Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 20 maart 2012

 

REGELING  CLIňNTENPARTICIPATIE  UWV  2009

Vervallen
m.i.v. 21 maart 2012
(art. 18:1 RcU12)

 
 

23 december 2008, Stcrt. 2009, 10
Inwerkingtreding: 18 januari 2009
(T.a.v. art. 7 Wet SUWI)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de artikel 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
a. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet SUWI;
c. onderdeel CliŽntenparticipatie: het organisatieonderdeel binnen UWV dat zich bezighoudt met de uitvoering van de cliŽntenparticipatie;
d. cliŽnt: de persoon die een uitkering, een voorziening of ondersteuning bij het vinden van werk ontvangt op grond van een door UWV uitgevoerde wettelijke regeling;
e. cliŽntenraad: een uit cliŽnten bestaand gremium met taken en bevoegdheden zoals in deze regeling omschreven;
f. belangenorganisatie: cliŽntenorganisatie of vakorganisatie.

 

Art. 2. Reikwijdte regeling
Deze regeling is van toepassing op de organisatie en werking van de door UWV ingestelde cliŽntenraden.

 

Art. 3. Taak cliŽntenraad
De cliŽntenraad heeft tot taak UWV gevraagd en ongevraagd te informeren en te adviseren over het uitvoeringsbeleid en de uitvoeringspraktijk, alsmede ontwikkelingen te signaleren die van invloed kunnen zijn op de dienstverlening van UWV aan cliŽnten.

 

Art. 4. Bevoegdheden
-1. Initiatiefrecht:
a. de cliŽntenraad heeft de bevoegdheid alle aangelegenheden die de uitvoering en (de kwaliteit van) de dienstverlening door UWV aan cliŽnten raken in de overlegvergadering met UWV aan de orde te stellen;
b. de cliŽntenraad heeft het recht over alle aangelegenheden die de uitvoering en (de kwaliteit van) de dienstverlening door UWV betreffen verbetervoorstellen te doen;
c. de cliŽntenraad stelt jaarlijks een activiteitenplan op, dat met UWV wordt besproken;
d. jaarlijks vůůr 1 april maakt de cliŽntenraad een verslag van de werkzaamheden over het afgelopen jaar;
e. de cliŽntenraad heeft de bevoegdheid om voor een goede invulling van zijn taakstelling in voorkomende gevallen, in overleg met UWV, gebruik te maken van UWV-deskundigheid;
f. de cliŽntenraad heeft de bevoegdheid om een communicatieplan op te stellen.
-2. Informatierecht:
a. de cliŽntenraad wordt geÔnformeerd over de resultaten van klanttevredenheidsonderzoeken, enquÍtes en klachtenrapportages;
b. de cliŽntenraad krijgt spontaan en op verzoek alle informatie die hij voor de uitoefening van zijn taken zoals in deze regeling omschreven nodig heeft, tenzij enig wettelijk voorschrift de verstrekking daarvan in de weg staat;
c. de leden van de cliŽntenraad zullen geheimhouding betrachten ten aanzien van door UWV verstrekte informatie die door UWV als vertrouwelijk is aangemerkt.
-3. Adviesrecht:
1. de cliŽntenraad wordt tijdig betrokken bij de voorbereiding en de totstandkoming van zaken waarmee de cliŽnt in de uitvoering rechtstreeks wordt geconfronteerd, zoals formulieren, brochures, klachtenrapportages, enquÍtes en klanttevredenheidsonderzoeken;
2. UWV stelt de cliŽntenraad in de gelegenheid advies uit te brengen over het uitvoeringsbeleid en de uitvoeringspraktijk. Indien UWV de cliŽntenraad advies vraagt, wordt het advies binnen vier weken uitgebracht. De cliŽntenraad kan het uitbrengen van een advies voor vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan. Ten minste de navolgende zaken komen in het overleg tussen de cliŽntenraad en UWV aan de orde:
a. klachtenprocedures;
b. de regeling cliŽntenparticipatie UWV;
c. privacyreglement;
d. informatie- en voorlichtingsbeleid;
e. belangrijke beleidsbeslissingen en beleidswijzigingen die van invloed zijn op de dienstverlening aan en de positie van de cliŽnt van UWV;
f. inkoopbeleid re-integratie;
3. alle adviezen, informatieverzoeken en verbetervoorstellen worden door de cliŽntenraad schriftelijk verstrekt en door UWV beoordeeld. UWV verzorgt binnen vier weken een schriftelijke met redenen omklede reactie. UWV kan deze termijn voor vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.

