Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 16 juni 2010

 

BESLUIT  BELEIDSREGELS  SVB  2009

Vervallen
m.i.v. 17 juni 2010
(art. 2 BbS10)

 
 

10 juni 2009, Stcrt. 2009, 10320
Inwerkingtreding: 12 juli 2009
(T.a.v. artt. 34:1 Wet SUWI, 8a Remigratiewet, 6 t/m 9 TOG 2000, 13 Rta en 9:1 Rtnsm en Boetebesluit sz-wetten en Maatregelenbesluit sz-wetten)

 

 

 

 
Besluit van de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank van 10 juni 2009,  houdende de bekendmaking van de beleidsregels 2009 (Besluit beleidsregels SVB 2009)

     De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank;
     Gelet op artikel 34, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, artikel 8a van de Remigratiewet, de artikelen 6 tot en met 9 van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000, artikel 13 van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers en artikel 9, eerste lid, van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom, alsmede gelet op het Boetebesluit socialezekerheidswetten en het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. Bij de uitvoering van de in artikel 34 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen genoemde wetten, de Remigratiewet, de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000, de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers en de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom past de Sociale verzekeringsbank het beleid toe dat is neergelegd in de bijlage bij dit besluit.
-
2. In afwijking van het eerste lid past de Sociale verzekeringsbank het beleid opgenomen in de hierna te noemen onderdelen van de bijlage eerst toe met ingang van de datum waarop het bij koninklijke boodschap van 22 juli 2004 ingediende voorstel van wet tot de aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht) (Kamerstukken 29 702) en het bij koninklijke boodschap van 24 augustus 2007 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb) (Kamerstukken 31 124) tot wet zijn verheven en in werking treden:
- SB1083 (Tijdstip van betaling);
- SB1084 (Overmakingskosten);
- SB1106 (De hoogte van de bestuurlijke boete);
- SB1108 (Mate van verwijtbaarheid);
- SB1243 (Omstandigheden waarin betrokkene verkeert);
- SB1109 (De betaling van de boete);
- SB1111 (Afzien van een sanctie wegens dringende redenen);
- SB1248 (Terugvordering basisvoorziening Remigratiewet);
- SB1250 (Wijze van terugbetaling);
- SB1251 (Termijnen van verrekening en uitstel van betaling);
- SB1252 (Wijziging of intrekking van het uitstel van betaling);
- SB1119 (Afzien van verdere terugvordering);
- SB1253 (Schuldregeling en schuldsanering);
- SB3218 (Vergoeding van wettelijke rente).
-3. In afwijking van het eerste lid blijven de hierna te noemen onderdelen van de bijlage bij het Besluit beleidsregels SVB 2008 van toepassing tot het moment waarop het bij koninklijke boodschap van 22 juli 2004 ingediende voorstel van wet houdende de aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht) (Kamerstukken 29 702) en het bij koninklijke boodschap van 24 augustus 2007 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb) (Kamerstukken 31 124) tot wet zijn verheven en in werking treden:
- SB1083 (Tijdstip van betaling);
- SB1084 (Overmakingskosten);
- SB1106 (De hoogte van de boete);
- SB1108 (Mate van verwijtbaarheid);
- SB1243 (Omstandigheden waarin betrokkene verkeert);
- SB1109 (De betaling van de boete);
- SB1111 (Afzien van een sanctie wegens dringende redenen);
- SB1117 (De wijze van terugbetaling);
- SB1119 (Afzien van terugvordering);
- SB3218 (Vergoeding van schade wegens betalingsverzuim);
- SB3220 (Wettelijke rente).

 

Art. 2.
Het Besluit beleidsregels SVB 2008 (Stcrt. 2008, 112) wordt ingetrokken.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidsregels SVB 2009.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De bijlage wordt ter inzage gelegd bij de vestigingskantoren en het hoofdkantoor van de Sociale verzekeringsbank.

 

Amstelveen, 10 juni 2009.
De voorzitter Raad van bestuur SVB
,
E.F. Stoovť.

