Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

NATUURBESCHERMINGSWET  1998

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998

 

 

WET van 25 mei 1998, houdende nieuwe regelen ter bescherming van natuur en landschap (Natuurbeschermingswet 1998)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen te stellen inzake de bescherming van natuur en landschap en dat het voorts wenselijk is een wettelijke grondslag te geven aan het verlenen van bijdragen ter bevordering en ondersteuning van het beleid inzake natuur en landschap alsmede aan het verlenen van vergoedingen ter zake van het op vrijwillige basis richten of mede richten van de bedrijfsvoering van landbouwbedrijven, binnen daartoe aangewezen gebieden, op het beheer van natuur en landschap;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

b. natuurmonument: terrein of water, dan wel samenstel van terreinen of wateren, dat van algemeen belang is om zijn natuurwetenschappelijke betekenis of zijn natuurschoon;

c. eigenaar: degene, die in de basisregistratie kadaster als eigenaar staat vermeld, met dien verstande dat indien op een onroerende zaak een eeuwig durend recht van erfpacht of een recht van beklemming rust, daaronder wordt verstaan de erfpachter of de beklemde meier, en dat bij onroerende zaken die aan een niet eeuwig durend recht van erfpacht, een recht van vruchtgebruik of een recht van opstal zijn onderworpen, daaronder mede zijn begrepen degenen, die in de basisregistratie kadaster als erfpachter, vruchtgebruiker of opstalhouder staan vermeld, een en ander voorzover niet de rechtstoestand is gebleken een andere te zijn dan de basisregistratie kadaster aangeeft;

d. gebruiker: degene, die uit hoofde van een andere rechtsverhouding dan onder c genoemd een onroerende zaak in gebruik heeft;

e. landschapsgezicht: samenstel van onbebouwde terreinen of van bebouwde en onbebouwde terreinen dat vanwege zijn structuren, patronen of elementen danwel anderszins vanwege zijn uiterlijke verschijningsvorm, historisch-landschappelijk van algemeen belang is;

f. richtlijn 2009/147/EG: richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);

g. richtlijn 92/43/EEG: richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206);

h. prioritaire soort: als prioritair aangeduide soort in bijlage II van de richtlijn 92/43/EEG;

i. prioritaire type natuurlijke habitat: als prioritair type aangeduide natuurlijke habitat in bijlage I van de richtlijn 92/43/EEG;

j. initiatiefnemer: degene die het initiatief neemt tot een plan als bedoeld in artikel 19j of tot een project of andere handeling als bedoeld in artikel 19d, eerste lid;

k. instandhoudingsdoelstelling: doelstelling of doelstellingen als bedoeld in artikel 10a, tweede lid;

l. Natura 2000: Europees ecologische netwerk dat bestaat uit de speciale beschermingszones, bedoeld in de richtlijn 2009/147/EG en richtlijn 92/43/EEG;

m. bestaand gebruik: gebruik dat op 31 maart 2010 bekend is, of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn bij het bevoegd gezag;

n. Natura 2000-gebied:

1°. gebied dat is aangewezen op grond van artikel 10a, eerste lid,

2°. gebied dat voorlopig is aangewezen als bedoeld in artikel 12, derde lid, of

3°. gebied dat voorkomt op de lijst van gebieden van communautair belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG;

o. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

p. exclusieve economische zone: exclusieve economische zone van Nederland als bedoeld in de Rijkswet instelling exclusieve economische zone.

Artikel 1a

Deze wet is mede van toepassing in de exclusieve economische zone, met uitzondering van artikel 10, hoofdstuk III, titel 2, paragraaf 1 en hoofdstuk IV.

Artikel 2

1. Voorzover niet anders bepaald, wordt onder gedeputeerde staten verstaan gedeputeerde staten van de provincie waarin Natura 2000-gebieden of natuurmonumenten of landschapsgezichten onderscheidenlijk beschermde natuurmonumenten of beschermde landschapsgezichten geheel of grotendeels zijn gelegen.

2. Gedeputeerde staten wijzen landschapsgezichten, die mede zijn gelegen in een andere provincie, niet aan als beschermd landschapsgezicht dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van die andere provincies.

3. Gedeputeerde staten beslissen niet op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 16 dan wel stellen een beheerplan als bedoeld in artikel 17 niet vast, dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het beschermd natuurmonument mede is gelegen.

4. Gedeputeerde staten stellen een beheerplan als bedoeld in artikel 19a niet vast dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het Natura 2000-gebied mede is gelegen.

5. Gedeputeerde staten beslissen niet op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het Natura 2000-gebied mede is gelegen voorzover die vergunning betrekking heeft op delen van het gebied, gelegen in die andere provincies.

Artikel 2a

1. Indien een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 16, eerste lid, betrekking heeft op een handeling die hoofdzakelijk gevolgen kan hebben voor een deel van een beschermd natuurmonument dat is gelegen binnen de grenzen van één provincie, beslissen gedeputeerde staten van de provincie waarin dat deel van het beschermd natuurmonument is gelegen over de aanvraag.

2. Indien een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, betrekking heeft op een project dat of andere handeling die hoofdzakelijk gevolgen kan hebben voor een deel van een Natura 2000-gebied dat is gelegen binnen de grenzen van één provincie, beslissen gedeputeerde staten van de provincie waarin dat deel van het Natura 2000-gebied is gelegen over de aanvraag.

3. Indien op het moment van het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of artikel 19d, eerste lid, redelijkerwijs niet of nog niet kan worden vastgesteld in welke provincie hoofdzakelijk de gevolgen zullen plaatsvinden van een handeling, onderscheidenlijk een project of andere handeling, nemen gedeputeerde staten van de provincie waarin het beschermd natuurmonument of het Natura 2000-gebied geheel of grotendeels is gelegen de aanvraag in behandeling en beslissen die gedeputeerde staten op de aanvraag.

4. Artikel 2, derde onderscheidenlijk vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de voorgaande leden.

Hoofdstuk II. Natuurbeleidsplan

Artikel 3

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder Onze Ministers: Onze Minister tezamen met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voorzover het aangelegenheden betreft die tot zijn verantwoordelijkheid behoren.

Artikel 4

Onze Ministers stellen ten minste eenmaal in de acht jaar een natuurbeleidsplan vast, dat met het oog op een duurzame instandhouding, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden voor de korte, middellange en lange termijn richting geeft aan van rijkswege te nemen beslissingen.

Artikel 5

1. Het natuurbeleidsplan bevat ten minste de hoofdlijnen van het beleid terzake van:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x