Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

RECONSTRUCTIEWET  CONCENTRATIEGEBIEDEN

Tekst zoals deze geldt op 17 januari 2014

Vervallen m.i.v. 1 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Regeling herverkaveling
- Regeling inrichting landelijk gebied

 

 

WET van 31 januari 2002, houdende regels inzake de reconstructie van de concentratiegebieden (Reconstructiewet concentratiegebieden)
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bijzondere regelen te stellen omtrent een integrale aanpak van de verbetering van de kwaliteit van gebieden die in het bijzonder kampen met problemen op het vlak van inrichting, landbouw, natuur, bos, landschap, recreatie, water en milieu;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

reconstructie: voorbereiding, vaststelling en uitvoering van een onderling samenhangend complex van maatregelen en voorzieningen ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze wet;

reconstructiecommissie: reconstructiecommissie als bedoeld in artikel 6;

reconstructieplan: reconstructieplan als bedoeld in artikel 11;

concentratiegebied: concentratiegebied Zuid of concentratiegebied Oost als bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet;

reconstructiegebied: bij een reconstructieplan nader begrensd gebied binnen een concentratiegebied waar de reconstructie daadwerkelijk plaatsvindt;

varkenshouderij: geheel van productie-eenheden bestaande uit één of meer gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan en daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot het bedrijfsmatig houden van varkens, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden;

varkensvrije zone: ruimtelijk begrensd gedeelte van een verwevings- of extensiveringsgebied dat vrij is van varkenshouderijen of daarvan in het kader van de reconstructie vrij zal worden gemaakt;

landbouwontwikkelingsgebied: ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied met het primaat landbouw dat geheel of gedeeltelijk voorziet, of in het kader van de reconstructie zal voorzien, in de mogelijkheid tot uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij;

verwevingsgebied: ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied gericht op verweving van landbouw, wonen en natuur, waar hervestiging of uitbreiding van de intensieve veehouderij mogelijk is mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten;

extensiveringsgebied: ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied met het primaat wonen of natuur, waar uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van in ieder geval intensieve veehouderij onmogelijk is of in het kader van de reconstructie onmogelijk zal worden gemaakt;

herverkaveling: herverkaveling als bedoeld in artikel 1 van de Wet inrichting landelijk gebied;

blok: geheel van in een herverkaveling begrepen onroerende zaken;

eigenaar: degene die eigenaar is van een tot het blok behorende onroerende zaak en degene aan wie een recht van opstal, erfpacht, beklemming, vruchtgebruik, gebruik of bewoning toebehoort waaraan een in het blok begrepen onroerende zaak is onderworpen;

rechthebbende: eigenaar en degene aan wie een niet onder de omschrijving van eigenaar benoemd beperkt recht toebehoort waaraan een tot het blok behorende onroerende zaak is onderworpen, degene aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht van huur toebehoort of degene aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek toebehoort;

openbare registers: openbare registers als bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

Dienst landelijk gebied: Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

 

Artikel 2

Voorzover niet anders bepaald, wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

provincie: provincie waarin het reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen;

provinciale staten: provinciale staten van de provincie waarin het reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen;

gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waarin het reconstructiegebied geheel of grotendeels is gelegen.

 

Artikel 3

1. Gedeputeerde staten nemen de besluiten, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid, en 38, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen.

2. Provinciale staten nemen de besluiten, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 16, eerste lid, in voorkomend geval in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen.

 

Artikel 4

Ter bevordering van een goede ruimtelijke structuur van de concentratiegebieden, in het bijzonder met betrekking tot landbouw, natuur, bos, landschap, recreatie, water, milieu en infrastructuur, alsmede ter verbetering van een goed woon-, werk- en leefklimaat en van de economische structuur, vindt in deze gebieden een reconstructie plaats op grond van deze wet.

 

Artikel 5

De reconstructie omvat de gecoördineerde en geďntegreerde voorbereiding, vaststelling en uitvoering van maatregelen en voorzieningen, waaronder in ieder geval maatregelen en voorzieningen:

a. ter verbetering van de ruimtelijke structuur ten behoeve van de landbouw, mede teneinde de veterinaire risico's voortvloeiend uit een hoge veedichtheid te verminderen;

b. ter verbetering van de kwaliteit van natuur en landschap en

c. ter verbetering van de kwaliteit van milieu en water.

