Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

BESLUIT  BEOORDELINGSKADER  INDIVIDUELE  REŌNTEGRATIEOVEREENKOMST  2005

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 2 Bbir06)

 
 

13 april 2005, Stcrt. 2005, 79
Inwerkingtreding: 1 mei 2005
(T.a.v. art. 4.7 RS)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 4.7 van de Regeling SUWI;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij de uitvoering van de individuele reÔntegratieovereenkomst een beoordelingskader als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Het Besluit beoordelingskader individuele reÔntegratieovereenkomst wordt ingetrokken.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2005.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beoordelingskader individuele reÔntegratieovereenkomst 2005.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 13 april 2005.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[13 april 2005]

 

     Voor de uitvoering van de individuele reÔntegratieovereenkomst (IRO) dient UWV een beoordelingskader op te stellen. Met het Besluit beoordelingskader individuele reÔntegratieovereenkomst worden de voorwaarden vastgelegd waaronder UWV een IRO toekent aan een cliŽnt.
     In het beoordelingskader is een aantal voorwaarden opgenomen die getoetst moeten worden als een IRO wordt aangevraagd. Er gelden voorwaarden aan het reÔntegratiebedrijf. Er worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de liquiditeit en solvabiliteit van het bedrijf en er geldt een aantal kwaliteitseisen. Deze eisen komen voor een deel overeen met de eisen die gesteld worden in het kader van de aanbestedingsprocedure. Daarnaast wordt een aantal voorwaarden gesteld aan het plaatsingsplan. Deze voorwaarden zijn in artikel 4.8 van de Regeling SUWI opgenomen en komen overeen met de reguliere eisen die UWV stelt aan plaatsingsplannen.
     Bij het opstellen van het beoordelingskader is zoveel mogelijk rekening gehouden met administratieve lastenverlichting voor zowel de cliŽnten die een IRO aanvragen als de reÔntegratiebedrijven. De informatie die een cliŽnt moet leveren, is beperkt en bij het opstellen van het plaatsingsplan kan de cliŽnt door het reÔntegratiebedrijf worden ondersteund. Het reÔntegratiebedrijf hoeft maar eenmaal aan te tonen dat het voldoet aan de voorwaarden. Bij nieuwe aanvragen voor de IRO wordt niet opnieuw gevraagd of het bedrijf voldoet aan de voorwaarden.
     Het in 2004 gepubliceerde Besluit beoordelingskader individuele reÔntegratieovereenkomst (Stcrt. 2004, 139) wordt vervangen door dit besluit. De belangrijkste aanpassing in het beoordelingskader is een andere vorm van resultaatfinanciering voor moeilijk plaatsbare cliŽnten. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om het beoordelingskader op bepaalde punten te verduidelijken.

 

Amsterdam, 13 april 2005.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

BIJLAGE

Beoordelingskader individuele reÔntegratieovereenkomst UWV 2005

 

A. Algemene voorwaarden

     Voor een individuele reÔntegratieovereenkomst komt in aanmerking:
1. de arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet Rea;
2. de werknemer als bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de WW;
die voor de reÔntegratie op de arbeidsmarkt is aangewezen op de inzet van reÔntegratie-instrumenten en daarvoor onder de verantwoordelijkheid valt van UWV. Als de cliŽnt deelneemt aan een door UWV gestart reÔntegratietraject, komt de cliŽnt niet voor een IRO in aanmerking.


B. Voorwaarden aan het reÔntegratiebedrijf

     Het reÔntegratiebedrijf moet aan een aantal voorwaarden voldoen om een IRO te kunnen uitvoeren. Deze voorwaarden zijn vermeld in bijlage A van dit beoordelingskader.
     Door het invullen van een zogenaamde verklaring kan het reÔntegratiebedrijf aantonen dat het aan de voorwaarden voldoet. Een dergelijke verklaring hoeft een bedrijf maar eenmaal in te vullen. Bij nieuwe aanvragen voor een IRO hoeft het bedrijf niet opnieuw de eigen verklaring in te vullen. De eigen verklaring blijft gedurende ťťn jaar geldig.


