Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 30 juni 2012

 

REGELING  OVERLEG  RWI  MET  LCR

Vervallen
m.i.v. 1 juli 2012
(art. IV, onderdeel D, Wet van 21 mei 2012, Stb. 2012, 224)

 
 

3 januari 2005, Stcrt. 2005, 104
Inwerkingtreding: 4 juni 2005
(T.a.v. art. 17:3 Wet SUWI)

 

 

 

 
     De Raad voor werk en inkomen;
     Gelet op artikel 17, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. de Raad/de RWI: de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 3 van de wet;
c. de LCR: de Landelijke CliŽntenraad, genoemd in artikel 12 van de wet;
d. de cliŽnt: de natuurlijke of rechtspersoon die kan worden beschouwd als eindgebruiker van een dienst, voorziening of regeling waarover door de RWI een voorstel wordt gedaan op grond van artikel 17, eerste lid, van de wet;
e. overleg: het in deze regeling vastgestelde overleg tussen de RWI en LCR.

 

Art. 2. Doelstelling van de regeling
Met de invulling van een overleg met de LCR beoogt de RWI meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van zijn voorstellen. Het overleg heeft hierin een taak door toetsing van de effectiviteit van de voorstellen, signalering, advisering en het doen van voorstellen tot verbetering vanuit de positie van de cliŽnt en diens belang of zienswijze.

 

Art. 3. Samenstelling
-1. Het overleg is samengesteld uit een vertegenwoordiging van de LCR en minimaal drie (plaatsvervangende) leden van de Raad, namelijk minimaal ťťn uit elk der geledingen.
-2. Ieder overleg staat onder voorzitterschap van de voorzitter van de RWI.
-3. De deelnemers verrichten hun werkzaamheden zonder last, maar voeren waar nodig wel ruggespraak met hun achterban.

 

Art. 4. Bijeenkomsten
-1. Het overleg vindt ten minste twee keer per jaar plaats. In ieder geval zal in het voorjaar, voorafgaand aan de bespreking en vaststelling van de jaarplannen door LCR en RWI, overleg worden gevoerd. Het tweede overleg zal zoveel mogelijk in het najaar worden gehouden.
-2. Indien daartoe aanleiding is, kan op elk ander moment aanvullend overleg worden gevoerd.
-3. Het overleg zal plaatsvinden op een door de RWI in samenspraak met de LCR nader te bepalen plaats en tijdstip. De RWI draagt de kosten van de vergaderaccommodatie.

 

Art. 5. Secretariaat
-1. De RWI verzorgt het secretariaat van het overleg.
-2. Het secretariaat stelt, in overleg met de voorzitter, voor iedere bijeenkomst een agenda op. Zowel de Raad als de LCR kunnen onderwerpen voor de agenda aandragen.
-3. Het secretariaat maakt de agenda bekend aan de deelnemers van het overleg. Behoudens in spoedeisende gevallen verstuurt hij of zij de uitnodiging, agenda en bijbehorende stukken ten minste zeven dagen voordat de bijeenkomst plaatsvindt.
-4. Van ieder overleg wordt een verslag gemaakt.

 

Art. 6. Bevoegdheden van het overleg
-1. Het vaste overleg dient om de plannen voor het komende jaar van RWI en LCR op elkaar af te stemmen.
-2. Dat betreft onderwerpen die de RWI wil oppakken en waar het belang van cliŽnten in het geding is en onderwerpen die de LCR wil oppakken die voor de RWI relevant zijn.
-3. Tevens kunnen in het overleg onderzoeksvoornemens op elkaar worden afgestemd.
-4. In overleg kunnen RWI-adviezen worden besproken. De LCR heeft daarbij een toetsende, signalerende en adviserende rol.

 

Art. 7. Geheimhoudingsverplichting
De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht van datgene dat hen vertrouwelijk ter inzage is gegeven of meegedeeld en van hetgeen waarvan zij het vertrouwelijke karakter kunnen of redelijkerwijs moeten vermoeden.

 

Art. 8. Evaluatie
In het overleg wordt het functioneren van het overleg en de wijze waarop aan de regeling in het algemeen invulling is gegeven jaarlijks geŽvalueerd. Als er op basis van deze evaluatie reden is de regeling aan te passen, dan besluit de RWI hiertoe na overleg met de LCR.

