Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 28 mei 2005

 

TIJDELIJKE  REGELING  CLIňNTENPARTICIPATIE  SVB

Vervallen
m.i.v. 29 mei 2005
(art. 16:1 RcS)

 
 

23 augustus 2002, Stcrt. 2002, 172
Inwerkingtreding: 11 september 2002
Vervalt m.i.v. 1 januari 2006
(T.a.v. art. 10 Wet SUWI)

 

 

 

 
     Het bestuur van de Sociale verzekeringsbank;
     Gelet op artikel 10 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen van 29 november 2001;
     Gehoord de Landelijke Adviesraad;

     Besluit:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemeen

 

Art. 1.
In deze tijdelijke regeling wordt verstaan onder:
a. de SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. Raad van bestuur: het met de dagelijkse leiding van de SVB belaste orgaan, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. cliŽnt: de meerderjarige persoon die als rechthebbende op grond van door de SVB uitgevoerde regelingen gebruik maakt van de dienstverlening van de SVB;
d. cliŽntenaangelegenheden: alle onderwerpen die de vorming, de uitvoering, de controle en de evaluatie van de taken en het beleid van de SVB ten aanzien van zijn cliŽnten betreffen, met uitzondering van:
1ļ. klachten en bezwaarschriften die betrekking hebben op zaken van individuele cliŽnten, tenzij het gaat om het algemene karakter van de daarbij gehanteerde procedures en regelingen;
2ļ. de verplichte uitvoering van de wettelijke taken door de SVB waarbij ruimte voor de ontwikkeling van een eigen beleid door de SVB ontbreekt.

 

Art. 2.
-1. De Raad van bestuur voorziet in de instelling van een cliŽntenraad met de in hoofdstuk 3 genoemde taken en bevoegdheden. De samenstelling van de eerste cliŽntenraad en de benoeming van zijn leden vinden plaats overeenkomstig de bepalingen van deze tijdelijke regeling.
-2. Op de wijze waarop de cliŽntenraad zijn taken en bevoegdheden uitoefent alsmede de wijze waarop de cliŽntenraad wordt voorzien van al hetgeen redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van zijn taken, is deze tijdelijke regeling van toepassing.
-3. Het lidmaatschap van de cliŽntenraad is van generlei invloed op de behandeling van het lid door de SVB.

 

 

HOOFDSTUK  2

Samenstelling en benoeming

 

Art. 3.
De cliŽntenraad bestaat uit een voorzitter en ten hoogste tien andere leden. Alle leden zijn cliŽnt.

 

Art. 4.
-1. De Raad van bestuur benoemt de leden van de cliŽntenraad voor een periode waarover deze tijdelijke regeling van toepassing is.
-2. Behoudens het bepaalde in artikel 15 benoemt de Raad van bestuur de voorzitter op voordracht van de cliŽntenraad voor de periode waarover deze tijdelijke regeling van toepassing is. Van deze voordracht kan uitsluitend om zwaarwegende redenen worden afgeweken.
-3. Ten hoogste drie leden worden benoemd op voordracht van de werknemersorganisaties FNV, CNV en Unie MHP.
-4. Ten hoogste ťťn lid wordt benoemd op voordracht van het CoŲrdinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties.
-5. Ten hoogste ťťn lid wordt benoemd op voordracht van het Landelijk Overleg Minderheden.
-6. De Raad van bestuur verzoekt de in de leden drie tot en met vijf genoemde organisaties binnen een daartoe gestelde termijn een cliŽnt voor te dragen.
-7. De Raad van bestuur benoemt de overige vijf leden van de cliŽntenraad op bindende voordracht van een selectiecommissie. Deze leden worden geworven via advertenties.

 

Art. 5.
-1. Een lid van de cliŽntenraad wordt tussentijds vervangen:
a. op eigen verzoek; of
b. als naar het oordeel van de voorzitter de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliŽntenraad door toedoen van het lid wordt belemmerd; of
c. op een met redenen omkleed verzoek van de in artikel 4 bedoelde organisatie die het lid voor de benoeming had voorgedragen.
-2. De voorzitter van de cliŽntenraad wordt tussentijds vervangen:
a. op eigen verzoek; of
b. op verzoek van de meerderheid van de cliŽntenraad op grond van het oordeel dat de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliŽntenraad door toedoen van de voorzitter wordt belemmerd.
-3. Benoeming wegens een tussentijdse vervanging vindt plaats voor het restant van de zittingsduur van het vervangen lid.

