Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 5 maart 2005

 

NON-DISCRIMINATIECODE  CWI

Vervallen
m.i.v. 6 maart 2005
(Non-discriminatiecode CWI 2005)

 
 

12 juli 2002, Stcrt. 2002, 140
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. art. 22 Wet SUWI)

 

 

 

 
CWI 2002/008

     De Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen;
     Overwegende dat de Centrale organisatie werk en inkomen bij de uitvoering van de door de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen opgedragen taken discriminatie wil tegengaan op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, nationaliteit, ras, etnische of culturele afkomst, sekse, hetero- en homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, leeftijd en handicap of chronische ziekte;
     Overwegende dat het daarom wenselijk is een code vast te stellen waaruit blijkt dat de Centrale organisatie werk en inkomen zich zal inzetten om discriminatie bij de uitvoering van haar taken te voorkomen en te bestrijden;
     Gelet op artikel 22 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In deze code wordt verstaan onder:
1. de wet: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
2. CWI: de Centrale organisatie werk en inkomen, bedoeld in artikel 2 en hoofdstuk 4 van de wet;
3. Raad van bestuur: de Raad van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de wet;
4. medewerker: een ieder die werkzaamheden verricht voor CWI, ongeacht of hij in dienst is van CWI of ingehuurd;
5. discriminatie: het maken van direct en indirect onderscheid zoals nader omschreven in artikel 2.

 

Art. 2. Het begrip discriminatie
-1. Voor de toepassing van deze code wordt onder discriminatie verstaan het maken van direct onderscheid tussen personen op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, nationaliteit, ras, etnische of culturele afkomst, sekse, hetero- en homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, leeftijd, handicap en chronische ziekte.
-2. Voor de toepassing van deze code wordt onder discriminatie mede verstaan het maken van indirect onderscheid op grond van een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze die direct onderscheid als bedoeld in het eerste lid tot gevolg heeft, tenzij dit wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
-3. Voor de toepassing van deze code wordt onder discriminatie mede verstaan gedrag dat met de gronden, genoemd in het eerste lid, verband houdt en tot doel of als gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreŽerd.

 

Art. 3. Werkingssfeer
CWI waakt bij de uitvoering van haar taken tegen discriminatie, zowel in de omgang met haar klanten als in de omgang met medewerkers en tussen medewerkers onderling.

 

Art. 4. Omgangsvormen
-1. De medewerkers onthouden zich zowel in de omgang met klanten als jegens elkaar van discriminerende gedragingen, uitlatingen en bejegening.
-2. De medewerkers accepteren geen discriminerende gedragingen, uitlatingen en bejegening van/door klanten.
-3. De medewerker die in de omgang met klanten of in de omgang met medewerkers en tussen medewerkers onderling discriminerende gedragingen, uitlatingen of bejegening signaleert, brengt dit onder de aandacht van zijn direct leidinggevende.

 

Art. 5. Registratie van werkzoekenden
-1. CWI registreert van werkzoekenden geen gegevens die discriminatie tot gevolg hebben of kunnen hebben, tenzij dit noodzakelijk of functioneel is of plaatsvindt op basis van een voorkeursbeleid dat erop is gericht gelijke kansen te bieden aan werkzoekenden op de arbeidsmarkt.
-2. Als CWI van oordeel is dat een werkzoekende bij het zoeken naar een geschikte vacature eisen stelt die discriminatie tot gevolg hebben of kunnen hebben, brengt hij dat onder de aandacht van de werkzoekende met het verzoek deze eisen niet te stellen.

 

Art. 6. Registratie van vacatures
-1. CWI registreert van vacatures geen gegevens of functie-eisen die discriminatie tot gevolg hebben of kunnen hebben, tenzij deze - gezien de aard van de functie - noodzakelijk of functioneel zijn of - op basis van een voorkeursbeleid - erop zijn gericht om gelijke kansen te bieden aan werkzoekenden op de arbeidsmarkt.
-2. Als CWI van oordeel is dat een vacature gegevens of functie-eisen bevat die discriminatie tot gevolg hebben of kunnen hebben, brengt zij dat onder de aandacht van de werkgever met het verzoek deze gegevens of functie-eisen te verwijderen.

 

Art. 7. Weigering registratie van vacatures
-1. CWI weigert de registratie van vacatures als de werkgever, ondanks uitdrukkelijk verzoek, niet bereid is af te zien van discriminerende gegevens of functie-eisen.
-2. CWI weigert de registratie van een vacature als zij vaststelt dat de werkgever discriminatoire arbeidsvoorwaarden hanteert of zich anderszins discriminatoir opstelt.
-3. CWI deelt het besluit tot weigering van de registratie van een vacature schriftelijk en gemotiveerd mee aan de werkgever.

 

Art. 8. Voordragen van geschikte vacatures en werkzoekenden
-1. CWI laat zich bij de voordracht van geschikte vacatures aan werkzoekenden en van geschikte werkzoekenden voor vacatures leiden door functierelevante eisen.
-2. Het bepaalde in het eerste lid laat onverlet dat CWI bevoegd is om uitvoering te geven aan een voorkeursbeleid dat erop is gericht gelijke kansen te bieden aan werkzoekenden op de arbeidsmarkt.
-3. CWI doet de voordracht als bedoeld in het eerste lid niet zolang van de werkgever of de werkzoekende kan worden vastgesteld dat deze zich aan discriminatie schuldig maakt.
-4. Na de vaststelling als bedoeld in het derde lid zal een reeds geregistreerde vacature worden verwijderd.
-5. CWI deelt een besluit als bedoeld in het derde en vierde lid schriftelijk en gemotiveerd mee.