 

Art. 5. Instellen commissie
-1. Een cliŽntenraad heeft de bevoegdheid om in overleg met UWV commissies in het leven te roepen die de raad adviseren. Deze commissies kunnen worden ingesteld op structurele of ad-hocbasis. In deze commissies kunnen ook externe deskundigen zitting hebben.
-2. De cliŽntenraad wijst een lid van de commissie, tevens lid van de cliŽntenraad, aan die belast is met de voortgang van die commissie en die als contactpersoon fungeert richting de cliŽntenraad.

 

Art. 6. Centrale cliŽntenraad
-1. Er is een centrale cliŽntenraad op het niveau van de Raad van bestuur, bestaande uit zestien leden, waarvan elf leden een uitkering ontvangen van UWV en vijf leden als werkzoekende zijn ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en geen of niet langer een uitkering van UWV ontvangen.
-2. Als gesprekspartners van deze cliŽntenraad treden op een lid van de Raad van bestuur, de directeur Klant & Service en ťťn of meer beslissingsbevoegden van UWV. De werking hiervan wordt de eerste twee jaar na inwerkingtreding van deze regeling elk kwartaal geŽvalueerd, daarna eenmaal per jaar.
-3. De te behandelen thematiek is afgestemd op zaken waarvoor door de Raad van bestuur beslissingen kunnen worden genomen en betreft in ieder geval:
a. meerjarig beleidskader, jaarplannen en jaarverslagen;
b. verantwoordingsresultaten;
c. besluiten ter vaststelling van beleidsregels die op cliŽntaangelegenheden betrekking hebben;
d. andere beleidsvoorstellen die naar het oordeel van de Raad van bestuur of de centrale cliŽntenraad belangrijke maatschappelijke consequenties hebben of principieel van aard zijn.
e. monitoring en evaluatie van algemeen functioneren (structuur) cliŽntenparticipatie.
-4. De cliŽntenraad overlegt minimaal vier keer per jaar met UWV.

 

Art. 7. Decentrale cliŽntenparticipatie
-1. Per district is er een cliŽntenraad op niveau van het management van dat district, bestaande uit zestien leden, waarvan elf leden een uitkering ontvangen van UWV en vijf leden als werkzoekende zijn ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en geen of niet langer een uitkering van UWV ontvangen.
-2. Als gesprekspartner van deze cliŽntenraad treedt op de districtsmanager Klant & Service en ťťn of meer districtsmanagers van andere onderdelen van UWV. De werking hiervan wordt de eerste twee jaar na inwerkingtreding van deze regeling elk kwartaal geŽvalueerd, daarna eenmaal per jaar.
-3. De te behandelen thematiek is afgestemd op zaken waarvoor op districtsniveau beslissingen kunnen worden genomen en betreft in ieder geval:
a. persoonlijke dienstverlening (omgang met de cliŽnt);
b. toegankelijkheid, bereikbaarheid, contact met UWV-functionaris;
c. informatievoorziening;
d. uitvoeringsprocedures;
e. uitkomsten klanttevredenheidsonderzoeken;
f. klachtenrapportages en -analyse;
g. dienstverlening op werkpleinniveau.
-4. De cliŽntenraad overlegt minimaal vier keer per jaar met UWV.
-5. De cliŽntenraad kan in overleg met UWV instrumenten toepassen voor het verkrijgen van cliŽntsignalen vanuit de uitvoeringspraktijk in de lokale vestigingen (werkpleinen). Instrumenten die met instemming van UWV worden toegepast, worden door UWV gefaciliteerd.
-6. De cliŽntenraad is bevoegd deel te nemen aan overlegvormen op het gebied van cliŽntenparticipatie op de lokale vestigingen (werkpleinen). Op cliŽntenraadsleden die deelnemen aan deze overlegvormen is de Regeling onkosten- en reiskostenvergoeding, die als bijlage bij deze regeling is opgenomen, onverkort van toepassing.

 

Art. 8. Voordracht, benoeming en zittingsduur van de leden
-1. Kandidaten voor het lidmaatschap van een cliŽntenraad worden voorgedragen door de belangenorganisaties in onderling overleg, met inachtneming van de verdeling naar klantgroep, genoemd in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid.
-2. De door de belangenorganisaties voorgedragen cliŽnten worden als leden van de afzonderlijke raden door UWV benoemd voor een periode van drie jaar. Benoemingen kunnen eenmalig met eenzelfde periode (van drie jaar) verlengd worden.
-3. UWV kan bij ontstentenis van ťťn of meer in het eerste lid bedoelde voordrachten na zes maanden nadat bekend is geworden dat een zetel vacant komt, besluiten dat de vacante zetel wordt vervuld op bindende voordracht van de betrokken cliŽntenraad.
-4. Werving van de in het vorige lid bedoelde leden vindt plaats via dagbladadvertenties en het internet. Selectie vindt plaats door een door de betrokken cliŽntenraad uit zijn midden aangewezen selectiecommissie.
-5. De leden van de cliŽntenraad kiezen uit hun midden een voorzitter, een secretaris en een plaatsvervangend voorzitter voor de duur van ťťn jaar. Zij zijn na afloop van deze periode herkiesbaar.
-6. De plaatsvervangend voorzitter fungeert alleen als voorzitter bij afwezigheid van de voorzitter.
-7. De cliŽntenraad kan de voorzitter, diens plaatsvervanger of de secretaris uit zijn functie ontslaan met dien verstande dat een besluit daartoe de instemming behoeft van twee derde deel van de leden van de cliŽntenraad. Een dergelijk besluit heeft geen gevolgen voor het lidmaatschap van de cliŽntenraad. Het voornemen tot ontslag uit een functie dient te worden geagendeerd en wordt ten minste veertien dagen vůůr aanvang van de vergadering aan de cliŽntenraad bekendgemaakt.
-8. Tenzij de voorzitter of de cliŽntenraad anders besluit, treedt de voorzitter op als woordvoerder van de cliŽntenraad.