 

Artikel 6

1. Provinciale staten stellen voor elk concentratiegebied een of meer reconstructiecommissies in.

2. De reconstructiecommissie is een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Provinciewet.

 

Artikel 7

1. Provinciale staten regelen, in zoverre in afwijking van de artikelen 80, eerste lid, en 81, eerste lid, van de Provinciewet, en in voorkomend geval in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen, de samenstelling van de reconstructiecommissie zodanig dat in elk geval uit elk van de volgende geledingen ten minste een lid in de reconstructiecommissie zitting heeft:

a. gemeenten;

b. waterschappen;

c. landbouw;

d. natuur en landschap;

e. milieu en

f. recreatie.

2. Alvorens te beslissen omtrent de samenstelling van de reconstructiecommissie, voeren provinciale staten overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen omtrent de wijze waarop de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde geledingen in de reconstructiecommissie zullen zijn vertegenwoordigd.

3. Gedeputeerde staten zenden bericht van de samenstelling en de taken en bevoegdheden van de reconstructiecommissie aan Onze Ministers alsmede aan:

a. de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en

b. de dagelijkse besturen van de betrokken waterschappen.

4. Onze Ministers voegen ieder een adviseur aan de reconstructiecommissie toe.

5. Gedeputeerde staten voegen op voordracht van het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers een ingenieur van die Dienst en een of meer plaatsvervangers als adviseur toe aan de reconstructiecommissie.

 

Artikel 8

De Dienst landelijk gebied staat gedeputeerde staten en de reconstructiecommissie bij in de vervulling van de aan hen opgedragen en op de reconstructie betrekking hebbende taken.

 

Hoofdstuk 2. Het reconstructieplan

 

Titel 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 9

1. Met het oog op het bereiken van de doelstellingen, bedoeld in artikel 4, geschieden de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van het reconstructieplan met inachtneming van de in de bijlage bij deze wet opgenomen rijksuitgangspunten.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen criteria worden vastgesteld voor de wijze waarop de toetsing van de resultaten van de reconstructieplannen aan de rijksuitgangspunten, bedoeld in het eerste lid, kan plaatsvinden.

 

Artikel 10

1. Onze Ministers bepalen jaarlijks, na overleg met gedeputeerde staten van de provincies waarin de concentratiegebieden zijn gelegen, telkens voor een termijn van vier jaren, op basis van vastgesteld rijksbeleid met betrekking tot de in de artikelen 4 en 5 genoemde aspecten en in het perspectief van de rijksuitgangspunten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, de beleidsprioriteiten voor de reconstructie van de onderscheiden concentratiegebieden. Daarbij kunnen zij tevens de rijksuitgangspunten aan de hand van het in de eerste volzin bedoelde rijksbeleid nader uitwerken.

2. Het overleg met gedeputeerde staten van de provincies, bedoeld in het eerste lid, is erop gericht overeenstemming te bereiken met gedeputeerde staten van de provincies over de beleidsprioriteiten. Van overeenstemming wordt blijk gegeven bij bestuursovereenkomst.

 

Titel 2. Inhoud van het reconstructieplan

 

Artikel 11

1. Voor elk concentratiegebied worden een of meer reconstructieplannen vastgesteld.

2. Een reconstructieplan bevat:

a. een aanduiding van de grenzen van het reconstructiegebied;

b. een beschrijving van de in het reconstructiegebied bestaande toestand van de aspecten, bedoeld in artikel 4;

c. de aanduiding van de meest gewenste ontwikkeling van het reconstructiegebied ten aanzien van de aspecten, bedoeld in artikel 4;

d. een beschrijving van de ruimtelijke indeling van het reconstructiegebied in landbouwontwikkelingsgebieden, verwevingsgebieden en extensiveringsgebieden;

e. een aanduiding van de te treffen maatregelen en voorzieningen met het oog op de ontwikkeling, bedoeld in onderdeel c;

f. een beschrijving van de te verwachten gevolgen van de onder e bedoelde maatregelen en voorzieningen voor de toestand van de aspecten, bedoeld in artikel 4;

g. een globale raming van de totale kosten en de verdeling daarvan over de te treffen maatregelen en voorzieningen, alsmede een tijdschema voor de uitvoering van de maatregelen en voorzieningen;

h. in voorkomend geval een aanduiding van te verwerven onroerende zaken;

i. in voorkomend geval de aanwijzing van te onteigenen percelen of opstallen;

j. een of meer kaarten die met inachtneming van het vierde lid zijn vervaardigd.

3. In het reconstructieplan wordt in voorkomend geval bepaald ten aanzien van welke onderdelen van het plan uitwerking als bedoeld in artikel 18 zal plaatsvinden.