 

 

HOOFDSTUK  3

Taken en bevoegdheden

 

Art. 6.
-1. De cliŽntenraad overlegt met de Raad van bestuur en adviseert gevraagd en ongevraagd over cliŽntenaangelegenheden, in het bijzonder met betrekking tot de kwaliteit van de geboden dienstverlening van de SVB.
-2. De cliŽntenraad is bevoegd advies uit te brengen over de op cliŽntenaangelegenheden betrekking hebbende onderdelen van het meerjarenbeleidsplan, het jaarplan en het jaarverslag van de SVB alvorens die worden vastgesteld.
-3. De cliŽntenraad is bevoegd advies uit te brengen over een andere wijze van decentrale cliŽntenparticipatie dan waarop op grond van deze tijdelijke regeling wordt voorzien.
-4. De cliŽntenraad brengt vůůr 1 januari 2006 advies uit over de meest wenselijke vorm van samenstelling en totstandkoming van de cliŽntenraad. Van dit advies kan uitsluitend om zwaarwegende redenen worden afgeweken.

 

Art. 7.
-1. De cliŽntenraad stelt jaarlijks een activiteitenplan op binnen de kaders van het meerjarenbeleidsplan en het jaarplan van de SVB.
-2. De cliŽntenraad levert een bijdrage aan het jaarverslag van de SVB. In deze bijdrage rapporteert de cliŽntenraad over zijn functioneren en de uitgebrachte adviezen in het verslagjaar.
-3. Eens per twee jaar evalueren de cliŽntenraad en de SVB gezamenlijk het functioneren van de cliŽntenraad.

 

 

HOOFDSTUK  4

Informatievoorziening en faciliteiten

 

Art. 8.
-1. De SVB verstrekt de cliŽntenraad tijdig, spontaan en op verzoek alle informatie die de cliŽntenraad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taken, tenzij enig wettelijk voorschrift deze verstrekking in de weg staat.
-2. De SVB informeert de cliŽntenraad spontaan over de resultaten van klachtenrapportages, onderzoeken naar klanttevredenheid en andere cliŽntenaangelegenheden bij en van zijn regionale vestigingen.
-3. De SVB nodigt zoveel mogelijk in zijn algemene publieksinformatie en correspondentie cliŽnten uit om zich te uiten over de dienstverlening van de SVB. De SVB legt periodieke analyses van deze uitingen uit de decentrale uitvoeringspraktijk, eventueel tezamen met verbetervoorstellen, voor aan de cliŽntenraad.

 

Art. 9.
-1. De cliŽntenraad kan ter uitvoering van zijn taken zelfstandig onderzoeken doen of laten doen, externe deskundigen raadplegen en activiteiten ontplooien om de betrokkenheid van cliŽnten te bevorderen.
-2. De SVB stelt de leden van de cliŽntenraad op verzoek in de gelegenheid door middel van scholing en training kennis te verwerven en zich vaardigheden eigen te maken die het functioneren van de cliŽntenraad ten goede komen.

 

Art. 10.
-1. De SVB voert het secretariaat van de cliŽntenraad en benoemt ťťn van zijn medewerkers tot secretaris. De SVB stelt vergaderaccommodatie ter beschikking van de cliŽntenraad.
-2. Alle communicatie tussen de cliŽntenraad en de SVB vindt plaats via de secretaris.

 

Art. 11.
-1. De voorzitter en overige leden van de cliŽntenraad hebben recht op een door de SVB vast te stellen onkostenvergoeding en een vergoeding voor reiskosten. De hoogte van deze vergoedingen stelt de Raad van bestuur vast in een nadere regeling. Behoudens de in het tweede lid bedoelde kosten worden alle kosten die het lidmaatschap met zich brengt, geacht door deze onkostenvergoeding te zijn gedekt.
-2. Voor de activiteiten van de cliŽntenraad zoals bedoeld in artikel 9 stelt de SVB de cliŽntenraad een budget ter beschikking. Deze kosten worden zoveel mogelijk begroot in het activiteitenplan. De Raad van bestuur stelt de hoogte van het budget vast.