 

Art. 9. Nadere regels
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de Raad na kennisneming van de zienswijze van het overleg.

 

Art. 10. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na publicatie in de Staatscourant.

 

Art. 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overleg RWI met LCR.

 

 

Den Haag, 3 januari 2005.
De voorzitter RWI
,
J.P.C.M. van Zijl.

 

 

 

TOELICHTING
[3 januari 2005]

 

Algemeen

 

     In deze regeling geeft de RWI aan hoe invulling wordt gegeven aan de in artikel 17 van de Wet SUWI opgenomen verplichting om personen of vertegenwoordigers van personen die als cliŽnt betrokken zijn bij de uitvoering van de volgende onderwerpen in de gelegenheid te stellen met hem te overleggen over door de Raad voorbereide voorstellen met betrekking tot arbeidsmarkt en reÔntegratiemarkt, met inbegrip van bevordering van de transparantie van de reÔntegratiemarkt. De RWI zal, indien hij voorstellen voorbereidt waarbij het belang van de cliŽnt in het geding is, in overleg treden met de LCR. Dat zal op verschillende momenten en niveaus plaatsvinden: op het niveau van beider secretariaten, tussen beider voorzitters en door middel van bestuurlijk overleg.
     Om overleg en afstemming te vergemakkelijken, zal in het voorjaar, voorafgaand aan de vaststelling door beider Raden van jaarplannen en begrotingen, bestuurlijk overleg plaatsvinden. Themakeuzes en onderzoeksvoornemens, de voorgenomen aanpak en fasering daarvan zullen onderwerp van overleg zijn, mede om overlappingen te voorkomen. Tevens zal besproken worden bij welke themaís betrokkenheid van LCR respectievelijk RWI wenselijk is.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Artikel 1 definieert de begrippen die voorkomen in de regeling.

 

Artikel 2

     De RWI benadrukt het belang van de inbreng van (vertegenwoordigers) van cliŽnten bij de uitvoering van zijn wettelijke taken, alsmede het belang om langs die weg inzicht te krijgen in de effectiviteit van zijn voorstellen en informatie te krijgen die gebruikt kan worden voor zijn voorstellen. Wel dient daarbij opgemerkt te worden dat de RWI vanuit zijn maatschappelijke functie ook voorstellen doet waarbij het belang van de cliŽnt wordt afgewogen tegen andere belangen.

 

Artikel 3

     De LCR vertegenwoordigt de zelforganisaties van cliŽnten op landelijk niveau, maar heeft ook een verbinding naar de regionale en landelijke cliŽntenraden van CWI [Centrale organisatie werk en inkomen, red.], UWV, SVB [Sociale verzekeringsbank, red.] en gemeenten. Hij is vooral bedoeld als gesprekspartner op het niveau van beleid (SZW [ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, red.], RWI).
     Namens de RWI nemen naast de voorzitter minimaal drie (plaatsvervangende) leden uit de Raad deel, waarvan minimaal ťťn lid van de vertegenwoordigers van werkgevers, ťťn lid van de vertegenwoordiging van werknemers en ťťn lid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

 

Artikel 4

     De mogelijkheid wordt open gehouden de LCR te raadplegen over in voorbereiding zijnde voorstellen van de RWI zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid [, van de Wet SUWI, red.].

 

Artikel 5

     Er wordt naar gestreefd de uitnodiging, agenda en stukken voor het overleg uiterlijk zeven dagen vůůr de bijeenkomst te versturen. In spoedeisende gevallen (bijvoorbeeld in het geval stukken die op het laatste moment zijn aangevuld of ingebracht) kan hiervan worden afgeweken.

 

Artikel 6

     In dit artikel wordt aard, doel en mogelijke onderwerpen van het overleg beschreven.

 

Artikel 7

     De geheimhoudingsplicht ten aanzien van vertrouwelijke stukken en mededelingen laat uiteraard de mogelijkheid van interne voorbereiding van het overleg onverlet.

 

Artikel 8

     In het overleg wordt het functioneren van het overleg geŽvalueerd. Voorgesteld wordt vooralsnog dit jaarlijks te doen. Indien hiertoe aanleiding is, kan de RWI de regeling aanpassen. Gedacht wordt aan de omstandigheid dat de regeling op bepaalde punten onduidelijkheden of lacunes blijkt te bevatten, hetgeen negatieve invloed heeft op het voeren van een goed overleg.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x