 

Art. 9. Aangifte
-1. De medewerker die op grond van bepaalde feiten of waarnemingen vermoedt dat sprake is van discriminatie zoals strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht, meldt dit zo spoedig mogelijk aan zijn direct leidinggevende.
-2. De direct leidinggevende die het vermoeden van discriminatie, bedoeld in het eerste lid, deelt, doet daarvan aangifte bij de politie.

 

Art. 10. Behandeling van klachten
Op klachten van derden over discriminatie is - onverminderd de rechten die krachtens de Algemene wet gelijke behandeling bestaan - de Klachtenregeling CWI van toepassing.

 

Art. 11. Toezicht
De Raad van bestuur is belast met het toezicht op de naleving van de Non-discriminatiecode CWI.

 

Art. 12. Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als: Non-discriminatiecode CWI.

 

Art. 13. Inwerkingtreding en bekendmaking
-1. Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2002.Ļ
-2. CWI maakt de Non-discriminatiecode CWI voorts bekend onder zijn medewerkers en klanten door de code neer te leggen op een voor hen zichtbare, toegankelijke en bereikbare plaats.

1. Volgens de redactie dient "tot 1 januari 2002" te worden vervangen door: tot en met 1 januari 2002.

 

 

Zoetermeer, 12 juli 2002.
De Centrale organisatie werk en inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad van bestuur.

 

 

 

TOELICHTING
[12 juli 2002]

 

     Uitgangspunt bij het voeren van een antidiscriminatiebeleid vormt artikel 1 van de Grondwet. Dit artikel bepaalt dat allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dit betekent dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, nationaliteit, ras, etnische of culturele afkomst, sekse, seksuele geaardheid en burgerlijke staat niet is toegestaan. Het zgn. gelijkheids-/non-discriminatiebeginsel is onder meer uitgewerkt in de Algemene wet gelijke behandeling en in de antidiscriminatiebepalingen van het Wetboek van Strafrecht, in Richtlijn 2000/78/EG tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep en in de Richtlijn 2000/43/EG, houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnisch afstamming. De artikelen 137c tot en met 137g en artikel 429quater van het Wetboek van Strafrecht stellen discriminatie in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf zelfs strafbaar als misdrijf of overtreding tegen de openbare orde. Met betrekking tot het verbod onderscheid te maken op grond van handicap of chronische ziekte en leeftijd is wetgeving in voorbereiding conform de Richtlijn 2000/78/EG. Een wetsvoorstel is inmiddels door de Tweede Kamer aanvaard. Een wetsvoorstel inzake een verbod op leeftijddiscriminatie is nog in behandeling bij de Tweede Kamer.
     Naast wetgeving in formele zin vormen ook gedragscodes een belangrijk instrument om binnen organisaties de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie tot uitdrukking te brengen en te realiseren. In een gedragscode kunnen specifieke, op de eigen organisatie toegesneden richtlijnen met betrekking tot het verbod van discriminatie worden opgenomen.
     De Non-discriminatiecode CWI richt zich niet alleen op de omgangsvormen tussen CWI-medewerkers onderling bij contact op de werkvloer, maar ook op de manier waarop CWI-medewerkers omgaan met hun klanten. Evenmin hoeven CWI-medewerkers discriminerende gedragingen, uitlatingen of bejegening van/door klanten te accepteren. De verantwoordelijkheid voor een juiste naleving van de Non-discriminatiecode CWI ligt dus primair bij de individuele CWI-medewerkers. Zo mag van hen worden verwacht dat zij beseffen dat bepaalde handelingen, uitlatingen of grappen, mondeling, schriftelijk, per e-mail of op andere wijze - hoewel mogelijk onbedoeld - kwetsend of discriminerend kunnen zijn voor anderen.
     Daarnaast spreekt het vanzelf dat de Non-discriminatiecode CWI ook van toepassing is op de wijze waarop CWI haar wettelijke taken uitvoert. In de code is dan ook aansluiting gezocht bij de taken zoals deze in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen zijn neergelegd. CWI mag bij de uitvoering van haar taken in beginsel slechts onderscheid maken tussen personen als een wet dit toestaat. Tussen personen mag ook onderscheid worden gemaakt als dit noodzakelijk en functioneel is of plaatsvindt in het kader van een voorkeursbeleid. Zo is het bij de uitvoering van verschillende wetten noodzakelijk naar bijvoorbeeld de leeftijd of de nationaliteit van betrokkene te vragen (bijvoorbeeld de Wet inschakeling werkzoekenden of de Wet arbeid vreemdelingen). Een uitzondering is eveneens toegestaan als met het onderscheid wordt beoogd vrouwen of personen die behoren tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen om feitelijke ongelijkheden op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot dat doel. Met het toezicht op de naleving van de code is de Raad van bestuur van CWI belast.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x