Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

NOODWET  GENEESKUNDIGEN

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 23 april 1971, houdende regeling met betrekking tot de geneeskundige, tandheelkundige, verloskundige en farmaceutische voorziening ten behoeve van de bevolking voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden nieuwe regelen te stellen met betrekking tot de geneeskundige, tandheelkundige, verloskundige en farmaceutische voorziening ten behoeve van de bevolking;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. bevoegd gezag: de Directeur-Generaal van de Volksgezondheid, of, voor zover krachtens artikel 5, eerste lid, een andere autoriteit is aangewezen, deze autoriteit;

c. geneeskundige: degene, ten aanzien van wie geen grond tot weigering van inschrijving in het desbetreffende overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Stb. 1993, 655) ingestelde register als onderscheidenlijk arts, tandarts, apotheker of verloskundige van toepassing is;

d. inwoner van Nederland: degene, die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven of behoort te zijn ingeschreven.

2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder c, blijft het bepaalde in artikel 8, vijfde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg buiten toepassing.

Artikel 2

1.Bij ministeriŽle regeling kan ten aanzien van personen, die geen geneeskundige zijn doch de opleiding daartoe gedeeltelijk hebben gevolgd, worden bepaald, dat zij, voor zover zij behoren tot in de regeling aangewezen categorieŽn, voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde met geneeskundigen gelijkstaan.

2.De personen, die krachtens toepassing van het eerste lid met geneeskundigen gelijkstaan, zijn verplicht geheimhouding in acht te nemen ten opzichte van al datgene, wat hun bij de nakoming van de in dat lid bedoelde verplichtingen als geheim is toevertrouwd, of wat daarbij als geheim te hunner kennis is gekomen of waarvan zij het vertrouwelijk karakter moesten begrijpen.

Artikel 2a

De geneeskundigen die niet ingeschreven staan in het desbetreffende overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ingestelde register, worden voor de toepassing van in andere wetten opgenomen bepalingen, betrekking hebbende op degenen die in dat register ingeschreven staan, gelijkgesteld met degenen die in dat register ingeschreven staan voor zover zulks noodzakelijk is ter nakoming van de hun krachtens deze wet opgelegde verplichtingen.

Artikel 3

1.Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de CoŲrdinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, ťťn of meer van de paragrafen van hoofdstuk II van deze wet in werking worden gesteld.

2.Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde paragrafen.

3.Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de paragrafen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.

4.Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden de paragrafen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.

5.Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.

6.Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.

Artikel 4 [Vervallen per 01-05-1997]

Artikel 5

1.Onze Minister kan autoriteiten aanwijzen, die, elk voor zover zulks in zijn besluit is bepaald, in de plaats van de Directeur- Generaal van de Volksgezondheid optreden als bevoegd gezag.

2.De Directeur-Generaal en elk der krachtens het eerste lid aangewezen autoriteiten worden in hun hoedanigheid van bevoegd gezag bijgestaan door een commissie van advies, waarvan de voorzitter, de overige leden en de secretaris door Onze Minister worden benoemd, geschorst en ontslagen. In de commissie van advies hebben in ieder geval zitting een of meer leden, te benoemen op aanbeveling van de door Ons aangewezen organisaties van geneeskundigen.

3.Van een krachtens het eerste lid vastgesteld besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 6

Het bevoegd gezag oefent de aan dit gezag bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden uit met inachtneming van de door Onze Minister in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers gestelde regelen en van de door Onze Minister gegeven instructies.

Artikel 7

Bij algemene maatregel van bestuur worden de autoriteiten aangewezen, die, zolang de verbinding tussen Onze Minister en enig gebied verbroken is, in dat gebied met inachtneming van de bij de maatregel gestelde regelen de bij de artikelen 8 en 9 aan Onze Minister toegekende bevoegdheden uitoefenen.

Hoofdstuk II. Bepalingen voor buitengewone omstandigheden [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

ß 1. Uitoefening van de praktijk [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.]

1. Bij ministeriŽle regeling kan worden bepaald, dat het geneeskundigen in het algemeen, dan wel dat het geneeskundigen, behorende tot bij de regeling aangewezen categorieŽn, verboden is zonder vergunning van het bevoegd gezag:

a. de uitoefening van de praktijk geheel of voor een deel te staken;

b. zich ter uitoefening van de praktijk te vestigen;

c. bij ontstentenis of afwezigheid van een geneeskundige diens praktijk langer dan een week waar te nemen.

2. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vergunning, bedoeld in dit artikel.

ß 2. Beperking van het beŽindigen en aangaan van rechtsbetrekkingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 9 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x