|
TIJDELIJKE REGELING van
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 21 mei 2007, nr. SV/WV/2007/14904, tot verstrekking van een
financiële tegemoetkoming aan alleenstaande gedeeltelijk
arbeidsongeschikten met een toeslag op grond van de Toeslagenwet
(Tijdelijke regeling inkomensgevolgen overgang Ioaw naar Toeslagenwet
2007)
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 9 van de Kaderwet
SZW-subsidies en de artikelen
30, eerste lid, onderdeel i, en 77
van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Besluit:
Art. 1.
Definities
Voor de toepassing van deze
regeling wordt verstaan onder:
a. UWV: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. gedeeltelijke
arbeidsongeschiktheidsuitkering: uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of meer
van deze wetten gezamenlijk, in
verband met een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%.
Art. 2.
Betaling van de
tegemoetkoming
-1. Een
persoon heeft in de periode juli tot en met december 2007 recht op een
tegemoetkoming over iedere maand in die periode waarin hij op de eerste
dag van die maand:
a. 23 jaar of ouder is;
b. recht heeft op een
toeslag op grond van artikel 2, derde lid,
van de Toeslagenwet;
c. geen recht heeft op een
uitkering op grond van de Werkloosheidswet; en
d. recht heeft op een
gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.
-2. In
de maand juli bedraagt de tegemoetkoming €|678,44
en in de maanden augustus tot en met december bedraagt de tegemoetkoming
€|96,92 per maand.
-3. De
tegemoetkoming wordt maandelijks door het UWV
betaald en zoveel mogelijk samen met de toeslag in één bedrag.
-4. Voor
de toepassing van andere wetten dan de Kaderwet
SZW-subsidies en de Toeslagenwet en de
daarop berustende bepalingen wordt een tegemoetkoming op grond van deze
regeling aangemerkt als een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
Art. 3.
Financiering
-1. De op grond van artikel
2 te betalen tegemoetkomingen en de aan
de uitvoering van deze regeling verbonden
kosten worden ten laste van het
Toeslagenfonds, bedoeld in artikel 31 van de
Toeslagenwet, gebracht.
-2. Het Rijk voorziet het
Toeslagenfonds van de middelen tot dekking
van de tegemoetkomingen en kosten, bedoeld in het eerste lid.
-3. Hoofdstuk 5, afdeling 3,
paragraaf 3, van de Regeling Wfsv is van
overeenkomstige toepassing.
Art. 4.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin
zij wordt geplaatst en vervalt
met ingang van 1 januari 2008.
Art. 5.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Tijdelijke regeling
inkomensgevolgen overgang Ioaw naar Toeslagenwet 2007.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 21 mei 2007.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
TOELICHTING
[21 mei 2007]
Deze
regeling zorgt voor een extra bruto-uitkering in 2007 voor een groep
gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Daarmee wordt een onbedoeld
inkomenseffect gecompenseerd.
Deze regeling is in feite een voortzetting van de
gelijknamige regeling die in 2006 van kracht was. De regeling uit
2006 is per 1 januari 2007 vervallen en er wordt daarom nu een nieuwe
regeling gepubliceerd. Ter onderscheiding van de vorige regeling is het
jaartal 2007 aan de titel toegevoegd.
Ondertussen is gezocht naar een structurele
maatregel. Het voorstel voor de structurele maatregel heeft het kabinet
vervat in het wetsvoorstel tot wijziging van de Toeslagenwet
en intrekking van de Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid in verband met het verbeteren en
vereenvoudigen van de wijze waarop het sociaal
minimum wordt gewaarborgd in de loondervingsuitkeringen
(Kamerstukken II 2006-2007, 30 937). Aangezien dit wetsvoorstel op zijn
vroegst per 1 januari 2008 in werking zou kunnen treden, wordt de
regeling uit 2006 gecontinueerd in 2007.
Onbedoeld
inkomenseffect
Begin 2006 kwam een
niet-beoogd effect van artikel 1.10 van
de
Wet invoering en financiering Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen aan
het licht. Met dat artikel werd een vereenvoudiging ingevoerd voor
personen die tot 29 december 2005 zowel een uitkering op grond van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers (Ioaw) ontvingen als een arbeidsongeschiktheidsuitkering
en een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
Sinds 29 december 2005 ontvangen deze personen een
arbeidsongeschiktheidsuitkering en een hogere toeslag. Hierdoor kunnen
zij doorgaans bij één loket terecht. De hogere toeslag vult aan tot
het bruto sociaal minimum. Bij alleenstaande gedeeltelijk
arbeidsongeschikten leidt dit echter niet tot een inkomen op het netto
sociaal minimum door verschillen in het bruto-nettotraject tussen de
Ioaw en de Toeslagenwet.
