Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 30 juni 2012

 

REGELING  OVERLEG  RWI  MET  UWV

Vervallen
m.i.v. 1 juli 2012
(art. IV, onderdeel D, Wet van 21 mei 2012, Stb. 2012, 224)

 
 

24 november 2009, Stcrt. 2009, 18874
Inwerkingtreding: 4 juni 2005
(T.a.v. art. 17:5 Wet SUWI)

 

 

 

 
24 november 2009

     De Raad voor werk en inkomen;
     Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

     Besluit:






Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. de Raad/de RWI: de Raad voor werk en inkomen, genoemd in artikel 16 van de wet;
c. het UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in artikel 2 van de de wet;
d. overleg: het in deze regeling vastgestelde overleg tussen de RWI en het UWV.



Art. 2. Doelstelling van het bestuurlijk overleg
Met de invulling van een overleg met het UWV beoogt de RWI meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van zijn producten. Het overleg heeft hierin een taak door:
- informatie-uitwisseling over voornemens en activiteiten van beide organisaties;
- visie-uitwisseling over ontwikkelingen in het werkveld;
- visie-uitwisseling over RWI-producten op hoofdlijnen;
- het bewaken van de onderlinge samenwerking.
De afstemming over afzonderlijke RWI-producten verloopt in principe via bilaterale contacten tussen het UWV en de RWI.



Art. 3. Samenstelling
-1. Het overleg is samengesteld uit een bestuurlijke vertegenwoordiging van het UWV, de voorzitter van de RWI en minimaal drie (plaatsvervangende) leden van de Raad, namelijk minimaal één uit elk der geledingen. 
-2. Het overleg staat afwisselend onder voorzitterschap van de voorzitter van de RWI en de voorzitter van de Raad van bestuur van het UWV. 



Art. 4. Bijeenkomsten
-1. Het overleg vindt ten minste twee keer per jaar plaats, in principe steeds in het voorjaar en in het najaar. 
-2. Indien daartoe aanleiding is, kan op elk ander moment aanvullend overleg worden gevoerd. 
-3. Het overleg zal in principe afwisselend plaatsvinden bij de RWI en het UWV. De RWI en het UWV dragen ook afwisselend de kosten. 



Art. 5. Secretariaat
-1. De RWI verzorgt het secretariaat van het overleg. 
-2. Het secretariaat stelt, in overleg met de voorzitter, voor iedere bijeenkomst een agenda op. Zowel de RWI als het UWV kunnen onderwerpen voor de agenda aandragen. 
-3. Het secretariaat maakt de agenda bekend aan de deelnemers van het overleg. Behoudens in spoedeisende gevallen verstuurt het de uitnodiging, agenda en bijbehorende stukken ten minste zeven dagen voordat de bijeenkomst plaatsvindt. 
-4. Van ieder overleg wordt een verslag gemaakt. 



Art. 6. Geheimhoudingsverplichting 
De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht van datgene dat hen vertrouwelijk ter inzage is gegeven of meegedeeld en van hetgeen waarvan zij het vertrouwelijke karakter kunnen of redelijkerwijs moeten vermoeden. 



Art. 7. Evaluatie
In het overleg wordt het functioneren van het overleg en de wijze waarop aan de regeling in het algemeen invulling is gegeven jaarlijks geëvalueerd. Als er op basis van deze evaluatie reden is de regeling aan te passen, dan besluit de RWI hiertoe na overleg met het UWV



Art. 8. Nadere regels
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de Raad na kennisneming van de zienswijze van het overleg.



Art. 9. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na publicatie in de Staatscourant

1. Volgens de redactie dient "op de tweede dag na publicatie in de Staatscourant" te worden vervangen door: met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.



Art. 10. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overleg RWI met UWV.






Den Haag, 24 november 2009.
De voorzitter RWI,
P.J. Biesheuvel
.

 

 

 

TOELICHTING
[24 november 2009]

 

Algemeen

 

     In deze regeling geeft de RWI aan hoe invulling wordt gegeven aan de in artikel 17 van de Wet SUWI opgenomen verplichting om het UWV in de gelegenheid te stellen met hem te overleggen over door de RWI voorbereide producten met betrekking tot arbeidsmarkt en re-integratiemarkt, met inbegrip van bevordering van de transparantie van de re-integratiemarkt.
     Tot de producten van de RWI behoren voorstellen, handreikingen, analyses en onderzoeksrapporten. De RWI zal, indien hij producten voorbereidt waarbij het belang van het UWV in het geding is, in overleg treden met het UWV. Dat zal op verschillende momenten en niveaus plaatsvinden: op het niveau van beider secretariaten, tussen beider voorzitters en door middel van bestuurlijk overleg. De regeling beschrijft de wijze waarop het bestuurlijk overleg wordt vormgegeven. 

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Artikel 1 definieert de begrippen die voorkomen in de regeling.



Artikel 2

     De RWI benadrukt het belang van de inbreng van (vertegenwoordigers) van het UWV bij de uitvoering van zijn wettelijke taken, alsmede het belang om langs die weg inzicht te krijgen in de effectiviteit van zijn producten en informatie te krijgen die gebruikt kan worden voor zijn producten. 
     Onderwerp van het bestuurlijk overleg zijn de wederzijdse plannen (uitwisseling voornemens), overkoepelende en strategische thema’s (visieontwikkeling), door de RWI uitgebrachte c.q. uit te brengen producten (gedachtewisseling op hoofdlijnen) en de onderlinge samenwerking in de praktijk (bewaking afspraken). 
     Over te formuleren RWI-producten, die een relatie hebben met de taken van het UWV, vindt contact plaats met het UWV. Wel dient daarbij opgemerkt te worden dat de RWI vanuit zijn maatschappelijke functie ook voorstellen of handreikingen doet waarbij het belang van het UWV wordt afgewogen tegen andere belangen. Een belangrijk deel van deze contacten vindt plaats buiten het bestuurlijk overleg om. Het UWV en de RWI leggen de afspraken over de wijze waarop deze contacten plaatsvinden vast in een convenant UWV-RWI. 



Artikel 3

     Namens de RWI nemen naast de voorzitter minimaal drie (plaatsvervangende) leden uit de Raad deel, waarvan minimaal één lid van de vertegenwoordigers van werkgevers, één lid van de vertegenwoordiging van werknemers en één lid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). 
     Het UWV draagt zorg voor een vertegenwoordiging op bestuurlijk niveau.



Artikel 4

     Dit artikel beschrijft de frequentie en de locatie van het overleg.



Artikel 5

     Er wordt naar gestreefd de uitnodiging, agenda en stukken voor het overleg uiterlijk zeven dagen vóór de bijeenkomst te versturen. In spoedeisende gevallen (bijvoorbeeld in het geval stukken die op het laatste moment zijn aangevuld of ingebracht) kan hiervan worden afgeweken. 



Artikel 6

     De geheimhoudingsplicht ten aanzien van vertrouwelijke stukken en mededelingen laat uiteraard de mogelijkheid van interne voorbereiding van het overleg onverlet. 



Artikel 7

     In het overleg wordt het functioneren van het overleg geëvalueerd. Voorgesteld wordt vooralsnog dit jaarlijks te doen. Indien hiertoe aanleiding is, kan de RWI de regeling aanpassen. Gedacht wordt aan de omstandigheid dat de regeling op bepaalde punten onduidelijkheden of lacunes blijkt te bevatten, hetgeen negatieve invloed heeft op het voeren van een goed overleg.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x