 

 

 

TOELICHTING
[10 juni 2009]

 

     De Sociale verzekeringsbank (SVB) publiceert sinds 1997 jaarlijks het beleid dat zij hanteert bij de uitvoering van de aan haar opgedragen wetten en regelingen. Publicatie vindt plaats door bekendmaking van een besluit als het voorgaande, inhoudende dat door de Raad van bestuur van de SVB opnieuw de SVB-beleidsregels voor het desbetreffende jaar zijn vastgesteld. De bijlage waarnaar in het besluit wordt verwezen, betreft de gebundelde verzameling SVB-beleidsregels die voor een ieder ter inzage ligt bij de vestigingskantoren en het hoofdkantoor van de SVB. De inhoud van de publicatie kan tevens worden ingezien via het internet op www.svb.nl.
    
Ook voor het jaar 2009 zijn de SVB Beleidsregels geactualiseerd.

     In Deel I (AOW, Anw, Remigratiewet, TOG 2000, Rta [Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers, red.] en Rtnsm [Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom, red.]) zijn ten opzichte van de vorige herziening de volgende onderwerpen gewijzigd.
     SB1006 (Onweerlegbaar rechtsvermoeden) is aangepast naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB [Centrale Raad van Beroep, red.] van 24 april 2008 (LJN BD0478). Uit deze uitspraak volgt dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden gebaseerd op het feit dat uit een relatie een kind is geboren, niet van toepassing is als het jongste kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
     In SB1014 (Tot het huishouden behoren) is aangegeven vanaf welk moment het verblijf van een ouder bij een kind dat voorafgaand aan dit verblijf niet tot zijn huishouden behoorde, ertoe leidt dat een huishouden van ouder en kind aanwezig wordt geacht.
     In SB1017 (Werkloos/inschrijving arbeidsbureau/redelijke termijn) is beleid geformuleerd in verband met de intrekking van de Regeling van 20 december 1991 van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nr. SZ/SV/T/91/4045, houdende een regeling ex artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet (Stcrt. 1991, 252). Uit de toelichting bij de SZW-intrekkingsregeling 2008 (Stcrt. 2008, 184) blijkt dat er geen materiŽle wijziging is beoogd. Daarom continueert de SVB de handelwijze die voorheen was gebaseerd op de Regeling ex artikel 7 Algemene Kinderbijslagwet. Dit is tot uitdrukking gebracht in SB1017.
     SB1030 (Verzekering op grond van werken) is aangepast teneinde het beleid ten aanzien van de verzekeringspositie van arbeidsmigranten te verduidelijken. Deze aanpassing ziet op de bewijsrechtelijke aspecten van in het verleden verrichte arbeid.
     SB1035 (Wonen in Nederland, werken buiten Nederland) is gewijzigd in verband met het feit dat het beleid naar aanleiding van het arrest-Aldewereld is samengebracht in deel II, SB2135 (Territoriale werkingssfeer).
     In SB1039 (Onbillijkheden van overwegende aard: artikel 24) is opgenomen op welke wijze de SVB tegemoetkomt aan de situatie waarin sprake is van dubbele verzekering door de toepassing van het beleid ten aanzien van het arrest-Aldewereld.
     In SB1047 (Betaling van de premie) is in verband met de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht toegevoegd dat de mededeling over de verschuldigde premie voor de vrijwillige verzekering geen beschikking is waaruit een betalingsverplichting volgt.
     In SB1049 (Inkomenstoets, herleiding naar maandinkomen) is een uitzondering geformuleerd op de regel dat nabetalingen van uitkeringen worden toegerekend aan de uitkeringstermijnen waarover recht bestaat. De uitzondering betreft de eenmalige betaling van aanvullend pensioen die voortvloeit uit een indexering door een pensioenfonds.
     SB1057 (Voldoen aan de onderhoudsvoorwaarden) is aangepast zonder dat een materiŽle wijziging is beoogd. Duidelijker is aangegeven welke handelwijze is gebaseerd op artikel 7a van het Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag en welke handelwijze op beleid van de SVB.
     SB1061 (Blijvend of voorlopig blijvend gehandicapt) is uitgebreid met uitleg over het Beoordelingsinstrument TOG. Daarnaast is in SB1061 verduidelijkt wat moet worden verstaan onder communicatiegebreken.
     SB1063 (Werknemers) is in overeenstemming gebracht met het protocol dat door het Instituut Asbestslachtoffers wordt gebruikt om het oorzakelijk verband te bepalen tussen de ziekte maligne mesothelioom en blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer.
     In SB1068 (Toekenning van voorschotten) vervalt het beleid om in bijzondere gevallen tot voorschotverlening over te gaan indien over de bij wijze van voorschot te verlenen uitkering nog geen redelijke mate van zekerheid bestaat. Aanleiding voor deze wijziging vormt de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht.
     In SB1097 (Mededelingsverplichting) is de Wet eenmalige gegevensuitvraag [lees: Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen, red.] verwerkt. Tevens is de Mededelingsverplichting AOW (SB1245) gewijzigd. De pensioengerechtigde hoeft niet langer te melden dat de kinderbijslag voor het kind is beŽindigd.
     De Mededelingsverplichting Anw (SB1246) is eveneens gewijzigd. De gerechtigde die een inkomensonafhankelijke nabestaandenuitkering ontvangt, hoeft niet langer in alle gevallen melding te maken van een wijziging in de aard van het inkomen en de hoogte van een uitkering die niet in ontvangst wordt genomen.
     Ook de mededelingsverplichting AKW (SB1247) is gewijzigd. Als een kind niet tot het huishouden van de aanvrager of diens partner behoort en de aanvrager of diens partner langer dan 45 dagen bij het kind verblijven, dient dit te worden gemeld.
     De mededelingsverplichting AKW is daarnaast op ťťn punt verbeterd. In de mededelingsverplichting AKW stond dat de aanvrager of diens partner het sluiten of eindigen van een notarieel samenlevingscontract moet melden. De verplichting betreft echter het gaan voeren of eindigen van een gezamenlijke huishouding in de zin van de AOW en de Anw.
     Vanwege de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht, de daarmee gepaard gaande wijzigingen in de AOW, de Anw en de AKW en nieuwe lagere regelgeving is het gehele onderwerp invordering opnieuw beschreven onder de kop Invordering van bestuursrechtelijke geldschulden (SB1250 t/m SB1253).
     De beleidsregels over schuldsanering zijn uitgebreid met beleidsregels over schuldregeling en samengevoegd in SB1253 (Schuldregeling en schuldsanering). In SB1253 vermeldt de SVB van welke personen zij een verzoek om een schuldregeling in behandeling neemt.

