Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  SUWI


21 december 2001, Stcrt. 2002, 2
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. artt. 2:2, 3:2, 8:6, 13:4, 19:2, 26:2, 30c:3, 30c:6, 31:4, 33:11, 43, 45:3, 46:1, 46:2, 47:2, 49:5, 50:8, 52:2, 53, 54:7, 62:5, 63, 64:2, 66:1, 67:1, 67:2, 68:2, 77 en 83v Wet SUWI, 127 en 128 ISUWI, 93b:3, 97g:3 en 130c:2 WW, 50:5 WAO, XV:7 Wvp, 2.1:3, 3.1:2, 4.2:3, 4.13:1, 4.19:1, 5.2a:3, 5.2a:4, 5.9:5, 5.12:3, 5.20, 5.21:4, 5.22:2, 5.23:4, 5.24:2 en 5.25:5 BS en 3:2, 4:2, 5:1, 9:2, 9:5, 10 en 11 BIg)

 

 

 

 
REGELS op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Regeling SUWI)

21 december 2001

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, in overeenstemming met de Minister van FinanciŽn;
     Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 6, tweede lid, 13, vierde lid, 16, eerste en derde lid, 19, tweede lid, 26, tweede lid, 28, tweede en vierde lid, 33, zesde lid, 45, vierde lid, 46, eerste, tweede en derde lid, 50, zesde lid, 52, tweede lid, 54, zevende lid, 62, vierde lid, 64, tweede lid, 66, eerste lid, 67, eerste en tweede lid, 68, tweede lid, en 77, eerste en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 127 en 128 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 93b, derde lid, 97g, derde lid, 130, tweede lid, en 130c, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel XV van de Wet verbetering poortwachter, de artikelen 3.1, tweede lid, 4.13, eerste lid, en 4.19, eerste lid, van het Besluit SUWI en de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, eerste lid, 9, tweede en vijfde lid, 10 en 11 van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten;

     Besluiten:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Wwb: Wet werk en bijstand;
b. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
c. Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen;
d. vervallen;
e. WW: Werkloosheidswet;
f. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
g. vervallen;
h. vervallen;
i. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
j. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI;
k. IB: het Inlichtingenbureau, bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet SUWI;
l. vervallen;
m. re-integratiebedrijf: natuurlijk persoon of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in het arbeidsproces bevordert;
n. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
o. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
p. vervallen;
q. arbeidsmarktinstrumenten: het geheel van activiteiten dat in verband met de inschakeling in het arbeidsproces van een werkzoekende kan worden ingezet;
r. melding: de melding, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de Wwb, artikel 16a, tweede lid, van de Ioaw of artikel 16a, tweede lid, van de Ioaz;
s. basisgegevens: gegevens die in een al dan niet door de minister gedefinieerde vorm beschikbaar zijn bij het UWV en de SVB;
t. TW: Toeslagenwet;
u. VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
v. IWI: de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet SUWI;
w. Invoeringswet SUWI: Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

 

Art. 1.2. Vaststelling zetels
-1. De SVB heeft haar zetel te Amstelveen.
-2. Het UWV heeft zijn zetel te Amsterdam.

 

Art. 1.3. Vervallen.

 

Art. 1.4. Voorafgaande instemming besluiten UWV en SVB
Besluiten van het UWV en de SVB:
a. tot het verwerven en vervreemden van eigendom van registergoederen die afzonderlijk een bedrag van Ä|250 000,00 niet te boven gaan;
b. tot het aangaan en beŽindigen van overeenkomsten tot huur of verhuur van registergoederen die afzonderlijk een bedrag op jaarbasis van Ä|1 000 000,00 niet te boven gaan;
behoeven niet de voorafgaande instemming van de minister, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wet SUWI.