 

 

HOOFDSTUK  5

Advisering en overleg

 

Art. 12.
-1. De cliŽntenraad kan tot een uit te brengen advies slechts besluiten in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is. Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
-2. De cliŽntenraad adviseert binnen vier weken na dagtekening van het verzoek daartoe.
-3. De cliŽntenraad kan uit haar midden werkgroepen benoemen die een advies voorbereiden.
-4. Het advies wordt schriftelijk, met redenen omkleed en door de voorzitter ondertekend, aangeboden aan de Raad van bestuur. Leden kunnen een minderheidsstandpunt in het advies laten opnemen.
-5. De cliŽntenraad kan besluiten een verzoek om een advies niet te honoreren. In dat geval stelt de voorzitter met redenen omkleed de Raad van bestuur hiervan schriftelijk in kennis binnen vier weken na dagtekening van het verzoek om advies.
-6. Na kennisneming van een advies informeert de Raad van bestuur met redenen omkleed de cliŽntenraad over de actie die is of zal worden ondernomen naar aanleiding van het advies.

 

Art. 13.
-1. Het overleg, bedoeld in artikel 6, eerste lid, vindt ten minste vier keer per jaar in een vergadering plaats.
-2. De oproeping tot een vergadering geschiedt door middel van een schriftelijke uitnodiging namens de voorzitter. De uitnodiging bevat plaats en tijdstip van de vergadering en gaat vergezeld van een vergaderagenda en de daarop betrekking hebbende stukken. Toezending vindt plaats ten minste ťťn week vůůr de vergadering.
-3. De vergaderagenda wordt door de voorzitter vastgesteld.
-4. Ieder lid van de cliŽntenraad bezit agenderingsbevoegdheid en kan de voorzitter verzoeken een vergadering bijeen te roepen. De voorzitter beoordeelt het verzoek en beslist daarover.
-5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter kiezen de leden uit hun midden een voorzitter. De tweede volzin van artikel 12, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
-6. De vergaderingen worden bijgewoond door een lid van de Raad van bestuur en zo nodig door ťťn of meer deskundigen van de SVB.
-7. Van de vergadering wordt door de secretaris een schriftelijk verslag gemaakt. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering besproken en ter goedkeuring voorgelegd.

 

 

HOOFDSTUK  6

Overgangs- en slotbepalingen

 

Art. 14.
Tot 1 januari 2003 treedt de hoofddirectie van de SVB, genoemd in artikel 1, onderdeel c, van het Mandateringsbesluit bestuur SVB, in de taken en bevoegdheden van de Raad van bestuur waarin deze regeling voorziet.

 

Art. 15.
In afwijking van artikel 4, tweede lid, benoemt de Raad van bestuur de eerste voorzitter van de cliŽntenraad zonder voordracht voor de periode van twee jaar.

 

Art. 16.
-1. Het interne Reglement Landelijke Adviesraad ten behoeve van de hoofddirectie van de Sociale Verzekeringsbank van 3 juni 1992 wordt ingetrokken.
-2. De Landelijke Adviesraad wordt opgeheven.
-3. De bescheiden en de lopende zaken van de Landelijke Adviesraad worden overgedragen aan de cliŽntenraad voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van zijn taak.

 

Art. 17.
Deze tijdelijke regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2006.

 

Art. 18.
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling cliŽntenparticipatie SVB.

 

 

     Aldus vastgesteld door het bestuur van de Sociale verzekeringsbank op 23 augustus 2002.

 

Amstelveen, 23 augustus 2002.
G.H. Terpstra, voorzitter.
E.F. Stoovť, president-directeur.

 

 

 

TOELICHTING
[23 augustus 2002]

 

Algemeen

 

     Op 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (verder te noemen: de Wet SUWI) van 29 november 2001 (Stb. 2001, 624) in werking getreden. Vanuit het streven naar een uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid waarin de cliŽnt centraal staat, is de vormgeving van een klantgerichte dienstverlening en uitvoeringsstructuur ťťn van de centrale doelstellingen van de Wet SUWI. Eťn van de instrumenten die daarvoor worden ingezet, is het wettelijk regelen van inspraak van cliŽnten over de gang van zaken rond de uitvoering. Daarmee moet worden bewerkstelligd dat bij de dienstverlening vanuit de klant wordt geredeneerd en niet langer vanuit het aanbod van de betrokken instanties.
     Hoewel cliŽnteninbreng bij de SVB materieel reeds nagenoeg volledig voldeed aan de eisen die de Wet SUWI stelt, heeft de in het eerste lid van artikel 10 van die wet opgenomen publicatieplicht geleid tot deze nieuwe formele regeling. Daarbij is rekening gehouden met de uitbreiding van de kaders in de Wet SUWI ten opzichte van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Osv 1997).


