Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

HANDELSREGISTERWET  1996  (Hrw)

Tekst zoals deze geldt op 18 januari 2008

Vervallen m.i.v. 1 juli 2008

(Zie Handelsregisterwet 2007)

 

 

 

 
WET van 8 februari 1996, houdende vereenvoudiging van de Handelsregisterwet en wijziging van enige andere wetten

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Handelsregisterwet op een aantal onderdelen in technische zin te herzien en daarbij tevens het stelsel van de wet ten behoeve van de ingeschrevenen, de Kamers van Koophandel en Fabrieken en andere belanghebbenden te vereenvoudigen onder meer door de thans voorgeschreven meervoudige inschrijving te vervangen door een enkelvoudige inschrijving en door het stichtingen- en het verenigingenregister met het handelsregister te integreren, en dat het in verband daarmee gewenst is de huidige Handelsregisterwet in te trekken en te vervangen door een nieuwe wet;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Kamer: kamer van koophandel en fabrieken als bedoeld in de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997;

b. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

c. hoofdvestiging: het door een onderneming als zodanig aangemerkte onderdeel van de onderneming;

d. nevenvestiging: een ondernemingsonderdeel, niet zijnde de hoofdvestiging, dat geheel of ten dele is ondergebracht in een gebouw of complex van gebouwen, waar duurzaam bedrijfsuitoefening van de onderneming plaatsvindt;

e. hoofdnederzetting: de in Nederland gelegen nevenvestiging van een buiten Nederland gevestigde onderneming of, indien er meer nevenvestigingen zijn, de door de onderneming als hoofdnederzetting aangemerkte nevenvestiging;

f. verordening 2137/85: verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (PbEG L 199/1);

g. verordening 2157/2001: verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG L 294/1);

h. verordening 1435/2003: verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van de Europese Unie van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Co÷peratieve Vennootschap (SCE) (PbEU L 207/1).

Artikel 2

1. Er is een handelsregister ter bevordering van de rechtszekerheid in het economisch verkeer. Uit het handelsregister kunnen daarnaast ter bevordering van de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening gegevens van algemene, feitelijke aard worden verstrekt omtrent de samenstelling van ondernemingen.

2. In het handelsregister worden ingeschreven ondernemingen en rechtspersonen overeenkomstig het bepaalde in deze wet.

3. Het handelsregister wordt gehouden door de Kamers van Koophandel en Fabrieken.

Artikel 3

1. In het handelsregister worden de ondernemingen ingeschreven die in Nederland zijn gevestigd, in Nederland een nevenvestiging hebben of in Nederland worden vertegenwoordigd door een gevolmachtigde handelsagent.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op ondernemingen die toebehoren aan een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon, ondernemingen waarin uitsluitend landbouw of visserij wordt uitgeoefend en die niet aan een rechtspersoon of vennootschap toebehoren, en ondernemingen waarin uitsluitend straathandel in de vorm van venten wordt uitgeoefend door de ondernemer of leden van zijn gezin.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bedrijven waarmee niet wordt beoogd winst te maken, voor de toepassing van het eerste lid met een onderneming worden gelijkgesteld.

Artikel 4

1. In het handelsregister worden ingeschreven de naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, co÷peraties, onderlinge waarborgmaatschappijen, stichtingen, verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, Europese naamloze vennootschappen, Europese co÷peratieve vennootschappen en Europese economische samenwerkingsverbanden, die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben.

2. Verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid kunnen in het handelsregister worden ingeschreven.

3. Indien aan een rechtspersoon als in het eerste of tweede lid bedoeld een onderneming toebehoort die als zodanig overeenkomstig artikel 3 moet worden ingeschreven, geldt de inschrijving van de onderneming tevens als inschrijving van de rechtspersoon.

Hoofdstuk 2. De inschrijving in het handelsregister

Artikel 5

1. Tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister bij de ter zake bevoegde Kamer is verplicht degene aan wie een onderneming toebehoort of, indien het de inschrijving betreft van een rechtspersoon of van een aan een rechtspersoon toebehorende onderneming, ieder der bestuurders van de rechtspersoon.

2. Indien geen van de in het eerste lid bedoelde personen in Nederland is gevestigd, is tot het doen van de opgave tevens verplicht degene die in Nederland belast is met de dagelijkse leiding.

3. Indien een onderneming buiten Nederland is gevestigd, is tot het doen van de opgave tevens verplicht degene die belast is met de dagelijkse leiding van de hoofdnederzetting of, indien die er niet is, de door de onderneming aangewezen handelsagent.

