Nadere
regelgeving:
- Besluit actuele waarde
- Besluit jaarrekening banken
- Garantstellingsregeling curatoren
2012
Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
Boek 2. Rechtspersonen
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. De Staat, de provincies, de
gemeenten, de waterschappen, alsmede alle lichamen waaraan
krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend,
bezitten rechtspersoonlijkheid.
2. Andere lichamen, waaraan een
deel van de overheidstaak is opgedragen, bezitten slechts
rechtspersoonlijkheid, indien dit uit het bij of krachtens de wet
bepaalde volgt.
3. De volgende artikelen van deze
titel, behalve artikel 5, gelden niet voor de in de voorgaande
leden bedoelde rechtspersonen.
Artikel 2
1. Kerkgenootschappen alsmede hun
zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd,
bezitten rechtspersoonlijkheid.
2. Zij worden geregeerd door hun
eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met
uitzondering van artikel 5 gelden de volgende artikelen van deze
titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is
geoorloofd, voor zover deze is te verenigen met hun statuut en met
de aard der onderlinge verhoudingen.
Artikel 3
Verenigingen, coöperaties,
onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen,
besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en
stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid.
Artikel 4
1. Een rechtspersoon ontstaat niet
bij het ontbreken van een door een notaris ondertekende akte voor
zover door de wet voor de totstandkoming vereist. Het ontbreken
van kracht van authenticiteit aan een door een notaris
ondertekende akte verhindert het ontstaan van de rechtspersoon
slechts, indien die rechtspersoon in een bij die akte gemaakte
uiterste wilsbeschikking in het leven zou zijn geroepen.
2. Vernietiging van de
rechtshandeling waardoor een rechtspersoon is ontstaan, tast diens
bestaan niet aan. Het vervallen van de deelneming van een of meer
oprichters van een rechtspersoon heeft op zichzelf geen invloed op
de rechtsgeldigheid van de deelneming der overblijvende
oprichters.
3. Is ten name van een niet
bestaande rechtspersoon een vermogen gevormd, dan benoemt de
rechter op verzoek van een belanghebbende of het openbaar
ministerie een of meer vereffenaars. Artikel 22 is van
overeenkomstige toepassing.
4. Het vermogen wordt vereffend als
dat van een ontbonden rechtspersoon in de voorgewende rechtsvorm.
Degenen die zijn opgetreden als bestuurders, zijn hoofdelijk
verbonden voor de tot dit vermogen behorende schulden die
opeisbaar zijn geworden in het tijdvak waarin zij dit deden. Zij
zijn eveneens verbonden voor de schulden die voortspruiten uit in
die tijd ten behoeve van dit vermogen verrichte rechtshandelingen,
voor zover daarvoor niemand ingevolge de vorige zin verbonden is.
Ontbreken personen die ingevolge de vorige twee zinnen verbonden
zijn, dan zijn degenen die handelden, hoofdelijk verbonden.
5. Indien alsnog een rechtspersoon
wordt opgericht ter opvolging in het vermogen, kan de rechter
desverzocht toestaan dat dit niet wordt vereffend, doch dat het in
die rechtspersoon wordt ingebracht.
Artikel 5
Een rechtspersoon staat wat het
vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij
uit de wet het tegendeel voortvloeit.
Artikel 6
1. Op wijzigingen in statuten en
reglementen en op ontbinding van de rechtspersoon, die krachtens
dit boek moeten worden openbaar gemaakt, kan voordat deze
openbaarmakingen en, in geval van statutenwijziging, de
voorgeschreven openbaarmaking van de gewijzigde statuten zijn
geschied, geen beroep worden gedaan tegen een wederpartij en
derden die daarvan onkundig waren.
2. Een door de wet toegelaten
beroep op statutaire onbevoegdheid van het bestuur of van een
bestuurder tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon bij een
rechtshandeling kan tegen een wederpartij die daarvan onkundig
was, niet worden gedaan, indien de beperking of uitsluiting van de
bevoegdheid niet ten tijde van het verrichten van die
rechtshandeling op de door de wet voorgeschreven wijzen was
openbaar gemaakt. Hetzelfde geldt voor een beroep op een beperking
van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van anderen dan bestuurders,
aan wie die bevoegdheid bij de statuten is toegekend.
3. De rechtspersoon kan tegen een
wederpartij die daarvan onkundig was, niet de onjuistheid of
onvolledigheid van de in het register opgenomen gegevens inroepen.
Juiste en volledige inschrijving elders of openbaarmaking van de
statuten is op zichzelf niet voldoende bewijs dat de wederpartij
van de onjuistheid of onvolledigheid niet onkundig was.
4. Voor zover de wet niet anders
bepaalt, kan de wederpartij van een rechtspersoon zich niet
beroepen op onbekendheid met een feit dat op een door de wet
aangegeven wijze is openbaar gemaakt, tenzij die openbaarmaking
niet is geschied op elke wijze die de wet vereist of daarvan niet
de voorgeschreven mededeling is gedaan.
5. De beide vorige leden gelden
niet voor rechterlijke uitspraken die in het
faillissementsregister of het surséanceregister zijn
ingeschreven.
Artikel 7
Een door een rechtspersoon verrichte
rechtshandeling is vernietigbaar, indien daardoor het doel werd
overschreden en de wederpartij dit wist of zonder eigen onderzoek
moest weten; slechts de rechtspersoon kan een beroep op deze grond
tot vernietiging doen.
Artikel 8
1. Een rechtspersoon en degenen die
krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn
betrokken, moeten zich als zodanig jegens elkander gedragen naar
hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
2. Een tussen hen krachtens wet,
gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel is niet
van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar
maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou
zijn.
Artikel 9
1. Elke bestuurder is tegenover de
rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn
taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die
niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere
bestuurders zijn toebedeeld.
2. Elke bestuurder draagt
verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor
het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij
hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig
verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het
treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af
te wenden.
Artikel 10
1. Het bestuur is verplicht van de
vermogenstoestand van de rechtspersoon en van alles betreffende de
werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de eisen die voortvloeien
uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te
voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde
de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden
gekend.
2. Onverminderd het bepaalde in de
volgende titels is het bestuur verplicht jaarlijks binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten
en lasten van de rechtspersoon te maken en op papier te stellen.
3. Het bestuur is verplicht de in
de leden 1 en 2 bedoelde boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
4. De op een gegevensdrager
aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans
en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager
worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met
juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens
gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen
redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
Artikel 10a
Het boekjaar van een rechtspersoon is
het kalenderjaar, indien in de statuten geen ander boekjaar is
aangewezen.
Artikel 11
De aansprakelijkheid van een
rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust
tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de
aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is.
Artikel 12
Het stemrecht over besluiten waarbij
de rechtspersoon aan bepaalde personen, anders dan in hun
hoedanigheid van lid, aandeelhouder of lid van een orgaan, rechten
toekent of verplichtingen kwijtscheldt, kan door de statuten aan die
personen en aan hun echtgenoot, geregistreerde partner, en
bloedverwanten in de rechte lijn worden ontzegd.
Artikel 13
1. Een stem is nietig in de
gevallen waarin een eenzijdige rechtshandeling nietig is; een stem
kan niet worden vernietigd.
2. Een onbekwame die lid is van een
vereniging, kan zijn stemrecht daarin zelf uitoefenen, voor zover
de statuten zich daartegen niet verzetten; in andere gevallen komt
de uitoefening van het stemrecht toe aan zijn wettelijke
vertegenwoordiger.
3. Tenzij de statuten anders
bepalen, is het in de vergadering van een orgaan van een
rechtspersoon uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de
uitslag van een stemming beslissend. Hetzelfde geldt voor de
inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een
niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
4. Wordt onmiddellijk na het
uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan
betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de
meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming
niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde
aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de
rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Artikel 14
1. Een besluit van een orgaan van
een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten, is
nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit.
2. Is een besluit nietig, omdat het
is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de
statuten voorgeschreven voorafgaande handeling van of mededeling
aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan
kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende
handeling een vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de
bekrachtiging.
3. Bekrachtiging is niet meer
mogelijk na afloop van een redelijke termijn, die aan de ander is
gesteld door het orgaan dat het besluit heeft genomen of door de
wederpartij tot wie het was gericht.
Artikel 15
1. Een besluit van een orgaan van
een rechtspersoon is, onverminderd het elders in de wet omtrent de
mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar:
a. wegens strijd met wettelijke
of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten
regelen;
b. wegens strijd met de
redelijkheid en billijkheid die door artikel 8 worden geëist;
c. wegens strijd met een
reglement.
2. Tot de bepalingen als bedoeld in
het vorige lid onder a, behoren niet die welke de voorschriften
bevatten waarop in artikel 14 lid 2 wordt gedoeld.
3. Vernietiging geschiedt door een
uitspraak van de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon:
a. op een vordering tegen de
rechtspersoon van iemand die een redelijk belang heeft bij de
naleving van de verplichting die niet is nagekomen, of
b. op vordering van de
rechtspersoon zelf, ingesteld krachtens bestuursbesluit tegen
degene die door de voorzieningenrechter van de rechtbank is
aangewezen op een daartoe gedaan verzoek van de rechtspersoon;
in dat geval worden de kosten van het geding door de
rechtspersoon gedragen.
4. Indien een bestuurder in eigen
naam de vordering instelt, verzoekt de rechtspersoon de
voorzieningenrechter van de rechtbank iemand aan te wijzen, die
terzake van het geding in de plaats van het bestuur treedt.
5. De bevoegdheid om vernietiging
van het besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van de
dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is
gegeven, hetzij de belanghebbende van het besluit kennis heeft
genomen of daarvan is verwittigd.
6. Een besluit dat vernietigbaar is
op grond van lid 1 onder a, kan door een daartoe strekkend besluit
worden bevestigd; voor dit besluit gelden de zelfde vereisten als
voor het te bevestigen besluit. De bevestiging werkt niet zolang
een tevoren ingestelde vordering tot vernietiging aanhangig is.
Indien de vordering wordt toegewezen, geldt het vernietigde
besluit als opnieuw genomen door het latere besluit, tenzij uit de
strekking van dit besluit het tegendeel voortvloeit.
Artikel 16
1. De onherroepelijke uitspraak die
de nietigheid van een besluit van een rechtspersoon vaststelt of
die zulk een besluit vernietigt, is voor een ieder, behoudens
herroeping of derdenverzet, bindend, indien de rechtspersoon
partij in het geding is geweest. Herroeping komt ieder lid of
aandeelhouder toe.
2. Is het besluit een
rechtshandeling van de rechtspersoon, die tot een wederpartij is
gericht, of is het een vereiste voor de geldigheid van zulk een
rechtshandeling, dan kan de nietigheid of vernietiging van het
besluit niet aan die wederpartij worden tegengeworpen, indien deze
het gebrek dat aan het besluit kleefde, kende noch behoefde te
kennen. Niettemin kan de nietigheid of vernietiging van een
besluit tot benoeming van een bestuurder of een commissaris aan de
benoemde worden tegengeworpen; de rechtspersoon vergoedt echter
diens schade, indien hij het gebrek in het besluit kende noch
behoefde te kennen.
Artikel 17
Een rechtspersoon wordt opgericht
voor onbepaalde tijd.
Artikel 18
1. Een rechtspersoon kan zich met
inachtneming van de volgende leden omzetten in een andere
rechtsvorm.
2. Voor omzetting zijn vereist:
a. een besluit tot omzetting,
genomen met inachtneming van de vereisten voor een besluit tot
statutenwijziging en, tenzij een stichting zich omzet, genomen
met de stemmen van ten minste negen tienden van de
uitgebrachte stemmen;
b. een besluit tot wijziging
van de statuten;
c. een notariële akte van
omzetting die de nieuwe statuten bevat.
3. De in het vorige lid onder a
genoemde meerderheid is niet vereist voor een omzetting van een
naamloze vennootschap in een besloten vennootschap of omgekeerd.
4. Voor de omzetting van of in een
stichting en van een naamloze of besloten vennootschap in een
vereniging is bovendien rechterlijke machtiging vereist.
5. Slechts de rechtspersoon kan
machtiging tot omzetting verzoeken aan de rechtbank, onder
overlegging van een notarieel ontwerp van de akte. Zij wordt in
elk geval geweigerd, indien een vereist besluit nietig is of
indien een rechtsvordering tot vernietiging daarvan aanhangig is.
Zij wordt geweigerd, indien de belangen van stemgerechtdigden die
niet hebben ingestemd of van anderen van wie ten minste iemand
zich tot de rechter heeft gewend, onvoldoende zijn ontzien. Indien
voor de omzetting machtiging van de rechter is vereist, verklaart
de notaris in de akte van omzetting dat de machtiging op het
ontwerp van de akte is verleend.
6. Na omzetting van een stichting
moet uit de statuten blijken dat het vermogen dat zij bij de
omzetting heeft en de vruchten daarvan slechts met toestemming van
de rechter anders mogen worden besteed dan voor de omzetting was
voorgeschreven. Hetzelfde geldt voor de statuten van een
rechtspersoon voor zover dit vermogen en deze vruchten daarop
krachtens fusie of splitsing zijn overgegaan.
7. De rechtspersoon doet opgave van
de omzetting ter inschrijving in de registers waarin hij moet zijn
en moet worden ingeschreven dan wel als vereniging vrijwillig is
ingeschreven.
8. Omzetting beëindigt het bestaan
van de rechtspersoon niet.
Artikel 19
1. Een rechtspersoon wordt
ontbonden:
a. door een besluit van de
algemene vergadering of, indien de rechtspersoon een stichting
is, door een besluit van het bestuur tenzij in de statuten
anders is voorzien;
b. bij het intreden van een
gebeurtenis die volgens de statuten de ontbinding tot gevolg
heeft, en die niet een besluit of een op ontbinding gerichte
handeling is;
c. na faillietverklaring door
hetzij opheffing van het faillissement wegens de toestand van
de boedel, hetzij door insolventie;
d. door het geheel ontbreken
van leden, indien de rechtspersoon een vereniging, een
coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is;
e. door een beschikking van de
Kamer van Koophandel en Fabrieken als bedoeld in artikel 19a;
f. door de rechter in de
gevallen die de wet bepaalt.
2. De rechtbank verklaart op
verzoek van het bestuur, een belanghebbende of het openbaar
ministerie, of en op welk tijdstip de rechtspersoon is ontbonden
in een geval als bedoeld in lid 1 onder b of d. De beschikking is
voor een ieder bindend. Is de rechtspersoon in een register
ingeschreven, dan wordt de in kracht van gewijsde gegane
uitspraak, inhoudende de verklaring, door de zorg van de griffier
aldaar ingeschreven.
3. Aan de registers waar de
rechtspersoon is ingeschreven wordt van de ontbinding opgaaf
gedaan: in de gevallen als bedoeld in lid 1, onder a, b en d door
de vereffenaar, indien deze er is en anders door het bestuur, in
het geval als bedoeld in lid 1, onder c door de
faillissementscurator, in het geval als bedoeld in lid 1, onder e
door de Kamer van Koophandel en Fabrieken en in het geval als
bedoeld in lid 1 onder f door de griffier van het betrokken
gerecht.
4. Indien de rechtspersoon op het
tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, houdt hij
alsdan op te bestaan. In dat geval doet het bestuur of, bij
toepassing van artikel 19a, de Kamer van Koophandel en Fabrieken,
daarvan opgaaf aan de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven.
5. De rechtspersoon blijft na
ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn
vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van hem
uitgaan, moet aan zijn naam worden toegevoegd: in liquidatie.
6. De rechtspersoon houdt in geval
van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de
vereffening eindigt. De vereffenaar of de faillissementscurator
doet aan de registers waar de rechtspersoon is ingeschreven,
daarvan opgaaf.
7. De gegevens die omtrent de
rechtspersoon in de registers zijn opgenomen op het tijdstip
waarop hij ophoudt te bestaan, blijven daar gedurende tien jaren
na dat tijdstip bewaard.
Artikel 19a
1. Een in het handelsregister
ingeschreven naamloze vennootschap, besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid, coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij wordt door een beschikking van de Kamer van
Koophandel en Fabrieken, waar die rechtspersoon is ingeschreven,
ontbonden, indien de Kamer is gebleken dat ten minste twee van de
hiernavolgende omstandigheden zich voordoen:
a. de rechtspersoon heeft het
voor zijn inschrijving in het handelsregister of voor de
inschrijving van een aan hem toebehorende onderneming
verschuldigde bedrag niet voldaan gedurende ten minste een
jaar na de datum waarvoor hij dat bedrag had moeten voldoen;
b. er staan gedurende ten
minste een jaar geen bestuurders van de rechtspersoon in het
register ingeschreven, terwijl ook geen opgaaf tot
inschrijving is gedaan, dan wel er doet zich, indien er wel
bestuurders staan ingeschreven, met betrekking tot alle
ingeschreven bestuurders een van de navolgende omstandigheden
voor:
1°. bestuurder is
overleden,
2°. de bestuurder is ten
minste een jaar niet bereikbaar gebleken op het in het
register vermelde adres, en evenmin op het in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
ingeschreven adres, dan wel in die administratie staat ten
minste een jaar geen adres van de bestuurder vermeld;
c. de rechtspersoon is ten
minste een jaar in gebreke met de nakoming van de verplichting
tot openbaarmaking van de jaarrekening of de balans en de
toelichting overeenkomstig de artikelen 394, 396 of 397;
d. de rechtspersoon heeft ten
minste een jaar geen gevolg gegeven aan een aanmaning als
bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen tot het doen van aangifte voor de
vennootschapsbelasting.
2. Een in het handelsregister
ingeschreven vereniging of stichting, die niet een onderneming
drijft die in het handelsregister staat ingeschreven, wordt door
een beschikking van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waar de
rechtspersoon is ingeschreven, ontbonden, indien de Kamer is
gebleken dat de omstandigheid, genoemd in het lid 1 onder b, zich
voordoet en zij ten minste een jaar in gebreke is het voor
inschrijving in het handelsregister verschuldigde bedrag te
voldoen.
3. Indien de Kamer op grond van
haar bekende gegevens gebleken is dat een rechtspersoon als
bedoeld in de leden 1 en 2 voor ontbinding in aanmerking komt,
deelt zij de rechtspersoon en de ingeschreven bestuurders bij
aangetekende brief aan hun laatst bekende adres mee, dat zij
voornemens is tot ontbinding van de rechtspersoon over te gaan,
met vermelding van de omstandigheden waarop het voornemen is
gegrond. De Kamer schrijft deze mededeling in het register. Als de
omstandigheid, bedoeld in lid 1, onder b zich voordoet, doet de
Kamer van het voornemen tot ontbinding tevens een mededeling
opnemen in de Staatscourant. Voor zover de kosten van deze
publikatie niet uit het vermogen van de rechtspersoon kunnen
worden voldaan, komen deze ten laste van Onze Minister van
Justitie.
4. Na verloop van acht weken na de
dagtekening van de aangetekende brief ontbindt de Kamer de
rechtspersoon bij beschikking, tenzij voordien is gebleken dat de
omstandigheden die ingevolge het derde lid zijn vermeld, zich niet
of niet meer voordoen.
5. De beschikking wordt bekend
gemaakt aan de rechtspersoon en de ingeschreven bestuurders.
6. De Kamer doet van de ontbinding
een mededeling opnemen in de Staatscourant. Lid 3, vierde zin, is
van overeenkomstige toepassing.
7. Als op grond van artikel 23, lid
1 geen vereffenaars kunnen worden aangewezen, treedt de Kamer op
als vereffenaar van het vermogen van de ontbonden rechtspersoon,
behoudens het bepaalde in artikel 19, lid 4. Op verzoek van de
Kamer benoemt de rechtbank in haar plaats een of meer andere
vereffenaars.
8. Indien tegen een beschikking als
bedoeld in lid 4, beroep wordt ingesteld bij het College van
Beroep voor het bedrijfsleven schrijft de Kamer dat in het
register in. De beslissing op het beroep wordt tevens
ingeschreven. Indien de beslissing strekt tot vernietiging van de
beschikking doet de Kamer een mededeling daarvan opnemen in de
Staatscourant. Gedurende het tijdvak waarin de rechtspersoon na de
beschikking tot ontbinding had opgehouden te bestaan, is er een
verlengingsgrond als bedoeld in artikel 320 van Boek 3 ten aanzien
van de verjaring van rechtsvorderingen van of tegen de
rechtspersoon.
Artikel 20
1. Een rechtspersoon waarvan de
werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, wordt door de
rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie verboden
verklaard en ontbonden.
2. Een rechtspersoon waarvan het
doel in strijd is met de openbare orde, wordt door de rechtbank op
verzoek van het openbaar ministerie ontbonden. Alvorens de
ontbinding uit te spreken kan de rechtbank de rechtspersoon in de
gelegenheid stellen binnen een door haar te bepalen termijn zijn
doel zodanig te wijzigen dat het niet meer in strijd is met de
openbare orde.
3. Een rechtspersoon vermeld in de
lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, vanVerordening (EG) nr.
2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 (PbEG L 344), in
Bijlage I van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei
2002 (PbEG L 139) of is vermeld en met een ster aangemerkt in de
Bijlage bij het Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2001/931 van de
Raad van 27 december 2001 (PbEG L 344) is van rechtswege verboden
en niet bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen.
Artikel 21
1. De rechtbank ontbindt een
rechtspersoon, indien:
a. aan zijn totstandkoming
gebreken kleven;
b. zijn statuten niet aan de
eisen der wet voldoen;
c. hij niet onder de wettelijke
omschrijving van zijn rechtsvorm valt.
2. De rechtbank ontbindt de
rechtspersoon niet, indien zij hem een termijn vergund heeft en
hij na afloop daarvan een rechtspersoon is die aan de eisen van de
wet voldoet.
3. De rechtbank kan een
rechtspersoon ontbinden, indien deze de in dit boek voor zijn
rechtsvorm gestelde verboden overtreedt of in ernstige mate in
strijd met zijn statuten handelt.
4. De ontbinding wordt uitgesproken
op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie.
Artikel 22
1. De rechter voor wie een verzoek
tot ontbinding van de rechtspersoon aanhangig is, kan de goederen
van die rechtspersoon desverlangd onder bewind stellen; de
beschikking vermeldt het tijdstip waarop zij in werking treedt.
2. De rechter benoemt bij zijn
beschikking een of meer bewindvoerders, en regelt hun bevoegdheden
en hun beloning.
3. Voor zover de rechter niet
anders bepaalt, kunnen de organen van de rechtspersoon zonder
voorafgaande goedkeuring van de bewindvoerder geen besluiten nemen
en kunnen vertegenwoordigers van de rechtspersoon zonder diens
medewerking geen rechtshandelingen verrichten.
4. De beschikking kan te allen
tijde door de rechter worden gewijzigd of ingetrokken; het bewind
eindigt in ieder geval, zodra de uitspraak op het verzoek tot
ontbinding in kracht van gewijsde gaat.
5. De bewindvoerder doet aan de
registers waar de rechtspersoon is ingeschreven, opgaaf van de
beschikking en van de gegevens over zichzelf die omtrent een
bestuurder worden verlangd.
6. Een rechtshandeling die de
rechtspersoon ondanks zijn uit het bewind voortvloeiende
onbevoegdheid vóór de inschrijving heeft verricht, is niettemin
geldig, indien de wederpartij het bewind kende noch behoorde te
kennen.
Artikel 22a
1. Voor of bij het doen van een
verzoek door het openbaar ministerie tot ontbinding van een
naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, kan het openbaar ministerie de rechter bij
verzoekschrift vragen te bevelen dat, tot de uitspraak op genoemd
verzoek in kracht van gewijsde gaat, aan de aandeelhouders de
bevoegdheid tot het vervreemden, verpanden of met vruchtgebruik
belasten van aandelen wordt ontzegd.
2. De rechter beslist na summier
onderzoek. Het bevel wordt gegeven onder voorwaarde dat het
instellen van het verzoek tot ontbinding geschiedt binnen een door
de rechter daartoe te bepalen termijn. Tegen deze beschikking is
geen hogere voorziening toegelaten.
3. De beschikking wordt onverwijld,
zo mogelijk op dezelfde dag, betekend aan de aandeelhouders en de
vennootschap. De griffier draagt zorg voor de inschrijving van de
beschikking in het register waarin de rechtspersoon is
ingeschreven.
4. Binnen acht dagen na de
betekening in het vorige lid vermeld kunnen de aandeelhouders
tegen de beschikking in verzet komen. Het verzet schorst het bevel
niet, behoudens de bevoegdheid van de aandeelhouders om daarop in
kort geding door de voorzieningenrechter van de rechtbank te doen
beslissen. Verzet tegen de beschikking kan niet gegrond zijn op de
bewering dat de aandeelhouder zijn aandelen wil overdragen.
5. Het verzoek tot ontbinding moet
binnen acht dagen nadat deze is ingesteld aan de aandeelhouder
worden betekend.
Artikel 23
1. Voor zover de rechter geen
andere vereffenaars heeft benoemd en de statuten geen andere
vereffenaars aanwijzen, worden de bestuurders vereffenaars van het
vermogen van een ontbonden rechtspersoon. Op vereffenaars die niet
door de rechter worden benoemd, zijn de bepalingen omtrent de
benoeming, de schorsing, het ontslag en het toezicht op
bestuurders van toepassing, voor zover de statuten niet anders
bepalen. Het vermogen van een door de rechter ontbonden
rechtspersoon wordt vereffend door een of meer door hem te
benoemen vereffenaars.
2. Ontslaat de rechter een
vereffenaar, dan kan hij een of meer andere benoemen. Ontbreken
vereffenaars, dan benoemt de rechtbank een of meer vereffenaars op
verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie. De
vereffenaar die door de rechter is benoemd, heeft recht op de
beloning welke deze hem toekent.
3. Een benoeming tot vereffenaar
door de rechter gaat in daags nadat de griffier de benoeming aan
de vereffenaar heeft meegedeeld; de griffier doet de mededeling
terstond, indien de beslissing die de benoeming inhoudt, bij
voorraad uitvoerbaar is en anders, zodra zij in kracht van
gewijsde is gegaan.
4. Iedere vereffenaar doet aan de
registers waar de rechtspersoon is ingeschreven, opgaaf van zijn
optreden als zodanig en van de gegevens over zichzelf die van een
bestuurder worden verlangd.
5. De rechtbank kan een vereffenaar
met ingang van een door haar bepaalde dag ontslaan, het zij op
diens verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen op verzoek van een
medevereffenaar, het openbaar ministerie of ambtshalve.
6. De ontslagen vereffenaar legt
rekening en verantwoording af aan degenen die de vereffening
voortzetten. Is de opvolger door de rechter benoemd, dan geschiedt
de rekening en verantwoording ten overstaan van de rechter.
Artikel 23a
1. Een vereffenaar heeft, tenzij de
statuten anders bepalen, dezelfde bevoegdheden, plichten en
aansprakelijkheid als een bestuurder, voor zover deze verenigbaar
zijn met zijn taak als vereffenaar.
2. Zijn er twee of meer
vereffenaars, dan kan ieder van hen alle werkzaamheden verrichten,
tenzij anders is bepaald. Bij verschil van mening tussen de
vereffenaars beslist op verzoek van een hunner de rechter die bij
de vereffening is betrokken, en anders de kantonrechter. De
rechter bedoeld in de vorige zin, kan ook een verdeling van het
loon vaststellen.
3. Zowel de rechtbank als een door
haar in de vereffening benoemde rechter-commissaris kan voor de
vereffening nodige bevelen geven, al dan niet in de vorm van een
bevelschrift in executoriale vorm. De vereffenaar is verplicht hun
aanwijzingen op te volgen. Tegen de bevelen en aanwijzingen staan
geen rechtsmiddelen open.
4. Blijkt de vereffenaar dat de
schulden de baten vermoedelijk zullen overtreffen, dan doet hij
aangifte tot faillietverklaring, tenzij alle bekende schuldeisers
desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten
faillissement.
5. De voorgaande bepalingen van dit
artikel en de artikelen 23b-23c zijn niet van toepassing op
vereffening in faillissement.
Artikel 23b
1. De vereffenaar draagt hetgeen na
de voldoening der schuldeisers van het vermogen van de ontbonden
rechtspersoon is overgebleven, in verhouding tot ieders recht over
aan hen die krachtens de statuten daartoe zijn gerechtigd, of
anders aan de leden of aandeelhouders. Heeft geen ander recht op
het overschot, dan keert hij het uit aan de Staat, die het zoveel
mogelijk overeenkomstig het doel van de rechtspersoon besteedt.
2. De vereffenaar stelt een
rekening en verantwoording op van de vereffening, waaruit de
omvang en samenstelling van het overschot blijken. Zijn er twee of
meer gerechtigden tot het overschot, dan stelt de vereffenaar een
plan van verdeling op dat de grondslagen der verdeling bevat.
3. Voor zover tot het overschot
iets anders dan geld behoort en de statuten of een rechterlijke
beschikking geen nadere aanwijzing behelzen, komen als wijzen van
verdeling in aanmerking:
a. toedeling van een gedeelte
van het overschot aan ieder der gerechtigden;
b. overbedeling aan een of meer
gerechtigden tegen vergoeding van de overwaarde;
c. verdeling van de
netto-opbrengst na verkoop.
4. De vereffenaar legt de rekening
en verantwoording en het plan van verdeling neer ten kantore van
de registers waarin de rechtspersoon is ingeschreven, en in elk
geval ten kantore van de rechtspersoon, als dat er is, of op een
andere plaats in het arrondissement waar de rechtspersoon
woonplaats heeft. De stukken liggen daar twee maanden voor ieder
ter inzage. De vereffenaar maakt in een nieuwsblad bekend waar en
tot wanneer zij ter inzage liggen. De rechter kan aankondiging in
de Staatscourant bevelen.
5. Binnen twee maanden nadat de
rekening en verantwoording en het plan zijn neergelegd en de
nederlegging overeenkomstig lid 4 is bekendgemaakt en
aangekondigd, kan iedere schuldeiser of gerechtigde daartegen door
een verzoekschrift aan de rechtbank in verzet komen. De
vereffenaar doet van gedaan verzet mededeling op de zelfde wijze
als waarop de nederlegging van de rekening en verantwoording en
het plan van verdeling zijn medegedeeld.
6. Telkens wanneer de stand van het
vermogen daartoe aanleiding geeft, kan de vereffenaar een
uitkering bij voorbaat aan de gerechtigden doen. Na de aanvang van
de verzettermijn doet hij dit niet zonder machtiging van de
rechter.
7. Zodra de intrekking van of
beslissing op elk verzet onherroepelijk is, deelt de vereffenaar
dit mede op de wijze waarop het verzet is medegedeeld. Brengt de
beslissing wijziging in het plan van verdeling, dan wordt ook het
gewijzigde plan van verdeling op deze wijze meegedeeld.
8. De vereffenaar consigneert
geldbedragen waarover niet binnen zes maanden na de laatste
betaalbaarstelling is beschikt.
9. De vereffening eindigt op het
tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer
aanwezig zijn.
10. Na verloop van een maand nadat
de vereffening is geëindigd, doet de vereffenaar rekening en
verantwoording van zijn beheer aan de rechter, indien deze bij de
vereffening is betrokken.
Artikel 23c
1. Indien na het tijdstip waarop de
rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of
gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate
blijkt, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de
vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen. In dat
geval herleeft de rechtspersoon, doch uitsluitend ter afwikkeling
van de heropende vereffening. De vereffenaar is bevoegd van elk
der gerechtigden terug te vorderen hetgeen deze te veel uit het
overschot heeft ontvangen.
2. Gedurende het tijdvak waarin de
rechtspersoon had opgehouden te bestaan, is er een
verlengingsgrond als bedoeld in artikel 320 van Boek 3 ten aanzien
van de verjaring van rechtsvorderingen van of tegen de
rechtspersoon.
Artikel 24
1. De boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers van een ontbonden rechtspersoon moeten worden
bewaard gedurende zeven jaren nadat de rechtspersoon heeft
opgehouden te bestaan. Bewaarder is degene die bij of krachtens de
statuten, dan wel door de algemene vergadering of, als de
rechtspersoon een stichting was, door het bestuur als zodanig is
aangewezen.
2. Ontbreekt een bewaarder en is de
laatste vereffenaar niet bereid te bewaren, dan wordt een
bewaarder, zo mogelijk uit de kring dergenen die bij de
rechtspersoon waren betrokken, op verzoek van een belanghebbende
benoemd door de kantonrechter van de rechtbank van het
arrondissement waarin de rechtspersoon woonplaats had.
Rechtsmiddelen staan niet open.
3. Binnen acht dagen na het ingaan
van zijn bewaarplicht moet de bewaarder zijn naam en adres opgeven
aan de registers waarin de ontbonden rechtspersoon was
ingeschreven.
4. De in lid 2 genoemde
kantonrechter kan desverzocht machtiging tot raadpleging van de
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers geven aan iedere
belanghebbende, indien de rechtspersoon een stichting was, en
overigens aan ieder die aantoont bij inzage een redelijk belang te
hebben in zijn hoedanigheid van voormalig lid of aandeelhouder van
de rechtspersoon of houder van certificaten van diens aandelen,
dan wel als rechtverkrijgende van een zodanige persoon.
Artikel 24a
1. Dochtermaatschappij van een
rechtspersoon is:
a. een rechtspersoon waarin de
rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen,
al dan niet krachtens overeenkomst met andere
stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de
stemrechten in de algemene vergadering kunnen uitoefenen;
b. een rechtspersoon waarvan de
rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen
lid of aandeelhouder zijn en, al dan niet krachtens
overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer
dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen
kunnen benoemen of ontslaan, ook indien alle stemgerechtigden
stemmen.
2. Met een dochtermaatschappij
wordt gelijk gesteld een onder eigen naam optredende vennootschap
waarin de rechtspersoon of een of meer dochtermaatschappijen als
vennoot volledig jegens schuldeisers aansprakelijk is voor de
schulden.
3. Voor de toepassing van lid 1
worden aan aandelen verbonden rechten niet toegerekend aan degene
die de aandelen voor rekening van anderen houdt. Aan aandelen
verbonden rechten worden toegerekend aan degene voor wiens
rekening de aandelen worden gehouden, indien deze bevoegd is te
bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend dan wel zich de aandelen
te verschaffen.
4. Voor de toepassing van lid 1
worden stemrechten, verbonden aan verpande aandelen, toegerekend
aan de pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de rechten worden
uitgeoefend. Zijn de aandelen evenwel verpand voor een lening die
de pandhouder heeft verstrekt in de gewone uitoefening van zijn
bedrijf, dan worden de stemrechten hem slechts toegerekend, indien
hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.
Artikel 24b
Een groep is een economische eenheid
waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn
verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en
vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden.
Artikel 24c
1. Een rechtspersoon of
vennootschap heeft een deelneming in een rechtspersoon, indien hij
of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of samen voor
eigen rekening aan die rechtspersoon kapitaal verschaffen of doen
verschaffen teneinde met die rechtspersoon duurzaam verbonden te
zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid. Indien een vijfde of
meer van het geplaatste kapitaal wordt verschaft, wordt het
bestaan van een deelneming vermoed.
2. Een rechtspersoon heeft een
deelneming in een vennootschap, indien hij of een
dochtermaatschappij:
a. daarin als vennoot jegens
schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de schulden; of
b. daarin anderszins vennoot is
teneinde met die vennootschap duurzaam verbonden te zijn ten
dienste van de eigen werkzaamheid.
Artikel 24d
1. Bij de vaststelling in hoeverre
de leden of aandeelhouders stemmen, aanwezig of vertegenwoordigd
zijn, of in hoeverre het aandelenkapitaal verschaft wordt of
vertegenwoordigd is, wordt geen rekening gehouden met
lidmaatschappen of aandelen waarvan de wet of een statutaire
regeling als bedoeld in artikel 228 lid 5 bepaalt dat daarvoor
geen stem kan worden uitgebracht.
2. In afwijking van lid 1 wordt
voor de toepassing van de artikelen 24c, 63a, 152, 201a, 220,
224a, 262, 265a, 333a lid 2, 334ii lid 2, 336 lid 1, 346, 379 lid
1 en lid 2, 407 lid 2, 408 lid 1 en 414 ten aanzien van een
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid tevens
rekening gehouden met aandelen waarvan een statutaire regeling als
bedoeld in artikel 228 lid 5 bepaalt dat daarvoor geen stem kan
worden uitgebracht.
Artikel 25
Van de bepalingen van dit boek kan
slechts worden afgeweken, voor zover dat uit de wet blijkt.
Titel 2. Verenigingen
Artikel 26
1. De vereniging is een
rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel, anders
dan een dat is omschreven in artikel 53 lid 1 of lid 2.
2. Een vereniging wordt bij
meerzijdige rechtshandeling opgericht.
3. Een vereniging mag geen winst
onder haar leden verdelen.
Artikel 27
1. Wordt een vereniging opgericht
bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht
worden genomen.
2. De akte wordt verleden in de
Nederlandse taal. Indien de vereniging haar zetel heeft in de
provincie Fryslân kan de akte in de Friese taal worden verleden.
Een volmacht tot medewerking aan de akte moet schriftelijk zijn
verleend.
3. De akte bevat de statuten van de
vereniging.
4. De statuten houden in:
a. de naam van de vereniging en
de gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft;
b. het doel van de vereniging;
c. de verplichtingen die de
leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop
zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd;
d. de wijze van bijeenroeping
van de algemene vergadering;
e. de wijze van benoeming en
ontslag van de bestuurders;
f. de bestemming van het batig
saldo van de vereniging in geval van ontbinding, of de wijze
waarop de bestemming zal worden vastgesteld.
5. De notaris, ten overstaan van
wie de akte wordt verleden, draagt zorg dat de akte voldoet aan
het in de leden 2-4 bepaalde. Bij verzuim is hij persoonlijk
jegens hen die daardoor schade hebben geleden, aansprakelijk.
Artikel 28
1. Is een vereniging niet
overeenkomstig het eerste lid van het vorige artikel opgericht,
dan kan de algemene vergadering besluiten de statuten te doen
opnemen in een notariële akte.
2. De leden 2-5 van het vorige
artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29
1. De bestuurders van een
vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een notariële
akte, zijn verplicht haar te doen inschrijven in het
handelsregister en een authentiek afschrift van de akte, dan wel
een authentiek uittreksel van de akte bevattende de statuten, ten
kantore van dat register neer te leggen.
2. Zolang de opgave ter eerste
inschrijving en nederlegging niet zijn geschied, is iedere
bestuurder voor een rechtshandeling waardoor hij de vereniging
verbindt, naast de vereniging hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 30
1. Een vereniging waarvan de
statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte, kan geen
registergoederen verkrijgen en kan geen erfgenaam zijn.
2. De bestuurders zijn hoofdelijk
naast de vereniging verbonden voor schulden uit een
rechtshandeling die tijdens hun bestuur opeisbaar worden. Na hun
aftreden zijn zij voorts hoofdelijk verbonden voor schulden,
voortspruitend uit een tijdens hun bestuur verrichte
rechtshandeling, voor zover daarvoor niemand ingevolge de vorige
zin naast de vereniging is verbonden. Aansprakelijkheid ingevolge
een der voorgaande zinnen rust niet op degene die niet tevoren
over de rechtshandeling is geraadpleegd en die heeft geweigerd
haar, toen zij hem bekend werd, als bestuurder voor zijn
verantwoording te nemen. Ontbreken personen die ingevolge de
eerste of tweede zin naast de vereniging zijn verbonden, dan zijn
degenen die handelden, hoofdelijk verbonden.
3. De bestuurders van een zodanige
vereniging kunnen haar doen inschrijven in het handelsregister.
Indien de statuten op schrift zijn gesteld, leggen zij alsdan een
afschrift daarvan ten kantore van dat register neer.
4. Heeft de inschrijving, bedoeld
in het vorige lid, plaatsgevonden, dan is degene die uit hoofde
van lid 2 wordt verbonden slechts aansprakelijk, voor zover de
wederpartij aannemelijk maakt dat de vereniging niet aan de
verbintenis zal voldoen.
Artikel 31 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 32 [Vervallen per 01-09-1994]
Artikel 33
Tenzij de statuten anders bepalen,
beslist het bestuur over de toelating van een lid en kan bij
niet-toelating de algemene vergadering alsnog tot toelating
besluiten.
Artikel 34
1. Het lidmaatschap van de
vereniging is persoonlijk, tenzij de statuten anders bepalen.
2. Tenzij de statuten van de
vereniging anders bepalen, gaat het lidmaatschap van een
rechtspersoon die door fusie of splitsing ophoudt te bestaan, over
op de verkrijgende rechtspersoon onderscheidenlijk overeenkomstig
de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving op een van de
verkrijgende rechtspersonen.
Artikel 34a
Verbintenissen kunnen slechts bij of
krachtens de statuten aan het lidmaatschap worden verbonden.
Artikel 35
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid,
tenzij de statuten overgang krachtens erfrecht toelaten;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de
vereniging;
d. door ontzetting.
2. De vereniging kan het
lidmaatschap opzeggen in de gevallen in de statuten genoemd,
voorts wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten door de
statuten voor het lidmaatschap gesteld, te voldoen, alsook wanneer
redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het
lidmaatschap te laten voortduren. Tenzij de statuten dit aan een
ander orgaan opdragen, geschiedt de opzegging door het bestuur.
3. Ontzetting kan alleen worden
uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten,
reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging
op onredelijke wijze benadeelt.
4. Tenzij de statuten dit aan een
ander orgaan opdragen, geschiedt de ontzetting door het bestuur.
Het lid wordt ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met
opgave van redenen, in kennis gesteld. Hem staat, behalve wanneer
krachtens de statuten het besluit door de algemene vergadering is
genomen, binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van
het besluit, beroep op de algemene vergadering of een daartoe bij
de statuten aangewezen orgaan of derde open. De statuten kunnen
een andere regeling van het beroep bevatten, doch de termijn kan
niet korter dan op één maand worden gesteld. Gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
5. Wanneer het lidmaatschap in de
loop van een boekjaar eindigt, blijft, tenzij de statuten anders
bepalen, desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel
verschuldigd.
6. De vereniging draagt er zorg
voor dat leden de voor opzegging van het lidmaatschap
noodzakelijke informatie eenvoudig kunnen raadplegen. De
informatie wordt in ieder geval opvallend vermeld op de
hoofdpagina van de website en op bladzijde 1, 2 of 3 van het
ledenblad, indien een vereniging gebruik maakt van deze
communicatiemiddelen.
Artikel 36
1. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap slechts geschieden
tegen het einde van een boekjaar en met inachtneming van een
opzeggingstermijn van vier weken; op deze termijn is de Algemene
termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het
lidmaatschap worden beëindigd tegen het eind van het boekjaar,
volgend op dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk, indien
redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten
voortduren.
2. Een opzegging in strijd met het
in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap eindigen op het
vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was
opgezegd.
3. Een lid kan voorts zijn
lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand
nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn
verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of
medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing.
Deze bevoegdheid tot opzegging kan de leden bij de statuten worden
ontzegd voor het geval van wijziging van de daar nauwkeurig
omschreven rechten en verplichtingen en voorts in het algemeen
voor het geval van wijziging van geldelijke rechten en
verplichtingen.
4. Een lid kan zijn lidmaatschap
ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem
een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging is een
andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
Artikel 37
1. Het bestuur wordt uit de leden
benoemd, De statuten kunnen echter bepalen dat bestuurders ook
buiten de leden kunnen worden benoemd.
2. De benoeming geschiedt door de
algemene vergadering. De statuten kunnen de wijze van benoeming
echter ook anders regelen, mits elk lid middellijk of onmiddellijk
aan de stemming over de benoeming der bestuurders kan deelnemen.
3. De statuten kunnen bepalen, dat
een of meer der bestuursleden, mits minder dan de helft, door
andere personen dan de leden worden benoemd.
4. Is in de statuten bepaald dat
een bestuurder in een vergadering uit een bindende voordracht moet
worden benoemd, dan kan aan die voordracht het bindend karakter
worden ontnomen door een met ten minste twee derden van de
uitgebrachte stemmen genomen besluit van die vergadering. In de
statuten kan worden bepaald dat op deze vergadering ten minste een
bepaald aantal stemmen moet kunnen worden uitgebracht; dit aantal
mag niet hoger worden gesteld dan twee derden van het aantal
stemmen dat door de stemgerechtigden gezamenlijk kan worden
uitgebracht.
5. Indien ingevolge de statuten een
bestuurslid door leden of afdelingen buiten een vergadering wordt
benoemd, dan moet aan de leden gelegenheid worden geboden
kandidaten te stellen. De statuten kunnen bepalen dat dit recht
slechts aan een aantal leden gezamenlijk toekomt, mits hun aantal
niet hoger wordt gesteld dan een vijfde van het aantal leden dat
aan de verkiezing kan deelnemen. De statuten kunnen voorts bepalen
dat aldus gestelde kandidaten slechts zijn benoemd, indien zij ten
minste een bepaald aantal stemmen op zich hebben verenigd, mits
dit aantal niet groter is dan twee derden van het aantal der
uitgebrachte stemmen.
6. Een bestuurslid kan, ook al is
hij voor een bepaalde tijd benoemd, te allen tijde door het orgaan
dat hem heeft benoemd, worden ontslagen of geschorst. Een
veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de
vereniging en bestuurder kan door de rechter niet worden
uitgesproken.
7. Tenzij de statuten anders
bepalen, wijst het bestuur uit zijn midden een voorzitter, een
secretaris en een penningmeester aan.
Artikel 38
1. Behoudens het in het volgende
artikel bepaalde, hebben alle leden die niet geschorst zijn,
toegang tot de algemene vergadering en hebben daar ieder één
stem; een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin
het besluit tot schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover
het woord te voeren. De statuten kunnen aan bepaalde leden meer
dan één stem toekennen.
2. Tenzij de statuten anders
bepalen, treden de voorzitter en de secretaris van het bestuur of
hun vervangers, als zodanig ook op bij de algemene vergadering.
3. De statuten kunnen bepalen dat
personen die deel uitmaken van andere organen der vereniging en
die geen lid zijn, in de algemene vergadering stemrecht kunnen
uitoefenen. Het aantal der door hen gezamenlijk uitgebrachte
stemmen zal echter niet meer mogen zijn dan de helft van het
aantal der door de leden uitgebrachte stemmen.
4. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd
is, aan een andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht verlenen
tot het uitbrengen van zijn stem.
5. Aan de eis van schriftelijkheid
van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
6. De statuten kunnen bepalen dat
iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd is het
stemrecht kan uitoefenen door middel van een elektronisch
communicatiemiddel.
7. Voor de toepassing van lid 6 is
vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch
communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht
kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch
communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
8. De statuten kunnen bepalen dat
stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een
elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, doch niet
eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, gelijk
worden gesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering worden
uitgebracht.
9. Bij of krachtens de statuten
kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het
elektronisch communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden krachtens
de statuten worden gesteld, worden deze bij de oproeping bekend
gemaakt.
Artikel 39
1. De statuten kunnen bepalen dat
de algemene vergadering zal bestaan uit afgevaardigden die door en
uit de leden worden gekozen. De wijze van verkiezing en het aantal
van de afgevaardigden worden door de statuten geregeld; elk lid
moet middellijk of onmiddellijk aan de verkiezing kunnen
deelnemen. De leden 4 en 5 van artikel 37 zijn bij de verkiezing
van overeenkomstige toepassing. Artikel 38 lid 3 is van
overeenkomstige toepassing op personen die deel uitmaken van
andere organen der vereniging en die geen afgevaardigde zijn.
2. De statuten kunnen bepalen dat
bepaalde besluiten van de algemene vergadering aan een referendum
zullen worden onderworpen. De statuten regelen de gevallen waarin,
de tijd waarbinnen, en de wijze waarop het referendum zal worden
gehouden. Hangende de uitslag van het referendum wordt de
uitvoering van het besluit geschorst.
Artikel 40
1. Aan de algemene vergadering
komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet
of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2. Een eenstemmig besluit van alle
leden of afgevaardigden, ook al zijn deze niet in een vergadering
bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen,
dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
Artikel 41
1. Het bestuur roept de algemene
vergadering bijeen, zo dikwijls het dit wenselijk oordeelt, of
wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is. De
statuten kunnen deze bevoegdheid ook aan anderen dan het bestuur
verlenen.
2. Op schriftelijk verzoek van ten
minste een zodanig aantal leden of afgevaardigden als bevoegd is
tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der stemmen in de
algemene vergadering of van een zoveel geringer aantal als bij de
statuten is bepaald, is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen
van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan
vier weken na indiening van het verzoek.
3. Indien aan het verzoek binnen
veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen, tenzij in de
statuten de wijze van bijeenroeping der algemene vergadering voor
dit geval anders is geregeld, de verzoekers zelf tot die
bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur de algemene
vergadering bijeenroept of bij advertentie in ten minste één ter
plaatse waar de vereniging gevestigd is, veelgelezen dagblad. De
verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de
leiding der vergadering en het opstellen der notulen.
4. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek
bedoeld in lid 2 voldaan indien het verzoek elektronisch is
vastgelegd.
5. Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien een lid of afgevaardigde hiermee instemt, de
bijeenroeping geschieden door een langs elektronische weg
toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat
door hem voor dit doel is bekend gemaakt.
Artikel 41a
De artikelen 37-41 zijn van
overeenkomstige toepassing op de afdelingen van een vereniging die
geen rechtspersonen zijn en die een algemene vergadering en een
bestuur hebben; hetgeen in die artikelen omtrent de statuten is
bepaald, kan in een afdelingsreglement worden neergelegd.
Artikel 42
1. In de statuten van de vereniging
kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een
algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat
aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De
termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt ten
minste zeven dagen.
2. Zij die de oproeping tot de
algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot
statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen
vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de
voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe
geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van
de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Aan de afdelingen
waaruit de vereniging bestaat en aan afgevaardigden moet het
voorstel ten minste veertien dagen vóór de vergadering ter
kennis zijn gebracht; de vorige zin is alsdan niet van toepassing.
3. Het bepaalde in de eerste twee
leden is niet van toepassing, indien in de algemene vergadering
alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en
het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt
genomen.
4. Het in dit artikel en de eerste
twee leden van het volgende artikel bepaalde is van
overeenkomstige toepassing op een besluit tot ontbinding.
Artikel 43
1. Tenzij de statuten anders
bepalen, behoeft een besluit tot statutenwijziging ten minste twee
derden van de uitgebrachte stemmen.
2. Voor zover de bevoegdheid tot
wijziging bij de statuten mocht zijn uitgesloten, is wijziging
niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering, waarin
alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
3. Een bepaling in de statuten,
welke de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere
bepalingen beperkt, kan slechts worden gewijzigd met inachtneming
van gelijke beperking.
4. Een bepaling in de statuten,
welke de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere
bepalingen uitsluit, kan slechts worden gewijzigd met algemene
stemmen in een vergadering, waarin alle leden of afgevaardigden
aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
5. Heeft de vereniging volledige
rechtsbevoegdheid, dan treedt de wijziging niet in werking dan
nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. De bestuurders
zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de
gewijzigde statuten neder te leggen ten kantore van het
handelsregister.
6. De bestuurders van een
vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, waarvan de statuten
overeenkomstig artikel 30 lid 3 van dit Boek in afschrift ten
kantore van het handelsregister zijn nedergelegd, zijn verplicht
aldaar tevens een afschrift van de wijziging en van de gewijzigde
statuten neder te leggen.
Artikel 44
1. Behoudens beperkingen volgens de
statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Slechts indien dit uit de
statuten voortvloeit, is het bestuur bevoegd te besluiten tot het
aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en
bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van
overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich
tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De
statuten kunnen deze bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden
binden. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede
voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vereniging ter
zake van deze handelingen, tenzij de statuten anders bepalen.
Artikel 45
1. Het bestuur vertegenwoordigt de
vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. De statuten kunnen de
bevoegdheid tot vertegenwoordiging bovendien toekennen aan een of
meer bestuurders. Zij kunnen bepalen dat een bestuurder de
vereniging slechts met medewerking van een of meer anderen mag
vertegenwoordigen.
3. Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder
toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet
niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de vereniging worden
ingeroepen.
4. De statuten kunnen ook aan
andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 46
De vereniging kan, voor zover uit de
statuten niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden
rechten bedingen en, voor zover dit in de statuten uitdrukkelijk is
bepaald, te hunnen laste verplichtingen aangaan. Zij kan nakoming
van bedongen rechten jegens en schadevergoeding aan een lid
vorderen, tenzij dit zich daartegen verzet.
Artikel 47
In alle gevallen waarin de vereniging
een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders of
commissarissen kan de algemene vergadering een of meer personen
aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen.
Artikel 48
1. Het bestuur brengt op een
algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het
boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene
vergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken in de
vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de
staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan
de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de
bestuurders en commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een
of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding
gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de
gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze
verplichtingen nakomen.
2. Ontbreekt een raad van
commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan
de algemene vergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig
van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1, dan benoemt
de algemene vergadering jaarlijks een commissie van ten minste
twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De
commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van lid
1, en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar
bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve
van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te
verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging
voor raadpleging beschikbaar te stellen.
3. Een vereniging die een of meer
ondernemingen in stand houdt welke ingevolge de wet in het
handelsregister moeten worden ingeschreven, vermeldt bij de staat
van baten en lasten de netto-omzet van deze ondernemingen.
Artikel 49
1. Jaarlijks binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar van een vereniging als bedoeld in artikel
360 lid 3, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste
vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere
omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het
deze voor de leden ter inzage ten kantore van de vereniging.
Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter
inzage voor de leden, tenzij de artikelen 396 lid 7 of 403 voor de
vereniging gelden.
2. De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering die het bestuur uiterlijk
een maand na afloop van de termijn doet houden. Vaststelling van
de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
4. Artikel 48 lid 1 is niet van
toepassing op de vereniging bedoeld in artikel 360 lid 3. Artikel
48 lid 2 is hierop van toepassing met dien verstande dat onder
stukken wordt verstaan de stukken die ingevolge lid 1 worden
overgelegd.
5. Een vereniging als bedoeld in
artikel 360 lid 3 mag ten laste van de door de wet voorgeschreven
reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat.
6. Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening. Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene
wet bestuursrecht is van toepassing op deze verzoeken tot
ontheffing.
Artikel 50
De vereniging, bedoeld in artikel 360
lid 3, zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de
krachtens artikel 392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep
voor de algemene vergadering, bestemd tot behandeling van de
jaarrekening, te haren kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de
stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
Artikel 50a
De artikelen 131, 138, 139, 149 en
150 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van faillissement
van een vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een
notariële akte en die aan de heffing van vennootschapsbelasting is
onderworpen.
Artikel 51
In geval van faillissement of
surséance van betaling van een vereniging die is ingeschreven in
het handelsregister, worden de aankondigingen welke krachtens de
Faillissementswet in de Staatscourant worden opgenomen, door hem die
met die openbaarmaking is belast, mede ter inschrijving in dat
register opgegeven.
Artikel 52
Voorzover van de bepalingen van deze
titel in de statuten kan worden afgeweken, kan deze afwijking alleen
geschieden bij op schrift gestelde statuten.
Titel 3. Coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 53
1. De coöperatie is een bij
notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet
zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde stoffelijke
behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten,
anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat
zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen.
2. De onderlinge
waarborgmaatschappij is een bij notariële akte als onderlinge
waarborgmaatschappij opgerichte vereniging. Zij moet zich blijkens
de statuten ten doel stellen met haar leden
verzekeringsovereenkomsten te sluiten, een en ander in het
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar
leden uitoefent.
3. De statuten van een coöperatie
kunnen haar veroorloven overeenkomsten als die welke zij met haar
leden sluit, ook met anderen aan te gaan; hetzelfde geldt voor de
statuten van een onderlinge waarborgmaatschappij waarbij iedere
verplichting van leden of oud-leden om in de tekorten bij te
dragen is uitgesloten.
4. Indien een coöperatie of een
onderlinge waarborgmaatschappij de in het vorige lid bedoelde
bevoegdheid uitoefent, mag zij dat niet in een zodanige mate doen,
dat de overeenkomsten met de leden slechts van ondergeschikte
betekenis zijn.
Artikel 53a
De bepalingen van de vorige titel
zijn, met uitzondering van de artikelen 26 lid 3 en 44 lid 2, op de
coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij van toepassing,
voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.
Artikel 54
1. Een coöperatie en een
onderlinge waarborgmaatschappij worden opgericht door een
meerzijdige rechtshandeling bij notariële akte.
2. De naam van een coöperatie moet
het woord "coöperatief" bevatten, die van een
onderlinge waarborgmaatschappij het woord "onderling" of
"wederkerig". De naam van de rechtspersoon moet aan het
slot de letters W.A., B.A. of U.A. overeenkomstig artikel 56
dragen.
Artikel 54a [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 55
1. Zij die bij de ontbinding leden
waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden leden te
zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de statuten
aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk; wordt een
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij ontbonden door haar
insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan
wordt de termijn van een jaar niet van de dag der ontbinding, maar
van de dag der faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een
langere termijn dan een jaar vaststellen.
2. Bevatten de statuten niet een
maatstaf voor ieders aansprakelijkheid, dan zijn allen voor
gelijke delen aansprakelijk.
3. Kan op een of meer van de leden
of oud-leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort niet worden
verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige leden en
oud-leden, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel,
aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid bestaat ook, indien de
vereffenaars afzien van verhaal op een of meer leden of oud-leden,
op grond dat door de uitoefening van het verhaalsrecht een bate
voor de boedel niet zou worden verkregen. Indien de vereffening
geschiedt onder toezicht van personen, door de wet met dat
toezicht belast, kunnen de vereffenaars van dat verhaal slechts
afzien met machtiging van deze personen.
4. De aansprakelijke leden en
oud-leden zijn gehouden tot onmiddellijke betaling van hun aandeel
in een geraamd tekort, vermeerderd met 50 ten honderd, of zoveel
minder als de vereffenaars voldoende achten, tot voorlopige
dekking van een nadere omslag voor de kosten van invordering en
van het aandeel van hen, die in gebreke mochten blijven aan hun
verplichting te voldoen.
5. Een lid of oud-lid is niet
bevoegd tot verrekening van zijn schuld uit hoofde van dit
artikel.
Artikel 56
1. Een coöperatie of een
onderlinge waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het
vorige artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van
haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen, uitsluiten
of tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop slechts een
beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot van zijn naam in
het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting van
aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A.
(beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon
waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A.
(wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam.
2. De genoemde rechtspersonen zijn,
behoudens in telegrammen en reclames, verplicht haar naam volledig
te voeren.
Artikel 57
1. Bij de statuten kan worden
bepaald dat er een raad van commissarissen zal zijn. De raad
bestaat uit een of meer natuurlijke personen.
2. De raad van commissarissen heeft
tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de
algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daarmee
verbonden onderneming. Hij staat het bestuur met raad ter zijde.
Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar
het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden
onderneming.
3. Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is de raad van commissarissen bevoegd iedere door de
algemene vergadering benoemde bestuurder te allen tijde te
schorsen. Deze schorsing kan te allen tijde door de algemene
vergadering worden opgeheven.
4. Behoudens het bepaalde in
artikel 47 vertegenwoordigt de raad van commissarissen de
rechtspersoon in andere gevallen van strijdig belang met een of
meer bestuurders dan het sluiten of wijzigen van overeenkomsten
zoals deze met alle leden in gelijke omstandigheden worden
gesloten. De statuten kunnen van deze bepaling afwijken.
5. De statuten kunnen aanvullende
bepalingen omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad en van
zijn leden bevatten.
6. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan de algemene vergadering aan de commissarissen als
zodanig een bezoldiging toekennen.
7. Tenzij de statuten de
commissarissen stemrecht toekennen, hebben zij als zodanig in de
algemene vergadering slechts raadgevende stem.
8. Het bestuur verschaft de raad
van commissarissen tijdig de voor de uitoefening van diens taak
noodzakelijke gegevens.
Artikel 57a
1. Op de benoeming van
commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn
aangewezen, is artikel 37 van overeenkomstige toepassing, tenzij
zij overeenkomstig artikel 63f geschiedt.
2. Bij een aanbeveling of
voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de
kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep en de
betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover
die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van
een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij
reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder
rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met
de aanduiding van de groep worden volstaan. De aanbeveling en de
voordracht worden met redenen omkleed.
Artikel 58
1. Jaarlijks binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn met
ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van
bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op
en legt het deze voor de leden ter inzage ten kantore van de
rechtspersoon. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het
jaarverslag ter inzage voor de leden, tenzij de artikelen 396 lid
7, of 403 voor de rechtspersoon gelden. De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering die het bestuur uiterlijk
een maand na afloop van de termijn doet houden. Artikel 48 lid 2
is van overeenkomstige toepassing. Vaststelling van de
jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
2. De opgemaakte jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De rechtspersoon zorgt dat de
opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens artikel
392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene
vergadering, bestemd tot behandeling van de jaarrekening, te
zijnen kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de stukken aldaar
inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
4. Ten laste van de door de wet
voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor
zover de wet dat toestaat.
5. Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening. Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene
wet bestuursrecht is van toepassing op deze verzoeken tot
ontheffing.
Artikel 59
1. Coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen zijn niet bevoegd door een besluit
wijzigingen in de met haar leden in de uitoefening van haar
bedrijf aangegane overeenkomsten aan te brengen, tenzij zij zich
deze bevoegdheid in de overeenkomst op duidelijke wijze hebben
voorbehouden. Een verwijzing naar statuten, reglementen, algemene
voorwaarden of dergelijke, is daartoe niet voldoende.
2. Op een wijziging als in het
vorige lid bedoeld kan de rechtspersoon zich tegenover een lid
slechts beroepen indien de wijziging schriftelijk aan het lid was
medegedeeld.
Artikel 60
Voor de coöperatie geldt voorts dat,
met behoud der vrijheid van uittreding uit de coöperatie, daaraan
bij de statuten voorwaarden, in overeenstemming met haar doel en
strekking, kunnen worden verbonden. Een voorwaarde welke verder gaat
dan geoorloofd is, wordt in zoverre voor niet geschreven gehouden.
Artikel 61
Voor een coöperatie, die in haar
statuten niet iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in
een tekort bij te dragen heeft uitgesloten, gelden bovendien de
volgende bepalingen:
a. Het lidmaatschap wordt
schriftelijk aangevraagd. Aan de aanvrager wordt eveneens
schriftelijk bericht, dat hij als lid is toegelaten of
geweigerd. Wanneer hij is toegelaten, wordt hem tevens
medegedeeld onder welk nummer hij als lid in de administratie
der coöperatie is ingeschreven. Niettemin behoeft, ten bewijze
van de verkrijging van het lidmaatschap, van een schriftelijke
aanvrage en een schriftelijk bericht als hiervoor bedoeld, niet
te blijken.
b. De geschriften, waarbij het
lidmaatschap wordt aangevraagd, worden gedurende ten minste tien
jaren door het bestuur bewaard. Echter behoeven de hierbedoelde
geschriften niet te worden bewaard voor zover het betreft
diegenen, van wie het lidmaatschap kan blijken uit een door hen
ondertekende, gedagtekende verklaring in de administratie van de
coöperatie.
c. De opzegging van het
lidmaatschap kan slechts geschieden, hetzij bij een afzonderlijk
geschrift, hetzij door een door het lid ondertekende,
gedagtekende verklaring in de administratie van de coöperatie.
Het lid dat de opzegging doet, ontvangt daarvan een
schriftelijke erkenning van het bestuur. Wordt de schriftelijke
erkenning niet binnen veertien dagen gegeven, dan is het lid
bevoegd de opzegging op kosten van de coöperatie bij
deurwaardersexploot te herhalen.
d. Een door het bestuur
gewaarmerkt afschrift van de ledenlijst wordt ten kantore van
het handelsregister neergelegd bij de inschrijving van de
coöperatie. Binnen een maand na het einde van ieder boekjaar
wordt door het bestuur een schriftelijke opgave van de
wijzigingen die de ledenlijst in de loop van het boekjaar heeft
ondergaan, aan de ten kantore van het handelsregister
neergelegde lijst toegevoegd of wordt, indien de Kamer van
Koophandel en Fabrieken dit nodig oordeelt, een nieuwe lijst
neergelegd.
Artikel 62
Voor een onderlinge
waarborgmaatschappij gelden voorts de volgende bepalingen:
a. Zij die als verzekeringnemer
bij een onderlinge waarborgmaatschappij een overeenkomst van
verzekering lopende hebben, zijn van rechtswege lid van de
waarborgmaatschappij. Bij de onderlinge waarborgmaatschappij die
krachtens haar statuten ook verzekeringnemers die geen lid zijn
mag verzekeren, kan van deze bepaling worden afgeweken.
b. Tenzij de statuten anders
bepalen, duurt het lidmaatschap dat uit een
verzekeringsovereenkomst ontstaat, voort totdat alle door het
lid met de waarborgmaatschappij gesloten
verzekeringsovereenkomsten zijn geëindigd. Bij overdracht of
overgang van de rechten en verplichtingen uit zodanige
overeenkomst gaat het lidmaatschap, voor zover uit die
overeenkomst voortvloeiende, op de nieuwe verkrijger of de
nieuwe verkrijgers over, een en ander behoudens afwijkende
bepalingen in de statuten.
c. Indien het waarborgkapitaal
van een onderlinge waarborgmaatschappij in aandelen is verdeeld,
zijn de artikelen 79-89, 90-92, 95, 96 lid 1, 98 leden 1 en 6,
en 98c leden 1 en 2 van dit boek van overeenkomstige toepassing.
Artikel 63
1. Het is aan een persoon die geen
coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is, verboden
zaken te doen met gebruik van de aanduiding
"coöperatief", "onderling" of
"wederkerig".
2. Ingeval van overtreding van dit
verbod kan iedere coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij
vorderen, dat de overtreder zich op straffe van een door de
rechter te bepalen dwangsom onthoudt het gewraakte woord bij het
doen van zaken te gebruiken.
Afdeling 2. De raad van
commissarissen bij de grote coöperatie en bij de grote onderlinge
waarborgmaatschappij
Artikel 63a
In deze afdeling wordt onder een
afhankelijke maatschappij verstaan:
a. een rechtspersoon waaraan de
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij of een of meer
afhankelijke maatschappijen alleen of samen voor eigen rekening
ten minste de helft van het geplaatste kapitaal verschaffen.
b. een vennootschap waarvan een
onderneming in het handelsregister is ingeschreven en waarvoor
de coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij als vennote
jegens derden volledig aansprakelijk is voor alle schulden.
Artikel 63b
1. Een coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij moet, indien lid 2 op haar van toepassing is,
binnen twee maanden na de vaststelling van haar jaarrekening door
de algemene vergadering, aan het handelsregister opgeven dat zij
voldoet aan de in lid 2 gestelde voorwaarden. Totdat artikel 63c
lid 3 toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk
volgend jaarverslag wanneer de opgave is gedaan; wordt de opgaaf
doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste
jaarverslag dat na de doorhaling wordt uitgebracht.
2. De verplichting tot opgave
geldt, indien:
a. het eigen vermogen volgens
de balans met toelichting ten minste een bij koninklijk
besluit vastgesteld grensbedrag beloopt,
b. de rechtspersoon of een
afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke verplichting
een ondernemingsraad heeft ingesteld, en
c. bij de rechtspersoon en haar
afhankelijke maatschappijen te zamen in de regel ten minste
honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.
3. Het in onderdeel a van lid 2
genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer
sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij
afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag
wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde bedrag
minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst vastgestelde
bedrag.
4. Onder het eigen vermogen wordt
in onderdeel a van lid 2 begrepen de gezamenlijke verrichte en nog
te verrichten inbreng van vennoten bij wijze van geldschieting in
afhankelijke maatschappijen die commanditaire vennootschap zijn,
voor zover dit niet tot dubbeltelling leidt.
Artikel 63c
1. De artikelen 63f tot en met 63j
zijn van toepassing op een rechtspersoon waaromtrent een in
artikel 63b bedoelde opgaaf gedurende drie jaren onafgebroken is
ingeschreven. Deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken,
indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten
onrechte heeft plaatsgevonden, ongedaan is gemaakt.
2. De doorhaling van de
inschrijving op de grond dat de rechtspersoon niet meer voldoet
aan de voorwaarden van artikel 63b lid 2 doet de toepasselijkheid
van de artikelen 63f tot en met 63j slechts eindigen, indien na de
doorhaling drie jaren zijn verstreken waarin de rechtspersoon niet
opnieuw tot de opgaaf verplicht is geweest.
3. De coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij brengt haar statuten in overeenstemming met
de artikelen 63f tot en met 63j welke voor haar gelden, uiterlijk
met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar
van toepassing worden.
Artikel 63d
1. De artikelen 63f tot en met 63j
gelden niet voor een rechtspersoon wier werkzaamheid zich
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt tot het beheer en de
financiering van afhankelijke maatschappijen en van haar en hun
deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de werknemers van de
Nederlandse afhankelijke maatschappijen vertegenwoordigd zijn in
een ondernemingsraad die de bevoegdheden heeft, bedoeld in de
artikelen 158 en 268.
2. Onze Minister van Justitie kan,
gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij op haar verzoek ontheffing
verlenen van een of meer der artikelen 63f tot en met 63j. De
ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen
voorschriften worden verbonden. Zij kan worden gewijzigd en
ingetrokken.
Artikel 63e
Een coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij waarvoor artikel 63c niet geldt, kan bij haar
statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de
taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen
overeenkomstig de artikelen 63f tot en met 63j, indien zij of een
afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld
waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van
toepassing zijn. Deze regeling in de statuten verliest haar gelding
zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op die raad niet
langer de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van
toepassing zijn.
Artikel 63f
1. De grote coöperatie en de grote
onderlinge waarborgmaatschappij hebben een raad van
commissarissen.
2. De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 8, op voordracht van de raad van
commissarissen benoemd door de algemene vergadering, voorzover de
benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of
voordat dit artikel op de rechtspersoon van toepassing is
geworden.
3. De raad van commissarissen
bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen
minder dan drie, dan bevordert de raad onverwijld maatregelen tot
aanvulling van zijn ledental.
4. De algemene vergadering, de
ondernemingsraad en het bestuur kunnen aan de raad van
commissarissen personen aanbevelen om als commissaris voor te
dragen. De raad van commissarissen deelt hun daartoe tijdig mede,
wanneer en ten gevolge waarvan in zijn midden een plaats moet
worden vervuld.
5. De raad van commissarissen geeft
aan de algemene vergadering en de ondernemingsraad kennis van de
naam van degene die hij voordraagt, met inachtneming van artikel
57a lid 2.