Tijdelijke regeling

     De regeling is bedoeld als tijdelijke regeling en vervalt met ingang van 1 januari 2006. De SVB vindt het van grote waarde dat iedere cliŽnt van de SVB zich gerepresenteerd voelt en dat iedere cliŽnt de mogelijkheid heeft om zich kandidaat te stellen. Het is wenselijk dat de eerste cliŽntenraad krachtens de Wet SUWI zich over de definitief te kiezen structuur kan uitspreken. De in 2002 te benoemen cliŽntenraad heeft een belangrijke rol bij de keuze van het definitieve model met betrekking tot de samenstelling en de verdere totstandkoming van de cliŽntenraad. Na advies omtrent het definitieve model, dat vůůr 1 januari 2006 wordt uitgebracht en waarvan alleen bij zwaarwegende redenen kan worden afgeweken, vervalt de tijdelijke regeling en wordt deze vervangen door de Regeling cliŽntenparticipatie SVB.


Geschiedenis cliŽntenparticipatie bij de SVB

     Zoals uit het voorgaande reeds blijkt, betekent de inwerkingtreding van de Wet SUWI geenszins een introductie van volwaardige cliŽntenparticipatie binnen de SVB. Reeds in 1988 besloot het bestuur van de SVB om gebruik te maken van de bevoegdheid in artikel 9, tweede lid, van de Wet op de Sociale Verzekeringsbank (Stb. 1968, 158) om (regionale) adviescolleges in te stellen. Onder goedkeuring van de toenmalige Sociale Verzekeringsraad (SVr, Stcrt. 1988, 190) werd daarmee gehoor gegeven aan de politieke wens van vooral de vakorganisaties om een - zij het beperkt - alternatief te bieden voor de opheffing van de tripartiet samengestelde Raadscolleges van de toenmalige autonome Raden van Arbeid.
     Deze regionale adviescolleges hadden de taak om de directeuren van de toenmalige districtskantoren van de SVB te adviseren ten aanzien van de cliŽntgerichtheid. Op grond van de eerste evaluatie (evaluatienota B 190/91) werd vastgesteld dat voortzetting van de regionale adviescolleges niet zinvol was zonder taakuitbreiding tot het gebied van de gevalsbehandeling. Een dergelijke taakuitbreiding zou echter de doelmatigheid, de zorgvuldigheid en de uniformiteit van de gevalsbehandeling in gevaar brengen. Dat leidde ertoe dat de SVB gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid (artikel 5, zesde lid, van het Reglement Adviescolleges) door op 20 december 1991 de regionale adviescolleges op te heffen en te vervangen door een Landelijke Adviesraad (LAR). Sinds 1992 adviseert de LAR rechtstreeks de hoofddirectie van de SVB "over aangelegenheden inzake het te voeren beleid met betrekking tot de wijze waarop de SVB zich in algemene zin aan de klanten presenteert". Het besluit om de onverminderd gewenste cliŽntenparticipatie een landelijk karakter te geven, kwam met name voort uit het gegeven dat er geen of nauwelijks verschillen zijn in de dienstverlening door de SVB. Het besluit werd door de SVr positief ontvangen, doch aanvankelijk als een experiment gezien. Na een positieve eerste evaluatie kreeg de LAR een wettelijke basis ([het op, red.] artikel II, achtste lid, onderdeel b, Organisatiewet Sociale Verzekering [artikelen 25, 26 en 27 Organisatiewet sociale verzekeringen, red.] Ļ gegronde Reglement taak, taakuitvoering en werkwijze bestuur Sociale Verzekeringsbank, Stcrt. 1995, 93 [60, red.]).
     In het kader van kwaliteitszorg gebruikt de SVB naast de LAR klanttevredenheidsonderzoeken waarmee de prestaties op het gebied van dienstverlening worden gemeten.