4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere personen worden aangewezen die verplicht of bevoegd zijn tot het doen van daarbij aangewezen opgaven.

Artikel 6

1. Tot inschrijving van een in Nederland gevestigde onderneming is bevoegd de Kamer in welker gebied de onderneming is gevestigd of in welker gebied de onderneming haar hoofdvestiging heeft.

2. Tot inschrijving van een buiten Nederland gevestigde onderneming is bevoegd de Kamer in welker gebied de onderneming haar hoofdnederzetting heeft of de door de haar aangewezen handelsagent is gevestigd.

3. Indien inschrijving van een onderneming niet overeenkomstig het eerste of tweede lid kan geschieden, is tot inschrijving bevoegd de daartoe door Onze Minister aangewezen Kamer van Koophandel en Fabrieken.

Artikel 7

Tot inschrijving van een rechtspersoon is bevoegd de Kamer in welker gebied de rechtspersoon volgens zijn statuten zijn zetel heeft, tenzij aan de rechtspersoon een onderneming toebehoort die met toepassing van artikel 3 moet worden ingeschreven bij de in artikel 6 bedoelde Kamer.

Artikel 8

1. De op grond van artikel 5 daartoe verplichte personen doen, met inachtneming van het bij algemene maatregel van bestuur bepaalde, de opgaven die de Kamer nodig heeft om ervoor te zorgen dat de bij die maatregel aangewezen gegevens te allen tijde juist en volledig in het handelsregister ingeschreven zijn.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het deponeren van bescheiden.

Artikel 9

1. De opgave voor de eerste inschrijving van een onderneming wordt gedaan binnen een periode van twee weken, die begint een week vˇˇr en eindigt een week nß de aanvang van de bedrijfsuitoefening.

2. Indien de op grond van artikel 5 daartoe verplichte personen een melding hebben gedaan op grond van artikel 5:34 van de Wet op het financieel toezicht, is voldaan aan de op grond van artikel 96a, vierde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verplichte opgave en de op grond van deze wet verplichte opgave van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens terzake van het bedrag van het geplaatste kapitaal. Bij een melding als bedoeld in de vorige volzin, draagt de houder van het register, bedoeld in artikel 1:107van de Wet op het financieel toezicht, zorg voor de opgave aan het handelsregister, bedoeld in artikel 2.

3. De andere voorgeschreven opgaven worden gedaan uiterlijk een week na het plaatsvinden van het feit ten gevolge waarvan de verplichting tot de opgave ontstaat, voor zover bij algemene maatregel van bestuur niet anders is bepaald.

3. De verplichting tot het doen van een opgave eindigt zodra die opgave is gedaan door iemand anders die daartoe verplicht of bevoegd was of, voor zover het een wijziging betreft als bedoeld in artikel 10 of 11, zodra de Kamer de desbetreffende wijziging heeft ingeschreven.

Artikel 10

1. Een Kamer is ambtshalve bevoegd tot het inschrijven van een wijziging van een gegeven betreffende een onderneming of rechtspersoon, indien die wijziging reeds elders in het door haarzelf of door een andere Kamer gehouden register is ingeschreven.

2. Voor zover het een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegeven betreft is een Kamer tevens ambtshalve bevoegd tot het inschrijven van een wijziging waarvan de Kamer kennis heeft gekregen op andere wijze dan in het eerste lid bedoeld.

3. Bij een inschrijving als bedoeld in het eerste of tweede lid vermeldt de Kamer zo mogelijk de dag waarop de wijziging is ingegaan.

4. De Kamer doet van een inschrijving als in dit artikel bedoeld onverwijld schriftelijk mededeling aan een tot opgave verplichte persoon.

Artikel 11

1. Indien uit de gemeentelijke basisadministratie blijkt dat degene aan wie een onderneming toebehoort of een andere in verband met de onderneming of rechtspersoon in het register ingeschreven persoon is overleden, is de Kamer ambtshalve bevoegd dit feit in het register in te schrijven.

2. Artikel 10, derde en, voor zover mogelijk, vierde lid, is van toepassing.

Artikel 12

Heeft de inschrijving van een onderneming mede betrekking op een nevenvestiging die niet in haar gebied gelegen is, dan geeft de Kamer waarbij de inschrijving is gedaan daarvan onverwijld kennis aan de Kamer in welker gebied die nevenvestiging is gelegen, met vermelding van de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gegevens.

Artikel 13

Een Kamer draagt onverwijld het beheer van de gegevens en bescheiden van een ingeschreven onderneming of rechtspersoon over aan een andere Kamer, zodra uit een opgave blijkt dat die andere Kamer voortaan overeenkomstig artikel 6 of 7 bevoegd is tot inschrijving.