 

Art. 9. Vervanging
-1. Een lid van een cliŽntenraad wordt tussentijds door de Raad van bestuur vervangen:
a. wegens overlijden;
b. op eigen verzoek;
c. op verzoek van de meerderheid van de leden van de betreffende cliŽntenraad op grond van het oordeel dat de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliŽntenraad door toedoen van het lid wordt belemmerd;
d. wegens een al dan niet door overmacht veroorzaakt verzuim van de helft of meer van de vergaderingen van de cliŽntenraad op jaarbasis;
e. op een met reden omkleed verzoek van de organisatie die het lid voor benoeming had voorgedragen;
f. indien het lid de status van cliŽnt verliest.
-2. Benoeming wegens een tussentijdse vervanging vindt met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 plaats.
-3. Vervanging vanwege de in onderdeel c of d van het eerste lid genoemde redenen vindt niet eerder plaats dan na overleg met de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen en dan na hoor en wederhoor door of namens de Raad van bestuur.
-4. Bij voorzien langdurig verzuim van een cliŽntenraadslid kan de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen, na overleg met UWV voor de duur van het verzuim een vervangend lid afvaardigen. De bepalingen in deze regeling met betrekking tot de facilitering en vergoedingen van de (leden van een) cliŽntenraad zijn eveneens van toepassing op vervangende leden.

 

Art. 10. Voordracht landelijke cliŽntenraad
-1. De centrale cliŽntenraad benoemt uit zijn midden drie leden die namens de centrale cliŽntenraad voor een periode van drie jaar zitting nemen in de Landelijke CliŽntenraad als bedoeld in artikel 8 van de Wet SUWI.
-2. Indien het lid niet langer lid is van de centrale cliŽntenraad, eindigt ook zijn lidmaatschap van de Landelijke CliŽntenraad.

 

Art. 11. Vergaderreglement
Voor een goed verloop van het vergaderproces van cliŽntenraden wordt een vergaderreglement opgesteld in overleg met de centrale cliŽntenraad. In het vergaderreglement wordt ten minste aandacht besteed aan:
a. de leiding van de vergadering;
b. de totstandkoming van de agenda en de verslaglegging
c. de verplichting tot het bijeenroepen van een vergadering op verzoek van UWV of een meerderheid van de leden van de cliŽntenraad;
d. het besluitvormingsproces in de vergaderingen.

 

Art. 12. Facilitering
-1. UWV draagt er zorg voor dat de raden, via het onderdeel CliŽntenparticipatie, in de vorm van een adviseur cliŽntenparticipatie adequaat worden ondersteund.
-2. UWV zorgt voor een vergaderaccommodatie en daarbij behorende aanvullende voorzieningen.
-3. De adviseur cliŽntenparticipatie treedt op als intermediair tussen cliŽntenraad en UWV. Verzoeken om informatie, signalen, antwoorden op vragen, voorstellen, adviezen en dergelijke lopen via de adviseur cliŽntenparticipatie. De raadssecretaris van de cliŽntenraad bewaakt de afhandeling ervan.
-4. UWV draagt er zorg voor dat de leden van de cliŽntenraad scholing ontvangen teneinde hun taken te kunnen uitvoeren. De inhoud van de scholing wordt bepaald in overleg met de cliŽntenraad en behelst in elk geval:
a. de hoofdlijnen van en relevante ontwikkelingen in de sociale zekerheid;
b. de UWV-organisatie;
c. trainingen op het terrein van onder andere onderhandelingsvaardigheden, vergadertechniek en voorzitterschap.

 

Art. 13. Vergoedingen
De leden van de cliŽntenraad hebben recht op een door UWV vast te stellen onkostenvergoeding en een vergoeding voor reis- en verblijfskosten. UWV stelt hiertoe een Regeling onkosten- en reiskostenvergoeding cliŽntenraadsleden UWV op.