1. Van 1 maart 1997 tot 1 januari 2002: artikel 23, tweede lid, onderdeel b, Osv 1997.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 1

     Dit artikel bevat een aantal begripsbepalingen. Met artikel 3 van de Wet SUWI worden alle uitvoeringsorganen sociale verzekeringen voorzien van een nieuwe bestuursstructuur, bestaande uit een met de dagelijkse leiding belaste Raad van bestuur en een Raad van advies als adviserend orgaan. In het Koninklijk besluit van 13 december 2001 (Stb. 2001, 682) is de inwerkingtreding van de verschillende onderdelen van de Wet SUWI geregeld. Op grond van artikel 1, onderdeel a, van dat besluit is voor de SVB de nieuwe bestuursstructuur eerst vanaf 1 januari 2003 van kracht. Met het oog daarop is het begrip Raad van bestuur hier reeds gedefinieerd en in de tijdelijke regeling gebruikt. Artikel 14 van de tijdelijke regeling voorziet in een overgangsregime voor de periode tot 1 januari 2003.
     Met de definitie van cliŽnt wordt aangegeven dat in beginsel geen enkele (meerderjarige) rechthebbende op grond van een door de SVB uitgevoerde regeling is uitgesloten van benoeming in de in artikel 3 genoemde cliŽntenraad. Ten slotte is het begrip cliŽntenaangelegenheden gedefinieerd om de onderwerpen waarover de cliŽntenraad bevoegd is te overleggen of te adviseren af te kaderen tot het terrein van de (kwaliteit van de) dienstverlening in zijn algemeen. Evenmin als het inhoudelijke juridische beleid behoren daartoe de bespreking van individuele zaken of van kwesties waarbij de SVB geen discretionaire bevoegdheden heeft tot het maken of aanpassen van beleid.

 

Artikel 2

     In het derde lid is de in artikel 10, derde lid, onderdeel f, van de Wet SUWI neergelegde bescherming gewaarborgd.

 

Artikel 3

     Dit artikel geeft het aantal leden aan. De cliŽntenraad bestaat uit maximaal elf leden, inclusief de voorzitter. Alle leden, inclusief de voorzitter, moeten cliŽnt zijn van de SVB.

 

Artikel 4

     De voorzitter wordt voorgedragen door de leden van de cliŽntenraad behoudens het bepaalde in artikel 15. De voorzitter kan ťťn van de leden van de cliŽntenraad zijn of van buiten de raad komen. In het eerste geval ontstaat een vacature voor een lid van de cliŽntenraad.
     Vijf zetels worden ingenomen door de in de leden drie tot en met vijf genoemde representatieve landelijk werkende maatschappelijke organisaties voor werknemers, ouderen en minderheden. Indien ťťn van de door de SVB benaderde organisaties geen gebruik maakt van de mogelijkheid een lid voor benoeming in de cliŽntenraad voor te dragen, dan blijft de zetel onbezet.
     De voor individuele cliŽnten beschikbare zetels worden niet bij voorbaat toebedeeld aan een bepaalde wet of regeling. Wel wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling. De selectiecommissie die de leden als bedoeld in het zevende lid voordraagt, wordt in 2002 gevormd door het dagelijkse bestuur van de SVB.

 

Artikel 5

     Dit artikel beschrijft de tussentijdse vervanging. Als een door een maatschappelijke organisatie, zoals beschreven in artikel 4, voorgedragen lid tussentijds wordt vervangen, draagt de betreffende maatschappelijke organisatie zorg voor het voordragen van een nieuw lid. Bij tussentijdse vervanging van ťťn van de vijf overige leden vindt benoeming van een nieuw lid plaats overeenkomstig het gestelde in het zevende lid van artikel 4, met dien verstande dat een na 1 januari 2003 gelegen benoeming plaatsvindt door een nog nader samen te stellen selectiecommissie. De termijn van tussentijds benoemde leden loopt tot 1 januari 2006, de datum waarop deze tijdelijke regeling vervalt.
     Bij tussentijdse vervanging van de voorzitter draagt de cliŽntenraad een nieuwe voorzitter voor, tenzij het gaat om de voorzitter die is benoemd overeenkomstig het in artikel 15 gestelde. In dat geval heeft de Raad van bestuur de bevoegdheid een voorzitter zonder voordracht te benoemen voor de resterende periode van twee jaar.