4. Op de kaarten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel j, worden zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:

a. de begrenzing van het reconstructiegebied;

b. de begrenzing van de landbouwontwikkelingsgebieden, de verwevingsgebieden en de extensiveringsgebieden, alsmede van de binnen de verwevings- of extensiveringsgebieden gelegen varkensvrije zones;

c. de bestaande en in voorkomend geval de te ontwikkelen natuur- en bosgebieden, landschappelijke elementen, waaronder cultuurhistorische, aardkundige en natuurwetenschappelijke elementen, en recreatieve voorzieningen;

d. de bestaande en in voorkomend geval de te verbeteren en nieuw aan te leggen openbare wegen, waterlopen, dijken of kaden en andere infrastructurele voorzieningen;

e. in voorkomend geval de te verwerven onroerende zaken;

f. in voorkomend geval de te onteigenen percelen of opstallen.

5. Indien voor het reconstructiegebied of delen daarvan een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, is vastgesteld, wordt in het reconstructieplan aangegeven op welke onderdelen het reconstructieplan afwijkt van die structuurvisie.

6. In het reconstructieplan wordt aangegeven voor welke delen van het plangebied artikel 27 van toepassing is.

 

Artikel 12

1. Het reconstructieplan bestrijkt een termijn van ten hoogste twaalf jaren.

2. Telkens na verloop van een periode van vier jaren bezien gedeputeerde staten, in voorkomend geval tezamen met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen, of het reconstructieplan, mede met inachtneming van de beleidsprioriteiten, bedoeld in artikel 10, wijziging behoeft. Zij doen van hun bevindingen mededeling aan Onze Ministers.

3. Onze Ministers kunnen gedeputeerde staten verzoeken een wijziging van het reconstructieplan voor te bereiden gelet op de beleidsprioriteiten, bedoeld in artikel 10. Gedeputeerde staten zijn gehouden aan dit verzoek gevolg te geven. Indien het reconstructiegebied, waarop het in de eerste volzin bedoelde reconstructieplan betrekking heeft, is gelegen op het grondgebied van meerdere provincies, doen Onze Ministers het in de eerste volzin bedoelde verzoek aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten gezamenlijk.

 

Titel 3. Het ontwerp van het reconstructieplan

 

Artikel 13

1. Wanneer gedeputeerde staten het ten behoeve van het opstellen van een ontwerp van een reconstructieplan nodig achten dat grond wordt betreden of daarop gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moet de eigenaar van de grond of degene aan wie een beperkt recht toebehoort waaraan de grond is onderworpen, dit dulden.

2. Voorzover een belanghebbende ten gevolge van de toepassing van het eerste lid schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen gedeputeerde staten op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

3. Aan de belanghebbende wordt op aanvraag een door gedeputeerde staten te bepalen voorschot op de schadevergoeding toegekend.

4. In dit artikel wordt verstaan onder gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waar de gronden die worden betreden of waarop de in het eerste lid genoemde werkzaamheden worden verricht, geheel of grotendeels zijn gelegen.

 

Artikel 14

1. Gedeputeerde staten stellen, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen, het reconstructieplan in ontwerp op binnen negen maanden na inwerkingtreding van deze wet.

2. Voorafgaand aan de opstelling van het ontwerp van het reconstructieplan sluiten gedeputeerde staten, in voorkomend geval gezamenlijk met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen, een bestuursovereenkomst met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen omtrent de wijze waarop de betrokkenheid van de desbetreffende gemeenten en waterschappen bij de totstandkoming en uitvoering van het reconstructieplan, alsmede de afstemming met de procedures voor de vaststelling van bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken, zal zijn gewaarborgd.

 

Artikel 15

1. Op de voorbereiding van het reconstructieplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door gedeputeerde staten, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied is gelegen.

2. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.

 

Titel 4. Vaststelling van het reconstructieplan

 

Artikel 16

1. Provinciale staten stellen het reconstructieplan vast binnen acht weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.

2. Ten aanzien van onderdelen van het reconstructieplan die een afwijking inhouden van een vastgesteld structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, geldt de vaststelling van het reconstructieplan als besluit tot herziening van die structuurvisie.

3. Indien provinciale staten niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, het reconstructieplan vaststellen, kunnen Onze Ministers in afwijking van het eerste lid zelf het reconstructieplan vaststellen.

 

Artikel 17 [Vervallen per 01-10-2012]

 

Artikel 18

1. In het reconstructieplan kan worden bepaald dat, indien het belang van de reconstructie dit vordert, het reconstructieplan kan worden uitgewerkt met inachtneming van in het plan vervatte regelen.

2. Op de vaststelling van de uitwerking van het reconstructieplan zijn de artikelen 13 tot en met 16, met uitzondering van de termijn, genoemd in artikel 14, eerste lid, en van artikel 14, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

3. De in het eerste lid bedoelde uitwerking maakt na vaststelling en voorzover vereist goedkeuring daarvan deel uit van het reconstructieplan.

