Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  SUWI

 

20 dece
mber 2001, Stb. 2001, 688
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. artt. 5:6, 13:4, 13:5, 25:1d, 28:3, 30:7, 30a:9, 30b:1d, 30d:2, 33:11, 33a:2, 35:5, 35:7, 54:10,
62:4, 63, 64:5, 65:8, 73:5, 73:6, 73:7, 73:11 en 73a Wet SUWI, 7:5, 53a:1, 64:8, 64:9, 64:10 en 67:4 Wwb, 49:9 en 50:4 WIJ, 125:3 en 145:1 Abw, 14:1, 34:4, 45:7, 45:8, 48:4 en 64:1 Ioaw, 14:1, 34:4, 45:7, 45:8, 48:4 en 64:1 Ioaz, 21:2, 40:7, 40:8, 43:3 en 43:4 Wwik, 2.7a IWIA, 8:7, 10:5, 14:2, 15:2 en 33a:4 Wet Rea, 72:5 WW en 8:4 Wiw)

 

 

 

 
BESLUIT van 20 december 2001 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en in verband daarmee van enige andere socialezekerheidswetten (Besluit SUWI)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 19 oktober 2001, nr. SUWI/SEC/2001/71128;
     Gelet op de artikelen 13, vijfde lid, 25, eerste lid, onderdeel d, 28, derde lid, en 73, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 125, derde lid, en 145, eerste lid, van de Algemene bijstandswet, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 8, zevende lid, 10, vijfde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, en 33a, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 72, vijfde lid, van de Werkloosheidswet en artikel 8, vijfde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden;
     De Raad van State gehoord (advies van 12 december 2001, nr. W12.01.0543/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 13 december 2001, nr. SUWI/SEC/2001/366;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1.1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Wwb: Wet werk en bijstand;
b. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
c. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
d. Wet Rea: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
e.
WW: Werkloosheidswet;
f. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
g. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
h. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI;
i. arbeidsgehandicapte: arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 2 van de Wet Rea;
j. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
k. deskundige persoon: een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
l
. Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen;
m. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
n. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
o. ZW: Ziektewet;
p. Zvw: Zorgverzekeringswet;
q. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de
Zvw;
r.
zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
s
. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie op grond van artikel 40 van de Wfsv toestemming is verleend het risico te dragen van de betalingen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wfsv;
t. gebruikers: het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders;
u. elektronische voorzieningen: elektronische voorzieningen als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de Wet SUWI;
v. bestand: elk gestructureerd geheel van persoons- of bedrijfsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografische bepaalde wijze, dat volgens de bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende natuurlijke- of rechtspersonen;
w. bedrijfsgegeven: een gegeven betreffende een ge´dentificeerde of identificeerbare rechtspersoon;
x. bewerker: een bewerker als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
y. indicator: een gegeven dat de aanwezigheid van een bepaalde omstandigheid aannemelijk maakt;
z. risicomelding: de melding, bedoeld in artikel 65, tweede lid, van de
Wet SUWI;
aa. risicomodel: een model dat bestaat uit vooraf bepaalde indicatoren en aangeeft of er sprake is van een verhoogd risico op:
- onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en overheidsvoorzieningen op het terrein van sociale zekerheid en de inkomensafhankelijke regelingen;
- belasting- en premiefraude; of
- het niet naleven van arbeidswetten;
bb. samenwerkingsverband: de samenwerking tussen twee of meer van de bestuursorganen of personen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de
Wet SUWI, met het oogmerk SyRI in te zetten en waarbij ieder van de samenwerkende bestuursorganen en personen tevens partij is bij de Samenwerkingsovereenkomst voor interventieteams;
cc. SyRI: het systeem risico-indicatie, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de wet; ╣
dd. SyRI-project: het project dat met gebruikmaking van SyRI informatie vergaart voor de doelstelling van dat project en past binnen het doel, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de
Wet SUWI;
ee. verzoek: een verzoek als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de
Wet SUWI.

1. Volgens de redactie dient "de wet" te worden vervangen door: de Wet SUWI.

 

 

HOOFDSTUK  2

Algemene bepalingen over uitvoering en samenwerking

 

Art. 2.1. Voorwaarden voor verrichten van andere werkzaamheden door UWV en SVB
-1. Onze Minister kan een besluit van het UWV of de SVB om andere werkzaamheden dan de in de Wet SUWI bedoelde taken uit te voeren uitsluitend goedkeuren, indien:
a. de goede uitvoering van de in die wet bedoelde taken daardoor niet in gevaar komt;
b. de andere werkzaamheden in opdracht en voor rekening en risico van de opdrachtgever worden uitgevoerd;
c. de taakuitoefening van de Inspectie Werk en Inkomen met betrekking tot het toezicht op de uitvoering van de wetten door het UWV en de SVB, bedoeld in artikel 37, onderdeel a, van de Wet SUWI, voldoende gewaarborgd is;
d. de Wet op het financieel toezicht in acht wordt genomen voor zover deze van toepassing is;
e. de uitvoering van die andere werkzaamheden gescheiden van de uitvoering van de wettelijke taken plaatsvindt, voor zover de andere werkzaamheid niet noodzaakt tot een gezamenlijke uitvoering.
-2. Het UWV, onderscheidenlijk de SVB, meldt de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet SUWI, binnen een termijn van vier weken na aanvang van die werkzaamheden.
-3. Bij ministeriŰle regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van de prijzen die voor het verrichten van andere werkzaamheden in rekening worden gebracht. [RS]

 

Art. 2.2. Prestatie-indicatoren
De resultaten van werkzaamheden in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 9 van de Wet SUWI, worden beoordeeld aan de hand van:
a. voorkoming van uitkeringsinstroom, bij het UWV;
b. juiste en tijdige uitkeringsverstrekking, bij het UWV en de SVB;
c. bevordering uitstroom in relatie tot bemiddeling en re-integratie, bij het UWV;
d. klantgerichtheid, bij het UWV en de SVB;
e. efficiency, bij het UWV en de SVB;
f. ketenprestaties, bij het UWV en colleges van burgemeester en wethouders.

 

Art. 2.3. Vervallen.

 

 

HOOFDSTUK  3

Regels over registratie van vreemdelingen als werkzoekende

 

Art. 3.1. Registratie van vreemdelingen als werkzoekende
-1. Het UWV registreert op diens verzoek als werkzoekende:
a. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onderdeel b of l, van de Vreemdelingenwet 2000;
b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000, die onvrijwillig werkloos is terwijl het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, nog van toepassing is, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsluit;
c. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf heeft gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsloot, indien de vreemdeling onvrijwillig werkloos is, en mits hij:
1║. vˇˇr de beŰindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating; of
2║. binnen de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of buiten die termijn, ingeval artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000.
-2. De registratie eindigt voor een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zodra:
a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist; of
b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven.

 

 

HOOFDSTUK  4

Re-integratie

 

ž 4.1.  Contracteisen voor publieke opdrachtgevers

 

Art. 4.1. Inhoud van contracten publieke uitvoerders/re-integratiebedrijven
-1. Bij de toepassing van artikel 30a, negende lid, van de Wet SUWI laat het UWV de werkzaamheden verrichten op grond van een schriftelijke overeenkomst waarin in elk geval is geregeld dat het re-integratiebedrijf verplicht is:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x