Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

EXPERIMENTENWET  VOOROPLEIDINGSEISEN,  SELECTIE  EN  COLLEGEGELDHEFFING

Tekst zoals deze geldt op 11 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Uitvoeringsregeling Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing

 

 

WET van 28 april 2005, houdende tijdelijke regels betreffende experimenten in het hoger onderwijs op het gebied van vooropleidingseisen aan en selectie van aanstaande studenten en op het gebied van heffing van collegegeld (Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ervaring op te doen met selectie van aanstaande studenten en extrane´ en met differentiatie van collegegeld bij opleidingen in het hoger onderwijs met erkende evidente meerwaarde, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de toegankelijkheid van het hoger onderwijs;
     dat het voorts wenselijk is ervaring op te doen met het stellen van vervangende vooropleidingseisen aan aanstaande studenten en extrane´ bij opleidingen in het hoger onderwijs met het oog op het vergroten van de instroom in het hoger onderwijs, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het niveau van die instroom;
     dat in verband hiermee een tijdelijke regeling wordt getroffen om experimenten op bovenvermelde terreinen mogelijk te maken;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze wet wordt verstaan onder:

a. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

c. instelling: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de wet;

d. instellingsbestuur: het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;

e. opleiding: een bachelor- of masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de wet;

f. voltijdse, duale of deeltijdse opleiding: een opleiding die onderscheidenlijk voltijds, duaal of deeltijds is ingericht;

g. experimenteel programma: een programma binnen een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 5;

h. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;

i. onderwijs- en examenregeling: de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 van de wet.

 

Artikel 2. Aard bepalingen

De bepalingen van deze wet regelen het openbaar onderwijs en zijn voorwaarden voor bekostiging voor het bijzonder onderwijs.

 

Artikel 3. Doelstelling experimenten

Met het oog op het verkrijgen van een

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x