 

Artikel 6

     De cliŽntenraad adviseert de Raad van bestuur gevraagd en ongevraagd over de wijze waarop de SVB zijn uitvoeringstaken vormgeeft, met een specifiek accent op de dienstverlening aan de klant. Hieronder vallen onderwerpen als (de opsomming is niet limitatief): klantbejegening, kanalen van dienstverlening, klantcontactpunten, vormgeving van correspondentie, communicatie, doelgroepenbeleid, klachten, kwaliteit van de dienstverlening. Op (ontwikkelingen op) deze aandachtsterreinen kan de cliŽntenraad proactief en reactief reageren en voorstellen tot wijziging aanbrengen.
     Redenen voor de Raad van bestuur om advies te vragen, kunnen onder meer zijn: het starten van een voorlichtingstraject of doelgroepenonderzoek, ontwikkelingen in het klachtenpatroon en commentaar en advies naar aanleiding van signalen uit cliŽntenbelangenorganisaties.
     In het tweede lid wordt de in artikel 10, derde lid, onderdeel c, van de Wet SUWI neergelegde bevoegdheid gewaarborgd om betrokken te worden bij de totstandkoming van de hier genoemde stukken. Verdere concretisering vindt plaats in het tweede lid van artikel 8.
     De eerste cliŽntenraad van de SVB die binnen de kaders van de Wet SUWI wordt ingericht, heeft nog een bijzondere taak: onderzoeken en op basis daarvan adviseren aan de Raad van bestuur wat de meest wenselijke vorm van samenstelling en totstandkoming van de cliŽntenraad is. Zoals al is aangegeven, vindt de SVB het belangrijk dat iedere cliŽnt zich gerepresenteerd voelt en dat iedere cliŽnt de mogelijkheid heeft om zich kandidaat te stellen. Een model waarbij verkiezingen plaatsvinden is een mogelijkheid. Aangezien de SVB hecht aan een spoedige realisatie van cliŽntenparticipatie als bedoeld in artikel 10 van de Wet SUWI, is de samenstelling van de cliŽntenraad, zoals beschreven in artikel 4 van deze tijdelijke regeling, te beschouwen als een overgangsmodel. De cliŽntenraad heeft een belangrijke rol bij de keuze van het definitieve model met betrekking tot de samenstelling en de verdere totstandkoming van de cliŽntenraad. Van het advies dat de cliŽntenraad hierover vůůr 1 januari 2006 uitbrengt, kan alleen bij zwaarwegende redenen worden afgeweken.

 

Artikel 7

     Een jaarlijks activiteitenplan op basis van het meerjarenbeleidsplan en het jaarplan van de SVB geeft de richting aan [ťťn, red.] van de aspecten van de dienstverlening waarop de aandacht van de cliŽntenraad zich het komende jaar met name zal richten. Ook wordt in een dergelijk activiteitenplan tot uiting gebracht over welke onderwerpen de cliŽntenraad voornemens is te adviseren, dan wel nader geÔnformeerd wenst te worden, bijvoorbeeld metingen van de ontwikkeling in klanttevredenheid en de analyse en evaluatie daarvan.
     Het doel van de in het tweede lid opgenomen bijdrage is tweeŽrlei. Niet alleen wordt de in het tweede lid van artikel 6 neergelegde wettelijk voorgeschreven betrokkenheid van de cliŽntenraad verder uitgewerkt. Bovendien wordt gewaarborgd dat de ontwikkelingen van cliŽntenparticipatie via een openbaar kanaal gevolgd kunnen worden. De cliŽntenraad voorziet hier zelf in door van zijn werkzaamheden jaarlijks schriftelijk verslag te doen.

 