6. De algemene vergadering benoemt
de voorgedragen persoon, tenzij de ondernemingsraad binnen twee
maanden na de kennisgeving of de algemene vergadering zelf
uiterlijk in de eerste vergadering na die twee maanden tegen de
voordracht bezwaar maakt:
a. op grond dat de
voorschriften van lid 4, tweede volzin, of lid 5 niet
behoorlijk zijn nageleefd;
b. op grond van de verwachting
dat de voorgedragen persoon ongeschikt zal zijn voor de
vervulling van de taak van de commissaris; of
c. op grond van de verwachting
dat de raad van commissarissen bij benoeming overeenkomstig
het voornemen niet naar behoren zal zijn samengesteld.
7. Het bezwaar wordt aan de raad
van commissarissen onder opgave van redenen medegedeeld.
8. Niettegenstaande het bezwaar van
de ondernemingsraad kan de voorgedragen candidaat worden benoemd,
indien de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam het
bezwaar ongegrond verklaart op verzoek van een daartoe door de
raad van commissarissen aangewezen vertegenwoordiger. Op diens
verzoek benoemt de ondernemingskamer de voorgedragen candidaat,
indien de algemene vergadering bezwaar heeft gemaakt of hem niet
in haar daartoe bijeengeroepen vergadering heeft benoemd, tenzij
de ondernemingskamer een bezwaar van de algemene vergadering
gegrond acht.
9. Verweer kan worden gevoerd door
een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de ledenvergadering
of door de ondernemingsraad die het in lid 6 bedoelde bezwaar
heeft gemaakt.
10. Tegen de beslissing van de
ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De
ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.
11. Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder de ondernemingsraad verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van de rechtspersoon of van
een afhankelijke maatschappij. Zijn er twee of meer
ondernemingsraden, dan zijn deze gelijkelijk bevoegd. Is voor de
betrokken onderneming of ondernemingen een centrale
ondernemingsraad ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de
ondernemingsraad volgens dit artikel toe aan de centrale
ondernemingsraad. De ondernemingsraad neemt geen besluit als
bedoeld in dit artikel dan na er ten minste eenmaal over te hebben
overlegd met de rechtspersoon.
Artikel 63g
1. Ontbreken alle commissarissen,
dan kunnen de ondernemingsraad en het bestuur personen voor
benoeming tot commissaris aanbevelen aan de ledenvergadering.
Degene die de algemene vergadering bijeenroept, deelt de
ondernemingsraad en het bestuur tijdig mede dat de benoeming van
commissarissen onderwerp van behandeling zal zijn.
2. De benoeming is van kracht,
tenzij de ondernemingsraad binnen twee maanden na overeenkomstig
artikel 63f lid 5 in kennis te zijn gesteld van de naam van de
benoemde persoon, overeenkomstig artikel 63f lid 6 bij de
rechtspersoon bezwaar maakt. Niettegenstaande dit bezwaar wordt de
benoeming van kracht, indien de ondernemingskamer van het
gerechtshof Amsterdam op verzoek van een daartoe door de algemene
vergadering aangewezen vertegenwoordiger het bezwaar ongegrond
verklaart.
3. De leden van 10 en 11 van
artikel 63f zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 63h
1. Commissaris kunnen niet zijn:
a. personen in dienst van de
rechtspersoon;
b. personen in dienst van een
afhankelijke maatschappij;
c. bestuurders en personen in
dienst van een werknemersorganisatie welke pleegt betrokken te
zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de
onder a en b bedoelde personen.
2. De statuten mogen voor ten
hoogste twee derden van het aantal commissarissen bepalen dat zij
worden benoemd uit een kring waartoe ten minste de leden van de
rechtspersoon behoren.
Artikel 63i
1. Een commissaris treedt uiterlijk
af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is
geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag
van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier
jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is
gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het
gerechtshof Amsterdam kan op verzoek een commissaris ontslaan
wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige
redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op
grond waarvan handhaving van de commissaris redelijkerwijs niet
van de rechtspersoon kan worden verlangd. Het verzoek kan worden
ingediend door een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de
raad van commissarissen, door de algemene vergadering of door de
ondernemingsraad. Artikel 63f lid 11 is van overeenkomstige
toepassing.
3. Een commissaris kan slechts
worden geschorst door de raad van commissarissen. De schorsing
vervalt van rechtswege, indien niet binnen een maand na de aanvang
der schorsing een verzoek als bedoeld in lid 2 is ingediend bij de
ondernemingskamer.
Artikel 63j
1. Aan de goedkeuring van de raad
van commissarissen zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent:
a. uitgifte van schuldbrieven
ten laste van de rechtspersoon;
b. uitgifte van schuldbrieven
ten laste van een commanditaire vennootschap of vennootschap
onder firma waarvan de rechtspersoon volledig aansprakelijke
vennoot is;
c. het aanvragen van toelating
van de onder a en b bedoelde schuldbrieven tot de handel op
een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt
of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is dan wel het aanvragen van een
intrekking van zodanige toelating;
d. het aangaan of verbreken van
duurzame samenwerking van de rechtspersoon of een afhankelijke
maatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan
wel als volledig aansprakelijk vennoot in een commanditaire
vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze
samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor
de rechtspersoon;
e. het nemen van een deelneming
ter waarde van ten minste een vierde van het bedrag van het
eigen vermogen volgens de balans met toelichting van de
rechtspersoon, door deze of een afhankelijke maatschappij in
het kapitaal van een vennootschap, alsmede het ingrijpend
vergroten of verminderen van zulk een deelneming;
f. investeringen welke een
bedrag vereisen, gelijk aan een vierde van het eigen vermogen
volgens de balans met toelichting van de rechtspersoon;
g. een voorstel tot wijziging
der statuten;
h. een voorstel tot ontbinding
van de rechtspersoon;
i. aangifte van faillissement
en aanvrage van surséance van betaling;
j. beëindiging van de
arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van
de rechtspersoon of een afhankelijke maatschappij
tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende wijziging in de
arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de rechtspersoon of van een afhankelijke maatschappij.
2. Het ontbreken van de goedkeuring
van de raad van commissarissen op een besluit als bedoeld in lid 1
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of
bestuurders niet aan.
3. Voor besluiten van de
rechtspersoon als bedoeld in de onderdelen d, e, f, j en k van lid
1 is enig besluit vereist van het bestuur.
Afdeling 3 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 63k [Vervallen per
01-01-2013]
Titel 4. Naamloze vennootschappen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 64
1. De naamloze vennootschap is een
rechtspersoon met een in overdraagbare aandelen verdeeld
maatschappelijk kapitaal. Een aandeelhouder is niet persoonlijk
aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt
verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn aandeel
behoort te worden gestort in de verliezen van de vennootschap bij
te dragen. Ten minste één aandeel wordt gehouden door een ander
dan en anders dan voor rekening van de vennootschap of een van
haar dochtermaatschappijen.
2. De vennootschap wordt door een
of meer personen opgericht bij notariële akte. De akte wordt
getekend door iedere oprichter en door ieder die blijkens deze
akte een of meer aandelen neemt.
Artikel 65
De akte van oprichting van een
naamloze vennootschap wordt verleden in de Nederlandse taal. Een
volmacht tot medewerking aan die akte moet schriftelijk zijn
verleend.
Artikel 66
1. De akte van oprichting moet de
statuten van de naamloze vennootschap bevatten. De statuten
bevatten de naam, de zetel en het doel van de vennootschap.
2. De naam vangt aan of eindigt met
de woorden Naamloze Vennootschap, hetzij voluit geschreven, hetzij
afgekort tot "N.V.".
3. De zetel moet zijn gelegen in
Nederland.
Artikel 67
1. De statuten vermelden het bedrag
van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het bedrag van
de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.
Zijn er verschillende soorten aandelen, dan vermelden de statuten
het aantal en het bedrag van elke soort. De akte van oprichting
vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en van het
gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende soorten aandelen dan
worden de bedragen van het geplaatste en van het gestorte kapitaal
uitgesplitst per soort. De akte vermeldt voorts van ieder die bij
de oprichting aandelen neemt de in artikel 86 lid 2 onder b en c
bedoelde gegevens met het aantal en de soort van de door hem
genomen aandelen en het daarop gestorte bedrag.
2. Het maatschappelijke en het
geplaatste kapitaal moeten ten minste het minimumkapitaal
bedragen. Het minimumkapitaal bedraagt vijfenveertigduizend euro.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt dit bedrag verhoogd,
indien het recht van de Europese Gemeenschappen verplicht tot
verhoging van het geplaatste kapitaal. Voor naamloze
vennootschappen die bestaan op de dag voordat deze verhoging in
werking treedt, wordt zij eerst achttien maanden na die dag van
kracht.
3. Het gestorte deel van het
geplaatste kapitaal moet ten minste vijfenveertigduizend euro
bedragen.
4. Van het maatschappelijke
kapitaal moet ten minste een vijfde gedeelte zijn geplaatst.
5. Een naamloze vennootschap die is
ontstaan voor 1 januari 2002 kan het bedrag van het
maatschappelijke kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden
vermelden tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.
Artikel 67a
1. Indien een naamloze vennootschap
in de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het
bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro, wordt het bedrag
van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro
berekend volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het
Verdrag betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde
omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee cijfers achter de
komma. Het afgeronde bedrag van elk aandeel in euro mag ten
hoogste 15% hoger of lager liggen dan het oorspronkelijke bedrag
van het aandeel in gulden. Het totaal van de bedragen van de
aandelen in euro bedoeld in artikel 67 is het maatschappelijk
kapitaal in euro. De som van de bedragen van de geplaatste
aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is het bedrag van
het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro. De
akte vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het
gestorte deel daarvan in euro.
2. Is na omrekening volgens lid 1
de som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het verdrag
betreffende de Europese unie definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan wordt het
verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare reserves of de
reserves bedoeld in artikel 389 of 390. Zijn deze reserves niet
toereikend, dan vormt de vennootschap een negatieve
bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat niet ten
laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is gebracht.
Totdat het verschil uit ingehouden winst of te vormen reserves is
voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in artikel
105 doen. Door het voldoen aan het bepaalde in dit lid worden de
aandelen geacht te zijn volgestort.
3. Is na omrekening volgens lid 1
de som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dan het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan houdt de
vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het
verschil. Artikel 99 is niet van toepassing.
Artikel 67b
Indien de vennootschap in afwijking
van artikel 67a het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze
wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier
rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging
recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het totale bedrag
daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de
aandelen niet te boven gaan.
Artikel 67c
1. Een naamloze vennootschap
waarvan de statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van
de aandelen in gulden vermelden, kan in het maatschappelijk
verkeer de tegenwaarde in euro gebruiken tot ten hoogste twee
cijfers achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar dit
artikel. Dit gebruik van de tegenwaarde in euro heeft geen
rechtsgevolg.
2. Indien een naamloze vennootschap
waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en
het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002
een wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen
in gulden worden uitgedrukt, worden in de statuten alle bedragen
omgezet in euro. De artikelen 67a en 67b zijn van toepassing.
Artikel 68 [Vervallen per 01-07-2011]
Artikel 69
1. De bestuurders zijn verplicht de
vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een
authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan
ingevolge de artikelen 93a, 94 en94a gehechte stukken, alsmede een
afschrift van stukken die zijn opgesteld overeenkomstig artikel
94a lid 4, laatste zin, neer te leggen ten kantore van het
handelsregister. Tegelijkertijd moeten zij opgave doen van het
totaal van de vastgestelde en geraamde kosten die met de
oprichting verband houden en ten laste van de vennootschap komen.
2. De bestuurders zijn naast de
vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun
bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt
verbonden in het tijdvak voordat:
a. de opgave ter eerste
inschrijving in het handelsregister, vergezeld van de neer te
leggen afschriften, is geschied,
b. het gestorte deel van het
kapitaal ten minste het bij de oprichting voorgeschreven
minimumkapitaal bedraagt, en
c. op het bij de oprichting
geplaatste kapitaal ten minste een vierde van het nominale
bedrag is gestort.
3. De aansprakelijkheid als bedoeld
in lid 2, onderdelen b en c, geldt niet, indien toepassing is
gegeven aan artikel 94a lid 4, laatste zin, en onverwijld na het
afleggen van de accountantsverklaring namens de vennootschap de
stortingen zijn opgevraagd die noodzakelijk zijn om te voldoen aan
artikel 67 lid 3 en artikel 80 lid 1.
Artikel 70 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 71
1. Wanneer de naamloze vennootschap
zich krachtens artikel 18 omzet in een vereniging, coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere aandeelhouder lid,
tenzij hij de schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld in lid 2.
2. Op het besluit tot omzetting is
artikel 100 van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet in
een besloten vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere
aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de
vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn
aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk aan
de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de
aandeelhouder heeft meegedeeld, dat hij deze schadeloosstelling
kan vragen. De mededeling geschiedt op de zelfde wijze als de
oproeping tot een algemene vergadering.
3. Bij gebreke van overeenstemming
wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer
onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede
partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging tot
omzetting of door de voorzieningenrechter van die rechtbank. De
artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
Artikel 72
1. Wanneer een besloten
vennootschap zich krachtens artikel 18 omzet in een naamloze
vennootschap, wordt aan de akte van omzetting een verklaring van
een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 gehecht waaruit
blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap op een dag
binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met
het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal.
2. Wanneer een andere rechtspersoon
zich krachtens artikel 18 omzet in een naamloze vennootschap,
worden aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring van een
accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1, waaruit blijkt
dat het eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag binnen
vijf maanden voor de omzetting ten minste het bedrag beloopt
van het gestorte deel van het geplaatste kapitaal volgens de
akte van omzetting; bij het eigen vermogen mag de waarde
worden geteld van hetgeen na die dag uiterlijk onverwijld na
de omzetting op aandelen zal worden gestort;
b. indien de rechtspersoon
leden heeft, de schriftelijke toestemming van ieder lid wiens
aandelen niet worden volgestort door omzetting van de reserves
van de rechtspersoon;
c. indien een stichting wordt
omgezet, de rechterlijke machtiging daartoe.
3. Wanneer een vereniging,
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens
artikel 18 omzet in een naamloze vennootschap, wordt ieder lid
aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid
nog kan opzeggen op grond van artikel 36 lid 4.
Artikel 73 [Vervallen per 01-09-1994]
Artikel 74
1. Op verzoek van het openbaar
ministerie ontbindt de rechtbank de naamloze vennootschap wanneer
deze haar doel, door een gebrek aan baten, niet kan bereiken, en
kan de rechtbank de vennootschap ontbinden, wanneer deze haar
werkzaamheid tot verwezenlijking van haar doel heeft gestaakt. Het
openbaar ministerie deelt de Kamer van Koophandel en Fabrieken, in
wier handelsregister de vennootschap is ingeschreven, mee dat het
voornemens is een verzoek tot ontbinding in te stellen.
2. De rechtbank ontbindt de
vennootschap op verzoek van het openbaar ministerie wanneer het
geplaatste kapitaal of het gestorte deel daarvan geringer is dan
het minimumkapitaal.
3. Alvorens de ontbinding uit te
spreken kan de rechter de vennootschap in de gelegenheid stellen
binnen een door hem te bepalen termijn het verzuim te herstellen
of zich om te zetten in een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid.
Artikel 75
1. Uit alle geschriften, gedrukte
stukken en aankondigingen, waarin de naamloze vennootschap partij
is of die van haar uitgaan, met uitzondering van telegrammen en
reclames, moeten de volledige naam van de vennootschap en haar
woonplaats duidelijk blijken.
2. Indien melding wordt gemaakt van
het kapitaal van de vennootschap, moet in elk geval worden vermeld
welk bedrag is geplaatst, en hoeveel van het geplaatste bedrag is
gestort.
Artikel 76 [Vervallen per 25-11-1988]
Artikel 76a
1. Onder beleggingsmaatschappij met
veranderlijk kapitaal wordt verstaan een naamloze vennootschap,
a. die uitsluitend ten doel
heeft haar vermogen zodanig te beleggen dat de risico’s
daarvan worden gespreid, ten einde haar aandeelhouders in de
opbrengst te doen delen,
b. waarvan het bestuur
krachtens de statuten bevoegd is aandelen in haar kapitaal uit
te geven, te verwerven en te vervreemden,
c. waarvoor aan een beheerder
een vergunning of verklaring van ondertoezichtstelling is
verleend als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht voor
plaatsing van haar aandelen, en
d. waarvan de statuten bepalen
dat de vennootschap beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal is.
2. De vennootschap doet aan het
handelsregister en aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten
opgave dat zij een beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal is. Deze woorden moeten ook in alle geschriften, gedrukte
stukken en aankondigingen, waarin de beleggingsmaatschappij met
veranderlijk kapitaal partij is of die van haar uitgaan, met
uitzondering van telegrammen en reclames, duidelijk bij haar naam
worden vermeld.
Artikel 77
Wanneer in deze titel het kantoor van
het handelsregister wordt vermeld, wordt onder het handelsregister
verstaan het register dat wordt gehouden door de Kamer van
Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig artikel 18, zesde en
zevende lid, van de Handelsregisterwet 2007 bevoegd is tot
inschrijving.
Artikel 78
Wanneer in de statuten wordt
gesproken van de houders van zoveel aandelen als tezamen een zeker
gedeelte van het maatschappelijk kapitaal der vennootschap uitmaken,
wordt, tenzij het tegendeel uit de statuten blijkt, onder kapitaal
verstaan het geplaatste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal.
Artikel 78a
Voor de toepassing van de artikelen
87, 96, 96a, 101 lid 6 en 129 wordt onder orgaan van de vennootschap
verstaan de algemene vergadering, de vergadering van houders van
aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad van
commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur
en de raad van commissarissen.
Afdeling 2. De aandelen
Artikel 79
1. Aandelen zijn de gedeelten,
waarin het maatschappelijk kapitaal bij de statuten is verdeeld.
2. Onderaandelen zijn de
onderdelen, waarin de aandelen krachtens de statuten zijn of
kunnen worden gesplitst.
3. De bepalingen van deze titel
over aandelen en aandeelhouders vinden overeenkomstige toepassing
op onderaandelen en houders van onderaandelen voor zover uit die
bepalingen niet anders blijkt.
Artikel 80
1. Bij het nemen van het aandeel
moet daarop het nominale bedrag worden gestort alsmede, indien het
aandeel voor een hoger bedrag wordt genomen, het verschil tussen
die bedragen. Bedongen kan worden dat een deel, ten hoogste drie
vierden, van het nominale bedrag eerst behoeft te worden gestort
nadat de vennootschap het zal hebben opgevraagd.
2. Het is geoorloofd aan hen die
zich in hun beroep belasten met het voor eigen rekening plaatsen
van aandelen, bij overeenkomst toe te staan op de door hen genomen
aandelen minder te storten dan het nominale bedrag, mits ten
minste vier en negentig ten honderd van dit bedrag uiterlijk bij
het nemen van de aandelen in geld wordt gestort.
3. Een aandeelhouder kan niet
geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot
storting, behoudens het bepaalde in artikel 99.
4. De aandeelhouder en, in het
geval van artikel 90, de voormalige aandeelhouder zijn niet
bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
Artikel 80a
1. Storting op een aandeel moet in
geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is
overeengekomen.
2. Voor of bij de oprichting kan
storting in vreemd geld slechts geschieden indien de akte van
oprichting vermeldt dat storting in vreemd geld is toegestaan; na
de oprichting kan dit slechts geschieden met toestemming van de
naamloze vennootschap. Storting in een valuta die een eenheid is
van de euro krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie wordt niet beschouwd als storting in
vreemd geld.
3. Met storting in vreemd geld
wordt aan de stortingsplicht voldaan voor het bedrag waartegen het
gestorte bedrag vrijelijk in Nederlands geld kan worden gewisseld.
Bepalend is de wisselkoers op de dag van de storting dan wel,
indien vroeger dan een maand voor de oprichting is gestort, op de
dag van de oprichting of, na toepassing van de volgende zin, op de
daar bedoelde dag. De vennootschap kan storting verlangen tegen de
wisselkoers op een bepaalde dag binnen twee maanden voor de
laatste dag waarop moet worden gestort, mits de aandelen of
certificaten onverwijld na de uitgifte zullen worden toegelaten
tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht waarvoor een vergunning is verleend in een
andere lidstaat of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is.
Artikel 80b
1. Indien inbreng anders dan in
geld is overeengekomen, moet hetgeen wordt ingebracht naar
economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Een recht op het
verrichten van werk of diensten kan niet worden ingebracht.
2. Inbreng anders dan in geld moet
onverwijld geschieden na het nemen van het aandeel of na de dag
waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is
overeengekomen.
Artikel 81
Aan een aandeelhouder kan niet, zelfs
niet door wijziging van de statuten, tegen zijn wil enige
verplichting boven de storting tot het nominale bedrag van het
aandeel worden opgelegd.
Artikel 82
1. De statuten bepalen of aandelen
op naam of aan toonder luiden.
2. Indien aandelen zowel op naam
als aan toonder kunnen luiden, moet de naamloze vennootschap op
verzoek van een aandeelhouder een op naam luidend volgestort
aandeel aan toonder stellen of omgekeerd, voor zover de statuten
niet anders bepalen, en wel ten hoogste tegen de kostprijs.
3. Bewijzen van aandeel aan toonder
mogen niet aan de aandeelhouders worden afgegeven dan tegen
storting van ten minste het volle bedrag van die aandelen,
behoudens de bepaling van het tweede lid van artikel 80 van dit
Boek.
4. Indien aandelen aan toonder door
een statutenwijziging op naam worden gesteld kan de aandeelhouder
de aan een aandeel verbonden rechten niet uitoefenen, tot na
inlevering van het aandeelbewijs aan de vennootschap. Deze
regeling is van overeenkomstige toepassing indien houders van
aandelen aan toonder door fusie of splitsing houders worden van
aandelen op naam, met dien verstande dat overlegging van het
aandeelbewijs volstaat.
Artikel 83
Tegenover de latere verkrijger te
goeder trouw staat aan de naamloze vennootschap niet het bewijs
open, dat een aandeel aan toonder niet is volgestort, of dat op een
aandeel op naam niet is gestort hetgeen een vanwege de vennootschap
op het aandeelbewijs gestelde verklaring als storting op het
nominale bedrag vermeldt.
Artikel 84
De vereffenaar van een naamloze
vennootschap en, in geval van faillissement, de curator zijn bevoegd
tot uitschrijving en inning van alle nog niet gedane stortingen op
de aandelen, onverschillig hetgeen bij de statuten daaromtrent is
bepaald.
Artikel 85
1. Het bestuur van de vennootschap
houdt een register waarin de namen en de adressen van alle houders
van aandelen op naam zijn opgenomen, met vermelding van de datum
waarop zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning
of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag.
Daarin worden tevens opgenomen de namen en adressen van hen die
een recht van vruchtgebruik of pandrecht op die aandelen hebben,
met vermelding van de datum waarop zij het recht hebben verkregen,
de datum van erkenning of betekening, alsmede met vermelding welke
aan de aandelen verbonden rechten hun overeenkomstig de leden 2 en
4 van de artikelen 88 en 89 van dit boek toekomen.
2. Het register wordt regelmatig
bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag
van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen.
3. Het bestuur verstrekt
desgevraagd aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een
pandhouder om niet een uittreksel uit het register met betrekking
tot zijn recht op een aandeel. Rust op het aandeel een recht van
vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het uittreksel aan
wie de in de leden 2 en 4 van de artikelen 88 en 89 van dit Boek
bedoelde rechten toekomen.
4. Het bestuur legt het register
ten kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders,
alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de in lid 4
van de artikelen 88 en 89 van dit Boek bedoelde rechten toekomen.
De vorige zin is niet van toepassing op het gedeelte van het
register dat buiten Nederland ter voldoening aan de aldaar
geldende wetgeving of ingevolge beursvoorschriften wordt gehouden.
De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte aandelen
zijn ter inzage van een ieder; afschrift of uittreksel van deze
gegevens wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
Artikel 86
1. Voor de uitgifte en levering van
aandeel op naam, niet zijnde een aandeel als bedoeld in artikel
86c, of de levering van een beperkt recht daarop, is vereist een
daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland standplaats
hebbende notaris verleden akte waarbij de betrokkenen partij zijn.
Geen afzonderlijke akte is vereist voor de uitgifte van aandelen
die bij de oprichting worden geplaatst.
2. Akten van uitgifte of levering
moeten vermelden:
a. de titel van de
rechtshandeling en op welke wijze het aandeel of het beperkt
recht daarop is verkregen;
b. naam, voornamen,
geboortedatum, geboorteplaats, woonplaats en adres van de
natuurlijke personen die bij de rechtshandeling partij zijn;
c. rechtsvorm, naam, woonplaats
en adres van de rechtspersonen die bij de rechtshandeling
partij zijn;
d. het aantal en de soort
aandelen waarop de rechtshandeling betrekking heeft, alsmede
e. naam, woonplaats en adres
van de vennootschap op welker aandelen de rechtshandeling
betrekking heeft.
Artikel 86a
1. De levering van een aandeel op
naam of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig
artikel 86 lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover de
vennootschap.
Behoudens in het geval dat de
vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de aan
het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij
de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is betekend
overeenkomstig de bepalingen van artikel 86b, dan wel deze heeft
erkend door inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld
in lid 2.
2. De vennootschap die kennis
draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan,
zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van
de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging
erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of
het beperkte recht daarop in het aandeelhoudersregister. Zij doet
daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de
rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een
afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 86b lid 1 aan haar
over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van
de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in
artikel 86b voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van
erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3. Indien een rechtshandeling als
bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit
heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register
van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan
anderen die te goeder trouw de in het aandeelhoudersregister
ingeschreven persoon als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt
recht op een aandeel hebben beschouwd, worden tegengeworpen.
Artikel 86b
1. Behoudens het bepaalde in
artikel 86a lid 2 geschiedt de erkenning in de akte dan wel op
grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel
van de akte.
2. Bij erkenning op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel wordt een
gedagtekende verklaring geplaatst op het overgelegde stuk.
3. De betekening geschiedt van een
notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
Artikel 86c
1. Voor de levering van een aandeel
op naam of de levering van een beperkt recht daarop in een
vennootschap, waarvan aandelen of certificaten van aandelen zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is, of waarvan aandelen of
certificaten van aandelen, naar ten tijde van de rechtshandeling
op goede gronden kan worden verwacht, daartoe spoedig zullen
worden toegelaten, gelden de volgende bepalingen.
2. Voor de levering van een aandeel
op naam of de levering van een beperkt recht daarop zijn vereist
een daartoe bestemde akte alsmede, behoudens in het geval dat de
vennootschap zelf bij die rechtshandeling partij is, schriftelijke
erkenning door de vennootschap van de levering. De erkenning
geschiedt in de akte, of door een gedagtekende verklaring houdende
de erkenning op de akte of op een notarieel of door de vervreemder
gewaarmerkt afschrift of uittreksel daarvan, of op de wijze als
bedoeld in lid 3. Met de erkenning staat gelijk de betekening van
die akte of dat afschrift of uittreksel aan de vennootschap.
Betreft het de levering van niet volgestorte aandelen, dan kan de
erkenning slechts geschieden wanneer de akte een vaste dagtekening
draagt.
3. Indien voor een aandeel een
aandeelbewijs is afgegeven, kunnen de statuten bepalen dat voor de
levering bovendien afgifte van dat aandeelbewijs aan de
vennootschap is vereist. Dit vereiste geldt niet indien het
aandeelbewijs is verloren, ontvreemd of vernietigd en niet volgens
de statuten kan worden vervangen. Indien het aandeelbewijs aan de
vennootschap wordt afgegeven, kan de vennootschap de levering
erkennen door op dat aandeelbewijs een aantekening te plaatsen
waaruit van de erkenning blijkt of door het afgegeven bewijs te
vervangen door een nieuw aandeelbewijs luidende ten name van de
verkrijger.
4. Een pandrecht kan ook worden
gevestigd zonder erkenning door of betekening aan de vennootschap.
Alsdan is artikel 239 van Boek 3 van overeenkomstige toepassing,
waarbij erkenning door of betekening aan de vennootschap in de
plaats treedt van de in lid 3 van dat artikel bedoelde mededeling.
Artikel 86d
1. De houder van een bewijs van
aandeel aan toonder kan de vennootschap verzoeken hem een
duplicaat te verstrekken van het verloren gegane aandeelbewijs.
2. De houder dient aannemelijk te
maken dat het aandeelbewijs is verloren gegaan, onder vermelding
van de identiteit van het betrokken aandeelbewijs.
3. De vennootschap publiceert de
aanvraag om een duplicaat in de prijscourant van een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of
een met een gereglementeerde markt of multilaterale
handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen
lidstaat is of, indien de aandelen daarin niet zijn opgenomen, in
een landelijk verspreid dagblad.
4. Iedere belanghebbende kan binnen
zes weken vanaf de dag na de publicatie van de aanvraag door een
verzoekschrift aan de rechtbank in verzet komen tegen de
verstrekking van het duplicaat.
5. Indien niet tijdig verzet is
ingesteld of indien een verzet bij onherroepelijk geworden
uitspraak ongegrond is verklaard, wordt het duplicaat tegen
vergoeding van de kosten verstrekt. Het duplicaat treedt in de
plaats van het verloren gegane aandeelbewijs. Na het verstrekken
van een duplicaat kunnen aan het vervangen bewijs van aandeel geen
rechten worden ontleend.
6. Dit artikel is niet van
toepassing voorzover de statuten van de vennootschap voorzien in
een regeling ter vervanging van verloren gegane aandeelbewijzen.
Artikel 87
1. Bij de statuten kan de
overdraagbaarheid van aandelen op naam worden beperkt. Deze
beperking kan niet zodanig zijn dat zij de overdracht onmogelijk
of uiterst bezwaarlijk maakt. Hetzelfde geldt voor de toedeling
van aandelen uit een gemeenschap. Een overdracht in strijd met een
beperking is ongeldig.
2. Indien de statuten de overdracht
van aandelen onderwerpen aan de goedkeuring van een orgaan van de
vennootschap of van derden, wordt de goedkeuring geacht te zijn
verleend indien niet binnen een in de statuten gestelde termijn
van ten hoogste drie maanden op het verzoek is beslist of indien
de aandeelhouder niet gelijktijdig met de weigering van de
goedkeuring opgave ontvangt van een of meer gegadigden die bereid
zijn de aandelen waarop het verzoek om goedkeuring betrekking
heeft te kopen. De regeling dient zodanig te zijn dat de
aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt gelijk aan de
waarde van zijn over te dragen aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
3. Indien de statuten bepalen dat
een aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden deze
eerst moet aanbieden aan mede-aandeelhouders of aan een door een
orgaan van de vennootschap aan te wijzen derde, dient de regeling
zodanig te zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs
ontvangt gelijk aan de waarde van zijn over te dragen aandeel of
aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen.
De aandeelhouder blijft bevoegd zijn aanbod in te trekken mits dit
geschiedt binnen een maand nadat hem bekend is aan welke
gegadigden hij al de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft
kan verkopen en tegen welke prijs. Indien is vastgesteld dat niet
al de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft worden gekocht,
zal de aanbieder de aandelen binnen een in de statuten te stellen
termijn van ten minste drie maanden na die vaststelling vrijelijk
mogen overdragen.
4. De vennootschap zelf kan slechts
met instemming van de aandeelhouder, bedoeld in het tweede of
derde lid, gegadigde zijn.
5. Bepalingen in de statuten
omtrent de overdraagbaarheid van aandelen gelden niet, indien de
houder krachtens de wet tot overdracht van zijn aandeel aan een
eerdere houder verplicht is.
Artikel 87a
1. De statuten kunnen bepalen dat
in gevallen, in de statuten omschreven, de aandeelhouder gehouden
is zijn aandelen aan te bieden en over te dragen. De statuten
kunnen daarbij bepalen dat zolang de aandeelhouder zijn
verplichtingen tot aanbieding of overdracht niet nakomt, zijn
stemrecht, zijn recht op deelname aan de algemene vergadering en
zijn recht op uitkeringen is opgeschort.
2. De statuten kunnen bepalen dat
indien een aandeelhouder niet binnen een in de statuten te bepalen
redelijke termijn zijn statutaire verplichtingen tot aanbieding en
overdracht van zijn aandelen is nagekomen, de vennootschap
onherroepelijk gevolmachtigd is de aandelen aan te bieden en over
te dragen. Wanneer er geen gegadigden zijn aan wie de
aandeelhouder al zijn aandelen zal kunnen overdragen volgens een
regeling in de statuten, ontbreekt de volmacht en is de
aandeelhouder onherroepelijk van het bepaalde in lid 1 ontheven.
3. De regeling dient zodanig te
zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt,
gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 87b
1. De statuten kunnen bepalen dat
van de aandeelhouder die niet of niet langer aan in de statuten
gestelde eisen voldoet het stemrecht, het recht op deelname aan de
algemene vergadering en het recht op uitkeringen is opgeschort.
2. Indien de aandeelhouder een of
meer van de in lid 1 genoemde rechten niet kan uitoefenen en de
aandeelhouder niet gehouden is zijn aandelen aan te bieden en over
te dragen, is hij onherroepelijk van de in de statuten gestelde
eisen ontheven wanneer de vennootschap niet binnen drie maanden na
een verzoek daartoe van de aandeelhouder gegadigden heeft
aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen
volgens een regeling in de statuten.
3. De regeling dient zodanig te
zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt,
gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 88
1. De bevoegdheid tot het vestigen
van vruchtgebruik op een aandeel kan bij de statuten niet worden
beperkt of uitgesloten.
2. De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3. In afwijking van het voorgaande
lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker, indien zulks
bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de
vruchtgebruiker een persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk
kunnen worden overgedragen. Indien de vruchtgebruiker een persoon
is aan wie de aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen,
komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de
vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en zowel deze bepaling
als - bij overdracht van het vruchtgebruik - de overgang van het
stemrecht is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de
statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een
voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van
zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering. Van het
bepaalde in de vorige zin kan in de statuten worden afgeweken. Bij
een vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4
komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij
de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de
kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders
wordt bepaald.
4. De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft, en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft, hebben
de rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten, tenzij deze hem bij de vestiging of de overdracht van het
vruchtgebruik of bij de statuten der vennootschap worden
onthouden.
5. Indien de statuten der
vennootschap niet anders bepalen, komen ook aan de aandeelhouder
toe de uit het aandeel voortspruitende rechten, strekkende tot het
verkrijgen van aandelen, met dien verstande dat hij de waarde van
deze rechten moet vergoeden aan de vruchtgebruiker, voor zover
deze krachtens zijn recht van vruchtgebruik daarop aanspraak
heeft.
Artikel 89
1. De bevoegdheid tot verpanding
van een aandeel aan toonder kan bij de statuten niet worden
beperkt of uitgesloten. Op aandelen op naam kan pandrecht worden
gevestigd, voor zover de statuten niet anders bepalen.
2. De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de verpande aandelen.
3. In afwijking van het voorgaande
lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien zulks bij de
vestiging van het pandrecht is bepaald en de pandhouder een
persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de pandhouder een persoon is aan wie de
aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt hem het
stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging van het
pandrecht is bepaald, en de bepaling is goedgekeurd door het
vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om
goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van
aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door
de algemene vergadering. Treedt een ander in de rechten van de
pandhouder, dan komt hem het stemrecht slechts toe, indien het in
de vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij gebreke daarvan, de
algemene vergadering de overgang van het stemrecht goedkeurt. Van
het bepaalde in de voorgaande drie zinnen kan in de statuten
worden afgeweken.
4. De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft, en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de
rechten die door de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten, tenzij deze hem bij de vestiging of de overgang van het
pandrecht of bij de statuten der vennootschap worden onthouden.
5. De bepalingen van de statuten
ten aanzien van de vervreemding en overdracht van aandelen zijn
van toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen
door de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de
pandhouder, met dien verstande dat de pandhouder alle ten aanzien
van de vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder toekomende
rechten uitoefent en diens verplichtingen ter zake nakomt.
6. Is het pandrecht overeenkomstig
artikel 86c lid 4 gevestigd, dan komen de rechten volgens dit
artikel de pandhouder eerst toe nadat het pandrecht door de
vennootschap is erkend of aan haar is betekend.
Artikel 89a
1. De naamloze vennootschap kan
eigen aandelen of certificaten daarvan slechts in pand nemen,
indien:
a. de in pand te nemen aandelen
volgestort zijn,
b. het nominale bedrag van de
in pand te nemen en de reeds gehouden of in pand gehouden
eigen aandelen en certificaten daarvan tezamen niet meer dan
een tiende van het geplaatste kapitaal bedraagt, en
c. de algemene vergadering de
pandovereenkomst heeft goedgekeurd.
2. Dit artikel is niet van
toepassing op aandelen en certificaten daarvan die een financiële
onderneming die in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen
ingevolge de Wet op het financieel toezicht, in de gewone
uitoefening van haar bedrijf in pand neemt. Deze aandelen en
certificaten blijven buiten beschouwing bij de toepassing van de
artikelen 98 lid 2 onder b en 98a lid 3.
Artikel 90
1. Na overdracht of toedeling van
een niet volgestort aandeel blijft ieder van de vorige
aandeelhouders voor het daarop nog te storten bedrag hoofdelijk
jegens de naamloze vennootschap aansprakelijk. Het bestuur kan
tezamen met de raad van commissarissen de vorige aandeelhouder bij
authentieke of geregistreerde onderhandse akte van verdere
aansprakelijkheid ontslaan; in dat geval blijft de
aansprakelijkheid niettemin bestaan voor stortingen, uitgeschreven
binnen een jaar na de dag waarop de authentieke akte is verleden
of de onderhandse is geregistreerd.
2. Indien een vorig aandeelhouder
betaalt, treedt hij in de rechten die de vennootschap tegen latere
houders heeft.
Artikel 91 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 91a
1. De houder van aandelen aan
toonder die alle aandelen in het kapitaal van de vennootschap
heeft verkregen, geeft hiervan schriftelijk kennis aan de
vennootschap binnen acht dagen na de laatste verkrijging.
2. De houder van aandelen aan
toonder die ophoudt houder te zijn van alle aandelen in het
kapitaal van de vennootschap doordat een derde een of meer van
zijn aandelen verkrijgt, geeft hiervan schriftelijk kennis aan de
vennootschap binnen acht dagen nadien. Indien de houder van alle
aandelen overlijdt of door fusie of splitsing ophoudt te bestaan,
geven de verkrijgers hiervan schriftelijk kennis aan de
vennootschap binnen een maand na het overlijden onderscheidenlijk
de fusie of de splitsing.
3. Indien alle aandelen in het
kapitaal van de vennootschap behoren tot een huwelijksgemeenschap
of in een gemeenschap van een geregistreerd partnerschap, wordt de
vennootschap geacht een enkele aandeelhouder te hebben in de zin
van dit artikel en rust op ieder van de deelgenoten de
verplichting tot kennisgeving overeenkomstig dit artikel.
4. Voor de toepassing van dit
artikel worden aandelen gehouden door de vennootschap of haar
dochtermaatschappijen niet meegeteld.
Artikel 92
1. Voor zover bij de statuten niet
anders is bepaald, zijn aan alle aandelen in verhouding tot hun
bedrag gelijke rechten en verplichtingen verbonden.
2. De naamloze vennootschap moet de
aandeelhouders onderscheidenlijk certificaathouders die zich in
gelijke omstandigheden bevinden, op dezelfde wijze behandelen.
3. De statuten kunnen bepalen dat
aan aandelen van een bepaalde soort bijzondere rechten als in de
statuten omschreven inzake de zeggenschap in de vennootschap zijn
verbonden.
Artikel 92a
1. Hij die als aandeelhouder voor
eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van de
naamloze vennootschap verschaft, kan tegen de gezamenlijke andere
aandeelhouders een vordering instellen tot overdracht van hun
aandelen aan de eiser. Hetzelfde geldt, indien twee of meer
groepsmaatschappijen dit deel van het geplaatste kapitaal samen
verschaffen en samen de vordering instellen tot overdracht aan een
hunner.
2. Over de vordering oordeelt in
eerste aanleg de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Van de uitspraak staat uitsluitend beroep in cassatie open.
3. Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de rechter ambtshalve
onderzoeken of de eiser of eisers de vereisten van lid 1
vervullen.
4. De rechter wijst de vordering
tegen alle gedaagden af, indien een gedaagde ondanks de vergoeding
ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht, een
gedaagde houder is van een aandeel waaraan de statuten een
bijzonder recht inzake de zeggenschap in de vennootschap verbinden
of een eiser jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn
bevoegdheid de vordering in te stellen.
5. Indien de rechter oordeelt dat
de leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten, kan
hij bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten over de
waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van
artikel 350 lid 3 en de artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen aandelen op
een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor zover de prijs
niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de
wettelijke rente, van die dag af tot de overdracht; uitkeringen op
de aandelen die in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken
op de dag van betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de
prijs.
6. De rechter die de vordering
toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de aandelen
toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs met rente te
betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen.
De rechter geeft omtrent de kosten van het geding zodanige
uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die geen verweer
heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
7. Staat het bevel tot overdracht
bij gerechtelijk gewijsde vast, dan deelt de overnemer de dag en
plaats van betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk mee aan de
houders van de over te nemen aandelen van wie hij het adres kent.
Hij kondigt deze ook aan in een landelijk verspreid dagblad,
tenzij hij van allen het adres kent.
8. De overnemer kan zich altijd van
zijn verplichtingen ingevolge de leden 6 en 7 bevrijden door de
vastgestelde prijs met rente voor alle nog niet overgenomen
aandelen te consigneren, onder mededeling van hem bekende rechten
van pand en vruchtgebruik en de hem bekende beslagen. Door deze
mededeling gaat beslag over van de aandelen op het recht op
uitkering. Door het consigneren gaat het recht op de aandelen
onbezwaard op hem over en gaan rechten van pand of vruchtgebruik
over op het recht op uitkering. Aan aandeel- en dividendbewijzen
waarop na de overgang uitkeringen betaalbaar zijn gesteld, kan
nadien geen recht jegens de vennootschap meer worden ontleend. De
overnemer maakt het consigneren en de prijs per aandeel op dat
tijdstip bekend op de wijze van lid 7.
Afdeling 3. Het vermogen van de
naamloze vennootschap
Artikel 93
1. Uit rechtshandelingen, verricht
namens een op te richten naamloze vennootschap, ontstaan slechts
rechten en verplichtingen voor de vennootschap wanneer zij die
rechtshandelingen na haar oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend
bekrachtigt of ingevolge lid 4 wordt verbonden.
2. Degenen die een rechtshandeling
verrichten namens een op te richten naamloze vennootschap zijn,
tenzij met betrekking tot die rechtshandeling uitdrukkelijk anders
is bedongen, daardoor hoofdelijk verbonden, totdat de vennootschap
na haar oprichting de rechtshandeling heeft bekrachtigd.
3. Indien de vennootschap haar
verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt,
zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden
hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde
dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden
weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen
nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de
bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de
vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt
vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een jaar
na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.
4. De oprichters kunnen de
vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het
uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het
aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen en het
verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 94 lid 1.
Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft
betracht, zijn de artikelen 9 en 138 van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 93a
1. Indien voor of bij de oprichting
op aandelen wordt gestort in geld, moeten aan de akte van
oprichting een of meer verklaringen worden gehecht, inhoudende dat
de bedragen die op de bij de oprichting te plaatsen aandelen
moeten worden gestort:
a. hetzij terstond na de
oprichting ter beschikking zullen staan van de naamloze
vennootschap,
b. hetzij alle op een zelfde
tijdstip, ten vroegste vijf maanden voor de oprichting, op een
afzonderlijke rekening stonden welke na de oprichting
uitsluitend ter beschikking van de vennootschap zal staan,
mits de vennootschap de stortingen in de akte aanvaardt.
2. Indien vreemd geld is gestort,
moet uit de verklaring blijken tegen hoeveel geld het vrijelijk
kon worden gewisseld op een dag waarop krachtens artikel 80a lid 3
de koers bepalend is voor de stortingsplicht.
3. Een verklaring als bedoeld in
lid 1 kan slechts worden afgelegd door een financiële onderneming
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht
die in de Europese Unie of in een staat die partij is bij de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte het
bedrijf van bank mag uitoefenen. De verklaring kan slechts worden
afgegeven aan een notaris.
4. Worden voor de oprichting aan de
rekening, bedoeld in onderdeel b van lid 1, bedragen onttrokken,
dan zijn de oprichters hoofdelijk jegens de vennootschap verbonden
tot vergoeding van die bedragen, totdat de vennootschap de
onttrekkingen uitdrukkelijk heeft bekrachtigd.
5. De notaris moet de bank wier
verklaring hij heeft ontvangen terstond verwittigen van de
oprichting. Indien de oprichting niet doorgaat, moet hij de bank
de verklaring terugzenden.
6. Indien na de oprichting in
vreemd geld is gestort, legt de vennootschap binnen twee weken na
de storting een verklaring, als bedoeld in lid 2, van een in het
derde lid bedoelde bank neer ten kantore van het handelsregister.
Artikel 94
1. Rechtshandelingen:
a. in verband met het nemen van
aandelen waarbij bijzondere verplichtingen op de naamloze
vennootschap worden gelegd,
b. rakende het verkrijgen van
aandelen op andere voet dan waarop de deelneming in de
naamloze vennootschap voor het publiek wordt opengesteld,
c. strekkende om enigerlei
voordeel te verzekeren aan een oprichter der naamloze
vennootschap of aan een bij de oprichting betrokken derde,
d. betreffende inbreng op
aandelen anders dan in geld,
moeten in haar geheel worden
opgenomen in de akte van oprichting of in een geschrift dat
daaraan in origineel of in authentiek afschrift wordt gehecht en
waarnaar de akte van oprichting verwijst. Indien de vorige zin
niet in acht is genomen, kunnen voor de vennootschap uit deze
rechtshandelingen geen rechten of verplichtingen ontstaan.
2. Na de oprichting kunnen de in
het vorige lid bedoelde rechtshandelingen zonder voorafgaande
goedkeuring van de algemene vergadering slechts worden verricht,
indien en voor zover aan het bestuur de bevoegdheid daartoe
uitdrukkelijk bij de statuten is verleend.
3. Van het bepaalde in dit artikel
zijn uitgezonderd de in artikel 80 lid 2 bedoelde overeenkomsten.
Artikel 94a
1. Indien bij de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maken de
oprichters een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht, met
vermelding van de daaraan toegekende waarde en van de toegepaste
waarderingsmethoden. Deze methoden moeten voldoen aan normen die
in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
De beschrijving heeft betrekking op de toestand van hetgeen wordt
ingebracht op een dag die niet eerder dan zes maanden voor de
oprichting ligt. De beschrijving wordt door alle oprichters
ondertekend en aan de akte van oprichting gehecht.
2. Over de beschrijving van hetgeen
wordt ingebracht moet een accountant als bedoeld in artikel 393,
eerste lid een verklaring afleggen, die aan de akte van oprichting
moet worden gehecht. Hierin verklaart hij dat de waarde van
hetgeen wordt ingebracht, bij toepassing van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden, ten minste beloopt het bedrag van de
stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet
worden voldaan. Indien bekend is dat de waarde na de beschrijving
aanzienlijk is gedaald, is een tweede verklaring vereist.
3. De beschrijving en de
accountantsverklaring zijn niet vereist, indien zulks in de akte
van oprichting is bepaald ten aanzien van:
a. inbreng van effecten of
geldmarktinstrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, mits die effecten of
geldmarktinstrumenten worden gewaardeerd tegen de gewogen
gemiddelde koers waartegen zij gedurende drie maanden
voorafgaande aan de dag van de inbreng op een gereglementeerde
markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht zijn verhandeld;
b. inbreng anders dan in geld,
niet zijnde effecten of instrumenten als bedoeld in onderdeel
a, die is gewaardeerd door een onafhankelijke persoon die
blijkens zijn opleiding en werkzaamheid deskundig is in het
uitvoeren van waarderingen, mits de deskundigenwaardering
geschiedt met toepassing van in het maatschappelijk verkeer
als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden en de waarde
van hetgeen wordt ingebracht wordt bepaald op een dag die niet
eerder dan zes maanden voor de dag van de inbreng ligt;
c. inbreng anders dan in geld,
niet zijnde effecten of geldmarktinstrumenten als bedoeld in
onderdeel a, waarvan de waarde wordt afgeleid uit een
jaarrekening die is vastgesteld over het laatste boekjaar dat
aan de inbreng voorafgaat en overeenkomstig Richtlijn
2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei
2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en
geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de
Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende
intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEG L 157)
aan een accountantscontrole is onderworpen.
4. Indien voor de oprichting bekend
is dat de koers is beïnvloed door uitzonderlijke omstandigheden
die ertoe leiden dat de waarde van effecten of instrumenten als
bedoeld in lid 3, onderdeel a, op de dag van de inbreng
aanzienlijk zal zijn gewijzigd of indien voor de oprichting bekend
is dat de waarde van inbreng als bedoeld in lid 3, onderdeel b of
c, op de dag van de inbreng als gevolg van nieuwe bijzondere
omstandigheden aanzienlijk zal zijn gewijzigd, zijn de oprichters
verplicht om alsnog een beschrijving op te maken die door alle
oprichters wordt ondertekend en waarover een accountantsverklaring
als bedoeld in lid 2 wordt afgelegd. De beschrijving en de
accountantsverklaring worden aan de akte van oprichting gehecht.
Geschiedt de inbreng na de oprichting en is in de periode tussen
de oprichting en de inbreng bekend geworden dat zich
omstandigheden als bedoeld in de eerste zin hebben voorgedaan, dan
is het bestuur verplicht om alsnog een beschrijving op te maken
waarover een accountantsverklaring als bedoeld in lid 2 wordt
afgelegd.
5. Indien bij de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen onder
toepassing van lid 3, legt de vennootschap binnen een maand na de
dag van de inbreng ten kantore van het handelsregister een
verklaring van de oprichters neer waarin de inbreng wordt
beschreven, met vermelding van de daaraan toegekende waarde en de
toegepaste waarderingsmethoden. In de verklaring wordt tevens
vermeld of de toegekende waarde ten minste beloopt het bedrag van
de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng
moet worden voldaan en wordt voorts vermeld dat zich in de periode
tussen de waardering en de inbreng geen nieuwe bijzondere
omstandigheden hebben voorgedaan. De oprichters ondertekenen de
verklaring; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan
wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
6. De beschrijving en
accountantsverklaring zijn niet vereist, indien aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
a. alle oprichters hebben
besloten af te zien van de opstelling van de
deskundigenverklaring;
b. een of meer rechtspersonen
op wier jaarrekening titel 9 van toepassing is, of die
krachtens de toepasselijke wet voldoen aan de eisen van de
vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen
inzake het vennootschapsrecht, nemen alle uit te geven
aandelen tegen inbreng anders dan in geld;
c. elke inbrengende
rechtspersoon beschikt ten tijde van de inbreng over niet
uitkeerbare reserves, voor zover nodig door het bestuur
hiertoe afgezonderd uit de uitkeerbare reserves, ter grootte
van het nominale bedrag der door de rechtspersoon genomen
aandelen;
d. elke inbrengende
rechtspersoon verklaart dat hij een bedrag van ten minste de
nominale waarde der door hem genomen aandelen ter beschikking
zal stellen voor de voldoening van schulden van de
vennootschap aan derden, die ontstaan in het tijdvak tussen de
plaatsing van de aandelen en een jaar nadat de vastgestelde
jaarrekening van de vennootschap over het boekjaar van de
inbreng is neergelegd ten kantore van het handelsregister,
voor zover de vennootschap deze niet kan voldoen en de
schuldeisers hun vordering binnen twee jaren na deze
nederlegging schriftelijk aan een van de inbrengende
rechtspersonen hebben opgegeven;
e. elke inbrengende
rechtspersoon heeft zijn laatste vastgestelde balans met
toelichting, met de accountantsverklaring daarbij, neergelegd
ten kantore van het handelsregister en sedert de balansdatum
zijn nog geen achttien maanden verstreken;
f. elke inbrengende
rechtspersoon zondert een reserve af ter grootte van het
nominale bedrag der door hem genomen aandelen en kan dit doen
uit reserves waarvan de aard dit niet belet;
g. de vennootschap doet ten
kantore van het handelsregister opgave van het onder a
bedoelde besluit en elke inbrengende rechtspersoon doet aan
hetzelfde kantoor opgave van zijn onder d vermelde verklaring.
7. Indien het vorige lid is
toegepast, mag een inbrengende rechtspersoon zijn tegen de inbreng
genomen aandelen niet vervreemden in het tijdvak, genoemd in dat
lid onder d, en moet hij de reserve, genoemd in dat lid onder f
aanhouden tot twee jaar na dat tijdvak. Nadien moet de reserve
worden aangehouden tot het bedrag van de nog openstaande opgegeven
vorderingen als bedoeld in het vorige lid onder d. De
oorspronkelijke reserve wordt verminderd met betalingen op de
opgegeven vorderingen.
8. De inbrengende rechtspersoon en
alle in lid 6 onder d bedoelde schuldeisers kunnen de
kantonrechter van de woonplaats van de vennootschap verzoeken, een
bewind over de vorderingen in te stellen, strekkende tot hun
voldoening daarvan uit de krachtens lid 6 onder d ter beschikking
gestelde bedragen. Voor zover nodig, zijn de bepalingen van de
Faillissementswet omtrent de verificatie van vorderingen en de
vereffening van overeenkomstige toepassing. Een schuldeiser kan
zijn vordering niet met een schuld aan een inbrengende
rechtspersoon verrekenen. Over de vorderingen kan slechts onder de
last van het bewind worden beschikt en zij kunnen slechts onder
die last worden uitgewonnen, behalve voor schulden die
voortspruiten uit handelingen welke door de bewindvoerder in zijn
hoedanigheid zijn verricht. De kantonrechter regelt de
bevoegdheden en de beloning van de bewindvoerder; hij kan zijn
beschikking te allen tijde wijzigen.
Artikel 94b
1. Indien na de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maakt de
vennootschap overeenkomstig artikel 94a lid 1 een beschrijving op
van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving heeft betrekking op
de toestand op een dag die niet eerder dan zes maanden ligt voor
de dag waarop de aandelen worden genomen dan wel waartegen een
bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen. De
bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt.
2. Artikel 94a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3. In de in artikel 94a lid 3,
onderdeel a, b en c, bedoelde gevallen kan het bestuur besluiten
dat wordt afgezien van de opstelling van de beschrijving en de
accountantsverklaring. Is voor de inbreng bekend dat zich
omstandigheden als bedoeld in artikel 94a lid 4, eerste zin,
hebben voorgedaan, dan is het bestuur verplicht om alsnog een
beschrijving op te maken waarover een accountantsverklaring als
bedoeld in artikel 94a lid 2 wordt afgelegd.
4. Indien na de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen onder
toepassing van lid 3, legt de vennootschap niet later dan op de
achtste dag voor de dag van de inbreng ten kantore van het
handelsregister een aankondiging neer waarin hetgeen wordt
ingebracht wordt beschreven, met vermelding van de daaraan
toegekende waarde, de toegepaste waarderingsmethoden, de namen van
de inbrengers, het bedrag van het aldus gestorte deel van het
geplaatste kapitaal en de datum van het in artikel 96 lid 1
bedoelde besluit tot uitgifte. In de aankondiging wordt tevens
vermeld of de toegekende waarde ten minste beloopt het bedrag van
de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng
moet worden voldaan en wordt voorts vermeld dat zich ten opzichte
van de waardering van de inbreng geen nieuwe bijzondere
omstandigheden hebben voorgedaan. De bestuurders ondertekenen de
aankondiging; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. Binnen
een maand na de dag van de inbreng legt de vennootschap ten
kantore van het handelsregister een verklaring neer waarin wordt
vermeld dat zich in de periode tussen de in de eerste zin bedoelde
aankondiging en de inbreng geen nieuwe bijzondere omstandigheden
ten aanzien van de waardering hebben voorgedaan. De bestuurders
ondertekenen de verklaring; ontbreekt de handtekening van een of
meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding
gemaakt.
5. Blijven een beschrijving en
accountantsverklaring als bedoeld in lid 3, tweede zin, achterwege
en vindt de inbreng plaats overeenkomstig artikel 94a lid 3,
onderdeel b of c, dan kunnen een of meer houders van aandelen die
op de dag van het in artikel 96 lid 1 bedoelde besluit tot
uitgifte alleen of gezamenlijk ten minste vijf procent van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, van het bestuur verlangen
dat het alsnog een beschrijving opmaakt waarover een
accountantsverklaring als bedoeld inartikel 94a lid 2 wordt
afgelegd. Het bestuur geeft hieraan uitvoering, mits de
aandeelhouders hun verlangen uiterlijk op de dag die voorafgaat
aan de dag van de inbreng aan het bestuur kenbaar hebben gemaakt
en zij ten tijde van de indiening van het verzoek nog steeds ten
minste vijf procent van het geplaatste kapitaal, zoals dat voor
het besluit tot uitgifte luidde, vertegenwoordigen.
6. Indien alle aandeelhouders
hebben besloten af te zien van de opstelling van de beschrijving
en accountantsverklaring en overeenkomstig artikel 94a lid 6,
onder b-g, is gehandeld, is geen beschrijving of
accountantsverklaring vereist en is artikel 94a leden 7 en 8 van
overeenkomstige toepassing.
7. De vennootschap legt, binnen
acht dagen na de dag waarop de aandelen zijn genomen dan wel
waarop de bijstorting opeisbaar werd, de accountantsverklaring bij
de inbreng of een afschrift daarvan neer ten kantore van het
handelsregister met opgave van de namen van de inbrengers en van
het bedrag van het aldus gestorte deel van het geplaatste
kapitaal.
8. Dit artikel is niet van
toepassing voor zover de inbreng bestaat uit aandelen of
certificaten van aandelen, daarin converteerbare rechten of
winstbewijzen van een andere rechtspersoon, waarop de vennootschap
een openbaar bod heeft uitgebracht, mits deze effecten of een deel
daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde
markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in
artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
Artikel 94c
1. Een rechtshandeling die de
naamloze vennootschap heeft verricht zonder goedkeuring van de
algemene vergadering of zonder de verklaring, bedoeld in lid 3,
kan ten behoeve van de vennootschap worden vernietigd, indien de
rechtshandeling:
a. strekt tot het verkrijgen
van goederen, met inbegrip van vorderingen die worden
verrekend, die een jaar voor de oprichting of nadien
toebehoorden aan een oprichter, en
b. is verricht voordat twee
jaren zijn verstreken na de inschrijving van de vennootschap
in het handelsregister.
2. Indien de goedkeuring wordt
gevraagd, maakt de vennootschap een beschrijving op van de te
verkrijgen goederen en van de tegenprestatie. De beschrijving
heeft betrekking op de toestand van het beschrevene op een dag die
niet voor de oprichting ligt. In de beschrijving worden de waarden
vermeld die aan de goederen en tegenprestatie worden toegekend
alsmede de toegepaste waarderingsmethoden. Deze methoden moeten
voldoen aan normen die in het maatschappelijke verkeer als
aanvaardbaar worden beschouwd. De bestuurders ondertekenen de
beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. Artikel 94a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring
moet inhouden dat de waarde van de te verkrijgen goederen, bij
toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
beschouwde waarderingsmethoden, overeenkomt met ten minste de
waarde van de tegenprestatie.
4. Artikel 94b lid 3 is van
overeenkomstige toepassing. Vindt een rechtshandeling plaats met
toepassing van de vorige zin, dan kan deze niet op grond van lid 1
worden vernietigd wegens het ontbreken van de in lid 3 bedoelde
verklaring. Artikel 94b lid 4 is van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat de datum van de in lid 1 bedoelde
rechtshandeling in de beschrijving wordt vermeld.
5. Op het ter inzage leggen en in
afschrift ter beschikking stellen van de in de vorige leden
bedoelde stukken is artikel 102 van overeenkomstige toepassing.
6. De vennootschap legt binnen acht
dagen na de rechtshandeling of na de goedkeuring, indien achteraf
verleend, de in het derde lid bedoelde verklaring of een afschrift
daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
7. Voor de toepassing van dit
artikel blijven buiten beschouwing:
a. verkrijgingen op een
openbare veiling of ter beurze,
b. verkrijgingen die onder de
bedongen voorwaarden tot de gewone bedrijfsuitoefening van de
vennootschap behoren,
c. verkrijgingen waarvoor een
verklaring als bedoeld in artikel 94a lid 2 is afgelegd,
d. verkrijgingen ten gevolge
van fusie of splitsing.
Artikel 94d [Vervallen per
20-01-1986]
Artikel 95
1. De naamloze vennootschap mag
geen eigen aandelen nemen.
2. Aandelen die de vennootschap in
strijd met het vorige lid heeft genomen, gaan op het tijdstip van
het nemen over op de gezamenlijke bestuurders. Iedere bestuurder
is hoofdelijk aansprakelijk voor de volstorting van deze aandelen
met de wettelijke rente van dat tijdstip af. Zijn de aandelen bij
de oprichting geplaatst, dan is dit lid van overeenkomstige
toepassing op de gezamenlijke oprichters.
3. Neemt een ander een aandeel in
eigen naam maar voor rekening van de vennootschap, dan wordt hij
geacht het voor eigen rekening te nemen.
Artikel 96
1. De naamloze vennootschap kan na
de oprichting slechts aandelen uitgeven ingevolge een besluit van
de algemene vergadering of van een ander vennootschapsorgaan dat
daartoe bij besluit van de algemene vergadering of bij de statuten
voor een bepaalde duur van ten hoogste vijf jaren is aangewezen.
Bij de aanwijzing moet zijn bepaald hoeveel aandelen mogen worden
uitgegeven. De aanwijzing kan telkens voor niet langer dan vijf
jaren worden verlengd. Tenzij bij de aanwijzing anders is bepaald,
kan zij niet worden ingetrokken.
2. Zijn er verschillende soorten
aandelen, dan is voor de geldigheid van het besluit van de
algemene vergadering tot uitgifte of tot aanwijzing vereist een
voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit van elke groep
houders van aandelen van een zelfde soort aan wier rechten de
uitgifte afbreuk doet.
3. De vennootschap legt binnen acht
dagen na een besluit van de algemene vergadering tot uitgifte of
tot aanwijzing een volledige tekst daarvan neer ten kantore van
het handelsregister.
4. De vennootschap doet binnen acht
dagen na afloop van elk kalenderkwartaal ten kantore van het
handelsregister opgave van elke uitgifte van aandelen in het
afgelopen kalenderkwartaal, met vermelding van aantal en soort.
5. Dit artikel is van
overeenkomstige toepassing op het verlenen van rechten tot het
nemen van aandelen, maar is niet van toepassing op het uitgeven
van aandelen aan iemand die een voordien reeds verkregen recht tot
het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 96a
1. Behoudens de beide volgende
leden heeft iedere aandeelhouder bij uitgifte van aandelen een
voorkeursrecht naar evenredigheid van het gezamenlijke bedrag van
zijn aandelen. Tenzij de statuten anders bepalen, heeft hij
evenwel geen voorkeursrecht op aandelen die worden uitgegeven
tegen inbreng anders dan in geld. Hij heeft geen voorkeursrecht op
aandelen die worden uitgegeven aan werknemers van de naamloze
vennootschap of van een groepsmaatschappij.
2. Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben houders van aandelen die
a. niet boven een bepaald
percentage van het nominale bedrag of slechts in beperkte mate
daarboven delen in de winst, of
b. niet boven het nominale
bedrag of slechts in beperkte mate daarboven delen in een
overschot na vereffening,
geen voorkeursrecht op uit te geven
aandelen.
3. Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben de aandeelhouders geen voorkeursrecht op
uit te geven aandelen in een van de in het vorige lid onder a en b
omschreven soorten.
4. De vennootschap kondigt de
uitgifte met voorkeursrecht en het tijdvak waarin dat kan worden
uitgeoefend, aan in de Staatscourant en in een landelijk verspreid
dagblad, tenzij alle aandelen op naam luiden en de aankondiging
aan alle aandeelhouders schriftelijk geschiedt aan het door hen
opgegeven adres.
5. Het voorkeursrecht kan worden
uitgeoefend gedurende ten minste twee weken na de dag van
aankondiging in de Staatscourant of na de verzending van de
aankondiging aan de aandeelhouders.
6. Het voorkeursrecht kan worden
beperkt of uitgesloten bij besluit van de algemene vergadering. In
het voorstel hiertoe moeten de redenen voor het voorstel en de
keuze van de voorgenomen koers van uitgifte schriftelijk worden
toegelicht. Het voorkeursrecht kan ook worden beperkt of
uitgesloten door het ingevolge artikel 96 lid 1 aangewezen
vennootschapsorgaan, indien dit bij besluit van de algemene
vergadering of bij de statuten voor een bepaalde duur van ten
hoogste vijf jaren is aangewezen als bevoegd tot het beperken of
uitsluiten van het voorkeursrecht. De aanwijzing kan telkens voor
niet langer dan vijf jaren worden verlengd. Tenzij bij de
aanwijzing anders is bepaald, kan zij niet worden ingetrokken.
7. Voor een besluit van de algemene
vergadering tot beperking of uitsluiting van het voorkeursrecht of
tot aanwijzing is een meerderheid van ten minste twee derden der
uitgebrachte stemmen vereist, indien minder dan de helft van het
geplaatste kapitaal in de vergadering is vertegenwoordigd. De
vennootschap legt binnen acht dagen na het besluit een volledige
tekst daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
8. Bij het verlenen van rechten tot
het nemen van aandelen hebben de aandeelhouders een
voorkeursrecht; de vorige leden zijn van overeenkomstige
toepassing. Aandeelhouders hebben geen voorkeursrecht op aandelen
die worden uitgegeven aan iemand die een voordien reeds verkregen
recht tot het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 96b
De artikelen 96 en 96a gelden niet
voor een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal.
Artikel 97
Indien, in het geval van uitgifte van
aandelen na de oprichting, bekend is gemaakt welk bedrag zal worden
uitgegeven en slechts een lager bedrag kan worden geplaatst, wordt
dit laatste bedrag slechts geplaatst indien de voorwaarden van
uitgifte dat uitdrukkelijk bepalen.
Artikel 98
1. Verkrijging door de naamloze
vennootschap van niet volgestorte aandelen in haar kapitaal is
nietig.
2. Volgestorte eigen aandelen mag
de vennootschap slechts verkrijgen om niet of indien het eigen
vermogen, verminderd met de verkrijgingsprijs, niet kleiner is dan
het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, vermeerderd met
de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden
aangehouden. Onverminderd het bepaalde in de vorige zin beloopt,
indien de aandelen van de vennootschap zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt of op een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is, het nominale bedrag van de aandelen in
haar kapitaal die de vennootschap verkrijgt, houdt of in pand
houdt of die worden gehouden door een dochtermaatschappij, niet
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal.
3. Voor het vereiste in lid 2 is
bepalend de grootte van het eigen vermogen volgens de laatst
vastgestelde balans, verminderd met de verkrijgingsprijs voor
aandelen in het kapitaal van de vennootschap, het bedrag van
leningen als bedoeld in artikel 98c lid 2 en uitkeringen uit winst
of reserves aan anderen die zij en haar dochtermaatschappijen na
de balansdatum verschuldigd werden. Is een boekjaar meer dan zes
maanden verstreken zonder dat de jaarrekening is vastgesteld, dan
is verkrijging overeenkomstig lid 2 niet toegestaan.
4. Verkrijging anders dan om niet
kan slechts plaatsvinden indien en voor zover de algemene
vergadering het bestuur daartoe heeft gemachtigd. Deze machtiging
geldt voor ten hoogste vijf jaar. In afwijking van de vorige
volzin geldt in het geval de aandelen van een vennootschap zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of op een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is deze machtiging voor ten hoogste
achttien maanden.
De algemene vergadering bepaalt in
de machtiging hoeveel aandelen mogen worden verkregen, hoe zij
mogen worden verkregen en tussen welke grenzen de prijs moet
liggen. De statuten kunnen de verkrijging door de vennootschap van
eigen aandelen uitsluiten of beperken.
5. De machtiging is niet vereist,
voor zover de statuten toestaan dat de vennootschap eigen aandelen
verkrijgt om, krachtens een voor hen geldende regeling, over te
dragen aan werknemers in dienst van de vennootschap of van een
groepsmaatschappij. Deze aandelen moeten zijn opgenomen in de
prijscourant van een beurs.
6. De leden 1-4 gelden niet voor
aandelen die de vennootschap onder algemene titel verkrijgt.
7. De leden 2–4 gelden niet voor
aandelen die een financiële onderneming die ingevolge de Wet op
het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen, in opdracht en voor rekening van een ander verkrijgt.
8. De leden 2-4 gelden niet voor
een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal. Het
geplaatste kapitaal van zulk een beleggingsmaatschappij,
verminderd met het bedrag van de aandelen die zij zelf houdt, moet
ten minste een tiende van het maatschappelijke kapitaal bedragen.
9. Onder het begrip aandelen in dit
artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 98a
1. Verkrijging van aandelen op naam
in strijd met de leden 2-4 van het vorige artikel is nietig. De
bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de vervreemder te
goeder trouw die door de nietigheid schade lijdt.
2. Aandelen aan toonder en
certificaten van aandelen die de naamloze vennootschap in strijd
met de leden 2-4 van het vorige artikel heeft verkregen, gaan op
het tijdstip van de verkrijging over op de gezamenlijke
bestuurders. Iedere bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor de
vergoeding aan de vennootschap van de verkrijgingsprijs met de
wettelijke rente daarover van dat tijdstip af.
3. De vennootschap kan niet langer
dan gedurende drie jaren na omzetting in een naamloze vennootschap
of nadat zij eigen aandelen om niet of onder algemene titel heeft
verkregen, samen met haar dochtermaatschappijen meer aandelen in
haar kapitaal houden dan een tiende van het geplaatste kapitaal;
eigen aandelen die zij zelf in pand heeft, worden meegeteld. De
aandelen die de vennootschap te veel houdt, gaan op het einde van
de laatste dag van die drie jaren over op de gezamenlijke
bestuurders. Dezen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling
aan de vennootschap van de waarde van de aandelen op dat tijdstip
met de wettelijke rente van dat tijdstip af. Onder het begrip
aandelen in dit lid zijn certificaten daarvan begrepen.
4. Het vorige lid is van
overeenkomstige toepassing op elk niet volgestort eigen aandeel
dat de vennootschap onder algemene titel heeft verkregen en niet
binnen drie jaren daarna heeft vervreemd of ingetrokken.
5. Het derde lid is van
overeenkomstige toepassing op elk eigen aandeel of certificaat
daarvan dat de vennootschap ingevolge het vijfde lid van het
vorige artikel heeft verkregen zonder machtiging van de algemene
vergadering en dat zij gedurende een jaar houdt.
Artikel 98b
Indien een ander in eigen naam voor
rekening van de naamloze vennootschap aandelen in haar kapitaal of
certificaten daarvan verkrijgt, moet hij deze onverwijld tegen
betaling aan de vennootschap overdragen. Indien deze aandelen op
naam luiden, is het tweede lid van het vorige artikel van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 98c
1. De vennootschap mag niet, met
het oog op het nemen of verkrijgen door anderen van aandelen in
haar kapitaal of van certificaten daarvan, zekerheid stellen, een
koersgarantie geven, zich op andere wijze sterk maken of zich
hoofdelijk of anderszins naast of voor anderen verbinden. Dit
verbod geldt ook voor haar dochtermaatschappijen.