Hierdoor zouden deze personen alsnog bijstand
moeten aanvragen en dus gebruik moeten maken van een tweede loket.
Bovendien zou niet iedereen in aanmerking komen voor bijstand aangezien
hiervoor een vermogenstoets geldt. Om dit niet beoogde effect te
repareren, is in 2006 de Tijdelijke
regeling inkomensgevolgen overgang Ioaw naar Toeslagenwet (Stcrt.
2006, 157) in het leven geroepen. Op basis van de regeling uit 2006
verstrekte het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in september een eenmalige brutotegemoetkoming
aan alle alleenstaanden die op 1 september 2006 23 jaar of ouder waren,
die op dat moment recht hadden op een gedeeltelijke
arbeidsongeschiktheidsuitkering en een toeslag op grond van de
Toeslagenwet en geen recht hadden op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
De tegemoetkoming bedroeg netto het maximale jaarlijkse nettoverschil
tussen de uitkeringen die een alleenstaande gedeeltelijk
arbeidsongeschikte als bedoeld in deze regeling zou hebben ontvangen als
artikel 1.10 van de
Wet invoering en financiering Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen
niet in werking zou zijn getreden en de uitkeringen die hij als gevolg
van die inwerkingtreding ontvangt.
Vanwege praktische overwegingen werd ook een
groep gecompenseerd die geen negatief effect heeft ervaren als gevolg
van de
Wet invoering en financiering Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen
(namelijk: alleenstaande gedeeltelijke arbeidsongeschikten met een
inkomen beneden het sociaal minimum die vóór 29 december 2005 geen
uitkering op grond van de Ioaw hadden).
Wijzigingen
ten opzichte van de regeling in 2006
In deze regeling is
nauw aangesloten bij de regeling die in
2006 van kracht was. De hoogte van de tegemoetkoming en de
betalingsmomenten zijn gewijzigd.
In 2006 vond de uitbetaling plaats in
september. In 2007 wordt dit moment naar voren gehaald: betrokkenen
ontvangen de tegemoetkoming meer gespreid. De eerste uitbetaling is in
juli en heeft betrekking op de eerste zeven maanden van het jaar en
bedraagt dus 7/12 deel van het jaarbedrag. De rest van de betalingen
volgt maandelijks en is telkens 1/12 deel van het jaarbedrag. Het
peilmoment is daarmee eveneens verschoven naar 1 juli 2007 en vervolgens
telkens naar de eerste dag van de volgende maand. Door deze meer
gespreide betaling wordt meer tegemoet gekomen aan de gedachte achter de
regeling, namelijk het zorgen dat de betrokkene doorlopend beschikt over
een inkomen op ten minste het sociaal minimum.
De hoogte van de tegemoetkoming is voor 2007
opnieuw vastgesteld. Het maximale jaarlijkse nettoverschil tussen de
uitkeringen die een alleenstaande gedeeltelijk arbeidsongeschikte als
bedoeld in deze regeling zou hebben ontvangen als artikel 1.10
van de
Wet invoering en financiering Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen
niet in werking zou zijn getreden en de uitkeringen die hij als gevolg
van die inwerkingtreding ontvangt, is opnieuw vastgesteld.
Verrekening
met bijstand
De alleenstaande
gedeeltelijk arbeidsongeschikten die sinds 1 januari 2007 een inkomen
onder het netto sociaal minimum ontvangen,
kunnen overigens - indien gewenst - in de tussentijd een beroep doen op
de bijstand (hiervoor geldt wel een vermogenstoets). De tegemoetkoming
wordt dan uiteindelijk wel verrekend met de bijstandsuitkering. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen zal de betrokkenen erop wijzen dat zij de gemeente
moeten inlichten over het ontvangen van de tegemoetkoming als zij tevens
een uitkering van de gemeente ontvangen.
Financiering
De financiering van
de tegemoetkoming gebeurt met overeenkomstige toepassing van de
financieringsregels voor de toeslagen op grond van de Toeslagenwet
(hoofdstuk 5, afdeling 3,
paragraaf 3, van de Regeling Wfsv).
Concreet houdt dit in dat de raming en de opgave van de uitgaven (met
overeenkomstige toepassing van de bijlagen 2 en
4 bij de Regeling
Wfsv), de afdracht, de afrekening
en de vaststelling van de rijksbijdrage gelijktijdig en op dezelfde
wijze plaatsvinden. Overigens met dien verstande dat de tegemoetkoming
niet meer een eenmalige betaling betreft.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
|