 

Art. 14. Garantstelling leden
UWV draagt er zorg voor dat cliŽnten die lid zijn of waren van een cliŽntenraad uit hoofde van hun lidmaatschap op geen enkele wijze worden benadeeld ten aanzien van de uitkering, de voorziening of de ondersteuning bij het vinden van werk die zij ontvangen van UWV en dat zij correct worden bejegend door medewerkers van UWV.

 

Art. 15. Geschillen betreffende dit reglement
Geschillen voortkomend uit de interpretatie van deze regeling worden aan de centrale cliŽntenraad voorgelegd. Indien nodig worden geschillen geregeld in overleg tussen de Raad van bestuur en de centrale cliŽntenraad.

 

Art. 16. Overgangs- en slotbepalingen
-1. De Regeling cliŽntenparticipatie UWV van 15 november 2002 wordt ingetrokken.
-2. De op grond van de in het vorige lid bedoelde regeling ingestelde cliŽntenraden worden opgeheven en vervangen door cliŽntenraden waarvan de leden worden benoemd overeenkomstig artikel 8, met dien verstande dat:
a. de leden van de centrale cliŽntenraad per 1 januari 2009 door de gezamenlijke belangenorganisaties in onderling overleg zoveel mogelijk worden geworven en geselecteerd uit de voormalige leden van de Centrale CliŽntenraad UWV, de Centrale CliŽntenraad CWI, de Landelijke CliŽntenraad AG en de Landelijke CliŽntenraad WW;
b. de leden van de cliŽntenraden op districtsniveau per 1 januari 2009 door de gezamenlijke belangenorganisaties in onderling overleg zoveel mogelijk worden geworven en geselecteerd uit de voormalige leden van de regionale cliŽntenraden AG en WW en de regionale cliŽntenraden CWI;
c. voormalige raadsleden die op 31 december 2008 geen cliŽnt meer zijn, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen;
d. voormalige raadsleden van wie op 31 december 2008 duidelijk is dat zij binnen een halfjaar na 1 januari 2009 hun status van cliŽnt zullen verliezen, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen;
e. de zittingstermijn van voormalige raadsleden die per 1 januari 2009 worden benoemd drie jaar na hun oorspronkelijke (her)benoeming in de "oude" cliŽntenraad eindigt. Herbenoeming na die termijn is slechts mogelijk als van het betreffende raadslid op 1 januari 2009 zijn eerste zittingstermijn nog niet was verstreken;
f. voormalige cliŽntenraadsleden die op 31 december 2008 zes jaar of langer cliŽntenraadslid zijn geweest, dan wel die status binnen een halfjaar na 1 januari 2009 bereiken, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen.
-3. UWV maakt het bestaan van een structuur van cliŽntenparticipatie bekend bij de cliŽnten van UWV en de belangenorganisaties. Daarnaast zorgt UWV voor bekendmaking van de regeling.
-4. Elke cliŽntenraad evalueert jaarlijks tezamen met UWV het functioneren van de raad, alsmede de wijze waarop door de raad aan cliŽntenparticipatie in het algemeen invulling wordt gegeven. Indien er op basis van deze evaluatieronde reden is de regeling aan te passen, dan wordt hiertoe door UWV besloten na overleg met de centrale cliŽntenraad.
-5. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist UWV in goed overleg met de centrale cliŽntenraad.

 

Art. 17. Inwerkingtreding van de regeling
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2009. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2008, treedt dit besluit in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2009.

 

Art. 18. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling cliŽntenparticipatie UWV 2009.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 23 december 2008.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

BIJLAGE

Regeling onkosten- en reiskostenvergoeding cliŽntenraadsleden UWV

 

Art. 1. Vergoeding kosten op declaratiebasis
-1. UWV vergoedt de in verband met het bijwonen van een bijeenkomst van de cliŽntenraad gemaakte reis- en onkosten. Voorwaarde voor de vergoeding van reiskosten is het daadwerkelijk bijwonen van de vergadering van de betreffende raad. Hiertoe zal een presentielijst worden bijgehouden. Vergoeding vindt uitsluitend plaats op declaratiebasis.
-2. Vergoeding van kosten als bedoeld in eerste lid vindt plaats aan de hand van het formulier "Onkostendeclaratie cliŽntenraden UWV", dat verkrijgbaar is bij de adviseur cliŽntenparticipatie van UWV.

 

Art. 2. Bewijs van aanwezigheid
-1. De presentielijst van de betreffende vergadering strekt tot uitsluitend bewijs dat een lid de vergadering heeft bijgewoond.
-2. Indien daartoe naar zijn oordeel aanleiding bestaat, kan UWV bepaalde bijeenkomsten en overleggen met vergaderingen gelijkstellen.

