Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  TEGEMOETKOMING  OUDERS  VAN  THUISWONENDE  GEHANDICAPTE  KINDEREN  (TOG) ¹
 
 

20 december 1999, Stcrt. 1999, 249
Inwerkingtreding: 1 januari 2000
(T.a.v. artt. 3:1 jº 9 Kaderwet SZW-subsidies, artt. 34a en 35:7 Wet SUWI en 121:2 en 122 Wfsv)

 

1. Redactie: ingevolge artikel I, onderdeel P, van de Regeling van 21 december 2009, Stcrt. 2010, 34, is de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 met ingang van 1 april 2010 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen.

 

 

 

 
20 december 1999/nr. SV/VP/99/78881
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 3, eerste lid, juncto artikel 9 Kaderwet SZW-subsidies en de artikelen 25, eerste lid, onderdeel f, 28, vijfde lid, en 86 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

§ 1.  Algemene bepalingen

 

Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- AKW: Algemene Kinderbijslagwet;
- AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
- indicatiebesluit: een besluit van een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a van de AWBZ
, onderscheidenlijk van de stichting, bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de AWBZ, waarbij beoordeeld wordt of en in welke omvang een zorgvrager ten behoeve van wie een aanvraag om een indicatiebesluit is ingediend, is aangewezen op één of meer vormen van zorg als bedoeld in artikel 2 van het Zorgindicatiebesluit, onderscheidenlijk artikel 9, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg;
- kind: het kind, bedoeld in artikel 2;
- Minister van SZW: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- overige posten met betrekking tot de uitvoering van deze regeling: de uitgaven en ontvangsten met betrekking tot de interesten en ontvangsten;
- peildag: de eerste dag van een kwartaal zijnde 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober;
- SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- valutadag: de op de rekening-courantafschriften aangegeven dag van betaling;
- vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
- Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

 

Art. 2. Kind
-1. Kind is de persoon die de leeftijd van 3 jaar maar nog niet die van 18 jaar heeft bereikt en die blijkens een geldig indicatiebesluit is aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, 8, 9 en 13 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, waarbij voor behandeling, begeleiding, verblijf of voortgezet verblijf een dagdeel geldt als vier uren en een etmaal als 24 uren.
-2. Met een indicatiebesluit als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een medisch advies van een door de SVB aan te wijzen onafhankelijke en daartoe deskundige organisatie, waaruit blijkt dat een persoon die de leeftijd van 3 jaar maar nog niet die van 18 jaar heeft bereikt en die in het buitenland woont, een vergelijkbare zorgbehoefte heeft als de persoon, bedoeld in het eerste lid.
-3. Met een indicatiebesluit als bedoeld in het eerste lid wordt wat betreft de zorg als bedoeld in artikel 8 van het
Besluit zorgaanspraken AWBZ die in verband met een zintuiglijke handicap wordt verleend, gelijkgesteld een verklaring afgegeven door een toegelaten ZG-zorgaanbieder met erkende deskundigheid, waaruit blijkt dat een persoon die de leeftijd van 3 jaar maar nog niet die van 18 jaar heeft bereikt, al dan niet in combinatie met een indicatiebesluit als bedoeld in het eerste lid, is aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in het eerste lid.

 

Art. 3. Vervallen.

 

 

§ 2.  Het recht op en de hoogte van een tegemoetkoming

 

Art. 4. Het recht op een tegemoetkoming
-1. De natuurlijke persoon die

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x