 

Artikel 19

1. De uitwerking van het reconstructieplan bevat voorzover van toepassing:

a. de te treffen maatregelen en voorzieningen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel e, voorzover in het reconstructieplan is bepaald dat ten aanzien daarvan uitwerking plaats zal vinden;

b. aanduidingen van te verwerven onroerende zaken;

c. de aanwijzing van te onteigenen percelen of opstallen;

d. de toewijzing van eigendom van buiten een blok gelegen:

1°. wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken;

2°. gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische, aardkundige of natuurwetenschappelijke waarde;

3°. andere voorzieningen van openbaar nut;

e. de toewijzing en regeling van beheer en onderhoud van buiten een blok gelegen wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken;

f. voor elke te treffen maatregel of voorziening een raming van de kosten, alsmede een tijdschema voor de uitvoering;

g. overige aspecten, ten aanzien waarvan in het reconstructieplan is bepaald dat uitwerking plaats zal vinden.

2. Indien voor het reconstructiegebied of delen daarvan structuurvisies als bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, zijn vastgesteld, wordt in de uitwerking van het reconstructieplan aangegeven op welke onderdelen de uitwerking afwijkingen van zodanige streekplannen inhoudt.

3. In de uitwerking van het reconstructieplan wordt aangegeven voor welke delen van het plangebied artikel 27 van toepassing is.

 

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 26

1. Het reconstructieplan kan worden gewijzigd.

2. Onze Ministers kunnen gedeputeerde staten om zwaarwegende redenen van algemeen belang verzoeken een wijziging van het reconstructieplan voor te bereiden. Artikel 12, derde lid, tweede en derde volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.

3. De artikelen 13 tot en met 25, met uitzondering van de termijn, genoemd in artikel 14, eerste lid, en van artikel 14, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op wijziging van het reconstructieplan.

 

Artikel 27

1. Voor in het reconstructieplan overeenkomstigartikel 11, zesde lid, of artikel 19, derde lid, aangewezen delen van het reconstructiegebied geldt het reconstructieplan als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening. Artikel 3.7, vijfde tot en met zevende lid, van die wet is niet van toepassing. Het reconstructieplan geldt voor die delen van het reconstructiegebied niet meer als voorbereidingsbesluit indien voor de desbetreffende onderdelen van het reconstructiegebied een bestemmingsplan in overeenstemming met het reconstructieplan van kracht is geworden.

2. Artikel 3.3, eerste tot en met derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is niet van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wet ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde delen van het reconstructieplan.

3. Voor zover de in het eerste lid bedoelde delen van het reconstructieplan en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het reconstructieplan voor de uitvoering daarvan als een een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken.

4. Voor zover een bestemmingsplan of een ander besluit een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken en werkzaamheden ter uitvoering van het reconstructieplan in de in het eerste lid bedoelde delen van het reconstructiegebied.

 

Artikel 27a

1. In gevallen als bedoeld in artikel 27, derde lid, stelt de gemeenteraad binnen een jaar nadat het reconstructieplan onherroepelijk is geworden een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening overeenkomstig het reconstructieplan vast.

2. De bevoegdheid tot het invorderen van rechten terzake van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het reconstructieplan, wordt opgeschort tot het tijdstip waarop het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening is vastgesteld overeenkomstig het reconstructieplan. De bevoegdheid vervalt indien het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening niet binnen zes maanden na het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn is vastgesteld.

 

Artikel 28

Het reconstructieplan, alsmede een uitwerking of wijziging van een reconstructieplan, wordt onverwijld na de goedkeuring of, in het in artikel 16, derde lid, bedoelde geval, na de vaststelling door Onze Ministers, bekendgemaakt.

 

Artikel 29

1. Voor de mogelijkheid van beroep worden als één besluit aangemerkt een besluit tot vaststelling, wijziging of uitwerking van het reconstructieplan en het besluit tot goedkeuring, bedoeld in artikel 17, eerste of vijfde lid.

2. Voor zover een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in een bekend gemaakt reconstructieplan en dit binnen de termijn bedoeld in artikel 27a, eerste lid, ter inzage is gelegd, kunnen tegen dat bestemmingsplan in beroep geen gronden worden aangevoerd die betrekking hebben op dat reconstructieplan.

 

Titel 5. Schadevergoeding

 

Artikel 30

1. Voorzover een belanghebbende ten gevolge van de vaststelling van een reconstructieplan schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, kennen gedeputeerde staten op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van een uitwerking of een wijziging van een reconstructieplan.

3. Een aanvraag om vergoeding van schade als bedoeld in het eerste lid moet worden ingediend binnen vijf jaar nadat het desbetreffende besluit onherroepelijk is geworden.