2. De vennootschap en haar
dochtermaatschappijen mogen niet, met het oog op het nemen of
verkrijgen door anderen van aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of van certificaten daarvan, leningen verstrekken,
tenzij het bestuur daartoe besluit en er is voldaan aan de
volgende voorwaarden:
a. het verstrekken van de
lening, met inbegrip van de rente die de vennootschap ontvangt
en de zekerheden die aan de vennootschap worden verstrekt,
geschiedt tegen billijke marktvoorwaarden;
b. het eigen vermogen,
verminderd met het bedrag van de lening, is niet kleiner dan
het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, vermeerderd
met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten
worden aangehouden;
c. de kredietwaardigheid van de
derde of, wanneer het meerpartijentransacties betreft, van
iedere erbij betrokken tegenpartij is nauwgezet onderzocht;
d. indien de lening wordt
verstrekt met het oog op het nemen van aandelen in het kader
van een verhoging van het geplaatste kapitaal van de
vennootschap of met het oog op het verkrijgen van aandelen die
de vennootschap in haar kapitaal houdt, is de prijs waarvoor
de aandelen worden genomen of verkregen billijk.
3. Voor het vereiste in lid 2,
onderdeel b, is bepalend de grootte van het eigen vermogen volgens
de laatst vastgestelde balans, verminderd met de verkrijgingsprijs
voor aandelen in het kapitaal van de vennootschap en uitkeringen
uit winst of reserves aan anderen die zij en haar
dochtermaatschappijen na de balansdatum verschuldigd werden. Is
een boekjaar meer dan zes maanden verstreken zonder dat de
jaarrekening is vastgesteld, dan is een transactie als bedoeld in
lid 2 niet toegestaan.
4. De vennootschap houdt een
niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het bedrag van de in
lid 2 bedoelde leningen.
5. Een besluit van het bestuur tot
het verstrekken van een lening als bedoeld in lid 2 is onderworpen
aan de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering. Het
besluit tot goedkeuring wordt genomen met een meerderheid van ten
minste twee derden van de uitgebrachte stemmen, indien minder dan
de helft van het geplaatste kapitaal ter vergadering is
vertegenwoordigd. In afwijking van de vorige volzin wordt in het
geval aandelen of certificaten van aandelen van de vennootschap
zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht dan
wel op een multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in artikel
1:1 van de Wet op het financieel toezicht het besluit tot
goedkeuring genomen met ten minste 95 procent van de uitgebrachte
stemmen.
6. Wanneer aan de algemene
vergadering de in lid 5 bedoelde goedkeuring wordt gevraagd, wordt
zulks bij de oproeping tot de algemene vergadering vermeld.
Gelijktijdig met de oproeping wordt ten kantore van de
vennootschap een rapport ter inzage van de aandeelhouders en de
houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van haar aandelen gelegd waarin melding wordt gemaakt
van de redenen voor het verstrekken van de lening, het voor de
vennootschap daaraan verbonden belang, de voorwaarden waartegen de
lening zal worden verstrekt, de koers waartegen de aandelen door
de derde zullen worden genomen of verkregen en de aan de lening
verbonden risico’s voor de liquiditeit en de solvabiliteit van
de vennootschap.
7. De vennootschap legt binnen acht
dagen na de in lid 5 bedoelde goedkeuring het in lid 6 bedoelde
rapport of een afschrift daarvan neer ten kantore van het
handelsregister.
8. De leden 1 tot en met 7 gelden
niet, indien aandelen of certificaten van aandelen worden genomen
of verkregen door of voor werknemers in dienst van de vennootschap
of van een groepsmaatschappij.
9. De leden 1 tot en met 7 gelden
niet voor een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het
financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen, voor zover zij handelt in de gewone uitoefening van
haar bedrijf.
Artikel 98d
1. Een dochtermaatschappij mag voor
eigen rekening geen aandelen nemen of doen nemen in het kapitaal
van de naamloze vennootschap. Zulke aandelen mogen
dochtermaatschappijen voor eigen rekening slechts verkrijgen of
doen verkrijgen, voor zover de naamloze vennootschap zelf
ingevolge de leden 1-6 van artikel 98 eigen aandelen mag
verkrijgen.
2. Indien is gehandeld in strijd
met het vorige lid, zijn de bestuurders van de naamloze
vennootschap hoofdelijk aansprakelijk tot vergoeding aan de
dochtermaatschappij van de verkrijgingsprijs met de wettelijke
rente daarover van het tijdstip af waarop de aandelen zijn genomen
of verkregen. Betaling van de vergoeding geschiedt tegen
overdracht van deze aandelen. Een bestuurder behoeft de
verkrijgingsprijs niet te vergoeden, indien hij bewijst dat het
nemen of verkrijgen niet aan de naamloze vennootschap is te
wijten.
3. Een dochtermaatschappij mag,
a. nadat zij
dochtermaatschappij is geworden,
b. nadat de vennootschap
waarvan zij dochtermaatschappij is, is omgezet in een naamloze
vennootschap, of
c. nadat zij als
dochtermaatschappij aandelen in het kapitaal van de naamloze
vennootschap om niet of onder algemene titel heeft verkregen,
niet langer dan gedurende drie
jaren samen met de naamloze vennootschap en haar andere
dochtermaatschappijen meer van deze aandelen voor eigen rekening
houden of doen houden dan een tiende van het geplaatste kapitaal.
De bestuurders van de naamloze vennootschap zijn hoofdelijk
aansprakelijk voor de vergoeding aan de dochtermaatschappij van de
waarde van de aandelen die zij te veel houdt of doet houden op het
einde van de laatste dag van die drie jaren, met de wettelijke
rente van dat tijdstip af. Betaling van de vergoeding geschiedt
tegen overdracht van de aandelen. Een bestuurder behoeft de
vergoeding niet te betalen, indien hij bewijst dat het niet aan de
naamloze vennootschap is te wijten dat de aandelen nog worden
gehouden.
4. Onder het begrip aandelen in dit
artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 99
1. De algemene vergadering kan
besluiten tot vermindering van het geplaatste kapitaal door
intrekking van aandelen of door het bedrag van aandelen bij
statutenwijziging te verminderen. In dit besluit moeten de
aandelen waarop het besluit betrekking heeft, worden aangewezen en
moet de uitvoering van het besluit zijn geregeld.
2. Een besluit tot intrekking kan
slechts betreffen aandelen die de vennootschap zelf houdt of
waarvan zij de certificaten houdt, dan wel alle aandelen van een
soort waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij
kunnen worden ingetrokken met terugbetaling, of wel de uitgelote
aandelen van een soort waarvan voor de uitgifte in de statuten is
bepaald dat zij kunnen worden uitgeloot met terugbetaling.
3. Vermindering van het bedrag van
aandelen zonder terugbetaling en zonder ontheffing van de
verplichting tot storting moet naar evenredigheid op alle aandelen
van een zelfde soort geschieden. Van het vereiste van
evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle
betrokken aandeelhouders.
4. Gedeeltelijke terugbetaling op
aandelen of ontheffing van de verplichting tot storting is slechts
mogelijk ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het
bedrag van de aandelen. Zulk een terugbetaling of ontheffing moet
naar evenredigheid op alle aandelen geschieden, tenzij voor de
uitgifte van een bepaalde soort aandelen in de statuten is bepaald
dat terugbetaling of ontheffing kan geschieden uitsluitend op die
aandelen; voor die aandelen geldt de eis van evenredigheid. Van
het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming
van alle betrokken aandeelhouders.
5. Zijn er verschillende soorten
aandelen, dan is voor een besluit tot kapitaalvermindering een
voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit vereist van elke
groep houders van aandelen van een zelfde soort aan wier rechten
afbreuk wordt gedaan.
6. Voor een besluit tot
kapitaalvermindering is een meerderheid van ten minste twee derden
der uitgebrachte stemmen vereist, indien minder dan de helft van
het geplaatste kapitaal in de vergadering is vertegenwoordigd.
Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op een besluit als
bedoeld in het vijfde lid.
7. De oproeping tot een vergadering
waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt
het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering.
Het tweede, derde en vierde lid van artikel 123 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 100
1. De naamloze vennootschap legt de
in artikel 99 lid 1 bedoelde besluiten neer ten kantore van het
handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een landelijk
verspreid dagblad.
2. De vennootschap moet, op straffe
van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in het volgende
lid, voor iedere schuldeiser die dit verlangt zekerheid stellen of
hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn
vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende
waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de vennootschap
voldoende zekerheid biedt dat de vordering zal worden voldaan.
3. Binnen twee maanden na de in het
eerste lid vermelde aankondiging kan iedere schuldeiser door een
verzoekschrift aan de rechtbank tegen het besluit tot
kapitaalvermindering in verzet komen met vermelding van de
waarborg die wordt verlangd. De rechter wijst het verzoek af,
indien de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat als gevolg
van de kapitaalvermindering twijfel omtrent de voldoening van zijn
vordering gewettigd is en dat de vennootschap onvoldoende
waarborgen heeft gegeven voor de voldoening van zijn vordering.
4. Voordat de rechter beslist, kan
hij de vennootschap in de gelegenheid stellen binnen een door hem
bepaalde termijn een door hem omschreven waarborg te geven. Op een
ingesteld rechtsmiddel kan hij, indien het kapitaal al is
verminderd, het stellen van een waarborg bevelen en daaraan een
dwangsom verbinden.
5. Een besluit tot vermindering van
het geplaatste kapitaal wordt niet van kracht zolang verzet kan
worden gedaan. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt het besluit
eerst van kracht, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing
van het verzet uitvoerbaar is. Een voor de vermindering van het
kapitaal vereiste akte van statutenwijziging kan niet eerder
worden verleden.
6. Indien de vennootschap haar
kapitaal wegens geleden verliezen vermindert tot een bedrag dat
niet lager is dan dat van haar eigen vermogen, behoeft zij geen
waarborg te geven en wordt het besluit onmiddellijk van kracht.
7. Dit artikel is niet van
toepassing, indien een beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal wettig verkregen eigen aandelen intrekt.
Artikel 101
1. Jaarlijks binnen vijf maanden na
afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van
deze termijn met ten hoogste zes maanden door de algemene
vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het
bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de
aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Indien
van de vennootschap effecten zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht, bedraagt de termijn vier maanden. Deze termijn kan niet
worden verlengd. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het
jaarverslag ter inzage voor de aandeelhouders, tenzij de artikelen
396 lid 7, of 403 voor de vennootschap gelden. Het bestuur van de
vennootschap waarop de artikelen 158 tot en met 161 en 164 van
toepassing zijn, zendt de jaarrekening ook toe aan de in artikel
158 lid 11 bedoelde ondernemingsraad.
2. De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering. Vaststelling van de
jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
4. Besluiten waarbij de
jaarrekening wordt vastgesteld, worden in de statuten niet
onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap
of van derden.
5. De statuten bevatten geen
bepalingen die toelaten dat voorschriften of bindende voorstellen
voor de jaarrekening of enige post daarvan worden gegeven.
6. De statuten kunnen bepalen dat
een ander orgaan van de vennootschap dan de algemene vergadering
de bevoegdheid heeft te bepalen welk deel van het resultaat van
het boekjaar wordt gereserveerd of hoe het verlies zal worden
verwerkt.
7. Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening. Geen ontheffing kan worden
verleend ten aanzien van het opmaken van de jaarrekening van een
vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht.
Artikel 102
1. De naamloze vennootschap zorgt
dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens
artikel 392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de
algemene vergadering, bestemd tot hun behandeling, te haren
kantore aanwezig zijn. De houders van haar aandelen of van met
haar medewerking uitgegeven certificaten daarvan kunnen de stukken
aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
2. Luiden deze aandelen of
certificaten aan toonder of heeft de vennootschap schuldbrieven
aan toonder uitstaan, dan kan tevens ieder de stukken, voor zover
zij na vaststelling openbaar gemaakt moeten worden, inzien en
daarvan tegen ten hoogste de kostprijs een afschrift verkrijgen.
Deze bevoegdheid vervalt zodra deze stukken zijn neergelegd ten
kantore van het handelsregister.
Artikel 103 [Vervallen per
31-12-2006]
Artikel 104
Ten laste van de door de wet
voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor
zover de wet dat toestaat.
Artikel 105
1. Voor zover bij de statuten niet
anders is bepaald, komt de winst de aandeelhouders ten goede.
2. De naamloze vennootschap kan aan
de aandeelhouders en andere gerechtigden tot de voor uitkering
vatbare winst slechts uitkeringen doen voor zover haar eigen
vermogen groter is dan het bedrag van het gestorte en opgevraagde
deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de
wet of de statuten moeten worden aangehouden.
3. Uitkering van winst geschiedt na
de vaststelling van de jaarrekening waaruit blijkt dat zij
geoorloofd is.
4. De vennootschap mag tussentijds
slechts uitkeringen doen, indien de statuten dit toelaten en aan
het vereiste van het tweede lid is voldaan blijkens een
tussentijdse vermogensopstelling. Deze heeft betrekking op de
stand van het vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde
maand voor de maand waarin het besluit tot uitkering bekend wordt
gemaakt. Zij wordt opgemaakt met inachtneming van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden. In de vermogensopstelling worden de krachtens
de wet of de statuten te reserveren bedragen opgenomen. Zij wordt
ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de handtekening van een
of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding
gemaakt. De vennootschap legt de vermogensopstelling ten kantore
van het handelsregister neer binnen acht dagen na de dag waarop
het besluit tot uitkering wordt bekend gemaakt.
5. Bij de berekening van de
winstverdeling tellen de aandelen die de vennootschap in haar
kapitaal houdt, mede, tenzij bij de statuten anders is bepaald.
6. Bij de berekening van het
winstbedrag, dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd, komt
slechts het bedrag van de verplichte stortingen op het nominale
bedrag van de aandelen in aanmerking, tenzij bij de statuten
anders is bepaald.
7. De statuten kunnen bepalen dat
de vordering van een aandeelhouder niet door verloop van vijf
jaren verjaart, doch eerst na een langere termijn vervalt. Een
zodanige bepaling is alsdan van overeenkomstige toepassing op de
vordering van een houder van een certificaat van een aandeel op de
aandeelhouder.
8. Een uitkering in strijd met het
tweede of vierde lid moet worden terugbetaald door de
aandeelhouder of andere winstgerechtigde die wist of behoorde te
weten dat de uitkering niet geoorloofd was.
9. Geen van de aandeelhouders kan
geheel worden uitgesloten van het delen in de winst.
10. De statuten kunnen bepalen dat
de winst waartoe houders van aandelen van een bepaalde soort
gerechtigd zijn, geheel of gedeeltelijk te hunnen behoeve wordt
gereserveerd.
Artikel 106 [Vervallen per
01-09-1981]
Afdeling 4. De algemene vergadering
Artikel 107
1. Aan de algemene vergadering
behoort, binnen de door de wet en de statuten gestelde grenzen,
alle bevoegdheid, die niet aan het bestuur of aan anderen is
toegekend.
2. Het bestuur en de raad van
commissarissen verschaffen haar alle verlangde inlichtingen,
tenzij een zwaarwichtig belang der vennootschap zich daartegen
verzet.
Artikel 107a
1. Aan de goedkeuring van de
algemene vergadering zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het
karakter van de vennootschap of de onderneming, waaronder in ieder
geval:
a. overdracht van de
onderneming of vrijwel de gehele onderneming aan een derde;
b. het aangaan of verbreken van
duurzame samenwerking van de vennootschap of een
dochtermaatschappij met een andere rechtspersoon of
vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke vennote in
een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma,
indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende
betekenis is voor de vennootschap;
c. het nemen of afstoten van
een deelneming in het kapitaal van een vennootschap ter waarde
van ten minste een derde van het bedrag van de activa volgens
de balans met toelichting of, indien de vennootschap een
geconsolideerde balans opstelt, volgens de geconsolideerde
balans met toelichting volgens de laatst vastgestelde
jaarrekening van de vennootschap, door haar of een
dochtermaatschappij.
2. Het ontbreken van de goedkeuring
van de algemene vergadering op een besluit als bedoeld in lid 1
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders
niet aan.
3. Indien de vennootschap krachtens
wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt
het verzoek om goedkeuring niet aan de algemene vergadering
aangeboden, dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor de datum van
oproeping als bedoeld in artikel 114 in de gelegenheid is gesteld
hierover een standpunt te bepalen. Het standpunt van de
ondernemingsraad wordt gelijktijdig met het verzoek om goedkeuring
aan de algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door
hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van
de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het
verzoek om goedkeuring niet aan.
4. Voor de toepassing van lid 3
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad
van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers
in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in
meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één
ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of
ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de
bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
Artikel 108
1. Jaarlijks wordt ten minste één
algemene vergadering gehouden.
2. Wanneer bij de statuten niet een
kortere termijn is gesteld, wordt de jaarvergadering gehouden
binnen zes maanden na afloop van het boekjaar der vennootschap.
Artikel 108a
Binnen drie maanden nadat het voor
het bestuur aannemelijk is dat het eigen vermogen van de naamloze
vennootschap is gedaald tot een bedrag gelijk aan of lager dan de
helft van het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, wordt
een algemene vergadering gehouden ter bespreking van zo nodig te
nemen maatregelen.
Artikel 109
Het bestuur en de raad van
commissarissen zijn bevoegd tot het bijeenroepen van een algemene
vergadering; bij de statuten kan deze bevoegdheid ook aan anderen
worden verleend.
Artikel 110
1. Een of meer houders van aandelen
die gezamenlijk ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag als bij
de statuten is bepaald, kunnen door de voorzieningenrechter van de
rechtbank op hun verzoek worden gemachtigd tot de bijeenroeping
van een algemene vergadering. De voorzieningenrechter wijst dit
verzoek af, indien hem niet is gebleken, dat verzoekers voordien
aan het bestuur en aan de raad van commissarissen schriftelijk en
onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen het
verzoek hebben gericht een algemene vergadering bijeen te roepen,
en dat noch het bestuur noch de raad van commissarissen - daartoe
in dit geval gelijkelijk bevoegd - de nodige maatregelen hebben
getroffen, opdat de algemene vergadering binnen zes weken na het
verzoek kon worden gehouden. Indien aandelen van de vennootschap
of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten
daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde
markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht, bedraagt deze termijn acht weken.
2. Voor de toepassing van dit
artikel worden met houders van aandelen gelijkgesteld de houders
van de certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven.
3. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek als
bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 111
1. De voorzieningenrechter van de
rechtbank verleent, na verhoor of oproeping van de naamloze
vennootschap, de verzochte machtiging, indien de verzoekers
summierlijk hebben doen blijken, dat de in het vorige artikel
gestelde voorwaarden zijn vervuld, en dat zij een redelijk belang
hebben bij het houden van de vergadering. De voorzieningenrechter
van de rechtbank stelt de vorm en de termijnen voor de oproeping
tot de algemene vergadering vast. Hij kan tevens iemand aanwijzen,
die met de leiding van de algemene vergadering zal zijn belast.
2. Bij de oproeping ingevolge het
eerste lid wordt vermeld dat zij krachtens rechterlijke machtiging
geschiedt. De op deze wijze gedane oproeping is rechtsgeldig, ook
indien mocht blijken dat de machtiging ten onrechte was verleend.
3. Tegen de beschikking van de
voorzieningenrechter is generlei voorziening toegelaten, behoudens
cassatie in het belang der wet.
Artikel 112
Indien zij, die krachtens artikel 109
van dit Boek of de statuten tot de bijeenroeping bevoegd zijn, in
gebreke zijn gebleven een bij artikel 108 of artikel 108a van dit
Boek of de statuten voorgeschreven algemene vergadering te doen
houden, kan iedere aandeelhouder door de voorzieningenrechter van de
rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe over te gaan. Artikel 110
lid 2 en artikel 111 van dit Boek zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 113
1. Tot de algemene vergadering
worden opgeroepen de aandeelhouders alsmede de houders van de
certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven.
2. De oproeping geschiedt door
aankondiging in een landelijk verspreid dagblad.
3. De statuten kunnen bepalen dat
de houders van aandelen op naam worden opgeroepen door middel van
oproepingsbrieven gericht aan de adressen van die aandeelhouders
zoals deze zijn vermeld in het register van aandeelhouders.
4. Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien de houder van aandelen op naam alsmede de
houder van de certificaten van aandelen, welke met medewerking van
de vennootschap zijn uitgegeven, hiermee instemt, de oproeping
geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar
en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit
doel aan de vennootschap is bekend gemaakt.
5. De statuten kunnen bepalen dat
de houders van aandelen aan toonder alsmede de houders van de
certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven, worden opgeroepen door een langs
elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, welke tot aan de
algemene vergadering rechtstreeks en permanent toegankelijk is.
6. In afwijking van lid 2 en
onverminderd de leden 3 en 4 geschiedt de oproeping door een langs
elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, welke tot aan de
algemene vergadering rechtstreeks en permanent toegankelijk is
indien aandelen van de vennootschap of met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot
de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 114
1. Bij de oproeping worden vermeld:
a. de te behandelen
onderwerpen;
b. de plaats en het tijdstip
van de algemene vergadering;
c. de procedure voor deelname
aan de algemene vergadering bij schriftelijk gevolmachtigde;
d. indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet
op het financieel toezicht, de procedure voor deelname aan de
algemene vergadering en het uitoefenen van het stemrecht door
middel van een elektronisch communicatiemiddel, indien dit
recht overeenkomstigartikel 117a kan worden uitgeoefend,
alsmede het adres van de website van de vennootschap, als
bedoeld in artikel 5:25ka van de Wet op het financieel
toezicht.
2. Omtrent onderwerpen waarvan de
behandeling niet bij de oproeping of op de zelfde wijze is
aangekondigd met inachtneming van de voor de oproeping gestelde
termijn, kan niet wettig worden besloten, tenzij het besluit met
algemene stemmen wordt genomen in een vergadering, waarin het
gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
3. Mededelingen welke krachtens de
wet of de statuten aan de algemene vergadering moeten worden
gericht, kunnen geschieden door opneming hetzij in de oproeping
hetzij in het stuk dat ter kennisneming ten kantore der
vennootschap is neergelegd, mits daarvan in de oproeping melding
wordt gemaakt.
4. In afwijking van lid 1 kan bij
de oproeping worden medegedeeld dat de houders van aandelen en de
houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van aandelen ten kantore van de vennootschap kennis
kunnen nemen van de gegevens bedoeld in lid 1 onderdelen a en c,
tenzij de betreffende aandelen of certificaten zijn toegelaten tot
de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 114a
1. Een onderwerp, waarvan de
behandeling schriftelijk is verzocht door een of meer houders van
aandelen die daartoe krachtens het volgende lid gerechtigd zijn,
wordt opgenomen in de oproeping of op dezelfde wijze aangekondigd
indien de vennootschap het met redenen omklede verzoek of een
voorstel voor een besluit niet later dan op de zestigste dag voor
die van de vergadering heeft ontvangen.
2. Om behandeling kan worden
verzocht door een of meer houders van aandelen die alleen of
gezamenlijk ten minste een honderdste gedeelte van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen of, indien de aandelen zijn toegelaten
tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is ten minste een waarde vertegenwoordigen
van € 50 miljoen. Bij algemene maatregel van bestuur kan dit
bedrag worden verhoogd of verlaagd in verband met de ontwikkeling
van het loon- en prijspeil.
3. In de statuten kan het vereiste
gedeelte van het kapitaal of de waarde van de aandelen lager
worden gesteld en de termijn voor indiening van het verzoek worden
verkort.
4. Voor de toepassing van dit
artikel worden met de houders van aandelen gelijkgesteld de
houders van de certificaten van aandelen die met medewerking van
de vennootschap zijn uitgegeven.
5. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek als
bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 115
1. Behoudens het bepaalde bij de
tweede zin van het eerste lid van artikel 111 van dit Boek,
geschiedt de oproeping niet later dan op de vijftiende dag vóór
die der vergadering. Was die termijn korter of heeft de oproeping
niet plaats gehad, dan kunnen geen wettige besluiten worden
genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin
het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
2. Indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, geschiedt de oproeping niet later dan op
de tweeënveertigste dag vóór die der vergadering.
Artikel 116
De algemene vergaderingen worden
gehouden in Nederland ter plaatse bij de statuten vermeld, of anders
in de gemeente waar de naamloze vennootschap haar woonplaats heeft.
In een algemene vergadering, gehouden elders dan behoort, kunnen
wettige besluiten slechts worden genomen, indien het gehele
geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
Artikel 117
1. Iedere aandeelhouder is bevoegd,
in persoon of bij een schriftelijk gevolmachtigde, de algemene
vergaderingen bij te wonen, daarin het woord te voeren en het
stemrecht uit te oefenen. Houders van onderaandelen, tezamen
uitmakende het bedrag van een aandeel, oefenen deze rechten
gezamenlijk uit, hetzij door één van hen, hetzij door een
schriftelijk gevolmachtigde. Bij de statuten kan de bevoegdheid
van aandeelhouders zich te doen vertegenwoordigen, worden beperkt.
De bevoegdheid van aandeelhouders zich te doen vertegenwoordigen
door een advocaat, notaris, toegevoegd notaris, kandidaat-notaris,
registeraccountant of accountant-administratieconsulent kan niet
worden uitgesloten.
2. Iedere houder van een met
medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaat van een
aandeel is bevoegd, in persoon of bij een schriftelijk
gevolmachtigde, de algemene vergadering bij te wonen en daarin het
woord te voeren. De voorlaatste en de laatste zin van lid 1 zijn
van overeenkomstige toepassing.
3. De statuten kunnen bepalen dat
een aandeelhouder niet gerechtigd is tot deelname aan de algemene
vergadering zolang hij in gebreke is te voldoen aan een wettelijke
of statutaire verplichting. Wanneer bij de statuten is bepaald dat
de houders van aandelen de bewijsstukken van hun recht vóór de
algemene vergadering in bewaring moeten geven, worden bij de
oproeping voor die vergadering vermeld de plaats waar en de dag
waarop zulks uiterlijk moet geschieden. Die dag kan niet vroeger
worden gesteld dan op de zevende dag voor die der vergadering.
Indien de statuten voorschriften overeenkomstig de voorgaande
bepalingen van dit lid bevatten, gelden deze mede voor de houders
van de certificaten van aandelen die met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven. Inbewaringgeving van bewijsstukken
kan niet worden voorgeschreven indien aandelen van de vennootschap
of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten
daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde
markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht.
4. De bestuurders en de
commissarissen hebben als zodanig in de algemene vergaderingen een
raadgevende stem.
5. De accountant aan wie de
opdracht tot het onderzoek van de jaarrekening is verleend,
bedoeld in artikel 393 lid 1, is bevoegd de algemene vergadering
die besluit over de vaststelling van de jaarrekening bij te wonen
en daarin het woord te voeren.
6. Aan de eis van schriftelijkheid
van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd. Indien aandelen van de vennootschap of met medewerking
van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld
in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, biedt de
vennootschap aan de aandeelhouder de mogelijkheid om haar langs
elektronische weg van de volmacht in kennis te stellen.
7. Indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht, kan bij de statuten de bevoegdheid van aandeelhouders of
certificaathouders zich te doen vertegenwoordigen niet worden
uitgesloten of beperkt.
Artikel 117a
1. De statuten kunnen bepalen dat
iedere aandeelhouder bevoegd is om, in persoon of bij een
schriftelijk gevolmachtigde, door middel van een elektronisch
communicatiemiddel aan de algemene vergadering deel te nemen,
daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen.
2. Voor de toepassing van lid 1 is
vereist dat de aandeelhouder via het elektronisch
communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht
kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de aandeelhouder via het elektronisch
communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
3. Bij of krachtens de statuten
kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het
elektronisch communicatiemiddel, mits deze voorwaarden redelijk en
noodzakelijk zijn voor de identificatie van de aandeelhouder en de
betrouwbaarheid en veiligheid van de communicatie. Indien de
voorwaarden krachtens de statuten worden gesteld, of artikel 114
lid 1 onderdeel d van toepassing is, worden deze voorwaarden bij
de oproeping bekend gemaakt.
4. Lid 1 tot en met 3 zijn van
overeenkomstige toepassing op de rechten van iedere houder van een
met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaat van een
aandeel.
5. Aan de eis van schriftelijkheid
van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd. Indien aandelen van de vennootschap of met medewerking
van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld
in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, biedt de
vennootschap aan de aandeelhouder de mogelijkheid om haar langs
elektronische weg van de volmacht in kennis te stellen.
Artikel 117b
1. De statuten kunnen bepalen dat
stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een
elektronisch communicatiemiddel of bij brief worden uitgebracht
gelijk worden gesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering
worden uitgebracht. Deze stemmen worden niet eerder uitgebracht
dan op de in het derde lid bedoelde dag van registratie.
2. Voor de toepassing van lid 1
hebben als stem- of vergadergerechtigde te gelden zij die op een
bij de bijeenroeping van een algemene vergadering te bepalen
tijdstip die rechten hebben en als zodanig zijn ingeschreven in
een door het bestuur aangewezen register, ongeacht wie ten tijde
van de algemene vergadering de rechthebbenden op de aandelen zijn.
3. De dag van registratie is de
achtentwintigste dag voor die van de vergadering.
4. Bij de oproeping wordt de dag
van de registratie vermeld, alsmede de wijze waarop de stem- of
vergadergerechtigden zich kunnen laten registreren en de wijze
waarop zij hun rechten kunnen uitoefenen.
Artikel 118
1. Slechts aandeelhouders hebben
stemrecht. Iedere aandeelhouder heeft ten minste één stem. De
statuten kunnen bepalen dat een aandeelhouder niet gerechtigd is
tot uitoefening van het stemrecht zolang hij in gebreke is te
voldoen aan een wettelijke of statutaire verplichting.
2. Indien het maatschappelijk
kapitaal in aandelen van een zelfde bedrag is verdeeld, brengt
iedere aandeelhouder zoveel stemmen uit als hij aandelen heeft.
3. Indien het maatschappelijk
kapitaal in aandelen van verschillend bedrag is verdeeld, is het
aantal stemmen van iedere aandeelhouder gelijk aan het aantal
malen, dat het bedrag van het kleinste aandeel is begrepen in het
gezamenlijk bedrag van zijn aandelen; gedeelten van stemmen worden
verwaarloosd.
4. Echter kan het door een zelfde
aandeelhouder uit te brengen aantal stemmen bij de statuten worden
beperkt, mits aandeelhouders wier bedrag aan aandelen gelijk is,
hetzelfde aantal stemmen uitbrengen en de beperking voor de
houders van een groter bedrag aan aandelen niet gunstiger is
geregeld dan voor de houders van een kleiner bedrag aan aandelen.
5. Van het bepaalde bij het tweede
en het derde lid kan bij de statuten ook op andere wijze worden
afgeweken, mits aan eenzelfde aandeelhouder niet meer dan zes
stemmen worden toegekend indien het maatschappelijk kapitaal is
verdeeld in honderd of meer aandelen, en niet meer dan drie
stemmen indien het kapitaal in minder dan honderd aandelen is
verdeeld.
6. Onderaandelen die tezamen het
bedrag van een aandeel uitmaken worden met een zodanig aandeel
gelijkgesteld.
7. Voor een aandeel dat toebehoort
aan de vennootschap of aan een dochtermaatschappij daarvan kan in
de algemene vergadering geen stem worden uitgebracht; evenmin voor
een aandeel waarvan een hunner de certificaten houdt.
Vruchtgebruikers en pandhouders van aandelen die aan de
vennootschap en haar dochtermaatschappijen toebehoren, zijn
evenwel niet van hun stemrecht uitgesloten, indien het
vruchtgebruik of pandrecht was gevestigd voordat het aandeel aan
de vennootschap of een dochtermaatschappij daarvan toebehoorde. De
vennootschap of een dochtermaatschappij daarvan kan geen stem
uitbrengen voor een aandeel waarop zij een recht van vruchtgebruik
of een pandrecht heeft.
Artikel 118a
1. Indien met medewerking van de
vennootschap certificaten van aandelen zijn uitgegeven die zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is wordt de houder van de certificaten
op zijn verzoek gevolmachtigd om met uitsluiting van de
volmachtgever het stemrecht verbonden aan het betreffende aandeel
of de betreffende aandelen uit te oefenen in een in de volmacht
aangegeven algemene vergadering. Een aldus gevolmachtigde
certificaathouder kan het stemrecht naar eigen inzicht uitoefenen.
De artikelen 88 lid 4 en 89 lid 4 zijn niet van toepassing.
2. De stemgerechtigde kan de
volmacht slechts beperken, uitsluiten of een gegeven volmacht
herroepen indien:
a. een openbaar bod is
aangekondigd of uitgebracht op aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of op certificaten of de gerechtvaardigde
verwachting bestaat dat daartoe zal worden overgegaan, zonder
dat over het bod overeenstemming is bereikt met de
vennootschap;
b. een houder van certificaten
of meerdere houders van certificaten en aandelen volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking al dan niet samen met
dochtermaatschappijen ten minste 25% van het geplaatst
kapitaal van de vennootschap verschaffen of doen verschaffen;
of
c. naar het oordeel van de
stemgerechtigde uitoefening van het stemrecht door een houder
van certificaten wezenlijk in strijd is met het belang van de
vennootschap en de daarmee verbonden onderneming.
De stemgerechtigde brengt het
besluit tot beperking, intrekking of herroeping gemotiveerd ter
kennis van de certificaathouders en de overige aandeelhouders.
3. De bevoegdheid tot beperking,
uitsluiting of herroeping bestaat niet indien de stemgerechtigde
rechtspersoonlijkheid heeft en de meerderheid van stemmen in het
bestuur van de rechtspersoon kan worden uitgebracht door
a. bestuurders of gewezen
bestuurders alsmede commissarissen of gewezen commissarissen
van de vennootschap of haar groepsmaatschappijen;
b. natuurlijke personen in
dienst van de vennootschap of haar groepsmaatschappijen;
c. vaste adviseurs van de
vennootschap of haar groepsmaatschappijen.
4. Bij het besluit tot het
beperken, uitsluiten of herroepen van de volmacht en het besluit
over de wijze waarop het stemrecht wordt uitgeoefend, kunnen de in
het lid 3 bedoelde personen geen stem uitbrengen.
Artikel 119
1. De algemene vergadering kan het
bestuur voor een periode van ten hoogste vijf jaren machtigen bij
de bijeenroeping van een algemene vergadering te bepalen dat voor
de toepassing van artikel 117 leden 1 en 2 enartikel 117a leden 1
en 4 als stem- of vergadergerechtigde hebben te gelden zij die op
de in lid 2 bedoelde dag van registratie die rechten hebben en als
zodanig zijn ingeschreven in een door het bestuur aangewezen
register, ongeacht wie ten tijde van de algemene vergadering de
rechthebbenden op de aandelen of certificaten zijn. De machtiging
kan ook voor onbepaalde tijd worden verleend bij de statuten.
Indien aandelen van de vennootschap of met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot
de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht, hebben voor de toepassing
van artikel 117 leden 1 en 2 en artikel 117a leden 1 en 4 als
stem- of vergadergerechtigde te gelden zij die op de in lid 2
bedoelde dag van registratie die rechten hebben en als zodanig
zijn ingeschreven in een door het bestuur aangewezen register,
ongeacht wie ten tijde van de algemene vergadering de
rechthebbenden op de aandelen of certificaten zijn.
2. De dag van registratie is de
achtentwintigste dag voor die van de vergadering.
3. Bij de oproeping voor de
vergadering wordt de dag van registratie vermeld alsmede de wijze
waarop de stem- of vergadergerechtigden zich kunnen laten
registreren en de wijze waarop zij hun rechten kunnen uitoefenen.
Artikel 120
1. Alle besluiten waaromtrent bij
de wet of de statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven,
worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte
stemmen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan
beslist het lot, staken de stemmen bij een andere stemming, dan is
het voorstel verworpen; een en ander voor zover in de wet of de
statuten niet een andere oplossing is aangegeven. Deze oplossing
kan bestaan in het opdragen van de beslissing aan een derde.
2. Tenzij bij de wet of de statuten
anders is bepaald, is de geldigheid van besluiten niet afhankelijk
van het ter vergadering vertegenwoordigd gedeelte van het
kapitaal.
3. Indien in de statuten is bepaald
dat de geldigheid van een besluit afhankelijk is van het ter
vergadering vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal en dit
gedeelte ter vergadering niet vertegenwoordigd was, kan, tenzij de
statuten anders bepalen, een nieuwe vergadering worden
bijeengeroepen waarin het besluit kan worden genomen,
onafhankelijk van het op deze vergadering vertegenwoordigd
gedeelte van het kapitaal. Bij de oproeping tot de nieuwe
vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan
worden genomen, onafhankelijk van het ter vergadering
vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal.
4. Het bestuur van de vennootschap
houdt van de genomen besluiten aantekening. De aantekeningen
liggen ten kantore van de vennootschap ter inzage van de
aandeelhouders en de houders van de met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen. Aan ieder
van dezen wordt desgevraagd afschrift of uittreksel van deze
aantekeningen verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs.
5. Onverminderd het bepaalde in lid
4 stelt de vennootschap waarvan aandelen of met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot
de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht voor elk genomen besluit
vast:
a. het aantal aandelen waarvoor
geldige stemmen zijn uitgebracht;
b. het percentage dat het
aantal onder a bedoelde aandelen vertegenwoordigt in het
geplaatste kapitaal;
c. het totale aantal geldig
uitgebrachte stemmen;
d. het aantal stemmen dat voor
en tegen het besluit is uitgebracht, alsmede het aantal
onthoudingen.
Artikel 121
1. De algemene vergadering is
bevoegd de statuten te wijzigen; voor zover bij de statuten de
bevoegdheid tot wijziging mocht zijn uitgesloten, is wijziging
niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering waarin
het gehele geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
2. Een bepaling in de statuten, die
de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere bepalingen der
statuten beperkt, kan slechts worden gewijzigd met inachtneming
van gelijke beperking.
3. Een bepaling in de statuten, die
de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere bepalingen
uitsluit, kan slechts worden gewijzigd met algemene stemmen in een
vergadering waarin het gehele geplaatste kapitaal is
vertegenwoordigd.
Artikel 121a
1. Het besluit tot verhoging van
het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal
volgens artikel 67a wordt genomen bij volstrekte meerderheid van
stemmen. Het besluit tot vermindering van het bedrag van de
aandelen en van het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met een
meerderheid van ten minste twee-derde van de uitgebrachte stemmen
indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal is
vertegenwoordigd. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan is
naast het besluit tot verhoging of verlaging een voorafgaand of
gelijktijdig goedkeurend besluit nodig van elke groep van houders
van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet.
2. Voor de toepassing van deze
bepaling wordt onder aandelen van een bepaalde soort tevens
begrepen aandelen met een onderscheiden nominale waarde.
Artikel 122
Wijziging van een bepaling der
statuten, waarbij aan een ander dan aan aandeelhouders der
vennootschap als zodanig enig recht is toegekend, kan indien de
gerechtigde in de wijziging niet toestemt, aan diens recht geen
nadeel toebrengen; tenzij ten tijde van de toekenning van het recht
de bevoegdheid tot wijziging bij die bepaling uitdrukkelijk was
voorbehouden.
Artikel 123
1. Wanneer aan de algemene
vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten zal worden
gedaan, moet zulks steeds bij de oproeping tot de algemene
vergadering worden vermeld.
2. Degenen die zodanige oproeping
hebben gedaan, moeten tegelijkertijd een afschrift van dat
voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen,
ten kantore van de vennootschap nederleggen ter inzage voor iedere
aandeelhouder tot de afloop der vergadering. Artikel 114 lid 2 is
van overeenkomstige toepassing.
3. De aandeelhouders moeten in de
gelegenheid worden gesteld van de dag der nederlegging tot die der
algemene vergadering een afschrift van het voorstel, gelijk bij
het vorige lid bedoeld, te verkrijgen. Deze afschriften worden
kosteloos verstrekt.
4. Hetgeen in dit artikel met
betrekking tot aandeelhouders is bepaald, is van overeenkomstige
toepassing op houders van met medewerking der vennootschap
uitgegeven certificaten van aandelen.
Artikel 124
1. Van een wijziging in de statuten
wordt, op straffe van nietigheid, een notariële akte opgemaakt.
De akte wordt verleden in de Nederlandse taal.
2. Die akte kan bestaan in een
notarieel proces-verbaal van de algemene vergadering, waarin de
wijziging aangenomen is, of in een later verleden notariële akte.
Het bestuur is bevoegd de akte te doen verlijden, ook zonder
daartoe door de algemene vergadering te zijn gemachtigd.
3. Wordt het maatschappelijke
kapitaal gewijzigd, dan vermeldt de akte welk deel daarvan is
geplaatst.
Artikel 125 [Vervallen per
01-07-2011]
Artikel 126
De bestuurders zijn verplicht een
authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten
neder te leggen ten kantore van het handelsregister.
Artikel 127
Gedurende het faillissement der
naamloze vennootschap kan in haar statuten geen wijziging worden
aangebracht dan met toestemming van de curator.
Artikel 128
1. De statuten kunnen bepalen dat
besluitvorming van aandeelhouders op andere wijze dan in een
vergadering kan geschieden, tenzij aandelen aan toonder of, met
medewerking van de vennootschap, certificaten van aandelen zijn
uitgegeven. Indien de statuten een zodanige regeling bevatten, is
zulk een besluitvorming slechts mogelijk met algemene stemmen van
de stemgerechtigde aandeelhouders. De stemmen worden schriftelijk
uitgebracht.
2. Tenzij de statuten anders
bepalen kunnen de stemmen ook langs elektronische weg worden
uitgebracht.
Afdeling 5. Het bestuur van de
naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur
Artikel 129
1. Behoudens beperkingen volgens de
statuten is het bestuur belast met het besturen van de
vennootschap.
2. De statuten kunnen bepalen dat
een met name of in functie aangeduide bestuurder meer dan één
stem wordt toegekend. Een bestuurder kan niet meer stemmen
uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen.
3. Besluiten van het bestuur kunnen
bij of krachtens de statuten slechts worden onderworpen aan de
goedkeuring van een orgaan van de vennootschap.
4. De statuten kunnen bepalen dat
het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een
orgaan van de vennootschap die de algemene lijnen van het te
voeren beleid op nader in de statuten aangegeven terreinen
betreffen.
5. Bij de vervulling van hun taak
richten de bestuurders zich naar het belang van de vennootschap en
de met haar verbonden onderneming.
6. Een bestuurder neemt niet deel
aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een
direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is
met het belang bedoeld in lid 5. Wanneer hierdoor geen
bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door
de raad van commissarissen. Bij ontbreken van een raad van
commissarissen, wordt het besluit genomen door de algemene
vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.
Artikel 129a
1. Bij de statuten kan worden
bepaald dat de bestuurstaken worden verdeeld over één of meer
niet uitvoerende bestuurders en één of meer uitvoerende
bestuurders. De taak om toezicht te houden op de taakuitoefening
door bestuurders kan niet door een taakverdeling worden ontnomen
aan niet uitvoerende bestuurders. Het voorzitterschap van het
bestuur, het doen van voordrachten voor benoeming van een
bestuurder en het vaststellen van de bezoldiging van uitvoerende
bestuurders kan niet aan een uitvoerende bestuurder worden
toebedeeld. Niet uitvoerende bestuurders zijn natuurlijke
personen.
2. De uitvoerende bestuurders nemen
niet deel aan de besluitvorming over het vaststellen van de
bezoldiging van uitvoerende bestuurders.
3. Bij of krachtens de statuten kan
worden bepaald dat een of meer bestuurders rechtsgeldig kunnen
besluiten omtrent zaken die tot zijn respectievelijk hun taak
behoren. Bepaling krachtens de statuten geschiedt schriftelijk.
Artikel 130
1. Het bestuur vertegenwoordigt de
vennootschap, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. De bevoegdheid tot
vertegenwoordiging komt mede aan iedere bestuurder toe. De
statuten kunnen echter bepalen dat zij behalve aan het bestuur
slechts toekomt aan een of meer bestuurders. Zij kunnen voorts
bepalen dat een bestuurder de vennootschap slechts met medewerking
van een of meer anderen mag vertegenwoordigen.
3. Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder
toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet
niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de vennootschap worden
ingeroepen.
4. De statuten kunnen ook aan
andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 131
De rechtbank, binnen welker
rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van
alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de
naamloze vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de
vordering bedoeld bij artikel 138 van dit Boek, waarvan het bedrag
onbepaald is of € 25.000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt
kennis van verzoeken als bedoeld in artikel 685 van Boek 7
betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst. De zaken,
bedoeld in de eerste en tweede volzin, worden niet behandeld en
beslist door de kantonrechter.
Artikel 132
1. De benoeming van bestuurders
geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting en later
door de algemene vergadering. Indien een vennootschap toepassing
geeft aan artikel 129a bepaalt de algemene vergadering of een
bestuurder wordt benoemd tot uitvoerende bestuurder
onderscheidenlijk niet uitvoerende bestuurder. De voorgaande twee
zinnen zijn niet van toepassing indien benoeming overeenkomstig
artikel 162 geschiedt door de raad van commissarissen.
2. De statuten kunnen de kring van
benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de
bestuurders moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden
gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met
twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van
het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
3. Indien van een vennootschap
aandelen of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of
tot een met een gereglementeerde markt of multilaterale
handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen
lidstaat is, wordt de rechtsverhouding tussen een bestuurder en de
vennootschap niet aangemerkt als arbeidsovereenkomst.
Artikel 132a
1. Tot bestuurder van een
vennootschap die op twee opeenvolgende balansdata, zonder
onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft
voldaan aan ten minste twee van de vereisten als bedoeld in
artikel 397 leden 1 en 2 kunnen niet worden benoemd:
a. personen die commissaris of
niet uitvoerende bestuurder zijn bij meer dan twee
rechtspersonen;
b. personen die voorzitter zijn
van de raad van commissarissen van een rechtspersoon of van
het bestuur van een rechtspersoon indien de bestuurstaken zijn
verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders.
2. Voor de toepassing van dit
artikel:
a. wordt met een commissaris
gelijkgesteld de persoon die lid is van een toezichthoudend
orgaan dat bij of krachtens de statuten van een rechtspersoon
is ingesteld;
b. telt de benoeming bij
verschillende rechtspersonen die met elkaar in een groep zijn
verbonden als één benoeming;
c. betreft de verwijzing naar
rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze vennootschap en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die op
twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op
twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten
minste twee van de vereisten als bedoeld in artikel 397 leden
1 en 2, onderscheidenlijk de stichting als bedoeld in artikel
297a lid 1;
d. wordt met bestuurder in de
zin van de aanhef van lid 1 gelijkgesteld de uitvoerende
bestuurder, indien de bestuurstaken zijn verdeeld over
uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders;
e. geldt een tijdelijke
aanstelling overeenkomstig artikel 349a lid 2 of artikel 356
onder c niet als benoeming.
3. De nietigheid van de benoeming
op grond van de vorige leden heeft geen gevolgen voor de
rechtsgeldigheid van de besluitvorming waaraan is deelgenomen.
Artikel 133
1. Bij de statuten kan worden
bepaald dat de benoeming door de algemene vergadering geschiedt
uit een voordracht.
2. De algemene vergadering kan
echter aan zodanige voordracht steeds het bindend karakter
ontnemen bij een besluit genomen met twee derden van de
uitgebrachte stemmen, die meer dan de helft van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen.
3. Indien de voordracht één
kandidaat voor een te vervullen plaats bevat, heeft een besluit
over de voordracht tot gevolg dat de kandidaat is benoemd, tenzij
het bindend karakter aan de voordracht wordt ontnomen.
4. De vorige leden zijn niet van
toepassing, indien de benoeming geschiedt door de raad van
commissarissen.
Artikel 134
1. Iedere bestuurder kan te allen
tijde worden geschorst en ontslagen door degene die bevoegd is tot
benoeming. Is uitvoering gegeven aanartikel 129a, dan is het
bestuur te allen tijde bevoegd tot schorsing van een uitvoerend
bestuurder.
2. Indien in de statuten is bepaald
dat het besluit tot schorsing of ontslag slechts mag worden
genomen met een versterkte meerderheid in een algemene
vergadering, waarin een bepaald gedeelte van het kapitaal is
vertegenwoordigd, mag deze versterkte meerderheid twee derden der
uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende meer dan de helft van
het kapitaal, niet te boven gaan.
3. Een veroordeling tot herstel van
de arbeidsovereenkomst tussen naamloze vennootschap en bestuurder
kan door de rechter niet worden uitgesproken.
4. De statuten bevatten
voorschriften omtrent de wijze waarop in het bestuur van de
vennootschap voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of
belet van bestuurders. De statuten kunnen deze voorschriften
bevatten voor het geval van ontstentenis of belet van een of meer
bestuurders.
Artikel 134a
1. Indien de vennootschap krachtens
wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt
het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag van een
bestuurder niet aan de algemene vergadering aangeboden, dan nadat
de ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld
inartikel 114 in de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt
te bepalen. Het standpunt van de ondernemingsraad wordt
gelijktijdig met het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag
aan de algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door
hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van
de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het
voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag niet aan.
2. Voor de toepassing van lid 1
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad
van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers
in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in
meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één
ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of
ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de
bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
Artikel 135
1. De vennootschap heeft een beleid
op het terrein van bezoldiging van het bestuur. Het beleid wordt
vastgesteld door de algemene vergadering. In het
bezoldigingsbeleid komen ten minste de in artikel 383c tot en met
e omschreven onderwerpen aan de orde, voor zover deze het bestuur
betreffen.
2. Indien de vennootschap krachtens
wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt
het voorstel tot vaststelling van het bezoldigingsbeleid niet aan
de algemene vergadering aangeboden, dan nadat de ondernemingsraad
tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld in artikel 114 in
de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt te bepalen. Het
standpunt van de ondernemingsraad wordt, gelijktijdig met het
voorstel tot vaststelling van het bezoldigingsbeleid, aan de
algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door hem
aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van de
ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming inzake het
bezoldigingsbeleid niet aan.
3. Voor de toepassing van lid 2
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad
van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers
in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in
meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één
ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of
ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de
bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
4. De bezoldiging van bestuurders
wordt met inachtneming van het beleid, bedoeld in lid 1,
vastgesteld door de algemene vergadering, tenzij bij de statuten
een ander orgaan is aangewezen.
5. Indien in de statuten is bepaald
dat een ander orgaan dan de algemene vergadering de bezoldiging
vaststelt, legt dat orgaan ten aanzien van regelingen in de vorm
van aandelen of rechten tot het nemen van aandelen een voorstel
ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering. In het voorstel
moet ten minste zijn bepaald hoeveel aandelen of rechten tot het
nemen van aandelen aan het bestuur mogen worden toegekend en welke
criteria gelden voor toekenning of wijziging. Het ontbreken van de
goedkeuring van de algemene vergadering tast de
vertegenwoordigingbevoegdheid van het orgaan niet aan.
Artikel 136
Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is het bestuur zonder opdracht der algemene vergadering
niet bevoegd aangifte te doen tot faillietverklaring van de naamloze
vennootschap.
Artikel 137
1. Rechtshandelingen van de
vennootschap jegens de houder van alle aandelen in het kapitaal
van de vennootschap of jegens een deelgenoot in een
huwelijksgemeenschap of in een gemeenschap van een geregistreerd
partnerschap waartoe alle aandelen in het kapitaal van de
vennootschap behoren, waarbij de vennootschap wordt
vertegenwoordigd door deze aandeelhouder of door een van de
deelgenoten, worden schriftelijk vastgelegd. Voor de toepassing
van de vorige zin worden aandelen gehouden door de vennootschap of
haar dochtermaatschappijen niet meegeteld. Indien de eerste zin
niet in acht is genomen, kan de rechtshandeling ten behoeve van de
vennootschap worden vernietigd.
2. Lid 1 is niet van toepassing op
rechtshandelingen die onder de bedongen voorwaarden tot de gewone
bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren.
Artikel 138
1. In geval van faillissement van
de naamloze vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel
hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor
zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen
worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk
onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een
belangrijke oorzaak is van het faillissement.
2. Indien het bestuur niet heeft
voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394, heeft
het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat
onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het
faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig
aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of
commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de
verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk
verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
3. Niet aansprakelijk is de
bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door
het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is
geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af
te wenden.
4. De rechter kan het bedrag
waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien hem
dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de
onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere oorzaken
van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld.
De rechter kan voorts het bedrag van de aansprakelijkheid van een
afzonderlijke bestuurder verminderen indien hem dit bovenmatig
voorkomt, gelet op de tijd gedurende welke die bestuurder als
zodanig in functie is geweest in de periode waarin de
onbehoorlijke taakvervulling plaats vond.
5. Is de omvang van het tekort nog
niet bekend, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing van
het vierde lid, bepalen dat van het tekort tot betaling waarvan
hij de bestuurders veroordeelt, een staat wordt opgemaakt
overeenkomstig de bepalingen van de zesde titel van het tweede
boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
6. De vordering kan slechts worden
ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode
van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Een aan de
bestuurder verleende kwijting staat aan het instellen van de
vordering niet in de weg.
7. Met een bestuurder wordt voor de
toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van
de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij
bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen de door
de rechter benoemde bewindvoerder.
8. Dit artikel laat onverlet de
bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op
grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van
artikel 9.
9. Indien een bestuurder ingevolge
dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van
zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder
onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid
tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door
een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk
is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van
vermindering van dat verhaal zijn verricht. Artikel 45 leden 4 en
5 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing.
10. Indien de boedel ontoereikend
is voor het instellen van een rechtsvordering op grond van dit
artikel of artikel 9 of voor het instellen van een voorafgaand
onderzoek naar de mogelijkheid daartoe, kan de curator Onze
Minister van Justitie verzoeken hem bij wijze van voorschot de
benodigde middelen te verschaffen. Onze Minister kan regels
stellen voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek en
de grenzen waarbinnen het verzoek kan worden toegewezen. Het
verzoek moet de gronden bevatten waarop het berust, alsmede een
beredeneerde schatting van de kosten en de omvang van het
onderzoek. Het verzoek, voor zover het betreft het instellen van
een voorafgaand onderzoek, behoeft de goedkeuring van de
rechter-commissaris.
Artikel 139
Indien door de jaarrekening, door
tussentijdse cijfers die de vennootschap bekend heeft gemaakt of
door het jaarverslag een misleidende voorstelling wordt gegeven van
de toestand der vennootschap, zijn de bestuurders tegenover derden
hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door dezen dientengevolge
geleden. De bestuurder die bewijst dat dit aan hem niet te wijten
is, is niet aansprakelijk.
Artikel 140
1. Tenzij toepassing is gegeven aan
artikel 129a kan bij de statuten worden bepaald dat er een raad
van commissarissen zal zijn. De raad bestaat uit een of meer
natuurlijke personen.
2. De raad van commissarissen heeft
tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de
algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming. Hij staat het bestuur met raad ter zijde.
Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar
het belang van de vennootschap en de met haar verbonden
onderneming.
3. De statuten kunnen aanvullende
bepalingen omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad en van
zijn leden bevatten.
4. De statuten kunnen bepalen dat
een met name of in functie aangeduide commissaris meer dan één
stem wordt toegekend. Een commissaris kan niet meer stemmen
uitbrengen dan de andere commissarissen tezamen.
5. Een commissaris neemt niet deel
aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een
direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is
met het belang bedoeld in lid 2. Wanneer de raad van
commissarissen hierdoor geen besluit kan nemen, wordt het besluit
genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders
bepalen.
Artikel 141
1. Het bestuur verschaft de raad
van commissarissen tijdig de voor de uitoefening van diens taak
noodzakelijke gegevens.
2. Het bestuur stelt ten minste een
keer per jaar de raad van commissarissen schriftelijk op de hoogte
van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en
financiële risico's en het beheers- en controlesysteem van de
vennootschap.
Artikel 142
1. De commissarissen die niet reeds
bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd door de
algemene vergadering. De statuten kunnen de kring van benoembare
personen beperken door eisen te stellen waaraan de commissarissen
moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een
besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de
uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen.
2. De eerste twee leden van artikel
133 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de leden van de
raad van commissarissen worden benoemd met inachtneming van
artikel 158 of toepassing wordt gegeven aan artikel 164a.
3. Bij een aanbeveling of
voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de
kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan
door hem gehouden aandelen in het kapitaal der vennootschap en de
betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover
die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van
een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij
reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder
rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met
de aanduiding van de groep worden volstaan. De aanbeveling en de
voordracht tot benoeming of herbenoeming worden gemotiveerd. Bij
herbenoeming wordt rekening gehouden met de wijze waarop de
kandidaat zijn taak als commissaris heeft vervuld.
Artikel 142a
1. Tot commissaris van een
vennootschap die op twee opeenvolgende balansdata, zonder
onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft
voldaan aan ten minste twee van de vereisten als bedoeld in
artikel 397 leden 1 en 2 kunnen niet worden benoemd: personen die
commissaris of niet uitvoerende bestuurder zijn bij vijf of meer
andere rechtspersonen. Het voorzitterschap van de raad van
commissarissen of het bestuur, indien de bestuurstaken zijn
verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, telt
dubbel.
2. Voor de toepassing van dit
artikel:
a. wordt met een commissaris
gelijkgesteld de persoon die lid is van een toezichthoudend
orgaan dat bij of krachtens de statuten van een rechtspersoon
is ingesteld;
b. telt de benoeming bij
verschillende rechtspersonen die met elkaar in een groep zijn
verbonden als één benoeming;
c. betreft de verwijzing naar
rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze vennootschap en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die op
twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op
twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten
minste twee van de vereisten als bedoeld in artikel 397 leden
1 en 2, onderscheidenlijk de stichting als bedoeld in artikel
297a lid 1;
d. wordt met commissaris in de
zin van de aanhef van lid 1 gelijkgesteld de niet uitvoerende
bestuurder, indien de bestuurstaken zijn verdeeld over
uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders;
e. geldt een tijdelijke
aanstelling overeenkomstig artikel 349a lid 2 of artikel 356
onder c niet als benoeming.
3. De nietigheid van de benoeming
op grond van de vorige leden heeft geen gevolgen voor de
rechtsgeldigheid van de besluitvorming waaraan is deelgenomen.
Artikel 143
Bij de statuten kan worden bepaald
dat een of meer commissarissen, doch ten hoogste een derde van het
gehele aantal, zullen worden benoemd door anderen dan de algemene
vergadering. Is de benoeming van commissarissen geregeld
overeenkomstig de artikelen 158 en 159 van dit Boek, dan vindt de
vorige zin geen toepassing.
Artikel 144
1. Een commissaris kan worden
geschorst en ontslagen door degene, die bevoegd is tot benoeming,
tenzij artikel 161 leden 2 en 3 of artikel 161a van dit Boek van
toepassing is.
2. Het tweede en het derde lid van
artikel 134 van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 144a
1. Indien de vennootschap krachtens
wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt
het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag van een
commissaris niet aan de algemene vergadering aangeboden, dan nadat
de ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld
inartikel 114 in de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt
te bepalen. Het standpunt van de ondernemingsraad wordt
gelijktijdig met het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag
aan de algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door
hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van
de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het
voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag niet aan.
2. Voor de toepassing van lid 1
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad
van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers
in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in
meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één
ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of
ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de
bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
Artikel 145
De algemene vergadering kan aan de
commissarissen een bezoldiging toekennen.
Artikel 146 [Vervallen per
01-01-2013]
Artikel 147
1. Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is de raad van commissarissen bevoegd iedere bestuurder
te allen tijde te schorsen.
2. De schorsing kan te allen tijde
door de algemene vergadering worden opgeheven, tenzij de
bevoegdheid tot benoeming van de bestuurders bij de raad van
commissarissen berust.
Artikel 148 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 149
Het bepaalde bij de artikelen 9, 131
en 138 vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
taakvervulling door de raad van commissarissen.
Artikel 150
Indien door de jaarrekening een
misleidende voorstelling wordt gegeven van de toestand der
vennootschap, zijn de commissarissen naast de bestuurders tegenover
derden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door dezen
dientengevolge geleden. De commissaris die bewijst dat zulks niet
aan een tekortkoming zijnerzijds in het toezicht is te wijten, is
niet aansprakelijk.
Artikel 151
1. Allen, commissarissen of
anderen, die, zonder deel uit te maken van het bestuur der
naamloze vennootschap, krachtens enige bepaling der statuten of
krachtens besluit der algemene vergadering, voor zekere tijd of
onder zekere omstandigheden daden van bestuur verrichten, worden
te dien aanzien, wat hun rechten en verplichtingen ten opzichte
van de vennootschap en van derden betreft, als bestuurders
aangemerkt.
2. Het goedkeuren van bepaalde
bestuurshandelingen of het daartoe machtigen geldt niet als het
verrichten van daden van bestuur.
Afdeling 6. De raad van
commissarissen bij de grote naamloze vennootschap
Artikel 152
In deze afdeling wordt onder een
afhankelijke maatschappij verstaan:
a. een rechtspersoon waaraan de
naamloze vennootschap of een of meer afhankelijke maatschappijen
alleen of samen voor eigen rekening ten minste de helft van het
geplaatste kapitaal verschaffen,
b. een vennootschap waarvan een
onderneming in het handelsregister is ingeschreven en waarvoor
de naamloze vennootschap of een afhankelijke maatschappij als
vennote jegens derden volledig aansprakelijk is voor alle
schulden.
Artikel 153
1. Een naamloze vennootschap moet,
indien het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee
maanden na de vaststelling van haar jaarrekening door de algemene
vergadering ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat
zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat artikel
154 lid 3 van dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het
bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan;
wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in
het eerste jaarverslag dat na de datum van die doorhaling wordt
uitgebracht.
2. De verplichting tot het doen van
een opgaaf geldt, indien:
a. het geplaatste kapitaal der
vennootschap tezamen met de reserves volgens de balans met
toelichting ten minste een bij koninklijk besluit vastgesteld
grensbedrag beloopt,
b. de vennootschap of een
afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke verplichting
een ondernemingsraad heeft ingesteld, en
c. bij de vennootschap en haar
afhankelijke maatschappijen, tezamen in de regel ten minste
honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.
3. De verplichting tot het doen van
een opgaaf geldt niet voor:
a. een vennootschap die
afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de
artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met 161
en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn, een vennootschap die afhankelijke
maatschappij is van een Europese naamloze vennootschap in de
zin van Verordening (EG) Nr. 2157/2001 (Pb L 294) waarvan in
de statuten is bepaald dat de artikelen 158 leden 1 tot en met
12, 159, 161, 161a en 164 van overeenkomstige toepassing zijn,
danwel een vennootschap die afhankelijke maatschappij is van
een Europese coöperatieve vennootschap in de zin van
Verordening (EG) Nr. 1435/2003 (PbEU L 207) waarvan in de
statuten is bepaald dat de artikelen 158 leden 1 tot en met
12, 159, 161a en 164 van overeenkomstige toepassing zijn en
dat het ontslag van leden van het toezichthoudend orgaan
geschiedt door de algemene vergadering, bedoeld in artikel 52
van de Verordening, bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen vertegenwoordigend ten minste een derde
van het totale aantal stemrechten op grond van de statuten,
b. een vennootschap wier
werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt
tot het beheer en de financiering van groepsmaatschappijen, en
van haar en hun deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de
werknemers in dienst van de vennootschap en de
groepsmaatschappijen in meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn,
c. een vennootschap die
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als
bedoeld onder b of in artikel 263 lid 3 onder b, en aan de in
die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en rechtspersonen
diensten ten behoeve van het beheer en de financiering
verleent, en
d. een vennootschap waarin voor
ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen door
twee of meer rechtspersonen waarop de artikelen 63f tot en met
63j, de artikelen 158 tot en met 161 en 164 of de artikelen
268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn of die
afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.
4. Het in onderdeel a van lid 2
genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer
sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij
afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag
wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde bedrag
minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst vastgestelde
bedrag.
5. Onder het geplaatste kapitaal
met de reserves wordt in lid 2 onder a begrepen de gezamenlijke
verrichte en nog te verrichten inbreng van vennoten bij wijze van
geldschieting in afhankelijke maatschappijen die commanditaire
vennootschap zijn, voor zover dit niet tot dubbeltelling leidt.
Artikel 154
1. De artikelen 158-164 van dit
Boek zijn van toepassing op een vennootschap waaromtrent een
opgaaf als bedoeld in het vorige artikel gedurende drie jaren
onafgebroken is ingeschreven; deze termijn wordt geacht niet te
zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke
tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, is ongedaan
gemaakt.
2. De doorhaling van de
inschrijving op grond van de omstandigheid dat de vennootschap
niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid
van het vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de artikelen
158-164 van dit Boek slechts eindigen, indien drie jaren na de
doorhaling zijn verstreken en de vennootschap gedurende die
termijn niet opnieuw tot het doen van de opgaaf is verplicht
geweest.
3. De vennootschap brengt haar
statuten in overeenstemming met de artikelen 158-164 welke voor
haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen
krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
4. In de eerstvolgende vergadering
nadat de vennootschap waarop de artikelen 158 tot en met 164 of
158 tot en met 161 en 164 van toepassing zijn gaat voldoen aan de
voorwaarden bedoeld in de artikelen 153 lid 3, 154 lid 2, 155of
155a, doet het bestuur aan de algemene vergadering het voorstel in
de statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen
en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen te
regelen zonder toepassing van de artikelen 158 tot en met 164
respectievelijk de artikelen 158 tot en met 161 en 164, dan wel
het voorstel deze artikelen geheel of met uitzondering van artikel
162 te blijven toepassen. Het besluit wordt genomen met volstrekte
meerderheid van stemmen. De bevoegdheid van de algemene
vergadering tot het nemen van een besluit ter uitvoering van dit
artikel kan niet worden beperkt.
5. Uiterlijk twaalf maanden nadat
het besluit bedoeld in lid 4 is genomen, legt het bestuur aan de
algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten
voor. Indien de algemene vergadering geen besluit tot
statutenwijziging neemt, stelt de ondernemingskamer van het
gerechtshof Amsterdam op verzoek van degene die daartoe krachtens
het volgende lid bevoegd is, de statuten vast. De laatste twee
zinnen van lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Een verzoek tot vaststelling van
de statuten kan worden ingediend door een daartoe aangewezen
vertegenwoordiger van het bestuur of van de raad van
commissarissen en door degene die gerechtigd is tot agendering
ingevolge artikel 114a.
7. De ondernemingskamer regelt zo
nodig de gevolgen van de door haar genomen beslissing. De griffier
van de ondernemingskamer doet ten kantore van het handelsregister
waar de vennootschap is ingeschreven een afschrift van de
beschikking van de ondernemingskamer neerleggen.
Artikel 155
1. In afwijking van artikel 154
geldt artikel 162 niet voor een vennootschap waarin een deelneming
voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal wordt
gehouden:
a. door een rechtspersoon
waarvan de werknemers in meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn, of door afhankelijke maatschappijen daarvan
b. volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking door een aantal van zulke
rechtspersonen of maatschappijen, of
c. volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking door een of meer van zulke
rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor artikel
153 lid 3 onder a of artikel 263 lid 3 onder a geldt of waarop
de artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met
161 en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn.
2. De uitzondering volgens het
vorige lid geldt echter niet, indien de werknemers in dienst van
de vennootschap, tezamen met die in dienst van de rechtspersoon of
rechtspersonen, in meerderheid in Nederland werkzaam zijn.
3. Voor de toepassing van dit
artikel worden onder werknemers, in dienst van een rechtspersoon,
begrepen de werknemers in dienst van groepsmaatschappijen.
Artikel 155a
1. In afwijking van artikel 154
geldt artikel 162 niet voor een vennootschap waarin:
a. een natuurlijk persoon het
gehele geplaatste kapitaal verschaft of doet verschaffen, of
twee of meer natuurlijke personen volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking het gehele geplaatste kapitaal
verschaffen of doen verschaffen;
b. een stichting, een
vereniging of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 het
gehele geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaft of
doet verschaffen, of twee of meer van zulke rechtspersonen
volgens een onderlinge regeling tot samenwerking het gehele
geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaffen of doen
verschaffen.
2. Met de natuurlijke persoon
bedoeld in lid 1 worden gelijkgesteld de echtgenoot of echtgenote
en de geregistreerde partner. Eveneens worden gelijkgesteld de
bloedverwanten in rechte lijn, mits dezen binnen zes maanden na
het overlijden van de natuurlijke persoon een onderlinge regeling
tot samenwerking zijn aangegaan.
Artikel 156
Onze Minister van Justitie kan,
gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een vennootschap op haar
verzoek ontheffing verlenen van een of meer der artikelen 158-164
van dit Boek; de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en
daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden
gewijzigd en ingetrokken.
Artikel 157
1. Een vennootschap waarvoor
artikel 154 van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de
wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en
bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig
de artikelen 158-164 van dit Boek indien zij of een afhankelijke
maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de
bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn.
Zij mag daarbij artikel 162 buiten toepassing laten. De in dit lid
bedoelde regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de
ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet
langer de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van
toepassing zijn.
2. Een vennootschap waarvoor
artikel 155 of 155a geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en
ontslag van bestuurders regelen overeenkomstig artikel 162.
Artikel 158
1. De vennootschap heeft een raad
van commissarissen.
2. De raad van commissarissen
bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen
minder dan drie, dan neemt de raad onverwijld maatregelen tot
aanvulling van zijn ledental.
3. De raad van commissarissen stelt
een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening
houdend met de aard van de onderneming, haar activiteiten en de
gewenste deskundigheid en achtergrond van de commissarissen. De
raad bespreekt de profielschets voor het eerst bij vaststelling en
vervolgens bij iedere wijziging in de algemene vergadering en met
de ondernemingsraad.
4. De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 9, op voordracht van de raad van
commissarissen benoemd door de algemene vergadering, voor zover de
benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of
voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is geworden.
De raad van commissarissen maakt de voordracht gelijktijdig bekend
aan de algemene vergadering en aan de ondernemingsraad. De
voordracht is met redenen omkleed. Onverminderd het bepaalde in
artikel 160 kunnen de statuten de kring van benoembare personen
niet beperken. De voordracht wordt niet aan de algemene
vergadering aangeboden dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor
de datum van oproeping als bedoeld in artikel 114 in de
gelegenheid is gesteld hierover een standpunt te bepalen. De
voorzitter of een door hem aangewezen lid van de ondernemingsraad
kan het standpunt van de ondernemingsraad in de algemene
vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt tast de
besluitvorming over het voorstel tot benoeming niet aan.