C. Het plaatsingsplan

     De cliŽnt dient, daarbij eventueel ondersteund door het reÔntegratiebedrijf, een plaatsingsplan te maken. Het plaatsingsplan moet volledig zijn. In een plaatsingsplan mogen geen posten opgenomen worden die later ingevuld worden. Het plaatsingsplan moet de volgende informatie bevatten:
1. Het opleidingsniveau van de cliŽnt en het sofinummer.
2. Een beschrijving van de werkzaamheden die zullen worden verricht. De werkzaamheden moeten zijn gericht op het verkrijgen van duurzame betaalde arbeid. Als voor het opstellen van het plaatsingsplan voorafgaand een diagnostisch instrument nodig is, kan dit worden uitgevoerd en dient dit in het plaatsingsplan vermeld te worden.
3. De verwachte begin- en einddatum van de werkzaamheden. De duur van het totale reÔntegratietraject mag nooit langer zijn dan twee jaar.
4. De verwachte werkhervattingsdatum.
5. De concrete beroepsactiviteiten die de cliŽnt kan verrichten na afloop van het reÔntegratietraject.
6. Een opgave van de kosten van de werkzaamheden. De kosten zijn inclusief de reiskosten van de cliŽnt op basis van Ä|0,12 per kilometer. Als er sprake is van een (medische) indicatie voor vervoer per auto, is de vergoeding Ä|0,29 per kilometer. De reiskosten worden door het reÔntegratiebedrijf aan de cliŽnt vergoed.

     Het plaatsingsplan moet door zowel het reÔntegratiebedrijf als de cliŽnt worden ondertekend.
     Het plaatsingsplan moet zijn ingediend binnen 35 kalenderdagen nadat de cliŽnt aan UWV heeft meegedeeld voor een individuele reÔntegratieovereenkomst in aanmerking te willen komen. Indien de cliŽnt niet in staat is om binnen deze termijn een plaatsingsplan in te dienen, kan de cliŽnt om verlenging van de termijn verzoeken. De termijn van verlenging bedraagt maximaal 21 kalenderdagen. Als het plaatsingsplan te laat wordt ingediend, wordt de aanvraag om een IRO afgewezen.


D. Wijze van betaling

1. Op grond van artikel 4.2, derde lid, van het Besluit SUWI dient UWV het maximale bedrag voor uitvoering van een individuele reÔntegratieovereenkomst vast te stellen. Dit bedrag is door UWV vastgesteld op Ä|5000,- exclusief BTW.
2. Indien wordt aangetoond dat een hoger bedrag noodzakelijk is om de cliŽnt te reÔntegreren, kan de cliŽnt UWV verzoeken om een hoger bedrag beschikbaar te stellen voor uitvoering van de individuele reÔntegratieovereenkomst. In het plaatsingsplan dient gemotiveerd te worden waarom een hoger bedrag noodzakelijk is en dat voor het goedkoopste adequate alternatief is gekozen.
3. Op een IRO is resultaatfinanciering van toepassing. Dat betekent dat 50% van de kosten van een traject worden betaald op basis van inspanning en 50% op basis van resultaat. De 50% inspanningsvergoeding wordt op twee momenten betaald. De eerste vergoeding van 20% wordt betaald nadat de overeenkomst met het reÔntegratiebedrijf is gesloten. De tweede vergoeding van 30% wordt betaald zes maanden na goedkeuring van het plaatsingsplan. De resterende 50% van de kosten van de werkzaamheden worden door UWV vergoed indien de cliŽnt, uiterlijk binnen drie maanden nadat de overeenkomst is geŽindigd, is geplaatst.
4. In afwijking van het vorige lid wordt 80% van de kosten van een traject betaald op basis van inspanning en 20% op basis van resultaat als de cliŽnt op basis van het "protocol zeer moeilijk plaatsbaren" [Beleidsregels Protocol zeer moeilijk plaatsbaar, red.] als zeer moeilijk plaatsbaar is aangemerkt. De 80% inspanningsvergoeding wordt op twee momenten betaald. De eerste vergoeding van 20% wordt betaald nadat de overeenkomst met het reÔntegratiebedrijf is gesloten. De tweede vergoeding van 60% wordt betaald zes maanden na goedkeuring van het plaatsingsplan. De resterende 20% van de kosten van de werkzaamheden worden door UWV vergoed indien de cliŽnt, uiterlijk binnen drie maanden nadat de overeenkomst is geŽindigd, is geplaatst.
5. Onder plaatsing wordt verstaan: iedere cliŽnt die is gestart met het verrichten van betaalde arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd voor ten minste zes maanden en - voor wat betreft arbeidsgehandicapten - ten minste de helft van het aantal uren per week dat de cliŽnt geacht wordt te kunnen werken en - voor wat betreft werklozen - er geen sprake meer is van een resterend WW-recht. De plaatsing wordt niet eerder geteld dan nadat door cliŽnt ten minste twee maanden betaalde arbeid is verricht. Deze termijn wordt verlengd met periode van onderbrekingen tengevolge van ziekte. Onder betaalde arbeid wordt verstaan iedere vorm van arbeid als gevolg waarvan de cliŽnt inkomsten verwerft. In aanvulling op de plaatsingsdefinitie geldt voor de cliŽnt die een zelfstandig beroep uitoefent dat er sprake is van een plaatsing indien er door cliŽnt zelfstandige arbeid verricht is gedurende een aaneengesloten periode van minimaal zes maanden. Plaatsing in uitzendwerk wordt analoog aan de plaatsing als zelfstandige als een plaatsing beschouwd indien er gedurende een aaneengesloten periode van minimaal zes maanden arbeid is verricht.


