Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

ADVOCATENWET

Tekst zoals deze geldt op 11 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit beroepsvereisten advocatuur
- Samenwerkingsverordening 1993
- Stageverordening 2012
- Verordening op de administratie en de financiėle integriteit

 

 

WET van 23 juni 1952, houdende instelling van de Nederlandse orde van advocaten alsmede regelen betreffende orde en discipline voor de advocaten en procureurs

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Nederlandse orde van advocaten in te stellen, alsmede de regelen betreffende de orde en discipline voor de advocaten en procureurs te herzien;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

§ 1. Van de inschrijving en de beėdiging van de advocaten; van het tableau

Artikel 1

1.De advocaten worden ingeschreven op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten.

2.De inschrijving als advocaat geschiedt voorwaardelijk of onvoorwaardelijk.

3.Voorwaardelijke inschrijving vindt plaats indien de verzoeker geen bewijs kan overleggen dat hij met gunstig gevolg het in artikel 9c bedoelde examen heeft afgelegd of niet in het bezit is van een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties. In alle overige gevallen alsmede in het geval, bedoeld in het eerste lid van artikel 2a, geschiedt de inschrijving onvoorwaardelijk. Wordt het bewijs of de verklaring nadien alsnog overgelegd dan wordt van rechtswege aan de inschrijving het voorwaardelijk karakter ontnomen.

Artikel 2

1. Ieder is bevoegd aan de voorzitter van de rechtbank van het arrondissement waarin de verzoeker kantoor wenst te houden schriftelijk inschrijving als advocaat te verzoeken:

a. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het gebied van het recht door een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend;

b. die op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, het doctoraat in de rechtsgeleerdheid of het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten. Eveneens is bevoegd inschrijving te verzoeken degene die in het bezit is van een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van onderdeel a, gelijk worden gesteld aan de in dat onderdeel bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

2. Gelijktijdig met de indiening van het verzoek als bedoeld in het eerste lid legt de verzoeker over een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiėle en strafvorderlijke gegevens. Indien de verzoeker eerder als advocaat ingeschreven is geweest, legt hij tevens over een document dat is afgegeven door de raad van toezicht van het arrondissement waarin hij het laatst kantoor heeft gehouden, waaruit blijkt of hij al dan niet tuchtrechtelijk is veroordeeld dan wel of hij in staat van faillissement heeft verkeerd of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is geweest. Het in de vorige zin bedoelde document wordt eveneens door de ingeschreven advocaat die in een ander arrondissement kantoor wenst te houden overgelegd aan de raad van toezicht aldaar.

3. De advocaat geeft van iedere kantoorverplaatsing kennis aan de secretaris van de algemene raad met het oog op de verwerking op het tableau. Vanaf de verwerking van de kennisgeving van een kantoorverplaatsing naar een ander arrondissement wordt de advocaat geacht in dit andere arrondissement kantoor te houden.

4. De griffier zendt onverwijld afschrift van het verzoek en de daarbij overgelegde verklaringen of documenten aan de raad van toezicht, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van deze wet.

5. Indien de raad van toezicht zich, overeenkomstig artikel 4, eerste lid, tegen inwilliging van een verzoek om inschrijving met vrucht heeft verzet, wordt een nieuw verzoek, binnen een jaar na het eerstbedoelde ingediend, buiten behandeling gelaten, tenzij, naar het oordeel van de voorzitter van de rechtbank van het arrondissement waarin de verzoeker kantoor wenst te houden, wijziging in de omstandigheden of het feit dat het verzoek bij een andere rechtbank is ingediend behandeling van het verzoek rechtvaardigt; in het laatste geval handelt de griffier, zoals in het vorige lid is bepaald.

6. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot inschrijving als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2a

1.In afwijking van het eerste lid van artikel 2 is degene die in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland, hierna te noemen staat van herkomst, gerechtigd is zijn beroepswerkzaamheid uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in de taal of in de talen van de staat van herkomst, bevoegd te verzoeken te worden ingeschreven als advocaat, indien hij een document overlegt waaruit blijkt dat hij gedurende ten minste drie jaar daadwerkelijk en regelmatig in Nederland in het Nederlandse recht, met inbegrip van het gemeenschapsrecht als advocaat werkzaam is geweest. Onder daadwerkelijk en regelmatig werkzaam wordt verstaan de daadwerkelijke uitoefening van de werkzaamheid zonder andere dan de in het dagelijks leven normale onderbrekingen.