5. De algemene vergadering en de
ondernemingsraad kunnen aan de raad van commissarissen personen
aanbevelen om als commissaris te worden voorgedragen. De raad
deelt hun daartoe tijdig mede wanneer, ten gevolge waarvan en
overeenkomstig welk profiel in zijn midden een plaats moet worden
vervuld. Indien voor de plaats het in lid 6 bedoelde versterkte
recht van aanbeveling geldt, doet de raad van commissarissen
daarvan eveneens mededeling.
6. Voor een derde van het aantal
leden van de raad van commissarissen geldt dat de raad van
commissarissen een door de ondernemingsraad aanbevolen persoon op
de voordracht plaatst, tenzij de raad van commissarissen bezwaar
maakt tegen de aanbeveling op grond van de verwachting dat de
aanbevolen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling van de
taak van commissaris of dat de raad van commissarissen bij
benoeming overeenkomstig de aanbeveling niet naar behoren zal zijn
samengesteld. Indien het getal der leden van de raad van
commissarissen niet door drie deelbaar is, wordt het naastgelegen
lagere getal dat wel door drie deelbaar is in aanmerking genomen
voor de vaststelling van het aantal leden waarvoor dit versterkte
recht van aanbeveling geldt.
7. Indien de raad van
commissarissen bezwaar maakt, deelt hij de ondernemingsraad het
bezwaar onder opgave van redenen mede. De raad treedt onverwijld
in overleg met de ondernemingsraad met het oog op het bereiken van
overeenstemming over de voordracht. Indien de raad van
commissarissen constateert dat geen overeenstemming kan worden
bereikt, verzoekt een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de
raad aan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam het
bezwaar gegrond te verklaren. Het verzoek wordt niet eerder
ingediend dan nadat vier weken zijn verstreken na aanvang van het
overleg met de ondernemingsraad. De raad van commissarissen
plaatst de aanbevolen persoon op de voordracht indien de
ondernemingskamer het bezwaar ongegrond verklaart. Verklaart de
ondernemingskamer het bezwaar gegrond, dan kan de ondernemingsraad
een nieuwe aanbeveling doen overeenkomstig het bepaalde in lid 6.
8. De ondernemingskamer doet de
ondernemingsraad oproepen. Tegen de beslissing van de
ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De
ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.
9. De algemene vergadering kan bij
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal, de voordracht afwijzen. Indien de aandeelhouders bij
volstrekte meerderheid van stemmen hun steun aan de kandidaat
onthouden, maar deze meerderheid niet ten minste een derde van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigde, kan een nieuwe vergadering
worden bijeengeroepen waarin de voordracht kan worden afgewezen
met volstrekte meerderheid van stemmen. Alsdan maakt de raad van
commissarissen een nieuwe voordracht op. De leden 5 tot en met 8
zijn van toepassing. Indien de algemene vergadering de
voorgedragen persoon niet benoemt en niet besluit tot afwijzing
van de voordracht, benoemt de raad van commissarissen de
voorgedragen persoon.
10. De algemene vergadering kan de
bevoegdheid die haar volgens lid 5 toekomt voor een door haar te
bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren,
overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan zij de
leden aanwijst; in dat geval doet de raad van commissarissen aan
de commissie de mededeling bedoeld in lid 5. De algemene
vergadering kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken.
11. Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder de ondernemingsraad verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van de vennootschap of van de
onderneming van een afhankelijke maatschappij. Indien er meer dan
één ondernemingsraad is, worden de bevoegdheden van dit artikel
door deze raden afzonderlijk uitgeoefend; als er sprake is van een
voordracht als bedoeld in lid 6 worden de bevoegdheden van dit lid
door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken
onderneming of ondernemingen een centrale ondernemingsraad
ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de ondernemingsraad
volgens dit artikel toe aan de centrale ondernemingsraad.
12. In de statuten kan worden
afgeweken van de leden 2, 4 tot en met 7 en 9, met dien verstande
dat niet kan worden afgeweken van de eerste twee zinnen van lid 9.
Voor het besluit tot wijziging van de statuten is de voorafgaande
goedkeuring van de raad van commissarissen en de toestemming van
de ondernemingsraad vereist.
Artikel 159
1. Ontbreken alle commissarissen,
anders dan ingevolge het bepaalde in artikel 161a, dan geschiedt
de benoeming door de algemene vergadering.
2. De ondernemingsraad kan personen
voor benoeming tot commissaris aanbevelen. Degene die de algemene
vergadering bijeenroept, deelt de ondernemingsraad daartoe tijdig
mede dat de benoeming van commissarissen onderwerp van behandeling
in de algemene vergadering zal zijn, met vermelding of benoeming
van een commissaris plaatsvindt overeenkomstig het
aanbevelingsrecht van de ondernemingsraad op grond van artikel 158
lid 6.
3. De leden 6, 7, 8, 10 en 11 van
het vorig artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 160
Commissaris kunnen niet zijn:
a. personen die in dienst zijn
van de vennootschap;
b. personen die in dienst zijn
van een afhankelijke maatschappij;
c. bestuurders en personen in
dienst van een werknemersorganisatie welke pleegt betrokken te
zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de onder
a en b bedoelde personen.
Artikel 161
1. Een commissaris treedt uiterlijk
af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is
geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag
van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier
jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is
gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het
gerechtshof Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een
commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens
andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der
omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris
redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het
verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze
vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een
daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering
of van de ondernemingsraad, bedoeld in lid 11 van artikel 158. De
leden 10 en 11 van artikel 158zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een commissaris kan worden
geschorst door de raad van commissarissen; de schorsing vervalt
van rechtswege, indien de vennootschap niet binnen een maand na de
aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in het vorige lid
bij de ondernemingskamer heeft ingediend.
Artikel 161a
1. De algemene vergadering kan bij
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal, het vertrouwen in de raad van commissarissen opzeggen.
Het besluit is met redenen omkleed. Het besluit kan niet worden
genomen ten aanzien van commissarissen die zijn aangesteld door de
ondernemingskamer overeenkomstig lid 3.
2. Een besluit als bedoeld in lid 1
wordt niet genomen dan nadat het bestuur de ondernemingsraad van
het voorstel voor het besluit en de gronden daartoe in kennis
heeft gesteld. De kennisgeving geschiedt ten minste 30 dagen voor
de algemene vergadering waarin het voorstel wordt behandeld.
Indien de ondernemingsraad een standpunt over het voorstel
bepaalt, stelt het bestuur de raad van commissarissen en de
algemene vergadering van dit standpunt op de hoogte. De
ondernemingsraad kan zijn standpunt in de algemene vergadering
doen toelichten.
3. Het besluit bedoeld in lid 1
heeft het onmiddellijk ontslag van de leden van de raad van
commissarissen tot gevolg. Alsdan verzoekt het bestuur onverwijld
aan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam tijdelijk
een of meer commissarissen aan te stellen. De ondernemingskamer
regelt de gevolgen van de aanstelling.
4. De raad van commissarissen
bevordert dat binnen een door de ondernemingskamer vastgestelde
termijn een nieuwe raad wordt samengesteld met inachtneming
vanartikel 158.
Artikel 162
De raad van commissarissen benoemt de
bestuurders der vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door enige
bindende voordracht worden beperkt. Hij geeft de algemene
vergadering kennis van een voorgenomen benoeming van een bestuurder
der vennootschap; hij ontslaat een bestuurder niet dan nadat de
algemene vergadering over het voorgenomen ontslag is gehoord. Het
tiende lid van artikel 158 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 163 [Vervallen per
01-10-2004]
Artikel 164
1. Aan de goedkeuring van de raad
van commissarissen zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent:
a. uitgifte en verkrijging van
aandelen in en schuldbrieven ten laste van de vennootschap of
van schuldbrieven ten laste van een commanditaire vennootschap
of vennootschap onder firma waarvan de vennootschap volledig
aansprakelijke vennote is;
b. medewerking aan de uitgifte
van certificaten van aandelen;
c. het aanvragen van toelating
van de onder a en b bedoelde stukken tot de handel op een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit,
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is dan wel het aanvragen van een
intrekking van zodanige toelating;
d. het aangaan of verbreken van
duurzame samenwerking van de vennootschap of een afhankelijke
maatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan
wel als volledig aansprakelijke vennote in een commanditaire
vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze
samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor
de vennootschap;
e. het nemen van een deelneming
ter waarde van ten minste een vierde van het bedrag van het
geplaatste kapitaal met de reserves volgens de balans met
toelichting van de vennootschap, door haar of een afhankelijke
maatschappij in het kapitaal van een andere vennootschap,
alsmede het ingrijpend vergroten of verminderen van zulk een
deelneming;
f. investeringen welke een
bedrag gelijk aan ten minste een vierde gedeelte van het
geplaatste kapitaal met de reserves der vennootschap volgens
haar balans met toelichting vereisen;
g. een voorstel tot wijziging
van de statuten;
h. een voorstel tot ontbinding
van de vennootschap;
i. aangifte van faillissement
en aanvraag van surséance van betaling;
j. beëindiging van de
arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van
de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij
tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende wijziging in de
arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij;
l. een voorstel tot
vermindering van het geplaatste kapitaal.
2. Het ontbreken van de goedkeuring
van de raad van commissarissen op een besluit als bedoeld in lid 1
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders
niet aan.
Artikel 164a
1. In afwijking van artikel 158 lid
1 kan toepassing worden gegeven aanartikel 129a. In dat geval is
het bepaalde ten aanzien van de raad van commissarissen
onderscheidenlijk de commissarissen in artikel 158 leden 2 tot en
met 12, 159, 160, 161 en 161a van overeenkomstige toepassing op de
niet uitvoerende bestuurders van de vennootschap.
2. Indien toepassing is gegeven aan
artikel 129a, benoemen de niet uitvoerende bestuurders de
uitvoerende bestuurders van de vennootschap; deze bevoegdheid kan
niet door enige bindende voordracht worden beperkt.Artikel 162,
tweede en derde zin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Van de toepassing van artikel
129a lid 3 zijn uitgesloten de besluiten van het bestuur in de zin
van artikel 164.
4. Indien toepassing is gegeven aan
artikel 129a vereisen de besluiten in de zin van artikel 164 lid 1
de goedkeuring van de meerderheid van de niet uitvoerende
bestuurders van de vennootschap. Het ontbreken van de goedkeuring
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders
niet aan.
Artikel 165 [Vervallen per
01-04-1987]
Afdeling 7. Evenwichtige verdeling
van de zetels over vrouwen en mannen
Artikel 166
1. Bij een evenwichtige verdeling
van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen wordt
ten minste 30% van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30%
door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over
natuurlijke personen.
2. In een vennootschap, die niet
voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel
397 lid 1, wordt ten behoeve van een evenwichtige verdeling van de
zetels van het bestuur en de raad van commissarissen, voor zover
deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen, zoveel
mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling over
vrouwen en mannen bij:
a. het benoemen en het
voordragen van bestuurders als bedoeld in de artikelen 132 lid
1, 133 en162;
b. het opstellen van een
profielschets voor de omvang en samenstelling van de raad van
commissarissen alsmede bij het aanwijzen, benoemen, aanbevelen
en voordragen van commissarissen als bedoeld in de artikelen
142, 158 leden 3 tot en met 6 en lid 9, en artikel 159;
c. het opstellen van een
profielschets voor de niet uitvoerende bestuurders alsmede bij
het voordragen, benoemen en aanbevelen van niet uitvoerende
bestuurders als bedoeld in artikel 164a lid 1 en 2.
3. Het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing op een naamloze vennootschap die tot
bestuurder is benoemd in:
a. een naamloze vennootschap of
een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die
niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in
artikel 397 lid 1; of
b. een naamloze vennootschap of
een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die
tot bestuurder is benoemd in een naamloze vennootschap of een
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die niet
voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in
artikel 397 lid 1.
Artikel 167 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 168 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 169 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 170 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 171 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 172 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 173 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 174 [Vervallen per
01-01-1992]
Afdeling 8 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 174a [Vervallen per
01-01-2013]
Titel 5. Besloten vennootschappen met
beperkte aansprakelijkheid
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 175
1. Deze titel is van toepassing op
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is een
rechtspersoon met een in een of meer overdraagbare aandelen
verdeeld kapitaal. De aandelen zijn op naam gesteld. Een
aandeelhouder is niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in
naam van de vennootschap wordt verricht en is niet gehouden boven
het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort in de
verliezen van de vennootschap bij te dragen, onverminderd het
bepaalde in artikel 192. Ten minste één aandeel met stemrecht
wordt gehouden door een ander dan en anders dan voor rekening van
de vennootschap of een van haar dochtermaatschappijen.
2. De vennootschap wordt door een
of meer personen opgericht bij notariële akte. De akte wordt
getekend door iedere oprichter en door ieder die blijkens deze
akte een of meer aandelen neemt.
Artikel 176
De akte van oprichting van de
vennootschap wordt verleden in de Nederlandse taal. Een volmacht tot
medewerking aan die akte moet schriftelijk zijn verleend.
Artikel 177
1. De akte van oprichting moet de
statuten van de vennootschap bevatten. De statuten bevatten de
naam, de zetel en het doel van de vennootschap.
2. De naam vangt aan of eindigt met
de woorden Besloten Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
hetzij voluit geschreven, hetzij afgekort tot "B.V.".
3. De zetel moet zijn gelegen in
Nederland.
Artikel 178
1. De statuten vermelden het
nominale bedrag van de aandelen. Zijn er aandelen van
verschillende soort, dan vermelden de statuten het nominale bedrag
van elke soort. Indien de statuten bepalen dat er een
maatschappelijk kapitaal is, dan wordt het bedrag daarvan vermeld.
De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste
kapitaal en het gestorte deel daarvan. Zijn er aandelen van
verschillende soort, dan worden de bedragen van het geplaatste en
het gestorte kapitaal uitgesplitst per soort. De akte vermeldt
voorts van ieder die bij de oprichting aandelen neemt de in
artikel 196 lid 2 onder b en c bedoelde gegevens met het aantal en
de soort van de door hem genomen aandelen en het daarop gestorte
bedrag.
2. Het bedrag van het
maatschappelijke en het geplaatste kapitaal en het gestorte deel
daarvan, alsmede het nominale bedrag van de aandelen kunnen luiden
in een vreemde geldeenheid. Een vennootschap die is ontstaan voor
1 januari 2002 kan het bedrag van het maatschappelijke kapitaal en
het nominale bedrag van de aandelen in gulden vermelden tot ten
hoogste twee cijfers achter de komma.
Artikel 178a
Indien een vennootschap in de
statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het bedrag
van de aandelen in gulden omzet in euro, wordt het bedrag van de
geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro berekend
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde omrekenkoers,
afgerond tot ten hoogste twee cijfers achter de komma. Het afgeronde
bedrag van elk aandeel in euro mag ten hoogste 15% hoger of lager
liggen dan het oorspronkelijke bedrag van het aandeel in gulden. Het
totaal van de bedragen van de aandelen in euro bedoeld in artikel
178 is het maatschappelijk kapitaal in euro. De som van de bedragen
van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is
het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan
in euro. De akte vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en
het gestorte deel daarvan in euro.
Artikel 178b
Indien de vennootschap in afwijking
van artikel 178a het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze
wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier
rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging
recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het gezamenlijk bedrag
daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de
aandelen niet te boven gaan.
Artikel 178c
1. Een vennootschap waarvan de
statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de
aandelen in gulden vermelden, kan in het maatschappelijk verkeer
de tegenwaarde in euro gebruiken tot ten hoogste twee cijfers
achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar dit artikel. Dit
gebruik van de tegenwaarde in euro heeft geen rechtsgevolg.
2. Indien een vennootschap waarvan
de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het
bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002 een
wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen in
gulden worden uitgedrukt, worden in de statuten alle bedragen
omgezet in euro of een vreemde geldeenheid. De artikelen 178a en
178b zijn van toepassing.
Artikel 179 [Vervallen per
01-07-2011]
Artikel 180
1. De bestuurders zijn verplicht de
vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een
authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan
ingevolge artikel 204 gehechte stukken neer te leggen ten kantore
van het handelsregister.
2. De bestuurders zijn naast de
vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun
bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt
verbonden in het tijdvak voordat de opgave ter eerste inschrijving
in het handelsregister, vergezeld van de neer te leggen
afschriften, is geschied.
Artikel 181
1. Wanneer de vennootschap zich
krachtens artikel 18 omzet in een vereniging, coöperatie, of
onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere aandeelhouder lid,
tenzij hij de schadeloosstelling heeft gevraagd als bedoeld in het
tweede lid.
2. Na een besluit tot omzetting in
een vereniging, stichting, coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij kan iedere aandeelhouder, daaronder begrepen
iedere houder van stemrechtloze of winstrechtloze aandelen, die
niet met het besluit tot omzetting heeft ingestemd, de
vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn
aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk aan
de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de
aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze schadeloosstelling kan
vragen. De mededeling geschiedt op dezelfde wijze als de oproeping
tot een algemene vergadering.
3. Wanneer de vennootschap zich
omzet in een naamloze vennootschap kan iedere houder van
stemrechtloze of winstrechtloze aandelen, die niet met het besluit
tot omzetting heeft ingestemd, bij de vennootschap een verzoek tot
schadeloosstelling indienen. Het verzoek tot schadeloosstelling
moet schriftelijk aan de vennootschap worden gedaan binnen één
maand nadat zij aan de aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze
schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op dezelfde
wijze als de oproeping tot een algemene vergadering. De aandelen
waarop het verzoek betrekking heeft, vervallen op het moment
waarop de omzetting van kracht wordt.
4. Het voorstel tot omzetting
vermeldt het bedrag van de schadeloosstelling als bedoeld in het
tweede en derde lid, vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen. De deskundigen brengen over de waardebepaling
schriftelijk bericht uit, dat met de oproeping tot de vergadering
waarop over de omzetting wordt beslist, wordt meegezonden. Indien
tussen partijen op grond van de statuten of een overeenkomst
waarbij de vennootschap en de desbetreffende aandeelhouders partij
zijn, bepalingen over de vaststelling van de waarde van de
aandelen of de vaststelling van de schadeloosstelling gelden,
stellen de deskundigen hun bericht op met inachtneming daarvan. De
benoeming van deskundigen kan achterwege blijven, indien de
statuten of een overeenkomst waarbij de vennootschap en de
desbetreffende aandeelhouders partij zijn, een duidelijke maatstaf
bevatten aan de hand waarvan de schadeloosstelling zonder meer kan
worden vastgesteld.
5. Artikel 231 lid 4 is niet van
toepassing ten aanzien van een besluit tot statutenwijziging in
het kader van een omzetting van de vennootschap in een andere
rechtsvorm.
6. Wanneer een rechterlijke
machtiging is vereist voor de omzetting als bedoeld in artikel 18
leden 4 en 5, wordt die tevens geweigerd indien de belangen van
houders van stemrechtloze en winstrechtloze aandelen in de
vennootschap onvoldoende zijn ontzien.
Artikel 182
1. De vennootschap legt het besluit
tot omzetting in een vereniging, stichting, coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij neer ten kantore van het
handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een landelijk
verspreid dagblad.
2. De vennootschap moet, op straffe
van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in lid 3, voor
iedere schuldeiser die dit verlangt zekerheid stellen of hem een
andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering. Dit
geldt niet, indien de schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de
vermogenstoestand van de vennootschap voldoende zekerheid biedt
dat de vordering zal worden voldaan.
3. Binnen twee maanden na de in lid
1 vermelde aankondiging kan iedere schuldeiser door een
verzoekschrift aan de rechtbank tegen een besluit tot omzetting
als bedoeld in lid 1 in verzet komen met vermelding van de
waarborg die wordt verlangd.
4. Voordat de rechter beslist, kan
hij de vennootschap in de gelegenheid stellen binnen een door hem
gestelde termijn een door hem omschreven waarborg te geven. Op een
ingesteld rechtsmiddel kan hij, indien de omzetting al heeft
plaatsgevonden, het stellen van een waarborg bevelen en daaraan
een dwangsom verbinden.
5. Een besluit tot omzetting als
bedoeld in lid 1 wordt niet van kracht zolang verzet kan worden
gedaan. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt het besluit eerst
van kracht, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van
het verzet uitvoerbaar is. De akte, bedoeld in artikel 18 lid 2
onder c kan niet eerder worden verleden.
Artikel 183
1. Wanneer een rechtspersoon zich
krachtens artikel 18 omzet in een besloten vennootschap, worden
aan de akte van omzetting gehecht:
a. indien de rechtspersoon
leden heeft, de schriftelijke toestemming van ieder lid wiens
aandelen niet worden volgestort door omzetting van de reserves
van de rechtspersoon;
b. indien een stichting wordt
omgezet, de rechterlijke machtiging daartoe.
2. Wanneer een vereniging,
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens
artikel 18 omzet in een besloten vennootschap, wordt ieder lid
aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid
nog kan opzeggen op grond van artikel 36 lid 4.
3. Na de omzetting kunnen een
aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder de aan een
aandeel verbonden rechten niet uitoefenen, zolang zij niet in het
in artikel 194 bedoelde register zijn ingeschreven. Zonder zijn
instemming kunnen aan hem geen winstrechtloze of stemrechtloze
aandelen worden uitgegeven. Voor zover aandeelbewijzen zijn
uitgegeven, vindt geen inschrijving plaats dan tegen afgifte van
de aandeelbewijzen aan de vennootschap.
Artikel 184 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 185
1. Op verzoek van het openbaar
ministerie ontbindt de rechtbank de vennootschap, wanneer deze
haar doel, door een gebrek aan baten, niet kan bereiken, en kan de
rechtbank de vennootschap ontbinden, wanneer deze haar
werkzaamheden tot verwezenlijking van haar doel heeft gestaakt.
Het openbaar ministerie deelt de Kamer van Koophandel en
Fabrieken, in wier handelsregister de vennootschap is
ingeschreven, mee dat het voornemens is een verzoek tot ontbinding
in te stellen.
2. Alvorens de ontbinding uit te
spreken kan de rechter de vennootschap in de gelegenheid stellen
binnen een door hem te bepalen termijn het verzuim te herstellen.
Artikel 186
1. Uit alle geschriften, gedrukte
stukken en aankondigingen, waarin de vennootschap partij is of die
van haar uitgaan, met uitzondering van telegrammen en reclames,
moeten de volledige naam van de vennootschap en haar woonplaats
duidelijk blijken.
2. Indien melding wordt gemaakt van
het kapitaal van de vennootschap, moet daarbij in elk geval worden
vermeld welk bedrag is geplaatst, en hoeveel van het geplaatste
bedrag is gestort.
Artikel 187 [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 188
Wanneer in deze titel het kantoor van
het handelsregister wordt vermeld, wordt onder het handelsregister
verstaan het register dat wordt gehouden door de Kamer van
Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig artikel 18, zesde en
zevende lid, van de Handelsregisterwet 2007 bevoegd is tot
inschrijving.
Artikel 189
Wanneer in de statuten wordt
gesproken van de houders van zoveel aandelen als tezamen een zeker
gedeelte van het maatschappelijk kapitaal der vennootschap uitmaken,
wordt, tenzij het tegendeel uit de statuten blijkt, onder kapitaal
verstaan het geplaatste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal.
Artikel 189a
Voor de toepassing van de artikelen
192, 197 lid 3, 198 lid 3, 206, 210 lid 6, 216 lid 1, 227 lid 2, 239
en 244 wordt onder orgaan van de vennootschap verstaan de algemene
vergadering, de vergadering van houders van aandelen van een
bepaalde soort of aanduiding, het bestuur, de raad van
commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur
en de raad van commissarissen.
Afdeling 2. De aandelen
Artikel 190
Rechten die stemrecht noch aanspraak
op uitkering van winst of reserves omvatten, worden niet als aandeel
aangemerkt.
Artikel 191
1. Bij het nemen van het aandeel
moet daarop het nominale bedrag worden gestort. Bedongen kan
worden dat het nominale bedrag of een deel daarvan eerst behoeft
te worden gestort na verloop van een bepaalde tijd of nadat de
vennootschap het zal hebben opgevraagd.
2. Een aandeelhouder kan niet
geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot
storting, behoudens het bepaalde in artikel 208.
3. De aandeelhouder en, in het
geval van artikel 199, de voormalige aandeelhouder zijn niet
bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
Artikel 191a
1. Storting op een aandeel moet in
geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is
overeengekomen.
2. Voor of bij de oprichting kan
storting in een andere geldeenheid dan die waarin het nominale
bedrag van de aandelen luidt slechts geschieden, indien de akte
van oprichting vermeldt dat storting in een andere geldeenheid is
toegestaan. Na de oprichting kan dit slechts geschieden met
toestemming van de vennootschap, tenzij de statuten anders
bepalen.
3. Met storting in een andere
geldeenheid dan die waarin de nominale waarde luidt wordt aan de
stortingsplicht voldaan voor het bedrag waartegen het gestorte
bedrag vrijelijk kan worden gewisseld in de geldeenheid waarin de
nominale waarde luidt. Bepalend is de wisselkoers op de dag van de
storting.
Artikel 191b
1. Indien inbreng anders dan in
geld is overeengekomen, moet hetgeen wordt ingebracht naar
economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Een recht op het
verrichten van werk of diensten kan niet worden ingebracht.
2. Inbreng anders dan in geld moet
onverwijld geschieden na het nemen van het aandeel of na de dag
waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is
overeengekomen.
Artikel 192
1. De statuten kunnen met
betrekking tot alle aandelen of aandelen van een bepaalde soort of
aanduiding:
a) bepalen dat verplichtingen
van verbintenisrechtelijke aard, jegens de vennootschap of
derden of tussen aandeelhouders, aan het aandeelhouderschap
zijn verbonden;
b) eisen verbinden aan het
aandeelhouderschap;
c) bepalen dat de aandeelhouder
in gevallen, in de statuten omschreven, gehouden is zijn
aandelen of een deel daarvan aan te bieden en over te dragen.
Een in de vorige zin onder a, b of
c bedoelde verplichting of eis kan niet, ook niet onder voorwaarde
of tijdsbepaling, tegen de wil van de aandeelhouder worden
opgelegd.
2. De statuten kunnen bepalen dat
de inwerkingtreding van een statutaire verplichting of eis als
bedoeld in lid 1 onder a, b of c, afhankelijk is van een besluit
van een daartoe in de statuten aangewezen orgaan van de
vennootschap. De statuten kunnen voorts bepalen dat een daartoe in
de statuten aangewezen orgaan van de vennootschap ontheffing kan
verlenen van een statutaire verplichting of eis.
3. Een regeling als bedoeld in lid
1 onder c dient zodanig te zijn dat de aandeelhouder die dit
verlangt een prijs ontvangt, gelijk aan de waarde van zijn aandeel
of aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen. De statuten kunnen voorzien in een van de vorige zin
afwijkende prijsbepalingsregeling. Een dergelijke afwijkende
regeling kan aan een aandeelhouder niet tegen zijn wil worden
opgelegd.
4. De statuten kunnen bepalen dat
zolang een aandeelhouder een statutaire verplichting niet nakomt
of niet aan een statutaire eis voldoet, het stemrecht, het recht
op uitkeringen of het vergaderrecht is opgeschort. Indien een
aandeelhouder een of meer van de in de vorige zin genoemde rechten
niet kan uitoefenen en de aandeelhouder niet gehouden is zijn
aandelen aan te bieden en over te dragen, vervalt de opschorting
wanneer de vennootschap niet binnen drie maanden na een verzoek
daartoe van de aandeelhouder gegadigden heeft aangewezen aan wie
hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen volgens een regeling in
de statuten. Lid 3 is van overeenkomstige toepassing. Een
opschorting van rechten vervalt, indien de opschorting tot gevolg
heeft dat geen van de aandeelhouders het stemrecht kan uitoefenen.
5. De statuten kunnen bepalen dat
indien een aandeelhouder niet binnen een bepaalde redelijke
termijn een verplichting als bedoeld in lid 1 onder c is
nagekomen, de vennootschap onherroepelijk gevolmachtigd is de
aandelen aan te bieden en over te dragen. Tot het aanbieden en het
leveren van de aandelen is de vennootschap ook bevoegd tijdens het
faillissement van de aandeelhouder of het ten aanzien van hem van
toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke
personen. Wanneer er geen gegadigden zijn aan wie de aandeelhouder
zijn ingevolge lid 1 onder c aangeboden aandelen kan overdragen,
ontbreekt de volmacht en is de aandeelhouder onherroepelijk van de
statutaire verplichting tot aanbieding en overdracht, alsmede van
een opschorting van rechten als bedoeld in lid 4, ontheven.
Artikel 192a
1. Indien een aandeelhouder, die
niet gebonden is aan een statutaire verplichting of eis als
bedoeld in artikel 192 lid 1, zijn aandelen wil vervreemden, maar
overdracht van de aandelen in verband met de gebondenheid van de
verkrijger aan die verplichting of eis onmogelijk of uiterst
bezwaarlijk is, kan hij de vennootschap verzoeken om gegadigden
aan te wijzen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen
volgens een regeling in de statuten. Op deze regeling is artikel
192 lid 3 van overeenkomstige toepassing. Indien de vennootschap
niet binnen drie maanden na het verzoek gegadigden heeft
aangewezen, kan de aandeelhouder binnen zes maanden na het
verstrijken van deze termijn zijn aandelen aan een ander
overdragen en is de verkrijger van de aandelen niet gebonden aan
de statutaire verplichting of eis.
2. Lid 1 is van overeenkomstige
toepassing indien overdracht van aandelen onmogelijk of uiterst
bezwaarlijk is in verband met de gebondenheid van de verkrijger
aan een statutaire prijsbepalingsregeling waaraan de aandeelhouder
niet is gebonden.
Artikel 193
De vereffenaar van een vennootschap
en, in geval van faillissement, de curator, zijn bevoegd tot
uitschrijving en inning van alle nog niet gedane verplichte
stortingen op de aandelen. Deze bevoegdheid geldt onverschillig
hetgeen bij de statuten daaromtrent is bepaald of op grond van
artikel 191 lid 1 is bedongen, met dien verstande dat indien
bedongen is dat een storting plaatsvindt op een tijdstip na de dag
van de faillietverklaring, volstaan kan worden met voldoening van de
contante waarde daarvan op de dag van de faillietverklaring.
Artikel 194
1. Het bestuur van de vennootschap
houdt een register waarin de namen en adressen van alle
aandeelhouders zijn opgenomen, met vermelding van de datum waarop
zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning of
betekening, de soort of de aanduiding van de aandelen, alsmede van
het op ieder aandeel gestorte bedrag. Indien een aandeelhouder
niet gebonden is aan een statutaire verplichting of eis als
bedoeld in artikel 192 lid 1, wordt dat vermeld. In het register
worden opgenomen de namen en adressen van hen die een recht van
vruchtgebruik of pandrecht op aandelen hebben, met vermelding van
de datum waarop zij het recht hebben verkregen, de datum van
erkenning of betekening, alsmede met vermelding welke aan de
aandelen verbonden rechten hun toekomen. In het register worden
opgenomen de namen en adressen van de houders van certificaten van
aandelen waaraan vergaderrecht is verbonden, met vermelding van de
datum waarop het vergaderrecht aan hun certificaat is verbonden en
de datum van erkenning of betekening.
2. Het register wordt regelmatig
bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag
van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen.
3. Aandeelhouders en anderen van
wie gegevens ingevolge lid 1 in het register moeten worden
opgenomen, verschaffen aan het bestuur tijdig de nodige gegevens.
4. Het bestuur verstrekt
desgevraagd aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker, een
pandhouder en een houder van een certificaat van een aandeel
waaraan bij of krachtens de statuten vergaderrecht is verbonden om
niet een uittreksel uit het register met betrekking tot zijn recht
op een aandeel of certificaat van een aandeel. Rust op het aandeel
een recht van vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het
uittreksel aan wie de in de artikelen 197, 198 en 227 bedoelde
rechten toekomen.
5. Het bestuur legt het register
ten kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders,
de vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de in artikel 227 lid 2
bedoelde rechten toekomen en de houders van certificaten van
aandelen waaraan bij of krachtens de statuten vergaderrecht is
verbonden. De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte
aandelen zijn ter inzage van een ieder; afschrift of uittreksel
van deze gegevens wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
Artikel 195
1. Tenzij de statuten anders
bepalen is voor een geldige overdracht van aandelen vereist dat de
aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden, deze eerst
aanbiedt aan zijn mede-aandeelhouders naar evenredigheid van het
aantal aandelen dat ten tijde van de aanbieding door ieder van hen
wordt gehouden. Aan houders van aandelen van een bepaalde soort of
aanduiding waaraan ingevolge een statutaire regeling geen
stemrecht of recht op deling in de winst of reserves toekomt,
kunnen ingevolge de vorige zin slechts aandelen van dezelfde soort
of aanduiding worden aangeboden, tenzij in de statuten anders is
bepaald. De aandeelhouder ontvangt, indien hij dit verlangt, van
de mede-aandeelhouders een prijs, gelijk aan de waarde van zijn
aandeel of aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen. Indien vaststaat dat niet al de aandelen waarop het
aanbod betrekking heeft tegen contante betaling worden gekocht,
zal de aanbieder de aandelen binnen drie maanden na die
vaststelling vrijelijk mogen overdragen.
2. De overdracht krachtens legaat
geldt voor de toepassing van lid 1 als een overdracht door de
erflater.
3. De overdraagbaarheid van
aandelen kan bij de statuten voor een bepaalde termijn worden
uitgesloten. Een overdracht in strijd met een statutaire
uitsluiting is ongeldig. Voor een statutaire regeling als bedoeld
in de eerste zin is de instemming vereist van alle houders van
aandelen waarop de uitsluiting van de overdraagbaarheid betrekking
heeft.
4. De overdraagbaarheid van
aandelen kan bij de statuten ook op andere wijze dan
overeenkomstig lid 1 of lid 3 worden beperkt. Een overdracht in
strijd met een statutaire beperking is ongeldig. Een dergelijke
statutaire regeling dient zodanig te zijn dat een aandeelhouder
die zijn aandelen wil overdragen, indien hij dit verlangt, een
prijs ontvangt, gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen,
vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. De
statuten kunnen voorzien in een van de vorige zin afwijkende
prijsbepalingsregeling. Een dergelijke afwijkende regeling kan aan
een aandeelhouder niet tegen zijn wil worden opgelegd.
5. Bepalingen in de statuten
omtrent de overdraagbaarheid van aandelen vinden geen toepassing,
indien de overdracht door die bepalingen onmogelijk of uiterst
bezwaarlijk is, tenzij dit het gevolg is van een statutaire
uitsluiting als bedoeld in lid 3 of een statutaire
prijsbepalingsregeling waaraan de aandeelhouder is gebonden.
6. Indien de aandeelhouder
krachtens de wet tot overdracht van zijn aandeel aan een eerdere
houder verplicht is, vindt lid 1, alsmede bepalingen in de
statuten omtrent overdraagbaarheid, geen toepassing.
7. Ingeval van executoriaal beslag,
faillissement, een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen,
afgifte van een legaat, toedeling uit een gemeenschap of een
pandrecht kan de rechter lid 1, alsmede bepalingen in de statuten
omtrent overdraagbaarheid, geheel of gedeeltelijk buiten
toepassing verklaren. Het verzoek daartoe kan worden gedaan door
onderscheidenlijk de executant, de curator, de bewindvoerder, een
belanghebbende bij de afgifte van het legaat of de toedeling of de
pandhouder. De rechter wijst het verzoek, zonodig in afwijking van
artikel 474g, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering, slechts toe indien de belangen van de verzoeker
dat bepaaldelijk vorderen en de belangen van anderen daardoor niet
onevenredig worden geschaad. De rechter kan bepalen dat de
vennootschap aan de executant of de curator inzage moet geven in
het register, bedoeld in artikel 194.
Artikel 195a [Vervallen per
01-10-2012]
Artikel 195b [Vervallen per
01-10-2012]
Artikel 196
1. Voor de uitgifte en levering van
een aandeel of de levering van een beperkt recht daarop is vereist
een daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland
standplaats hebbende notaris verleden akte waarbij de betrokkenen
partij zijn. Geen afzonderlijke akte is vereist voor de uitgifte
van aandelen die bij de oprichting worden geplaatst.
2. Akten van uitgifte of levering
moeten vermelden:
a. de titel van de
rechtshandeling en op welke wijze het aandeel of het beperkt
recht daarop is verkregen;
b. naam, voornamen,
geboortedatum, geboorteplaats, woonplaats en adres van de
natuurlijke personen die bij de rechtshandeling partij zijn;
c. rechtsvorm, naam, woonplaats
en adres van de rechtspersonen die bij de rechtshandeling
partij zijn;
d. het aantal en de soort
aandelen waarop de rechtshandeling betrekking heeft, alsmede
e. naam, woonplaats en adres
van de vennootschap op welker aandelen de rechtshandeling
betrekking heeft.
Artikel 196a
1. De levering van een aandeel of
de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig artikel
196 lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap.
Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de
rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden
rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling
heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de
bepalingen van artikel 196b, dan wel deze heeft erkend door
inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
2. De vennootschap die kennis
draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan,
zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van
de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging
erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of
het beperkte recht in het aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan
aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de
rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een
afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 196b lid 1 aan haar
over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van
de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in
artikel 196b voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van
erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3. Indien een rechtshandeling als
bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit
heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register
van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan
anderen die te goeder trouw de in het aandeelhoudersregister
ingeschreven persoon als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt
recht op een aandeel hebben beschouwd, worden tegengeworpen.
Artikel 196b
1. Behoudens het bepaalde in
artikel 196a lid 2 geschiedt de erkenning in de akte dan wel op
grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel
van de akte.
2. Bij erkenning op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel wordt een
gedagtekende verklaring geplaatst op het overgelegde stuk.
3. De betekening geschiedt van een
notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
Artikel 196c
De artikelen 196a en 196b zijn van
overeenkomstige toepassing met betrekking tot de levering van een
certificaat van een aandeel waaraan vergaderrecht is verbonden, met
dien verstande dat de in artikel 196b bedoelde overlegging of
betekening geschiedt van een afschrift van de akte van levering.
Artikel 197
1. De bevoegdheid tot het vestigen
van vruchtgebruik op een aandeel kan bij de statuten niet worden
beperkt of uitgesloten.
2. De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3. In afwijking van het voorgaande
lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker, indien dit bij
de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald of nadien
schriftelijk tussen de aandeelhouder en de vruchtgebruiker is
overeengekomen en de vruchtgebruiker een persoon is aan wie de
aandelen vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de
vruchtgebruiker een persoon is aan wie de aandelen niet vrijelijk
kunnen worden overgedragen, komt hem het stemrecht uitsluitend
toe, indien dit bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald
of nadien schriftelijk tussen de aandeelhouder en de
vruchtgebruiker is overeengekomen, mits zowel deze bepaling als
– bij overdracht van het vruchtgebruik – de overgang van het
stemrecht is goedgekeurd door een daartoe in de statuten
aangewezen orgaan, dan wel – bij ontbreken van zodanige
aanwijzing – door de algemene vergadering. Van het bepaalde in
de vorige zin kan in de statuten worden afgeweken. Bij een
vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4 komt
het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de
vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de
kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders
wordt bepaald. Op de in de eerste en tweede zin bedoelde
schriftelijke overeenkomst zijn artikel 196a en artikel 196b van
overeenkomstige toepassing.
4. De aandeelhouder die vanwege een
vruchtgebruik geen stemrecht heeft en de vruchtgebruiker die
stemrecht heeft, hebben de rechten die door de wet zijn toegekend
aan de houders van certificaten van aandelen waaraan vergaderrecht
is verbonden. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft
deze rechten, indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging
of overdracht van het vruchtgebruik niet anders is bepaald.
5. Uit het aandeel voortspruitende
rechten, strekkende tot het verkrijgen van aandelen, komen aan de
aandeelhouder toe met dien verstande dat hij de waarde daarvan
moet vergoeden aan de vruchtgebruiker, voor zover deze krachtens
zijn recht van vruchtgebruik daarop aanspraak heeft.
Artikel 198
1. Op aandelen kan pandrecht worden
gevestigd, indien de statuten niet anders bepalen.
2. De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de verpande aandelen.
3. In afwijking van het voorgaande
lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien dit, al dan
niet onder opschortende voorwaarde, bij de vestiging van het
pandrecht is bepaald of nadien schriftelijk tussen de
aandeelhouder en de pandhouder is overeengekomen en de pandhouder
een persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de pandhouder een persoon is aan wie de
aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt hem het
stemrecht uitsluitend toe, indien dit, al dan niet onder
opschortende voorwaarde, bij de vestiging van het pandrecht is
bepaald of nadien schriftelijk tussen de aandeelhouder en de
pandhouder is overeengekomen, mits zowel deze bepaling als –
indien een ander in de rechten van de pandhouder treedt – de
overgang van het stemrecht is goedgekeurd door een daartoe in de
statuten aangewezen orgaan, dan wel – bij ontbreken van zodanige
aanwijzing – door de algemene vergadering. Van het bepaalde in
de voorgaande twee zinnen kan in de statuten worden afgeweken. Op
de in de eerste en tweede zin bedoelde schriftelijke overeenkomst
zijn artikel 196a en artikel 196b van overeenkomstige toepassing.
4. De aandeelhouder die vanwege een
pandrecht geen stemrecht heeft en de pandhouder die stemrecht
heeft, hebben de rechten die door de wet zijn toegekend aan de
houders van certificaten van aandelen waaraan vergaderrecht is
verbonden. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of
overgang van het pandrecht niet anders is bepaald.
5. Bij de vestiging van het
pandrecht kan worden bepaald dat artikel 196a lid 2 buiten
toepassing blijft. Alsdan zijn de leden 3 en 4 van artikel 239 lid
3 van Boek 3 van overeenkomstige toepassing, waarbij erkenning
door of betekening aan de vennootschap in de plaats treedt van de
in die bepaling bedoelde mededeling.
6. Een statutaire regeling ten
aanzien van de vervreemding en de overdracht van aandelen is van
toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen door
de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de pandhouder,
met dien verstande dat de pandhouder alle ten aanzien van
vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder toekomende rechten
uitoefent en diens verplichtingen ter zake nakomt.
Artikel 199
1. Na overdracht of toedeling van
een niet volgestort aandeel blijft ieder van de vorige
aandeelhouders voor het daarop nog te storten bedrag hoofdelijk
jegens de vennootschap aansprakelijk. Het bestuur kan te zamen met
de raad van commissarissen de vorige aandeelhouders bij
authentieke of geregistreerde onderhandse akte van verdere
aansprakelijkheid ontslaan; in dat geval blijft de
aansprakelijkheid niettemin bestaan voor stortingen, uitgeschreven
binnen een jaar na de dag waarop de authentieke akte is verleden
of de onderhandse is geregistreerd.
2. Indien een vorige aandeelhouder
betaalt, treedt hij in de rechten die de vennootschap tegen latere
houders heeft.
Artikel 200 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 201
1. Voor zover bij de statuten niet
anders is bepaald, zijn aan alle aandelen in verhouding tot hun
bedrag gelijke rechten en verplichtingen verbonden.
2. De vennootschap moet de
aandeelhouders onderscheidenlijk certificaathouders die zich in
gelijke omstandigheden bevinden, op de zelfde wijze behandelen.
3. De statuten kunnen bepalen dat
aan aandelen van een bepaalde soort of aanduiding bijzondere
rechten als in de statuten omschreven inzake de zeggenschap in de
vennootschap zijn verbonden.
Artikel 201a
1. Hij die als aandeelhouder voor
eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van de
vennootschap verschaft en ten minste 95% van de stemrechten in de
algemene vergadering kan uitoefenen, kan tegen de gezamenlijke
andere aandeelhouders een vordering instellen tot overdracht van
hun aandelen aan de eiser. Hetzelfde geldt, indien twee of meer
groepsmaatschappijen dit deel van het geplaatste kapitaal samen
verschaffen en dit deel van de stemrechten samen kunnen uitoefenen
en samen de vordering instellen tot overdracht aan een hunner.
2. Over de vordering oordeelt in
eerste aanleg de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Van de uitspraak staat uitsluitend beroep in cassatie open.
3. Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de rechter ambtshalve
onderzoeken of de eiser of eisers de vereisten van lid 1
vervullen.
4. De rechter wijst de vordering
tegen alle gedaagden af, indien een gedaagde ondanks de vergoeding
ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht, een
gedaagde houder is van een aandeel waaraan de statuten een
bijzonder recht inzake de zeggenschap in de vennootschap verbinden
of een eiser jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn
bevoegdheid de vordering in te stellen.
5. Indien de rechter oordeelt dat
de leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten, kan
hij bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten over de
waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van
artikel 350 lid 3 en de artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen aandelen op
een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor zover de prijs
niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de
wettelijke rente, van die dag af tot de overdracht; uitkeringen op
de aandelen die in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken
op de dag van betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de
prijs.
6. De rechter die de vordering
toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de aandelen
toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs met rente te
betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen.
De rechter geeft omtrent de kosten van het geding zodanige
uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die geen verweer
heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
7. Staat het bevel tot overdracht
bij gerechtelijk gewijsde vast, dan deelt de overnemer de dag en
plaats van betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk mee aan de
houders van de over te nemen aandelen van wie hij het adres kent.
Hij kondigt deze ook aan in een landelijk verspreid dagblad,
tenzij hij van allen het adres kent.
8. De overnemer kan zich altijd van
zijn verplichtingen ingevolge de leden 6 en 7 bevrijden door de
vastgestelde prijs met rente voor alle nog niet overgenomen
aandelen te consigneren, onder mededeling van hem bekende rechten
van pand en vruchtgebruik en de hem bekende beslagen. Door deze
mededeling gaat beslag over van de aandelen op het recht op
uitkering. Door het consigneren gaat het recht op de aandelen
onbezwaard op hem over en gaan rechten van pand of vruchtgebruik
over op het recht op uitkering. Aan aandeel- en dividendbewijzen
waarop na de overgang uitkeringen betaalbaar zijn gesteld, kan
nadien geen recht jegens de vennootschap meer worden ontleend. De
overnemer maakt het consigneren en de prijs per aandeel op dat
tijdstip bekend op de wijze van lid 7.
Artikel 202
Certificaten aan toonder van aandelen
mogen niet worden uitgegeven. Indien in strijd hiermede is
gehandeld, kunnen, zolang certificaten aan toonder uitstaan, de aan
het aandeel verbonden rechten niet worden uitgeoefend.
Afdeling 3. Het vermogen van de
vennootschap
Artikel 203
1. Uit rechtshandelingen, verricht
namens een op te richten vennootschap, ontstaan slechts rechten en
verplichtingen voor de vennootschap wanneer zij die
rechtshandelingen na haar oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend
bekrachtigt of ingevolge lid 4 wordt verbonden.
2. Degenen die een rechtshandeling
verrichten namens een op te richten vennootschap zijn, tenzij met
betrekking tot die rechtshandeling uitdrukkelijk anders is
bedongen, daardoor hoofdelijk verbonden, totdat de vennootschap na
haar oprichting de rechtshandeling heeft bekrachtigd.
3. Indien de vennootschap haar
verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt,
zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden
hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde
dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden
weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen
nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de
bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de
vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt
vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een jaar
na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.
4. De oprichters kunnen de
vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het
uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het
aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen, het
verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 204 lid 1
en het betalen van kosten die met de oprichting verband houden.
Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft
betracht, zijn de artikelen 9 en 248 van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 203a [Vervallen per
01-10-2012]
Artikel 204
1. Rechtshandelingen:
a. in verband met het nemen van
aandelen waarbij bijzondere verplichtingen op de vennootschap
worden gelegd,
b. strekkende om enigerlei
voordeel te verzekeren aan een oprichter der vennootschap of
aan een bij de oprichting betrokken derde,
c. betreffende inbreng op
aandelen anders dan in geld,
moeten in haar geheel worden
opgenomen in de akte van oprichting of in een geschrift dat
daaraan in origineel of in authentiek afschrift wordt gehecht en
waarnaar de akte van oprichting verwijst. Indien de vorige zin
niet in acht is genomen, kunnen voor de vennootschap uit deze
rechtshandelingen geen rechten of verplichtingen ontstaan.
2. Na de oprichting kunnen de in
het vorige lid bedoelde rechtshandelingen zonder voorafgaande
goedkeuring van de algemene vergadering slechts worden verricht,
indien en voor zover aan het bestuur de bevoegdheid daartoe
uitdrukkelijk bij de statuten is verleend.
Artikel 204a
1. Indien bij de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maken de
oprichters een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht, met
vermelding van de daaraan toegekende waarde en van de toegepaste
waarderingsmethoden. De beschrijving heeft betrekking op de
toestand van hetgeen wordt ingebracht op een dag die niet eerder
ligt dan zes maanden voor de oprichting. De beschrijving wordt
door alle oprichters ondertekend. De vennootschap legt deze te
haren kantore ter inzage van de houders van haar aandelen en
anderen aan wie het vergaderrecht toekomt.
2. Indien voor de inbreng bekend is
dat de waarde na de in lid 1, tweede zin, bedoelde dag van de
beschrijving aanzienlijk is gedaald, is een nieuwe beschrijving
vereist.
Artikel 204b
1. Indien na de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maakt de
vennootschap overeenkomstig artikel 204a lid 1 een beschrijving op
van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving heeft betrekking op
de toestand op een dag die niet eerder dan zes maanden ligt voor
de dag waarop de aandelen worden genomen dan wel waartegen een
bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen. De
bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt. De vennootschap legt de
beschrijving te haren kantore ter inzage van de houders van haar
aandelen en anderen aan wie het vergaderrecht toekomt.
2. Artikel 204a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3. Dit artikel is niet van
toepassing voor zover de inbreng bestaat uit aandelen,
certificaten van aandelen, daarin converteerbare rechten of
winstbewijzen van een andere rechtspersoon, waarop de vennootschap
een openbaar bod heeft uitgebracht, mits deze effecten of een deel
daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde
markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in
artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
Artikel 204c [Vervallen per
01-10-2012]
Artikel 205
De vennootschap kan geen eigen
aandelen nemen.
Artikel 206
1. De vennootschap kan slechts
ingevolge een besluit van de algemene vergadering na de oprichting
aandelen uitgeven, voor zover bij de statuten geen ander orgaan is
aangewezen. De algemene vergadering kan haar bevoegdheid hiertoe
overdragen aan een ander orgaan en kan deze overdracht herroepen.
2. Het vorige lid is van
overeenkomstige toepassing op het verlenen van rechten tot het
nemen van aandelen, maar is niet van toepassing op het uitgeven
van aandelen aan iemand die een voordien reeds verkregen recht tot
het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 206a
1. Voor zover de statuten niet
anders bepalen, heeft iedere aandeelhouder bij uitgifte van
aandelen een voorkeursrecht naar evenredigheid van het
gezamenlijke bedrag van zijn aandelen, behoudens de beide volgende
leden. Hij heeft geen voorkeursrecht op aandelen die worden
uitgegeven aan werknemers van de vennootschap of van een
groepsmaatschappij. Het voorkeursrecht kan, telkens voor een
enkele uitgifte, worden beperkt of uitgesloten bij besluit van de
algemene vergadering, voor zover de statuten niet anders bepalen.
2. Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben houders van aandelen
a. die geen recht geven tot
deling in de winst of reserves van de vennootschap of die niet
boven een bepaald percentage van het nominale bedrag of
slechts in beperkte mate daarboven delen in de winst, of
b. die niet boven het nominale
bedrag of slechts in beperkte mate daarboven delen in een
overschot na vereffening, of
c. waaraan ingevolge een
statutaire regeling op grond van artikel 228 lid 5 geen
stemrecht is verbonden,
geen voorkeursrecht op uit te geven
aandelen.
3. Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben de aandeelhouders geen voorkeursrecht op
uit te geven aandelen in een van de in lid 2 onder a, b en c
omschreven soorten.
4. De vennootschap kondigt de
uitgifte met voorkeursrecht en het tijdvak waarin dat kan worden
uitgeoefend, aan in een schriftelijke mededeling aan alle
aandeelhouders aan het door hen opgegeven adres. Tenzij de
statuten anders bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid
voldaan indien de mededeling elektronisch is vastgelegd.
5. Het voorkeursrecht kan worden
uitgeoefend gedurende ten minste vier weken na de dag van de
verzending van de aankondiging.
6. Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben de aandeelhouders een voorkeursrecht bij
het verlenen van rechten tot het nemen van andere aandelen dan de
in lid 2 onder a, b en c omschreven soorten; de vorige leden zijn
van overeenkomstige toepassing. Aandeelhouders hebben geen
voorkeursrecht op aandelen die worden uitgegeven aan iemand die
een voordien reeds verkregen recht tot het nemen van aandelen
uitoefent.
Artikel 207
1. Het bestuur beslist over de
verkrijging van aandelen in het kapitaal van de vennootschap.
Verkrijging door de vennootschap van niet volgestorte aandelen in
haar kapitaal is nietig.
2. De vennootschap mag, behalve om
niet, geen volgestorte eigen aandelen verkrijgen indien het eigen
vermogen, verminderd met de verkrijgingsprijs, kleiner is dan de
reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden
aangehouden of indien het bestuur weet of redelijkerwijs behoort
te voorzien dat de vennootschap na de verkrijging niet zal kunnen
blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden.
3. Indien de vennootschap na een
verkrijging anders dan om niet niet kan voortgaan met het betalen
van haar opeisbare schulden, zijn de bestuurders die dat ten tijde
van de verkrijging wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien,
jegens de vennootschap hoofdelijk verbonden tot vergoeding van het
tekort dat door de verkrijging is ontstaan, met de wettelijke
rente vanaf de dag van de verkrijging. Artikel 248 lid 5 is van
overeenkomstige toepassing. Niet verbonden is de bestuurder die
bewijst dat het niet aan hem te wijten is dat de vennootschap de
aandelen heeft verkregen en dat hij niet nalatig is geweest in het
treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. Met
een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikellid
gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft
bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De
vordering kan niet worden ingesteld tegen de door de rechter
benoemde bewindvoerder. De vervreemder van de aandelen die wist of
redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de vennootschap na de
verkrijging niet zou kunnen voortgaan met het betalen van haar
opeisbare schulden is jegens de vennootschap gehouden tot
vergoeding van het tekort dat door de verkrijging van zijn
aandelen is ontstaan, voor ten hoogste de verkrijgingsprijs van de
door hem vervreemde aandelen, met de wettelijke rente vanaf de dag
van de verkrijging. Indien de bestuurders de vordering uit hoofde
van de eerste zin hebben voldaan, geschiedt de in de vorige zin
bedoelde vergoeding aan de bestuurders, naar evenredigheid van het
gedeelte dat door ieder der bestuurders is voldaan. De bestuurders
en de vervreemder zijn niet bevoegd tot verrekening van hun schuld
uit hoofde van dit artikel.
4. De statuten kunnen de
verkrijging door de vennootschap van eigen aandelen uitsluiten of
beperken.
5. De vorige leden gelden niet voor
aandelen die de vennootschap onder algemene titel verkrijgt.
6. Onder het begrip aandelen in dit
artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 207a
1. Verkrijging van aandelen ten
laste van de in artikel 207 lid 2 bedoelde reserves of in strijd
met een uitsluiting of beperking als bedoeld in artikel 207 lid 4
is nietig. De bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de
vervreemder te goeder trouw die door de nietigheid schade lijdt.
2. Indien de vennootschap eigen
aandelen onder algemene titel heeft verkregen en deze verkrijging
tot gevolg zou hebben dat de vennootschap, samen met haar
dochtermaatschappijen alle aandelen met stemrecht in haar kapitaal
houdt, gaat het laagst genummerde aandeel met stemrecht op het
tijdstip van de verkrijging van rechtswege over op de gezamenlijke
bestuurders. Ontbreekt een nummering, dan wordt een aandeel met
stemrecht door loting aangewezen. Iedere bestuurder is hoofdelijk
verbonden voor de vergoeding aan de vennootschap van de waarde van
het aandeel ten tijde van de verkrijging, met de wettelijke rente
van dat tijdstip af.
3. Elk niet volgestort aandeel in
haar kapitaal dat de vennootschap onder algemene titel heeft
verkregen en niet binnen drie jaren daarna heeft vervreemd of
ingetrokken gaat op het einde van de laatste dag van die drie
jaren van rechtswege over op de gezamenlijke bestuurders. De
laatste zin van lid 2 is van overeenkomstige toepassing.
4. Onder het begrip aandelen in dit
artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 207b
Indien een ander in eigen naam
aandelen in het kapitaal van de vennootschap of certificaten daarvan
neemt of verkrijgt voor rekening van de vennootschap zelf, wordt hij
geacht deze voor eigen rekening te nemen dan wel te verkrijgen.
Artikel 207c [Vervallen per
01-10-2012]
Artikel 207d
1. Een dochtermaatschappij mag voor
eigen rekening geen aandelen nemen of doen nemen in het kapitaal
van de vennootschap. Zulke aandelen mogen dochtermaatschappijen
voor eigen rekening onder bijzondere titel slechts anders dan om
niet verkrijgen of doen verkrijgen, indien het bestuur van de
vennootschap heeft ingestemd met de verkrijging. Een verkrijging
onder bijzondere titel in strijd met de vorige zin is nietig. Op
het besluit tot instemming is artikel 207 lid 2 van
overeenkomstige toepassing. Artikel 207 lid 3 is van
overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de hoofdelijke
verbondenheid van de bestuurders geldt jegens de
dochtermaatschappij.
2. Indien een rechtspersoon, nadat
hij dochtermaatschappij is geworden of nadat hij als
dochtermaatschappij aandelen in het kapitaal van de vennootschap
onder algemene titel heeft verkregen, samen met de vennootschap en
haar andere dochtermaatschappijen alle aandelen met stemrecht in
het kapitaal van de vennootschap voor eigen rekening houdt of doet
houden, gaat het laagst genummerde aandeel met stemrecht op het
tijdstip waarop hij dochtermaatschappij is geworden of op het
tijdstip waarop de aandelen zijn verkregen van rechtswege over op
de gezamenlijke bestuurders. Ontbreekt een nummering, dan wordt
een aandeel met stemrecht door loting aangewezen. Iedere
bestuurder is hoofdelijk verbonden voor de vergoeding aan de
dochtermaatschappij van de waarde van het aandeel op het tijdstip
waarop de dochtermaatschappij dochtermaatschappij is geworden of
op het tijdstip waarop het aandeel is verkregen, met de wettelijke
rente van dat tijdstip af.
3. Onder het begrip aandelen in dit
artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 208
1. De algemene vergadering kan
besluiten tot vermindering van het geplaatste kapitaal door
intrekking van aandelen of door het bedrag van aandelen bij
statutenwijziging te verminderen. In dit besluit moeten de
aandelen waarop het besluit betrekking heeft, worden aangewezen en
moet de uitvoering van het besluit zijn geregeld.
2. Een besluit tot intrekking kan
slechts betreffen aandelen die de vennootschap zelf houdt of
waarvan zij de certificaten houdt, dan wel alle aandelen van een
soort of aanduiding waarvan voor de uitgifte in de statuten is
bepaald dat zij kunnen worden ingetrokken met terugbetaling, of
wel de uitgelote aandelen van een soort of aanduiding waarvan voor
de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij kunnen worden
uitgeloot met terugbetaling. In andere gevallen kan slechts tot
intrekking worden besloten met instemming van de betrokken
aandeelhouders.
3. Vermindering van het nominale
bedrag van aandelen zonder terugbetaling en zonder ontheffing van
de verplichting tot storting moet naar evenredigheid op alle
aandelen van een zelfde soort of aanduiding geschieden. Van het
vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van
alle betrokken aandeelhouders.
4. Een ontheffing van de
verplichting tot storting is slechts mogelijk ter uitvoering van
een besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen. Zulk
een ontheffing, alsmede een terugbetaling die geschiedt ter
uitvoering van een besluit tot vermindering van het bedrag van de
aandelen, moet naar evenredigheid op alle aandelen geschieden,
tenzij voor de uitgifte van aandelen van een bepaalde soort of
aanduiding of nadien met instemming van alle houders van aandelen
van de desbetreffende soort of aanduiding in de statuten is
bepaald dat ontheffing of terugbetaling kan geschieden uitsluitend
op die aandelen; voor die aandelen geldt de eis van evenredigheid.
Van het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met
instemming van alle betrokken aandeelhouders.
5. De oproeping tot een vergadering
waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt
het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering.
Het tweede, derde en vierde lid van artikel 233 zijn van
overeenkomstige toepassing.
6. Op een besluit tot vermindering
van het geplaatste kapitaal met terugbetaling op aandelen zijn de
leden 2 tot en met 4 van artikel 216 van overeenkomstige
toepassing. Terugbetaling of ontheffing van de stortingsplicht in
de zin van dit artikel is slechts toegestaan, voor zover het eigen
vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of de
statuten moeten worden aangehouden.
Artikel 209 [Vervallen per
01-10-2012]
Artikel 210
1. Jaarlijks binnen vijf maanden na
afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van
deze termijn met ten hoogste zes maanden door de algemene
vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het
bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de
aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Binnen
deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor
de aandeelhouders, tenzij de artikelen 396 lid 7, of 403 voor de
vennootschap gelden. Het bestuur van de vennootschap waarop de
artikelen 268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn, zendt de
jaarrekening ook toe aan de in artikel 268 lid 11 bedoelde
ondernemingsraad.
2. De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering. Vaststelling van de
jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
4. Besluiten waarbij de
jaarrekening wordt vastgesteld, worden in de statuten niet
onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap
of van derden.
5. Indien alle aandeelhouders
tevens bestuurder van de vennootschap zijn, geldt ondertekening
van de jaarrekening door alle bestuurders en commissarissen tevens
als vaststelling in de zin van lid 3, mits alle overige
vergadergerechtigden in de gelegenheid zijn gesteld om kennis te
nemen van de opgemaakte jaarrekening en met deze wijze van
vaststelling hebben ingestemd zoals bedoeld in artikel 238 lid 1.
In afwijking van lid 3 strekt deze vaststelling tevens tot
kwijting aan de bestuurders en commissarissen. De statuten kunnen
de in de eerste zin bedoelde wijze van vaststelling van de
jaarrekening uitsluiten.
6. De statuten bevatten geen
bepalingen die toelaten dat voorschriften of bindende voorstellen
voor de jaarrekening of enige post daarvan worden gegeven.
7. De statuten kunnen bepalen dat
een ander orgaan van de vennootschap dan de algemene vergadering
de bevoegdheid heeft te bepalen welk deel van het resultaat van
het boekjaar wordt gereserveerd of hoe het verlies wordt verwerkt.
8. Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening.
Artikel 211 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 212
De vennootschap zorgt dat de
opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens artikel 392
lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene
vergadering, bestemd tot hun behandeling, te haren kantore aanwezig
zijn. De aandeelhouders en de overige vergadergerechtigden kunnen de
stukken aldaar inzien en kosteloos een afschrift verkrijgen.
Artikel 213 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 214 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 215
Ten laste van de door de wet
voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor
zover de wet dat toestaat.
Artikel 216
1. De algemene vergadering is
bevoegd tot bestemming van de winst die door de vaststelling van
de jaarrekening is bepaald en tot vaststelling van uitkeringen,
voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die
krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden. De
statuten kunnen de bevoegdheden, bedoeld in de eerste zin,
beperken of toekennen aan een ander orgaan.
2. Een besluit dat strekt tot
uitkering heeft geen gevolgen zolang het bestuur geen goedkeuring
heeft verleend. Het bestuur weigert slechts de goedkeuring indien
het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap
na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen
van haar opeisbare schulden.
3. Indien de vennootschap na een
uitkering niet kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare
schulden, zijn de bestuurders die dat ten tijde van de uitkering
wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien jegens de
vennootschap hoofdelijk verbonden voor het tekort dat door de
uitkering is ontstaan, met de wettelijke rente vanaf de dag van de
uitkering. Artikel 248 lid 5 is van overeenkomstige toepassing.
Niet verbonden is de bestuurder die bewijst dat het niet aan hem
te wijten is dat de vennootschap de uitkering heeft gedaan en dat
hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de
gevolgen daarvan af te wenden. Degene die de uitkering ontving
terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de
vennootschap na de uitkering niet zou kunnen voortgaan met het
betalen van haar opeisbare schulden is gehouden tot vergoeding van
het tekort dat door de uitkering is ontstaan, ieder voor ten
hoogste het bedrag of de waarde van de door hem ontvangen
uitkering, met de wettelijke rente vanaf de dag van de uitkering.
Indien de bestuurders de vordering uit hoofde van de eerste zin
hebben voldaan, geschiedt de in de derde zin bedoelde vergoeding
aan de bestuurders, naar evenredigheid van het gedeelte dat door
ieder der bestuurders is voldaan. Ten aanzien van een schuld uit
hoofde van de eerste of de derde zin is de schuldenaar niet
bevoegd tot verrekening.
4. Met een bestuurder wordt voor de
toepassing van lid 3 gelijkgesteld degene die het beleid van de
vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij
bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen de door
de rechter benoemde bewindvoerder.
5. Bij de berekening van iedere
uitkering tellen de aandelen die de vennootschap in haar kapitaal
houdt, niet mede, tenzij bij de statuten anders is bepaald.
6. Bij de berekening van het
bedrag, dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd, komt slechts
het bedrag van de verplichte stortingen op het nominale bedrag van
de aandelen in aanmerking. Van de vorige zin kan in de statuten of
telkens met instemming van alle aandeelhouders worden afgeweken.
7. Bij de statuten kan worden
bepaald dat aandelen van een bepaalde soort of aanduiding geen of
slechts beperkt recht geven tot deling in de winst of reserves van
de vennootschap.
8. Voor een statutaire regeling als
bedoeld in lid 6 of lid 7 is de instemming vereist van alle
houders van aandelen aan wier rechten de statutenwijziging afbreuk
doet.
9. De statuten kunnen bepalen dat
de vordering van een aandeelhouder niet door verloop van vijf
jaren verjaart, doch eerst na een langere termijn vervalt. Een
zodanige bepaling is alsdan van overeenkomstige toepassing op de
vordering van de houder van een certificaat van een aandeel op de
aandeelhouder.
10. De statuten kunnen bepalen dat
de winst waartoe houders van aandelen van een bepaalde soort
gerechtigd zijn, geheel of gedeeltelijk te hunnen behoeve wordt
gereserveerd.
11. Lid 3 is niet van toepassing op
uitkeringen in de vorm van aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of bijschrijvingen op niet volgestorte aandelen.
Afdeling 4. De algemene vergadering
Artikel 217
1. Aan de algemene vergadering
behoort, binnen de door de wet en de statuten gestelde grenzen,
alle bevoegdheid, die niet aan het bestuur of aan anderen is
toegekend.
2. Het bestuur en de raad van
commissarissen verschaffen haar alle verlangde inlichtingen,
tenzij een zwaarwichtig belang der vennootschap zich daartegen
verzet.
Artikel 218
Tijdens ieder boekjaar wordt ten
minste één algemene vergadering gehouden of ten minste eenmaal
overeenkomstig artikel 238 lid 1 of lid 3 besloten.
Artikel 219
Het bestuur en de raad van
commissarissen zijn bevoegd tot het bijeenroepen van een algemene
vergadering; bij de statuten kan deze bevoegdheid ook aan anderen
worden verleend.
Artikel 220
1. Een of meer houders van aandelen
die alleen of gezamenlijk ten minste een honderdste gedeelte van
het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, kunnen aan het bestuur
en aan de raad van commissarissen schriftelijk en onder
nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen het verzoek
richten een algemene vergadering bijeen te roepen. Het bestuur en
de raad van commissarissen – daartoe in dit geval gelijkelijk
bevoegd – treffen de nodige maatregelen, opdat de algemene
vergadering binnen vier weken na het verzoek kan worden gehouden,
tenzij een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen
verzet. In de statuten kan het vereiste gedeelte van het kapitaal
lager worden gesteld en de termijn waarbinnen de algemene
vergadering moet worden gehouden, worden verkort. Indien het
bestuur en de raad van commissarissen geen uitvoering geven aan
het verzoek, kunnen de in de eerste zin bedoelde aandeelhouders op
hun verzoek door de voorzieningenrechter van de rechtbank worden
gemachtigd tot de bijeenroeping van de algemene vergadering.
2. Voor de toepassing van dit
artikel worden met houders van aandelen gelijkgesteld anderen aan
wie het vergaderrecht toekomt.
3. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek als
bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 221
1. De voorzieningenrechter van de
rechtbank verleent, na verhoor of oproeping van de vennootschap,
de verzochte machtiging, indien de verzoekers summierlijk hebben
doen blijken, dat de in het vorige artikel gestelde voorwaarden
zijn vervuld, en dat zij een redelijk belang hebben bij het houden
van de vergadering. De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst
het verzoek af, indien een zwaarwichtig belang van de vennootschap
zich tegen het houden van een algemene vergadering verzet. Indien
de voorzieningenrechter van de rechtbank de verzochte machtiging
verleent, stelt hij de vorm en de termijnen voor de oproeping tot
de algemene vergadering vast. Hij kan tevens iemand aanwijzen, die
met de leiding van de algemene vergadering zal zijn belast.
2. Bij de oproeping ingevolge het
eerste lid wordt vermeld dat zij krachtens rechterlijke machtiging
geschiedt. De op deze wijze gedane oproeping is rechtsgeldig, ook
indien mocht blijken dat de machtiging ten onrechte was verleend.
3. Tegen de beschikking van de
voorzieningenrechter is generlei voorziening toegelaten, behoudens
cassatie in het belang der wet.
Artikel 222
Indien zij, die krachtens artikel 219
tot de bijeenroeping bevoegd zijn, in gebreke zijn gebleven een bij
artikel 218 of de statuten voorgeschreven algemene vergadering te
doen houden, kan iedere aandeelhouder door de voorzieningenrechter
van de rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe over te gaan.
Artikel 220 lid 2 en artikel 221 zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 223
1. De oproeping tot de algemene
vergadering geschiedt door middel van oproepingsbrieven gericht
aan de adressen van de aandeelhouders en overige
vergadergerechtigden, zoals deze zijn vermeld in het register,
bedoeld in artikel 194.
2. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan, indien de aandeelhouder of andere
vergadergerechtigde hiermee instemt, de oproeping geschieden door
een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en
reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit doel
aan de vennootschap is bekend gemaakt.
Artikel 224
1. De oproeping vermeldt de te
behandelen onderwerpen.
2. Omtrent onderwerpen waarvan de
behandeling niet bij de oproeping is aangekondigd met inachtneming
van de voor oproeping gestelde termijn, kan niet wettig worden
besloten, tenzij alle vergadergerechtigden ermee hebben ingestemd
dat de besluitvorming over die onderwerpen plaatsvindt en de
bestuurders en de commissarissen voorafgaand aan de besluitvorming
in de gelegenheid zijn gesteld om advies uit te brengen.