     In deel II (Internationaal) zijn de volgende wijzigingen aangebracht.
     In verband met het arrest-Chuck van het Hof van Justitie EG van 3 april 2008 is een item opgenomen betreffende de territoriale werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (SB2135). De beleidsregels over de extraterritoriale werking van de conflictregels die voorheen in SB2135 werden beschreven, zijn hier in enigszins gewijzigde vorm in ondergebracht.
     Belangrijke wijzigingen met betrekking tot de territoriale werkingssfeer van bilaterale verdragen zijn aangebracht in SB2169 (Territoriale werkingssfeer).

     In deel III (Awb) zijn de volgende wijzigingen opgenomen.
     SB3208 (Indiening van stukken) is gewijzigd. De SVB stuurt op verzoek van de indiener van een bezwaarschrift een kopie van het dossier of de ontbrekende stukken toe.
     SB3218 (Vergoeding van wettelijke rente) is gewijzigd in verband met de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht.
     SB3221 (Vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn) is gewijzigd naar aanleiding van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 26 januari 2009 en 29 april 2009.

     Deel IV (Overige onderwerpen) is ongewijzigd.

     Een groot aantal wijzigingen houdt verband met de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht, de Aanpassingswet vierde tranche Awb en de hierop gebaseerde lagere regelgeving. Deze wetgeving zal vermoedelijk op 1 juli 2009 in werking treden, maar deze datum staat nog niet vast op het moment dat het onderhavige besluit wordt genomen. De wijzigingen in de beleidsregels die hiermee verband houden, behoren effect te krijgen op het moment waarop deze wetgeving in werking treedt. Daarom is in artikel 1, tweede lid, van dit besluit bepaald dat bepaalde onderdelen van de SVB beleidsregels 2009 van toepassing worden vanaf het moment waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht in werking treedt. In artikel 1, derde lid, van dit besluit is bepaald dat bepaalde onderdelen van de SVB beleidsregels 2008 van toepassing blijven tot het bedoelde tijdstip.

 

De voorzitter van de Raad van bestuur SVB,
E.F. Stoovť
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x