Hoofdstuk 3. Openbaarheid en externe werking van het register

Artikel 14

Het handelsregister en de bescheiden die daarbij krachtens wettelijk voorschrift zijn gedeponeerd, kunnen door een ieder tegen betaling van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vergoeding worden ingezien.

Artikel 15

1. De Kamer verstrekt op verzoek tegen betaling van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vergoeding, indien gewenst in elektronische vorm, afschrift van of uittreksel uit hetgeen in het handelsregister is ingeschreven of krachtens wettelijk voorschrift daarbij is gedeponeerd.

2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt mede door de Kamer in behandeling genomen indien het op elektronische wijze is gedaan.

3. Een afschrift of een uittreksel als bedoeld in het eerste lid kan door de Kamer, op verzoek van de aanvrager op elektronische wijze worden verstrekt.

4. Bij het verstrekken van gegevens omtrent de samenstelling van ondernemingen, welke per onderneming ÚÚn of meer van de in het handelsregister daartoe ingeschreven gegevens bevatten, worden deze gegevens niet gerangschikt naar natuurlijke personen, tenzij het verzoek daartoe wordt gedaan door:

a. Onze Minister van Justitie ten behoeve van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor de oprichting of statutenwijziging van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

b. een officier van justitie ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten,

c. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of van premies volksverzekeringen,

d. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor de uitvoering van hun bij die wet opgedragen taken,

e. burgemeesters en wethouders voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, of

f. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur ten behoeve van het geven van een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, of

g. de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit voor de uitvoering van de bij de Mededingingswet opgedragen taken.

3. De verplichting tot betaling van een vergoeding als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien het verzoek om gegevens wordt gedaan door de directeur-generaal van de statistiek op grond van artikel 33, vierde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.

Artikel 16

Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen die in het handelsregister staan ingeschreven kunnen bij algemene maatregel van bestuur voor daarbij aangewezen gegevens of bescheiden beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in de artikelen 14 en 15, eerste lid.

Artikel 17

1. Heeft de opgave van een gegeven ter inschrijving in het handelsregister betrekking op een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap, met beperkte aansprakelijkheid, een Europese naamloze vennootschap, een Europese co÷peratieve vennootschap, een Europees economisch samenwerkingsverband of een andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersoon of vennootschap, dan draagt de Kamer zorg dat daarvan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan in een door haar verzorgd publicatieblad of ander, even doeltreffend instrument, dat ten minste het gebruik van een systeem omvat dat in chronologische volgorde via een centraal elektronisch platform toegang tot de openbaar gemaakte informatie biedt.

2. Het eerste lid is mede van toepassing op een wijziging als bedoeld in de artikelen 10 en 11, een doorhaling, een aanvulling, een wijziging van het ingeschrevene of een inschrijving als bedoeld in artikel 23 alsmede op een deponering ten kantore van het handelsregister.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gegevens en bescheiden worden aangewezen waarvoor het eerste of tweede lid niet geldt.

Artikel 18

1. Op een feit dat door inschrijving of deponering moet worden bekendgemaakt, kan tegenover derden die daarvan onkundig waren geen beroep worden gedaan zolang de inschrijving of deponering en, voor zover van toepassing, de in artikel 17 bedoelde mededeling niet hebben plaatsgevonden.

2. Indien de derde aantoont dat hij onmogelijk kennis heeft kunnen nemen van een mededeling als bedoeld in artikel 17 kan hij zich erop beroepen dat hij van het bekendgemaakte feit onkundig was, mits dit beroep betrekking heeft op hetgeen heeft plaatsgevonden binnen vijftien dagen nadat de mededeling was geschied. De Algemene Termijnenwet is op deze termijn niet van toepassing.

3. Degene aan wie de onderneming toebehoort, de ingeschreven rechtspersoon of degene die enig feit heeft opgegeven of verplicht is enig feit op te geven, kan aan derden die daarvan onkundig waren niet de onjuistheid of onvolledigheid van de inschrijving of van de in artikel 17 bedoelde mededeling tegenwerpen. Met de inschrijving wordt de deponering ten kantore van het handelsregister gelijkgesteld.

4. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van:

a. artikel 29 van het Wetboek van Koophandel;

b. opgaven betreffende aangelegenheden die ingevolge enig wettelijk voorschrift ľ niet zijnde Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, verordening 2137/85, verordening 2157/2001 of verordening 1435/2003 ľ ook op andere wijze worden bekend gemaakt;

c. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens.

