Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

DEFENSIEWET  VOOR  ARUBACURAÇAO  EN  SINT  MAARTEN ¹

Tekst zoals deze geldt op 11 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 29 maart 1955, houdende het in overeenstemming brengen van de Defensiewet voor de Nederlandse Antillen met de nieuwe rechtsorde ¹

1. Ingevolge artikel 4.1, onderdeel L, van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen is de Defensiewet voor de Nederlandse Antillen en Aruba met ingang van 10 oktober 2010 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Defensiewet voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Overzeese Rijksdelen a.i. van 22 Maart 1955, Directie Suriname en Nederlandse Antillen, No. 124071/-;
     Overwegende, dat ingevolge artikel 59, lid 4 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden de Defensiewet voor de Nederlandse Antillen in overeenstemming moet worden gebracht met de nieuwe rechtsorde;
     Gelet op artikel 59, leden 2 en 4 van het Statuut;
     De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 25 Maart 1955, No. 1);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Overzeese Rijksdelen van 29 Maart 1955, Directie Suriname en Nederlandse Antillen, No. 125047/10641;
     De bepalingen van het Statuut in acht genomen zijnde;
     Hebben goedgevonden en verstaan: de tekst van de Defensiewet voor de Nederlandse Antillen vast te stellen, zoals deze bij dit besluit is gevoegd.

 

 

Artikel 1

1. Alle dienenden bij de krijgsmacht zijn in dienst van het Koninkrijk.

2. Onverminderd het bepaalde in het derde lid, hebben de Gouverneurs als orgaan van het Koninkrijk ieder de bevoegdheid de bevelhebber van de krijgsmacht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten te schorsen en geven van een beslissing tot schorsing terstond kennis aan de regering van het Koninkrijk. Zij oefenen deze bevoegdheid uit in onderling overleg. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, wendt de betrokken Gouverneur zich tot Onze Minister van Defensie.

3. Onze Minister van Defensie is bevoegd de bevelhebber, bedoeld in het tweede lid, te schorsen.

4. De in het tweede en derde lid bedoelde schorsing is, zolang deze geen koninklijke bekrachtiging heeft verkregen, slechts voorlopig.

 

Artikel 2

Bij landsverordening worden de voorwaarden vastgesteld, waarop aan inwoners van Aruba, Curaçao en Sint Maarten wegens ernstige gewetensbezwaren vrijstelling van de dienst in de krijgsmacht wordt verleend.

 

Artikel 3

1. Onverminderd het bepaalde in deze rijkswet worden de rechtstoestand van, alsmede de pensioenvoorzieningen voor dienstplichtigen van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x