Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

KADERWET  DIENSTPLICHT

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Mobilisatie-vrijstellings-besluit

 

 

WET van 13 maart 1997, houdende bepalingen met betrekking tot de militaire dienstplicht alsmede wijziging van enige wetten en overgangsrecht (Kaderwet dienstplicht)
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ingevolge artikel 98, derde lid, eerste volzin, en het additionele artikel XXX van de Grondwet regels te stellen met betrekking tot de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping van dienstplichtigen in werkelijke dienst en de oproeping van dienstplichtigen in buitengewone omstandigheden; dat het voorts gewenst is de afzonderlijke regelingen op het gebied van de dienstplicht samen te voegen tot een Kaderwet dienstplicht;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN

Paragraaf 1. Definities en toepassingsgebied

Artikel 1. Begripsbepalingen

1.In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;

b. dienstplichtige: hij die ingevolge deze wet geschikt is verklaard voor het vervullen van werkelijke dienst;

c. groot verlof: tijd gedurende welke de dienstplichtige zich niet in werkelijke dienst bevindt of moet bevinden.

2.Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gesproken van personen, die ongeschikt zijn verklaard, zijn ontheven van de verplichting tot het vervullen van werkelijke dienst, zijn uitgesloten van de dienstplicht of te wier aanzien een rechterlijke uitspraak heeft plaatsgehad, worden hieronder, voor zover het tegendeel niet blijkt, verstaan degenen omtrent wie het desbetreffende besluit of de desbetreffende uitspraak onherroepelijk is geworden.

3.Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gesproken van het oproepen van dienstplichtigen voor het vervullen van werkelijke dienst, wordt daaronder ten aanzien van hen die zich reeds in werkelijke dienst bevinden, verstaan het houden of blijven in werkelijke dienst.

Artikel 2. Toepassingsgebied

Uitgezonderd paragraaf 2 van hoofdstuk 1 is deze wet niet van toepassing op hen die als militair ambtenaar zijn aangesteld.

Paragraaf 2. Inschrijving

Artikel 3. In te schrijven personen

1. Voor de dienstplicht wordt ingeschreven de mannelijke Nederlander die op 1 februari van het jaar waarin hij de leeftijd van 17 jaar bereikt als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven of had behoren te zijn ingeschreven.

2. Voor de dienstplicht wordt voorts ingeschreven:

a. de mannelijke Nederlander, die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip en voor 1 januari van het jaar, waarin hij de leeftijd van 35 jaar bereikt als ingezetene in de basisregistratie personen wordt ingeschreven of behoort te worden ingeschreven; en

b. de mannelijke persoon die in het in onderdeel a bedoelde tijdvak Nederlander of opnieuw Nederlander is geworden, indien hij als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven of had behoren te zijn ingeschreven.

Artikel 4. Gemeente van inschrijving

1. De inschrijving voor de dienstplicht geschiedt door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de in artikel 3 bedoelde personen op het tijdstip van de inschrijving, als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen zijn ingeschreven of hadden behoren te zijn ingeschreven.

2. Voor zover Onze Minister het nodig oordeelt, geschiedt de inschrijving op aangifte en vindt deze plaats bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in het eerste lid. In dat geval worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld met betrekking tot inschrijving op aangifte. Deze algemene maatregel van bestuur bevat ten minste een regeling omtrent de wijze waarop en de termijn waarbinnen de inschrijving op aangifte plaatsvindt.

Artikel 5. Bericht van inschrijving

Onze Minister zendt zo spoedig mogelijk nadat de inschrijving heeft plaatsgevonden aan iedere voor de dienstplicht ingeschreven persoon een bericht van inschrijving met vermelding van het registratienummer.

Paragraaf 3. Keuring

Artikel 6. Keuring

1.Voor zover Onze Minister het nodig acht, is iedere ingeschrevene verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek ter beoordeling van zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het vervullen van werkelijke dienst in het algemeen en ter verkrijging van gegevens voor zijn bestemming in de krijgsmacht, in deze wet aangeduid als keuring.

2.Ten behoeve van de keuring stelt Onze Minister keuringscommissies in.

3.De ingeschrevene is verplicht bij de aanmelding voor het ondergaan van de keuring de aan hem toegezonden oproep te tonen en een document te overleggen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

4.De keuringsuitslag wordt binnen twee weken na de keuring door een keuringscommissie vastgesteld. Bij geschiktverklaring vermeldt de bekendmaking dat de betrokkene als dienstplichtige wordt aangemerkt.

Artikel 7. Herkeuring

1.Een aanvraag om herkeuring dient door betrokkene binnen zes weken na de bekendmaking van de keuringsuitslag schriftelijk aan de herkeuringscommissie te worden gedaan. De aanvraag vermeldt mede het registratienummer en is met redenen omkleed.

2.Ten behoeve van de herkeuring stelt Onze Minister een of meer herkeuringscommissies in.

3.Aan een herkeuring wordt niet deelgenomen door een geneeskundige die de keuring heeft verricht.

4.Indien de aanvrager is verhinderd aan de oproep voor de herkeuring gevolg te geven, doet hij daarvan schriftelijk met opgave van redenen onverwijld mededeling aan de herkeuringscommissie. Indien de redenen waarom aan de oproep geen gevolg werd gegeven, naar het oordeel van de herkeuringscommissie gegrond zijn, wordt een nieuwe datum voor de herkeuring vastgesteld en wordt de aanvrager daarvoor opnieuw opgeroepen. Indien de redenen ongegrond worden geoordeeld, vervalt de aanvraag tot herkeuring.

5.De herkeuringsuitslag wordt binnen twee weken na de herkeuring door een herkeuringscommissie vastgesteld. Bij geschiktverklaring vermeldt de bekendmaking dat de betrokkene als dienstplichtige wordt aangemerkt.

Artikel 8. Beslissing (her)keuringscommissie

1.De beslissing van een keuringscommissie of een herkeuringscommissie betreft:

a. geschiktheid voor het vervullen van werkelijke dienst;

b. tijdelijke ongeschiktheid voor het vervullen van werkelijke dienst; of

c. ongeschiktheid voor het vervullen van werkelijke dienst.

2.De beslissing van een herkeuringscommissie treedt in de plaats van die van een keuringscommissie.

3.Na het verstrijken van de duur van de tijdelijke ongeschiktheid wordt de betrokkene opnieuw voor een keuring opgeroepen.

Artikel 9. Nadere regels keuring en herkeuring

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot keuring en herkeuring als bedoeld in deze paragraaf. Deze algemene maatregel van bestuur bevat ten minste een regeling omtrent:

a. de omvang en de samenstelling van de keurings- en herkeuringscommissies;

b. de vereisten waaraan de leden van de keurings- en herkeuringscommissies moeten voldoen;

c. de omvang van de keuring en de herkeuring; en

d. de wijze waarop de geschiktheid of

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x