Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

PLANWET  VERKEER  EN  VERVOER

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 25 mei 1998, houdende regels inzake plannen op het terrein van het verkeer en het vervoer (Planwet verkeer en vervoer)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voor het voeren van een samenhangend verkeers- en vervoerbeleid, waarbij de drie bestuurslagen zijn betrokken, een planstructuur te introduceren;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Paragraaf 1. Algemeen

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

Onze Ministers: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat tezamen met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

essentiŽle onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan: de nationale doelstellingen en de andere onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerbeleid, die in dit plan als zodanig worden aangemerkt;

essentiŽle onderdelen van het provinciale verkeers- en vervoerplan: provinciale doelstellingen en andere onderdelen van het provinciale verkeers- en vervoerbeleid die een uitwerking vormen van de essentiŽle onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan.

 

Paragraaf 2. Het nationale verkeers- en vervoerplan

 

Artikel 2

1. Er is een nationaal verkeers- en vervoerplan, dat richting geeft aan de te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Voor zover een nationaal verkeers- en vervoersplan het karakter heeft van een structuurvisie, wordt dit in het plan bepaald en is artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening hierop van toepassing.

2. Het nationale verkeers- en vervoerplan wordt voorbereid door Onze Minister, die daartoe in overleg treedt met gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 3

1. Het plan bevat de hoofdzaken van het nationale verkeers- en vervoerbeleid.

2. In het plan wordt rekening gehouden met de mogelijke economische, milieu-, ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, alsmede met de van belang zijnde internationale ontwikkelingen.

3. Het plan bevat in ieder geval:

a. de essentiŽle onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerbeleid;

b. een beschrijving van de te verwachten activiteiten van Rijk, provincies en gemeenten;

c. de afstemming met aangrenzende beleidsterreinen, zoals economie en milieu;

d. de fasering, de prioriteitsstelling en een indicatie van de bekostiging van de uitvoering;

e. de termijn waarbinnen het provinciale plan moet worden vastgesteld of herzien.

 

Artikel 4

1. Het door het Rijk te voeren beleid wordt neergelegd in een

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x