E. De overeenkomst

     Als de cliŽnt voor een IRO in aanmerking komt, sluit UWV een overeenkomst met het reÔntegratiebedrijf. De cliŽnt moet de overeenkomst voor gezien ondertekenen. Naast het bepaalde in artikel 4.1 Besluit SUWI wordt in de reÔntegratieovereenkomst in ieder geval geregeld:
1. Dat het reÔntegratiebedrijf gegevens overlegt aan UWV op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de dienstbetrekking is aangegaan voor ten minste zes maanden of de cliŽnt arbeid heeft verricht en met die arbeid gedurende ten minste zes maanden inkomsten heeft verworven.
2. Dat het reÔntegratiebedrijf na drie, zes, twaalf en achttien maanden na de start van het reÔntegratietraject bij UWV een rapportage indient waarin een beschrijving is opgenomen van de werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces van de arbeidsgehandicapte of de werkloze. Bij het einde van het traject zonder dat een plaatsing is gerealiseerd, moet een eindrapportage worden geleverd aan UWV. Voor deze eindrapportage kan het reÔntegratiebedrijf Ä|100,- factureren.
3. In de voortgangsrapportage wordt een prognose voor de resterende periode van het traject beschreven en wordt verantwoording afgelegd over de voortgang van het traject tot op dat moment en ten opzichte van de planning in het plaatsingsplan.
4. De rapportages over de voortgang van het traject moeten door zowel het reÔntegratiebedrijf als de cliŽnt worden ondertekend.
5. Dat de overeenkomst door beide partijen slechts wegens gewichtige redenen tussentijds door opzegging kan worden beŽindigd.

 

 

Toelichting op het Beoordelingskader individuele reÔntegratieovereenkomst UWV 2005

 

Algemene voorwaarden

     In dit deel van het beoordelingskader is vermeld wie voor de IRO in aanmerking komt. Dit is de cliŽnt die:
- een ZW-, WAO-, Wajong-, WW- of WBIA-uitkering ontvangt;
- verzekerd is voor de WAZ of een WAZ-uitkering ontvangt. Deze bepaling geldt tot 1 juli 2005;
- ingezetene is als bedoeld in artikel 3 Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
- de gewezen overheidswerknemer die recht heeft op een uitkering als bedoeld in de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen of een wachtgeld ontvangt;

     De cliŽnt moet een afstand tot de arbeidsmarkt hebben en daardoor zijn aangewezen op ondersteuning door inzet van reÔntegratie-instrumenten. De cliŽnt moet ook onder de reÔntegratieverantwoordelijkheid vallen van UWV.
     Als een cliŽnt door UWV bij een reÔntegratiebedrijf is gemeld voor een regulier traject, kan de cliŽnt niet meer in aanmerking komen voor een IRO.