 

Art. 1.5. Gegevensverwerking in verband met verrichten andere werkzaamheden
-1. De verwerking van gegevens door het UWV en de SVB bij de uitvoering van andere werkzaamheden, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, van de Wet SUWI, vindt uitsluitend plaats, indien:
a. de gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die andere dan wettelijke taken;
b. de gegevens systematisch worden verwerkt; en
c. de gegevens, en de wijze van verwerking daarvan, zijn omschreven in de overeenkomst op grond waarvan de andere dan wettelijke taken worden verricht.
-2. De gegevensverstrekking door het UWV en de SVB aan derden, bedoeld in artikel 73a, tweede lid, van de Wet SUWI, geschiedt slechts indien de gegevens systematisch worden verstrekt.
-3. Bij het verstrekken van gegevens op verzoek aan een derde, bedoeld in artikel 73a, tweede lid, van de Wet SUWI, brengen het UWV en de SVB de kosten van die verstrekking in rekening aan die derde.

 

Art. 1.6. Kostentoerekening in verband met verrichten andere werkzaamheden
Het UWV en de SVB brengen voor het verrichten van andere werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet SUWI, zodanige prijzen in rekening aan de opdrachtgever dat valt aan te nemen dat, gerekend over het desbetreffende jaar, alle directe en indirecte aan die andere taken toe te rekenen lasten door de te verwachten baten zijn gedekt.

 

Art. 1.7. Secretariaat landelijke cliŽntenraad
De minister wijst een rechtspersoon aan waar het secretariaat van de landelijke cliŽntenraad, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet SUWI, wordt ondergebracht.

 

 

HOOFDSTUK  2

Landelijke cliŽntenraad

 

Art. 2.1. Middelen landelijke cliŽntenraad
-1. De minister stelt jaarlijks vůůr 1 december de omvang van de middelen van de
landelijke cliŽntenraad als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet SUWI, vast aan de hand van een jaarplan met begroting.
-2. Deze middelen zijn bestemd voor:
a. de kosten van het secretariaat en ondersteuning van de landelijke cliŽntenraad;
b. de kosten ten behoeve van leden van de landelijke cliŽntenraad en in verband met de taakuitoefening door de raad;
c. kosten in verband met in het jaarplan opgenomen onderzoeken naar cliŽntenparticipatie in het domein van werk en inkomen en activiteiten ter bevordering van deze cliŽntenparticipatie.
-3. De minister kan toestaan dat de middelen worden aangewend voor meer activiteiten dan in het jaarplan met begroting zijn opgenomen.
-4. De minister kan besluiten de omvang van de middelen te wijzigen.
-5. Ten behoeve van de landelijke cliŽntenraad worden geen verplichtingen aangegaan en geen uitgaven gedaan die leiden tot overschrijding van de vastgestelde middelen.

 

Art. 2.2. Jaarplan, begroting, voorschotten, jaarverslag, jaarrekening en controleverklaring
-1. Elk jaar wordt ten behoeve van het beschikbaar stellen van de middelen voor de
landelijke cliŽntenraad vůůr 1 juli van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar een beknopt conceptjaarplan met een globale begroting en vůůr 1 oktober van dat jaar een jaarplan met begroting en een voorstel voor de hoogte van de twee voorschotten ingediend.
-2. De middelen worden in twee delen bij wijze van voorschot betaald: de eerste termijn op of omstreeks 10 januari van het jaar waarop de middelen betrekking hebben en op of omstreeks 1 juli het restant.
-3. Uiterlijk 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, wordt aan de minister een jaarverslag van de landelijke cliŽntenraad voorzien van jaarrekening met controleverklaring gezonden.
-4. De controleverklaring
wordt verzorgd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
-5. De minister stelt de definitieve middelen voor het jaar waarover verantwoording is afgelegd vast.

 

 

HOOFDSTUK  3

Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

 

ß 3.1.  Melding arbeidsongeschiktheid aan pensioenuitvoerder

 

Art. 3.1. Melding arbeidsongeschiktheid aan pensioenuitvoerder
-1. De melding, bedoeld in artikel 37 van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x