 

Art. 3. Reis- en onkosten
Een volledig overzicht van de te vergoeden onkosten Ļ en de voorwaarden voor vergoeding staan in het schema aan het slot van deze regeling.

1. Eventuele kosten als gevolg van verlet komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat UWV in dit geval een werkgevershouding in moet nemen.

 

Art. 4. Wijze van declareren
-1. Declaraties zonder de gevraagde bewijsstukken of waarop de handtekening van de declarant ontbreekt, worden niet in behandeling genomen en aan de indiener geretourneerd. Pin-bonnen worden niet als bewijsstuk beschouwd.
-2. Alleen declaratieformulieren die door UWV beschikbaar zijn gesteld, worden geaccepteerd.
-3. De declaraties dienen te zijn gedateerd en persoonlijk ondertekend, anders worden ze niet in behandeling genomen.
-4. Declaraties worden na afloop van elke maand ingediend bij de adviseur cliŽntenparticipatie.
-5. In bijzondere gevallen kan UWV beslissen dat van de hiervoor geschetste wijze van declareren kan worden afgeweken.

 

Art. 5. Uitbetaling
Declaraties die binnen vijf dagen na afloop van de maand zijn ingediend bij de adviseur cliŽntenparticipatie worden uitbetaald in dezelfde maand waarin ze zijn ingediend.

 

Kostensoort Vergoedingenspecificatie Bewijsstukken
Reiskosten Openbaar vervoer:
- Werkelijke kosten OV 2e klasse.
- Werkelijke kosten OV 1e klasse voor raadsleden voor wie het reizen met OV 2e klasse bezwaarlijk is (op basis van verklaring behandelend arts).
Overlegging originele vervoersbewijzen (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier). Kopie strippenkaart alleen toegestaan als slechts een deel van de strippenkaart wordt gedeclareerd.
  Eigen auto:
- Ä|0,28 per kilometer.
- Parkeren, tunnels, poorten en tolpunten.
- Voorgeschreven declaratieformulier.
- Overlegging originele bewijsstukken (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
  Taxikosten:
- Vergoeding van werkelijke kosten aan raadsleden voor wie het reizen met het openbaar vervoer bezwaarlijk is (op basis van verklaring behandelend arts).
Overlegging originele bewijsstukken (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
Kosten van consumpties of maaltijd Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie. Maaltijden alleen voor raadsleden die kunnen aantonen dat gelet op deelname aan vergadering of bijeenkomst niet thuis kan worden gegeten. Overlegging originele bewijsstukken (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
Portikosten Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie. Overlegging specificatie (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
Kopieerkosten Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie. Overlegging specificatie (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
Telefoonkosten Vaste vergoeding per tijdseenheid (onderscheid in lokaal en interlokaal) Overlegging gespecificeerde factuur (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
Kosten van internetaansluiting 50% van de werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie. Overlegging gespecificeerde factuur (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
Kosten van incidentele kinderopvang Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie. Overlegging gespecificeerde factuur met vermelding van data en tijdstippen (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
Kosten van kleine verbruikbare kantoorbenodigdheden, zoals schrijfmaterialen, papier, inkt. Hieronder worden niet verstaan niet-verbruikbare kantoorbenodigdheden zoals perforators, nietmachines, computers e.d.). Vergoeding van kosten die uitsluitend zijn toe te rekenen aan het raadslidmaatschap. Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie. Overlegging originele bewijsstukken (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).

 

 

 

TOELICHTING
[23 december 2008]

 

Algemeen

 