Voorwaarden aan het reÔntegratiebedrijf

     Elk reÔntegratiebedrijf dat een IRO voor een cliŽnt wil afsluiten, moet aan een aantal voorwaarden voldoen. De voorwaarden bestaan enerzijds uit een aantal voorwaarden die betrekking hebben op de liquiditeit en solvabiliteit van het reÔntegratiebedrijf. Anderzijds worden voorwaarden gesteld aan de kwaliteit van het bedrijf.
     Door middel van het invullen en ondertekenen van twee verklaringen verklaart het bedrijf dat het voldoet aan de voorwaarden. De verklaringen moeten eenmaal worden ingevuld en blijven dan ťťn jaar geldig. Het reÔntegratiebedrijf hoeft bij een nieuwe aanvraag om een IRO niet opnieuw de verklaring [verklaringen, red.] in te vullen. Bij twijfel of ter controle kan UWV alle benodigde bewijsstukken opvragen om na te gaan of het bedrijf voldoet aan de gestelde voorwaarden.
     Ook een bedrijf dat van oudsher geen reÔntegratiebedrijf is, maar zich gaat richten op de inschakeling van mensen in het arbeidsproces, kan in aanmerking komen voor de uitvoering van een IRO. Een voorbeeld is een scholingsinstituut dat scholing aanbiedt als onderdeel van een reÔntegratietraject.


Het plaatsingsplan

     Het plaatsingsplan moet aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat UWV het plaatsingsplan goed kan toetsen. Zo moet in het plaatsingsplan beschreven worden welke werkzaamheden worden verricht om de cliŽnt duurzaam in betaalde arbeid te laten hervatten.
     Uitgangspunt is dat altijd een volledig plaatsingsplan wordt ingediend. Dit moet gebeuren op basis van een gedegen diagnose, zodat de uitgangspositie van de cliŽnt helder in beeld is en ook de plaatsingsrichting. De weg naar werkhervatting moet op basis hiervan helder beschreven worden zonder dat er producten opgevoerd worden in het plaatsingsplan waarvan gezegd wordt dat die nog nader ingevuld worden.


Wijziging plaatsingsplan

     Nadat het reÔntegratietraject is gestart, kan het voorkomen dat geconstateerd wordt dat het plaatsingsplan gewijzigd moet worden. Als de wijziging niet leidt tot een verhoging van de kosten, dient de wijziging in de kwartaalrapportage gemeld te worden. Als de wijziging wel tot een verhoging van de kosten leidt, dient een aanvullende aanvraag ingediend te worden. Wordt in afwijking van het plaatsingsplan alsnog scholing wordt ingezet, dient dit ook gemeld te worden, omdat dit gevolgen voor de uitkering kan hebben.


Assessment

     Het kan gebeuren dat eerst een bepaalde vorm van assessment nodig is alvorens de cliŽnt het plaatsingsplan kan opstellen. Ook dit assessment kan door middel van de IRO worden vergoed. De cliŽnt kan het assessment ook bij een ander reÔntegratiebedrijf laten uitvoeren. Dat reÔntegratiebedrijf dient dan als onderaannemer van het bedrijf dat het traject gaat uitvoeren op te treden. Het assessment dient in het plaatsingsplan te worden vermeld, zodat ook vergoeding van de kosten van het assessment mogelijk is. Als alleen een assessment wordt uitgevoerd en geen plaatsingsplan wordt opgesteld, worden de kosten van het assessment niet door UWV vergoed. Er is geen apart budget voor assessment.
     Het kan zijn dat de cliŽnt alleen aan het traject kan deelnemen nadat bepaalde voorzieningen zijn getroffen. In dat geval dient gelijktijdig met de aanvraag om een IRO ook een aanvraag om de voorziening te worden ingediend.
     Voor WW-cliŽnten en AG-cliŽnten [arbeidsgehandicapte cliŽnten, red.] met een WW-uitkering geldt dat een scholing in principe niet langer mag duren dan ťťn jaar. UWV kan in individuele gevallen een opleiding of scholing van een langere duur toestaan, doch de duur mag nooit langer zijn dan twee jaar.
     De cliŽnt moet de aanvraag met het plaatsingsplan binnen 35 kalenderdagen indienen, nadat de cliŽnt aan UWV heeft meegedeeld dat hij voor een IRO in aanmerking wil komen. Als deze termijn te kort is om de aanvraag in te dienen, bijvoorbeeld omdat het opstellen van het plaatsingsplan meer tijd vergt, kan de cliŽnt een verzoek om verlenging indienen. De aanvraagtermijn kan met maximaal 21 kalenderdagen worden verlengd. Als direct al duidelijk is dat de aanvraagtermijn van 35 kalenderdagen te kort is, kan direct om verlenging worden verzocht.