3. Mededelingen welke krachtens de
wet of de statuten aan de algemene vergadering moeten worden
gericht, kunnen geschieden door opneming in de oproeping alsmede,
in voorkomend geval, in het stuk dat ter kennisneming ten kantore
van de vennootschap is neergelegd, mits daarvan in de oproeping
melding wordt gemaakt.
Artikel 224a
1. Een onderwerp, waarvan de
behandeling schriftelijk is verzocht door een of meer houders van
aandelen die alleen of gezamenlijk ten minste een honderdste
gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, wordt
opgenomen in de oproeping of op dezelfde wijze aangekondigd indien
de vennootschap het verzoek niet later dan op de dertigste dag
voor die van de vergadering heeft ontvangen en mits geen
zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. In
de statuten kan het vereiste gedeelte van het kapitaal lager
worden gesteld en de termijn voor indiening van het verzoek worden
verkort.
2. Voor de toepassing van dit
artikel worden met de houders van aandelen gelijkgesteld anderen
aan wie het vergaderrecht toekomt.
3. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek als
bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 225
Onverminderd het bepaalde in de derde
zin van lid 1 van artikel 221 geschiedt de oproeping niet later dan
op de achtste dag vóór die van de vergadering. Was die termijn
korter of heeft de oproeping niet plaats gehad, dan kunnen geen
wettige besluiten worden genomen, tenzij alle vergadergerechtigden
ermee hebben ingestemd dat de besluitvorming plaatsvindt en de
bestuurders en de commissarissen voorafgaand aan de besluitvorming
in de gelegenheid zijn gesteld om advies uit te brengen.
Artikel 226
1. De algemene vergadering wordt
gehouden ter plaatse bij de statuten vermeld of anders in de
gemeente waar de vennootschap haar woonplaats heeft. De in de
statuten vermelde plaats kan een plaats buiten Nederland zijn.
2. Wordt na de oprichting een
plaats buiten Nederland aangewezen, dan kan het daartoe strekkende
besluit tot wijziging van de statuten slechts worden genomen met
algemene stemmen in een vergadering waarin het gehele geplaatste
kapitaal is vertegenwoordigd en voor zover alle
vergadergerechtigden met de statutenwijziging hebben ingestemd.
3. Een algemene vergadering kan
elders dan behoort worden gehouden, mits alle vergadergerechtigden
hebben ingestemd met de plaats van de vergadering en de
bestuurders en de commissarissen voorafgaand aan de besluitvorming
in de gelegenheid zijn gesteld om advies uit te brengen.
Artikel 227
1. Onder vergaderrecht wordt in
deze titel verstaan het recht om, in persoon of bij schriftelijk
gevolmachtigde, de algemene vergadering bij te wonen en daar het
woord te voeren.
2. Het vergaderrecht komt toe aan
aandeelhouders, aan houders van certificaten waaraan bij de
statuten vergaderrecht is verbonden, aan aandeelhouders die
vanwege een vruchtgebruik of pandrecht geen stemrecht hebben en
aan vruchtgebruikers en pandhouders die stemrecht hebben.
Vruchtgebruikers en pandhouders die geen stemrecht hebben, hebben
vergaderrecht, indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging
of overdracht van het vruchtgebruik of pandrecht niet anders is
bepaald. De statuten kunnen bepalen dat het verbinden en ontnemen
van vergaderrecht aan certificaten van aandelen geschiedt door een
daartoe in de statuten aangewezen orgaan.
3. Iedere aandeelhouder is bevoegd,
in persoon of bij schriftelijk gevolmachtigde, het hem toekomende
stemrecht uit te oefenen in de algemene vergadering.
4. Een statutaire regeling waarbij
aan certificaathouders vergaderrecht is toegekend, kan slechts met
instemming van de betrokken certificaathouders worden gewijzigd,
tenzij bij het toekennen van het vergaderrecht de bevoegdheid tot
wijziging uitdrukkelijk in de statuten was voorbehouden. De vorige
zin is van overeenkomstige toepassing op vruchtgebruikers en
pandhouders.
5. Bij de statuten kan de
bevoegdheid van vergadergerechtigden zich te doen
vertegenwoordigen worden beperkt. De bevoegdheid van
vergadergerechtigden zich te doen vertegenwoordigen door een
advocaat, notaris, toegevoegd notaris, kandidaat-notaris,
registeraccountant of accountant-administratieconsulent kan niet
worden uitgesloten.
6. De statuten kunnen bepalen dat
het vergaderrecht is opgeschort zolang een vergadergerechtigde in
gebreke is te voldoen aan een wettelijke of statutaire
verplichting. De statuten kunnen bepalen, dat voor bijwoning van
de algemene vergadering vereist is, dat de vergadergerechtigde van
zijn voornemen hiertoe kennis geeft aan het bestuur van de
vennootschap. Bij de oproeping van de vergadering wordt alsdan
vermeld de dag waarop de kennisgeving uiterlijk moet geschieden.
Deze dag kan niet vroeger worden gesteld dan op de derde dag voor
die van de vergadering.
7. De bestuurders en de
commissarissen hebben als zodanig in de algemene vergadering een
raadgevende stem.
8. Aan de eis van schriftelijkheid
van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 227a
1. De statuten kunnen bepalen dat
iedere aandeelhouder bevoegd is om, in persoon of bij een
schriftelijk gevolmachtigde, door middel van een elektronisch
communicatiemiddel aan de algemene vergadering deel te nemen,
daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen.
2. Voor de toepassing van lid 1 is
vereist dat de aandeelhouder via het elektronisch
communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht
kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de aandeelhouder via het elektronisch
communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
3. Bij of krachtens de statuten
kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het
elektronisch communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden krachtens
de statuten worden gesteld, worden deze bij de oproeping bekend
gemaakt.
4. De leden 1 tot en met 3 zijn van
overeenkomstige toepassing op de rechten van anderen aan wie het
vergaderrecht toekomt.
5. Aan de eis van schriftelijkheid
van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 227b
De statuten kunnen bepalen dat
stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een
elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, doch niet eerder
dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, gelijk worden
gesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering worden
uitgebracht.
Artikel 228
1. Slechts aandeelhouders hebben
stemrecht. Iedere aandeelhouder heeft ten minste één stem. De
statuten kunnen bepalen dat een aandeelhouder niet gerechtigd is
tot uitoefening van het stemrecht zolang hij in gebreke is te
voldoen aan een wettelijke of statutaire verplichting.
2. Indien het kapitaal in aandelen
van een zelfde bedrag is verdeeld, brengt iedere aandeelhouder
zoveel stemmen uit als hij aandelen heeft.
3. Indien het kapitaal in aandelen
van verschillend bedrag is verdeeld, is het aantal stemmen van
iedere aandeelhouder gelijk aan het aantal malen, dat het bedrag
van het kleinste aandeel is begrepen in het gezamenlijk bedrag van
zijn aandelen; gedeelten van stemmen worden verwaarloosd.
4. Van de leden 2 en 3 kan bij de
statuten worden afgeweken. Een dergelijke statutaire regeling
geldt voor alle besluiten van de algemene vergadering. Een besluit
tot statutenwijziging dat een wijziging in het stemrecht betreft,
kan slechts worden genomen met algemene stemmen in een vergadering
waarin het gehele geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
5. In afwijking van de leden 1 tot
en met 4 kunnen de statuten bepalen dat aan aandelen geen
stemrecht in de algemene vergadering is verbonden. Een dergelijke
regeling kan slechts worden getroffen ten aanzien van alle
aandelen van een bepaalde soort of aanduiding waarvan alle
aandeelhouders instemmen of waarvan voor de uitgifte in de
statuten is bepaald dat daaraan geen stemrecht in de algemene
vergadering is verbonden. De aandelen worden in de statuten als
stemrechtloos aangeduid. Ten aanzien van stemrechtloze aandelen
kan niet op grond van artikel 216 lid 7 worden bepaald dat zij
geen recht geven tot deling in de winst of de reserves van de
vennootschap.
6. Voor een aandeel dat toebehoort
aan de vennootschap of aan een dochtermaatschappij daarvan kan in
de algemene vergadering geen stem worden uitgebracht; evenmin voor
een aandeel waarvan een hunner de certificaten houdt.
Vruchtgebruikers en pandhouders van aandelen die aan de
vennootschap en haar dochtermaatschappijen toebehoren, zijn
evenwel niet van hun stemrecht uitgesloten, indien het
vruchtgebruik of pandrecht was gevestigd voordat het aandeel aan
de vennootschap of een dochtermaatschappij daarvan toebehoorde. De
vennootschap of een dochtermaatschappij daarvan kan geen stem
uitbrengen voor een aandeel waarop zij een recht van vruchtgebruik
of een pandrecht heeft.
Artikel 229 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 230
1. Alle besluiten waaromtrent bij
de wet of de statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven,
worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte
stemmen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan
beslist het lot, staken de stemmen bij een andere stemming, dan is
het voorstel verworpen; een en ander voorzover in de statuten niet
een andere oplossing is aangegeven. Deze oplossing kan bestaan in
het opdragen van de beslissing aan een derde.
2. Tenzij bij de wet of de statuten
anders is bepaald, is de geldigheid van een besluit niet
afhankelijk van het ter vergadering vertegenwoordigde gedeelte van
het kapitaal.
3. Indien in de statuten is bepaald
dat de geldigheid van een besluit afhankelijk is van het ter
vergadering vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal en dit
gedeelte ter vergadering niet vertegenwoordigd was, kan, tenzij de
statuten anders bepalen, een nieuwe vergadering worden
bijeengeroepen waarin het besluit kan worden genomen,
onafhankelijk van het op deze vergadering vertegenwoordigd
gedeelte van het kapitaal. Bij de oproeping tot de nieuwe
vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan
worden genomen, onafhankelijk van het ter vergadering
vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal.
4. Het bestuur van de vennootschap
houdt van de genomen besluiten aantekening. De aantekeningen
liggen ten kantore van de vennootschap ter inzage van de
aandeelhouders en anderen aan wie het vergaderrecht toekomt. Aan
ieder van dezen wordt desgevraagd afschrift of uittreksel van deze
aantekeningen verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs.
Artikel 231
1. De algemene vergadering is
bevoegd de statuten te wijzigen; voor zover bij de statuten de
bevoegdheid tot wijziging mocht zijn uitgesloten, is wijziging
niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering waarin
het gehele geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
2. Een bepaling in de statuten, die
de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere bepalingen der
statuten beperkt, kan slechts worden gewijzigd met inachtneming
van gelijke beperking.
3. Een bepaling in de statuten, die
de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere bepalingen
uitsluit, kan slechts worden gewijzigd met algemene stemmen in een
vergadering waarin het gehele geplaatste kapitaal is
vertegenwoordigd.
4. Een besluit tot
statutenwijziging dat specifiek afbreuk doet aan enig recht van
houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding,
behoeft, tenzij ten tijde van de toekenning van het recht de
bevoegdheid tot wijziging bij die bepaling uitdrukkelijk was
voorbehouden, een goedkeurend besluit van deze groep van
aandeelhouders, onverminderd het vereiste van instemming waar dit
uit de wet voortvloeit.
Artikel 231a
1. Het besluit tot verhoging van
het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal
volgens artikel 178a wordt genomen bij volstrekte meerderheid van
stemmen. Het besluit tot vermindering van het bedrag van de
aandelen en van het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met een
meerderheid van ten minste twee-derde van de uitgebrachte stemmen
indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal is
vertegenwoordigd. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan is
naast het besluit tot verhoging of verlaging een voorafgaand of
gelijktijdig goedkeurend besluit nodig van elke groep van houders
van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet.
2. Voor de toepassing van deze
bepaling wordt onder aandelen van een bepaalde soort tevens
begrepen aandelen met een onderscheiden nominale waarde.
Artikel 232
Wijziging van een bepaling der
statuten, waarbij aan een ander dan aan aandeelhouders der
vennootschap als zodanig enig recht is toegekend, kan indien de
gerechtigde in de wijziging niet toestemt, aan diens recht geen
nadeel toebrengen; tenzij ten tijde van de toekenning van het recht
de bevoegdheid tot wijziging bij die bepaling uitdrukkelijk was
voorbehouden.
Artikel 233
1. Wanneer aan de algemene
vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten zal worden
gedaan, moet zulks steeds bij de oproeping tot de algemene
vergadering worden vermeld.
2. Degenen die zodanige oproeping
hebben gedaan, moeten tegelijkertijd een afschrift van dat
voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen,
ten kantore van de vennootschap nederleggen ter inzage voor iedere
aandeelhouder tot de afloop der vergadering. Artikel 224 lid 2 is
van overeenkomstige toepassing.
3. De aandeelhouders moeten in de
gelegenheid worden gesteld van de dag der nederlegging tot die der
algemene vergadering een afschrift van het voorstel, gelijk bij
het vorige lid bedoeld, te verkrijgen. Deze afschriften worden
kosteloos verstrekt.
4. Hetgeen in dit artikel met
betrekking tot aandeelhouders is bepaald, is van overeenkomstige
toepassing op anderen aan wie het vergaderrecht toekomt.
Artikel 234
1. Van een wijziging in de statuten
wordt, op straffe van nietigheid, een notariële akte opgemaakt.
De akte wordt verleden in de Nederlandse taal.
2. Die akte kan bestaan in een
notarieel proces-verbaal van de algemene vergadering, waarin de
wijziging aangenomen is, of in een later verleden notariële akte.
Het bestuur is bevoegd de akte te doen verlijden, ook zonder
daartoe door de algemene vergadering te zijn gemachtigd.
3. Wordt het maatschappelijke
kapitaal gewijzigd, dan vermeldt de akte welk deel daarvan is
geplaatst.
Artikel 235 [Vervallen per
01-07-2011]
Artikel 236
De bestuurders zijn verplicht een
authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten
neder te leggen ten kantore van het handelsregister.
Artikel 237
Gedurende het faillissement der
vennootschap kan in haar statuten geen wijziging worden aangebracht
dan met toestemming van de curator.
Artikel 238
1. Besluitvorming van
aandeelhouders kan op andere wijze dan in een vergadering
geschieden, mits alle vergadergerechtigden met deze wijze van
besluitvorming hebben ingestemd. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan de instemming met de wijze van besluitvorming langs
elektronische weg plaatsvinden.
2. In geval van besluitvorming
buiten vergadering, worden de stemmen schriftelijk uitgebracht.
Aan het vereiste van schriftelijkheid van de stemmen wordt tevens
voldaan indien het besluit onder vermelding van de wijze waarop
ieder der aandeelhouders heeft gestemd schriftelijk of
elektronisch is vastgelegd. Tenzij de statuten anders bepalen,
kunnen de stemmen ook langs elektronische weg worden uitgebracht.
De bestuurders en de commissarissen worden voorafgaand aan de
besluitvorming in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen.
Afdeling 5. Het bestuur van de
vennootschap en het toezicht op het bestuur
Artikel 239
1. Behoudens beperkingen volgens de
statuten is het bestuur belast met het besturen van de
vennootschap.
2. De statuten kunnen bepalen dat
een met name of in functie aangeduide bestuurder meer dan één
stem wordt toegekend. Een bestuurder kan niet meer stemmen
uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen.
3. Besluiten van het bestuur kunnen
bij of krachtens de statuten slechts worden onderworpen aan de
goedkeuring van een ander orgaan van de vennootschap.
4. De statuten kunnen bepalen dat
het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een
ander orgaan van de vennootschap. Het bestuur is gehouden de
aanwijzingen op te volgen, tenzij deze in strijd zijn met het
belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.
5. Bij de vervulling van hun taak
richten de bestuurders zich naar het belang van de vennootschap en
de met haar verbonden onderneming.
6. Een bestuurder neemt niet deel
aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een
direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is
met het belang bedoeld in lid 5. Wanneer hierdoor geen
bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door
de raad van commissarissen. Bij ontbreken van een raad van
commissarissen, wordt het besluit genomen door de algemene
vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.
Artikel 239a
1. Bij de statuten kan worden
bepaald dat de bestuurstaken worden verdeeld over één of meer
niet uitvoerende bestuurders en één of meer uitvoerende
bestuurders. De taak om toezicht te houden op de taakuitoefening
door bestuurders kan niet door een taakverdeling worden ontnomen
aan niet uitvoerende bestuurders. Het voorzitterschap van het
bestuur, het doen van voordrachten voor benoeming van een
bestuurder en het vaststellen van de bezoldiging van uitvoerende
bestuurders kan niet aan een uitvoerende bestuurder worden
toebedeeld. Niet uitvoerende bestuurders zijn natuurlijke
personen.
2. De uitvoerende bestuurders nemen
niet deel aan de besluitvorming over het vaststellen van de
bezoldiging van uitvoerende bestuurders.
3. Bij of krachtens de statuten kan
worden bepaald dat een bestuurder rechtsgeldig kan besluiten
omtrent zaken die tot zijn taak behoren. Bepaling krachtens de
statuten geschiedt schriftelijk.
Artikel 240
1. Het bestuur vertegenwoordigt de
vennootschap, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. De bevoegdheid tot
vertegenwoordiging komt mede aan iedere bestuurder toe. De
statuten kunnen echter bepalen dat zij behalve aan het bestuur
slechts toekomt aan een of meer bestuurders. Zij kunnen voorts
bepalen dat een bestuurder de vennootschap slechts met medewerking
van een of meer anderen mag vertegenwoordigen.
3. Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder
toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet
niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de vennootschap worden
ingeroepen.
4. De statuten kunnen ook aan
andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 241
De rechtbank, binnen welker
rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van
alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de
vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de vordering
bedoeld bij artikel 248 van dit Boek, waarvan het bedrag onbepaald
is of € 25.000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt kennis van
verzoeken als bedoeld in artikel 685 van Boek 7 betreffende de in de
eerste zin genoemde overeenkomst. De zaken, bedoeld in de eerste en
tweede volzin, worden niet behandeld en beslist door de
kantonrechter.
Artikel 242
1. De benoeming van bestuurders
geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting en later
door de algemene vergadering of, indien de statuten zulks bepalen,
door een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde
soort of aanduiding, mits iedere aandeelhouder met stemrecht kan
deelnemen aan de besluitvorming inzake de benoeming van ten minste
één bestuurder. Indien een vennootschap toepassing geeft
aanartikel 239a wordt bij de benoeming van een bestuurder bepaald
of hij wordt benoemd tot uitvoerende bestuurder onderscheidenlijk
niet uitvoerende bestuurder. Op een statutaire regeling als
bedoeld in eerste zin is artikel 228 lid 4, tweede volzin, van
overeenkomstige toepassing. De voorgaande drie zinnen zijn niet
van toepassing indien de benoeming overeenkomstig artikel 272
geschiedt door de raad van commissarissen.
2. De statuten kunnen de kring van
benoembare personen beperken door eisen te stellen aan de
bestuurders. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een
besluit van de algemene vergadering, genomen overeenkomstig de
regels die gelden voor de totstandkoming van een besluit tot
statutenwijziging.
Artikel 242a
1. Tot bestuurder van een
vennootschap die op twee opeenvolgende balansdata, zonder
onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft
voldaan aan ten minste twee van de vereisten als bedoeld in
artikel 397 leden 1 en 2 kunnen niet worden benoemd:
a. personen die commissaris of
niet uitvoerende bestuurder zijn bij meer dan twee
rechtspersonen;
b. personen die voorzitter zijn
van de raad van commissarissen van een rechtspersoon of van
het bestuur van een rechtspersoon indien de bestuurstaken zijn
verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders.
2. Voor de toepassing van dit
artikel:
a. wordt met een commissaris
gelijkgesteld de persoon die lid is van een toezichthoudend
orgaan dat bij of krachtens de statuten van een rechtspersoon
is ingesteld;
b. telt de benoeming bij
verschillende rechtspersonen die met elkaar in een groep zijn
verbonden als één benoeming;
c. betreft de verwijzing naar
rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze vennootschap en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die op
twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op
twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten
minste twee van de vereisten als bedoeld in artikel 397 leden
1 en 2, onderscheidenlijk de stichting als bedoeld in artikel
297a lid 1;
d. wordt met bestuurder in de
zin van de aanhef van lid 1 gelijkgesteld de uitvoerende
bestuurder, indien de bestuurstaken zijn verdeeld over
uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders;
e. geldt een tijdelijke
aanstelling overeenkomstig artikel 349a lid 2 of artikel 356
onder c niet als benoeming.
3. De nietigheid van de benoeming
op grond van de vorige leden heeft geen gevolgen voor de
rechtsgeldigheid van de besluitvorming waaraan is deelgenomen.
Artikel 243
1. Bij de statuten kan worden
bepaald dat de benoeming door de algemene vergadering geschiedt
uit een voordracht.
2. De algemene vergadering kan
echter aan zodanige voordracht steeds het bindend karakter
ontnemen bij een besluit genomen met ten minste twee derden van de
uitgebrachte stemmen, welke twee derden meer dan de helft van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
3. Indien de voordracht één
kandidaat voor een te vervullen plaats bevat, heeft een besluit
over de voordracht tot gevolg dat de kandidaat is benoemd, tenzij
het bindend karakter aan de voordracht wordt ontnomen.
4. De leden 1, 2 en 3 zijn niet van
toepassing, indien de benoeming geschiedt door de raad van
commissarissen.
5. De leden 1, 2 en 3 zijn van
overeenkomstige toepassing indien de benoeming geschiedt door een
vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of
aanduiding.
Artikel 244
1. Iedere bestuurder kan te allen
tijde worden geschorst en ontslagen door het orgaan dat bevoegd is
tot benoeming. De statuten kunnen bepalen dat een bestuurder
eveneens kan worden ontslagen door een ander orgaan, tenzij de
benoeming overeenkomstig artikel 272 door de raad van
commissarissen geschiedt. Is uitvoering gegeven aan artikel 239a,
dan is het bestuur te allen tijde bevoegd tot schorsing van een
uitvoerend bestuurder.
2. Indien in de statuten is bepaald
dat het besluit tot schorsing of ontslag slechts mag worden
genomen met een versterkte meerderheid in een algemene
vergadering, waarin een bepaald gedeelte van het kapitaal is
vertegenwoordigd, mag deze versterkte meerderheid twee derden der
uitgebrachte stemmen, welke twee derden meer dan de helft van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, niet te boven gaan.
3. Een veroordeling tot herstel van
de arbeidsovereenkomst tussen vennootschap en bestuurder kan door
de rechter niet worden uitgesproken.
4. De statuten moeten voorschriften
bevatten omtrent de wijze waarop in het bestuur van de
vennootschap voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of
belet van een of meer bestuurders. De statuten kunnen nader
bepalen wanneer er sprake is van belet.
Artikel 245
Voor zover bij de statuten niet
anders is bepaald, wordt de bezoldiging van bestuurders door de
algemene vergadering vastgesteld.
Artikel 246
Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is het bestuur zonder opdracht der algemene vergadering
niet bevoegd aangifte te doen tot faillietverklaring van de
vennootschap.
Artikel 247
1. Rechtshandelingen van de
vennootschap jegens de houder van alle aandelen in het kapitaal
van de vennootschap of jegens een deelgenoot in een
huwelijksgemeenschap of in een gemeenschap van een geregistreerd
partnerschap waartoe alle aandelen in het kapitaal van de
vennootschap behoren, waarbij de vennootschap wordt
vertegenwoordigd door deze aandeelhouder of door een van de
deelgenoten, worden schriftelijk vastgelegd. Voor de toepassing
van de vorige zin worden aandelen gehouden door de vennootschap of
haar dochtermaatschappijen niet meegeteld. Indien de eerste zin
niet in acht is genomen, kan de rechtshandeling ten behoeve van de
vennootschap worden vernietigd.
2. Lid 1 is niet van toepassing op
rechtshandelingen die onder de bedongen voorwaarden tot de gewone
bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren.
Artikel 248
1. In geval van faillissement van
de vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk
aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet
door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan,
indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld
en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het
faillissement.
2. Indien het bestuur niet heeft
voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394, heeft
het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat
onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het
faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig
aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of
commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de
verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk
verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
3. Niet aansprakelijk is de
bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door
het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is
geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af
te wenden.
4. De rechter kan het bedrag
waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien hem
dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de
onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere oorzaken
van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld.
De rechter kan voorts het bedrag van de aansprakelijkheid van een
afzonderlijke bestuurder verminderen indien hem dit bovenmatig
voorkomt, gelet op de tijd gedurende welke die bestuurder als
zodanig in functie is geweest in de periode waarin de
onbehoorlijke taakvervulling plaats vond.
5. Is de omvang van het tekort nog
niet bekend, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing van
het vierde lid, bepalen dat van het tekort tot betaling waarvan
hij de bestuurders veroordeelt, een staat wordt opgemaakt
overeenkomstig de bepalingen van de zesde titel van het tweede
boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
6. De vordering kan slechts worden
ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode
van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Een aan de
bestuurder verleende kwijting staat aan het instellen van de
vordering niet in de weg.
7. Met een bestuurder wordt voor de
toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van
de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij
bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen de door
de rechter benoemde bewindvoerder.
8. Dit artikel laat onverlet de
bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op
grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van
artikel 9.
9. Indien een bestuurder ingevolge
dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van
zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder
onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid
tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door
een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk
is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van
vermindering van dat verhaal zijn verricht. Artikel 45 leden 4 en
5 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing.
10. Artikel 138 lid 10 is van
toepassing.
Artikel 249
Indien door de jaarrekening, door
tussentijdse cijfers of door het jaarverslag voor zover deze bekend
zijn gemaakt, een misleidende voorstelling wordt gegeven van de
toestand der vennootschap, zijn de bestuurders tegenover derden
hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door dezen dientengevolge
geleden. De bestuurder die bewijst dat dit aan hem niet te wijten
is, is niet aansprakelijk.
Artikel 250
1. Tenzij toepassing is gegeven aan
artikel 239a kan bij de statuten worden bepaald dat er een raad
van commissarissen zal zijn. De raad bestaat uit een of meer
natuurlijke personen.
2. De raad van commissarissen heeft
tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de
algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming. Hij staat het bestuur met raad ter zijde.
Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar
het belang van de vennootschap en de met haar verbonden
onderneming.
3. De statuten kunnen aanvullende
bepalingen omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad en van
zijn leden bevatten.
4. De statuten kunnen bepalen dat
een met name of in functie aangeduide commissaris meer dan één
stem wordt toegekend. Een commissaris kan niet meer stemmen
uitbrengen dan de andere commissarissen tezamen.
5. Een commissaris neemt niet deel
aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een
direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is
met het belang bedoeld in lid 2. Wanneer de raad van
commissarissen hierdoor geen besluit kan nemen, wordt het besluit
genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders
bepalen.
Artikel 251
1. Het bestuur verschaft de raad
van commissarissen tijdig de voor de uitoefening van diens taak
noodzakelijke gegevens.
2. Het bestuur stelt ten minste een
keer per jaar de raad van commissarissen schriftelijk op de hoogte
van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en
financiële risico's en het beheers- en controlesysteem van de
vennootschap.
Artikel 252
1. De commissarissen die niet reeds
bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd door de
algemene vergadering of, indien de statuten zulks bepalen, door
een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of
aanduiding, mits iedere aandeelhouder met stemrecht kan deelnemen
aan de besluitvorming inzake de benoeming van ten minste één
commissaris. Op een statutaire regeling als bedoeld in de vorige
zin is artikel 228 lid 4, derde volzin, van overeenkomstige
toepassing. De eerste zin geldt niet indien de benoeming
overeenkomstig artikel 268 geschiedt. De statuten kunnen de kring
van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de
commissarissen moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden
gesteld door een besluit van de algemene vergadering, genomen
overeenkomstig de regels die gelden voor de totstandkoming van een
besluit tot statutenwijziging.
2. De eerste drie leden van artikel
243 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de benoeming door
de algemene vergadering geschiedt of, indien de statuten zulks
bepalen, door een vergadering van houders van aandelen van een
bepaalde soort of aanduiding.
3. Bij een aanbeveling of
voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de
kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan
door hem gehouden aandelen in het kapitaal der vennootschap en de
betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover
die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van
een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij
reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder
rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met
de aanduiding van die groep worden volstaan. De aanbeveling en de
voordracht tot benoeming of herbenoeming worden gemotiveerd. Bij
herbenoeming wordt rekening gehouden met de wijze waarop de
kandidaat zijn taak als commissaris heeft vervuld.
4. De statuten moeten voorschriften
bevatten omtrent de wijze waarop in de uitoefening van de taken en
bevoegdheden voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of
belet van een of meer commissarissen. De statuten kunnen nader
bepalen wanneer er sprake is van belet.
Artikel 252a
1. Tot commissaris van een
vennootschap die op twee opeenvolgende balansdata, zonder
onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft
voldaan aan ten minste twee van de vereisten als bedoeld in
artikel 397 leden 1 en 2 kunnen niet worden benoemd: personen die
commissaris of niet uitvoerende bestuurder zijn bij vijf of meer
andere rechtspersonen. Het voorzitterschap van de raad van
commissarissen of het bestuur, indien de bestuurstaken zijn
verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, telt
dubbel.
2. Voor de toepassing van dit
artikel:
a. wordt met een commissaris
gelijkgesteld de persoon die lid is van een toezichthoudend
orgaan dat bij of krachtens de statuten van een rechtspersoon
is ingesteld;
b. telt de benoeming bij
verschillende rechtspersonen die met elkaar in een groep zijn
verbonden als één benoeming;
c. betreft de verwijzing naar
rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze vennootschap en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die op
twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op
twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten
minste twee van de vereisten als bedoeld in artikel 397 leden
1 en 2, onderscheidenlijk de stichting als bedoeld in artikel
297a lid 1;
d. wordt met commissaris in de
zin van de aanhef van lid 1 gelijkgesteld de niet uitvoerende
bestuurder, indien de bestuurstaken zijn verdeeld over
uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders;
e. geldt een tijdelijke
aanstelling overeenkomstig artikel 349a lid 2 of artikel 356
onder c niet als benoeming.
3. De nietigheid van de benoeming
op grond van de vorige leden heeft geen gevolgen voor de
rechtsgeldigheid van de besluitvorming waaraan is deelgenomen.
Artikel 253
Bij de statuten kan worden bepaald
dat een of meer commissarissen, doch ten hoogste een derde van het
gehele aantal, worden benoemd door anderen dan de algemene
vergadering of een vergadering van houders van aandelen van een
bepaalde soort of aanduiding, mits iedere aandeelhouder met
stemrecht kan deelnemen aan de besluitvorming inzake de benoeming
van ten minste één commissaris. Op een statutaire regeling als
bedoeld in de vorige zin is artikel 228 lid 4, derde volzin, van
overeenkomstige toepassing. Is de benoeming van commissarissen
geregeld overeenkomstig de artikelen 268 en 269, dan vindt de eerste
zin geen toepassing.
Artikel 254
1. Een commissaris kan worden
geschorst en ontslagen door degene die bevoegd is tot benoeming.
De statuten kunnen bepalen dat een commissaris eveneens kan worden
ontslagen door de algemene vergadering. Het voorgaande is niet van
toepassing indien artikel 271 lid 2 en lid 3, of artikel 271a van
toepassing is.
2. Het tweede en het derde lid van
artikel 244 van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 255
De algemene vergadering kan aan de
commissarissen een bezoldiging toekennen.
Artikel 256 [Vervallen per
01-01-2013]
Artikel 257
1. Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is de raad van commissarissen bevoegd iedere bestuurder
te allen tijde te schorsen.
2. De schorsing kan te allen tijde
worden opgeheven door de vergadering van aandeelhouders die
bevoegd is tot benoeming.
Artikel 258 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 259
Het bepaalde bij de artikelen 9, 241
en 248 vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
taakvervulling door de raad van commissarissen.
Artikel 260
Indien door de openbaar gemaakte
jaarrekening een misleidende voorstelling wordt gegeven van de
toestand der vennootschap, zijn de commissarissen naast de
bestuurders tegenover derden hoofdelijk aansprakelijk voor de
schade, door dezen dientengevolge geleden. De commissaris die
bewijst dat zulks niet aan een tekortkoming zijnerzijds in het
toezicht is te wijten, is niet aansprakelijk.
Artikel 261
1. Allen, commissarissen of
anderen, die, zonder deel uit te maken van het bestuur der
vennootschap, krachtens enige bepaling der statuten of krachtens
besluit der algemene vergadering, voor zekere tijd of onder zekere
omstandigheden daden van bestuur verrichten, worden te dien
aanzien, wat hun rechten en verplichtingen ten opzichte van de
vennootschap en van derden betreft, als bestuurders aangemerkt.
2. Het goedkeuren van bepaalde
bestuurshandelingen of het daartoe machtigen geldt niet als het
verrichten van daden van bestuur.
Afdeling 6. De raad van
commissarissen bij de grote besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid
Artikel 262
In deze afdeling wordt onder een
afhankelijke maatschappij verstaan:
a. een rechtspersoon waaraan de
vennootschap of een of meer afhankelijke maatschappijen alleen
of samen voor eigen rekening ten minste de helft van het
geplaatste kapitaal verschaffen,
b. een vennootschap waarvan een
onderneming in het handelsregister is ingeschreven en waarvoor
de vennootschap of een afhankelijke maatschappij als vennote
jegens derden volledig aansprakelijk is voor alle schulden.
Artikel 263
1. Een vennootschap moet, indien
het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee maanden na
de vaststelling van haar jaarrekening door de algemene vergadering
ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat zij aan de in
dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat artikel 264 lid 3 van
dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk
volgend jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan; wordt de opgaaf
doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste
jaarverslag dat na de datum van die doorhaling wordt uitgebracht.
2. De verplichting tot het doen van
opgaaf geldt, indien:
a. het geplaatste kapitaal der
vennootschap te zamen met de reserves volgens de balans met
toelichting ten minste een bij koninklijk besluit vastgesteld
grensbedrag beloopt,
b. de vennootschap of een
afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke verplichting
een ondernemingsraad heeft ingesteld, en
c. bij de vennootschap en haar
afhankelijke maatschappijen, tezamen in de regel ten minste
honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.
3. De verplichting tot het doen van
een opgaaf geldt niet voor:
a. een vennootschap die
afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de
artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met 161
en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn,
b. een vennootschap wier
werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt
tot het beheer en de financiering van groepsmaatschappijen, en
van haar en hun deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de
werknemers in dienst van de vennootschap en de
groepsmaatschappijen in meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn,
c. een vennootschap die
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als
bedoeld onder b of in artikel 153 lid 3 onder b, en aan de in
die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en rechtspersonen
diensten ten behoeve van het beheer en de financiering
verleent, en
d. een vennootschap waarin voor
ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen door
twee of meer rechtspersonen waarop de artikelen 63f tot en met
63j, de artikelen 158 tot en met 161 en 164 of de artikelen
268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn of die
afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.
4. Het in onderdeel a van lid 2
genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer
sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij
afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag
wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde bedrag
minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst vastgestelde
bedrag.
5. Onder het geplaatste kapitaal
met de reserves wordt in lid 2 onder a begrepen de gezamenlijke
verrichte en nog te verrichten inbreng van vennoten bij wijze van
geldschieting in afhankelijke maatschappijen die commanditaire
vennootschap zijn, voor zover dit niet tot dubbeltelling leidt.
Artikel 264
1. De artikelen 268-274 van dit
Boek zijn van toepassing op een vennootschap waaromtrent een
opgaaf als bedoeld in het vorige artikel gedurende drie jaren
onafgebroken is ingeschreven; deze termijn wordt geacht niet te
zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke
tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, is ongedaan
gemaakt.
2. De doorhaling van de
inschrijving op grond van de omstandigheid dat de vennootschap
niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid
van het vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de artikelen
268-274 van dit Boek slechts eindigen, indien drie jaren na de
doorhaling zijn verstreken en de vennootschap gedurende die
termijn niet opnieuw tot het doen van de opgaaf is verplicht
geweest.
3. De vennootschap brengt haar
statuten in overeenstemming met de artikelen 268-274 welke voor
haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen
krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
4. In de eerstvolgende vergadering
nadat de vennootschap waarop de artikelen 268 tot en met 274 of
268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn gaat voldoen aan de
voorwaarden bedoeld in de artikelen 263 lid 3, 264 lid 2, 265of
265a, doet het bestuur aan de algemene vergadering het voorstel in
de statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen
en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen te
regelen zonder toepassing van de artikelen 268 tot en met 274
respectievelijk de artikelen 268 tot en met 271 en 274, dan wel
het voorstel deze artikelen geheel of met uitzondering van artikel
272 te blijven toepassen. Het besluit wordt genomen met volstrekte
meerderheid van stemmen. De bevoegdheid van de algemene
vergadering tot het nemen van een besluit ter uitvoering van dit
artikel kan niet worden beperkt.
5. Uiterlijk twaalf maanden nadat
het besluit bedoeld in lid 4 is genomen, legt het bestuur aan de
algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten
voor. Indien de algemene vergadering geen besluit tot
statutenwijziging neemt, stelt de ondernemingskamer van het
gerechtshof Amsterdam op verzoek van degene die daartoe krachtens
het volgende lid bevoegd is, de statuten vast. De laatste twee
zinnen van lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Een verzoek tot vaststelling van
de statuten kan worden ingediend door een daartoe aangewezen
vertegenwoordiger van het bestuur of van de raad van
commissarissen en door degene die gerechtigd is tot agendering
ingevolge artikel 224a.
7. De ondernemingskamer regelt zo
nodig de gevolgen van de door haar genomen beslissing. De griffier
van de ondernemingskamer doet ten kantore van het handelsregister
waar de vennootschap is ingeschreven een afschrift van de
beschikking van de ondernemingskamer neerleggen.
Artikel 265
1. In afwijking van artikel 264
geldt artikel 272 niet voor een vennootschap waarin een deelneming
voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal wordt
gehouden:
a. door een rechtspersoon
waarvan de werknemers in meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn, of door afhankelijke maatschappijen daarvan
b. volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking door een aantal van zulke
rechtspersonen of maatschappijen, of
c. volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking door een of meer van zulke
rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor artikel
153 lid 3 onder a of artikel 263 lid 3 onder a geldt of waarop
de artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met
161 en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn.
2. De uitzondering volgens het
vorige lid geldt echter niet, indien de werknemers in dienst van
de vennootschap, tezamen met die in dienst van de rechtspersoon of
rechtspersonen, in meerderheid in Nederland werkzaam zijn.
3. Voor de toepassing van dit
artikel worden onder werknemers, in dienst van een rechtspersoon,
begrepen de werknemers in dienst van groepsmaatschappijen.
Artikel 265a
1. In afwijking van artikel 264
geldt artikel 272 niet voor een vennootschap waarin:
a. een natuurlijk persoon het
gehele geplaatste kapitaal verschaft of doet verschaffen, of
twee of meer natuurlijke personen volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking het gehele geplaatste kapitaal
verschaffen of doen verschaffen;
b. een stichting, een
vereniging of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 het
gehele geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaft of
doet verschaffen, of twee of meer van zulke rechtspersonen
volgens een onderlinge regeling tot samenwerking het gehele
geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaffen of doen
verschaffen.
2. Met de natuurlijke persoon
bedoeld in lid 1 worden gelijkgesteld de echtgenoot of echtgenote
en de geregistreerde partner. Eveneens worden gelijkgesteld de
bloedverwanten in rechte lijn, mits dezen binnen zes maanden na
het overlijden van de natuurlijke persoon een onderlinge regeling
tot samenwerking zijn aangegaan.
Artikel 266
Onze Minister van Justitie kan,
gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een vennootschap op haar
verzoek ontheffing verlenen van een of meer der artikelen 268-274
van dit Boek; de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en
daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden
gewijzigd en ingetrokken.
Artikel 267
1. Een vennootschap waarvoor
artikel 264 van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de
wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en
bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig
de artikelen 268-274 van dit Boek indien zij of een afhankelijke
maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de
bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn.
Zij mag daarbij artikel 272 buiten toepassing laten. De in dit lid
bedoelde regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de
ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet
langer de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van
toepassing zijn.
2. Een vennootschap waarvoor
artikel 265 of 265a geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en
ontslag van bestuurders regelen overeenkomstig artikel 272.
Artikel 268
1. De vennootschap heeft een raad
van commissarissen.
2. De raad van commissarissen
bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen
minder dan drie, dan neemt de raad onverwijld maatregelen tot
aanvulling van zijn ledental.
3. De raad van commissarissen stelt
een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening
houdend met de aard van de onderneming, haar activiteiten en de
gewenste deskundigheid en achtergrond van de commissarissen. De
raad bespreekt de profielschets voor het eerst bij vaststelling en
vervolgens bij iedere wijziging in de algemene vergadering en met
de ondernemingsraad.
4. De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 9, op voordracht van de raad van
commissarissen benoemd door de algemene vergadering, voor zover de
benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of
voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is geworden.
De voordracht is met redenen omkleed. Onverminderd het bepaalde in
artikel 270 kunnen de statuten de kring van benoembare personen
niet beperken.
5. De algemene vergadering en de
ondernemingsraad kunnen aan de raad van commissarissen personen
aanbevelen om als commissaris te worden voorgedragen. De raad
deelt hun daartoe tijdig mede wanneer, ten gevolge waarvan en
overeenkomstig welk profiel in zijn midden een plaats moet worden
vervuld. Indien voor de plaats het in lid 6 bedoelde versterkte
recht van aanbeveling geldt, doet de raad van commissarissen
daarvan eveneens mededeling. De raad van commissarissen maakt de
voordracht gelijktijdig bekend aan de algemene vergadering en aan
de ondernemingsraad. De voordracht wordt met redenen omkleed.
6. Voor een derde van het aantal
leden van de raad van commissarissen geldt dat de raad van
commissarissen een door de ondernemingsraad aanbevolen persoon op
de voordracht plaatst, tenzij de raad van commissarissen bezwaar
maakt tegen de aanbeveling op grond van de verwachting dat de
aanbevolen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling van de
taak van commissaris of dat de raad van commissarissen bij
benoeming overeenkomstig de aanbeveling niet naar behoren zal zijn
samengesteld. Indien het getal der leden van de raad van
commissarissen niet door drie deelbaar is, wordt het naastgelegen
lagere getal dat wel door drie deelbaar is in aanmerking genomen
voor de vaststelling van het aantal leden waarvoor dit versterkte
recht van aanbeveling geldt.
7. Indien de raad van
commissarissen bezwaar maakt, deelt hij de ondernemingsraad het
bezwaar onder opgave van redenen mede. De raad treedt onverwijld
in overleg met de ondernemingsraad met het oog op het bereiken van
overeenstemming over de voordracht. Indien de raad van
commissarissen constateert dat geen overeenstemming kan worden
bereikt, verzoekt een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de
raad aan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam het
bezwaar gegrond te verklaren. Het verzoek wordt niet eerder
ingediend dan nadat vier weken zijn verstreken na aanvang van het
overleg met de ondernemingsraad. De raad van commissarissen
plaatst de aanbevolen persoon op de voordracht indien de
ondernemingskamer het bezwaar ongegrond verklaart. Verklaart de
ondernemingskamer het bezwaar gegrond, dan kan de ondernemingsraad
een nieuwe aanbeveling doen overeenkomstig het bepaalde in lid 6.
8. De ondernemingskamer doet de
ondernemingsraad oproepen. Tegen de beslissing van de
ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De
ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.
9. De algemene vergadering kan bij
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal, de voordracht afwijzen. Indien de aandeelhouders bij
volstrekte meerderheid van stemmen hun steun aan de kandidaat
onthouden, maar deze meerderheid niet ten minste een derde van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigde, kan een nieuwe vergadering
worden bijeengeroepen waarin de voordracht kan worden afgewezen
met volstrekte meerderheid van stemmen. Alsdan maakt de raad van
commissarissen een nieuwe voordracht op. De leden 5 tot en met 8
zijn van toepassing. Indien de algemene vergadering de
voorgedragen persoon niet benoemt en niet besluit tot afwijzing
van de voordracht, benoemt de raad van commissarissen de
voorgedragen persoon.
10. De algemene vergadering kan de
bevoegdheid die haar volgens lid 5 toekomt voor een door haar te
bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren,
overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan zij de
leden aanwijst; in dat geval geeft de raad van commissarissen aan
de commissie de kennisgeving van lid 5. De algemene vergadering
kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken.
11. Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder de ondernemingsraad verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van de vennootschap of van de
onderneming van een afhankelijke maatschappij. Indien er meer dan
één ondernemingsraad is, worden de bevoegdheden van dit artikel
door deze raden afzonderlijk uitgeoefend; als er sprake is van een
voordracht als bedoeld in lid 6 worden de bevoegdheden van dit lid
door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken
onderneming of ondernemingen een centrale ondernemingsraad
ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de ondernemingsraad
volgens dit artikel toe aan de centrale ondernemingsraad.
12. In de statuten kan worden
afgeweken van de leden 2, 4 tot en met 7 en 9, met dien verstande
dat niet kan worden afgeweken van de eerste twee zinnen van lid 9.
Voor het besluit tot wijziging van de statuten is de voorafgaande
goedkeuring van de raad van commissarissen en de toestemming van
de ondernemingsraad vereist.
Artikel 269
1. Ontbreken alle commissarissen,
anders dan ingevolge het bepaalde in artikel 271a, dan geschiedt
de benoeming door de algemene vergadering.
2. De ondernemingsraad kan personen
voor benoeming tot commissaris aanbevelen. Degene die de algemene
vergadering van aandeelhouders bijeenroept, deelt de
ondernemingsraad daartoe tijdig mede dat de benoeming van
commissarissen onderwerp van behandeling in de algemene
vergadering zal zijn, met vermelding of benoeming van een
commissaris plaatsvindt overeenkomstig het aanbevelingsrecht van
de ondernemingsraad op grond van artikel 268 lid 6.
3. De leden 6, 7, 8, 10 en 11 van
het vorig artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 270
Commissaris kunnen niet zijn:
a. personen die in dienst zijn
van de vennootschap;
b. personen die in dienst zijn
van een afhankelijke maatschappij;
c. bestuurders en personen in
dienst van een werknemersorganisatie welke pleegt betrokken te
zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de onder
a en b bedoelde personen.
Artikel 271
1. Een commissaris treedt uiterlijk
af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is
geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag
van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier
jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is
gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het
gerechtshof Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een
commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens
andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der
omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris
redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het
verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze
vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een
daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering
of van de ondernemingsraad, bedoeld in lid 11 van artikel 268. De
leden 10 en 11 van artikel 268zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een commissaris kan worden
geschorst door de raad van commissarissen; de schorsing vervalt
van rechtswege, indien de vennootschap niet binnen een maand na de
aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in het vorige lid
bij de ondernemingskamer heeft ingediend.
Artikel 271a
1. De algemene vergadering kan bij
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal, het vertrouwen in de raad van commissarissen opzeggen.
Het besluit is met redenen omkleed. Het besluit kan niet worden
genomen ten aanzien van commissarissen die zijn aangesteld door de
ondernemingskamer overeenkomstig lid 3.
2. Een besluit als bedoeld in lid 1
wordt niet genomen dan nadat het bestuur de ondernemingsraad van
het voorstel voor het besluit en de gronden daartoe in kennis
heeft gesteld. De kennisgeving geschiedt ten minste 30 dagen voor
de algemene vergadering waarin het voorstel wordt behandeld.
Indien de ondernemingsraad een standpunt over het voorstel
bepaalt, stelt het bestuur de raad van commissarissen en de
algemene vergadering van dit standpunt op de hoogte. De
ondernemingsraad kan zijn standpunt in de algemene vergadering
doen toelichten.
3. Het besluit bedoeld in lid 1
heeft het onmiddellijk ontslag van de leden van de raad van
commissarissen tot gevolg. Alsdan verzoekt het bestuur onverwijld
aan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam tijdelijk
een of meer commissarissen aan te stellen. De ondernemingskamer
regelt de gevolgen van de aanstelling.
4. De raad van commissarissen
bevordert dat binnen een door de ondernemingskamer vastgestelde
termijn een nieuwe raad wordt samengesteld met inachtneming
vanartikel 268.
Artikel 272
De raad van commissarissen benoemt de
bestuurders der vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door enige
bindende voordracht worden beperkt. Hij geeft de algemene
vergadering kennis van een voorgenomen benoeming van een bestuurder
der vennootschap; hij ontslaat een bestuurder niet dan nadat de
algemene vergadering over het voorgenomen ontslag is gehoord. Het
tiende lid van artikel 268 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 273 [Vervallen per
01-10-2004]
Artikel 274
1. Aan de goedkeuring van de raad
van commissarissen zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent:
a. uitgifte en verkrijging van
aandelen in en schuldbrieven ten laste van de vennootschap of
van schuldbrieven ten laste van een commanditaire vennootschap
of vennootschap onder firma waarvan de vennootschap volledig
aansprakelijke vennote is;
b. medewerking aan de uitgifte
van certificaten op naam van aandelen;
c. het aanvragen van toelating
van de onder a en b bedoelde schuldbrieven onderscheidenlijk
certificaten tot de handel op een gereglementeerde markt of
een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel
1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is dan
wel het aanvragen van een intrekking van zodanige toelating;
d. het aangaan of verbreken van
duurzame samenwerking van de vennootschap of een afhankelijke
maatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan
wel als volledig aansprakelijke vennote in een commanditaire
vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze
samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor
de vennootschap;
e. het nemen van een deelneming
ter waarde van ten minste een vierde van het bedrag van het
geplaatste kapitaal met de reserves volgens de balans met
toelichting van de vennootschap, door haar of een afhankelijke
maatschappij in het kapitaal van een andere vennootschap,
alsmede het ingrijpend vergroten of verminderen van zulk een
deelneming;
f. investeringen welke een
bedrag gelijk aan ten minste een vierde gedeelte van het
geplaatste kapitaal met de reserves der vennootschap volgens
haar balans met toelichting vereisen;
g. een voorstel tot wijziging
van de statuten;
h. een voorstel tot ontbinding
van de vennootschap;
i. aangifte van faillissement
en aanvraag van surséance van betaling;
j. beëindiging van de
arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van
de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij
tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende wijziging in de
arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij;
l. een voorstel tot
vermindering van het geplaatste kapitaal.
2. Het ontbreken van goedkeuring
van de raad van commissarissen op een besluit als bedoeld in lid 1
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of
bestuurders niet aan.
Artikel 274a
1. In afwijking van artikel 268 lid
1 kan toepassing worden gegeven aanartikel 239a. In dat geval is
het bepaalde ten aanzien van de raad van commissarissen
onderscheidenlijk de commissarissen in artikel 268 leden 2 tot en
met 12, 269, 270, 271 en 271a van overeenkomstige toepassing op de
niet uitvoerende bestuurders van de vennootschap.
2. Indien toepassing is gegeven aan
artikel 239a, benoemen de niet uitvoerende bestuurders de
uitvoerende bestuurders van de vennootschap; deze bevoegdheid kan
niet door enige bindende voordracht worden beperkt.Artikel 272,
tweede en derde zin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Van de toepassing van artikel
239a lid 3 zijn uitgesloten de besluiten van het bestuur in de zin
van artikel 274.
4. Indien toepassing is gegeven aan
artikel 239a lid 1 vereisen de besluiten in de zin van artikel 274
lid 1 de goedkeuring van de meerderheid van de niet uitvoerende
bestuurders van de vennootschap. Het ontbreken van de goedkeuring
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders
niet aan.
Artikel 275 [Vervallen per
01-04-1987]
Afdeling 7. Evenwichtige verdeling
van de zetels over vrouwen en mannen
Artikel 276
1. Bij een evenwichtige verdeling
van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen wordt
ten minste 30% van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30%
door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over
natuurlijke personen.
2. In een vennootschap, die niet
voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in artikel
397 lid 1, wordt ten behoeve van een evenwichtige verdeling van de
zetels van het bestuur en de raad van commissarissen, voor zover
deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen, zoveel
mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling over
vrouwen en mannen bij:
a. het benoemen en het
voordragen van bestuurders als bedoeld in de artikelen 242 lid
1, 243 en272;
b. het opstellen van een
profielschets voor de omvang en samenstelling van de raad van
commissarissen alsmede bij het aanwijzen, benoemen, aanbevelen
en voordragen van commissarissen als bedoeld in de artikelen
252 lid 1 tot en met 3, 268 leden 3 tot en met 6 en lid 9, en
artikel 269;
c. het opstellen van een
profielschets voor de niet uitvoerende bestuurders alsmede bij
het voordragen, benoemen en aanbevelen van niet uitvoerende
bestuurders als bedoeld in artikel 274a lid 1 en 2.
3. Het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing op een besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid die tot bestuurder is benoemd in:
a. een naamloze vennootschap of
een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die
niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in
artikel 397 lid 1; of
b. een naamloze vennootschap of
een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die
tot bestuurder is benoemd in een naamloze vennootschap of een
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die niet
voldoet aan ten minste twee van de vereisten genoemd in
artikel 397 lid 1.
Artikel 277 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 278 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 279 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 280 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 281 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 282 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 283 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 284 [Vervallen per
01-01-1992]
Afdeling 8 [Vervallen per 01-01-2013]
Artikel 284a [Vervallen per
01-01-2013]
Titel 6. Stichtingen
Artikel 285
1. Een stichting is een door een
rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon, welke geen
leden kent en beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen
een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken.
2. Indien de statuten een of meer
personen de bevoegdheid geven in de vervulling van ledige plaatsen
in organen van de stichting te voorzien, wordt zij niet uit dien
hoofde aangemerkt leden te kennen.
3. Het doel van de stichting mag
niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen
die deel uitmaken van haar organen noch ook aan anderen, tenzij
wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale
strekking hebben.
Artikel 286
1. Een stichting moet worden
opgericht bij notariële akte.
2. De akte moet worden verleden in
de Nederlandse taal. Indien de stichting haar zetel heeft in de
provincie Fryslân kan de akte in de Friese taal worden verleden.
Een volmacht tot medewerking aan de akte moet schriftelijk zijn
verleend. De stichting kan worden opgericht door een uiterste
wilsbeschikking, gemaakt bij een notariële akte die in een
vreemde taal is verleden; de statuten van de stichting moeten ook
dan in de Nederlandse of Friese taal luiden.
3. De akte bevat de statuten van de
stichting.
4. De statuten moeten inhouden:
a. de naam der stichting, met
het woord stichting als deel van de naam;
b. het doel der stichting;
c. de wijze van benoeming en
ontslag der bestuurders;
d. de gemeente in Nederland
waar zij haar zetel heeft;
e. de bestemming van het
overschot na vereffening van de stichting in geval van
ontbinding, of de wijze waarop de bestemming zal worden
vastgesteld.
5. De notaris, ten overstaan van
wie de akte is verleden, draagt zorg dat de statuten bevatten
hetgeen in de leden 2-4 is genoemd. Bij verzuim is hij persoonlijk
jegens hen die daardoor schade hebben geleden, aansprakelijk.
Artikel 287
Bij gebreke van een aanwijzing van
een zetel in de statuten, heeft de stichting haar zetel in de
gemeente, waar de notaris voor wie de akte is verleden, ten tijde
van het passeren der akte zijn standplaats had.
Artikel 288 [Vervallen per
01-01-2003]
Artikel 289
1. De bestuurders zijn verplicht de
stichting benevens de naam, de voornamen en de woonplaats of
laatste woonplaats van de oprichter of oprichters te doen
inschrijven in het handelsregister en een authentiek afschrift dan
wel een authentiek uittreksel van de akte van oprichting
bevattende de statuten, ten kantore van dat register neer te
leggen.
2. Zolang de opgave ter eerste
inschrijving en nederlegging niet zijn geschied, is iedere
bestuurder voor een rechtshandeling, waardoor hij de stichting
verbindt, naast de stichting hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 290 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 291
1. Behoudens beperkingen volgens de
statuten is het bestuur belast met het besturen van de stichting.
2. Slechts indien dit uit de
statuten voortvloeit, is het bestuur bevoegd te besluiten tot het
aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en
bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van
overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich
tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De
statuten kunnen deze bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden
binden. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede
voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de stichting ter
zake van deze handelingen, tenzij de statuten anders bepalen.
Artikel 292
1. Het bestuur vertegenwoordigt de
stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. De statuten kunnen de
bevoegdheid tot vertegenwoordiging bovendien toekennen aan een of
meer bestuurders. Zij kunnen bepalen dat een bestuurder de
stichting slechts met medewerking van een of meer anderen mag
vertegenwoordigen.
3. Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder
toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet
niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de stichting worden
ingeroepen.
4. De statuten kunnen ook aan
andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 293
De statuten van de stichting kunnen
door haar organen slechts worden gewijzigd, indien de statuten
daartoe de mogelijkheid openen. De wijziging moet op straffe van
nietigheid bij notariële akte tot stand komen. De bestuurders zijn
verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde
statuten neer te leggen ten kantore van het in artikel 289 van dit
Boek bedoelde register.
Artikel 294
1. Indien ongewijzigde handhaving
van de statuten zou leiden tot gevolgen, die bij de oprichting
redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild, en de statuten de
mogelijkheid van wijziging niet voorzien of zij die tot wijziging
de bevoegdheid hebben, zulks nalaten, kan de rechtbank op verzoek
van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie de
statuten wijzigen.
2. De rechtbank wijkt daarbij zo
min mogelijk van de bestaande statuten af; indien wijziging van
het doel noodzakelijk is, wijst zij een doel aan dat aan het
bestaande verwant is. Met inachtneming van het vorenstaande is de
rechtbank bevoegd, zo nodig, de statuten op andere wijze te
wijzigen dan is verzocht.
3. Met overeenkomstige toepassing
van de beide vorige leden kan de rechtbank de statuten wijzigen om
ontbinding van de stichting op een grond als vermeld in artikel 21
of artikel 301 lid 1 onder a te voorkomen.
Artikel 295
Een besluit tot wijziging van de
statuten kan te allen tijde op verzoek van de stichting, van een
belanghebbende of van het openbaar ministerie door de rechtbank
worden vernietigd, indien de wijziging tot gevolg heeft dat de
stichting kan worden ontbonden op een grond als bedoeld in de
artikelen 21 of 301 lid 1, en die wijziging niet tot omzetting
leidt. Overigens zijn artikel 15 leden 3 en 4 en artikel 16 van
toepassing.
Artikel 296
In een geding, waarin ontbinding van
een stichting op een grond als vermeld in artikel 21 of 301 lid 1
onder a wordt verzocht, kan de rechtbank de bevoegdheden in de beide
voorgaande artikelen genoemd, ambtshalve uitoefenen.
Artikel 297
1. Het openbaar ministerie bij de
rechtbank is, bij ernstige twijfel of de wet of de statuten te
goeder trouw worden nageleefd, dan wel het bestuur naar behoren
wordt gevoerd, bevoegd aan het bestuur inlichtingen te verzoeken.
2. Bij niet- of niet-behoorlijke
voldoening aan het verzoek kan de voorzieningenrechter van de
rechtbank, desverzocht, bevelen dat aan het openbaar ministerie de
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting voor
raadpleging beschikbaar worden gesteld en de waarden der stichting
worden getoond. Tegen de beschikking van de voorzieningenrechter
staat geen hoger beroep of cassatie open.
Artikel 297a
1. Dit artikel is van toepassing op
de stichting die:
a. bij of krachtens de wet
verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die
gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in
titel 9; en
b. op twee opeenvolgende
balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende
balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de
vereisten als bedoeld in artikel 397 leden 1 en 2.
Artikel 398 lid 5 is van
toepassing. Voor de toepassing van artikel 397 lid 1, onderdeel b,
wordt in plaats van de netto-omzet gelezen het totaal van de
bedrijfsopbrengsten onderscheidenlijk het totaal van de baten voor
zover de stichting deze bij of krachtens bijzondere wetgeving
opneemt in de financiële verantwoording.
2. Tot bestuurder van een stichting
als bedoeld in lid 1 kunnen niet worden benoemd:
a. personen die commissaris of,
indien de bestuurstaken bij een rechtspersoon zijn verdeeld
over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, niet
uitvoerende bestuurder zijn bij meer dan twee rechtspersonen;
b. personen die voorzitter zijn
van de raad van commissarissen van een rechtspersoon of van
het bestuur van een rechtspersoon indien de bestuurstaken zijn
verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders.
3. Voor de toepassing van dit
artikel:
a. wordt met een commissaris
gelijkgesteld de persoon die lid is van een toezichthoudend
orgaan dat bij of krachtens de statuten van een rechtspersoon
is ingesteld;
b. telt de benoeming bij
verschillende rechtspersonen die met elkaar in een groep zijn
verbonden als één benoeming;
c. betreft de verwijzing naar
rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze vennootschap en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die op
twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op
twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten
minste twee van de vereisten als bedoeld in artikel 397 leden
1 en 2, onderscheidenlijk de stichting als bedoeld in artikel
297a lid 1;
d. geldt een tijdelijke
aanstelling overeenkomstig artikel 349a lid 2 of artikel 356
onder c niet als benoeming.
4. De nietigheid van de benoeming
op grond van de vorige leden heeft geen gevolgen voor de
rechtsgeldigheid van de besluitvorming waaraan is deelgenomen.
Artikel 297b
1. Indien een toezichthoudend
orgaan is ingesteld bij een stichting als bedoeld in artikel 297a
lid 1, kunnen in dat orgaan niet worden benoemd: personen die
commissaris of niet uitvoerende bestuurder zijn bij vijf of meer
andere rechtspersonen. Het voorzitterschap van de raad van
commissarissen of het bestuur, indien de bestuurstaken zijn
verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, telt
dubbel.
2. Voor de toepassing van dit
artikel:
a. wordt met een commissaris
gelijkgesteld de persoon die lid is van een toezichthoudend
orgaan dat bij of krachtens de statuten van een rechtspersoon
is ingesteld;
b. telt de benoeming bij
verschillende rechtspersonen die met elkaar in een groep zijn
verbonden als één benoeming;
c. betreft de verwijzing naar
rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze vennootschap en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die op
twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op
twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten
minste twee van de vereisten als bedoeld in artikel 397 leden
1 en 2, onderscheidenlijk de stichting als bedoeld in artikel
297a lid 1;
d. geldt een tijdelijke
aanstelling overeenkomstig artikel 349a lid 2 of artikel 356
onder c niet als benoeming.
3. De nietigheid van de benoeming
op grond van de vorige leden heeft geen gevolgen voor de
rechtsgeldigheid van de besluitvorming waaraan is deelgenomen.
Artikel 298
1. Een bestuurder die:
a. iets doet of nalaat in
strijd met de bepalingen van de wet of van de statuten, dan
wel zich schuldig maakt aan wanbeheer, of
b. niet of niet behoorlijk
voldoet aan een door de voorzieningenrechter van de rechtbank,
ingevolge artikel 297, gegeven bevel, kan door de rechtbank
worden ontslagen. Dit kan geschieden op verzoek van het
openbaar ministerie of iedere belanghebbende.
2. De rechtbank kan, hangende het
onderzoek, voorlopige voorzieningen in het bestuur treffen en de
bestuurder schorsen.
3. Een door de rechtbank ontslagen
bestuurder kan gedurende vijf jaar na het ontslag geen bestuurder
van een stichting worden.
Artikel 299
Telkens wanneer het door de statuten
voorgeschreven bestuur geheel of gedeeltelijk ontbreekt en daarin
niet overeenkomstig de statuten wordt voorzien, kan de rechtbank, op
verzoek van iedere belanghebbende of het openbaar ministerie in de
vervulling van de ledige plaats voorzien. De rechtbank neemt daarbij
zoveel mogelijk de statuten in acht.
Artikel 299a
Een stichting die een of meer
ondernemingen in stand houdt welke ingevolge de wet in het
handelsregister moeten worden ingeschreven, vermeldt bij de staat
van baten en lasten de netto-omzet van deze ondernemingen.
Artikel 300
1. Jaarlijks binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar van een stichting als bedoeld in artikel
360 lid 3, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste
vijf maanden door het in lid 3 bedoelde orgaan op grond van
bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op
en legt het deze voor hen die deel uitmaken van het in lid 3
bedoelde orgaan ter inzage ten kantore van de stichting. Binnen
deze termijn legt het bestuur ook de krachtens artikel 392 lid 1
toe te voegen gegevens ter inzage voor hen die deel uitmaken van
het in lid 3 bedoelde orgaan en het jaarverslag, tenzij artikel
396 lid 7 voor zover het betreft het jaarverslag, of artikel 403
voor de stichting gelden. Zij die deel uitmaken van het in lid 3
bedoelde orgaan kunnen kosteloos een afschrift van deze stukken
verkrijgen.
2. De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door hen die deel uitmaken van
het toezicht houdende orgaan; ontbreekt de ondertekening van een
of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding
gemaakt.
3. De jaarrekening wordt uiterlijk
een maand na afloop van de termijn vastgesteld door het daartoe
volgens de statuten bevoegde orgaan. Indien de statuten deze
bevoegdheid niet aan enig orgaan verlenen, komt deze bevoegdheid
toe aan het toezicht houdende orgaan en bij gebreke daarvan aan
het bestuur.
4. Een stichting als bedoeld in
artikel 360 lid 3 mag ten laste van de door de wet voorgeschreven
reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat.
5. Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening. Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene
wet bestuursrecht is van toepassing op deze verzoeken tot
ontheffing.
Artikel 300a
De artikelen 131, 138, 139, 149 en
150 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van faillissement
van een stichting die aan de heffing van vennootschapsbelasting is
onderworpen.
Artikel 301
1. De rechtbank ontbindt de
stichting op verzoek van een belanghebbende of het openbaar
ministerie, indien:
a. het vermogen van de
stichting ten enenmale onvoldoende is voor de verwezenlijking
van haar doel, en de mogelijkheid dat een voldoend vermogen
door bijdragen of op andere wijze in afzienbare tijd zal
worden verkregen, in hoge mate onwaarschijnlijk is;
b. het doel der stichting is
bereikt of niet meer kan worden bereikt, en wijziging van het
doel niet in aanmerking komt.
2. De rechtbank kan ook ambtshalve
de stichting ontbinden tegelijk met de afwijzing van een verzoek
als bedoeld in artikel 294.
Artikel 302
In kracht van gewijsde gegane
rechterlijke uitspraken, inhoudende:
doorhaling, aanvulling of wijziging
van het in het register ingeschrevene,
wijziging van de statuten van de
stichting,
wijziging van of voorziening in het
bestuur, of
vernietiging van een besluit tot
wijziging van de statuten,
worden door de zorg van de griffier
van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was
ingeschreven in het in artikel 289 van dit Boek genoemde register.
Artikel 303
In geval van faillissement of
surséance van betaling van een stichting worden de aankondigingen
welke krachtens de Faillissementswet in de Staatscourant worden
opgenomen, door hem die met de openbaarmaking is belast, mede ter
inschrijving in het register, bedoeld in artikel 289 van dit Boek,
opgegeven.
Artikel 304
1. De deelnemers aan een
pensioenfonds of aan een fonds als bedoeld in artikel 631, lid 3,
onder c, van Boek 7, worden voor de toepassing van artikel 285 van
dit Boek niet beschouwd als leden van een stichting die als een
zodanig fonds werkzaam is.
2. Voor de toepassing van artikel
285 lid 3 van dit Boek gelden als uitkeringen aan oprichters van
zulk een stichting of aan hen die deel uitmaken van haar organen,
niet de uitkeringen die voortvloeien uit een recht op pensioen of
uit een aanspraak krachtens een arbeidsovereenkomst waarin een
beding als bedoeld in artikel 631, lid 3, onder c, van Boek 7, is
opgenomen.
Artikel 305 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 306 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 307 [Vervallen per
01-01-1984]
Titel 7. Fusie en splitsing
Afdeling 1. Algemene bepaling
Artikel 308
1. De bepalingen van deze titel
zijn van toepassing op de vereniging, de coöperatie, de
onderlinge waarborgmaatschappij, de stichting, de naamloze
vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid.
2. Zij zijn niet van toepassing op
verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid en op verenigingen
van appartementseigenaars.
3. Deze titel is voorts van
toepassing op een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid of een Europese coöperatieve
vennootschap die fuseert met een kapitaalvennootschap of
coöperatieve vennootschap naar het recht van een andere lidstaat
van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.
Afdeling 2. Algemene bepalingen
omtrent fusies
Artikel 309
Fusie is de rechtshandeling van twee
of meer rechtspersonen waarbij een van deze het vermogen van de
andere onder algemene titel verkrijgt of waarbij een nieuwe
rechtspersoon die bij deze rechtshandeling door hen samen wordt
opgericht, hun vermogen onder algemene titel verkrijgt.
Artikel 310
1. Rechtspersonen kunnen fuseren
met rechtspersonen die de zelfde rechtsvorm hebben.
2. Wordt de verkrijgende
rechtspersoon nieuw opgericht, dan moet hij de rechtsvorm hebben
van de fuserende rechtspersonen.
3. Voor de toepassing van dit
artikel worden de naamloze en de besloten vennootschap als
rechtspersonen met de zelfde rechtsvorm aangemerkt.
4. Een verkrijgende vereniging,
coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of stichting kan ook
fuseren met een naamloze of besloten vennootschap waarvan zij alle
aandelen houdt. Een verkrijgende stichting, naamloze of besloten
vennootschap kan ook fuseren met een vereniging, coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij waarvan zij het enige lid is.
5. Een ontbonden rechtspersoon mag
niet fuseren, indien reeds uit hoofde van de vereffening een
uitkering is gedaan.
6. Een rechtspersoon mag niet
fuseren gedurende faillissement of surséance van betaling.
Artikel 311
1. Met uitzondering van de
verkrijgende rechtspersoon houden de fuserende rechtspersonen door
het van kracht worden van de fusie op te bestaan.
2. De leden of aandeelhouders van
de verdwijnende rechtspersonen worden door de fusie lid of
aandeelhouder van de verkrijgende rechtspersoon, uitgezonderd in
de gevallen van de artikelen 310 lid 4, 325 lid 4, 330a, 333, 333a
of 333h lid 3, of wanneer krachtens de ruilverhouding van de
aandelen zelfs geen recht bestaat op een enkel aandeel.
Artikel 312
1. De besturen van de te fuseren
rechtspersonen stellen een voorstel tot fusie op.
2. Dit voorstel vermeldt ten
minste:
a. de rechtsvorm, naam en zetel
van de te fuseren rechtspersonen;
b. de statuten van de
verkrijgende rechtspersoon zoals die luiden en zoals zij na de
fusie zullen luiden of, indien de verkrijgende rechtspersoon
nieuw wordt opgericht, het ontwerp van de akte van oprichting;
c. welke rechten of
vergoedingen ingevolge artikel 320 ten laste van de
verkrijgende rechtspersoon worden toegekend aan degenen die
anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben
jegens de verdwijnende rechtspersonen, zoals rechten op een
uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, en met
ingang van welk tijdstip;
d. welke voordelen in verband
met de fusie worden toegekend aan een bestuurder of
commissaris van een te fuseren rechtspersoon of aan een ander
die bij de fusie is betrokken;
e. de voornemens over de
samenstelling na de fusie van het bestuur en, als er een raad
van commissarissen zal zijn, van die raad;
f. voor elk van de verdwijnende
rechtspersonen het tijdstip met ingang waarvan financiële
gegevens zullen worden verantwoord in de jaarrekening of
andere financiële verantwoording van de verkrijgende
rechtspersoon;
g. de voorgenomen maatregelen
in verband met de overgang van het lidmaatschap of
aandeelhouderschap van de verdwijnende rechtspersonen;
h. de voornemens omtrent
voortzetting of beëindiging van werkzaamheden;
i. wie in voorkomend geval het
besluit tot fusie moeten goedkeuren.