     Deze regeling vervangt het Besluit regeling cliŽntenparticipatie uit 2002 [lees: de Regeling cliŽntenparticipatie UWV uit 2002, red.]. De noodzaak voor aanpassing van deze regeling vindt primair zijn oorzaak in de fusie tussen CWI [Centrale organisatie werk en inkomen, red.] en UWV per 1 januari 2009 en in aanpassingen in besturingsstructuur binnen UWV volgens de principes van het programma De Vernieuwing. De wijzigingen in de structuur UWV leiden tot een wijziging in de structuur van cliŽntenparticipatie. Deze regeling beoogt daarin te voorzien.
     In de Wet SUWI is in artikel 7 voor UWV de verplichting opgenomen om zowel op centraal niveau als op decentraal niveau een regeling vast te stellen die gericht is op de realisatie en vormgeving van adequate cliŽntenparticipatie bij de uitvoering van de socialeverzekeringswetten door UWV.
     Participatie van cliŽnten bij de uitvoering van de socialeverzekeringswetten betekent dat cliŽnten binnen te stellen kaders hun stem kunnen laten horen over en hun invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering en (de kwaliteit van) de dienstverlening door UWV. UWV vindt de inbreng van cliŽnten belangrijk om inzicht in het functioneren van de eigen organisatie te verkrijgen en de dienstverlening waar nodig te verbeteren. In de dialoog tussen UWV en cliŽnten(raden) zal aldus een duidelijke meerwaarde voor de kwaliteit van de dienstverlening door UWV ontstaan.
     Deze regeling behelst een werkwijze om te komen tot een gestructureerde vorm van cliŽntenparticipatie door de inrichting van cliŽntenraden op centraal en districtsniveau. Wie over de cliŽntenraad spreekt, spreekt over inspraak en betrokkenheid van cliŽnten in respectievelijk bij de uitvoering van de sociale zekerheid.
     De cliŽntenraad heeft tot doel door middel van het geven van adviezen, het afgeven van signalen en het doen van verbetervoorstellen, via het inbrengen van de positie en zienswijze van de cliŽnt, een bijdrage te leveren aan (de kwaliteit van) de uitvoering en dienstverlening door UWV ten aanzien van de door UWV uitgevoerde wettelijke regelingen.
     De regeling strekt ertoe afspraken tussen partijen vast te leggen met betrekking tot de uitvoering van de cliŽntenparticipatie op zowel centraal als decentraal niveau en geeft het kader aan waarbinnen de inrichting van de cliŽntenraden wordt vormgegeven. Deze regeling is tot stand gekomen in overleg met de centrale cliŽntenraad UWV.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1. Definitie

     Anders dan in de definitie van "cliŽntenraad" staat aangegeven, kan voor de doelgroep verstandelijk gehandicapten een vertegenwoordiger zitting hebben in de raad.
     Voor de volledigheid zij vermeld dat de onder het begrip "cliŽnt" aangegeven persoon ook kan wonen in het buitenland.

 

Artikel 3. Taak cliŽntenraad

     Onder uitvoeringsbeleid en uitvoeringspraktijk worden in ieder geval verstaan de bejegening van cliŽnten, de schriftelijke en mondelinge informatievoorziening, het serviceniveau, de bereikbaarheid, wachttijden, privacybescherming, (klachten)procedures en cliŽntenparticipatie.

 

Artikel 4. Bevoegdheden


Adviesrecht

     De regeling kent de mogelijkheid dat UWV de cliŽntenraad om advies vraagt. In dat geval is het uitbrengen van het advies aan een termijn gebonden. Gekozen is voor een termijn van vier weken met een eenmalige mogelijkheid tot verlenging van vier weken. Eenzelfde termijn geldt voor UWV als het gaat om een reactie op van de cliŽntenraad afkomstige adviezen, informatieverzoeken en verbetervoorstellen.
     In uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld klanttevredenheidsonderzoeken) kan van de in de regeling genoemde termijn afgeweken worden.
     De cliŽntenraden hebben geen zelfstandig onderzoeksrecht en ook niet de mogelijkheid om externe deskundigen in te schakelen. Wel kunnen de cliŽntenraden beargumenteerd hun onderzoekswensen aan UWV kenbaar maken, opdat hiermee in het onderzoeksprogramma UWV rekening kan worden gehouden. Daarnaast wordt de cliŽntenraad tijdig betrokken bij de voorbereiding van zaken als enquÍtes en klanttevredenheidsonderzoeken.

 

Artikel 5. Instellen commissies

     Een commissie kan zowel op centraal als districtsniveau worden ingesteld. De inrichting van een commissie op districtsniveau wordt eerst op centraal niveau aan de orde gesteld; dit om te voorkomen dat meerdere commissies zich met eenzelfde onderwerp gaan bezighouden, dan wel op het betreffende gebied reeds eerder onderzoek is gedaan en resultaten reeds voorhanden zijn.
     Het instellen van commissies moet gericht zijn op het versterken van de adviesfunctie van de cliŽntenraad of het verlagen van de werkdruk van de raad. De ingestelde commissies rapporteren aan de cliŽntenraad die de commissie heeft ingesteld. Voor een beperkt aantal onderdelen kan het nodig zijn structureel of ad hoc in commissies te voorzien. Het kan overigens niet zo zijn dat deze commissies het werk van de raden "overnemen" respectievelijk aanvullend een rol gaan spelen waar ander instrumentarium (bijvoorbeeld monitoring) de benodigde informatie voor een raad kan leveren.
     Ingestelde commissies kunnen desgewenst met de voor dat onderwerp of onderdeel beleidsverantwoordelijke functionarissen overleg voeren.
     Met instemming van UWV ingestelde commissies worden facilitair ondersteund volgens de bepalingen van artikel 12.

