Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

CONSULAIRE  WET

Tekst zoals deze geldt op 11 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap
- Consulair besluit
- Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap

 

 

WET van 25 juli 1871, houdende regeling van de bevoegdheid der consulaire ambtenaren tot het opmaken van burgerlijke akten, en van de consulaire regtsmagt

 

     WIJ WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
     Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de bevoegdheid der consulaire ambtenaren tot het opmaken van burgerlijke akten, en de consulaire regtsmagt bij eene wet te regelen;
     Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Eerste hoofdstuk. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

1. Aan de consulaire ambtenaren, bij algemene maatregel van rijksbestuur aan te wijzen, wordt toegekend:

a. de bevoegdheid tot het opmaken van akten van de burgerlijke stand,

b. de bevoegdheid tot het opmaken van andere burgerlijke akten,

c. de bevoegdheid tot het verrichten van bepaalde handelingen van vrijwillige rechtspraak in burgerlijke zaken, in Nederland aan kantonrechters en in de landen Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan leden van het gerecht in eerste aanleg opgedragen.

2. Evenzo kan bij algemene maatregel van rijksbestuur een bepaalde onder a of b begrepen bevoegdheid afzonderlijk aan consulaire ambtenaren worden verleend.

3. Rechtspraak bij andere wetten aan diplomatieke en consulaire ambtenaren opgedragen, wordt uitgeoefend overeenkomstig de regelen van deze wet.

4. De consulaire ambtenaren oefenen een hun toegekende bevoegdheid uit binnen het ressort dat Onze Minister van Buitenlandse Zaken voor de consulaire post waaraan zij verbonden zijn, heeft vastgesteld, en slechts ten behoeve van daarin aanwezige Nederlanders.

5. Een consulaire ambtenaar mag scheidsman zijn.

 

Artikel 2

Onder consulaire ambtenaren verstaat deze wet de aan het hoofd van consulaire posten gestelde diplomatieke en consulaire ambtenaren en de verdere leden van het personeel van de buitenlandse dienst, die aan een consulaire post een consulaire betrekking bekleden.

 

Artikel 3

Bij afwezigheid of verhindering van de, ingevolge art. 1 aangewezen, consulaire ambtenaar, wordt deze vervangen door de ter plaatse zijner vestiging aanwezige consulaire ambtenaar van mindere rang, en, bij ontstentenis van zodanige ambtenaar, door de persoon, die tot het waarnemen zijner betrekking aangewezen is.

 

Artikel 4

Ter vervulling van zijn in artikel 1 genoemde bevoegdheden kan een consulaire ambtenaar een tolk benoemen of, bij voorkomende omstandigheden, een persoon tijdelijk met de betrekking van tolk belasten.

 

Artikel 5

De tolk, krachtens het voorgaande artikel benoemd of aangewezen, legt, alvorens zijn betrekking te aanvaarden, in handen van de consulaire ambtenaar de eed (de belofte) af, dat hij die betrekking getrouw zal waarnemen.

 

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-1979]

 

Artikel 7

1. Grossen van overeenkomstig artikel 17 opgemaakte akten voeren aan het hoofd de woorden "In naam des Konings".

2. Deze grossen en grossen van uit kracht van de wet door een consulaire ambtenaar gedane uitspraken zijn in het Koninkrijk uitvoerbaar, mits in behoorlijke vorm opgemaakt.

3. Na het wijzen van een scheidsrechterlijke uitspraak zendt de consulaire ambtenaar deze uitspraak, met een afschrift van zijn schriftelijke benoeming als scheidsman door de partijen of met een authentiek afschrift daarvan, aan de president van de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage die daarop een bevelschrift stelt als bedoeld in artikel 642 van het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dan wel een overeenkomstige regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

 

Artikel 8

Voor alle uitspraken en akten, uit kracht van de wet door consulaire ambtenaren opgemaakt of verleden, is het gebruik van elke levende taal geoorloofd, mits de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x