4. Van de aanvrager heffen gedeputeerde staten een recht ten bedrage van€ 300, welk bedrag bij provinciale verordening met ten hoogste twee derde deel kan worden verhoogd of verlaagd. Zij wijzen hem op de verschuldigdheid van het recht en delen hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de provincie dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort verklaren zij de aanvrager niet ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest. Indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt beslist, storten gedeputeerde staten het betaalde recht terug.

5. Het in het vierde lid genoemde bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover het prijsindexcijfer voor de gezinscomsumptie daartoe aanleiding geeft.

6. Aan de belanghebbende wordt op aanvraag een door gedeputeerde staten te bepalen voorschot op de schadevergoeding toegekend.

7. In dit artikel wordt verstaan onder gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waar de in het reconstructieplan opgenomen maatregel of voorziening waardoor de schade optreedt, ten aanzien van de belanghebbende wordt getroffen.

 

Titel 6. Programmering van de uitvoering

 

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 34a [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Titel 7. Overige bepalingen

 

Artikel 36

1. Met ingang van het tijdstip waarop het ontwerp van het reconstructieplan ter inzage is gelegd tot het tijdstip waarop het reconstructieplan voor de betrokken onroerende zaken is verwezenlijkt, is het behoudens ontheffing verboden handelingen te verrichten die de verwezenlijking van het reconstructieplan ernstig belemmeren. De ontheffing wordt verleend door gedeputeerde staten van de provincie waar de betrokken onroerende zaken geheel of grotendeels zijn gelegen.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij wijziging of uitwerking van het reconstructieplan.

3. Na bekendmaking van het reconstructieplan, of de wijziging of uitwerking daarvan, is het behoudens ontheffing eigenaren en gebruiksgerechtigden van tot een blok behorende onroerende zaken verboden handelingen te verrichten, of handelingen die door een normale bedrijfsvoering worden geëist achterwege te laten, indien daardoor de waarde van hun onroerende zaken zou veranderen. De tweede volzin van het eerste lid is van toepassing.

4. Indien de verandering van de waarde, bedoeld in het derde lid, een waardevermeerdering betreft, behoeft deze niet te worden vergoed, tenzij deze vermeerdering het gevolg is van handelingen waarvoor ontheffing is verleend.

5. Voor de toepassing van dit artikel worden niet verstaan onder handelingen: besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, of feitelijke handelingen ter uitvoering daarvan.

 

Hoofdstuk 3. De uitvoering

 

Titel 1. Inleidende bepalingen

 

Artikel 37

1. Zodra een reconstructieplan of een uitwerking of wijziging daarvan is bekendgemaakt, kan de uitvoering hiervan ter hand worden genomen.

2. Voorzover niet anders is bepaald, zijn gedeputeerde staten belast met de uitvoering van het reconstructieplan.

3. De uitvoering geschiedt met inachtneming van het reconstructieplan.

 

Artikel 38

1. Gedeputeerde staten kunnen besluiten het reconstructieplan in delen in uitvoering te nemen.

2. Gedeputeerde staten kunnen besluiten delen als bedoeld in het eerste lid, bij voorrang in uitvoering te nemen.

3. Gedeputeerde staten kunnen besluiten bepaalde maatregelen of voorzieningen slechts in uitvoering te nemen, indien tussen gedeputeerde staten en een ander openbaar lichaam dan het Rijk overeenstemming is verkregen over de geldelijke bijdrage van het lichaam in de kosten van deze maatregel of voorziening, en over de voorwaarden waaronder de vergoeding van deze kosten zal plaatsvinden.

 

Titel 2. Coördinatie van besluitvorming

 

Artikel 39

In deze titel wordt verstaan onder gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waar de activiteiten, waarop de aanvragen betrekking hebben, geheel of in hoofdzaak plaatsvinden of zullen plaatsvinden.

 

Artikel 40

1. Indien in het kader van de uitvoering van het reconstructieplan aanvragen zijn ingediend tot het geven van met elkaar samenhangende besluiten, kunnen gedeputeerde staten een gecoördineerde behandeling van die aanvragen bevorderen.

2. Gedeputeerde staten zijn gehouden een gecoördineerde behandeling van aanvragen als bedoeld in het eerste lid, te bevorderen wanneer een van de betrokken bestuursorganen dan wel de aanvrager of een van de aanvragers dat aanvraagt.

3. Gedeputeerde staten zijn voorts gehouden op aanvraag van degene die voornemens is een of meer aanvragen te doen als bedoeld in het eerste lid, een gecoördineerde voorbereiding van die aanvragen te bevorderen.

4. Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het eerste, tweede of derde lid, delen zij dit onverwijld schriftelijk mede aan de aanvrager of aanvragers en elk der andere bestuursorganen waartoe een of meer van de aanvragen mocht zijn gericht.

 

Artikel 41

1. In geval van gecoördineerde behandeling van aanvragen is op de voorbereiding van de besluiten, bedoeld in artikel 40, eerste lid, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door gedeputeerde staten. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.

2. De in het eerste lid bedoelde procedure treedt in de plaats van de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voor die besluiten bepaalde procedure.

3. Als datum van ontvangst van de aanvragen geldt de datum waarop de laatste daarvan is ontvangen. Indien het ontwerp van het besluit op een aanvraag al overeenkomstig artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is toegezonden, blijft artikel 3:11, eerste lid, met betrekking tot die aanvraag buiten toepassing.

4. Gedeputeerde staten delen de datum, bedoeld in het derde lid, onverwijld mede aan de aanvrager of aanvragers en aan elk der andere bestuursorganen waaraan een of meer van de aanvragen mocht zijn gericht, onder vermelding van de datum waarop de laatste aanvraag is ontvangen.

5. Gedeputeerde staten dragen ervoor zorg dat:

a. ten aanzien van de ontwerpen van besluiten gezamenlijk toepassing wordt gegeven aan de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

b. de gelegenheid tot het mondeling naar voren brengen van zienswijzen wordt gegeven met betrekking tot de ontwerpen van de betrokken besluiten gezamenlijk;

c. van de besluiten tot verlenging van de beslistermijn, bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, gezamenlijk mededeling wordt gedaan;

d. de betrokken besluiten gezamenlijk overeenkomstig de artikelen 3:41 tot en met 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht worden bekendgemaakt en medegedeeld.

 

Artikel 42

1. Gedeputeerde staten kunnen van de bestuursorganen die bevoegd zijn te besluiten op de aanvragen waarover de in artikel 40 bedoelde coördinatie zich uitstrekt, alsmede van de bij de besluiten betrokken adviseurs de medewerking vorderen die voor het welslagen van de coördinatie nodig is.

2. De in het eerste lid bedoelde bestuursorganen en adviseurs zijn gehouden de van hen gevorderde medewerking te verlenen.

 

Artikel 43

1. De bestuursorganen die bevoegd zijn te besluiten op de aanvragen waarover de in artikel 40 bedoelde coördinatie zich uitstrekt, nemen de in dat artikel bedoelde besluiten binnen drie maanden na de datum, bedoeld in artikel 41, derde lid, en zenden deze besluiten onverwijld toe aan gedeputeerde staten.

2. De in het eerste lid bedoelde termijn treedt in de plaats van de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voor die besluiten bepaalde termijn.

3. Indien een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid, niet of niet tijdig een besluit aan gedeputeerde staten zendt, kunnen gedeputeerde staten een besluit op de desbetreffende aanvraag nemen. In dat geval treedt hun besluit in de plaats van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien gedeputeerde staten voornemens zijn zelf een besluit op de aanvraag te nemen, plegen zij overleg met het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is op de aanvraag te beslissen.

4. Het derde lid is niet van toepassing indien een van Onze betrokken Ministers het bevoegde bestuursorgaan is.

 

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2013]

 

Titel 3. Doorwerking van het reconstructieplan in besluiten

 

Artikel 45

Het bestuursorgaan dat bevoegd is te besluiten op een aanvraag die wordt ingediend in het kader van de uitvoering van het reconstructieplan, neemt hierbij het reconstructieplan in acht.

 

Artikel 46

Geen subsidies worden verstrekt indien de verstrekking daarvan strijdig zou zijn met het reconstructieplan.

 

Titel 4. Gebruiksverboden

 

Artikel 47

1. Ten aanzien van gebieden die daartoe in het reconstructieplan zijn aangewezen, kunnen provinciale staten van de provincie waar de betrokken gebieden zijn gelegen, in voorkomend geval in overeenstemming met provinciale staten van de provincies waar de betrokken gebieden mede, maar niet in hoofdzaak zijn gelegen, bij provinciale verordening bepalen dat het met ingang van een bij zodanige verordening te bepalen tijdstip verboden is in de desbetreffende gebieden gelegen opstallen voor in die verordening vastgestelde doeleinden te gebruiken of met het oog op zodanige doeleinden anders te gebruiken dan onder in die verordening te stellen regels, voorzover dit bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 4.

2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen slechts worden gesteld in het belang van de uitvoering van het reconstructieplan.