 

Artikelen 6 en 7. Inrichting, samenstelling van de cliŽntenraden

     De inrichting en samenstelling van de cliŽntenraad volgt de organisatiestructuur van UWV. CliŽntenparticipatie wordt op twee niveaus ingericht, te weten op (strategisch) bestuursniveau en op (tactisch en operationeel) districtsniveau.
     Het onderdeel CliŽntenparticipatie is op elk niveau in elke raad vertegenwoordigd als ondersteuning van het overleg en de overlegpartijen.


1. Centrale cliŽntenraad

     De Wet SUWI regelt in artikel 7 de inrichting respectievelijk het hebben van een cliŽntenraad op centraal niveau voor elk afzonderlijk bestuursorgaan. Drie leden uit deze raad worden afgevaardigd naar de Landelijke CliŽntenraad als bedoeld in artikel 8 van de Wet SUWI. Ook worden drie plaatsvervangende leden aangewezen.


2. Decentrale raad op districtsniveau

     Voor wat betreft de decentrale cliŽntenparticipatie is ervoor gekozen om per district een cliŽntenraad in te stellen. Deze districtsraden worden in de gelegenheid gesteld voeling te houden met de dienstverlening en vormen van cliŽntenparticipatie op de werkpleinen. De raden kunnen - in overleg met UWV - aangeven welke instrumenten gewenst zijn om zich op de hoogte te stellen van signalen uit die uitvoeringspraktijk op de werkpleinen. Deze instrumenten kunnen per werkplein verschillen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan cliŽntenpanels of klankbordgroepen, onderzoek en enquÍtes.
     Of en op welke wijze een raad ook zelf direct overleg wil voeren met het management op het werkplein (hetzij voltallig, hetzij via een linking-pinprincipe), is ter beoordeling van de raad.


Zetelverdeling

     Afvaardigende belangenorganisaties bepalen in onderling overleg voor hoeveel zetels elke organisatie kandidaten voor de cliŽntenraad voordraagt. Daarbij geldt de voorwaarde dat van elke cliŽntenraad elf leden behoren tot de klantgroep die een uitkering ontvangt en vijf leden als werkzoekende cliŽnt zijn bij het WERKbedrijf en geen of niet langer een uitkering ontvangen van UWV
     Bij de inwerkingtreding van deze regeling zijn de volgende belangenorganisaties in de gelegenheid gesteld kandidaten voor te dragen: FNV Vakcentrale, CNV Vakcentrale, Vakcentrale voor Middengroepen en Hoger Personeel, Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten, Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland, Landelijk Platform GGz, Platform VG, Samenwerkingsverbanden van het Landelijk Overleg Minderheden en Landelijk overleg cliŽntenraden Sociale Zekerheid. In overleg tussen voornoemde belangenorganisaties en UWV kunnen ook andere belangenorganisaties kandidaten voordragen.

 

Artikel 8. Voordracht, benoeming en zittingsduur van de leden

     De voordragende belangenorganisaties dragen zorg voor een goed contact (door middel van bijvoorbeeld signalering via helpdesks, themabijeenkomsten, meldweken en terugkoppeling) tussen de door hen afgevaardigde persoon/personen en de achterban van de betreffende organisatie. De groep ongeorganiseerden wordt in dit contact betrokken. Met betrekking tot de informatievoorziening aan de voordragende belangenorganisaties worden met UWV afspraken gemaakt.

 

Artikel 12. Facilitering

     De Wet SUWI verplicht UWV tot overleg met cliŽnten over de dienstverlening. De verantwoordelijkheid (en het initiatief) voor dit overleg ligt dus bij UWV. UWV is de "gastheer" en nodigt de raad uit tot overleg en faciliteert de raad in zijn werkzaamheden. Deze verantwoordelijkheid ligt op centraal niveau bij de Raad van bestuur en op decentraal niveau bij de districtsmanager van het bedrijfsonderdeel Klant & Service. De verantwoordelijkheid voor de inhoud en het inregelen van het overleg met de cliŽntenraad inclusief het faciliteren en ondersteunen van dat overleg ligt dus bij de betreffende overlegpartner.
     De cliŽntenraden hebben daarnaast de mogelijkheid onderling te vergaderen ter voorbereiding van het overleg met UWV of in verband met hun adviserende taak. De organisatie van deze raadeigen vergaderingen (voorbereiden, verslaglegging) is een eigen verantwoordelijkheid van de raad, i.c. de voorzitter en raadsecretaris. UWV stelt hiervoor vergaderfaciliteiten beschikbaar.
     De raad wordt in zijn werk ondersteund door een adviseur cliŽntenparticipatie van UWV. Deze adviseur heeft onder meer de volgende taken:
- coŲrdineren van het proces cliŽntenparticipatie in zijn werkgebied;
- vervullen van een intermediairrol tussen de cliŽntenraad en UWV;
- adviseren van de cliŽntenraad bij het opstellen van verbetervoorstellen en adviezen aan de overlegpartner;
- adviseren van de overlegpartner over de kwaliteit en actualiteit van de informatieverstrekking vanuit UWV aan de cliŽntenraad;
- adviseren bij het opstellen van de agenda voor het overleg tussen cliŽntenraad en overlegpartner;
- begeleiden, coachen en stimuleren van de raadsleden bij het opstellen en uitvoeren van activiteiten en processen in en rondom de cliŽntenraden;
- zorgen voor de informatieverstrekking aan de raden;
- onderhouden van een adequaat netwerk ten behoeve van de cliŽntenparticipatie in zijn werkgebied.
     Eťn adviseur cliŽntenparticipatie zal ťťn of twee raden bedienen.


