Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

LOCAALSPOOR-  EN  TRAMWEGWET

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Aanwijzingsbesluit spoorwegen als lokaalspoorweg
- Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen
- Metroreglement
- Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen (RDHL)
- Tramwegreglement

 

 

WET van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd

 

     WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:
     Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodig is den dienst en het gebruik van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd, nader te regelen;
     Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat bepaalt, welke spoorwegen in de zin dezer wet als locaalspoorwegen, welke als stadsspoorwegen en welke als tramwegen worden beschouwd.

2. Als tramwegen beschouwde spoorwegen, welke alleen voor vervoer van goederen bestemd zijn, kunnen door Onzen Minister voornoemd, bestuurders van den spoorwegdienst gehoord, ten deele met locaalspoorwegen worden gelijkgesteld.

3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Spoorwegwet: Spoorwegwet 1875.

 

Artikel 2

1. Voor de aanleg van een locaalspoorweg, een stadsspoorweg of een tramweg en de uitoefening van de dienst op die locaalspoorweg, die stadsspoorweg of die tramweg wordt een door Ons of met Onze machtiging verleende concessie vereist.

2. De concessie wordt niet verleend, dan nadat Gedeputeerde Staten zijn gehoord.

3. De concessie houdt, voor zooveel tramwegen betreft, voorschriften in ter verzekering, dat bepalingen omtrent rechten en verplichtingen der beambten en bedienden van den spoorwegdienst worden onderworpen aan de instemming van Onzen Minister voornoemd, en door dezen kunnen worden vastgesteld, voor zooveel overeenstemming met bestuurders van den spoorwegdienst ontbreekt.

4. Ten aanzien van buitenlandsche spoorwegdiensten, welke mede

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x