3. Het voorstel tot fusie wordt
ondertekend door de bestuurders van elke te fuseren rechtspersoon;
ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
4. Tenzij alle fuserende
rechtspersonen verenigingen of stichtingen zijn, moet het voorstel
tot fusie zijn goedgekeurd door de raden van commissarissen en
wordt het door de commissarissen mede ondertekend; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van redenen melding gemaakt. Voorts vermeldt het voorstel
de invloed van de fusie op de grootte van de goodwill en de
uitkeerbare reserves van de verkrijgende rechtspersoon.
Artikel 313
1. In een schriftelijke toelichting
geeft het bestuur van elke te fuseren rechtspersoon de redenen
voor de fusie met een uiteenzetting over de verwachte gevolgen
voor de werkzaamheden en een toelichting uit juridisch, economisch
en sociaal oogpunt.
2. Indien het laatste boekjaar van
de rechtspersoon, waarover een jaarrekening of andere financiële
verantwoording is vastgesteld, meer dan zes maanden voor de
nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot fusie is
verstreken, maakt het bestuur een jaarrekening of tussentijdse
vermogensopstelling op. Deze heeft betrekking op de stand van het
vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde maand voor de
maand waarin zij wordt neergelegd. De vermogensopstelling wordt
opgemaakt met inachtneming van de indeling en de
waarderingsmethoden die in de laatst vastgestelde jaarrekening of
andere financiële verantwoording zijn toegepast, tenzij daarvan
gemotiveerd wordt afgeweken op de grond dat de aktuele waarde
belangrijk afwijkt van de boekwaarde. In de vermogensopstelling
worden de krachtens de wet of de statuten te reserveren bedragen
opgenomen.
3. In de gevallen van de artikelen
310 lid 4 en 333 is geen toelichting vereist voor de verdwijnende
rechtspersoon, tenzij anderen dan de verkrijgende rechtspersoon
een bijzonder recht jegens de verdwijnende rechtspersoon hebben,
zoals een recht op uitkering van winst of tot het nemen van
aandelen.
4. Lid 1 blijft buiten toepassing
indien de leden of aandeelhouders van de fuserende rechtspersonen
daarmee instemmen.
5. Lid 2 blijft buiten toepassing
indien een rechtspersoon voldoet aan de vereisten met betrekking
tot de halfjaarlijkse financiële verslaggeving genoemd in artikel
5:25d van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 313a [Vervallen per
08-06-1987]
Artikel 314
1. Elke te fuseren rechtspersoon
legt ten kantore van het handelsregister neer of maakt langs
elektronische weg bij het handelsregister openbaar:
a. het voorstel tot fusie,
b. de laatste drie vastgestelde
jaarrekeningen of andere financiële verantwoordingen van de
te fuseren rechtspersonen, met de accountantsverklaring
daarbij, voor zover deze stukken ter inzage liggen of moeten
liggen,
c. de jaarverslagen van de te
fuseren rechtspersonen over de laatste drie afgesloten jaren,
voor zover deze ter inzage liggen of moeten liggen,
d. tussentijdse
vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen,
voor zover vereist ingevolge artikel 313 lid 2 en voor zover
de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen.
2. Tegelijkertijd legt het bestuur
de stukken, met inbegrip van jaarrekeningen en jaarverslagen die
niet ter openbare inzage hoeven te liggen, samen met de
toelichtingen van de besturen op het voorstel neer ten kantore van
de rechtspersoon of, bij gebreke van een kantoor, aan de
woonplaats van een bestuurder, of maakt deze langs elektronische
weg toegankelijk. De stukken liggen tot het tijdstip van de fusie,
en op het adres van de verkrijgende rechtspersoon
onderscheidenlijk van een bestuurder daarvan nog zes maanden
nadien, ter inzage of zijn elektronisch toegankelijk, voor de
leden of aandeelhouders en voor hen die een bijzonder recht jegens
de rechtspersoon hebben, zoals een recht op een uitkering van
winst of tot het nemen van aandelen. In dit tijdvak kunnen zij
kosteloos een afschrift daarvan verkrijgen. Een afschrift mag
elektronisch worden verstrekt als een lid of aandeelhouder daarmee
heeft ingestemd. De rechtspersoon is niet gehouden om afschriften
te verstrekken in het geval dat leden of aandeelhouders de
mogelijkheid hebben om een elektronisch afschrift van de stukken
op te slaan.
3. De te fuseren rechtspersonen
kondigen in een landelijk verspreid dagblad aan dat de stukken
zijn neergelegd of raadpleegbaar zijn, met opgave van de openbare
registers waar zij liggen of elektronisch toegankelijk zijn en van
het adres waar zij krachtens lid 2 ter inzage liggen of
elektronisch toegankelijk zijn.
4. Indien de ondernemingsraad of
medezeggenschapsraad van een te fuseren rechtspersoon of een
vereniging van werknemers die werknemers van de rechtspersoon of
van een dochtermaatschappij onder haar leden telt, schriftelijk
een advies of opmerkingen indient, worden deze tegelijk met het
voorstel tot fusie of onmiddellijk na ontvangst, neergelegd op het
adres bedoeld in lid 2. De tweede tot en met de vijfde zin van lid
2 zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de besturen van de te
fuseren rechtspersonen het voorstel tot fusie wijzigen, zijn de
leden 1-4 van overeenkomstige toepassing.
6. De leden 2 en 4 gelden niet voor
stichtingen.
Artikel 315
1. Het bestuur van elke te fuseren
rechtspersoon is verplicht de algemene vergadering en de andere te
fuseren rechtspersonen in te lichten over na het voorstel tot
fusie gebleken belangrijke wijzigingen in de activa en de passiva
die de mededelingen in het voorstel tot fusie of in de toelichting
hebben beïnvloed.
2. Voor een stichting geldt deze
verplichting jegens degenen die blijkens de statuten de fusie
moeten goedkeuren.
3. Lid 1 blijft buiten toepassing
indien de leden of aandeelhouders van de fuserende rechtspersonen
daarmee instemmen.
Artikel 316
1. Ten minste een van de te fuseren
rechtspersonen moet, op straffe van gegrondverklaring van een
verzet als bedoeld in het volgende lid, voor iedere schuldeiser
van deze rechtspersonen die dit verlangt zekerheid stellen of hem
een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering.
Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende waarborgen heeft
of de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de
fusie niet minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden
voldaan, dan er voordien is.
2. Tot een maand nadat alle te
fuseren rechtspersonen de nederlegging of openbaarmaking van het
voorstel tot fusie hebben aangekondigd kan iedere schuldeiser door
een verzoekschrift aan de rechtbank tegen het voorstel tot fusie
in verzet komen met vermelding van de waarborg die wordt verlangd.
De rechtbank wijst het verzoek af, indien de verzoeker niet
aannemelijk heeft gemaakt dat de vermogenstoestand van de
verkrijgende rechtspersoon na de fusie minder waarborg zal bieden
dat de vordering zal worden voldaan, en dat van de rechtspersoon
niet voldoende waarborgen zijn verkregen.
3. Voordat de rechter beslist, kan
hij de rechtspersonen in de gelegenheid stellen binnen een door
hem gestelde termijn een door hem omschreven waarborg te geven.
4. Indien tijdig verzet is gedaan,
mag de akte van fusie eerst worden verleden, zodra het verzet is
ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar is.
5. Indien de akte van fusie al is
verleden, kan de rechter op een ingesteld rechtsmiddel het stellen
van een door hem omschreven waarborg bevelen en daaraan een
dwangsom verbinden.
Artikel 317
1. Het besluit tot fusie wordt
genomen door de algemene vergadering; in een stichting wordt het
besluit genomen door degene die de statuten mag wijzigen of, als
geen ander dat mag, door het bestuur. Het besluit mag niet
afwijken van het voorstel tot fusie.
2. Een besluit tot fusie kan eerst
worden genomen na verloop van een maand na de dag waarop alle
fuserende rechtspersonen de nederlegging of openbaarmaking van het
voorstel tot fusie hebben aangekondigd.
3. Een besluit tot fusie wordt
genomen op dezelfde wijze als een besluit tot wijziging van de
statuten. Vereist de wet voor een besluit tot statutenwijziging de
instemming van alle aandeelhouders of bepaalde aandeelhouders, dan
geldt dit ook voor het besluit tot fusie. Vereisen de statuten
hiervoor goedkeuring, dan geldt dit ook voor het besluit tot
fusie. Vereisen de statuten voor de wijziging van afzonderlijke
bepalingen verschillende meerderheden, dan is voor een besluit tot
fusie de grootste daarvan vereist, en sluiten de statuten
wijziging van bepalingen uit, dan zijn de stemmen van alle
stemgerechtigde leden of aandeelhouders vereist; een en ander
tenzij die bepalingen na de fusie onverminderd zullen gelden.
4. Lid 3 geldt niet, voor zover de
statuten een andere regeling voor besluiten tot fusie geven.
5. Een besluit tot fusie van een
stichting behoeft de goedkeuring van de rechtbank, tenzij de
statuten het mogelijk maken alle bepalingen daarvan te wijzigen.
De rechtbank wijst het verzoek af, indien er gegronde redenen zijn
om aan te nemen dat de fusie strijdig is met het belang van de
stichting.
6. Indien het een fusie van een
rechtspersoon betreft die beleggingsinstelling is als bedoeld in
de Wet op het financieel toezicht waarvan het doel is de
collectieve belegging van uit het publiek aangetrokken kapitaal
met toepassing van het beginsel van risicospreiding en waarvan de
rechten van deelneming ten laste van de activa van de
beleggingsinstelling op verzoek van de houders direct of indirect
worden ingekocht of terugbetaald, mogen de statuten voor het
besluit tot fusie niet meer dan drie vierden van de uitgebrachte
stemmen vereisen. Met inkopen of terugbetalingen als bedoeld in de
eerste zin wordt gelijkgesteld ieder handelen van een dergelijke
beleggingsinstelling om te voorkomen dat de waarde van haar
deelnemingsrechten ter beurze aanzienlijk afwijkt van de
intrinsieke waarde.
Artikel 317a [Vervallen per
08-06-1987]
Artikel 318
1. De fusie geschiedt bij
notariële akte en wordt van kracht met ingang van de dag na die
waarop de akte is verleden. De akte mag slechts worden verleden
binnen zes maanden na de aankondiging van de nederlegging of
openbaarmaking van het voorstel of, indien dit als gevolg van
gedaan verzet niet mag, binnen een maand na intrekking of nadat de
opheffing van het verzet uitvoerbaar is geworden.
2. Aan de voet van de akte
verklaart de notaris dat hem is gebleken dat de vormvoorschriften
in acht zijn genomen voor alle besluiten die deze en de volgende
afdeling en de statuten voor het totstandkomen van de fusie
vereisten en dat voor het overige de daarvoor in deze en de
volgende afdeling en in de statuten gegeven voorschriften zijn
nageleefd.
3. De verkrijgende rechtspersoon
doet de fusie binnen acht dagen na het verlijden inschrijven in
het handelsregister waar elke gefuseerde rechtspersoon en hijzelf
staan ingeschreven, naar gelang van elks inschrijfplicht. Daarbij
wordt een afschrift van de akte van fusie met de notariële
verklaring aan de voet daarvan ten kantore van elk register
neergelegd.
4. De verkrijgende rechtspersoon
doet binnen een maand opgave van de fusie aan de beheerders van
andere openbare registers waarin overgang van rechten of de fusie
kan worden ingeschreven. Gaat door de fusie een registergoed op de
verkrijgende rechtspersoon over, dan is deze verplicht binnen deze
termijn aan de bewaarder van de openbare registers, bedoeld in
afdeling 2 van titel 1 van Boek 3, de voor de inschrijving van de
fusie vereiste stukken aan te bieden.
Artikel 319
1. Pandrecht en vruchtgebruik op
een recht van lidmaatschap of op aandelen van de verdwijnende
rechtspersonen gaan over op hetgeen daarvoor in de plaats treedt.
2. Rust het pandrecht of
vruchtgebruik op een recht van lidmaatschap of op aandelen
waarvoor niets in de plaats treedt, dan moet de verkrijgende
rechtspersoon een gelijkwaardige vervanging geven.
Artikel 320
1. Hij die, anders dan als lid of
aandeelhouder, een bijzonder recht jegens een verdwijnende
rechtspersoon heeft, zoals een recht op een uitkering van winst of
tot het nemen van aandelen, moet een gelijkwaardig recht in de
verkrijgende rechtspersoon krijgen, of schadeloosstelling.
2. De schadeloosstelling wordt bij
gebreke van overeenstemming bepaald door een of meer
onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede
partij te benoemen door de voorzieningenrechter van de rechtbank
van het arrondissement waarin de woonplaats van de verkrijgende
rechtspersoon is gelegen.
3. Artikel 319 is van
overeenkomstige toepassing op pandrecht of vruchtgebruik dat op de
bijzondere rechten was gevestigd.
Artikel 321
1. Op het tijdstip met ingang
waarvan de verkrijgende rechtspersoon de financiële gegevens van
een verdwijnende rechtspersoon zal verantwoorden in de eigen
jaarrekening of andere financiële verantwoording, is het laatste
boekjaar van die verdwijnende rechtspersoon geëindigd.
2. De verplichtingen omtrent de
jaarrekening of andere financiële verantwoording van de
verdwijnende rechtspersonen rusten na de fusie op de verkrijgende
rechtspersoon.
3. Waarderingsverschillen tussen de
verantwoording van activa en passiva in de laatste jaarrekening of
andere financiële verantwoording van de verdwijnende
rechtspersonen en in de eerste jaarrekening of andere financiële
verantwoording waarin de verkrijgende rechtspersoon deze activa en
passiva verantwoordt, moeten worden toegelicht.
4. De verkrijgende rechtspersoon
moet wettelijke reserves vormen op de zelfde wijze als waarop de
verdwijnende rechtspersonen wettelijke reserves moesten aanhouden,
tenzij de wettelijke grond voor het aanhouden daarvan is
vervallen.
Artikel 322
1. Indien ten gevolge van de fusie
een overeenkomst van een fuserende rechtspersoon naar maatstaven
van redelijkheid en billijkheid niet ongewijzigd in stand behoort
te blijven, wijzigt of ontbindt de rechter de overeenkomst op
vordering van een der partijen. Aan de wijziging of ontbinding kan
terugwerkende kracht worden verleend.
2. De bevoegdheid tot het instellen
van de vordering vervalt door verloop van zes maanden na de
nederlegging van de akte van fusie ten kantore van de openbare
registers van de woonplaatsen van de gefuseerde rechtspersonen.
3. Indien uit de wijziging of
ontbinding van de overeenkomst schade ontstaat voor de
wederpartij, is de rechtspersoon gehouden tot vergoeding daarvan.
Artikel 323
1. De rechter kan een fusie alleen
vernietigen:
a. indien de door een notaris
ondertekende akte van fusie geen authentiek geschrift is;
b. wegens het niet naleven van
artikel 310, leden 5 en 6, artikel 316, lid 4 of 318 lid 2;
c. wegens nietigheid, het niet
van kracht zijn of een grond tot vernietiging van een voor de
fusie vereist besluit van de algemene vergadering of, in een
stichting, van het bestuur;
d. wegens het niet naleven van
artikel 317 lid 5.
2. Vernietiging geschiedt door een
uitspraak van de rechter van de woonplaats van de verkrijgende
rechtspersoon op vordering tegen de rechtspersoon van een lid,
aandeelhouder, bestuurder of andere belanghebbende. Een niet door
de rechter vernietigde fusie is geldig.
3. De bevoegdheid tot het instellen
van de vordering tot vernietiging vervalt door herstel van het
verzuim of door verloop van zes maanden na de nederlegging van de
akte van fusie ten kantore van de openbare registers van de
woonplaatsen van de gefuseerde rechtspersonen.
4. De fusie wordt niet vernietigd:
a. indien de rechtspersoon
binnen een door de rechter te bepalen tijdvak het verzuim
heeft hersteld,
b. indien de reeds ingetreden
gevolgen van de fusie bezwaarlijk ongedaan kunnen worden
gemaakt.
5. Heeft de eiser tot vernietiging
van de fusie schade geleden door een verzuim dat tot vernietiging
had kunnen leiden, en vernietigt de rechter de fusie niet, dan kan
de rechter de rechtspersoon veroordelen tot vergoeding van de
schade. De rechtspersoon heeft daarvoor verhaal op de schuldigen
aan het verzuim en, tot ten hoogste het genoten voordeel, op
degenen die door het verzuim zijn bevoordeeld.
6. De vernietiging wordt, door de
zorg van de griffier van het gerecht waar de vordering laatstelijk
aanhangig was, ingeschreven in het handelsregister waarin de fusie
ingevolge artikel 318 lid 3 moet zijn ingeschreven.
7. De rechtspersonen zijn
hoofdelijk aansprakelijk voor verbintenissen die, ten laste van de
rechtspersoon waarin zij gefuseerd zijn geweest, zijn ontstaan na
de fusie en voordat de vernietiging in de registers is
ingeschreven.
8. De onherroepelijke uitspraak tot
vernietiging van een fusie is voor ieder bindend. Verzet door
derden en herroeping zijn niet toegestaan.
Artikel 323a [Vervallen per
08-06-1987]
Artikel 323b [Vervallen per
08-06-1987]
Afdeling 3. Bijzondere bepalingen
voor fusies van naamloze en besloten vennootschappen
Artikel 324
Deze afdeling is van toepassing,
indien een naamloze of besloten vennootschap fuseert.
Artikel 325
1. Indien aandelen of certificaten
van aandelen in het kapitaal van een te fuseren vennootschap zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is, kan de ruilverhouding afhankelijk
zijn van de prijs van die aandelen onderscheidenlijk certificaten
op die markt op een of meer in het voorstel tot fusie te bepalen
tijdstippen, gelegen voor de dag waarop de fusie van kracht wordt.
2. Indien krachtens de
ruilverhouding van de aandelen recht bestaat op geld of
schuldvorderingen, mag het gezamenlijke bedrag daarvan een tiende
van het nominale bedrag van de toegekende aandelen niet te boven
gaan.
3. Bij de akte van fusie kan de
verkrijgende vennootschap aandelen in haar kapitaal die zij zelf
of een andere fuserende vennootschap houdt, intrekken tot ten
hoogste het bedrag van de aandelen die zij toekent aan haar nieuwe
aandeelhouders. De artikelen 99, 100, 208 en 216 gelden niet voor
dit geval.
4. Aandelen in het kapitaal van de
verdwijnende vennootschappen die worden gehouden door of voor
rekening van de fuserende vennootschappen, vervallen.
Artikel 326
Het voorstel tot fusie vermeldt naast
de in artikel 312 genoemde gegevens:
a. de ruilverhouding van de
aandelen en eventueel de omvang van de betalingen krachtens de
ruilverhouding;
b. met ingang van welk tijdstip
en in welke mate de aandeelhouders van de verdwijnende
vennootschappen zullen delen in de winst van de verkrijgende
vennootschap;
c. hoeveel aandelen eventueel
zullen worden ingetrokken met toepassing van artikel 325 lid 3;
d. de gevolgen van de fusie voor
de houders van stemrechtloze of winstrechtloze aandelen;
e. de hoogte van de
schadeloosstelling voor een aandeel bij toepassing van artikel
330a;
f. het totaal bedrag waarvoor ten
hoogste met toepassing van artikel 330a schadeloosstelling kan
worden verzocht.
Artikel 327
In de toelichting op het voorstel tot
fusie moet het bestuur mededelen:
a. volgens welke methode of
methoden de ruilverhouding van de aandelen is vastgesteld;
b. of deze methode of methoden in
het gegeven geval passen;
c. tot welke waardering elke
gebruikte methode leidt;
d. indien meer dan een methode is
gebruikt, of het bij de waardering aangenomen betrekkelijke
gewicht van de methoden in het maatschappelijke verkeer als
aanvaardbaar kan worden beschouwd; en
e. welke bijzondere moeilijkheden
er eventueel zijn geweest bij de waardering en bij de bepaling
van de ruilverhouding.
Artikel 328
1. Een door het bestuur aangewezen
accountant als bedoeld in artikel 393 moet het voorstel tot fusie
onderzoeken en moet verklaren of de voorgestelde ruilverhouding
van de aandelen, mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn
oordeel redelijk is. Hij moet tevens verklaren dat de som van de
eigen vermogens van de verdwijnende vennootschappen, elk bepaald
naar de dag waarop haar jaarrekening of tussentijdse
vermogensopstelling betrekking heeft, bij toepassing van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden ten minste overeen kwam met het nominaal
gestorte bedrag op de gezamenlijke aandelen die hun aandeelhouders
ingevolge de fusie verkrijgen, vermeerderd met betalingen waarop
zij krachtens de ruilverhouding recht hebben en vermeerderd met
het totaal bedrag van de schadeloosstelling waarop aandeelhouders
op grond van artikel 330a recht kunnen doen gelden.
2. De accountant moet tevens een
verslag opstellen, waarin hij zijn oordeel geeft over de
mededelingen, bedoeld in artikel 327.
3. Indien twee of meer van de
fuserende vennootschappen naamloze vennootschappen zijn, wordt
slechts de zelfde persoon als accountant aangewezen, indien de
voorzitter van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam
de aanwijzing op hun eenparige verzoek heeft goedgekeurd.
4. De accountants zijn bij alle
fuserende vennootschappen gelijkelijk tot onderzoek bevoegd.
5. Op de verklaring van de
accountant is artikel 314 van overeenkomstige toepassing en op
zijn verslag de leden 2 en 3 van artikel 314.
6. De eerste volzin van lid 1 en
lid 2 blijven buiten toepassing indien de aandeelhouders van de
fuserende vennootschappen daarmee instemmen.
Artikel 329
Artikel 314 lid 2 geldt ook ten
behoeve van houders van met medewerking van een naamloze
vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen en ten
behoeve van degenen aan wie op grond van artikel 227 lid 2 het
vergaderrecht toekomt in een besloten vennootschap.
Artikel 330
1. Voor het besluit tot fusie van
de algemene vergadering is in elk geval een meerderheid van ten
minste twee derden vereist, indien minder dan de helft van het
geplaatste kapitaal ter vergadering is vertegenwoordigd. Indien
het een fusie van een vennootschap betreft die
beleggingsinstelling is als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht waarvan het doel is de collectieve belegging van uit het
publiek aangetrokken kapitaal met toepassing van het beginsel van
risicospreiding en waarvan de rechten van deelneming ten laste van
de activa van de vennootschap op verzoek van de houders direct of
indirect worden ingekocht of terugbetaald, mag de vereiste
meerderheid niet meer dan drie vierden bedragen. Met inkopen of
terugbetalingen als bedoeld in de eerste zin wordt gelijkgesteld
ieder handelen van een dergelijke beleggingsinstelling om te
voorkomen dat de waarde van haar deelnemingsrechten ter beurze
aanzienlijk afwijkt van de intrinsieke waarde.
2. Zijn er aandelen van een
bepaalde soort of aanduiding, dan is er naast het besluit tot
fusie van de algemene vergadering vereist een voorafgaand of
gelijktijdig goedkeurend besluit van elke groep houders van
aandelen van een zelfde soort of aanduiding aan wier rechten de
fusie afbreuk doet. Artikel 231 lid 4 is niet van toepassing ten
aanzien van een besluit tot fusie. Artikel 226 lid 2 is niet van
toepassing ten aanzien van een fusie als bedoeld in artikel 333h.
Goedkeuring kan eerst geschieden na verloop van een maand na de
dag waarop alle fuserende vennootschappen de nederlegging of
openbaarmaking van het voorstel tot fusie hebben aangekondigd.
3. De notulen van de algemene
vergaderingen waarin tot fusie wordt besloten of waarin deze
ingevolge lid 2 wordt goedgekeurd, worden opgemaakt bij notariële
akte.
Artikel 330a
1. Wanneer de verkrijgende
vennootschap, of bij toepassing van artikel 333a de
groepsmaatschappij die de aandelen toekent, geen besloten
vennootschap is, kunnen houders van winstrechtloze aandelen die
tegen het voorstel tot fusie hebben gestemd en houders van
stemrechtloze aandelen bij de vennootschap een verzoek tot
schadeloosstelling indienen. Het verzoek tot schadeloosstelling
moet schriftelijk aan de vennootschap worden gedaan binnen één
maand nadat zij aan de aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze
schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op dezelfde
wijze als de oproeping tot een algemene vergadering.
2. Het bedrag van de
schadeloosstelling als bedoeld in het eerste lid, wordt
vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. De
deskundigen brengen over de waardebepaling schriftelijk bericht
uit, waarop artikel 314 lid 2 van toepassing is. Indien tussen
partijen op grond van de statuten of een overeenkomst waarbij de
vennootschap en de desbetreffende aandeelhouders partij zijn,
bepalingen over de vaststelling van de waarde van de aandelen of
de vaststelling van de schadeloosstelling gelden, stellen de
deskundigen hun bericht op met inachtneming daarvan. De benoeming
van deskundigen kan achterwege blijven, indien de statuten of een
overeenkomst waarbij de vennootschap en de desbetreffende
aandeelhouders partij zijn, een duidelijke maatstaf bevatten aan
de hand waarvan de schadeloosstelling zonder meer kan worden
vastgesteld.
3. De notaris passeert de akte van
fusie niet voordat de schadeloosstelling is betaald, tenzij de
fuserende vennootschappen hebben besloten dat de verkrijgende
vennootschap de schadeloosstelling moet voldoen. De aandelen
waarop het verzoek betrekking heeft, vervallen op het moment
waarop de fusie van kracht wordt.
Artikel 331
1. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan een verkrijgende vennootschap bij bestuursbesluit tot
fusie besluiten.
2. Dit besluit kan slechts worden
genomen, indien de vennootschap het voornemen hiertoe heeft
vermeld in de aankondiging dat het voorstel tot fusie is
neergelegd.
3. Het besluit kan niet worden
genomen, indien een of meer aandeelhouders die tezamen ten minste
een twintigste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of
een zoveel geringer bedrag als in de statuten is bepaald, binnen
een maand na de aankondiging aan het bestuur hebben verzocht de
algemene vergadering bijeen te roepen om over de fusie te
besluiten. De artikelen 317 en 330 zijn dan van toepassing.
4. Indien een verkrijgende
vennootschap fuseert met een vennootschap waarvan zij alle
aandelen houdt, kan de verdwijnende vennootschap bij
bestuursbesluit tot fusie besluiten, tenzij de statuten anders
bepalen.
Artikel 332 [Vervallen per
01-07-2011]
Artikel 333
1. Indien de verkrijgende
vennootschap fuseert met een vennootschap waarvan zij alle
aandelen houdt of met een vereniging, coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij waarvan zij het enige lid is, zijn de
artikelen 326-328 niet van toepassing.
2. Indien iemand, of een ander voor
zijn rekening, alle aandelen houdt in het kapitaal van de te
fuseren vennootschappen en de verkrijgende vennootschap geen
aandelen toekent ingevolge de akte van fusie, zijn de artikelen
326-328 niet van toepassing.
3. Indien een verkrijgende
vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of
stichting fuseert met een naamloze of besloten vennootschap
waarvan zij alle aandelen houdt, is van deze afdeling slechts van
toepassing artikel 329.
Artikel 333a
1. De akte van fusie kan bepalen
dat de aandeelhouders van de verdwijnende vennootschappen
aandeelhouder worden van een groepsmaatschappij van de
verkrijgende vennootschap. Zij worden dan geen aandeelhouder van
de verkrijgende vennootschap.
2. Zulk een fusie is slechts
mogelijk, indien de groepsmaatschappij alleen of samen met een
andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de
verkrijgende vennootschap verschaft. De artikelen 317, leden 1 tot
en met 4, 330 en 331 zijn op het besluit van de groepsmaatschappij
van overeenkomstige toepassing.
3. De groepsmaatschappij die de
aandelen toekent geldt naast de verkrijgende vennootschap als
fuserende rechtspersoon. Op haar rusten de verplichtingen die
ingevolge de artikelen 312 tot en met 329 en 330a lid 1 op een
verkrijgende vennootschap rusten, met uitzondering van de
verplichtingen uit de artikelen 316, 317, 318 lid 4, 321 lid 2 en
lid 4, 323, lid 7; voor de toepassing van artikel 328 lid 3 blijft
zij buiten beschouwing. De artikelen 312 lid 2 onder b, 320, 325
lid 3, 326 lid 1 onder b en 330a lid 1 gelden alsdan niet voor de
verkrijgende vennootschap.
Afdeling 3A. Bijzondere bepalingen
voor grensoverschrijdende fusies
Artikel 333b
1. Deze afdeling is van toepassing
indien een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid of een Europese coöperatieve
vennootschap fuseert met een kapitaalvennootschap of coöperatieve
vennootschap naar het recht van een andere lidstaat van de
Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.
2. Deze afdeling is van toepassing
op een naamloze vennootschap die beleggingsinstelling is als
bedoeld in de Wet op het financieel toezicht waarvan de rechten
van deelneming op verzoek van de deelnemers direct of indirect
worden ingekocht of terugbetaald ten laste van de activa van de
instelling.
Artikel 333c
1. Een naamloze of besloten
vennootschap kan fuseren met een kapitaalvennootschap die is
opgericht naar het recht van een andere lidstaat van de Europese
Unie of de Europese Economische Ruimte. Een naamloze of besloten
vennootschap kan voorts verkrijgende vennootschap zijn bij een
fusie tussen kapitaalvennootschappen die zijn opgericht naar het
recht van een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese
Economische Ruimte.
2. Een Europese coöperatieve
vennootschap met zetel in Nederland kan fuseren met een
coöperatieve vennootschap opgericht naar het recht van een of
meer andere lidstaten van de Europese Unie of de Europese
Economische Ruimte. Een Europese coöperatieve vennootschap met
zetel in Nederland kan voorts verkrijgende vennootschap zijn bij
een fusie tussen coöperatieve vennootschappen opgericht naar het
recht van een of meer andere lidstaten van de Europese Unie of de
Europese Economische Ruimte. Op de fusie zijn tevens de artikelen
324 tot en met 333 van toepassing, tenzij in deze afdeling anders
is bepaald.
3. Een naamloze of besloten
vennootschap kan met toepassing van artikel 333afuseren met een
kapitaalvennootschap naar het recht van een andere lidstaat van de
Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits de
verkrijgende vennootschap en de groepsmaatschappij bedoeld
inartikel 333a lid 1 vennootschappen met zetel in Nederland zijn.
4. Een beleggingsinstelling bedoeld
in artikel 333b lid 2 kan fuseren met een naamloze vennootschap
opgericht naar het recht van een andere lidstaat van de Europese
Unie of de Europese Economische Ruimte waarvan het doel is de
collectieve belegging van uit het publiek aangetrokken kapitaal
met toepassing van het beginsel van risicospreiding en waarvan de
rechten van deelneming ten laste van de activa van de vennootschap
op verzoek van de houders direct of indirect worden ingekocht of
terugbetaald. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt
gelijkgesteld ieder handelen van een dergelijke vennootschap om te
voorkomen dat de waarde van haar deelnemingsrechten ter beurze
aanzienlijk afwijkt van de intrinsieke waarde.
Artikel 333d
Het gezamenlijke voorstel tot fusie
vermeldt naast de in artikel 312 en 326genoemde gegevens:
a. de rechtsvorm, naam en
statutaire zetel van de verkrijgende vennootschap;
b. de waarschijnlijke gevolgen
van de fusie voor de werkgelegenheid;
c. indien van toepassing
informatie over de procedure voor de vaststelling van regelingen
met betrekking tot medezeggenschap als bedoeld in artikel 333k
in de verkrijgende vennootschap;
d. informatie over de waardering
van de activa en passiva die overgaan naar de verkrijgende
vennootschap;
e. de datum van de laatst
vastgestelde of krachtens artikel 313 opgemaakte jaarrekening of
tussentijdse vermogensopstelling die is gebruikt om de
voorwaarden voor de fusie vast te stellen;
f. een voorstel voor de hoogte
van de schadeloosstelling voor een aandeel bij toepassing van
artikel 333h.
Artikel 333e
1. De fuserende vennootschap
kondigt voor de fuserende vennootschappen in deStaatscourantaan:
a. rechtsvorm, naam en
statutaire zetel;
b. aanduiding van en
inschrijvingsnummer bij het register waarin de gegevens
betreffende de fuserende vennootschappen zijn ingeschreven;
c. de regelingen volgens welke
de rechten van minderheidsaandeelhouders en schuldeisers
kunnen worden uitgeoefend, en het adres waar zij kosteloos
volledige inlichtingen betreffende die rechten kunnen
verkrijgen.
2. Zijn er meer fuserende
vennootschappen met zetel in Nederland, dan kunnen zij volstaan
met een gezamenlijke aankondiging.
3. Artikel 314 lid 3 is niet van
toepassing.
Artikel 333f
De schriftelijke toelichting bedoeld
in artikel 314 lid 2 ligt tot het tijdstip van de fusie ter inzage
voor de ondernemingsraad of, indien bij de door de vennootschap in
stand gehouden onderneming een ondernemingsraad ontbreekt, voor
werknemers van de vennootschap.
Artikel 333g
In de verklaring als bedoeld in
artikel 328 lid 1 tweede volzin moet het nominaal gestorte bedrag op
de gezamenlijke aandelen die de aandeelhouders ingevolge de fusie
verkrijgen, vermeerderd met betalingen waarop zij krachtens
ruilverhouding recht hebben, voorts worden vermeerderd met het
totaal bedrag van schadeloosstellingen waarop aandeelhouders op
grond van artikel 333h recht kunnen doen gelden.
Artikel 333h
1. Indien de verkrijgende
vennootschap een vennootschap naar het recht van een andere
lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte
is, kan de aandeelhouder van een verdwijnende vennootschap die
tegen het fusievoorstel heeft gestemd, alsmede iedere houder van
aandelen zonder stemrecht, binnen een maand na de datum van het
besluit bij de verdwijnende vennootschap een verzoek indienen tot
schadeloosstelling. Artikel 330a blijft buiten toepassing.
2. Het bedrag van de
schadeloosstelling als bedoeld in het eerste lid, wordt
vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. De
deskundigen brengen over de waardebepaling schriftelijk bericht
uit, waarop artikel 314 lid 2 van toepassing is. Indien tussen
partijen op grond van de statuten of een overeenkomst waarbij de
vennootschap en de desbetreffende aandeelhouders partij zijn,
bepalingen over de vaststelling van de waarde van de aandelen of
de vaststelling van de schadeloosstelling gelden, stellen de
deskundigen hun bericht op met inachtneming daarvan. De benoeming
van deskundigen kan achterwege blijven, indien de statuten of een
overeenkomst waarbij de vennootschap en de desbetreffende
aandeelhouders partij zijn, een duidelijke maatstaf bevatten aan
de hand waarvan de schadeloosstelling zonder meer kan worden
vastgesteld.
3. De aandelen waarop het verzoek
betrekking heeft, vervallen op het moment dat de fusie van kracht
wordt.
4. Voor de toepassing van dit
artikel worden met aandeelhouders gelijkgesteld de houders van
certificaten van aandelen als bedoeld in artikel 118a.
Artikel 333i
1. In afwijking van artikel 318 lid
1 wordt een fusie waarbij de verkrijgende vennootschap een
vennootschap is naar het recht van een andere lidstaat van de
Europese Unie of de Europese Economische Ruimte van kracht op de
wijze en de datum bepaald door het recht van het land waar de
verkrijgende vennootschap haar statutaire zetel heeft.
2. Artikel 318 lid 2 is niet van
toepassing.
3. De notaris verklaart dat hem is
gebleken dat de vormvoorschriften in acht zijn genomen voor alle
besluiten die de afdelingen 2, 3 en 3a van deze titel en de
statuten vereisen voor de deelneming van de vennootschap aan de
grensoverschrijdende fusie en dat voor het overige de daarvoor in
deze afdelingen gegeven voorschriften zijn nageleefd.
4. Indien de verkrijgende
vennootschap een vennootschap is naar het recht van een andere
lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte
kan de notaris de verklaring bedoeld in lid 3 eerst afgeven indien
geen verzoek tot schadeloosstelling als bedoeld in artikel 333h is
ingediend of de schadeloosstelling is betaald, tenzij de andere
fuserende vennootschappen hebben besloten dat de verkrijgende
vennootschap de schadeloosstelling moet voldoen. In dat geval
vermeldt de notaris in de verklaring dat het verzoek is ingediend.
5. Indien de verkrijgende
vennootschap een vennootschap naar Nederlands recht is, verklaart
de notaris aan de voet van de akte bedoeld in artikel 318 lid 1
dat hem is gebleken dat de vormvoorschriften als bedoeld in dat
lid in acht zijn genomen, dat door de verdwijnende vennootschappen
op hetzelfde fusievoorstel is beslist en dat de regelingen met
betrekking tot medezeggenschap zijn vastgesteld overeenkomstig
artikel 333k.
Artikel 333j
De beheerder van het handelsregister
waar de verkrijgende rechtspersoon is ingeschreven, doet onverwijld
na de inschrijving van de fusie mededeling aan de registers bedoeld
in artikel 333e waar de verdwijnende vennootschappen staan
ingeschreven.
Artikel 333k
1. In dit artikel wordt onder
regelingen met betrekking tot medezeggenschap verstaan regelingen
met betrekking tot medezeggenschap als bedoeld in artikel 1:1 lid
1 van de Wet rol werknemers bij de Europese vennootschap.
2. Indien
a. bij ten minste een van de
fuserende vennootschappen in de zes maanden voorafgaande aan
datum van neerlegging of openbaarmaking van het fusievoorstel
bedoeld in artikel 314 gemiddeld meer dan vijfhonderd
werknemers werkzaam zijn en op deze fuserende vennootschap
regelingen met betrekking tot medezeggenschap van toepassing
zijn, of
b. regelingen met betrekking
tot medezeggenschap op een van de fuserende vennootschappen
van toepassing zijn en de verkrijgende vennootschap niet
voldoet aan de bepalingen van artikel 157, 158 tot en met 164
of 158 tot en met 161 en164 dan wel 267, 268 tot en met 274 of
268 tot en met 271 en274,
zijn de artikelen 12 leden twee tot
en met vier van Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van de
Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de
Europese vennootschap (SE) en 1:4 tot en met 1:12, 1:14 lid 1, 2,
3 onderdeel a en 4, 1:16, 1:17, 1:18 lid 1 onderdelen a, h, i en
j, lid 3 en 6, 1:20, 1:21 lid 2 onderdeel a, met dien verstande
dat het in dat onderdeel genoemde percentage van 25 wordt
vervangen door 33⅓, lid 4 en 5, 1:26 lid 3 en 1:31 lid 2 van
de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen alsmede de
artikelen 670 lid 4 en 11 en 670a lid 1 onderdeel a van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.
3. De algemene vergadering van elke
fuserende vennootschap kan besluiten af te zien van het openen van
onderhandelingen over regelingen met betrekking tot
medezeggenschap. Dit besluit heeft tot gevolg dat de
referentievoorschriften voor regelingen met betrekking tot
medezeggenschap als bedoeld in artikel 1:31 van de Wet rol
werknemers bij Europese rechtspersonen vanaf de datum van
inschrijving van de fusie van toepassing zijn op de verkrijgende
vennootschap.
4. De bijzondere
onderhandelingsgroep, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet rol
werknemers bij Europese rechtspersonen, kan besluiten af te zien
van het openen van onderhandelingen of tot het beëindigen van
onderhandelingen over regelingen met betrekking tot
medezeggenschap. Dit besluit beëindigt de procedure tot sluiting
van een overeenkomst als bedoeld in artikel 1:11 lid 1 van de Wet
rol werknemers bij Europese rechtspersonen. Een zodanig besluit
van de bijzondere onderhandelingsgroep behoeft een meerderheid van
twee derde van haar aantal leden, tevens vertegenwoordigende twee
derde van de werknemers en afkomstig uit ten minste twee
lidstaten.
5. Indien de verkrijgende
vennootschap een vennootschap naar Nederlands recht is, wordt de
toepassing van de artikelen 158 tot en met 164 of 158 tot en met
161 en 164 danwel 268 tot en met 274 of 268 tot en met 271 en
274of de uitwerking van de medezeggenschap in de statuten
vastgelegd.
6. De algemene vergadering kan aan
het besluit tot fusie als bedoeld inartikel 317 de voorwaarde
verbinden dat zij de toepassing van deartikelen 158 tot en met 164
of 158 tot en met 161 en 164 danwel 268 tot en met 274 of 268 tot
en met 271 en 274 of de uitwerking van de regelingen met
betrekking tot medezeggenschap goedkeurt. De algemene vergadering
kan bij het besluit tot goedkeuring machtiging verlenen in de
statuten de veranderingen aan te brengen die nodig zijn voor deze
toepassing of uitwerking.
7. Indien een vennootschap binnen
drie jaar na het van kracht worden van de fusie deelneemt aan een
fusie als bedoeld in deze titel, is dit artikel van
overeenkomstige toepassing.
8. Bij toepassing van artikel 1:17
lid 2 van de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen wordt
de termijn van zes maanden bedoeld inartikel 318 lid 1 verlengd
tot drie maanden na het einde van de verlengde
onderhandelingsperiode bedoeld in artikel 1:17 lid 2 van de Wet
rol werknemers bij Europese rechtspersonen, met dien verstande dat
de maximale termijn één jaar en drie maanden bedraagt.
Artikel 333l
De nietigheid of vernietiging van een
fusie op grond van deze afdeling kan niet worden uitgesproken.
Artikel 323 is niet van toepassing.
Afdeling 4. Algemene bepalingen
omtrent splitsingen
Artikel 334a
1. Splitsing is zuivere splitsing
en afsplitsing.
2. Zuivere splitsing is de
rechtshandeling waarbij het vermogen van een rechtspersoon die bij
de splitsing ophoudt te bestaan onder algemene titel
overeenkomstig de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving
wordt verkregen door twee of meer andere rechtspersonen.
3. Afsplitsing is de
rechtshandeling waarbij het vermogen of een deel daarvan van een
rechtspersoon die bij de splitsing niet ophoudt te bestaan onder
algemene titel overeenkomstig de aan de akte van splitsing
gehechte beschrijving wordt verkregen door een of meer andere
rechtspersonen waarvan ten minste één overeenkomstig het
bepaalde in deze of de volgende afdeling lidmaatschapsrechten of
aandelen in zijn kapitaal toekent aan de leden of aan
aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon of waarvan ten
minste één bij de splitsing door de splitsende rechtspersoon
wordt opgericht.
4. Partij bij de splitsing is de
splitsende rechtspersoon alsmede elke verkrijgende rechtspersoon,
met uitzondering van rechtspersonen die bij de splitsing worden
opgericht.
Artikel 334b
1. De partijen bij een splitsing
moeten dezelfde rechtsvorm hebben.
2. Wordt een verkrijgende
rechtspersoon bij de splitsing opgericht, dan moet hij de
rechtsvorm hebben van de splitsende rechtspersoon.
3. Voor de toepassing van dit
artikel worden de naamloze en de besloten vennootschap als
rechtspersonen met de zelfde rechtsvorm aangemerkt.
4. Bij splitsing van een
vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of
stichting kunnen ook naamloze of besloten vennootschappen worden
opgericht, mits de splitsende rechtspersoon daarvan bij de
splitsing alle aandelen verkrijgt.
5. Een ontbonden rechtspersoon mag
niet partij zijn bij een splitsing, indien reeds uit hoofde van de
vereffening een uitkering is gedaan.
6. Een rechtspersoon mag niet
partij zijn bij een splitsing gedurende faillissement of
surséance van betaling.
7. Een splitsende rechtspersoon mag
in faillissement of surséance van betaling zijn, mits alle
verkrijgende rechtspersonen bij de splitsing opgerichte naamloze
of besloten vennootschappen zijn en de splitsende rechtspersoon
daarvan bij de splitsing enig aandeelhouder wordt. Indien de
splitsende rechtspersoon in faillissement is, kan de curator tot
splitsing besluiten en rusten de verplichtingen die ingevolge deze
en de volgende afdeling op het bestuur rusten, op de curator;
indien de rechtspersoon in surséance van betaling is, behoeft het
besluit tot splitsing de goedkeuring van de bewindvoerder. De
tweede zin van artikel 334d, artikel 334f lid 2 onderdeel e voor
zover het betreft de waarde van het deel van het vermogen dat de
splitsende rechtspersoon zal behouden, artikel 334g lid 2, artikel
334i lid 1, artikel 334k, artikel 334w en artikel 334ff lid 3
gelden niet in faillissement; de tweede zin van artikel 334d en
artikel 334w gelden niet in surséance.
Artikel 334c
1. Indien het gehele vermogen van
de splitsende rechtspersoon overgaat, houdt hij door het van
kracht worden van de splitsing op te bestaan.
2. Lid 1 geldt niet, indien ten
minste een verkrijgende rechtspersoon een bij de splitsing
opgerichte naamloze of besloten vennootschap is en de splitsende
rechtspersoon daarvan bij de splitsing alle aandelen verkrijgt.
Artikel 334d
Behalve voor zover de verkrijgende
rechtspersonen naamloze of besloten vennootschappen zijn, moet de
waarde van het deel van het vermogen van de splitsende rechtspersoon
dat elke verkrijgende rechtspersoon verkrijgt ten tijde van de
splitsing ten minste nul zijn. Behalve voor zover de splitsende
vennootschap een naamloze of besloten vennootschap is, geldt
hetzelfde voor de waarde van het deel van het vermogen dat een
voortbestaande splitsende rechtspersoon behoudt, vermeerderd met de
waarde van aandelen in het kapitaal van verkrijgende rechtspersonen
die hij bij de splitsing verkrijgt.
Artikel 334e
1. De leden of aandeelhouders van
de splitsende rechtspersoon worden door de splitsing lid of
aandeelhouder van alle verkrijgende rechtspersonen.
2. Geen aandelen in het kapitaal
van een verkrijgende vennootschap worden verkregen voor aandelen
in het kapitaal van een splitsende vennootschap die door of voor
rekening van die verkrijgende vennootschap of door of voor
rekening van de splitsende vennootschap worden gehouden.
3. Lid 1 geldt voorts niet voor
zover:
a. de verkrijgende
rechtspersonen bij de splitsing opgerichte naamloze of
besloten vennootschappen zijn en de splitsende rechtspersoon
daarvan bij de splitsing alle aandelen verkrijgt;
b. ten aanzien van verkrijgende
vennootschappen artikel 334cc of artikel 334ii wordt
toegepast;
c. krachtens de ruilverhouding
van de aandelen zelfs geen recht bestaat op een enkel aandeel;
d. artikel 334ee1 van
toepassing is.
Artikel 334f
1. De besturen van de partijen bij
de splitsing stellen een voorstel tot splitsing op.
2. Dit voorstel vermeldt ten
minste:
a. de rechtsvorm, naam en zetel
van de partijen bij de splitsing en, voor zover de
verkrijgende rechtspersonen bij de splitsing worden opgericht,
van deze rechtspersonen;
b. de statuten van de
verkrijgende rechtspersonen en van de voortbestaande
splitsende rechtspersoon, zoals die statuten luiden en zoals
zij na de splitsing zullen luiden dan wel, voor zover de
verkrijgende rechtspersonen bij de splitsing worden opgericht,
het ontwerp van de akte van oprichting;
c. of het gehele vermogen van
de splitsende rechtspersoon zal overgaan of een gedeelte
daarvan;
d. een beschrijving aan de hand
waarvan nauwkeurig kan worden bepaald welke
vermogensbestanddelen van de splitsende rechtspersoon zullen
overgaan op elk van de verkrijgende rechtspersonen en, indien
niet het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon zal
overgaan, welke vermogensbestanddelen door hem zullen worden
behouden, alsmede een pro forma winst- en verliesrekening dan
wel exploitatierekening van de verkrijgende rechtspersonen en
de voortbestaande splitsende rechtspersoon;
e. de waarde, bepaald naar de
dag waarop de in artikel 334g lid 2 bedoelde jaarrekening of
tussentijdse vermogensopstelling van de splitsende
rechtspersoon betrekking heeft en berekend met inachtneming
van de derde zin van die bepaling, van het deel van het
vermogen dat elke verkrijgende rechtspersoon zal verkrijgen en
van het deel dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon
zal behouden, alsmede de waarde van aandelen in het kapitaal
van verkrijgende rechtspersonen die de voortbestaande
splitsende rechtspersoon bij de splitsing zal verkrijgen;
f. welke rechten of
vergoedingen ingevolge artikel 334p ten laste van de
verkrijgende rechtspersonen worden toegekend aan degenen die
anders dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben
jegens de splitsende rechtspersoon, zoals rechten op een
uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, en met
ingang van welk tijdstip de toekenning geschiedt;
g. welke voordelen in verband
met de splitsing worden toegekend aan een bestuurder of
commissaris van een partij bij de splitsing of aan een ander
die bij de splitsing is betrokken;
h. de voornemens over de
samenstelling na de splitsing van de besturen van de
verkrijgende rechtspersonen en van de voortbestaande
splitsende rechtspersoon, alsmede, voor zover er raden van
commissarissen zullen zijn, van die raden;
i. het tijdstip met ingang
waarvan financiële gegevens betreffende elk deel van het
vermogen dat zal overgaan zullen worden verantwoord in de
jaarrekening of andere financiële verantwoording van de
verkrijgende rechtspersonen;
j. de voorgenomen maatregelen
in verband met het verkrijgen door de leden of aandeelhouders
van de splitsende rechtspersoon van het lidmaatschap of
aandeelhouderschap van de verkrijgende rechtspersonen;
k. de voornemens omtrent
voortzetting of beëindiging van werkzaamheden;
l. wie in voorkomend geval het
besluit tot splitsing moet goedkeuren.
3. Het voorstel tot splitsing wordt
ondertekend door de bestuurders van elke partij bij de splitsing;
ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
4. Tenzij alle partijen bij de
splitsing verenigingen of stichtingen zijn, moet het voorstel tot
splitsing zijn goedgekeurd door de raden van commissarissen en
wordt het door de commissarissen mede ondertekend; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van redenen melding gemaakt. Voorts vermeldt het voorstel
de invloed van de splitsing op de grootte van de goodwill en de
uitkeerbare reserves van de verkrijgende rechtspersonen en van de
voortbestaande splitsende rechtspersoon.
Artikel 334g
1. In een schriftelijke toelichting
geeft het bestuur van elke partij bij de splitsing de redenen voor
de splitsing met een uiteenzetting over de verwachte gevolgen voor
de werkzaamheden en een toelichting uit juridisch, economisch en
sociaal oogpunt.
2. Indien het laatste boekjaar van
de rechtspersoon, waarover een jaarrekening of andere financiële
verantwoording is vastgesteld, meer dan zes maanden voor de
nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot splitsing is
verstreken, maakt het bestuur een jaarrekening of tussentijdse
vermogensopstelling op. Deze heeft betrekking op de stand van het
vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde maand voor de
maand waarin zij wordt neergelegd. De vermogensopstelling wordt
opgemaakt met inachtneming van de indeling en de
waarderingsmethoden die in de laatst vastgestelde jaarrekening of
andere financiële verantwoording zijn toegepast, tenzij daarvan
gemotiveerd wordt afgeweken op grond dat de actuele waarde
belangrijk afwijkt van de boekwaarde. In de vermogensopstelling
worden de krachtens de wet of de statuten te reserveren bedragen
opgenomen.
3. Lid 2 blijft buiten toepassing
indien een rechtspersoon voldoet aan de vereisten met betrekking
tot de halfjaarlijkse financiële verslaggeving genoemd in artikel
5:25d van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 334h
1. Elke partij bij de splitsing
legt ten kantore van het handelsregister neer of maakt langs
elektronische weg bij het handelsregister openbaar:
a. het voorstel tot splitsing;
b. de laatste drie vastgestelde
jaarrekeningen of andere financiële verantwoordingen van de
partijen bij de splitsing, met de accountantsverklaring
daarbij, voor zover deze stukken ter inzage liggen of moeten
liggen;
c. de jaarverslagen van de
partijen bij de splitsing over de laatste drie afgesloten
jaren, voor zover deze ter inzage liggen of moeten liggen;
d. tussentijdse
vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen,
voor zover vereist ingevolge artikel 334g lid 2 en voor zover
de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen.
2. Tegelijkertijd legt het bestuur
de stukken, met inbegrip van jaarrekeningen en jaarverslagen die
niet ter openbare inzage hoeven te liggen, samen met de
toelichtingen van de besturen op het voorstel neer ten kantore van
de rechtspersoon of, bij gebreke van een kantoor, aan de
woonplaats van een bestuurder, of maakt deze langs elektronische
weg toegankelijk. De stukken liggen tot het tijdstip van de
splitsing op het adres van elke verkrijgende rechtspersoon en de
voortbestaande gesplitste rechtspersoon, onderscheidenlijk op het
adres van een bestuurder daarvan, nog zes maanden nadien, ter
inzage of zijn elektronisch toegankelijk, voor de leden of
aandeelhouders en voor hen die een bijzonder recht jegens de
rechtspersoon hebben, zoals een recht op een uitkering van winst
of tot het nemen van aandelen. In dit tijdvak kunnen zij kosteloos
een afschrift daarvan verkrijgen. Een afschrift mag elektronisch
worden verstrekt als een lid of aandeelhouder daarmee heeft
ingestemd. De rechtspersoon is niet gehouden om afschriften te
verstrekken in het geval dat leden of aandeelhouders de
mogelijkheid hebben om een elektronisch afschrift van de stukken
op te slaan.
3. De partijen bij de splitsing
kondigen in een landelijk verspreid dagblad aan dat de stukken
zijn neergelegd of raadpleegbaar zijn, met opgave van de openbare
registers waar zij liggen of elektronisch toegankelijk zijn en van
het adres waar zij krachtens lid 2 ter inzage liggen of
elektronisch toegankelijk zijn.
4. Indien de ondernemingsraad of
medezeggenschapsraad van een partij bij de splitsing of een
vereniging van werknemers die werknemers van die partij of van een
dochtermaatschappij onder haar leden telt, schriftelijk een advies
of opmerkingen indient, worden deze tegelijk met het voorstel tot
splitsing of onmiddellijk na ontvangst neergelegd op het adres
bedoeld in lid 2. De tweede tot en met de vijfde zin van lid 2
zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de besturen van de
partijen bij de splitsing het voorstel tot splitsing wijzigen,
zijn de leden 1 tot en met 4 van overeenkomstige toepassing.
6. De leden 2 en 4 gelden niet voor
stichtingen.
Artikel 334i
1. Het bestuur van elke partij bij
de splitsing is verplicht de algemene vergadering en de andere
partijen bij de splitsing in te lichten over na het voorstel tot
splitsing gebleken belangrijke wijzigingen in de activa en de
passiva die de mededelingen in het voorstel tot splitsing of in de
toelichting hebben beïnvloed.
2. Voor een stichting geldt deze
verplichting jegens degenen die blijkens de statuten de splitsing
moeten goedkeuren.
Artikel 334j
1. Een rechtsverhouding waarbij de
splitsende rechtspersoon partij is mag, op straffe van
gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in artikel 334l,
slechts in haar geheel overgaan.
2. Is echter een rechtsverhouding
verbonden met verschillende vermogensbestanddelen die op
onderscheiden verkrijgende rechtspersonen overgaan, dan mag zij
worden gesplitst in dier voege dat zij overgaat op alle betrokken
verkrijgende rechtspersonen naar evenredigheid van het verband dat
de rechtsverhouding heeft met de vermogensbestanddelen die elke
rechtspersoon verkrijgt.
3. Indien een rechtsverhouding mede
verbonden is met vermogensbestanddelen die de voortbestaande
splitsende rechtspersoon behoudt, is lid 2 te zijnen aanzien van
overeenkomstige toepassing.
4. De leden 1 tot en met 3 laten de
rechten die de wederpartij bij een rechtsverhouding kan ontlenen
aan de artikelen 334k en 334r onverlet.
Artikel 334k
Ten minste een van de partijen bij de
splitsing moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als
bedoeld in artikel 334l, voor iedere schuldeiser van deze partijen
die dit verlangt zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven
voor de voldoening van zijn vordering. Dit geldt niet, indien de
schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van
de rechtspersoon die na de splitsing zijn schuldenaar zal zijn niet
minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, dan
er voordien is.
Artikel 334l
1. Tot een maand nadat alle
partijen bij de splitsing de nederlegging of openbaarmaking van
het voorstel tot splitsing hebben aangekondigd kan iedere
wederpartij bij een rechtsverhouding van zulk een partij door een
verzoekschrift aan de rechtbank tegen het voorstel tot splitsing
in verzet komen op grond dat het voorstel ten aanzien van zijn
rechtsverhouding strijdt met artikel 334j of dat een krachtens
artikel 334k verlangde waarborg niet is gegeven. In het laatste
geval vermeldt het verzoekschrift de waarborg die wordt verlangd.
De rechtbank wijst het verzoek af, indien de verzoeker niet
aannemelijk heeft gemaakt dat de vermogenstoestand van de
verkrijgende rechtspersoon na de splitsing minder waarborg zal
bieden dat de vordering zal worden voldaan, en dat van de
rechtspersoon niet voldoende waarborgen zijn verkregen.
2. Voordat de rechter beslist, kan
hij de partijen bij de splitsing in de gelegenheid stellen binnen
een door hem gestelde termijn een door hem omschreven wijziging in
het voorstel tot splitsing aan te brengen en het gewijzigde
voorstel overeenkomstig artikel 334h openbaar te maken,
onderscheidenlijk een door hem omschreven waarborg te geven.
3. Indien tijdig verzet is gedaan,
mag de akte van splitsing eerst worden verleden, zodra het verzet
is ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar is.
4. Indien de akte van splitsing al
is verleden, kan de rechter op een ingesteld rechtsmiddel:
a. bevelen dat een
rechtsverhouding die in strijd met artikel 334j is overgegaan
geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen aan een of meer door
hem aan te wijzen verkrijgende rechtspersonen of aan de
voortbestaande gesplitste rechtspersoon, of bepalen dat twee
of meer van deze rechtspersonen hoofdelijk tot nakoming van de
uit de rechtsverhouding voortvloeiende verbintenissen
verbonden zijn;
b. bevelen dat een door hem
omschreven waarborg wordt gegeven.
De rechter kan aan een bevel een
dwangsom verbinden.
5. Indien door een overdracht als
bedoeld in lid 4 onder a de overdragende of verkrijgende
rechtspersoon nadeel lijdt, is de andere rechtspersoon gehouden
dit goed te maken.
Artikel 334m
1. Het besluit tot splitsing wordt
genomen door de algemene vergadering; in een stichting wordt het
besluit genomen door degene die de statuten mag wijzigen of, als
geen ander dat mag, door het bestuur. Het besluit mag niet
afwijken van het voorstel tot splitsing.
2. Een besluit tot splitsing kan
eerst worden genomen na verloop van een maand na de dag waarop
alle partijen bij de splitsing de nederlegging of openbaarmaking
van het voorstel tot splitsing hebben aangekondigd.
3. Een besluit tot splitsing wordt
genomen op dezelfde wijze als een besluit tot wijziging van de
statuten. Vereist de wet voor een besluit tot statutenwijziging de
instemming van alle aandeelhouders of bepaalde aandeelhouders, dan
geldt dit ook voor het besluit tot splitsing. Vereisen de statuten
hiervoor goedkeuring, dan geldt dit ook voor het besluit tot
splitsing. Vereisen de statuten voor de wijziging van
afzonderlijke bepalingen verschillende meerderheden, dan is voor
een besluit tot splitsing de grootste daarvan vereist, en sluiten
de statuten wijziging van bepalingen uit, dan zijn de stemmen van
alle stemgerechtigde leden of aandeelhouders vereist; een en ander
tenzij die bepalingen na de splitsing onverminderd zullen gelden.
4. Lid 3 geldt niet voor zover de
statuten een andere regeling voor besluiten tot splitsing geven.
5. Een besluit tot splitsing van
een stichting behoeft de goedkeuring van de rechtbank, tenzij de
statuten het mogelijk maken alle bepalingen daarvan te wijzigen.
De rechtbank wijst het verzoek af, indien er gegronde redenen zijn
om aan te nemen dat de splitsing strijdig is met het belang van de
stichting.
Artikel 334n
1. De splitsing geschiedt bij
notariële akte en wordt van kracht met ingang van de dag na die
waarop de akte is verleden. De akte mag slechts worden verleden
binnen zes maanden na de aankondiging van de nederlegging of
openbaarmaking van het voorstel tot splitsing of, indien dit als
gevolg van gedaan verzet niet mag, binnen een maand na intrekking
of nadat de opheffing van het verzet uitvoerbaar is geworden.
2. Aan de voet van de akte
verklaart de notaris dat hem is gebleken dat de vormvoorschriften
in acht zijn genomen voor alle besluiten die deze en de volgende
afdeling en de statuten voor het tot stand komen van de splitsing
vereisen en dat voor het overige de daarvoor in deze en de
volgende afdeling en in de statuten gegeven voorschriften zijn
nageleefd. Aan de akte wordt de in artikel 334f lid 2 onder d
bedoelde beschrijving gehecht.
3. Elke verkrijgende rechtspersoon
en de gesplitste rechtspersoon doen de splitsing binnen acht dagen
na het verlijden inschrijven in het handelsregister, al naar
gelang van elks inschrijfplicht. Indien de gesplitste
rechtspersoon bij de splitsing is opgehouden te bestaan, is elke
verkrijgende rechtspersoon tot inschrijving verplicht. Bij elke
inschrijving wordt een afschrift van de akte van splitsing met de
notariële verklaring aan de voet daarvan ten kantore van het
register neergelegd.
4. De verkrijgende rechtspersonen,
elk voor zover het goederen betreft die bij de splitsing op hen
zijn overgegaan, doen binnen een maand na de splitsing opgave aan
de beheerders van andere openbare registers waarin overgang van
rechten of de splitsing kan worden ingeschreven. Gaat door de
splitsing een registergoed op een verkrijgende vennootschap over,
dan is de gesplitste rechtspersoon of, zo deze bij de splitsing is
opgehouden te bestaan, elk van de verkrijgende rechtspersonen in
zijn plaats verplicht binnen deze termijn aan de bewaarder van de
openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3,
de voor de inschrijving van de splitsing vereiste stukken aan te
bieden.
Artikel 334o
1. De rechthebbende van een
pandrecht of vruchtgebruik op een recht van lidmaatschap of op
aandelen in het kapitaal van de splitsende rechtspersoon verkrijgt
eenzelfde recht op hetgeen het lid of de aandeelhouder krachtens
de akte van splitsing verkrijgt. Indien de splitsende
rechtspersoon na de splitsing voortbestaat, blijft daarnaast het
bestaande pandrecht of recht van vruchtgebruik in stand.
2. Vervallen aandelen waarop een
pandrecht of vruchtgebruik rust, en treedt daarvoor niets in de
plaats, dan moeten de verkrijgende rechtspersonen de rechthebbende
een gelijkwaardige vervanging geven.
Artikel 334p
1. Hij die, anders dan als lid of
aandeelhouder, een bijzonder recht jegens de splitsende
rechtspersoon heeft, zoals een recht op een uitkering van winst of
tot het nemen van aandelen, moet hetzij zodanige rechten in
verkrijgende rechtspersonen krijgen, dat deze, waar toepasselijk
samen met het recht dat hij jegens de voortbestaande splitsende
rechtspersoon heeft, gelijkwaardig zijn aan zijn recht voor de
splitsing, hetzij schadeloosstelling krijgen.
2. De schadeloosstelling wordt bij
gebreke van overeenstemming bepaald door een of meer
onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede
partij te benoemen door de voorzieningenrechter van de rechtbank
van het arrondissement waarin de woonplaats van de splitsende
rechtspersoon is gelegen.
3. Artikel 334o is van
overeenkomstige toepassing op pandrecht of vruchtgebruik dat op de
bijzondere rechten was gevestigd.
Artikel 334q
1. Indien de gesplitste
rechtspersoon bij de splitsing ophoudt te bestaan, is zijn laatste
boekjaar geëindigd op het tijdstip met ingang waarvan de
financiële gegevens betreffende zijn vermogen zullen worden
verantwoord in de jaarrekening of andere financiële
verantwoording van de verkrijgende rechtspersonen.
2. Indien de gesplitste
rechtspersoon bij de splitsing ophoudt te bestaan, rusten de
verplichtingen omtrent zijn jaarrekening of andere financiële
verantwoording na de splitsing op de gezamenlijke verkrijgende
rechtspersonen.
3. Waarderingsverschillen tussen de
verantwoording van activa en passiva in de laatste jaarrekening of
andere financiële verantwoording van de gesplitste rechtspersoon
en in de eerste jaarrekening of andere financiële verantwoording
waarin een verkrijgende rechtspersoon deze activa en passiva
verantwoordt, moeten worden toegelicht.
4. De verkrijgende rechtspersonen
moeten wettelijke reserves vormen op dezelfde wijze als waarop de
gesplitste rechtspersoon wettelijke reserves moest aanhouden,
tenzij de wettelijke grond voor het aanhouden daarvan is
vervallen.
Artikel 334r
1. Indien ten gevolge van de
splitsing een overeenkomst van een partij bij de splitsing naar
maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet ongewijzigd in
stand behoort te blijven, wijzigt of ontbindt de rechter de
overeenkomst op vordering van een der partijen bij de
overeenkomst. Aan de wijziging of ontbinding kan terugwerkende
kracht worden verleend.
2. De bevoegdheid tot het instellen
van de vordering vervalt door verloop van zes maanden na de
nederlegging van de akte van splitsing ten kantore van de openbare
registers van de woonplaatsen van de verkrijgende rechtspersonen
en de gesplitste rechtspersoon.
3. Indien uit de wijziging of
ontbinding van de overeenkomst schade ontstaat voor de
wederpartij, is de betrokken rechtspersoon gehouden tot vergoeding
daarvan.
Artikel 334s
1. De leden 2 tot en met 4 zijn van
toepassing indien van een vermogensbestanddeel aan de hand van de
aan de akte van splitsing gehechte beschrijving niet kan worden
bepaald welke rechtspersoon daarop na de splitsing rechthebbende
is.
2. Indien het gehele vermogen van
de gesplitste rechtspersoon is overgegaan, zijn de verkrijgende
rechtspersonen gezamenlijk rechthebbende. Elke verkrijgende
rechtspersoon deelt in het vermogensbestanddeel naar evenredigheid
van de waarde van het deel van het vermogen van de gesplitste
rechtspersoon dat hij verkrijgt.
3. Indien niet het gehele vermogen
is overgegaan, is de gesplitste rechtspersoon rechthebbende.
4. Voor zover verkrijgende
rechtspersonen uit hoofde van lid 2 aansprakelijk zijn voor
schulden, zijn zij hoofdelijk verbonden.
Artikel 334t
1. De verkrijgende rechtspersonen
en de voortbestaande gesplitste rechtspersoon zijn aansprakelijk
tot nakoming van de verbintenissen van de gesplitste rechtspersoon
ten tijde van de splitsing.
2. Voor ondeelbare verbintenissen
zijn de verkrijgende rechtspersonen en de voortbestaande
gesplitste rechtspersoon elk voor het geheel aansprakelijk.
3. Voor deelbare verbintenissen is
de verkrijgende rechtspersoon waarop de verbintenis is overgegaan
of, zo de verbintenis niet op een verkrijgende rechtspersoon is
overgegaan, de voortbestaande gesplitste rechtspersoon voor het
geheel aansprakelijk. De aansprakelijkheid voor deelbare
verbintenissen is voor elke andere rechtspersoon beperkt tot de
waarde van het vermogen dat hij bij de splitsing heeft verkregen
of behouden.
4. Andere rechtspersonen dan de
rechtspersoon waarop de verbintenis is overgegaan of, zo de
verbintenis niet op een verkrijgende rechtspersoon is overgegaan,
dan de voortbestaande gesplitste rechtspersoon zijn niet tot
nakoming gehouden voordat de laatstbedoelde rechtspersoon in de
nakoming van de verbintenis is tekortgeschoten.
5. Ten aanzien van de
aansprakelijkheid zijn de bepalingen betreffende hoofdelijke
verbondenheid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 334u
1. De rechter kan een splitsing
alleen vernietigen:
a. indien de door een notaris
ondertekende akte van splitsing geen authentiek geschrift is;
b. wegens het niet naleven van
artikel 334b leden 5 of 6, artikel 334l lid 3 of de eerste zin
van artikel 334n lid 2;
c. wegens nietigheid, het niet
van kracht zijn of een grond tot vernietiging van een voor de
splitsing vereist besluit van de algemene vergadering of, in
een stichting, van het bestuur;
d. wegens het niet naleven van
artikel 334m lid 5.
2. Vernietiging geschiedt door een
uitspraak van de rechter van de woonplaats van de gesplitste
rechtspersoon op vordering tegen alle verkrijgende rechtspersonen
en de voortbestaande gesplitste rechtspersoon van een lid,
aandeelhouder, bestuurder of andere belanghebbende. Een niet door
de rechter vernietigde splitsing is geldig.
3. De bevoegdheid tot het instellen
van de vordering tot vernietiging vervalt door herstel van het
verzuim of door verloop van zes maanden na de nederlegging van de
akte van splitsing ten kantore van de openbare registers van de
woonplaatsen van de verkrijgende rechtspersonen en de gesplitste
rechtspersoon.
4. De splitsing wordt niet
vernietigd:
a. indien het verzuim binnen
een door de rechter te bepalen termijn is hersteld;
b. indien de reeds ingetreden
gevolgen van de splitsing bezwaarlijk ongedaan kunnen worden
gemaakt.
5. Heeft de eiser tot vernietiging
van de splitsing schade geleden door een verzuim dat tot
vernietiging had kunnen leiden, en vernietigt de rechter de
splitsing niet, dan kan de rechter de verkrijgende rechtspersonen
en de voortbestaande gesplitste rechtspersoon veroordelen tot
vergoeding van de schade. De rechtspersonen hebben daarvoor
verhaal op de schuldigen aan het verzuim en, tot ten hoogste het
genoten voordeel, op degenen die door het verzuim zijn
bevoordeeld.
6. De vernietiging wordt, door de
zorg van de griffier van het gerecht waar de vordering laatstelijk
aanhangig was, ingeschreven in het handelsregister waarin de
splitsing ingevolge artikel 334n lid 3 moet zijn ingeschreven.