3. Gedeputeerde staten van de provincie waar de betrokken opstallen zijn gelegen, kunnen ontheffing verlenen van een verbod als bedoeld in het eerste lid. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

4. Voorzover een belanghebbende ten gevolge van de toepassing van het eerste lid schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen gedeputeerde staten op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

5. Aan de belanghebbende wordt op aanvraag een door gedeputeerde staten te bepalen voorschot op de schadevergoeding toegekend.

 

Titel 5. Herverkaveling

 

Artikel 48

Indien herverkaveling als een van de in artikel 11, tweede lid, onderdeel e, bedoelde maatregelen of voorzieningen in het reconstructieplan is opgenomen dan zijn de hoofdstukken 4 tot en met 8, 10 en 11 van de Wet inrichting landelijk gebied daarop van toepassing.

 

Titel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Afdeling 1 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Afdeling 2 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 54 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Afdeling 3 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 55 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Afdeling 4 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Afdeling 5 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 1 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 2 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 60 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 61 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 3 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 62 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 64 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 65 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 66 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 67 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 68 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 69 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 70 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 71 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 4 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 72 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 73 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 5 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 74 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 6 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 75 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 76 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 77 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 6a [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 77a [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 78 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 7 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 79 [Vervallen per 01-07-2005]

 

Artikel 79a [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 79b [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 79c [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 80 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 81 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Paragraaf 8 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 82 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 83 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Afdeling 6 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 84 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 85 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 86 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 87 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 88 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 89 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Afdeling 7 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 90 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 91 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Afdeling 8 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 91a [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 91b [Vervallen per 01-01-2007]

 

Hoofdstuk 4. De kosten

 

Artikel 92

Ten laste van het Rijk komen de kosten van de schadevergoedingen, bedoeld in de artikelen 13, derde lid, 30, eerste lid, en 47, vierde lid.

 

Artikel 93 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 94 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Artikel 95 [Vervallen per 01-01-2007]

 

Hoofdstuk 5. Strafbepalingen

 

Artikel 96

[Wijzigt de Wet op de economische delicten]

 

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

 

Artikel 97

1. Landinrichtingsprojecten die in een reconstructiegebied in voorbereiding of in uitvoering zijn, worden, voor zover ten aanzien van deze projecten nog geen regels voor het plan van toedeling, als bedoeld in artikel 195, eerste lid, van de Landinrichtingswet zijn vastgesteld, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel uitgevoerd met inachtneming van het bij of krachtens deze wet bepaalde.

2. Onze Minister regelt het nodige ter uitvoering van het eerste lid. Hij kan daarbij, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat naargelang de voortgang van een landinrichtingsproject, bepalingen van deze wet buiten toepassing blijven.

 

Artikel 98

[Wijzigt de Onteigeningswet]

 

Artikel 98a

Onze Ministers zenden binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

 

Artikel 99

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

 

Artikel 100

Deze wet wordt aangehaald als: Reconstructiewet concentratiegebieden.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te 's-Gravenhage, 31 januari 2002

 

BEATRIX

 

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
L.J. Brinkhorst

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
G.H. Faber

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.P. Pronk

 

Uitgegeven de zevende maart 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

Bijlage, bedoeld in artikel 9 van de Reconstructiewet concentratiegebieden

Rijksuitgangspunten voor het opstellen van het reconstructieplan

 

§ 1. Begrippenkader

In deze bijlage wordt verstaan onder:

waardevolle en kwetsbare gebieden:

– prioritaire milieubeschermingsgebieden, bedoeld in het provinciale milieubeleidsplan,

– waardevolle cultuurlandschappen, bedoeld in deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte,

– gebieden behoud en herstel bestaande landschapskwaliteit, bedoeld in deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte,

– open ruimten waarvoor een (rijks)restrictief beleid geldt, bedoeld in deel 4 van de Vierde nota ruimtelijke ordening extra,

– verdroogde gebieden,

– strategische groenprojecten, bedoeld in deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte,

– de ecologische hoofdstructuur;

bestaande bos- en natuurgebieden:

– bossen, natuurterreinen en landschapselementen die voor de toepassing van de Interimwet ammoniak en veehouderij worden aangemerkt als voor verzuring gevoelig gebied;

ecologische hoofdstructuur:

– ecologische hoofdstructuur, zoals deze globaal is weergegeven in deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte.

§ 2. rijksuitgangspunten

A. Ruimtelijk en veterinair

1. De ligging van extensiveringsgebieden sluit aan bij de zeer kwetsbare bos- en natuurgebieden en kernrandzones.

2. Bij de indeling van het gebied van het reconstructieplan wordt zoveel mogelijk gekozen voor afgeronde gebieden, waarbij rekening wordt gehouden met natuurlijke barričres, infrastructuur van wegen, spoorwegen en waterlopen en bestaande of toekomstige stedelijke bebouwing.