De wijze van betalen

     De kosten van het individuele reÔntegratietraject worden tot een bedrag van maximaal Ä|5000,- exclusief BTW vergoed. Als wordt aangetoond dat dit bedrag onvoldoende is om aan het werk te komen, kan de cliŽnt voor een hoger bedrag in aanmerking komen.
     De betaling van de kosten aan het reÔntegratiebedrijf vindt plaats op basis van zogenaamde resultaatfinanciering. Dit houdt in dat 50% van de kosten van het traject worden vergoed op basis van inspanning en 50% op basis van resultaat. Als de cliŽnt op basis van het "protocol zeer moeilijk plaatsbaren" [Beleidsregels Protocol zeer moeilijk plaatsbaar, red.] als zeer moeilijk plaatsbaar wordt aangemerkt, geldt een resultaatfinanciering in de verhouding 80/20.

 

 

Bijlage A bij het Beoordelingskader individuele reÔntegratieovereenkomst UWV 2005

 

De uitsluitingsgronden luiden:

     Van deelneming aan een IRO wordt uitgesloten ieder reÔntegratiebedrijf:
1. dat in staat van faillissement of in vereffening verkeert of aan wie surseance van betaling is verleend, dan wel die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of in enige andere soortgelijke toestand verkeert;
2. dat een eigen verzoek strekkende tot verklaring in staat van faillissement, vereffening of tot verlening van surseance van betaling heeft ingediend bij de rechtbank;
3. dat bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing is veroordeeld voor een strafbaar feit dat raakt aan de (beroeps)moraliteit van het reÔntegratiebedrijf;
4. dat in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep een bij UWV bekend geworden en door hem aannemelijk te maken ernstige fout van andere dan strafrechtelijke aard heeft gemaakt;
5. dat niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen;
6. dat niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van de socialeverzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen.

     Als bewijs dat een reÔntegratiebedrijf niet in ťťn van de bovenstaande omstandigheden verkeert, wenst UWV van ieder reÔntegratiebedrijf een zogenaamde eigen verklaring te ontvangen op grond waarvan kan worden vastgesteld dat (ťťn van de) gronden voor uitsluiting niet op de het reÔntegratiebedrijf van toepassing zijn. Met de eigen verklaring geeft het reÔntegratiebedrijf aan in staat te zijn op verzoek bewijsstukken te overleggen.


De kwaliteitseisen zijn:

     ReÔntegratiebedrijven dienen zonder voorbehoud te bevestigen dat zij aan alle eisen voldoen. De eisen onder punt 4 en 5 worden in de overeenkomst die met het reÔntegratiebedrijf wordt gesloten, vastgelegd.
1. Het reÔntegratiebedrijf fungeert als hoofdaannemer met alle bijbehorende verplichtingen.
2. Het reÔntegratiebedrijf staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
3. Aanbieder beschikt over een klachtenreglement, dan wel een transparante klachtenprocedure.
4. Het reÔntegratiebedrijf kan voldoen aan de verantwoording over de voortgang van het individuele traject op de vaste rapportagemomenten en de hieruit voortkomende acties.
5. Het reÔntegratiebedrijf kan voldoen aan de in de standaardovereenkomst vastgestelde factureringswijze.

     Als bewijs dat een reÔntegratiebedrijf aan de kwaliteitseisen voldoet, wenst UWV van ieder reÔntegratiebedrijf een zogenaamd informatieformulier te ontvangen waarin het bedrijf bevestigd dat het aan de gestelde voorwaarden voldoet.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x