Artikel 8

     De SVB werkt landelijk met een uniform cliŽntenbeleid. Zonder regionale, sectorale of lokale verschillen moet dat beleid op iedere vestiging van de SVB worden uitgevoerd. Ook uit de hiervoor beschreven recente geschiedenis van de cliŽntenparticipatie bij de SVB blijkt dat, en waarom, de voormalige regionale adviescolleges geen lang leven beschoren waren. De SVB hecht er echter aan te benadrukken dat het de cliŽntenraad desondanks vrij staat om onderzoek te verrichten naar de haalbaarheid om alsnog formele decentrale cliŽntenraden in het leven te roepen en daarover adviezen uit te brengen.
     In afwachting daarvan wordt in het derde lid in ieder geval reeds voorzien in een procedurele vorm van cliŽntenparticipatie op decentraal niveau. Door zoveel mogelijk bekendheid te geven aan het bestaan en de bevoegdheid van de cliŽntenraad wordt onverminderd aan zoveel mogelijk cliŽnten duidelijk gemaakt dat zij ook via een regionale vestiging suggesties, wensen, behoeften en ideeŽn over het verbeteren van de dienstverlening onder de aandacht kunnen brengen. Een adequate werkwijze met betrekking tot de kanalisering en afhandeling van dergelijke signalen moet garanderen dat de cliŽntenraad de ontwikkelingen volgt en daardoor in staat wordt gesteld om een oordeel uit te spreken.

 

Artikel 9

     Met het bepaalde in dit artikel wordt de cliŽntenraad in staat gesteld om behalve reactief ook proactief de dienstverlening van de SVB te toetsen aan de dienstverlening elders in plaats van uitsluitend aan de eigen normen. Professionele ondersteuning en andere instrumenten, zoals raadpleging, onderzoek en overleg met netwerken en organisaties, kan voor een goede taakvervulling onontbeerlijk zijn. Ook wordt hier voorzien in de mogelijkheid van deskundigheidsbevordering van de leden van de cliŽntenraad.

 

Artikelen 10 en 11

     In deze artikelen wordt gevolg gegeven aan het bepaalde in artikel 10, derde lid, onderdeel c, van de Wet SUWI. In het kader van de facilitaire ondersteuning van de cliŽntenraad door de SVB is een professioneel secretariaat onontbeerlijk. De secretaris die de cliŽntenraad bijstaat, fungeert als communicatiekanaal tussen de SVB en de cliŽntenraad en is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken rond de wederzijdse informatievoorziening en de vergaderingen, inclusief verslaglegging.
     Voor de onkosten- en reiskostenvergoeding wordt de lijn gevolgd van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij gangbare regelingen.

 

Artikelen 12 en 13

     Voortbordurend op het Reglement Landelijke Adviesraad Sociale Verzekeringsbank zijn in deze artikelen enige punten van orde neergelegd die geen verdere toelichting behoeven.

 

Artikel 14

     Zoals bij artikel 1 reeds is toegelicht, is het voor de toepassing van de regeling vůůr 1 januari 2003 noodzakelijk dat de tot deze datum nog met de dagelijkse leiding belaste hoofddirectie van de SVB bevoegd is. Deze treedt daarom in de taken en bevoegdheden die in de regeling zijn toebedacht aan de Raad van bestuur. Op grond van het Mandateringsbesluit bestuur SVB (Stcrt. 1997, 16) zijn de president-directeur en de hoofddirecteuren van de SVB zowel gezamenlijk als ieder voor zich bevoegd om in naam en onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de SVB de in de regeling genoemde rechtshandelingen te verrichten. De grondslag voor de bevoegdheid van het bestuur van de SVB tot 1 januari 2003 is gelegen in hoofdstuk 3 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95). De desbetreffende bepalingen van die wet blijven tot genoemde datum van kracht ingevolge artikel 3, tweede lid, van de Invoeringswet SUWI (Stb. 2002, 625).

 

Artikel 15

     Door de eerste voorzitter zonder voordracht van de - nog niet bestaande - cliŽntenraad te benoemen, heeft de Raad van bestuur de mogelijkheid om de voorzitter van de huidige Landelijke Adviesraad te verzoeken om diens kennis en ervaring in te zetten voor de begeleiding en totstandkoming en de inrichting van de nieuwe cliŽntenraad. Daarmee wordt voorkomen dat de continuÔteit van de nagenoeg niet afwijkende huidige vorm van cliŽntenparticipatie gevaar loopt.

 

Artikel 16

     Hierin is bepaald dat er geen lacune ontstaat in de grosso modo gelijk gebleven invulling van cliŽntenparticipatie bij de SVB. De Landelijke Adviesraad draagt zijn taken over aan de cliŽntenraad en houdt op te bestaan zodra deze tijdelijke regeling in werking treedt.

 

Amstelveen, 23 augustus 2002.
G.H. Terpstra, voorzitter.
E.F. Stoovť, president-directeur
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x