7. De gesplitste rechtspersoon is
naast de betrokken verkrijgende rechtspersoon hoofdelijk verbonden
tot nakoming van verbintenissen die ten laste van de verkrijgende
rechtspersonen zijn ontstaan na de splitsing en voordat de
vernietiging in de registers is ingeschreven.
8. De onherroepelijke uitspraak tot
vernietiging van een splitsing is voor een ieder bindend. Verzet
door derden en herroeping zijn niet toegestaan.
Afdeling 5. Bijzondere bepalingen
voor splitsingen waarbij een naamloze of besloten vennootschap wordt
gesplitst of wordt opgericht
Artikel 334v
Deze afdeling is van toepassing,
indien bij een splitsing een naamloze of besloten vennootschap wordt
gesplitst of wordt opgericht.
Artikel 334w
Ten tijde van de splitsing moet de
waarde van het deel van het vermogen dat de voortbestaande
splitsende vennootschap behoudt vermeerderd met de waarde van
aandelen in het kapitaal van verkrijgende rechtspersonen die zij bij
de splitsing verkrijgt, ten minste overeen komen met het gestorte en
opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die de
vennootschap onmiddellijk na de splitsing krachtens de wet of de
statuten moet aanhouden.
Artikel 334x
1. Indien aandelen of certificaten
van aandelen in het kapitaal van een splitsende vennootschap zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is, kan de ruilverhouding afhankelijk
zijn van de prijs van die aandelen onderscheidenlijk certificaten
op dat handelsplatform op een of meer in het voorstel tot
splitsing te bepalen tijdstippen, gelegen voor de dag waarop de
splitsing van kracht wordt.
2. Indien krachtens de
ruilverhouding van de aandelen recht bestaat op geld of
schuldvorderingen, mag het gezamenlijke bedrag daarvan een tiende
van het nominale bedrag van de door de betrokken vennootschap
toegekende aandelen niet te boven gaan.
3. Bij de akte van splitsing kan
een verkrijgende vennootschap aandelen in haar kapitaal die zij
zelf houdt of krachtens de akte van splitsing verkrijgt, intrekken
tot ten hoogste het bedrag van de aandelen die zij toekent aan
haar nieuwe aandeelhouders. De artikelen 99, 100, 208 en 216
gelden niet voor dit geval.
4. Aandelen in het kapitaal van de
splitsende vennootschap die worden gehouden door of voor rekening
van een verkrijgende rechtspersoon of door of voor rekening van de
splitsende vennootschap vervallen, indien de splitsende
vennootschap bij de splitsing ophoudt te bestaan.
Artikel 334y
Het voorstel tot splitsing vermeldt
naast de in artikel 334f genoemde gegevens:
a. de ruilverhouding van de
aandelen en eventueel de omvang van de betalingen krachtens de
ruilverhouding;
b. met ingang van welk tijdstip
en in welke mate de aandeelhouders van de splitsende
vennootschap zullen delen in de winst van de verkrijgende
vennootschappen;
c. hoeveel aandelen eventueel
zullen worden ingetrokken met toepassing van artikel 334x lid 3;
d. de gevolgen van de splitsing
voor houders van stemrechtloze of winstrechtloze aandelen;
e. De hoogte van de
schadeloosstelling voor een aandeel bij toepassing van artikel
334ee1;
f. het totaal bedrag waarvoor ten
hoogste met toepassing van artikel 334ee1 schadeloosstelling kan
worden verzocht.
Artikel 334z
In de toelichting op het voorstel tot
splitsing moet het bestuur mededelen:
a. volgens welke methode of
methoden de ruilverhouding van de aandelen is vastgesteld;
b. of deze methode of methoden in
het gegeven geval passen;
c. tot welke waardering elke
gebruikte methode leidt;
d. indien meer dan een methode is
gebruikt, of het bij de waardering aangenomen betrekkelijke
gewicht van de methoden in het maatschappelijk verkeer als
aanvaardbaar kan worden beschouwd; en
e. welke bijzondere moeilijkheden
er eventueel zijn geweest bij de waardering en bij de bepaling
van de ruilverhouding.
Artikel 334aa
1. Een door het bestuur aangewezen
accountant als bedoeld in artikel 393 moet het voorstel tot
splitsing onderzoeken en moet verklaren of de voorgestelde
ruilverhouding van de aandelen, mede gelet op de bijgevoegde
stukken, naar zijn oordeel redelijk is.
2. Indien de splitsende
vennootschap na de splitsing voortbestaat, moet de accountant
voorts verklaren dat de waarde van het deel van het vermogen dat
de vennootschap zal behouden vermeerderd met de waarde van
aandelen in het kapitaal van verkrijgende rechtspersonen die zij
bij de splitsing verkrijgt, bepaald naar de dag waarop haar
jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling betrekking heeft
en bij toepassing van in het maatschappelijk verkeer als
aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, ten minste overeen
kwam met het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal
vermeerderd met de reserves die de vennootschap onmiddellijk na de
splitsing krachtens de wet of de statuten moet aanhouden en
vermeerderd met het totaal bedrag van de schadeloosstelling waarop
aandeelhouders op grond van artikel 334ee1 recht kunnen doen
gelden.
3. De accountant moet tevens een
verslag opstellen, waarin hij zijn oordeel geeft over de
mededelingen, bedoeld in artikel 334z.
4. Indien twee of meer van de
partijen bij de splitsing naamloze vennootschappen zijn, wordt
slechts dezelfde persoon als accountant aangewezen, indien de
voorzitter van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam
de aanwijzing op hun eenparig verzoek heeft goedgekeurd.
5. De accountants zijn bij alle
partijen bij de splitsing gelijkelijk tot onderzoek bevoegd.
6. Op de verklaring van de
accountant is artikel 334h van overeenkomstige toepassing en op
zijn verslag de leden 2 en 3 van artikel 334h.
7. De leden 1 en 3 blijven buiten
toepassing indien de aandeelhouders van elke partij bij de
splitsing daarmee instemmen.
Artikel 334bb
1. Ten aanzien van de door een
verkrijgende naamloze vennootschap toegekende aandelen zijn
artikel 94a leden 1, 2, 6, 7 en 8, en artikel 94b leden 1, 2, 6, 7
en 8 van overeenkomstige toepassing. Een ingevolge artikel 94a
vereiste verklaring van een accountant behoeft echter niet aan de
akte van oprichting te worden gehecht.
2. Op een ingevolge lid 1 vereiste
verklaring van een accountant is artikel 334h van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 334cc
1. In het geval van een zuivere
splitsing kan de akte van splitsing bepalen dat onderscheiden
aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon aandeelhouder
worden van onderscheiden verkrijgende rechtspersonen. In dat
geval:
a. vermeldt het voorstel tot
splitsing naast de in de artikelen 334f en 334y genoemde
gegevens welke aandeelhouders van welke verkrijgende
rechtspersonen aandeelhouder worden;
b. deelt het bestuur in de
toelichting op het voorstel tot splitsing mee volgens welke
criteria deze verdeling is vastgesteld;
c. moet de accountant bedoeld
in artikel 334aa mede verklaren dat de voorgestelde verdeling,
mede gelet op de bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel
redelijk is; en
d. wordt het besluit tot
splitsing door de algemene vergadering van de splitsende
vennootschap genomen met een meerderheid van drie vierden van
de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin 95% van het
geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
2. Onderdeel c van het eerste lid
blijft buiten toepassing indien de aandeelhouders van elke partij
bij de splitsing daarmee instemmen.
Artikel 334dd
Artikel 334h lid 2 geldt ook ten
behoeve van houders van met medewerking van de naamloze vennootschap
uitgegeven certificaten van haar aandelen en ten behoeve van degenen
aan wie op grond van artikel 227 lid 2 het vergaderrecht in een
besloten vennootschap toekomt.
Artikel 334ee
1. Voor het besluit tot splitsing
van de algemene vergadering is in elk geval een meerderheid van
ten minste twee derden vereist, indien minder dan de helft van het
geplaatste kapitaal ter vergadering is vertegenwoordigd.
2. Zijn er aandelen van een
bepaalde soort of aanduiding, dan is er naast het besluit tot
splitsing van de algemene vergadering vereist een voorafgaand of
gelijktijdig goedkeurend besluit van elke groep houders van
aandelen van een zelfde soort of aanduiding aan wier rechten de
splitsing afbreuk doet. Artikel 231 lid 4 is niet van toepassing
ten aanzien van een besluit tot splitsing. Goedkeuring kan eerst
geschieden na verloop van een maand na de dag waarop alle partijen
bij de splitsing de nederlegging of openbaarmaking van het
voorstel tot splitsing hebben aangekondigd.
3. De notulen van de algemene
vergaderingen waarin tot splitsing wordt besloten of waarin deze
ingevolge lid 2 wordt goedgekeurd, worden opgemaakt bij notariële
akte.
Artikel 334ee1
1. Wanneer een van de verkrijgende
vennootschappen, of bij toepassing van artikel 334ii een
groepsmaatschappij die de aandelen toekent, geen besloten
vennootschap is, kunnen houders van winstrechtloze aandelen die
tegen het voorstel tot splitsing hebben gestemd en houders van
stemrechtloze aandelen, bij de vennootschap een verzoek tot
schadeloosstelling indienen. Het verzoek tot schadeloosstelling
moet schriftelijk aan de vennootschap worden gedaan binnen één
maand nadat zij aan de aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze
schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op dezelfde
wijze als de oproeping tot een algemene vergadering.
2. Het bedrag van de
schadeloosstelling als bedoeld in het eerste lid,wordt vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen. De deskundigen
brengen over de waardebepaling schriftelijk bericht uit, waarop
artikel 334h lid 2 van toepassing is. Indien tussen partijen op
grond van de statuten of een overeenkomst waarbij de vennootschap
en de desbetreffende aandeelhouders partij zijn, bepalingen over
de vaststelling van de waarde van de aandelen of de vaststelling
van de schadeloosstelling gelden, stellen de deskundigen hun
bericht op met inachtneming daarvan. De benoeming van deskundigen
kan achterwege blijven, indien de statuten of een overeenkomst
waarbij de vennootschap en de desbetreffende aandeelhouders partij
zijn, een duidelijke maatstaf bevatten aan de hand waarvan de
schadeloosstelling zonder meer kan worden vastgesteld.
3. De notaris passeert de akte van
splitsing niet voordat de schadeloosstelling is betaald, tenzij de
splitsende en de reeds bestaande verkrijgende vennootschappen
hebben besloten dat een of meer van de verkrijgende
vennootschappen de schadeloosstelling moeten voldoen. De
verplichting tot betaling van de schadeloosstelling is hoofdelijk.
De aandelen waarop het verzoek betrekking heeft, vervallen op het
moment waarop de fusie van kracht wordt.
Artikel 334ff
1. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan een verkrijgende vennootschap bij bestuursbesluit tot
splitsing besluiten. Hetzelfde geldt voor de splitsende
vennootschap, mits alle verkrijgende rechtspersonen bij de
splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschappen zijn en
de splitsende vennootschap daarvan bij de splitsing enig
aandeelhouder wordt.
2. Dit besluit kan slechts worden
genomen, indien de vennootschap het voornemen hiertoe heeft
vermeld in de aankondiging dat het voorstel tot splitsing is
neergelegd.
3. Het besluit kan niet worden
genomen, indien een of meer aandeelhouders die tezamen ten minste
een twintigste van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of
een zoveel geringer bedrag als in de statuten is bepaald, binnen
een maand na de aankondiging aan het bestuur hebben verzocht de
algemene vergadering bijeen te roepen om over de splitsing te
besluiten. De artikelen 334m en 334ee zijn dan van toepassing.
4. Indien de verkrijgende
vennootschappen alle aandelen houden in de splitsende
vennootschap, kan de splitsende vennootschap, tenzij de statuten
anders bepalen, bij bestuursbesluit tot splitsing besluiten.
Artikel 334gg [Vervallen per
01-07-2011]
Artikel 334hh
1. Indien alle verkrijgende
vennootschappen bij de splitsing worden opgericht en de splitsende
rechtspersoon daarvan bij de splitsing enig aandeelhouder wordt,
zijn de artikelen 334f lid 4 eerste zin, 334w en 334y tot en met
334aa niet van toepassing.
2. Indien alle verkrijgende
vennootschappen bij de splitsing worden opgericht en de
aandeelhouders van de splitsende vennootschap daarvan, evenredig
aan hun aandeel in de splitsende vennootschap, aandeelhouder
worden, zijn de artikelen 334g, 334i en 334y tot en met 334bb niet
van toepassing.
Artikel 334ii
1. De akte van splitsing kan
bepalen dat de aandeelhouders van de splitsende vennootschap
aandeelhouder worden van een groepsmaatschappij van een
verkrijgende vennootschap. Zij worden dan geen aandeelhouder van
die verkrijgende vennootschap.
2. Zulk een splitsing is slechts
mogelijk, indien de groepsmaatschappij alleen of samen met een
andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de
verkrijgende vennootschap verschaft. De artikelen 334m, leden 1
tot en met 4, 334ee en 334ff zijn op het besluit van de
groepsmaatschappij van overeenkomstige toepassing.
3. De groepsmaatschappij die de
aandelen toekent geldt naast de verkrijgende vennootschap als
partij bij de splitsing. Op haar rusten de verplichtingen die
ingevolge de artikelen 334f tot en met 334dd en 334ee1 lid 1 op
een verkrijgende rechtspersoon rusten, met uitzondering van de
verplichtingen uit de artikelen 334k tot en met 334m en 334q leden
2 en 4; voor de toepassing van artikel 334aa lid 4 blijft zij
buiten beschouwing; de artikelen 334s, 334t en 334u lid 7 gelden
voor haar niet. De artikelen 334f lid 2 onder b, 334x lid 3, 334y
onder b en 334ee1 lid 1 gelden alsdan niet voor de verkrijgende
vennootschap. Voor de toepassing van de artikelen 94b en 204b
worden de verkrijging door de verkrijgende vennootschap en de
toekenning van aandelen door de groepsmaatschappij beschouwd als
werden zij door dezelfde vennootschap gedaan.
Titel 8. Geschillenregeling en het
recht van enquête
Afdeling 1. Geschillenregeling
Artikel 335
1. De bepalingen van deze afdeling
zijn van toepassing op de besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid.
2. De bepalingen van deze afdeling
zijn eveneens van toepassing op de naamloze vennootschap waarvan
de statuten:
a. uitsluitend aandelen op naam
kennen,
b. een blokkeringsregeling
bevatten, en
c. niet toelaten dat met
medewerking van de vennootschap certificaten aan toonder
worden uitgegeven.
Artikel 336
1. Een of meer houders van aandelen
die alleen of gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal verschaffen, kunnen van een aandeelhouder die door zijn
gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt of
heeft geschaad, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in
redelijkheid niet kan worden geduld, in rechte vorderen dat hij
zijn aandelen overeenkomstig artikel 341 overdraagt.
2. De vordering kan niet worden
ingesteld door de vennootschap of een dochtermaatschappij van de
vennootschap. De houder van aandelen waarvan de vennootschap of
een dochtermaatschappij certificaten houdt, kan de vordering
slechts instellen indien en voor zover certificaten door anderen
worden gehouden. Een aandeelhouder ten titel van beheer kan de
vordering slechts voor door hem beheerde aandelen instellen indien
de desbetreffende certificaathouders daarmee tevoren hebben
ingestemd.
3. Tot de kennisneming van de
vordering is in eerste aanleg uitsluitend bevoegd de rechtbank van
de woonplaats van de vennootschap. Hoger beroep kan uitsluitend
worden ingesteld bij de ondernemingskamer van het gerechtshof
Amsterdam. Artikel 344 van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering is van toepassing met dien verstande dat voor
"een meervoudige kamer" wordt gelezen: de
ondernemingskamer.
4. De rechter kan zijn beslissing
omtrent de vordering voor een door hem te bepalen termijn
aanhouden, indien ten processe blijkt dat de vennootschap of één
of meer aandeelhouders op zich nemen maatregelen te treffen
waardoor het nadeel dat de vennootschap lijdt zoveel mogelijk
wordt ongedaan gemaakt of beperkt.
5. De in lid 3, eerste en tweede
zin, bedoelde rechter is eveneens bevoegd kennis te nemen van met
de in lid 1 bedoelde gedragingen samenhangende vorderingen tussen
dezelfde partijen of tussen een der partijen en de vennootschap.
Artikel 337
1. Indien de statuten of een
overeenkomst een regeling bevatten voor de oplossing van
geschillen als in deze afdeling bedoeld, kan op een daarin
opgenomen afwijking van deze afdeling geen beroep worden gedaan
voorzover deze de overdracht van aandelen onmogelijk of uiterst
bezwaarlijk maakt.
2. In de statuten of een
overeenkomst kan worden bepaald dat geschillen als in deze
afdeling bedoeld, dadelijk ter kennis worden gebracht van de
ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam of aan arbitrage
worden onderworpen, dan wel anderszins wordt afgeweken van de
rechterlijke bevoegdheid als geregeld in artikel 336 leden 3 en 5.
Artikel 338
1. Nadat de dagvaarding aan hem is
betekend en tot de dag waarop het vonnis onherroepelijk is
geworden, kan de gedaagde zijn aandelen niet vervreemden,
verpanden of daarop een vruchtgebruik vestigen, tenzij de eisers
daarvoor toestemming verlenen. Indien de eisers de toestemming
weigeren, kan de rechter voor wie het geschil aanhangig is op
vordering van gedaagde de toestemming verlenen, indien gedaagde
bij de rechtshandeling een redelijk belang heeft. Tegen de
beslissing van de rechter staat geen hogere voorziening open.
2. Nadat de vordering is
toegewezen, kan de gedaagde de aandelen slechts overdragen met
inachtneming van de artikelen 339 tot en met 341.
3. Een voorlopige voorziening als
bedoeld in artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering kan worden getroffen met werking tot het tijdstip
dat de aandelen worden overgedragen. Een vordering tot het treffen
van een voorlopige voorziening wordt met de meeste spoed
behandeld.
Artikel 339
1. Indien de vordering wordt
toegewezen benoemt de rechter een of meer deskundigen die over de
prijs schriftelijk bericht moeten uitbrengen. De artikelen 194 tot
en met 199 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn
voor het overige van toepassing. De artikelen 351 en 352 zijn van
overeenkomstige toepassing. Van het vonnis waarbij de vordering
wordt toegewezen kan hoger beroep slechts worden ingesteld
tegelijk met dat van het vonnis, bedoeld in artikel 340 lid 1,
tenzij de rechter anders heeft bepaald. Tegen de
deskundigenbenoeming staat geen hogere voorziening open.
2. Indien tussen partijen op grond
van de statuten of een overeenkomst in de zin van artikel 337 lid
1 bepalingen omtrent de vaststelling van de waarde van de aandelen
gelden, stellen de deskundigen hun bericht op met inachtneming
daarvan.
3. De rechter kan in afwijking van
lid 1 de benoeming van deskundigen achterwege laten, indien tussen
partijen overeenstemming bestaat over de waardering van de
aandelen, alsmede indien de statuten of een overeenkomst in de zin
van artikel 337 lid 1 een duidelijke maatstaf voor de bepaling van
de waarde van de aandelen bevatten en de rechter aan de hand
daarvan de prijs zonder meer kan vaststellen.
Artikel 340
1. Zijn deskundigen benoemd, dan
bepaalt de rechter de prijs van de aandelen nadat de deskundigen
hun bericht hebben uitgebracht. Bij hetzelfde vonnis bepaalt hij
tevens wie van de partijen de kosten van het deskundigenbericht
moet dragen. Hij kan ook bepalen dat de vennootschap de kosten
moet dragen na deze ter zake te hebben gehoord. Hij kan de kosten
verdelen tussen partijen onderling of tussen partijen of een van
hen en de vennootschap.
2. Vindt geen benoeming van
deskundigen plaats, dan bepaalt de rechter de prijs van de
aandelen in het vonnis waarbij de vordering wordt toegewezen.
3. Met bepalingen in de statuten of
een overeenkomst omtrent de vaststelling van de waarde van de
aandelen houdt de rechter geen rekening voorzover dat tot een
kennelijk onredelijke prijs zou leiden.
4. Het vonnis houdt tevens een
veroordeling in van de eisers tot contante betaling van de hun zo
nodig na toepassing van artikel 341 lid 5 over te dragen aandelen.
Indien artikel 341 lid 6 van toepassing is, omvat die veroordeling
mede de certificaathouders die met het instellen van de vordering
hebben ingestemd.
Artikel 341
1. De gedaagde is verplicht binnen
twee weken nadat hem een afschrift van het vonnis als bedoeld in
artikel 340 lid 1 is betekend, zijn aandelen aan de eisers te
leveren en de eisers zijn verplicht de aandelen tegen
gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs te aanvaarden,
behoudens het bepaalde in lid 2. Was het vonnis niet uitvoerbaar
bij voorraad verklaard, dan heeft betekening daarvan slechts het
in de eerste zin bedoelde gevolg als zij geschiedt nadat het
vonnis alsnog uitvoerbaar bij voorraad is verklaard of
onherroepelijk is geworden. De aanvaarding geschiedt zoveel
mogelijk naar evenredigheid van ieders aandelenbezit, tenzij
anders wordt overeengekomen. Met eisers worden gelijkgesteld de
aandeelhouders die zich in het rechtsgeding aan de zijde van de
eisers hebben gevoegd en daarbij de wens te kennen hebben gegeven
in dezelfde positie als de eisers te worden geplaatst.
2. Indien de aandeelhouder die een
of meer aandelen wil vervreemden, deze ingevolge artikel 195 of
een regeling in de statuten moet aanbieden aan zijn
mede-aandeelhouders of anderen, biedt de vennootschap de aandelen
onverwijld nadat een afschrift van het vonnis aan haar is
betekend, schriftelijk namens de gedaagde aan de aandeelhouders of
anderen aan, zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van de
wettelijke of statutaire regeling en deelt hun daarbij tevens de
vastgestelde prijs mee. Zij kunnen het aanbod binnen een maand na
verzending van de mededeling aanvaarden door schriftelijke
kennisgeving aan de vennootschap. Binnen een week na het
verstrijken van deze termijn deelt de vennootschap aan de gedaagde
en de eisers mee of en zo ja hoeveel aandelen zijn aanvaard en aan
wie deze zijn toegewezen. De gedaagde is verplicht onverwijld na
ontvangst van deze mededeling zijn aandelen aan de
mede-aandeelhouders of de anderen te leveren tegen gelijktijdige
betaling. Lid 1, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien in het geval van lid 2
geen aandelen zijn aanvaard of minder aandelen zijn aanvaard dan
zijn aangeboden, of de vastgestelde prijs niet binnen twee weken
na ontvangst van de mededeling van de vennootschap omtrent de
toewijzing van de aandelen aan de gedaagde die tot gelijktijdige
levering wilde overgaan wordt voldaan, vindt lid 1 toepassing ten
aanzien van de aandelen, de overgebleven aandelen of de aandelen
waarvoor niet tijdig betaling is ontvangen.
4. Blijft de gedaagde in gebreke
met de levering van zijn aandelen, dan levert de vennootschap
namens hem de aandelen tegen gelijktijdige betaling.
5. Blijven een of meer eisers in
gebreke met de aanvaarding van de aandelen tegen gelijktijdige
betaling van de vastgestelde prijs, dan zijn de overige eisers
verplicht om binnen twee weken nadat dit is komen vast te staan
die aandelen tegen gelijktijdige betaling te aanvaarden, ieder
zoveel mogelijk naar evenredigheid van zijn aandelenbezit.
6. Is een eiser aandeelhouder ten
titel van beheer, dan zijn naast hem de certificaathouders die met
het instellen van de vordering hebben ingestemd, aansprakelijk
voor het krachtens dit artikel verschuldigde, ieder zoveel
mogelijk naar evenredigheid van zijn bezit aan certificaten.
Blijven een of meer van deze certificaathouders in gebreke, dan
zijn de overige certificaathouders die met het instellen van de
vordering hebben ingestemd verplicht dat deel te voldoen, ieder
zoveel mogelijk naar evenredigheid van zijn bezit aan
certificaten.
7. Op verzoek van een partij
beslist de rechter die de vordering in eerste instantie of in
hoger beroep heeft toegewezen over geschillen betreffende de
uitvoering van de regeling. Tegen deze beslissing staat geen
hogere voorziening open.
Artikel 341a
1. Wordt een vonnis als bedoeld in
artikel 340 lid 1 na het instellen van een rechtsmiddel
vernietigd, dan blijft de rechtsgrond voor op grond van dat vonnis
verrichte handelingen in stand, maar ontstaat voor partijen een
verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds ingetreden gevolgen.
2. Indien de reeds ingetreden
gevolgen bezwaarlijk ongedaan kunnen worden gemaakt of de
billijkheid zulks anderszins vordert, kan de rechter desgevraagd
de verplichting tot ongedaanmaking beperken of uitsluiten. Hij kan
aan een partij die daardoor onbillijk wordt bevoordeeld, de
verplichting opleggen tot een uitkering in geld aan de partij die
benadeeld wordt.
Artikel 342
1. Een of meer houders van aandelen
die alleen of gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal verschaffen, kunnen van een stemgerechtigde
vruchtgebruiker of pandhouder van een aandeel in rechte vorderen
dat het stemrecht op het aandeel overgaat op de houder van het
aandeel, indien die vruchtgebruiker of pandhouder door zijn
gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt dat in
redelijkheid niet kan worden geduld dat hij het stemrecht blijft
uitoefenen.
2. Een afschrift van het exploit
van dagvaarding moet onverwijld door eisers aan de houder van het
aandeel, die niet zelf tevens eiser is, worden betekend. Artikel
336, leden 2, 3 en 4 en artikel 339 lid 2 zijn van toepassing en
de artikelen 337 en 338 lid 1 zijn van overeenkomstige toepassing,
in dier voege dat in het geval van artikel 338 leden 1 en 3,
tweede volzin de vruchtgebruiker of pandhouder het vruchtgebruik
of het pandrecht niet op een ander kan doen overgaan.
3. Indien de vordering tot overgang
van het stemrecht is toegewezen, vindt de overgang plaats door het
in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.
Artikel 342a [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 343
1. De aandeelhouder die door
gedragingen van één of meer mede-aandeelhouders zodanig in zijn
rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn
aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden
gevergd, kan tegen die mede-aandeelhouders een vordering tot
uittreding instellen, inhoudende dat zijn aandelen overeenkomstig
de leden 1, 2 en 3 van artikel 343a worden overgenomen. Een
vordering tot uittreding kan ook worden ingesteld tegen de
vennootschap op grond van gedragingen van één of meer
mede-aandeelhouders of van de vennootschap zelf. Een vordering
tegen de vennootschap kan evenwel niet worden toegewezen,
voorzover artikel 98 of 207 aan verkrijging van de aandelen door
de vennootschap in de weg staat, met dien verstande evenwel dat
geen rekening wordt gehouden met het vereiste van een machtiging
als bedoeld in artikel 98 lid 4 of een daarmee vergelijkbaar
statutair voorschrift dan wel een na het tijdstip van instellen
van de vordering ten nadele van eiser tot stand gebrachte
wijziging van de statuten. Bij toewijzing van de vordering is
artikel 207 lid 3 niet van toepassing.
2. De artikelen 336 leden 3 en 5,
337, 338 leden 1 en 3, 339 en 340, leden 1, 2 en 3 zijn van
toepassing of van overeenkomstige toepassing.
3. Is de vordering tegen een
aandeelhouder ingesteld, dan kan deze een andere aandeelhouder of
de vennootschap in het geding oproepen, indien hij van oordeel is
dat de vordering ook of uitsluitend tegen die aandeelhouder of
tegen de vennootschap had behoren te worden ingesteld. De
oproeping geschiedt uiterlijk tegen de voor het nemen van de
conclusie van antwoord bepaalde dag.
4. Bij het bepalen van de prijs van
de aandelen kan de rechter desgevorderd een billijke verhoging
toepassen in verband met gedragingen van de gedaagde, of van
anderen dan de gedaagde, indien aannemelijk is dat die gedragingen
hebben geleid tot een vermindering van de waarde van de over te
dragen aandelen en deze vermindering niet, of niet volledig, voor
rekening van eiser behoort te blijven.
5. Bij toewijzing van de vordering
tot uittreding bevat het vonnis tevens een veroordeling van de
eiser tot levering aan gedaagden van de hun, zo nodig na
toepassing van artikel 343a lid 5, over te dragen aandelen.
6. De rechter kan zijn beslissing
omtrent de vordering voor een door hem te bepalen termijn
aanhouden, indien ten processe blijkt dat de vennootschap of één
of meer mede-aandeelhouders op zich nemen maatregelen te treffen
waardoor het nadeel dat de aandeelhouder lijdt zoveel mogelijk
wordt ongedaan gemaakt of beperkt.
Artikel 343a
1. Binnen twee weken nadat hem een
afschrift is betekend van het vonnis waarbij de prijs van de
aandelen is bepaald, is ieder van de gedaagden verplicht het door
de rechter vastgestelde aantal aandelen tegen gelijktijdige
betaling van de vastgestelde prijs over te nemen, behoudens lid 2,
en is de eiser verplicht zijn aandelen aan de gedaagden te
leveren. Was het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard,
dan heeft betekening daarvan slechts het in de eerste zin bedoelde
gevolg als zij geschiedt nadat het vonnis alsnog uitvoerbaar bij
voorraad is verklaard of onherroepelijk is geworden. Met gedaagden
worden gelijkgesteld de aandeelhouders die zich in het
rechtsgeding aan de zijde van de gedaagden hebben gevoegd en
daarbij de wens te kennen hebben gegeven in dezelfde positie als
de gedaagden te worden geplaatst.
2. Indien de aandeelhouder die een
of meer aandelen wil vervreemden deze ingevolge artikel 195 of een
regeling in de statuten moet aanbieden aan zijn
mede-aandeelhouders of anderen, biedt de vennootschap de aandelen
onverwijld nadat een afschrift van het vonnis aan haar is
betekend, schriftelijk namens de eiser aan de aandeelhouders of
anderen aan, zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van de
wettelijke of statutaire regeling en deelt hun daarbij tevens de
vastgestelde prijs mee. Zij kunnen het aanbod binnen een maand na
verzending van de mededeling aanvaarden door schriftelijke
kennisgeving aan de vennootschap. Binnen een week na het
verstrijken van deze termijn deelt de vennootschap aan de eiser en
de gedaagden mee of en zo ja hoeveel aandelen zijn aanvaard en aan
wie deze zijn toegewezen. De eiser is verplicht onverwijld na
ontvangst van deze mededeling zijn aandelen aan de
mede-aandeelhouders of de anderen te leveren tegen gelijktijdige
betaling. Lid 1, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien in het geval van lid 2
geen aandelen zijn aanvaard of minder aandelen zijn aanvaard dan
zijn aangeboden, of de vastgestelde prijs niet binnen twee weken
na ontvangst van de mededeling van de vennootschap omtrent de
toewijzing van de aandelen aan de eiser die tot gelijktijdige
levering wilde overgaan wordt voldaan, vindt ten aanzien van de
aandelen, de overgebleven aandelen of de aandelen waarvoor niet
tijdig betaling is ontvangen lid 1 toepassing, met dien verstande
dat de aanvaarding van de niet afgenomen aandelen door de
gedaagden zoveel mogelijk geschiedt naar evenredigheid van het
voor ieder overeenkomstig lid 1 vastgestelde aantal aandelen.
4. Blijft de eiser in gebreke met
de levering van zijn aandelen, dan levert de vennootschap namens
hem de aandelen, tegen gelijktijdige betaling.
5. Blijven een of meer gedaagden in
gebreke met de aanvaarding van de aandelen tegen gelijktijdige
betaling van de vastgestelde prijs, dan zijn de overige gedaagden
verplicht om binnen twee weken nadat dit is komen vast te staan
die aandelen tegen gelijktijdige betaling te aanvaarden, zoveel
mogelijk naar evenredigheid van het voor ieder overeenkomstig lid
1 vastgestelde aantal aandelen.
6. Is een gedaagde aandeelhouder
ten titel van beheer, dan zijn naast hem de certificaathouders
aansprakelijk voor het krachtens dit artikel verschuldigde, ieder
zoveel mogelijk naar evenredigheid van zijn bezit aan
certificaten. Blijven een of meer certificaathouders in gebreke,
dan zijn de overige certificaathouders verplicht dat deel te
voldoen, ieder zoveel mogelijk naar evenredigheid van zijn bezit
aan certificaten. De eerste en tweede zin vinden slechts
toepassing op certificaathouders die door de eiser tijdig in het
geding zijn opgeroepen. Zo nodig verstrekt de gedaagde aan eiser
de daartoe benodigde gegevens.
7. Op verzoek van een partij
beslist de rechter die de vordering in eerste instantie of in
hoger beroep heeft toegewezen over geschillen betreffende de
uitvoering van de regeling. Tegen deze beslissing staat geen
hogere voorziening open.
Artikel 343b
In het geval van vernietiging van het
vonnis als bedoeld in artikel 343a lid 1 is artikel 341a van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 343c
1. Bestaat tussen een aandeelhouder
en een of meer van zijn mede-aandeelhouders of de vennootschap
overeenstemming dat de aandeelhouder zijn aandelen zal overdragen
tegen gelijktijdige betaling van een nader vast te stellen prijs,
dan kunnen zij zich bij gezamenlijk verzoekschrift wenden tot de
rechter, bedoeld in artikel 336 lid 3, teneinde de prijs van de
aandelen te doen vaststellen. Het verzoek kan ook worden gedaan
door één der partijen, mits de andere partij in zijn
verweerschrift verklaart zich daartegen niet te verzetten.
2. Partijen kunnen de rechter
verzoeken bij de benoeming van de deskundige of deskundigen
bepaalde aanwijzingen te geven over de in acht te nemen
waarderingsmaatstaf, de datum waartegen gewaardeerd moet worden en
andere omstandigheden waarmee bij de waardering rekening moet
worden gehouden. Voorzover partijen niet eenstemmig zijn, beslist
de rechter naar billijkheid.
3. De procedure wordt gevoerd als
verzoekschriftprocedure, waarbij de artikelen 343 lid 2 en 343a
zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn.
4. Indien partijen in het
verzoekschrift dan wel overeenkomstig lid 1, tweede zin, verklaren
dat zij omtrent de prijs van de aandelen een bericht van
deskundigen wensen dat tussen hen de werking van een
vaststellingsovereenkomst zal hebben, zijn de wettelijke
bepalingen betreffende het voorlopig deskundigenbericht voorzoveel
nodig van overeenkomstige toepassing. Een partij kan op artikel
904 lid 1 van Boek 7 slechts een beroep doen gedurende vier weken
vanaf de verzending van het voorlopig deskundigenbericht aan die
partij door de griffier op de voet van artikel 198 lid 4 in
verband met artikel 205 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering. Bij toepassing van artikel 904 lid 2 van Boek 7
is de in artikel 336 lid 3 bedoelde rechter bevoegd. Diezelfde
rechter beslist op verzoek van een partij over geschillen
betreffende de uitvoering van de overdracht.
5. Tegen beslissingen van de
rechter als bedoeld in dit artikel staat geen hogere voorziening
open.
Afdeling 2. Het recht van enquête
Artikel 344
De bepalingen van deze afdeling zijn
van toepassing op:
a. de coöperatie, de onderlinge
waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap en de besloten
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid;
b. de stichting en de vereniging
met volledige rechtsbevoegdheid die een onderneming in stand
houden waarvoor ingevolge de wet een ondernemingsraad moet
worden ingesteld.
Artikel 345
1. Op schriftelijk verzoek van
degenen die krachtens de artikelen 346 en 347 daartoe bevoegd
zijn, kan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam een
of meer personen benoemen tot het instellen van een onderzoek naar
het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon, hetzij in
de gehele omvang daarvan, hetzij met betrekking tot een gedeelte
of een bepaald tijdvak. Onder het beleid en de gang van zaken van
een rechtspersoon zijn mede begrepen het beleid en de gang van
zaken van een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder
firma waarvan de rechtspersoon volledig aansprakelijke vennoot is.
2. De advocaat-generaal bij het
ressortsparket kan om redenen van openbaar belang een verzoek doen
tot het instellen van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid.
Hij kan ter voorbereiding van een verzoek een of meer deskundige
personen belasten met het inwinnen van inlichtingen over het
beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon. De rechtspersoon
is verplicht de gevraagde inlichtingen te verschaffen en
desgevraagd ook inzage in zijn boeken en bescheiden te geven aan
de deskundigen.
Artikel 346
1. Tot het indienen van een verzoek
als bedoeld in artikel 345 zijn bevoegd:
a. indien het betreft een
vereniging, een coöperatie of een onderlinge
waarborgmaatschappij: de leden van de rechtspersoon ten getale
van ten minste 300, of zoveel leden als ten minste een tiende
gedeelte van het ledental uitmaken, of zoveel leden als
tezamen bevoegd zijn tot het uitbrengen van ten minste een
tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering of
zoveel minder als de statuten bepalen;
b. indien het betreft een
naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid met een geplaatst kapitaal van maximaal €
22,5 miljoen: een of meer houders van aandelen of van
certificaten van aandelen, die alleen of gezamenlijk ten
minste een tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigen of rechthebbenden zijn op een bedrag van
aandelen of certificaten daarvan tot een nominale waarde van
€ 225 000 of zoveel minder als de statuten bepalen;
c. indien het betreft een
naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid met een geplaatst kapitaal van meer dan €
22,5 miljoen: een of meer houders van aandelen of van
certificaten van aandelen, die alleen of gezamenlijk ten
minste een honderdste gedeelte van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigen of, indien de aandelen of certificaten zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, ten
minste een waarde vertegenwoordigen van € 20 miljoen volgens
de slotkoers op de laatste handelsdag voor indiening van het
verzoek, of zoveel minder als de statuten bepalen;
d. de rechtspersoon als bedoeld
in artikel 344;
e. degenen, aan wie daartoe bij
de statuten of bij overeenkomst met de rechtspersoon de
bevoegdheid is toegekend.
2. Voor de toepassing van lid 1,
onderdeel d, kan het verzoek namens de rechtspersoon ook worden
ingediend door de raad van commissarissen of, indien toepassing is
gegeven aan artikel 129a of 239a, door de niet uitvoerende
bestuurders. Voor de toepassing van dit lid wordt met een raad van
commissarissen gelijkgesteld een toezichthoudend orgaan dat bij of
krachtens de statuten van de rechtspersoon is ingesteld.
3. Onverminderd lid 1, onderdeel d,
kan het verzoek in geval van faillissement van de rechtspersoon
ook worden ingediend door de curator. Artikel 349 is niet van
toepassing.
Artikel 347
Tot het indienen van een verzoek als
bedoeld in artikel 345 is voorts bevoegd een vereniging van
werknemers die in de onderneming van de rechtspersoon werkzame
personen onder haar leden telt en ten minste twee jaar volledige
rechtsbevoegdheid bezit, mits zij krachtens haar statuten ten doel
heeft de belangen van haar leden als werknemers te behartigen en als
zodanig in de bedrijfstak of onderneming werkzaam is.
Artikel 348
Indien de rechtspersoon wegens het
bedrijf dat hij uitoefent, is onderworpen aan het toezicht van De
Nederlandsche Bank N.V. of de Stichting Autoriteit Financiële
Markten, doet de griffier een afschrift van het verzoekschrift ook
aan de toezichthoudende instelling toekomen.
Artikel 349
1. De verzoekers en de
advocaat-generaal zijn niet ontvankelijk, indien niet blijkt dat
zij schriftelijk tevoren hun bezwaren tegen het beleid of de gang
van zaken hebben kenbaar gemaakt aan het bestuur en de raad van
commissarissen en sindsdien een zodanige termijn is verlopen dat
de rechtspersoon redelijkerwijze de gelegenheid heeft gehad deze
bezwaren te onderzoeken en naar aanleiding daarvan maatregelen te
nemen. De vorige zin is niet van toepassing indien het verzoek is
gedaan door de rechtspersoon. In dat geval worden de raad van
commissarissen onderscheidenlijk het bestuur en de
ondernemingsraad zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van het
voornemen om het verzoek in te dienen onderscheidenlijk het
indienen van het verzoek. Voor de toepassing van dit lid wordt met
een raad van commissarissen gelijkgesteld een toezichthoudend
orgaan dat bij of krachtens de statuten van de rechtspersoon is
ingesteld.
2. Een vereniging van werknemers is
voorts niet ontvankelijk, indien zij niet tevoren de
ondernemingsraad die is verbonden aan een onderneming die de
rechtspersoon zelfstandig of als volledig aansprakelijke vennoot
in stand houdt, in de gelegenheid heeft gesteld schriftelijk van
zijn gevoelen te doen blijken. De advocaat-generaal deelt bij zijn
verzoek mede of hij de ondernemingsraad in de gelegenheid heeft
gesteld van zijn gevoelen te doen blijken.
Artikel 349a
1. De ondernemingskamer behandelt
het verzoek met de meeste spoed. In afwijking van artikel 282 lid
1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iedere
belanghebbende een verweerschrift indienen tot een door de
ondernemingskamer bepaald tijdstip voorafgaand aan de aanvang van
de behandeling. De verzoekers en de rechtspersoon verschijnen
hetzij bij advocaat, hetzij bijgestaan door hun advocaten.
Alvorens te beslissen kan de ondernemingskamer ook ambtshalve
getuigen en deskundigen horen.
2. Indien gelet op de belangen van
de rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten
bij zijn organisatie zijn betrokken een onmiddellijke voorziening
vereist is in verband met de toestand van de rechtspersoon of in
het belang van het onderzoek, kan de ondernemingskamer in elke
stand van het geding op verzoek van de indieners van het in
artikel 345 bedoelde verzoek een zodanige voorziening treffen voor
ten hoogste de duur van het geding. Artikel 357 lid 6 is van
overeenkomstige toepassing.
3. Ingeval nog geen onderzoek is
gelast, wordt een onmiddellijke voorziening slechts getroffen
indien er naar het voorlopig oordeel van de ondernemingskamer
gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of juiste gang van
zaken te twijfelen. De ondernemingskamer beslist daarna binnen een
redelijke termijn op het verzoek als bedoeld in artikel 345.
Artikel 350
1. De ondernemingskamer wijst het
verzoek slechts toe, wanneer blijkt van gegronde redenen om aan
een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen.
2. Indien de ondernemingskamer het
verzoek afwijst, en daarbij beslist dat het naar haar oordeel niet
op redelijke grond is gedaan, kan de rechtspersoon tegen de
verzoeker of verzoekers bij de ondernemingskamer een eis instellen
tot vergoeding van de schade die hij ten gevolge van het verzoek
lijdt. Voor de instelling van een vordering tegen een verzoeker
geldt als diens woonplaats mede de woonplaats die hij voor de
indiening van het verzoek heeft gekozen.
3. Wordt het verzoek toegewezen,
dan stelt de ondernemingskamer het bedrag vast dat het onderzoek
ten hoogste mag kosten. De ondernemingskamer kan hangende het
onderzoek dit bedrag op verzoek van de door haar benoemde personen
verhogen, na verhoor, althans oproeping van de oorspronkelijke
verzoekers. De ondernemingskamer bepaalt de vergoeding van de door
haar benoemde personen. De rechtspersoon betaalt de kosten van het
onderzoek alsmede de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten
van verweer van de met het onderzoek belaste personen terzake de
vaststelling van aansprakelijkheid vanwege de uitvoering van het
onderzoek of het verslag van de uitkomst van het onderzoek; in
geval van geschil beslist de ondernemingskamer op verzoek van de
meest gerede partij. De ondernemingskamer kan bepalen dat de
rechtspersoon voor de betaling der kosten zekerheid moet stellen.
4. De ondernemingskamer benoemt,
tegelijk met de met het onderzoek belaste personen, een
raadsheer-commissaris. Indien de goede gang van zaken van het
onderzoek dit vereist, kan de raadsheer-commissaris op verlangen
van verzoekers of belanghebbenden aanwijzingen geven over de wijze
waarop het onderzoek wordt uitgevoerd. De raadsheer-commissaris
beslist niet dan nadat hij de met het onderzoek belaste personen
in de gelegenheid heeft gesteld hun zienswijze aangaande het
verlangen te geven. De raadsheer-commissaris kan ook de met het
onderzoek belaste personen op hun verlangen een aanwijzing geven.
De raadsheer-commissaris beslist niet dan nadat hij de
rechtspersoon die in de procedure is verschenen in de gelegenheid
heeft gesteld zijn zienswijze aangaande het verlangen te geven. De
raadsheer-commissaris kan ook anderen in de gelegenheid stellen
hun zienswijze te geven. Tegen beslissingen van de
raadsheer-commissaris als bedoeld in dit lid staat geen beroep in
cassatie open.
Artikel 351
1. De door de ondernemingskamer
benoemde personen zijn gerechtigd tot raadpleging van de boeken,
bescheiden en andere gegevensdragers van de rechtspersoon en de
vennootschap bedoeld in artikel 345 lid 1 waarvan zij de
kennisneming tot een juiste vervulling van hun taak nodig achten.
De bezittingen van de rechtspersoon en de vennootschap moeten hun
desverlangd worden getoond. De bestuurders, de commissarissen zo
die er zijn, alsmede degenen die in dienst zijn van de
rechtspersoon of de vennootschap, zijn verplicht desgevraagd alle
inlichtingen te verschaffen die nodig zijn voor de uitvoering van
het onderzoek. Eenzelfde verplichting rust op hen die bestuurders
of commissarissen van de rechtspersoon of vennootschap waren, of
bij deze in dienst waren, gedurende het tijdvak waarover het
onderzoek zich uitstrekt.
2. De ondernemingskamer kan, indien
dit voor de juiste vervulling van hun taak nodig is, de door haar
benoemde personen op hun verzoek machtigen tot het raadplegen van
de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers en het zich doen
tonen van de bezittingen van een rechtspersoon die nauw verbonden
is met de rechtspersoon ten aanzien waarvan het onderzoek
plaatsvindt. De bepalingen van de derde en de vierde volzin van
het lid 1 zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het is de met het onderzoek
belaste personen verboden, hetgeen hun bij hun onderzoek blijkt,
verder bekend te maken dan hun opdracht met zich brengt.
4. De met het onderzoek belaste
personen stellen een verslag op van hun bevindingen. Zij stellen
degenen die in het verslag worden genoemd in de gelegenheid om
opmerkingen te maken ten aanzien van wezenlijke bevindingen die op
henzelf betrekking hebben. Het is een ieder verboden om
mededelingen te doen uit de inhoud van het concept verslag of
delen daarvan die hem ter voldoening aan het bepaalde in de vorige
volzin zijn voorgelegd.
5. De met het onderzoek belaste
personen zijn niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van
het verslag van de uitkomst van het onderzoek, tenzij zij met
betrekking tot hun in het verslag neergelegde bevindingen of met
betrekking tot het onderzoek opzettelijk onbehoorlijk hebben
gehandeld dan wel met kennelijk grove miskenning van hetgeen een
behoorlijke taakvervulling meebrengt.
Artikel 352
1. Wanneer aan een met het
onderzoek belaste persoon wordt geweigerd overeenkomstig het
vorige artikel de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te
raadplegen of zich de bezittingen te doen tonen, geeft de de
raadsheer-commissaris bedoeld in artikel 350 lid 4 op verzoek van
die persoon de bevelen die de omstandigheden nodig maken.
2. De bevelen kunnen inhouden de
opdracht aan de openbare macht om voor zoveel nodig bijstand te
verlenen en de last om een woning binnen te treden, wanneer de
plaats waar de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de
bezittingen zich bevinden, een woning is, of alleen door een
woning toegankelijk. De woning wordt niet tegen de wil van de
bewoner binnengetreden dan na vertoon van de last van de
raadsheer-commissaris.
Artikel 352a
De met het onderzoek belaste personen
kunnen de ondernemingskamer verzoeken een of meer personen als
getuigen te horen. In het verzoek worden de namen en adressen van de
te horen personen alsmede de feiten en omstandigheden waarover deze
moeten worden gehoord vermeld. De onderzoekers zijn bevoegd bij het
verhoor aanwezig te zijn en aan de getuigen vragen te stellen.
Artikel 353
1. Het verslag van de uitkomst van
het onderzoek wordt ter griffie van het gerechtshof Amsterdam
nedergelegd. Uit het verslag moet blijken of aan het bepaalde in
artikel 351 lid 4, tweede volzin is voldaan.
2. De advocaat-generaal bij het
ressortsparket, de rechtspersoon, alsmede de verzoekers en hun
advocaten, ontvangen een exemplaar van het verslag. In het geval,
bedoeld in artikel 348, ontvangt ook De Nederlandsche Bank N.V.
onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten een
exemplaar van het verslag. De ondernemingskamer kan bepalen dat
het verslag voorts geheel of gedeeltelijk ter inzage ligt voor de
door haar aan te wijzen andere personen of voor een ieder.
3. Het is aan anderen dan de
rechtspersoon verboden mededelingen aan derden te doen uit het
verslag, voor zover dat niet voor een ieder ter inzage ligt,
tenzij zij daartoe op hun verzoek door de voorzitter van de
ondernemingskamer zijn gemachtigd. Een vereniging van werknemers
is echter zonder een zodanige machtiging bevoegd tot het
verstrekken van mededelingen uit het verslag aan de
ondernemingsraad, die aan een door de rechtspersoon gedreven
onderneming is verbonden.
4. Ten spoedigste na de
nederlegging geeft de griffier daarvan kennis aan de verzoeker of
verzoekers en aan de rechtspersoon; indien de ondernemingskamer
dit beveelt, draagt hij voorts zorg voor de bekendmaking van de
nederlegging en van de in het tweede lid bedoelde beschikking in
de Staatscourant.
Artikel 354
De ondernemingskamer kan na
kennisneming van het verslag op verzoek van de rechtspersoon
beslissen, dat deze de kosten van het onderzoek geheel of
gedeeltelijk kan verhalen op de verzoekers, indien uit het verslag
blijkt dat het verzoek niet op redelijke grond is gedaan, dan wel op
een bestuurder, een commissaris of een ander die in dienst van de
rechtspersoon is, indien uit het verslag blijkt dat deze
verantwoordelijk is voor een onjuist beleid of een onbevredigende
gang van zaken van de rechtspersoon. De laatste zin van het tweede
lid van artikel 350 van dit Boek is van toepassing.
Artikel 355
1. Indien uit het verslag van
wanbeleid is gebleken, kan de ondernemingskamer op verzoek van de
oorspronkelijke verzoekers en, indien het verslag voor hen ter
inzage ligt, op verzoek van anderen die aan de in artikel 346 of
347 van dit Boek gestelde vereisten voldoen, of op verzoek van de
advocaat-generaal, ingesteld om redenen van openbaar belang, een
of meer van de in het volgende artikel genoemde voorzieningen
treffen, welke zij op grond van de uitkomst van het onderzoek
geboden acht.
2. Het verzoek moet worden gedaan
binnen twee maanden na nederlegging van het verslag ter griffie.
3. De artikelen 348 en 349a zijn
van overeenkomstige toepassing.
4. In het geval, bedoeld in artikel
348, neemt de ondernemingskamer geen beslissing, alvorens De
Nederlandsche Bank N.V. onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit
Financiële Markten in de gelegenheid te hebben gesteld over het
verzoek te worden gehoord.
5. De ondernemingskamer kan haar
beslissing voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien
de rechtspersoon op zich neemt, bepaalde maatregelen te treffen
die een einde maken aan het wanbeleid of die de gevolgen welke
daaruit zijn voortgevloeid, zoveel mogelijk ongedaan maken of
beperken.
Artikel 356
De voorzieningen, bedoeld in het
vorige artikel, zijn:
a. schorsing of vernietiging van
een besluit van de bestuurders, van commissarissen, van de
algemene vergadering of van enig ander orgaan van de
rechtspersoon;
b. schorsing of ontslag van een
of meer bestuurders of commissarissen;
c. tijdelijke aanstelling van een
of meer bestuurders of commissarissen;
d. tijdelijke afwijking van de
door de ondernemingskamer aangegeven bepalingen van de statuten;
e. tijdelijke overdracht van
aandelen ten titel van beheer;
f. ontbinding van de
rechtspersoon.
Artikel 357
1. De ondernemingskamer bepaalt de
geldingsduur van de door haar getroffen tijdelijke voorzieningen;
zij kan op verzoek van de verzoekers, bedoeld in artikel 355 van
dit Boek, of van de rechtspersoon dan wel van de advocaat-generaal
die duur verlengen en verkorten.
2. De ondernemingskamer regelt zo
nodig de gevolgen van de door haar getroffen voorzieningen.
3. Een door de ondernemingskamer
getroffen voorziening kan door de rechtspersoon niet ongedaan
worden gemaakt; een besluit daartoe is nietig.
4. De ondernemingskamer kan aan
degenen die zij tijdelijk aanstelt tot bestuurder, commissaris of
beheerder van aandelen, een beloning ten laste van de
rechtspersoon toekennen.
5. Zij kan aan hen opdragen haar
regelmatig verslag uit te brengen.
6. De ondernemingskamer kan bepalen
dat de rechtspersoon de redelijke en in redelijkheid gemaakte
kosten van verweer van de bestuurder, commissaris of beheerder van
aandelen terzake de vaststelling van aansprakelijkheid vanwege
onbehoorlijke taakvervulling tijdens de tijdelijke aanstelling,
betaalt.
7. De ondernemingskamer spreekt de
ontbinding van de rechtspersoon niet uit, wanneer het belang van
de leden of aandeelhouders of van degenen die in dienst van de
rechtspersoon zijn, dan wel het openbaar belang zich daartegen
verzet.
Artikel 358
1. De ondernemingskamer kan de
voorlopige tenuitvoerlegging der voorzieningen genoemd in artikel
356 onder a-e bevelen.
2. De griffier der
ondernemingskamer doet ten kantore van het handelsregister, waar
de rechtspersoon of vennootschap is ingeschreven, een afschrift
van de beschikkingen der ondernemingskamer nederleggen. Van
beschikkingen die niet voorlopig ten uitvoer kunnen worden gelegd,
geschiedt de nederlegging zodra zij in kracht van gewijsde zijn
gegaan.
3. In het geval, bedoeld in artikel
348, ontvangt De Nederlandsche Bank N.V. onderscheidenlijk de
Stichting Autoriteit Financiële Markten van de griffier een
afschrift van de beschikkingen van de ondernemingskamer.
Artikel 359
1. Tot het instellen van een beroep
in cassatie tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer uit
hoofde van deze afdeling is, buiten de personen bedoeld in artikel
426, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering,
de rechtspersoon bevoegd, ongeacht of deze bij de
ondernemingskamer is verschenen.
2. Indien aan een beschikking
waarbij een persoon met een onderzoek is belast dan wel is
aangesteld als bestuurder, commissaris of beheerder van aandelen,
door vernietiging de grondslag komt te ontbreken, wordt de door de
ondernemingskamer aan die persoon toegekende vergoeding
onderscheidenlijk beloning geacht niet onverschuldigd te zijn.
Afdeling 3. Het openbaar bod
Artikel 359a
1. Deze afdeling is van toepassing
op de vennootschap waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel
op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht, tenzij het een
beleggingsmaatschappij is als bedoeld in dat artikel waarvan de
rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers direct of
indirect worden ingekocht of terugbetaald ten laste van de activa
van de beleggingsmaatschappij.
2. In deze afdeling wordt een
certificaat van aandelen dat met medewerking van de vennootschap
is uitgegeven gelijk gesteld met een aandeel en wordt een
certificaathouder gelijk gesteld met een aandeelhouder.
Artikel 359b
1. De statuten van de vennootschap
kunnen bepalen dat een openbare mededeling betreffende de
aankondiging van een openbaar bod, als bedoeld in artikel 5:70 of
5:74 van de Wet op het financieel toezicht, op aandelen uitgegeven
door de vennootschap, tot gevolg heeft dat:
a. de vennootschap, totdat
openbaarmaking van het resultaat van de gestanddoening van het
bod heeft plaatsgevonden of het bod is vervallen, geen
handelingen verricht die het slagen van het bod kunnen
frustreren, tenzij voorafgaand aan de handeling goedkeuring
wordt verleend door de algemene vergadering of de handeling
het zoeken naar een alternatief openbaar bod betreft; de
oproeping voor de algemene vergadering geschiedt niet later
dan op de tweeënveertigste dag voor die van de vergadering;
b. besluiten van de
vennootschap die voor de in de aanhef bedoelde openbare
mededeling zijn genomen en die nog niet geheel zijn
uitgevoerd, de goedkeuring van de algemene vergadering
behoeven indien het besluit niet behoort tot de normale
uitoefening van de onderneming en de uitvoering het slagen van
het bod kan frustreren; de oproeping voor de algemene
vergadering geschiedt niet later dan op de tweeënveertigste
dag voor die van de vergadering;
c. statutaire beperkingen van
de overdracht van aandelen en beperkingen van de overdracht
van aandelen die tussen de vennootschap en haar aandeelhouders
of tussen aandeelhouders onderling zijn overeengekomen, niet
gelden jegens de bieder wanneer hem tijdens de periode voor
aanvaarding van een openbaar bod aandelen worden aangeboden;
d. statutaire beperkingen van
de uitoefening van het stemrecht en beperkingen van de
uitoefening van het stemrecht die tussen de vennootschap en
haar aandeelhouders of tussen aandeelhouders onderling zijn
overeengekomen, niet gelden in de algemene vergadering die
besluit over handelingen als bedoeld onder a of b;
e. in de algemene vergadering
elk aandeel in verband met het besluit over handelingen of
besluiten als bedoeld onder a of b recht geeft op één stem.
2. De statuten van de vennootschap
kunnen bepalen dat de houder van aandelen die ten gevolge van een
openbaar bod ten minste 75% van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigt, bevoegd is op korte termijn na het einde van de
periode voor aanvaarding van het bod een algemene vergadering
bijeen te roepen waarin bijzondere statutaire rechten van
aandeelhouders in verband met een besluit tot benoeming of ontslag
van een bestuurder of commissaris niet gelden. De oproeping
geschiedt niet later dan op de tweeënveertigste dag voor die van
de vergadering. In de vergadering geeft elk aandeel ten aanzien
van dat besluit recht op één stem en gelden statutaire
beperkingen van de uitoefening van het stemrecht en beperkingen
van de uitoefening van het stemrecht die tussen de vennootschap en
haar aandeelhouders of tussen aandeelhouders onderling zijn
overeengekomen niet.
3. De aandeelhouder heeft recht op
een billijke vergoeding van de schade die hij lijdt door de
toepassing van lid 1, onderdeel c, d, of e, of lid 2.
4. Indien een openbaar bod wordt
aangekondigd op een vennootschap die lid 1 of lid 2 toepast, door
een vennootschap of rechtspersoon die niet dezelfde of een
vergelijkbare bepaling of bepalingen toepast overeenkomstig de
nationale regels ter uitvoering van artikel 9 lid 2 en lid 3 of
artikel 11 van richtlijn nr. 2004/25/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod
(PbEU L 142), of door een dochtermaatschappij daarvan, kan de
doelvennootschap besluiten dat het ingevolge lid 1 of lid 2
bepaalde niet geldt. Het besluit is onderworpen aan de goedkeuring
van de algemene vergadering, die niet eerder mag zijn verleend dan
18 maanden voordat het bod is aangekondigd.
5. De toepassing van lid 1
onderscheidenlijk lid 2 wordt gemeld aan de Stichting Autoriteit
Financiële Markten. Melding vindt ook plaats aan de
toezichthoudende instantie van andere lidstaten van de Europese
Unie waar de aandelen zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt of waar de toelating is aangevraagd.
6. De ondernemingskamer van het
gerechtshof Amsterdam neemt kennis van alle rechtsvorderingen
betreffende de toepassing van de leden 1 tot en met 4, ingediend
door een aandeelhouder, een houder van certificaten van aandelen
die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven, een
bestuurder of een commissaris.
Artikel 359c
1. Hij die een openbaar bod heeft
uitgebracht en als aandeelhouder voor eigen rekening ten minste
95% van het geplaatste kapitaal van de doelvennootschap verschaft
alsmede ten minste 95% van de stemrechten van de doelvennootschap
vertegenwoordigt, kan tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders
een vordering instellen tot overdracht van hun aandelen aan hem.
Hetzelfde geldt, indien twee of meer groepsmaatschappijen dit deel
van het geplaatste kapitaal samen verschaffen en dit deel van de
stemrechten samen vertegenwoordigen en zij samen de vordering
instellen tot overdracht aan degene die het openbaar bod heeft
uitgebracht.
2. Zijn er verschillende soorten
aandelen dan kan de vordering slechts worden ingesteld ten aanzien
van de soort waarvan de eiser of eisers ten minste 95% van het
geplaatste kapitaal verschaffen en 95% van de stemrechten
vertegenwoordigen.
3. De vordering moet binnen drie
maanden na afloop van de termijn voor aanvaarding van het bod
worden ingesteld.
4. Over de vordering oordeelt in
eerste aanleg de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Van de uitspraak staat uitsluitend beroep in cassatie open.
5. Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de rechter ambtshalve
onderzoeken of de eiser of eisers de vereisten van lid 1
onderscheidenlijk lid 2 vervult of vervullen.
6. Indien de rechter oordeelt dat
de leden 1 en 2 de toewijzing van de vordering niet beletten,
stelt hij een billijke prijs vast voor de over te dragen aandelen
op een door hem te bepalen dag. Wanneer een openbaar bod als
bedoeld in artikel 5:74 van de Wet op het financieel toezicht is
uitgebracht, wordt de waarde van de bij het bod geboden
tegenprestatie, mits ten minste 90% van de aandelen is verworven
waarop het bod betrekking had, geacht een billijke prijs te zijn.
Wanneer een openbaar bod als bedoeld in artikel 5:70 van de Wet op
het financieel toezicht is uitgebracht, wordt de waarde van de bij
het bod geboden tegenprestatie geacht een billijke prijs te zijn.
In afwijking van de tweede of derde zin kan de rechter bevelen dat
een of drie deskundigen zullen berichten over de waarde van de
over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van artikel 350 lid
3 en de artikelen 351 en 352zijn dan van toepassing. De prijs
luidt in geld. Zo lang en voor zover de prijs niet is betaald,
wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de wettelijke rente,
vanaf de dag die door de rechter is bepaald voor de vaststelling
van de prijs tot de overdracht; uitkeringen op de aandelen die in
dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken op de dag van
betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
7. De rechter die de vordering
toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de aandelen
toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs met rente te
betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen.
De rechter geeft omtrent de kosten van het geding zodanige
uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die geen verweer
heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
8. Staat het bevel tot overdracht
bij gerechtelijk gewijsde vast, dan deelt de overnemer de dag en
plaats van betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk mee aan de
houders van de over te nemen aandelen van wie hij het adres kent.
Hij kondigt deze ook aan in een landelijk verspreid dagblad,
tenzij hij van allen het adres kent.
9. De overnemer kan zich altijd van
zijn verplichtingen ingevolge de leden 7 en 8 bevrijden door de
vastgestelde prijs met rente voor alle nog niet overgenomen
aandelen te consigneren, onder mededeling van hem bekende rechten
van pand en vruchtgebruik en de hem bekende beslagen. Door deze
mededeling gaat beslag over van de aandelen op het recht op
uitkering. Door het consigneren gaat het recht op de aandelen
onbezwaard op hem over en gaan rechten van pand of vruchtgebruik
over op het recht op uitkering. Aan aandeel- en dividendbewijzen
waarop na de overgang uitkeringen betaalbaar zijn gesteld, kan
nadien geen recht jegens de vennootschap meer worden ontleend. De
overnemer maakt het consigneren en de prijs per aandeel op dat
tijdstip bekend op de wijze van lid 8.
Artikel 359d
1. Tegen degene die een openbaar
bod heeft uitgebracht en als aandeelhouder voor eigen rekening ten
minste 95% van het geplaatste kapitaal van de doelvennootschap
verschaft alsmede ten minste 95% van de stemrechten van de
doelvennootschap vertegenwoordigt, kan door een andere
aandeelhouder een vordering worden ingesteld tot overneming van de
aandelen van de andere aandeelhouder. Hetzelfde geldt, indien twee
of meer groepsmaatschappijen dit deel van het geplaatste kapitaal
samen verschaffen en dit deel van de stemrechten samen
vertegenwoordigen en een van hen het openbaar bod heeft
uitgebracht.
2. Zijn er verschillende soorten
aandelen dan kan de vordering worden ingesteld ten aanzien van de
soort waarvan degene die een openbaar bod heeft uitgebracht alleen
of samen met groepsmaatschappijen ten minste 95% van het
geplaatste kapitaal verschaft en 95% van de stemrechten
vertegenwoordigt.
3. De vordering moet binnen drie
maanden na afloop van de termijn voor aanvaarding van het bod
worden ingesteld.
4. Over de vordering oordeelt in
eerste aanleg de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Van de uitspraak staat uitsluitend beroep in cassatie open.
5. Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de rechter ambtshalve
onderzoeken of de gedaagden de vereisten van lid 1
onderscheidenlijk lid 2 vervullen.
6. Staat het bevel tot overneming
bij gerechtelijk gewijsde vast, dan deelt de overnemer de dag en
plaats van betaalbaarstelling van de prijs schriftelijk mee aan de
houders van de over te nemen aandelen.
7. Artikel 359c, leden 6, 7 en 9,
is van overeenkomstige toepassing.
Titel 9. De jaarrekening en het
jaarverslag
Afdeling 1. Algemene bepaling
Artikel 360
1. Deze titel is van toepassing op
de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze
vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid. Ongeacht hun rechtsvorm is deze titel op banken
als bedoeld in artikel 415, betaalinstellingen als bedoeld in
artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en
elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet
op het financieel toezicht van toepassing.
2. Deze titel is eveneens van
toepassing op een commanditaire vennootschap of een vennootschap
onder firma waarvan alle vennoten die volledig jegens schuldeisers
aansprakelijk zijn voor de schulden, kapitaalvennootschappen naar
buitenlands recht zijn.
3. Deze titel is eveneens van
toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer
ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het
handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet
van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren
zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren,
de helft of meer bedraagt van het in artikel 396 lid 1, onder b,
bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van artikel 398 lid 4.
Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet
verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die
gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en
indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten
toepassing.
Afdeling 2. Algemene bepalingen
omtrent de jaarrekening
Artikel 361
1. Onder jaarrekening wordt
verstaan: de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans
en de winst- en verliesrekening met de toelichting, en de
geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een
geconsolideerde jaarrekening opstelt.
2. Coöperaties en de in artikel
360 lid 3 bedoelde stichtingen en verenigingen vervangen de winst-
en verliesrekening door een exploitatierekening, indien het in
artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor wordt gediend; op deze
rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening
zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent
winst en verlies zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige
toepassing op het exploitatiesaldo.
3. De bepalingen van deze titel
gelden voor jaarrekeningen en hun onderdelen, zowel in de vorm
waarin zij door het bestuur zijn opgemaakt als in de vorm waarin
zij door het bevoegde orgaan van de rechtspersoon zijn
vastgesteld.
4. Bij de toepassing van de
artikelen 367, 370 lid 1, 375, 376, 377 lid 5 en 381 moeten
overeenkomstige vermeldingen als met betrekking tot
groepsmaatschappijen worden opgenomen met betrekking tot andere
maatschappijen:
a. die op voet van de leden 1,
3 en 4 van artikel 24a rechten in de rechtspersoon kunnen
uitoefenen, ongeacht of zij rechtspersoonlijkheid hebben, of
b. die dochtermaatschappij zijn
van de rechtspersoon, van een groepsmaatschappij of van een
maatschappij als bedoeld in onderdeel a.
Artikel 362
1. De jaarrekening geeft volgens
normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden
beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan
worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voor
zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de
solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon. Indien de
internationale vertakking van zijn groep dit rechtvaardigt kan de
rechtspersoon de jaarrekening opstellen naar de normen die in het
maatschappelijk verkeer in een van de andere lidstaten van de
Europese Gemeenschappen als aanvaardbaar worden beschouwd en het
in de eerste volzin bedoelde inzicht geven.
2. De balans met de toelichting
geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het
vermogen en zijn samenstelling in actief- en passiefposten op het
einde van het boekjaar weer. De balans mag het vermogen weergeven,
zoals het wordt samengesteld met inachtneming van de bestemming
van de winst of de verwerking van het verlies, of, zolang deze
niet vaststaat, met inachtneming van het voorstel daartoe.
Bovenaan de balans wordt aangegeven of daarin de bestemming van
het resultaat is verwerkt.
3. De winst- en verliesrekening met
de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte
van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten
van baten en lasten weer.
4. Indien het verschaffen van het
in lid 1 bedoelde inzicht dit vereist, verstrekt de rechtspersoon
in de jaarrekening gegevens ter aanvulling van hetgeen in de
bijzondere voorschriften van en krachtens deze titel wordt
verlangd. Indien dit noodzakelijk is voor het verschaffen van dat
inzicht, wijkt de rechtspersoon van die voorschriften af; de reden
van deze afwijking wordt in de toelichting uiteengezet, voor zover
nodig onder opgaaf van de invloed ervan op vermogen en resultaat.
5. De baten en lasten van het
boekjaar worden in de jaarrekening opgenomen, onverschillig of zij
tot ontvangsten of uitgaven in dat boekjaar hebben geleid.
6. De jaarrekening wordt
vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële
toestand op de balansdatum is gebleken tussen het opmaken van de
jaarrekening en de algemene vergadering waarin zij wordt
behandeld, voor zover dat onontbeerlijk is voor het in lid 1
bedoelde inzicht. Blijkt nadien dat de jaarrekening in ernstige
mate tekortschiet in het geven van dit inzicht, dan bericht het
bestuur daaromtrent onverwijld aan de leden of aandeelhouders en
legt het een mededeling daaromtrent neder ten kantore van het
handelsregister; bij de mededeling wordt een accountantsverklaring
gevoegd, indien de jaarrekening overeenkomstig artikel 393 is
onderzocht.
7. Indien de werkzaamheid van de
rechtspersoon of de internationale vertakking van zijn groep dat
rechtvaardigt, mag de jaarrekening of alleen de geconsolideerde
jaarrekening worden opgesteld in een vreemde geldeenheid. De
posten worden in de Nederlandse taal omschreven, tenzij de
algemene vergadering tot het gebruik van een andere taal heeft
besloten.
8. Een rechtspersoon kan de
jaarrekening opstellen volgens de door de International Accounting
Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie
goedgekeurde standaarden, mits de rechtspersoon daarbij alle voor
hem van toepassing zijnde vastgestelde en goedgekeurde standaarden
toepast. Een rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening
opstelt volgens deze titel, kan niet de enkelvoudige jaarrekening
opstellen volgens de vastgestelde en goedgekeurde standaarden. Een
rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening opstelt volgens
de in de eerste zin van dit lid genoemde standaarden, kan in de
enkelvoudige jaarrekening de waarderingsgrondslagen toepassen die
hij ook in de geconsolideerde jaarrekening heeft toegepast.
