Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

AANPASSINGSTOESLAGWET  VOOR  GEPENSIONEERDEN

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2007

Vervallen m.i.v. 14 november 2007

 

 

 

 
WET van 6 augustus 1954 tot nadere verhoging van pensioenen met een toeslag

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ten laste van het Rijk - met uitzondering van bepaalde groepen -, van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds of van het Spoorwegpensioenfonds toegekende of nog toe te kennen pensioenen nader te verhogen met een toeslag;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. In deze wet worden onder overlijden en nabestaanden mede verstaan onderscheidenlijk vermissing en degenen, die aan een vermissing recht op pensioen ontlenen.

2. Voor de toepassing van deze wet worden onder militairen mede verstaan de in artikel 2, eerste lid, van de wet van 4 November 1950, Stb. K. 479, bedoelde personen.

3. Voor de toepassing van deze wet worden onder pensioenen niet begrepen de pensioenen, bedoeld in de artikelen 99 en 185 der Grondwet, zomede de pensioenen, welke ten laste van het Rijk komen ingevolge wettelijke garanties of ingevolge overneming van de verplichting tot betaling.

Artikel 2

De pensioenen, buitengewone militaire pensioenen, voorlopige pensioenen en tijdelijke pensioenen, welke ten laste van het Rijk, van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, bedoeld in artikel 1, eerste lid, der Pensioenwet 1922, Stb. 240, of van het Spoorwegpensioenfonds, bedoeld in artikel 1, eerste lid der Pensioenwet voor de Spoorwegambtenaren 1925, Stb. 294, zijn of worden toegekend, worden, voor zover het recht op deze pensioenen op 1 Januari 1954 niet is vervallen, te rekenen van die datum of van het later tijdstip, waarop zij zijn ingegaan of zullen ingaan, overeenkomstig het bepaalde in de volgende artikelen ambtshalve verhoogd met een toeslag, verder te noemen aanpassingstoeslag.

Artikel 3

1. De aanpassingstoeslag bedraagt, behoudens het bepaalde in het derde lid:

a. voor pensioenen ten laste van het Rijk, welke zijn of worden toegekend aan militairen of gewezen militairen uit hoofde van een ontslag, dat is ingegaan in:

1951 ......

3

%

van

het

pensioen

1949 en 1950 ......

4

%

"

"

"

1948 ......

8

%

"

"

"

1947 ......

9

%

"

"

"

1946 ......

18

%

"

"

"

1945 ......

19

%

"

"

"

1944 en 1943 ......

21

%

"

"

"

1942 ......

24

%

"

"

"

1941 t/m 1937 ......

28

%

"

"

"

1936 ......

26

%

"

"

"

1935 ......

21

%

"

"

"

1934 ......

14

%

"

"

"

1933 t/m 1929 ......

8

%

van

het

pensioen

1928 en 1927 ......

10

%

"

"

"

1926 ......

14

%

"

"

"

1925 ......

8

%

"

"

"

1924 t/m 1921 ......

2

%

"

"

"

1920 of eerder ......

11

%

"

"

"

b. voor pensioenen ten laste van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds, welke zijn of worden toegekend uit hoofde van een ontslag, dat is ingegaan in:

1951 ......

2

%

van

het

pensioen

1950 ......

5

%

"

"

"

1949 ......

8

%

"

"

"

1948 ......

13

%

"

"

"

1947 ......

15

%

"

"

"

1946 ......

17

%

"

"

"

1945 ......

19

%

"

"

"

1944 ......

21

%

"

"

"

1943 ......

23

%

"

"

"

1942 ......

22

%

"

"

"

1941 ......

21

%

"

"

"

1940 ......

19

%

"

"

"

1939 ......

17

%

"

"

"

1938 ......

16

%

"

"

"

1937 ......

14

%

"

"

"

1936 ......

13

%

"

"

"

1935 ......

11

%

"

"

"

1934 ......

8

%

"

"

"

1933 t/m 1925 ......

7

%

"

"

"

1924 t/m 1920 ......

2

%

"

"

"

1919 of eerder ......

11

%

"

"

"

c. voor pensioenen te laste van het Rijk of van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, welke zijn of worden toegekend aan nabestaanden van militairen of gewezen militairen uit hoofde van een overlijden in, dan wel van een overlijden na een ontslag, dat is ingegaan in:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x