Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

LANDBOUWWET

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Regeling aquacultuur
- Regeling GLB-inkomenssteun 2006
- Regeling handel levende dieren en levende producten
- Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
- Uitvoeringsregeling pacht

 

 

WET van 26 juli 1957, houdende nieuwe regelen ter bevordering van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van produkten

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen vast te stellen om de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij te bevorderen en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van produkten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

1. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering van bosbouw;

produkten:

a. alle voortbrengselen, welke, al dan niet na be- of verwerking, kunnen dienen als voedsel voor mens of dier, alsmede de bij be- of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen;

b. de niet reeds onder a begrepen voortbrengselen van de landbouw;

bedrijfslichaam: een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie, ingesteld voor ondernemingen, die in het bedrijfsleven een functie vervullen ten aanzien van enig produkt;

samenwerkingslichaam: rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 110 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie.

2. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt mede verstaan onder:

handelaren: tussenpersonen;

visserij: de mosselteelt, de oesterteelt en de viskwekerij.

Hoofdstuk II. Het Landbouw-Egalisatiefonds

Artikel 2 [Vervallen per 08-03-2000]

Artikel 3 [Vervallen per 08-03-2000]

Artikel 4 [Vervallen per 08-03-2000]

Artikel 5 [Vervallen per 08-03-2000]

Artikel 6 [Vervallen per 08-03-2000]

Artikel 7 [Vervallen per 16-07-1979]

Artikel 8 [Vervallen per 16-07-1979]

Artikel 9 [Vervallen per 16-07-1979]

Artikel 10 [Vervallen per 08-03-2000]

Artikel 11 [Vervallen per 08-03-2000]

Artikel 12 [Vervallen per 08-03-2000]

Hoofdstuk III. Regelen ten aanzien van de binnenlandse markt

§ 1. Algemene regelen

Artikel 13

1.Onze Minister kan bij in de Staatscourant bekend te maken regeling de verplichting opleggen tot het betalen van een geldsom terzake van een of meer der in het tweede lid van dit artikel genoemde gedragingen. Een zodanige regeling wordt slechts vastgesteld:

a. ter bevordering van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van produkten;

b. ter uitvoering van verordeningen, richtlijnen, beschikkingen en aanbevelingen van de Europese Economische Gemeenschap, voorzover deze betrekking hebben op het gemeenschappelijk landbouwbeleid, voorzien in de tweede titel van het tweede deel van het verdrag tot oprichting van die Gemeenschap.

2.De in het eerste lid bedoelde gedragingen zijn:

a. het telen, kweken, fokken, vangen en broeden van produkten;

b. het bereiden, vervaardigen, oogsten, voorhanden en in voorraad hebben, bewaren, opslaan, be- en verwerken, ge- en verbruiken, vervoederen, slachten, vervoeren, aanvoeren, veilen, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen en vervreemden van produkten.

3.Onze Minister kan in door hem te bepalen gevallen of groepen van gevallen tot gehele of gedeeltelijke restitutie overgaan van hetgeen ingevolge het bepaalde krachtens het eerste lid is betaald en gehele of gedeeltelijke ontheffing verlenen van een krachtens het eerste lid opgelegde verplichting tot het betalen van een geldsom.

Artikel 14

1.Ter verwezenlijking van de in het eerste lid van artikel 13, onder a , vermelde doeleinden kan het bestuur van het betrokken bedrijfslichaam bij verordening de verplichting opleggen tot het betalen van een geldsom ter zake van een of meer der in het tweede lid van dat artikel genoemde gedragingen.

2.In een verordening, als bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald, dat een daarbij aangewezen orgaan van het produktschap of bedrijfschap kan besluiten in door hem te bepalen gevallen of groepen van gevallen tot gehele of gedeeltelijke restitutie over te gaan van hetgeen krachtens de verordening is betaald en gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen van de bij de verordening opgelegde verplichting tot het betalen van een geldsom.

3.Een verordening, als bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister; bij de goedkeuring kan worden bepaald, dat krachtens die verordening vast te stellen nadere regelen en te nemen besluiten eveneens zodanige goedkeuring behoeven.

4.Een verordening, als bedoeld

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x