9. De rechtspersoon die de
jaarrekening opstelt volgens de in lid 8 bedoelde standaarden,
past van deze titel slechts de afdelingen 7 tot en met 10en de
artikelen 365 lid 2, 373, 382, 382a, 383, 383b tot en met 383e,
389 leden 8 en 10, en 390 toe. Banken passen tevens artikel 421
lid 5toe.
10. De rechtspersoon vermeldt in de
toelichting volgens welke standaarden de jaarrekening is
opgesteld.
Artikel 363
1. De samenvoeging, de ontleding en
de rangschikking van de gegevens in de jaarrekening en de
toelichting op die gegevens zijn gericht op het inzicht dat de
jaarrekening krachtens artikel 362 lid 1 beoogt te geven. Daarbij
worden de voorschriften krachtens lid 6 en de andere afdelingen
van deze titel in acht genomen.
2. Het is niet geoorloofd in de
jaarrekening activa en passiva of baten en lasten tegen elkaar te
laten wegvallen, indien zij ingevolge deze titel in afzonderlijke
posten moeten worden opgenomen.
3. Een post behoeft niet
afzonderlijk te worden vermeld, indien deze in het geheel van de
jaarrekening van te verwaarlozen betekenis is voor het wettelijk
vereiste inzicht. Krachtens deze titel vereiste vermeldingen mogen
achterwege blijven voor zover zij op zichzelf genomen en tezamen
met soortgelijke vermeldingen voor dit inzicht van te verwaarlozen
betekenis zouden zijn. Vermeldingen krachtens de artikelen 378,
382 en 383 mogen evenwel niet achterwege blijven.
4. De indeling van de balans en van
de winst- en verliesrekening mag slechts wegens gegronde redenen
afwijken van die van het voorafgaande jaar; in de toelichting
worden de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot
afwijking hebben geleid, uiteengezet.
5. Zoveel mogelijk wordt bij iedere
post van de jaarrekening het bedrag van het voorafgaande boekjaar
vermeld; voor zover nodig, wordt dit bedrag ter wille van de
vergelijkbaarheid herzien en wordt de afwijking ten gevolge van de
herziening toegelicht.
6. Wij kunnen voor de indeling van
de jaarrekening bij algemene maatregel van bestuur modellen en
nadere voorschriften vaststellen, die gelden voor de daarbij
omschreven rechtspersonen. Bij de toepassing daarvan worden de
indeling, benaming en omschrijving van de daarin voorkomende
posten aangepast aan de aard van het bedrijf van de rechtspersoon,
voor zover dat krachtens de algemene maatregel is toegelaten.
Afdeling 3. Voorschriften omtrent de
balans en de toelichting daarop
§ 1. Hoofdindeling van de balans
Artikel 364
1. Op de balans worden de activa
onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij
zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de
rechtspersoon al of niet duurzaam te dienen.
2. Onder de vaste activa worden
afzonderlijk opgenomen de immateriële, materiële en financiële
vaste activa.
3. Onder de vlottende activa worden
afzonderlijk opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten,
liquide middelen, en, voor zover zij niet onder de vorderingen
zijn vermeld, de overlopende activa.
4. Onder de passiva worden
afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen, de
schulden en, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld,
de overlopende passiva.
§ 2. Activa
Artikel 365
1. Onder de immateriële vaste
activa worden afzonderlijk opgenomen:
a. kosten die verband houden
met de oprichting en met de uitgifte van aandelen;
b. kosten van onderzoek en
ontwikkeling;
c. kosten van verwerving ter
zake van concessies, vergunningen en rechten van intellectuele
eigendom;
d. kosten van goodwill die van
derden is verkregen;
e. vooruitbetalingen op
immateriële vaste activa.
2. Voor zover de rechtspersoon de
kosten, vermeld in de onderdelen a en b van lid 1, activeert, moet
hij deze toelichten en moet hij ter hoogte daarvan een reserve
aanhouden.
Artikel 366
1. Onder de materiële vaste activa
worden afzonderlijk opgenomen:
a. bedrijfsgebouwen en
-terreinen;
b. machines en installaties;
c. andere vaste
bedrijfsmiddelen, zoals technische en administratieve
uitrusting;
d. materiële vaste
bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op
materiële vaste activa;
e. niet aan het produktieproces
dienstbare materiële vaste activa.
2. Indien de rechtspersoon op of
met betrekking tot materiële vaste activa slechts een beperkt
zakelijk of persoonlijk duurzaam genotsrecht heeft, wordt dit
vermeld.
Artikel 367
Onder de financiële vaste activa
worden afzonderlijk opgenomen:
a. aandelen, certificaten van
aandelen en andere vormen van deelneming in
groepsmaatschappijen;
b. andere deelnemingen;
c. vorderingen op
groepsmaatschappijen;
d. vorderingen op andere
rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in
de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming
heeft;
e. overige effecten;
f. overige vorderingen, met
afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en
voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.
Artikel 368
1. Het verloop van elk der posten,
behorende tot de vaste activa, gedurende het boekjaar wordt in een
sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a. de boekwaarde aan het begin
van het boekjaar;
b. de som van de waarden
waartegen de in het boekjaar verkregen activa zijn te boek
gesteld, en de som van de boekwaarden der activa waarover de
rechtspersoon aan het einde van het boekjaar niet meer
beschikt;
c. de herwaarderingen over het
boekjaar overeenkomstig artikel 390 lid 1;
d. de afschrijvingen, de
waardeverminderingen en de terugneming daarvan over het
boekjaar;
e. de boekwaarde aan het einde
van het boekjaar.
2. Voorts worden voor elk der
posten behorende tot de vaste activa opgegeven:
a. de som der herwaarderingen
die betrekking hebben op de activa welke op de balansdatum
aanwezig zijn;
b. de som der afschrijvingen en
waardeverminderingen op de balansdatum.
Artikel 369
Onder de tot de vlottende activa
behorende voorraden worden afzonderlijk opgenomen:
a. grond- en hulpstoffen;
b. onderhanden werk;
c. gereed produkt en
handelsgoederen;
d. vooruitbetalingen op
voorraden.
Artikel 370
1. Onder de tot de vlottende activa
behorende vorderingen worden afzonderlijk opgenomen:
a. vorderingen op
handelsdebiteuren;
b. vorderingen op
groepsmaatschappijen;
c. vorderingen op andere
rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in
de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming
heeft;
d. opgevraagde stortingen van
geplaatst kapitaal;
e. overige vorderingen, met
uitzondering van die waarop de artikelen 371 en 372 van
toepassing zijn, en met afzonderlijke vermelding van de
vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders
van aandelen op naam.
2. Bij elk van de in lid 1 vermelde
groepen van vorderingen wordt aangegeven tot welk bedrag de
resterende looptijd langer is dan een jaar.
Artikel 371
1. Behoren tot de vlottende activa
aandelen en andere vormen van belangen in niet in de consolidatie
betrokken maatschappijen als bedoeld in artikel 361 lid 4, dan
worden deze afzonderlijk onder de effecten opgenomen. Vermeld
wordt de gezamenlijke waarde van de overige tot de vlottende
activa behorende effecten die zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of
een met een gereglementeerde markt of multilaterale
handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen
lidstaat is.
2. Omtrent de effecten wordt
vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de
rechtspersoon staan.
Artikel 372
1. Onder de liquide middelen worden
opgenomen de kasmiddelen, de tegoeden op bank- en girorekeningen,
alsmede de wissels en cheques.
2. Omtrent de tegoeden wordt
vermeld, in hoeverre deze niet ter vrije beschikking van de
rechtspersoon staan.
§ 3. Passiva
Artikel 373
1. Onder het eigen vermogen worden
afzonderlijk opgenomen:
a. het geplaatste kapitaal;
b. agio;
c. herwaarderingsreserves;
d. andere wettelijke reserves,
onderscheiden naar hun aard;
e. statutaire reserves;
f. overige reserves;
g. niet verdeelde winsten, met
afzonderlijke vermelding van het resultaat na belastingen van
het boekjaar, voor zover de bestemming daarvan niet in de
balans is verwerkt.
2. Is het geplaatste kapitaal niet
volgestort, dan wordt in plaats daarvan het gestorte kapitaal
vermeld of, indien stortingen zijn uitgeschreven, het gestorte en
opgevraagde kapitaal. Het geplaatste kapitaal wordt in deze
gevallen vermeld.
3. Het kapitaal wordt niet
verminderd met het bedrag van eigen aandelen of certificaten
daarvan die de rechtspersoon of een dochtermaatschappij houdt.
4. Wettelijke reserves zijn de
reserves die moeten worden aangehouden ingevolge de artikelen 67a
leden 2 en 3, 94a lid 6 onder f, 98c lid 4, 365 lid 2, 389 leden 6
en 8, 390, 401 lid 2 en 423 lid 4.
5. In een jaarrekening die in een
vreemde geldeenheid wordt opgesteld, wordt de in lid 1 onderdeel a
bedoelde post opgenomen in die geldeenheid, naar de koers op de
balansdatum. Vermelden de statuten het geplaatste kapitaal in een
andere geldeenheid dan de geldeenheid waarin de jaarrekening is
opgesteld, dan wordt in de in lid 1 onderdeel a bedoelde post
tevens deze koers en het bedrag in die andere geldeenheid vermeld.
Artikel 374
1. Op de balans worden
voorzieningen opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven
verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of als
vaststaand worden beschouwd, maar waarvan niet bekend is in welke
omvang of wanneer zij zullen ontstaan. Tevens kunnen voorzieningen
worden opgenomen tegen uitgaven die in een volgend boekjaar zullen
worden gedaan, voor zover het doen van die uitgaven zijn oorsprong
mede vindt voor het einde van het boekjaar en de voorziening
strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal
boekjaren.
2. Waardevermindering van een
actief wordt niet door vorming van een voorziening tot uitdrukking
gebracht.
3. De voorzieningen worden
gesplitst naar de aard der verplichtingen, verliezen en kosten
waartegen zij worden getroffen; zij worden overeenkomstig de aard
nauwkeurig omschreven. In de toelichting wordt zoveel mogelijk
aangegeven in welke mate de voorzieningen als langlopend moeten
worden beschouwd.
4. In ieder geval worden
afzonderlijk opgenomen:
a. de voorziening voor
belastingverplichtingen, die na het boekjaar kunnen ontstaan,
doch aan het boekjaar of een voorafgaand boekjaar moeten
worden toegerekend, met inbegrip van de voorziening voor
belastingen die uit waardering boven de verkrijgings- of
vervaardigingsprijs kan voortvloeien;
b. de voorziening voor
pensioenverplichtingen.
Artikel 375
1. Onder de schulden worden
afzonderlijk opgenomen:
a. obligatieleningen,
pandbrieven en andere leningen met afzonderlijke vermelding
van de converteerbare leningen;
b. schulden aan banken;
c. ontvangen vooruitbetalingen
op bestellingen voor zover niet reeds op actiefposten in
mindering gebracht;
d. schulden aan leveranciers en
handelskredieten;
e. te betalen wissels en
cheques;
f. schulden aan
groepsmaatschappijen;
g. schulden aan rechtspersonen
en vennootschappen die een deelneming hebben in de
rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft,
voor zover niet reeds onder f vermeld;
h. schulden ter zake van
belastingen en premiën van sociale verzekering;
i. schulden ter zake van
pensioenen;
j. overige schulden.
2. Bij elke in lid 1 vermelde groep
van schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende
looptijd langer is dan een jaar, met aanduiding van de rentevoet
daarover en met afzonderlijke vermelding tot welk bedrag de
resterende looptijd langer is dan vijf jaar.
3. Onderscheiden naar de in lid 1
genoemde groepen, wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke
zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts
wordt medegedeeld ten aanzien van welke schulden de rechtspersoon
zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren
of niet bezwaren van goederen, voor zover dat noodzakelijk is voor
het verschaffen van het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht.
4. Aangegeven wordt tot welk bedrag
schulden in rang zijn achtergesteld bij de andere schulden; de
aard van deze achterstelling wordt toegelicht.
5. Is het bedrag waarmee de schuld
moet worden afgelost hoger dan het ontvangen bedrag, dan mag het
verschil, mits afzonderlijk vermeld, uiterlijk tot de aflossing
worden geactiveerd.
6. Het bedrag wordt vermeld dat de
rechtspersoon op leningen die zijn opgenomen onder de schulden met
een resterende looptijd van meer dan een jaar, moet aflossen
tijdens het boekjaar, volgend op dat waarop de jaarrekening
betrekking heeft.
7. Bij converteerbare leningen
worden de voorwaarden van conversie medegedeeld.
Artikel 376
Heeft de rechtspersoon zich
aansprakelijk gesteld voor schulden van anderen of loopt hij nog
risico voor verdisconteerde wissels of chèques, dan worden de
daaruit voortvloeiende verplichtingen, voor zover daarvoor op de
balans geen voorzieningen zijn opgenomen, vermeld en ingedeeld naar
de vorm der geboden zekerheid. Afzonderlijk worden vermeld de
verplichtingen die ten behoeve van groepsmaatschappijen zijn
aangegaan.
Afdeling 4. Voorschriften omtrent de
winst- en verliesrekening en de toelichting daarop
Artikel 377
1. Op de winst- en verliesrekening
worden afzonderlijk opgenomen:
a. de baten en lasten uit de
gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover en het
resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen;
b. de buitengewone baten en
lasten, de belastingen daarover en het buitengewone resultaat
na belastingen;
c. de overige belastingen;
d. het resultaat na
belastingen.
2. De baten en lasten uit de gewone
bedrijfsuitoefening worden hetzij overeenkomstig lid 3, hetzij
overeenkomstig lid 4 gesplitst.
3. Afzonderlijk worden opgenomen:
a. de netto-omzet;
b. de toe- of afneming van de
voorraad gereed produkt en onderhanden werk ten opzichte van
de voorafgaande balansdatum;
c. de geactiveerde produktie
ten behoeve van het eigen bedrijf;
d. de overige
bedrijfsopbrengsten;
e. de lonen;
f. de sociale lasten met
afzonderlijke vermelding van de pensioenlasten;
g. de kosten van grond- en
hulpstoffen en de overige externe kosten;
h. de afschrijvingen en de
waardeverminderingen ten laste van de immateriële en de
materiële vaste activa, gesplitst naar die groepen activa;
i. waardeverminderingen van
vlottende activa, voor zover zij de bij de rechtspersoon
gebruikelijke waardeverminderingen overtreffen;
j. de overige bedrijfskosten;
k. het resultaat uit
deelnemingen;
l. opbrengsten van andere
effecten en vorderingen, die tot de vaste activa behoren;
m. de overige rentebaten en
soortgelijke opbrengsten;
n. de wijzigingen in de waarde
van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de
vlottende activa behoren;
o. de rentelasten en
soortgelijke kosten.
4. Afzonderlijk worden opgenomen:
a. de netto-omzet;
b. de kostprijs van de omzet,
met uitzondering van de daarin opgenomen rentelasten, doch met
inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;
c. het bruto-omzetresultaat als
saldo van de posten a en b;
d. de verkoopkosten, met
inbegrip van de afschrijvingen en buitengewone
waardeverminderingen;
e. de algemene beheerskosten,
met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;
f. de overige
bedrijfsopbrengsten;
g. het resultaat uit
deelnemingen;
h. opbrengsten uit andere
effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren;
i. de overige rentebaten en
soortgelijke opbrengsten;
j. de wijzigingen in de waarde
van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de
vlottende activa behoren;
k. de rentelasten en
soortgelijke kosten.
5. Bij de posten k-o van lid 3 en
de posten g-k van lid 4 worden afzonderlijk vermeld de baten en
lasten uit de verhouding met groepsmaatschappijen.
6. Onder de netto-omzet wordt
verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit
het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en
dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.
7. Als buitengewone baten en lasten
worden aangemerkt de baten en lasten die niet uit de gewone
uitoefening van het bedrijf van de rechtspersoon voortvloeien.
Tenzij deze baten en lasten van ondergeschikte betekenis zijn voor
de beoordeling van het resultaat, worden zij naar aard en omvang
toegelicht; hetzelfde geldt voor de baten en lasten welke aan een
ander boekjaar moeten worden toegerekend, voor zover zij niet tot
de buitengewone baten en lasten zijn gerekend.
Afdeling 5. Bijzondere voorschriften
omtrent de toelichting
Artikel 378
1. Het verloop van het eigen
vermogen gedurende het boekjaar wordt weergegeven in een
overzicht. Daaruit blijken:
a. het bedrag van elke post aan
het begin van het boekjaar;
b. de toevoegingen en de
verminderingen van elke post over het boekjaar, gesplitst naar
hun aard;
c. het bedrag van elke post aan
het einde van het boekjaar.
2. In het overzicht wordt de post
gestort en opgevraagd kapitaal uitgesplitst naar de soorten
aandelen. Afzonderlijk worden vermeld de eindstand en de gegevens
over het verloop van de aandelen in het kapitaal van de
rechtspersoon en van de certificaten daarvan, die deze zelf of een
dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden.
Vermeld wordt op welke post van het eigen vermogen de
verkrijgingsprijs of boekwaarde daarvan in mindering is gebracht.
3. Opgegeven wordt op welke wijze
stortingen op aandelen zijn verricht die in het boekjaar opeisbaar
werden of vrijwillig zijn verricht, met de zakelijke inhoud van de
in het boekjaar verrichte rechtshandelingen, waarop een der
artikelen 94, 94c of 204 van toepassing is. Een naamloze
vennootschap vermeldt iedere verwerving en vervreemding voor haar
rekening van eigen aandelen en certificaten daarvan; daarbij
worden medegedeeld de redenen van verwerving, het aantal, het
nominale bedrag en de overeengekomen prijs van de bij elke
handeling betrokken aandelen en certificaten en het gedeelte van
het kapitaal dat zij vertegenwoordigen.
4. Een naamloze vennootschap
vermeldt de gegevens omtrent het aantal, de soort en het nominale
bedrag van de eigen aandelen of de certificaten daarvan:
a. die zij of een ander voor
haar rekening op de balansdatum in pand heeft;
b. die zij of een
dochtermaatschappij op de balansdatum houdt op grond van
verkrijging met toepassing van artikel 98 lid 5.
Artikel 379
1. De rechtspersoon vermeldt naam,
woonplaats en het verschafte aandeel in het geplaatste kapitaal
van elke maatschappij:
a. waaraan hij alleen of samen
met een of meer dochtermaatschappijen voor eigen rekening ten
minste een vijfde van het geplaatste kapitaal verschaft of
doet verschaffen, of
b. waarin hij als vennoot
jegens de schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de
schulden.
2. Van elke in onderdeel a van lid
1 bedoelde maatschappij vermeldt de rechtspersoon ook het bedrag
van het eigen vermogen en resultaat volgens haar laatst
vastgestelde jaarrekening, tenzij:
a. de rechtspersoon de
financiële gegevens van de maatschappij consolideert;
b. de rechtspersoon de
maatschappij op zijn balans of geconsolideerde balans
overeenkomstig artikel 389 leden 1 tot en met 7 verantwoordt;
c. de rechtspersoon de
financiële gegevens van de maatschappij wegens te
verwaarlozen belang dan wel op grond van artikel 408 niet
consolideert; of
d. minder dan de helft van het
kapitaal van de maatschappij voor rekening van de
rechtspersoon wordt verschaft en de maatschappij wettig haar
balans niet openbaar maakt.
3. Tenzij zulk een maatschappij
haar belang in de rechtspersoon wettig niet pleegt te vermelden,
vermeldt de rechtspersoon:
a. naam en woonplaats van de
maatschappij die aan het hoofd van zijn groep staat, en
b. naam en woonplaats van elke
maatschappij die zijn financiële gegevens consolideert in
haar openbaar gemaakte geconsolideerde jaarrekening, alsmede
de plaats waar afschriften daarvan tegen niet meer dan de
kostprijs zijn te verkrijgen.
4. Onze Minister van Economische
Zaken kan van de verplichtingen, bedoeld in de leden 1, 2 en 3,
desverzocht ontheffing verlenen, indien gegronde vrees bestaat dat
door de vermelding ernstig nadeel kan ontstaan. Deze ontheffing
kan telkens voor ten hoogste vijf jaren worden gegeven. In de
toelichting wordt vermeld dat ontheffing is verleend of
aangevraagd. Hangende de aanvraag is openbaarmaking niet vereist.
5. De vermeldingen, vereist in dit
artikel en in artikel 414 mogen gezamenlijk worden opgenomen. De
rechtspersoon mag het deel van de toelichting dat deze
vermeldingen bevat afzonderlijk ter inzage van ieder neerleggen
ten kantore van het handelsregister, mits beide delen van de
toelichting naar elkaar verwijzen.
Artikel 380
1. Indien de inrichting van het
bedrijf van de rechtspersoon is afgestemd op werkzaamheden in
verschillende bedrijfstakken, wordt met behulp van cijfers inzicht
gegeven in de mate waarin elk van de soorten van die werkzaamheden
tot de netto-omzet heeft bijgedragen.
2. De netto-omzet wordt op
overeenkomstige wijze gesplitst naar de onderscheiden gebieden
waarin de rechtspersoon goederen en diensten levert.
3. Artikel 379 lid 4 is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 381
1. Vermeld wordt tot welke
belangrijke, niet in de balans opgenomen, financiële
verplichtingen de rechtspersoon voor een aantal toekomstige jaren
is verbonden, zoals die welke uit langlopende overeenkomsten
voortvloeien. Daarbij worden afzonderlijk vermeld de
verplichtingen jegens groepsmaatschappijen. Artikel 375 lid 3 is
van overeenkomstige toepassing.
2. Tevens wordt vermeld wat de
aard, het zakelijk doel en de financiële gevolgen van niet in de
balans opgenomen regelingen van de rechtspersoon zijn, indien de
risico’s of voordelen die uit deze regelingen voortvloeien van
betekenis zijn en voor zover de openbaarmaking van dergelijke
risico’s of voordelen noodzakelijk is voor de beoordeling van de
financiële positie van de rechtspersoon.
3. Vermeld wordt welke van
betekenis zijnde transacties door de rechtspersoon niet onder
normale marktvoorwaarden met verbonden partijen als bedoeld in de
door de International Accounting Standards Board vastgestelde en
door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden zijn
aangegaan, de omvang van die transacties, de aard van de
betrekking met de verbonden partij, alsmede andere informatie over
die transacties die nodig is voor het verschaffen van inzicht in
de financiële positie van de rechtspersoon. Informatie over
individuele transacties kan overeenkomstig de aard ervan worden
samengevoegd, tenzij gescheiden informatie nodig is om inzicht te
verschaffen in de gevolgen van transacties met verbonden partijen
als bedoeld in de door de International Accounting Standards Board
vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde
standaarden voor de financiële positie van de rechtspersoon.
Vermelding van transacties tussen twee of meer leden van een groep
kan achterwege blijven, mits dochtermaatschappijen die partij zijn
bij de transactie geheel in eigendom zijn van een of meer leden
van de groep.
Artikel 381a
Indien financiële instrumenten tegen
de actuele waarde worden gewaardeerd, vermeldt de rechtspersoon:
a. indien de actuele waarde met
behulp van waarderingsmodellen en -technieken is bepaald, de
aannames die daaraan ten grondslag liggen;
b. per categorie van financiële
instrumenten, de actuele waarde, de waardeveranderingen die in
de winst- en verliesrekening zijn opgenomen, de
waardeveranderingen die op grond van artikel 390 lid 1 in de
herwaarderingsreserve zijn opgenomen, en de waardeveranderingen
die op de vrije reserves in mindering zijn gebracht; en
c. per categorie van afgeleide
financiële instrumenten, informatie over de omvang en de aard
van de instrumenten, alsmede de voorwaarden die op het bedrag,
het tijdstip en de zekerheid van toekomstige kasstromen van
invloed kunnen zijn.
Artikel 381b
Indien financiële instrumenten niet
tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, vermeldt de
rechtspersoon:
a. voor iedere categorie
afgeleide financiële instrumenten:
1°. de actuele waarde van de
instrumenten, indien deze kan worden bepaald door middel van
een van de krachtensartikel 384 lid 4 voorgeschreven
methoden;
2°. informatie over de
omvang en de aard van de instrumenten; en
b. voor financiële vaste activa
die zijn gewaardeerd tegen een hoger bedrag dan de actuele
waarde en zonder dat uitvoering is gegeven aan de tweede zin van
artikel 387 lid 4:
1°. de boekwaarde en de
actuele waarde van de afzonderlijke activa of van passende
groepen van de afzonderlijke activa;
2°. de reden waarom de
boekwaarde niet is verminderd, alsmede de aard van de
aanwijzingen die ten grondslag liggen aan de overtuiging dat
de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.
Artikel 382
Medegedeeld wordt het gemiddelde
aantal gedurende het boekjaar bij de rechtspersoon werkzame
werknemers, ingedeeld op een wijze die is afgestemd op de inrichting
van het bedrijf. De vennootschap doet daarbij opgave van het aantal
werknemers dat buiten Nederland werkzaam is. Heeft artikel 377 lid 3
geen toepassing in de winst- en verliesrekening gevonden, dan worden
de aldaar onder e en f verlangde gegevens vermeld.
Artikel 382a
1. Opgegeven worden de in het
boekjaar ten laste van de rechtspersoon gebrachte totale honoraria
voor het onderzoek van de jaarrekening, totale honoraria voor
andere controleopdrachten, totale honoraria voor adviesdiensten op
fiscaal terrein en totale honoraria voor andere
niet-controlediensten, uitgevoerd door de externe accountant en de
accountantsorganisatie, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a
en e, van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
2. Indien de rechtspersoon
dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere
maatschappijen consolideert, worden de honoraria die in het
boekjaar te hunnen laste zijn gebracht, in de opgave begrepen.
3. De honoraria hoeven niet
opgegeven te worden door een rechtspersoon waarvan de financiële
gegevens zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening
waarop krachtens het toepasselijke recht de verordening van het
Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van
internationale standaarden voor jaarrekeningen of de zevende
richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het
vennootschapsrecht van toepassing is, mits de in lid 1 bedoelde
honoraria in de toelichting van die geconsolideerde jaarrekening
worden vermeld.
Artikel 383
1. Opgegeven worden het bedrag van
de bezoldigingen, met inbegrip van de pensioenlasten, en van de
andere uitkeringen voor de gezamenlijke bestuurders en gewezen
bestuurders en, afzonderlijk, voor de gezamenlijke commissarissen
en gewezen commissarissen. De vorige zin heeft betrekking op de
bedragen die in het boekjaar ten laste van de rechtspersoon zijn
gekomen. Indien de rechtspersoon dochtermaatschappijen heeft of de
financiële gegevens van andere maatschappijen consolideert,
worden de bedragen die in het boekjaar te hunnen laste zijn
gekomen, in de opgave begrepen. Een opgave die herleid kan worden
tot een enkele natuurlijke persoon mag achterwege blijven.
2. Met uitzondering van de laatste
zin is lid 1 tevens van toepassing op het bedrag van de leningen,
voorschotten en garanties, ten behoeve van bestuurders en
commissarissen van de rechtspersoon verstrekt door de
rechtspersoon, zijn dochtermaatschappijen en de maatschappijen
waarvan hij de gegevens consolideert. Opgegeven worden de nog
openstaande bedragen, de rentevoet, de belangrijkste overige
bepalingen en de aflossingen gedurende het boekjaar.
Artikel 383a
De in artikel 360 lid 3 bedoelde
stichtingen en verenigingen vermelden zowel de statutaire regeling
omtrent de bestemming van het resultaat als de wijze waarop het
resultaat na belastingen wordt bestemd.
Artikel 383b
In afwijking van artikel 383 gelden
de artikelen 383c tot en met 383e voor de naamloze vennootschap, met
uitzondering van de naamloze vennootschap waarvan de statuten
uitsluitend aandelen op naam kennen, een blokkeringsregeling
bevatten en niet toelaten dat met medewerking van de vennootschap
certificaten aan toonder worden uitgegeven.
Artikel 383c
1. De vennootschap doet opgave van
het bedrag van de bezoldiging voor iedere bestuurder. Dit bedrag
wordt uitgesplitst naar
a. periodiek betaalde
beloningen,
b. beloningen betaalbaar op
termijn,
c. uitkeringen bij beëindiging
van het dienstverband,
d. winstdelingen en
bonusbetalingen,
voor zover deze bedragen in het
boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen.
Indien de vennootschap een
bezoldiging in de vorm van bonus heeft betaald die geheel of
gedeeltelijk is gebaseerd op het bereiken van de door of vanwege
de vennootschap gestelde doelen, doet zij hiervan mededeling.
Daarbij vermeldt de vennootschap of deze doelen in het verslagjaar
zijn bereikt.
2. De vennootschap doet opgave van
het bedrag van de bezoldiging voor iedere gewezen bestuurder,
uitgesplitst naar beloningen betaalbaar op termijn en uitkeringen
bij beëindiging van het dienstverband, voor zover deze bedragen
in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn gekomen.
3. De vennootschap doet opgave van
het bedrag van de bezoldiging voor iedere commissaris, voor zover
deze bedragen in het boekjaar ten laste van de vennootschap zijn
gekomen. Indien de vennootschap een bezoldiging in de vorm van
winstdeling of bonus heeft toegekend, vermeldt zij deze
afzonderlijk onder opgave van de redenen die ten grondslag liggen
aan het besluit tot het toekennen van bezoldiging in deze vorm aan
een commissaris. De laatste twee volzinnen van lid 1 zijn van
overeenkomstige toepassing.
4. De vennootschap doet opgave van
het bedrag van de bezoldiging van iedere gewezen commissaris, voor
zover dit bedrag in het boekjaar ten laste van de vennootschap is
gekomen.
5. Indien de vennootschap
dochtermaatschappijen heeft of de financiële gegevens van andere
maatschappijen consolideert, worden de bedragen die in het
boekjaar te hunnen laste zijn gekomen, in de opgaven begrepen,
toegerekend naar de betreffende categorie van bezoldiging bedoeld
in de leden 1 tot en met 4.
Artikel 383d
1. De vennootschap die bestuurders
of werknemers rechten toekent om aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of een dochtermaatschappij te nemen of te verkrijgen,
doet voor iedere bestuurder en voor de werknemers gezamenlijk
opgave van:
a. de uitoefenprijs van de
rechten en de prijs van de onderliggende aandelen in het
kapitaal van de vennootschap indien die uitoefenprijs lager
ligt dan de prijs van die aandelen op het moment van
toekenning van de rechten;
b. het aantal aan het begin van
het boekjaar nog niet uitgeoefende rechten;
c. het aantal door de
vennootschap in het boekjaar verleende rechten met de daarbij
behorende voorwaarden; indien dergelijke voorwaarden gedurende
het boekjaar worden gewijzigd, dienen deze wijzigingen
afzonderlijk te worden vermeld;
d. het aantal gedurende het
boekjaar uitgeoefende rechten, waarbij in ieder geval worden
vermeld het bij die uitoefening behorende aantal aandelen en
de uitoefenprijzen;
e. het aantal aan het einde van
het boekjaar nog niet uitgeoefende rechten, waarbij worden
vermeld:
– de uitoefenprijs van de
verleende rechten;
– de resterende looptijd
van de nog niet uitgeoefende rechten;
– de belangrijkste
voorwaarden die voor uitoefening van de rechten gelden;
– een
financieringsregeling die in verband met de toekenning van
de rechten is getroffen; en
andere gegevens die voor de
beoordeling van de waarde van de rechten van belang zijn;
f. indien van toepassing: de
door de vennootschap gehanteerde criteria die gelden voor de
toekenning of uitoefening van de rechten.
2. De vennootschap die
commissarissen rechten toekent om aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of een dochtermaatschappij te verkrijgen, doet voorts
voor iedere commissaris opgave van deze rechten, alsmede van de
redenen die ten grondslag liggen aan het besluit tot het toekennen
van deze rechten aan de commissaris. Lid 1 is van overeenkomstige
toepassing.
3. De vennootschap vermeldt hoeveel
aandelen in het kapitaal van de vennootschap per balansdatum zijn
ingekocht of na balansdatum zullen worden ingekocht dan wel
hoeveel nieuwe aandelen per balansdatum zijn geplaatst of na
balansdatum zullen worden geplaatst ten behoeve van de uitoefening
van de rechten bedoeld in lid 1 en lid 2.
4. Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder aandelen tevens verstaan de certificaten van
aandelen welke met medewerking van de vennootschap zijn
uitgegeven.
Artikel 383e
De vennootschap doet opgave van het
bedrag van de leningen, voorschotten en garanties, ten behoeve van
iedere bestuurder en iedere commissaris van de vennootschap
verstrekt door de vennootschap, haar dochtermaatschappijen en de
maatschappijen waarvan zij de gegevens consolideert. Opgegeven
worden de nog openstaande bedragen, de rentevoet, de belangrijkste
overige bepalingen, en de aflossingen gedurende het boekjaar.
Afdeling 6. Voorschriften omtrent de
grondslagen van waardering en van bepaling van het resultaat
Artikel 384
1. Bij de keuze van een grondslag
voor de waardering van een actief en van een passief en voor de
bepaling van het resultaat laat de rechtspersoon zich leiden door
de voorschriften van artikel 362 leden 1-4. Als grondslag komen in
aanmerking de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de actuele
waarde.
2. Bij de toepassing van de
grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts
opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt.
Verplichtingen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het
boekjaar, worden in acht genomen, indien zij vóór het opmaken
van de jaarrekening zijn bekend geworden. Voorzienbare
verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden
vóór het einde van het boekjaar kunnen in acht worden genomen
indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn
geworden.
3. Bij de waardering van activa en
passiva wordt uitgegaan van de veronderstelling dat het geheel der
werkzaamheden van de rechtspersoon waaraan die activa en passiva
dienstbaar zijn, wordt voortgezet, tenzij die veronderstelling
onjuist is of haar juistheid aan gerede twijfel onderhevig is;
alsdan wordt dit onder mededeling van de invloed op vermogen en
resultaat in de toelichting uiteengezet.
4. Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud, de grenzen
en de wijze van toepassing van waardering tegen actuele waarden.
5. De grondslagen van de waardering
van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat
worden met betrekking tot elk der posten uiteengezet. De
grondslagen voor de omrekening van in vreemde valuta luidende
bedragen worden uiteengezet; tevens wordt vermeld op welke wijze
koersverschillen zijn verwerkt.
6. Slechts wegens gegronde redenen
mogen de waardering van activa en passiva en de bepaling van het
resultaat geschieden op andere grondslagen dan die welke in het
voorafgaande boekjaar zijn toegepast. De reden der verandering
wordt in de toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven
in haar betekenis voor vermogen en resultaat, aan de hand van
aangepaste cijfers voor het boekjaar of voor het voorafgaande
boekjaar.
7. Waardeveranderingen van:
a. financiële instrumenten;
b. andere beleggingen; en
c. agrarische voorraden
waarvoor frequente marktnoteringen bestaan die op grond van
lid 1 tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, kunnen in
afwijking van de tweede zin van lid 2 onmiddellijk in het
resultaat worden opgenomen, tenzij in deze afdeling anders is
bepaald. Waardeveranderingen van afgeleide financiële
instrumenten, voorzover niet bedoeld in lid 8, worden, zo
nodig in afwijking van lid 2, onmiddellijk ten gunste of ten
laste van het resultaat gebracht.
8. Waardeveranderingen van
financiële instrumenten die dienen en effectief zijn ter dekking
van risico’s inzake activa, activa in bestelling en andere nog
niet op de balans opgenomen verplichtingen, dan wel inzake
voorgenomen transacties worden rechtstreeks ten gunste dan wel ten
laste van de herwaarderingsreserve gebracht, voor zover dat
noodzakelijk is om te bereiken dat deze waardeveranderingen in
dezelfde periode in het resultaat worden verwerkt als de
waardeveranderingen die zij beogen af te dekken.
Artikel 385
1. De activa en passiva worden,
voor zover zij in hun betekenis voor het in artikel 362 lid 1
bedoelde inzicht verschillen, afzonderlijk gewaardeerd.
2. De waardering van gelijksoortige
bestanddelen van voorraden en effecten mag geschieden met
toepassing van gewogen gemiddelde prijzen, van de regels "eerst-in,
eerst-uit" (Fifo), "laatst-in, eerst-uit" (Lifo),
of van soortgelijke regels.
3. Materiële vaste activa en
voorraden van grond- en hulpstoffen die geregeld worden vervangen
en waarvan de gezamenlijke waarde van ondergeschikte betekenis is,
mogen tegen een vaste hoeveelheid en waarde worden opgenomen,
indien de hoeveelheid, samenstelling en waarde slechts aan geringe
veranderingen onderhevig zijn.
4. De in artikel 365 lid 1 onder d
en e genoemde activa worden opgenomen tot ten hoogste de daarvoor
gedane uitgaven, verminderd met de afschrijvingen.
5. Eigen aandelen of certificaten
daarvan die de rechtspersoon houdt of doet houden, mogen niet
worden geactiveerd. De aan het belang in een dochtermaatschappij
toegekende waarde wordt, al dan niet evenredig aan het belang,
verminderd met de verkrijgingsprijs van aandelen in de
rechtspersoon en van certificaten daarvan, die de
dochtermaatschappij voor eigen rekening houdt of doet houden;
heeft zij deze aandelen of certificaten verkregen voor het
tijdstip waarop zij dochtermaatschappij werd, dan komt evenwel hun
boekwaarde op dat tijdstip in mindering of een evenredig deel
daarvan.
Artikel 386
1. De afschrijvingen geschieden
onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2. De methoden volgens welke de
afschrijvingen zijn berekend, worden in de toelichting
uiteengezet.
3. De geactiveerde kosten in
verband met de oprichting en met de uitgifte van aandelen worden
afgeschreven in ten hoogste vijf jaren. De kosten van onderzoek en
ontwikkeling voor zover geactiveerd en de geactiveerde kosten van
goodwill worden afgeschreven naar gelang van de verwachte
gebruiksduur. De afschrijvingsduur mag vijf jaren slechts te boven
gaan, indien de goodwill aan een aanzienlijk langer tijdvak kan
worden toegerekend; alsdan moet de afschrijvingsduur met de
redenen hiervoor worden opgegeven.
4. Op vaste activa met beperkte
gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat
op de verwachte toekomstige gebruiksduur is afgestemd.
5. Op het overeenkomstig artikel
375 lid 5 geactiveerde deel van een schuld wordt tot de aflossing
jaarlijks een redelijk deel afgeschreven.
Artikel 387
1. Waardeverminderingen van activa
worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in
aanmerking genomen.
2. Vlottende activa worden
gewaardeerd tegen actuele waarde, indien deze op de balansdatum
lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De
waardering geschiedt tegen een andere lagere waarde, indien het in
artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
3. Indien redelijkerwijs een
buitengewone waardevermindering van vlottende activa op korte
termijn valt te voorzien, mag bij de waardering hiermede rekening
worden gehouden.
4. Bij de waardering van de vaste
activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun
waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Bij de
waardering van de financiële vaste activa mag in ieder geval met
op de balansdatum opgetreden waardevermindering rekening worden
gehouden.
5. De afboeking overeenkomstig de
voorgaande leden wordt, voor zover zij niet krachtens artikel 390
lid 3 aan de herwaarderingsreserve wordt onttrokken, ten laste van
de winst- en verliesrekening gebracht. De afboeking wordt ongedaan
gemaakt, zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan.
De afboekingen ingevolge lid 3 en die ingevolge lid 4, alsmede de
terugnemingen, worden afzonderlijk in de winst- en verliesrekening
of in de toelichting opgenomen.
Artikel 388
1. De verkrijgingsprijs waartegen
een actief wordt gewaardeerd, omvat de inkoopprijs en de
bijkomende kosten.
2. De vervaardigingsprijs waartegen
een actief wordt gewaardeerd, omvat de aanschaffingskosten van de
gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke
rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de
vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk
deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het
tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden
toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente
is geactiveerd.
Artikel 389
1. De deelnemingen in
maatschappijen waarin de rechtspersoon invloed van betekenis
uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, worden
verantwoord overeenkomstig de leden 2 en 3. Indien de
rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen
of samen een vijfde of meer van de stemmen van de leden, vennoten
of aandeelhouders naar eigen inzicht kunnen uitbrengen of doen
uitbrengen, wordt vermoed dat de rechtspersoon invloed van
betekenis uitoefent.
2. De rechtspersoon bepaalt de
netto-vermogenswaarde van de deelneming door de activa,
voorzieningen en schulden van de maatschappij waarin hij deelneemt
te waarderen en haar resultaat te berekenen op de zelfde
grondslagen als zijn eigen activa, voorzieningen, schulden en
resultaat. Deze wijze van waardering moet worden vermeld.
3. Wanneer de rechtspersoon
onvoldoende gegevens ter beschikking staan om de
netto-vermogenswaarde te bepalen, mag hij uitgaan van een waarde
die op andere wijze overeenkomstig deze titel is bepaald en
wijzigt hij deze waarde met het bedrag van zijn aandeel in het
resultaat en in de uitkeringen van de maatschappij waarin hij
deelneemt. Deze wijze van waardering moet worden vermeld.
4. In de jaarrekening van een
rechtspersoon die geen bank is als bedoeld in artikel 415 mag de
verantwoording van een deelneming in een bank overeenkomstig
afdeling 14 van deze titel geschieden. In de jaarrekening van een
bank als bedoeld in artikel 415 wordt een deelneming in een
rechtspersoon die geen bank is, verantwoord overeenkomstig de
voorschriften voor banken met uitzondering van artikel 424 en
onverminderd de eerste zin van lid 5.
Deze uitzondering behoeft niet te
worden toegepast ten aanzien van deelnemingen, waarin
werkzaamheden worden verricht, die rechtstreeks liggen in het
verlengde van het bankbedrijf.
5. In de jaarrekening van een
rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is als bedoeld in
artikel 427 mag de verantwoording van een deelneming in een
verzekeringsmaatschappij overeenkomstig afdeling 15 van deze titel
geschieden. In de jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij
als bedoeld in artikel 427 wordt een deelneming in een
rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij is, verantwoord
overeenkomstig de voorschriften voor verzekeringsmaatschappijen,
onverminderd de eerste zin van lid 4 van dit artikel.
6. De rechtspersoon houdt een
reserve aan ter hoogte van zijn aandeel in het positieve resultaat
uit deelnemingen en in rechtstreekse vermogensvermeerderingen
sedert de eerste waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3.
Deelnemingen waarvan het cumulatief resultaat sedert die eerste
waardering niet positief is, worden daarbij niet in aanmerking
genomen. De reserve wordt verminderd met de uitkeringen waarop de
rechtspersoon sedertdien tot het moment van het vaststellen van de
jaarrekening recht heeft verkregen, alsmede met rechtstreekse
vermogensverminderingen bij de deelneming; uitkeringen die hij
zonder beperkingen kan bewerkstelligen, worden eveneens in
mindering gebracht. Deze reserve kan in kapitaal worden omgezet.
Onder de in dit lid bedoelde uitkeringen worden niet begrepen
uitkeringen in aandelen.
7. Indien de waarde bij de eerste
waardering overeenkomstig lid 2 of lid 3 lager is dan de
verkrijgingsprijs of de voorafgaande boekwaarde van de deelneming,
wordt het verschil zichtbaar ten laste van de winst- en
verliesrekening of van het eigen vermogen gebracht, dan wel als
goodwill geactiveerd. Voor deze berekening wordt ook de
verkrijgingsprijs verminderd overeenkomstig artikel 385 lid 5.
8. Waardevermeerderingen of
waardeverminderingen van deelnemingen wegens omrekening van het
daarin geïnvesteerde vermogen en het resultaat vanuit de valuta
van de deelneming naar de valuta waarin de rechtspersoon zijn
jaarrekening opmaakt, komen ten gunste respectievelijk ten laste
van een reserve omrekeningsverschillen. Valutakoersverschillen op
leningen aangegaan ter dekking van valutakoersrisico van
buitenlandse deelnemingen, komen eveneens ten gunste
respectievelijk ten laste van deze reserve. De reserve kan een
negatief saldo hebben. Bij gehele of gedeeltelijke vervreemding
van het belang in de desbetreffende deelneming wordt het gedeelte
van de reserve dat op het vervreemde deel van die deelneming
betrekking heeft aan deze reserve onttrokken. Indien de reserve
omrekeningsverschillen een negatief saldo heeft, kunnen ter hoogte
van dit saldo geen uitkeringen worden gedaan ten laste van de
reserves.
9. Wegens in de toelichting te
vermelden gegronde redenen mag worden afgeweken van toepassing van
lid 1.
10. Verschillen in het eigen
vermogen en het resultaat volgens de enkelvoudige jaarrekening en
volgens de geconsolideerde jaarrekening van de rechtspersoon
worden in de toelichting bij de enkelvoudige jaarrekening vermeld.
Artikel 390
1. Waardevermeerderingen van
materiële vaste activa, immateriële vaste activa en voorraden
die geen agrarische voorraden zijn, worden opgenomen in een
herwaarderingsreserve. Waardevermeerderingen van andere activa die
tegen actuele waarde worden gewaardeerd, worden opgenomen in een
herwaarderingsreserve, tenzij ze krachtens artikel 384 ten gunste
van het resultaat worden gebracht. Voorts vormt de rechtspersoon
een herwaarderingsreserve ten laste van de vrije reserves of uit
het resultaat van het boekjaar, voor zover in het boekjaar
waardevermeerderingen van activa die op de balansdatum nog
aanwezig zijn, ten gunste van het resultaat van het boekjaar zijn
gebracht. Een herwaarderingsreserve wordt niet gevormd voor activa
bedoeld in de vorige zin waarvoor frequente marktnoteringen
bestaan. Ter hoogte van het bedrag van ten laste van de
herwaarderingsreserve gebrachte uitgestelde verliezen op
financiële instrumenten als bedoeld inartikel 384 lid 8, kunnen
geen uitkeringen ten laste van de reserves worden gedaan. De
herwaarderingsreserve kan worden verminderd met latente
belastingverplichtingen met betrekking tot activa die zijn
geherwaardeerd op een hoger bedrag.
2. De herwaarderingsreserve kan in
kapitaal worden omgezet.
3. De herwaarderingsreserve is niet
hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van de
verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de boekwaarde op basis van
de bij de waardering gehanteerde actuele waarde van de activa
waarop de herwaarderingsreserve betrekking heeft. Deze reserve
wordt verminderd met het uit hoofde van een bepaald actief in de
reserve opgenomen bedrag als het desbetreffende actief wordt
vervreemd. Een waardevermindering van een activum, gewaardeerd
tegen actuele waarde, wordt ten laste van de herwaarderingsreserve
gebracht voor zover dit activum hieraan voorafgaande ten gunste
van de herwaarderingsreserve is opgewaardeerd.
4. De verminderingen van de
herwaarderingsreserve die ten gunste van de winst- en
verliesrekening worden gebracht, worden in een afzonderlijke post
opgenomen.
5. In de toelichting wordt
uiteengezet, of en op welke wijze in samenhang met de
herwaardering rekening wordt gehouden met de invloed van
belastingen op vermogen en resultaat.
Afdeling 7. Jaarverslag
Artikel 391
1. Het jaarverslag geeft een
getrouw beeld van de toestand op de balansdatum, de ontwikkeling
gedurende het boekjaar en de resultaten van de rechtspersoon en
van de groepsmaatschappijen waarvan de financiële gegevens in
zijn jaarrekening zijn opgenomen. Het jaarverslag bevat, in
overeenstemming met de omvang en de complexiteit van de
rechtspersoon en groepsmaatschappijen, een evenwichtige en
volledige analyse van de toestand op de balansdatum, de
ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten. Indien
noodzakelijk voor een goed begrip van de ontwikkeling, de
resultaten of de positie van de rechtspersoon en
groepsmaatschappijen, omvat de analyse zowel financiële als
niet-financiële prestatie-indicatoren, met inbegrip van milieu-
en personeelsaangelegenheden. Het jaarverslag geeft tevens een
beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee
de rechtspersoon wordt geconfronteerd. Het jaarverslag wordt in de
Nederlandse taal gesteld, tenzij de algemene vergadering tot het
gebruik van een andere taal heeft besloten.
2. In het jaarverslag worden
mededelingen gedaan omtrent de verwachte gang van zaken; daarbij
wordt, voor zover gewichtige belangen zich hiertegen niet
verzetten, in het bijzonder aandacht besteed aan de investeringen,
de financiering en de personeelsbezetting en aan de omstandigheden
waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de rentabiliteit
afhankelijk is. Mededelingen worden gedaan omtrent de
werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. Vermeld
wordt hoe bijzondere gebeurtenissen waarmee in de jaarrekening
geen rekening behoeft te worden gehouden, de verwachtingen hebben
beïnvloed. De naamloze vennootschap waarop artikel 383b van
toepassing is, doet voorts mededeling van het beleid van de
vennootschap aangaande de bezoldiging van haar bestuurders en
commissarissen en de wijze waarop dit beleid in het verslagjaar in
de praktijk is gebracht.
3. Ten aanzien van het gebruik van
financiële instrumenten door de rechtspersoon en voor zover zulks
van betekenis is voor de beoordeling van zijn activa, passiva,
financiële toestand en resultaat, worden de doelstellingen en het
beleid van de rechtspersoon inzake risicobeheer vermeld. Daarbij
wordt aandacht besteed aan het beleid inzake de afdekking van
risico’s verbonden aan alle belangrijke soorten voorgenomen
transacties. Voorts wordt aandacht besteed aan de door de
rechtspersoon gelopen prijs-, krediet-, liquiditeits- en
kasstroomrisico’s.
4. Het jaarverslag mag niet in
strijd zijn met de jaarrekening. Indien het verschaffen van het in
lid 1 bedoelde overzicht dit vereist, bevat het jaarverslag
verwijzingen naar en aanvullende uitleg over posten in de
jaarrekening.
5. Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen nadere voorschriften worden gesteld omtrent de
inhoud van het jaarverslag. Deze voorschriften kunnen in het
bijzonder betrekking hebben op naleving van een in de algemene
maatregel van bestuur aan te wijzen gedragscode en op de inhoud,
de openbaarmaking en het accountantsonderzoek van een verklaring
inzake corporate governance.
6. De voordracht voor een krachtens
lid 5 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet
eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
7. In het geval artikel 166 of 276
op een vennootschap van toepassing is en in die vennootschap de
zetels in het bestuur of de raad van commissarissen, voor zover
deze zetels zijn verdeeld over natuurlijke personen, niet
evenwichtig zijn verdeeld over vrouwen en mannen als bedoeld in de
artikelen 166 en 276, wordt in het jaarverslag uiteengezet:
a. waarom de zetels niet
evenwichtig zijn verdeeld;
b. op welke wijze de
vennootschap heeft getracht tot een evenwichtige verdeling van
de zetels te komen; en
c. op welke wijze de
vennootschap beoogt in de toekomst een evenwichtige verdeling
van de zetels te realiseren.
Afdeling 8. Overige gegevens
Artikel 392
1. Het bestuur voegt de volgende
gegevens toe aan de jaarrekening en het jaarverslag:
a. de accountantsverklaring,
bedoeld in artikel 393 lid 5 of een mededeling waarom deze
ontbreekt;
b. een weergave van de
statutaire regeling omtrent de bestemming van de winst;
c. een opgave van de bestemming
van de winst of de verwerking van het verlies, of, zolang deze
niet vaststaat, het voorstel daartoe;
d. een weergave van de
statutaire regeling omtrent de bijdrage in een tekort van een
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, voor zover
deze van de wettelijke bepalingen afwijkt;
e. een lijst van namen van
degenen aan wie een bijzonder statutair recht inzake de
zeggenschap in de rechtspersoon toekomt, met een omschrijving
van de aard van dat recht, tenzij omtrent deze gegevens
mededeling is gedaan in het jaarverslag op grond vanartikel
391 lid 5;
f. een opgave van het aantal
winstbewijzen en soortgelijke rechten, het aantal
stemrechtloze aandelen en het aantal aandelen dat geen of
slechts een beperkt recht geeft tot deling in de winst of
reserves van de vennootschap, met vermelding van de
bevoegdheden die zij geven;
g. een opgave van de
gebeurtenissen na de balansdatum met belangrijke financiële
gevolgen voor de rechtspersoon en de in zijn geconsolideerde
jaarrekening betrokken maatschappijen tezamen, onder
mededeling van de omvang van die gevolgen;
h. opgave van het bestaan van
nevenvestigingen en van de landen waar nevenvestigingen zijn,
alsmede van hun handelsnaam indien deze afwijkt van die van de
rechtspersoon.
2. De gegevens mogen niet in strijd
zijn met de jaarrekening en met het jaarverslag.
3. Is een recht als bedoeld in lid
1 onder e in een aandeel belichaamd, dan wordt vermeld hoeveel
zodanige aandelen elk der rechthebbenden houdt. Komt een zodanig
recht aan een vennootschap, vereniging, coöperatie, onderlinge
waarborgmaatschappij of stichting toe, dan worden tevens de namen
van de bestuurders daarvan medegedeeld.
4. Het bepaalde in lid 1 onder e en
in lid 3 is niet van toepassing, voor zover Onze Minister van
Economische Zaken desverzocht aan de rechtspersoon wegens
gewichtige redenen ontheffing heeft verleend; deze ontheffing kan
telkens voor ten hoogste vijf jaren worden verleend. Geen
ontheffing kan worden verleend van het bepaalde in lid 1 onder e
wanneer omtrent deze gegevens mededeling moet worden gedaan in het
jaarverslag op grond vanartikel 391 lid 5.
5. Het bestuur van een stichting of
een vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3 behoeft de
gegevens, bedoeld in lid 1, onder b en c, niet aan de jaarrekening
en het jaarverslag toe te voegen.
Afdeling 9. Deskundigenonderzoek
Artikel 393
1. De rechtspersoon verleent
opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een
registeraccountant of aan een Accountant-Administratieconsulent
ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is
geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van
de Wet op het accountantsberoep. De opdracht kan worden verleend
aan een organisatie waarin accountants die mogen worden
aangewezen, samenwerken. Indien een rechtspersoon tevens een
organisatie van openbaar belang is als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel l, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties, wordt door deze rechtspersoon aan de
Stichting Autoriteit Financiële Markten medegedeeld welke
accountant of accountantsorganisatie wordt beoogd voor het
uitvoeren van een opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van
de rechtspersoon. Deze mededeling geschiedt voordat tot de
verlening van die opdracht, bedoeld in het tweede lid, is
overgegaan. Onze Minister van Financiën stelt bij ministeriele
regeling nadere regels over deze mededeling.
2. Tot het verlenen van de opdracht
is de algemene vergadering bevoegd. Gaat deze daartoe niet over,
dan is de raad van commissarissen bevoegd of, zo deze ontbreekt of
in gebreke blijft, het bestuur. De aanwijzing van een accountant
wordt door generlei voordracht beperkt. De opdracht kan worden
ingetrokken door de algemene vergadering en door degene die haar
heeft verleend; de door het bestuur verleende opdracht kan
bovendien door de raad van commissarissen worden ingetrokken. De
opdracht kan enkel worden ingetrokken om gegronde redenen; daartoe
behoort niet een meningsverschil over methoden van verslaggeving
of controlewerkzaamheden. De algemene vergadering hoort de
accountant op diens verlangen omtrent de intrekking van een hem
verleende opdracht of omtrent het hem kenbaar gemaakte voornemen
daartoe. Het bestuur en de accountant stellen de Stichting
Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis van de
intrekking van de opdracht door de rechtspersoon of tussentijdse
beëindiging ervan door de accountant en geven hiervoor een
afdoende motivering.
3. De accountant onderzoekt of de
jaarrekening het in artikel 362 lid 1 vereiste inzicht geeft. Hij
gaat voorts na, of de jaarrekening aan de bij en krachtens de wet
gestelde voorschriften voldoet, of het jaarverslag, voor zover hij
dat kan beoordelen, overeenkomstig deze titel is opgesteld en met
de jaarrekening verenigbaar is, en of de in artikel 392 lid 1,
onderdelen b tot en met h vereiste gegevens zijn toegevoegd.
4. De accountant brengt omtrent
zijn onderzoek verslag uit aan de raad van commissarissen en aan
het bestuur. Hij maakt daarbij ten minste melding van zijn
bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit
van de geautomatiseerde gegevensverwerking.
5. De accountant geeft de uitslag
van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid
van de jaarrekening. De accountant kan een afzonderlijke
verklaring afgeven voor de enkelvoudige jaarrekening en voor de
geconsolideerde jaarrekening. De accountantsverklaring omvat ten
minste:
a. een vermelding op welke
jaarrekening het onderzoek betrekking heeft en welke
wettelijke voorschriften op de jaarrekening toepasselijk zijn;
b. een beschrijving van de
reikwijdte van het onderzoek, waarin ten minste wordt vermeld
welke richtlijnen voor de accountantscontrole in acht zijn
genomen;
c. een oordeel of de
jaarrekening het vereiste inzicht geeft en aan de bij en
krachtens de wet gestelde regels voldoet;
d. een verwijzing naar bepaalde
zaken waarop de accountant in het bijzonder de aandacht
vestigt, zonder een verklaring als bedoeld in lid 6, onderdeel
b, af te geven;
e. een vermelding van de
gebleken tekortkomingen naar aanleiding van het onderzoek
overeenkomstig lid 3 of het jaarverslag overeenkomstig deze
titel is opgesteld en of de in artikel 392 lid 1, onder b tot
en met g, vereiste gegevens zijn toegevoegd;
f. een oordeel over de
verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening.
6. De accountantsverklaring,
bedoeld in lid 5, heeft de vorm van:
a. een goedkeurende verklaring;
b. een verklaring met
beperking;
c. een afkeurende verklaring;
of
d. een verklaring van
oordeelonthouding.
De accountant ondertekent en
dagtekent de accountantsverklaring.
7. De jaarrekening kan niet worden
vastgesteld, indien het daartoe bevoegde orgaan geen kennis heeft
kunnen nemen van de verklaring van de accountant, die aan de
jaarrekening moest zijn toegevoegd, tenzij onder de overige
gegevens een wettige grond wordt medegedeeld waarom de verklaring
ontbreekt.
8. Iedere belanghebbende kan van de
rechtspersoon nakoming van de in lid 1 omschreven verplichting
vorderen.
Afdeling 10. Openbaarmaking
Artikel 394
1. De rechtspersoon is verplicht
tot openbaarmaking van de jaarrekening binnen acht dagen na de
vaststelling. De openbaarmaking geschiedt door nederlegging van
een volledig in de Nederlandse taal gesteld exemplaar of, als dat
niet is vervaardigd, een exemplaar in het Frans, Duits of Engels,
ten kantore van het handelsregister dat wordt gehouden door de
Kamer van Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig artikel 18,
zesde en zevende lid, van de Handelsregisterwet 2007 bevoegd is
tot inschrijving. Op het exemplaar moet de dag van vaststelling en
goedkeuring zijn aangetekend.
2. Is de jaarrekening niet binnen
twee maanden na afloop van de voor het opmaken voorgeschreven
termijn overeenkomstig de wettelijke voorschriften vastgesteld,
dan maakt het bestuur onverwijld de opgemaakte jaarrekening op de
in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar; op de jaarrekening wordt
vermeld dat zij nog niet is vastgesteld. Binnen twee maanden na
gerechtelijke vernietiging van een jaarrekening moet de
rechtspersoon een afschrift van de in de uitspraak opgenomen
bevelen met betrekking tot de jaarrekening neerleggen ten kantore
van het handelsregister, met vermelding van de uitspraak.
3. Uiterlijk dertien maanden na
afloop van het boekjaar moet de rechtspersoon de jaarrekening op
de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar hebben gemaakt.
4. Gelijktijdig met en op dezelfde
wijze als de jaarrekening wordt een in de zelfde taal of in het
Nederlands gesteld exemplaar van het jaarverslag en van de overige
in artikel 392 bedoelde gegevens openbaar gemaakt. Het
voorafgaande geldt, behalve voor de in artikel 392 lid 1 onder a,
c, g en h genoemde gegevens, niet, indien de stukken ten kantore
van de rechtspersoon ter inzage van een ieder worden gehouden en
op verzoek een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan ten
hoogste tegen de kostprijs wordt verstrekt; hiervan doet de
rechtspersoon opgaaf ter inschrijving in het handelsregister.
5. De vorige leden gelden niet,
indien Onze Minister van Economische Zaken de in artikel 58,
artikel 101 of artikel 210 genoemde ontheffing heeft verleend;
alsdan wordt een afschrift van die ontheffing ten kantore van het
handelsregister nedergelegd.
6. De in de vorige leden bedoelde
bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard. De Kamer van
Koophandel en Fabrieken mag de op deze bescheiden geplaatste
gegevens overbrengen op andere gegevensdragers, die zij in hun
plaats in het handelsregister bewaart, mits die overbrenging
geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze
gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en
binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
7. Iedere belanghebbende kan van de
rechtspersoon nakoming van de in de leden 1-5 omschreven
verplichtingen vorderen.
8. Een vennootschap waarvan
effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde
markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht wordt
geacht te hebben voldaan aan:
a. lid 1, indien zij de
vastgestelde jaarrekening op grond van artikel 5:25o, eerste
lid, van die wet heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit
Financiële Markten;
b. lid 2, eerste volzin, indien
zij mededeling heeft gedaan op grond van artikel 5:25o, tweede
lid, van die wet aan de Stichting Autoriteit Financiële
Markten;
c. vierde lid, eerste volzin,
indien zij het jaarverslag en de overige in artikel
392bedoelde gegevens op grond van artikel 5:25o, vierde lid,
van de Wet op het financieel toezicht heeft toegezonden aan de
Stichting Autoriteit Financiële Markten.
Artikel 395
1. Wordt de jaarrekening op andere
wijze dan ingevolge het vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt
daaraan in ieder geval de in artikel 393 lid 5 bedoelde
accountantsverklaring toegevoegd. Voor de toepassing van de vorige
zin geldt als de jaarrekening van een rechtspersoon waarop artikel
397 van toepassing is, mede de jaarrekening in de vorm waarin zij
ingevolge dat artikel openbaar mag worden gemaakt. Is de
verklaring niet afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.
2. Wordt slechts de balans of de
winst- en verliesrekening, al dan niet met toelichting, of wordt
de jaarrekening in beknopte vorm op andere wijze dan ingevolge het
vorige artikel openbaar gemaakt, dan wordt dit ondubbelzinnig
vermeld onder verwijzing naar de openbaarmaking krachtens
wettelijk voorschrift, of, zo deze niet is geschied, onder
mededeling van dit feit. De in artikel 393 lid 5 bedoelde
accountantsverklaring mag alsdan niet worden toegevoegd. Bij de
openbaarmaking wordt medegedeeld of de accountant deze verklaring
heeft afgelegd. Is de verklaring afgelegd, dan wordt vermeld welke
strekking als bedoeld in artikel 393 lid 6 de
accountantsverklaring heeft en wordt tevens vermeld of de
accountant in de verklaring in het bijzonder de aandacht heeft
gevestigd op bepaalde zaken, zonder een verklaring als bedoeld in
artikel 393 lid 6, onderdeel b, af te geven. Is de verklaring niet
afgelegd, dan wordt de reden daarvan vermeld.
3. Is de jaarrekening nog niet
vastgesteld, dan wordt dit bij de in lid 1 en lid 2 bedoelde
stukken vermeld. Indien een mededeling als bedoeld in de laatste
zin van artikel 362 lid 6 is gedaan, wordt dit eveneens vermeld.
Afdeling 11. Vrijstellingen op grond
van de omvang van het bedrijf van de rechtspersoon
Artikel 396
1. De leden 3 tot en met 9 gelden
voor een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata,
zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft
voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:
a. de waarde van de activa
volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag
van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 4
400 000;
b. de netto-omzet over het
boekjaar bedraagt niet meer dan € 8 800 000;
c. het gemiddeld aantal
werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50.
2. Voor de toepassing van lid 1
worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het
getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de
consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon
een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt
niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.
3. Van de ingevolge afdeling 3
voorgeschreven opgaven behoeft geen andere te worden gedaan dan
voorgeschreven in de artikelen 364, 373, 375 lid 3 en 376,
alsmede, zonder uitsplitsing naar soort schuld of vordering, in de
artikelen 370 lid 2 en 375 lid 2 en de opgave van het ingehouden
deel van het resultaat.
4. In de winst- en verliesrekening
worden de posten genoemd in artikel 377 lid 3 onder a-d en g,
onderscheidenlijk lid 4 onder a-c en f, samengetrokken tot een
post bruto-bedrijfsresultaat; de rechtspersoon vermeldt in een
verhoudingscijfer in welke mate de netto-omzet ten opzichte van
die van het vorige jaar is gestegen of gedaald.
5. Het in artikel 378 lid 1
genoemde overzicht wordt slechts gegeven voor de
herwaarderingsreserve, behoudens de tweede zin van artikel 378 lid
3; opgegeven worden het aantal geplaatste aandelen en het bedrag
per soort, aantal en bedrag van de in het boekjaar uitgegeven
aandelen en van de aandelen en certificaten daarvan die de
rechtspersoon of een dochtermaatschappij voor eigen rekening
houdt. De artikelen 380, 381 leden 2 en 3, 381b, aanhef en onder
a, 382a en 383 lid 1 zijn niet van toepassing.
6. In afwijking van afdeling 6 van
deze titel komen voor de waardering van de activa en passiva en
voor de bepaling van het resultaat ook in aanmerking de
grondslagen voor de bepaling van de belastbare winst, bedoeld in
hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, mits de
rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde fiscale
grondslagen toepast. Indien de rechtspersoon deze grondslagen
toepast, maakt zij daarvan melding in de toelichting. Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent
het gebruik van deze grondslagen en de toelichting die daarbij
gegeven wordt.
7. De artikelen 383b tot en met
383e, 391 en 393 lid 1 zijn niet van toepassing.
8. Artikel 394 is slechts van
toepassing met betrekking tot een overeenkomstig lid 3 beperkte
balans en de toelichting. In de openbaar gemaakte toelichting
blijven achterwege de nadere gegevens omtrent de winst- en
verliesrekening, alsmede de gegevens bedoeld in artikel 378 lid 3,
tweede zin.
9. Indien de rechtspersoon geen
winst beoogt, behoeft hij artikel 394 niet toe te passen, mits hij
a. de in lid 8 bedoelde stukken
aan schuldeisers en houders van aandelen in zijn kapitaal of
certificaten daarvan of anderen aan wie het vergaderrecht
toekomt op hun verzoek onmiddellijk kosteloos toezendt of ten
kantore van de rechtspersoon ter inzage geeft; en
b. ten kantore van het
handelsregister een verklaring van een accountant heeft
neergelegd, inhoudende dat de rechtspersoon in het boekjaar
geen werkzaamheden heeft verricht buiten de doelomschrijving
en dat dit artikel op hem van toepassing is.
Artikel 397
1. Behoudens artikel 396 gelden de
leden 3 tot en met 7 voor een rechtspersoon die op twee
opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee
opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de
volgende vereisten:
a. de waarde van de activa
volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag
van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 17
500 000;
b. de netto-omzet over het
boekjaar bedraagt niet meer dan € 3 5 000 000;
c. het gemiddeld aantal
werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250.
2. Voor de toepassing van lid 1
worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het
getal der werknemers van groepsmaatschappijen, die in de
consolidatie zouden moeten worden betrokken als de rechtspersoon
een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opmaken. Dit geldt
niet, indien de rechtspersoon artikel 408 toepast.
3. In de winst- en verliesrekening
worden de posten genoemd in artikel 377 lid 3, onder a-d en g,
onderscheidenlijk lid 4, onder a-c en f, samengetrokken tot een
post bruto-bedrijfsresultaat; de rechtspersoon vermeldt in een
verhoudingscijfer, in welke mate de netto-omzet ten opzichte van
die van het vorige jaar is gestegen of gedaald.
4. Artikel 380 is niet van
toepassing. Artikel 382ais niet van toepassing, mits de in dat
artikel bedoelde gegevens aan de Stichting Autoriteit Financiële
Markten op diens verzoek worden verstrekt.
5. Van de in afdeling 3
voorgeschreven opgaven behoeven in de openbaar gemaakte balans met
toelichting slechts vermelding die welke voorkomen in de artikelen
364, 365 lid 1 onder d, 366, 367 onder a-d, 370 lid 1 onder b en c
, 373, 374 leden 3 en 4, 375 lid 1 onder a, b, f en g en lid 3,
alsmede 376 en de overlopende posten. De leden 2 van de artikelen
370 en 375 vinden toepassing zowel op het totaal van de
vorderingen en schulden als op de posten uit lid 1 van die
artikelen welke afzonderlijke vermelding behoeven. De openbaar te
maken winst- en verliesrekening en de toelichting mogen worden
beperkt overeenkomstig lid 3 en lid 4.
6. De informatie die ingevolge
artikel 381 lid 2 moet worden vermeld, wordt beperkt tot
informatie over de aard en het zakelijk doel van de aldaar
genoemde regelingen. Artikel 381 lid 3 is niet van toepassing,
tenzij de rechtspersoon een naamloze vennootschap is, in welk
geval de vermelding als bedoeld in artikel 381 lid 3 beperkt is
tot transacties die direct of indirect zijn aangegaan tussen de
vennootschap en haar voornaamste aandeelhouders en tussen de
vennootschap en haar leden van het bestuur en van de raad van
commissarissen.
7. De gegevens, bedoeld in artikel
392 lid 1, onderdelen e en f, en lid 3, worden niet openbaar
gemaakt.
8. In het jaarverslag behoeft geen
aandacht te worden besteed aan niet-financiële
prestatie-indicatoren als bedoeld in artikel 391 lid 1.
Artikel 398
1. Artikel 396 of artikel 397 geldt
voor het eerste en tweede boekjaar ook voor een rechtspersoon die
op de balansdatum van het eerste boekjaar aan de desbetreffende
vereisten heeft voldaan.
2. Artikel 396 leden 3 tot en met 8
en artikel 397 leden 3 tot en met 7 zijn van toepassing voor zover
de algemene vergadering uiterlijk zes maanden na het begin van het
boekjaar niet anders heeft besloten.
3. Deartikelen 396 en 397 zijn niet
van toepassing op:
a. een rechtspersoon die
effecten heeft uitstaan die zijn toegelaten tot de handel op
een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt
of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is; of
b. een beleggingsmaatschappij
waarvoor artikel 401 lid 1 geldt.
4. Bij algemene maatregel van
bestuur worden de in artikel 396 lid 1 en artikel 397 lid 1
genoemde bedragen verlaagd, indien het recht van de Europese
Gemeenschappen daartoe verplicht, en kunnen zij worden verhoogd,
voor zover geoorloofd.
5. Voor de toepassing van de
artikelen 396 lid 1 en 397 lid 1 op een stichting of een
vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3 wordt uitgegaan van
het totaal van de activa van de stichting of vereniging en, met
inachtneming van artikel 396 lid 2, van de netto-omzet en het
gemiddeld aantal werknemers van de onderneming of ondernemingen
die deze stichting of vereniging in stand houdt.
Afdeling 12. Bepalingen omtrent
rechtspersonen van onderscheiden aard
< |