effectief rendement op staatsobligaties wordt vastgesteld door het rekenkundig gemiddelde over een kalenderjaar te bepalen aan de hand van de desbetreffende publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dit rendement wordt vergoed over het (positieve) bedrag dat op alle dagen in het jaar minimaal op de rekening-courant aanwezig is (vaste kern). Op dagen dat er een hoger saldo aanwezig is dan deze vaste kern, wordt over het hogere deel van het saldo een rente vergoed volgens de berekening als bedoeld in het eerste lid.
     Bij de renteberekening over de in dit lid bedoelde saldi wordt het jaar gesteld op 365 dagen.

 

Artikel 6

     De informatievoorziening van de fondsbeheerders aan het ministerie van FinanciŽn betreft de prognoses van de verwachte saldi van de desbetreffende rekening-courant.
     Het geÔntegreerd middelenbeheer leidt ertoe dat de socialeverzekeringsfondsen voor hun betalingen, afgezien van een beperkt werkkapitaal dat bij het bankwezen wordt aangehouden, alleen een beroep doen op de rekening-courant bij het Rijk. Om vanuit de schatkist in de liquiditeitsbehoefte van de fondsen te kunnen voorzien, zijn goede prognoses over het verwachte dagelijkse verloop van het saldo van de rekeningen-courant nodig. Daartoe dienen de prognoses van de socialeverzekeringsfondsen te voldoen aan de onderstaande "kwaliteitscriteria":
1. De fondsen maken voor ťťn jaar vooruit een globale (jaar)prognose van de verwachte mutaties in de saldi van de desbetreffende rekeningen-courant (bedragen en data). Deze wordt eens per maand geactualiseerd (maandprognose).
     Bij het opstellen van jaar- onderscheidenlijk maandprognoses wordt uitgegaan van daartoe opgestelde modellen. Jaar- respectievelijk maandprognoses worden vůůr 1 januari van ieder jaar respectievelijk vůůr de eerste werkdag van iedere maand ingediend bij de afdeling Rijkshoofdboekhouding van het ministerie van FinanciŽn.
2. Dagelijks stelt de fondsenbeheerder door middel van het model dagprognose met betrekking tot de desbetreffende werkdag en de drie daaropvolgende werkdagen prognoses op van de mutaties in het desbetreffende rekening-courantsaldo. De fondsenbeheerder dient deze prognoses in bij de afdeling Centraal Kasbeleid van het ministerie van FinanciŽn. Gelijktijdig worden de betaalopdrachten bij FinanciŽn ingediend (zie verderop in deze toelichting).
     De uiteindelijke realisatie op dag t (uiterlijk om 12.30 uur) mag niet te veel afwijken van de prognoses. Daarbij zijn de volgende verschillen aanvaardbaar (voor de fondsen als totaal):
ten opzichte van de prognose op:
werkdag t, 9.30 uur: É30 miljoen;
idem werkdag t-1: É60 miljoen;
idem werkdag t-2: É125 miljoen;
idem werkdag t-3: É250 miljoen.
     Voor zover de afwijkingen worden veroorzaakt door wijzigingen in afdrachten door het ministerie van FinanciŽn, tellen deze niet mee voor het bepalen van de afwijking. De fondsenbeheerders zijn niet verplicht bij mutaties van de rekening-courant informatie te verschaffen over het doel van deze mutaties.


Beschikbaarheid middelen

     Het ministerie van FinanciŽn stelt middelen beschikbaar aan de fondsen voor het verrichten van betalingen. De fondsbeheerder geeft daartoe de opdracht. Deze betalingsopdrachten worden overeenkomstig het voorgeschreven model door de fondsbeheerder vůůr 9.30 uur bij de afdeling Centraal Kasbeleid van het ministerie van FinanciŽn ingediend. Hierbij gelden de volgende afspraken:
1. Bedragen die nodig zijn voor betalingen op dag t en zijn aangekondigd in de prognose van dag t-1, zijn vanaf 9.30 uur beschikbaar.
2. Niet op dag t-1 aangekondigde transacties en betalingen kunnen, mits deze vallen binnen genoemde marges, tot 12.30 uur worden verwerkt op dag t.
3. In uitzonderingsgevallen kunnen transacties buiten genoemde marges tot in de middag worden uitgevoerd , mits daarover zo spoedig mogelijk met de afdeling Centraal Kasbeleid van het ministerie van FinanciŽn contact wordt opgenomen. FinanciŽn zal ervoor garant staan dat de betaling alsnog op dag t plaatsvindt. Mocht evenwel in de praktijk blijken dat de gerealiseerde mutaties in de rekening-courantsaldi structureel de prognoses overschrijden, waarbij de garantstelling niet in redelijkheid kan worden waargemaakt, dan zal opnieuw overleg plaatsvinden om te bezien hoe een optimale werkwijze kan worden gerealiseerd.
     De informatievoorziening van het ministerie van FinanciŽn aan de fondsen moet vergelijkbaar zijn met de informatie die marktpartijen nu aan de fondsen verstrekken. Overeengekomen is dat de Rijkshoofdboekhouding van het ministerie van FinanciŽn dagelijks de fondsen zal informeren over in ieder geval de slotstanden en de geboekte mutaties in de rekeningen-courant.

 

Artikel 7

     Het is elk van de fondsenbeheerders toegestaan buiten de rekening-courant met het Rijk een werkkapitaal voor uitkeringslasten respectievelijk uitvoeringskosten aan te houden. Voor de Ziekenfondsraad en voor het Lisv is de hoogte van het werkkapitaal bepaald op maximaal É5 miljoen. Voor de Sociale Verzekeringsbank is bepaald dat bovenop het werkkapitaal van maximaal É5 miljoen een bedrag buiten de rekening-courant mag worden gehouden ten behoeve van de kosten van het betalingsverkeer. Het werkkapitaal kan worden aangehouden op een rekening bij een commerciŽle bankinstelling.
     De financiŽle middelen, bedoeld in de ministeriŽle regeling van 15 december 1995, Stcrt. 1995, 248, laatstelijk gewijzigd bij ministeriŽle regeling van 25 februari 1997, Stcrt. 1997, 41, hebben betrekking op de financiering van onroerende zaken die op 1 januari 1996 in bezit waren van de tot die datum erkende uitvoeringsinstellingen. De bepaling in het derde lid van artikel 7 houdt in dat het Lisv op grond van de bijzondere beleggingsvoorschriften in het kader van de ontvlechting van de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen bevoegd is om deze middelen buiten de rekeningen-courant met de Minister van FinanciŽn te houden.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x