2.De advocaat dient een aanvraag om afgifte van een document als bedoeld in het eerste lid in bij de raad van toezicht in het arrondissement waarin de advocaat kantoor kan houden.

3.De aanvraag omvat ten minste inlichtingen of bescheiden betreffende het aantal en de aard van de door de aanvrager behandelde dossiers.

4.De raad van toezicht kan verifiėren of de uitgeoefende werkzaamheden als regelmatig en daadwerkelijk kunnen worden aangemerkt en kan zo nodig de advocaat verzoeken mondeling of schriftelijk aanvullende verduidelijkingen of preciseringen te verstrekken met betrekking tot inlichtingen en bescheiden, als bedoeld in het derde lid.

5.In plaats van de verklaring omtrent het gedrag of de andere in het tweede lid van artikel 2 genoemde documenten kan de advocaat, bedoeld in het eerste lid, een met deze verklaring of die documenten overeenkomende documenten, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in de staat van herkomst overleggen. Artikel 7 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2b

1.Indien de advocaat gedurende ten minste drie jaar daadwerkelijk en regelmatig in Nederland als advocaat werkzaam is geweest, doch gedurende kortere tijd in het Nederlandse recht, kan de raad van toezicht het document, bedoeld in het eerste lid van artikel 2a, afgeven als de advocaat voldoende bekwaam is om de werkzaamheden in het Nederlandse recht, met inbegrip van het gemeenschapsrecht voort te zetten. Hierbij houdt de raad van toezicht rekening met:

a. de periode gedurende welke de betrokken advocaat daadwerkelijk en regelmatig werkzaamheden heeft verricht in Nederland,

b. de kennis en beroepservaring op het gebied van het Nederlandse recht,

c. de deelname aan cursussen of seminars met betrekking tot het Nederlandse recht en

d. de kennis en beroepservaring van alsmede de deelname aan cursussen of seminars over de Nederlandse beroeps- en gedragsregels.

2.De beoordeling van de daadwerkelijke en regelmatige werkzaamheden in Nederland alsmede de beoordeling van de bekwaamheid van de advocaat om de in Nederland uitgeoefende werkzaamheden voort te zetten, vinden plaats in het kader van een onderhoud dat ten doel heeft de daadwerkelijke en regelmatige aard van de uitgeoefende werkzaamheid te verifiėren.

Artikel 2c

1.De advocaat die overeenkomstig artikel 2a is ingeschreven, is bevoegd om naast het voeren van de titel advocaat zijn oorspronkelijke beroepstitel in de officiėle taal of in een van de officiėle talen van de staat van herkomst te voeren.

2.Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of de tuchtrechter aldaar de uitoefening van het beroep advocaat tijdelijk of blijvend heeft ontzegd is de betrokken advocaat van rechtswege niet meer bevoegd om in Nederland zijn beroep onder zijn oorspronkelijke beroepstitel uit te oefenen.

Artikel 3

1. De advocaten worden door de rechtbank van het arrondissement waarin zij kantoor wensen te houden en aan wier voorzitter zij een verzoek tot inschrijving hebben gedaan op requisitoir van het openbaar ministerie beėdigd. Van de beėdiging wordt door de griffier van de rechtbank kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad met het oog op de verwerking hiervan op het tableau.

2. Zij leggen de navolgende eed of belofte af:

"Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn."

3. Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

«Ik swar (ūnthjit) trou oan de Kening, it neilibjen fan ’e Grūnwet, earbied foar de rjochterlike autoriteiten, en dat ik gjin saak oanrikkemandearje of ferdigenje sil, dźr’t ik ynderlik fan oertsjūge bin dat dy net rjochtfeardich is.»

Artikel 4

1.De verzoeker wordt niet toegelaten tot de beėdiging, indien de raad van toezicht binnen zes weken na de indiening van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x