Taakverdeling

     In onderstaande schemaís is op hoofdlijnen de concrete taakverdeling tussen de verschillende spelers aangegeven. De opsomming van activiteiten is niet limitatief, maar bedoeld om een beeld te geven van de verschillende functies en hun concrete taken.


Activiteiten rond vergaderingen
 

Activiteiten
x
Overleg tussen cliŽntenraad en UWV CliŽntenraadsvergaderingen
x
Opstellen agenda Agendacommissie, ten minste bestaande uit overlegpartner, voorzitter cliŽntenraad, adviseur cliŽntenparticipatie, raadssecretaris Agendacommissie, ten minste bestaande uit voorzitter cliŽntenraad, raadssecretaris, adviseur cliŽntenparticipatie
Versturen agenda Secretariaat overlegpartner in samenwerking met adviseur cliŽntenparticipatie Raadssecretaris in samenwerking met adviseur cliŽntenparticipatie
Voorzitten vergadering Voorzitter cliŽntenraad of overlegpartner, in onderling overleg te bepalen Voorzitter cliŽntenraad
Maken besluiten-/actielijst Secretariaat overlegpartner Raadssecretaris
Bewaken actiepunten Overlegpartner Raadssecretaris
Bijhouden presentielijst Adviseur cliŽntenparticipatie Adviseur cliŽntenparticipatie

 

Overige activiteiten (niet limitatief)

- Opstellen brieven en adviezen: raadssecretaris in samenwerking met voorzitter cliŽntenraad en adviseur cliŽntenparticipatie.
- Inventariseren en verwerken binnengekomen signalen: raadssecretaris in samenwerking met voorzitter cliŽntenraad en adviseur cliŽntenparticipatie


Scholing en onkosten

     UWV zorgt tevens voor deskundigheidsbevordering en scholing van raadsleden en vergoeding van door raadsleden gemaakte kosten.

 

Artikel 14. Garantstelling leden

     Voor een groei naar volwaardige participatie van cliŽnten moeten afgevaardigden vrijuit kunnen optreden in de cliŽntenraad. In de leidraad (of overeenkomstige richtlijnen) voor medewerkers van UWV zal de bepaling worden opgenomen dat leden of gewezen leden van een cliŽntenraad op geen enkele wijze benadeeld worden ten aanzien van de uitkering, de voorziening of de ondersteuning bij het vinden van werk die zij ontvangen van UWV en dat zij correct bejegend worden door medewerkers van UWV. Daarbij wordt expliciet de toekenning van voorzieningen, de mate van arbeidsgeschiktheid en de frequentie van het oproepen voor herkeuringen benoemd. Informatie over leden van een cliŽntenraad wordt zonder toestemming van betrokkenen niet beschikbaar gesteld aan UWV-medewerkers waarvan leden voor uitkeringsverstrekking afhankelijk zijn.
     Leden van een cliŽntenraad krijgen bij aanvang lidmaatschap van een raad een brief van UWV waarin de garantie is opgenomen dat zij door UWV uit hoofde van hun lidmaatschap op geen enkele wijze zullen worden benadeeld ten aanzien van de uitkering, de voorziening of de ondersteuning bij het vinden van werk die zij ontvangen van UWV en dat zij correct zullen worden bejegend door medewerkers van UWV. Klachten over of knelpunten met betrekking tot de naleving van dit beschermingsartikel worden langs de weg van de klachtenprocedure, via de adviseur cliŽntenparticipatie, eerst bij de verantwoordelijke directie aan de orde gesteld. Wanneer dit voor het lid niet tot een bevredigende oplossing leidt, wordt de lijn zoals aangegeven in artikel 15 ingezet.

 

Artikel 16. Overgangs- en slotbepalingen

     Tussen de belangenorganisaties en UWV is afgesproken na inwerkingtreding van de regeling overleg te blijven voeren en de (gevolgen voor de) structuur van cliŽntenparticipatie te blijven volgen.

 

Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x