Artikel 18a

De Kamer draagt zorg voor mededeling aan het Bureau voor officiŰle publicaties der Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 39, tweede lid, van verordening 2137/85, artikel 14, derde lid, van verordening 2157/2001 en artikel 13, derde lid, van verordening 1435/2003.

Hoofdstuk 4

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-1998]

Hoofdstuk 5. Overige bepalingen

Artikel 23

Indien een Kamer of een andere belanghebbende van mening is dat de inschrijving van een onderneming of rechtspersoon onjuist, onvolledig of in strijd met de openbare orde of de goede zeden is of dat een onderneming of een rechtspersoon ten onrechte niet is ingeschreven, kan de belanghebbende zich bij verzoekschrift wenden tot de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de inschrijving is geschied of zou moeten geschieden, met het verzoek de doorhaling, aanvulling of wijziging van het ingeschrevene of de inschrijving van de onderneming of de rechtspersoon te gelasten.

Artikel 24

Indien bij rechterlijke uitspraak hetgeen in het handelsregister is ingeschreven geheel of gedeeltelijk onrechtmatig is verklaard, doet de Kamer op verzoek van een belanghebbende daarvan aantekening in het handelsregister.

Artikel 25

1. Degenen die krachtens artikel 5 verplicht zijn tot het doen van opgaven voor de inschrijving van een onderneming of een rechtspersoon in het handelsregister, zorgen ervoor dat op alle van de onderneming of de rechtspersoon uitgaande brieven, orders, facturen, offertes en andere aankondigingen, met uitzondering van telegrammen en reclames, is vermeld onder welk nummer de onderneming of de rechtspersoon in het handelsregister is ingeschreven.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op stukken die uitgaan van een stichting of vereniging waaraan niet een onderneming toebehoort.

3. Bij regeling van Onze Minister kan vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bepaalde.

4. Een vrijstelling kan niet worden verleend:

a. aan Europese economische samenwerkingsverbanden,

b. voor zover het betreft brieven en orders, aan naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, Europese naamloze vennootschappen, Europese co÷peratieve vennootschappen, en

c. in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere gevallen.

Artikel 26

1. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ter bevordering van de uniforme toepassing van deze wet door de Kamers.

2. De regeling kan onder meer inhouden dat voor daarbij aangegeven onderwerpen de Kamers zelf op een daarbij te bepalen wijze zorgdragen voor een uniforme toepassing van de wet.

Artikel 27

Indien in deze wet geregelde of daarmee verband houdende onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet of in het belang van de uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen regeling of nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel 28

1. Het is verboden te handelen in strijd met dan wel niet te voldoen aan een bij of krachtens deze wet gestelde verplichting tot het doen van een opgave ter inschrijving in het handelsregister.

2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van een opgave ter inschrijving van een vereniging of stichting waaraan niet een onderneming toebehoort.

Hoofdstuk 6. Wijzigingen in andere wetten

Artikel 29

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 30

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 31

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 32

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 33

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 34

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 35

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 36

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 37

De Handelsregisterwet (Stb. 1984, 353) wordt ingetrokken.

Artikel 38

1. Opgaven ter inschrijving in het handelsregister en deponering van bescheiden ten kantore van het handelsregister, waartoe de verplichting ontstaat als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet, worden, voor zover betrekking hebbend op ondernemingen en rechtspersonen die reeds in het handelsregister zijn ingeschreven, gedaan binnen een jaar na inwerkingtreding van deze wet.

2. De Kamer van Koophandel en Fabrieken schrijft de opgaaf binnen achttien maanden na inwerkingtreding van deze wet in het handelsregister in.

3. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in het handelsregister gegevens staan ingeschreven die op grond van deze wet niet behoeven te worden ingeschreven, haalt de Kamer van Koophandel en Fabrieken die gegevens binnen drie maanden na het eerder genoemde tijdstip door.

Artikel 39

1. In afwijking van artikel 25, eerste lid, kan tot drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet op brieven, orders, facturen en offertes worden vermeld waar en onder welk nummer de onderneming of de rechtspersoon in het handelsregister was ingeschreven op het tijdstip vlak voor de inwerkingtreding van deze wet.

2. Het eerste lid is niet van toepassing na een overdracht van het beheer als bedoeld in artikel 13.

Artikel 40

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 41

Deze wet wordt aangehaald als: Handelsregisterwet, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te 's-Gravenhage, 8 februari 1996

 

BEATRIX

 

De Minister van Economische Zaken,
G.J. Wijers

 

Uitgegeven de achtentwintigste maart 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x