Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  INCASSO  EN  INVORDERING
 
 

18 april 2000, Stcrt. 2000, 81
Inwerkingtreding: 1 juli 2000
(T.a.v. art. 30 Wet SUWI)

 

 

 

 
     Het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 38 Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert bij de incasso en invordering van premies sociale verzekeringen een beleid als weergegeven in de bijlage van dit besluit. Deze bijlage kunt u schriftelijk opvragen op het postadres van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2000.

 

Art. 3.
Mededeling M 98.25 en Mededeling M 99.084 van het Landelijk instituut sociale verzekeringen worden ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit incasso en invordering.

 

 

Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

Werkmodel Besluit incasso en invordering

 

1. Inleiding


     Een onderdeel van de collecterende functie is het invorderingsproces. Het invorderingsproces dient vorderingen te registreren, betalingen snel te verwerken, op ieder moment de juiste schuldpositie van een werkgever te kunnen opgeven en bij niet betalen snelle en doeltreffende incassomaatregelen te treffen. Het invorderingsproces voldoet aan daartoe door de wet gestelde regels. De uitvoeringsinstelling heeft verschillende invorderingsmogelijkheden en bepaalt haar keuze op grond van wettelijke mogelijkheden, de doelmatigheid, de kosten, de relatie en de ervaringen met de premieplichtige.
     Uitgangspunt is dat eerst verhaal wordt gezocht bij de schuldenaar zelf. Bij niet-betaling volgt verrekening met saldi van g-rekeningen [geblokkeerde rekeningen, zie artikel 1, tweede lid, onderdeel l, van de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid, red.] of met gedane rechtstreekse stortingen. Indien er na deze acties nog een vordering resteert, worden dwangmiddelen ingezet tegen de premieplichtige en indien dan nog niet alles voldaan is, vindt er ten slotte verhaal plaats op eventueel aansprakelijke derden. Dit laatste natuurlijk afhankelijk van de mate waarin verhaal aanwezig is en van de mate waarin betrokkene kan worden aangesproken.
     De uitvoeringsinstellingen dienen primair al hetgeen mogelijk is te doen om te komen tot een incasso van de premieschuld. Dient er overgegaan te worden tot invordering, dan rechtvaardigen redenen van rechtmatigheid en van beperking van de administratieve lastendruk bij de premieschuldige een primaire keuze voor een

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x