3. Het reconstructieplan beschrijft de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen:

a. ter voorkoming van vestiging of uitbreiding van intensieve veehouderij in de extensiveringsgebieden;

b. ter bevordering van de beëindiging of de verplaatsing van intensieve veehouderij in de extensiveringsgebieden naar buiten de extensiveringsgebieden gelegen locaties;

c. ter zake van agrarische bedrijfsgebouwen die in de extensiveringsgebouwen vrijkomen als gevolg van beëindiging of verplaatsing van intensieve veehouderij;

d. ter realisering van de inrichting van de verwevingsgebieden en landbouwontwikkelingsgebieden.

4. Een varkensvrije zone is ten minste 1000 meter breed.

5. De ligging van varkensvrije zones wordt zodanig gekozen dat zij een natuurlijke barričre vormen waardoor transport van vee zo veel mogelijk wordt tegengegaan. Bij het vaststellen van de ligging van een varkensvrije zone wordt daartoe rekening gehouden met bestaande transportstromen van levende dieren en de omvang van de gebieden die door deze varkensvrije zone zal worden omsloten.

6. De ligging van een varkensvrije zone sluit aan bij de ecologische hoofdstructuur dan wel bij de waardevolle en kwetsbare gebieden, de infrastructuur van wegen, spoorwegen en waterlopen of bestaande en toekomstige stedelijke bebouwing.

7. De varkensvrije zones worden zoveel mogelijk voorzien in de extensiveringsgebieden.

8. Rekening wordt gehouden met rijksnota's op het gebied van ruimtelijke ordening, water, milieu, cultuurhistorie, landschap en natuur.

B. Milieu

1. In het reconstructieplan wordt in ieder geval aangegeven welke onderdelen van de in het reconstructiegebied gelegen ecologische hoofdstructuur, waaronder in ieder geval de daarin gelegen bestaande bosen natuurgebieden en, voorzover deze door de provincies zijn begrensd, de daarin gelegen natuurontwikkelings-, reservaats- en beheersgebieden, voor verzuring gevoelig zijn.

2. Het reconstructieplan geeft voor de onder punt B.1 bedoelde gebieden kwalitatief en kwantitatief inzicht in de gevolgen van de uitvoering van de in het reconstructieplan opgenomen maatregelen en voorzieningen voor de ammoniakemissie en -depositie.

3. Het reconstructieplan geeft inzicht in welke mate de uitvoering van de in het reconstructieplan opgenomen maatregelen en voorzieningen leiden tot een vermindering van het aantal stankgehinderden.

4. Het reconstructieplan geeft aan welke gebieden binnen het reconstructiegebied gevoelig zijn voor de doorslag van fosfaat of voor de uitspoeling van nitraat en geeft aan in welke delen van deze gebieden en op welke wijze in het kader van de reconstructie maatregelen en voorzieningen worden getroffen:

a. ter reductie van het doorslagprobleem van fosfaat;

b. ter vermindering van de uitspoeling van nitraat.

C. Water

1. Het reconstructieplan geeft aan welke gebieden binnen het reconstructiegebied verdroogd of voor verdroging gevoelig zijn en geeft aan in welke delen van deze gebieden en op welke wijze in het kader van de reconstructie maatregelen en voorzieningen worden getroffen, gericht op het herstel van hydrologische systemen, inclusief bestrijding van de eutrofiëring, voorkoming van wateroverlast, beekherstel, en opheffing van de verdroging.

2. Het reconstructieplan geeft aan voor welke kwetsbare oppervlaktewateren in het reconstructiegebied in het kader van reconstructie maatregelen en voorzieningen worden getroffen ter opheffing van ongezuiverde lozingen en overstort van rioleringen.

D. Natuur en landschap

1. Het reconstructieplan beschrijft de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen:

a. ter voorkoming van vestiging en ter beperking van uitbreiding van intensieve veehouderij in de begrensde reservaats- en natuurontwikkelingsgebieden en de bestaande bos- en natuurgebieden;

b. ter bevordering van de beëindiging of verplaatsing naar buiten de onder a bedoelde gebieden gelegen locaties van intensieve veehouderijen die in die gebieden gevestigd zijn;

c. ter zake van de agrarische bedrijfsgebouwen die vrijkomen als gevolg van beëindiging of verplaatsing van veehouderijen.

2. Het reconstructieplan geeft aan welke maatregelen en voorzieningen worden getroffen om de landschappelijke kwaliteit en de cultuurhistorische en aardkundige waarden binnen het reconstructiegebied met het oog op identiteit, belevingswaarde en verscheidenheid te behouden of te verbeteren, onder meer door het tegengaan van verstening en herstel van oude landschapsstructuren.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x